1. Beleidsplan Minima en Schulden Definitief.pdf
Tekst van het document
Beleid Minima en Schulden Gemeente Hof van Twente
Inhoudsopgave Visie .................................................................................................................................................................................. 3 Samenvatting .................................................................................................................................................................. 5 Samenvattend: huidig- en nieuw beleid Minimaregelingen/Schuldhulpverlening ................................................ 6 Hoofdstuk 1. Inleiding .................................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2. Armoede en schulden ............................................................................................................................ 8 2.1 Wat is armoede? .................................................................................................................................................. 8 2.2 Wat zijn problematische Schulden? .................................................................................................................. 9 2.3 Armoede en schulden een ingewikkeld probleem ........................................................................................
10 2.4 Opgroeien in armoede ...................................................................................................................................... 10 2.5 Armoedeval ......................................................................................................................................................... 11 2.6 Financiële stress ................................................................................................................................................ 11 2.7 Lage basisvaardigheden .................................................................................................................................. 11 2.8 Wettelijk Kader ................................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3. Hof van Twente in Beeld ...................................................................................................................... 14 Hoofdstuk 4. Beleid herijken ....................................................................................................................................... 16 Hoofdstuk 5. Minimaregelingen..................................................................................................................................
18 5.1 Wat gaan wij doen? ........................................................................................................................................... 18 5.2 Minimaregelingen - Bijzondere Bijstand ......................................................................................................... 18 5.3 Minimaregelingen – Stichting Sam& Overijssel ............................................................................................ 24 Wat zijn de gevolgen als de minimavoorziening worden aangevraagd bij Sam& voor alle kinderen? ....... 24 Hoofdstuk 6. Preventie en Schuldhulpverlening...................................................................................................... 25 6.1 Visie Schuldhulpverlening ................................................................................................................................ 25 6.2 Waar houden wij rekening mee/wat doen wij ................................................................................................ 25 6.3 Wat willen wij bereiken ...................................................................................................................................... 28 6.4 Wat gaan wij doen? ........................................................................................................................................... 28 Hoofdstuk 7.
Lage basisvaardigheden...................................................................................................................... 29 7.1 Visie ..................................................................................................................................................................... 29 7.2 Wat doen wij ....................................................................................................................................................... 29 7.3 Wat gaan wij doen ............................................................................................................................................. 29 Hoofdstuk 8. Re-integratie en Participatie ................................................................................................................ 31 8.1 Visie ..................................................................................................................................................................... 31 8.2 Wat doen wij ....................................................................................................................................................... 31 Hoofdstuk 9. Communicatie, bereik ..........................................................................................................................
34 9.1 Wat doen wij al ................................................................................................................................................... 34 9.2 Wat gaan wij extra doen? ................................................................................................................................. 34 9.3 Hoe gaan wij het organiseren? ........................................................................................................................ 34 BELEID MINIMA EN SCHULDEN
1
Hoofdstuk 10. Middelen............................................................................................................................................... 36 10.1 Hof van Twente ................................................................................................................................................ 36 10.2 Landelijke regelingen ...................................................................................................................................... 36 Hoofdstuk 11. Monitoring ............................................................................................................................................ 37 11.1 Tot slot ............................................................................................................................................................... 37
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
2
Visie Alle inwoners (moeten) kunnen meedoen, ook de inwoner met een laag inkomen. We hebben in de afgelopen jaren al veel gedaan op het gebied van armoede- en schuldenaanpak. De bij ons in beeld zijnde inwoners zijn actief benadert om gebruik te maken van de minimavoorzieningen. De uitdaging blijft om de samenhang en de samenwerking te vergroten. We versterken het bestaande aanbod en ontwikkelen nieuwe vormen van ondersteuning, daarbij kijken wij ook naar landelijke voorbeelden en nieuwe inzichten door onderzoek. De behoefte van inwoners en samenwerkingspartners zijn heel belangrijk. Maar wij zijn ook eerlijk over wat haalbaar is. Niet alle belemmeringen van onze inwoners kunnen worden weggenomen. Vanuit de visie Gezonde Verbinding richten we de aandacht op wat belangrijk is voor onze inwoners, dat het goed gaat met onze inwoners. Alle inwoners moeten kunnen meedoen. Iedereen wordt (waar kan) gestimuleerd om de eigen regie te voeren bij de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Wij ondersteunen inwoners die hierbij hulp nodig hebben, zodat zij de noodzakelijke balans kunnen vinden. Wanneer de eigen kracht, het netwerk en/of de sociale basis onvoldoende zijn om de (hulp)vraag op te lossen, bieden wij maatwerkondersteuning. Hierbij kijken we vooral naar wat de inwoner nodig heeft om zo zelfredzaam mogelijk te zijn.
Om de samenhang en samenwerking te vergroten worden hulpvragen niet afzonderlijk, maar in samenhang opgepakt. In onze visie staan de inwoners van de gemeente Hof van Twente centraal, met de overtuiging dat iedereen de ambitie heeft om een actieve rol te spelen in de samenleving. We geloven dat participatie waarde toevoegt aan het individu (meer autonomie, zelfvertrouwen, gezondheid, minder eenzaamheid) en aan onze samenleving als geheel (minder zorgkosten, gunstig voor de economie, enzovoort). Als gemeente kunnen we het lage inkomen dat een deel van onze inwoners heeft niet verhogen. Het inkomensbeleid is een taak van het Rijk. Minimabeleid daarentegen is wel een taak van de gemeente. Daarnaast kan een deel van onze inwoners met een bijstandsuitkering, een nabestaandenuitkering, een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WIA of Wajong) of om persoonlijke redenen geen hoger inkomen krijgen. En zelfs voor de werkende met een minimuminkomen is dat niet altijd mogelijk. We stellen alles in het werk om inwoners met een bijstandsuitkering te ondersteunen op weg naar een duurzame (betaalde) werkplek en om deze te behouden. Om hen zo een beter financieel en sociaal uitzicht te bieden. Primair zijn onze inwoners zelf verantwoordelijk voor aspecten zoals gezondheid, levensonderhoud en zinvolle dagbesteding. In de samenleving die we voor ogen hebben, staat niemand buitenspel.
Iedereen is waardevol, onze inwoners kunnen veilig en comfortabel wonen, jongeren groeien veilig op tot verantwoordelijke en zelfstandige volwassenen. Talrijke informele en maatschappelijke organisaties dragen bij of streven naar om de zelfredzaamheid en samenredzaamheid van inwoners op diverse terreinen te vergroten. Hof van Twente kenmerkt zich door een sterke gemeenschapszin “noaberschap”. WAT WILLEN WE BEREIKEN ? Vanuit de visie ‘iedereen doet mee’ is het doel van onze armoede- en schuldenaanpak: dat we de kansen van inwoners willen vergroten om mee te kunnen doen in de (Hofse) samenleving. Ook en juist voor mensen waarvoor meedoen niet vanzelfsprekend is, door bijvoorbeeld armoede, gender, culturele achtergrond, inwoners met beperkte basisvaardigheden of beperking. SAMENHANGENDE AANPAK Het college ziet de aanpak van armoede als een gezamenlijke opgave. Alleen een domein overstijgende aanpak, waarbij de verschillende beleidsterreinen, expertises, instrumenten en kansen slim en samenhangend worden gecombineerd, leidt tot succes. De ingewikkelde en veelkoppige armoedeproblematiek raakt bijna alle terreinen waar we als gemeente verantwoordelijk voor zijn: zorg en gezondheid, onderwijs en cultuur, jeugd, financiën, werk en economie, wonen en wijken, veiligheid, samenleven en integratie en duurzaamheid.
Zowel het bestuur als de collega’s in de uitvoering en maatschappelijke partners moeten goed samenwerken.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
3
SAMEN MET DE GEMEENSCHAP Armoede is een probleem dat de hele gemeente en gemeenschap aangaat: inwoners, ervaringsdeskundigen, vrijwilligers, de wetenschap, bedrijven, scholen en maatschappelijke instellingen. We zijn samen verantwoordelijk. De gemeente heeft een verbindende rol. Er zijn nu al vele goede en waardevolle initiatieven in de Hof van Twente om armoede aan te pakken en/of de gevolgen van armoede te verzachten. De verbinding, samenwerking en afstemming tussen al deze partners is een belangrijke sleutel tot succes. Dit wordt opgepakt in het nieuwe beleid in een steeds doorlopende cyclus. BESTAANSZEKERHEID ALS VERTREKPUNT Uit onderzoek blijkt dat armoede en schulden uitzicht op een beter bestaan in de weg staan. En als er sprake is van lage basisvaardigheden (lezen en schrijven) heeft dat invloed op de bestaanszekerheid en de persoonlijke groei. Voor onze inwoners met schulden, is een stabiele en gezonde (financiële) situatie het belangrijkste. Laaggeletterden leven ruim twee keer zo vaak onder de armoedegrens, zijn twee tot drie keer vaker langdurig arm, hebben een lager inkomen en banen met een lagere beroepsstatus dan nietlaaggeletterden (bron: Stichting lezen en schrijven). Een cursus financiële zelfredzaamheid of een taalcursus behoort ook tot de mogelijkheden.
Met andere woorden: bestaanszekerheid staat aan de basis van een aanpak die werkt binnen het hele sociaal domein! Vanuit dit startpunt ondersteunen we inwoners met armoede en schulden om stappen te zetten naar een betere toekomst. Het aanbieden van gelijke kansen en het bieden van uitzicht staat voorop. VROEG, LAAGDREMPELIG Het is belangrijk om zo vroeg mogelijk te signaleren als mensen niet weten hoe ze rekeningen moeten betalen of hoe de administratie werkt. Zo voorkomen we dat ze grote schulden opbouwen. Mensen die (financiële) stress ervaren zijn vaak niet meer in staat om zelf actie te ondernemen en hulp te vragen, het zogenaamde “doenvermogen” ontbreekt. Een actieve klantbenadering is daarom belangrijk, gemeente en ketenpartners zetten dan ook de eerste stap naar de inwoner met financiële problemen. Armoede en Schuldhulpverlening (en alles wat hierbij hoort) heeft te maken met beeldvorming, imago en stigmatisering. Veel mensen ervaren een drempel om hulp te vragen of schamen zich hiervoor. Het vraagt veel moed om hierover te praten. Een respectvolle benadering, vertrouwen en erkenning, positieve ondersteuning zonder oordelen, focus op eigen veerkracht en regie zijn daarbij noodzakelijk. BEVORDEREN KANSENGELIJKHEID We moedigen kansengelijkheid aan en bieden hulp aan wie dat nodig heeft. Iedere inwoner verdient de kans zich maximaal te kunnen ontwikkelen.
Wanneer het ontbreken van geld een hindernis vormt bij deze ontwikkeling, zetten we ons in om deze hindernissen weg te nemen. Inwoners die moeite hebben zichzelf te redden, helpen we met minimaregelingen. We hebben mogelijkheden om mensen aan werk te helpen. Ook bieden we zorg aan de inwoners die dit nodig hebben. Ieder kind verdient de beste start van zijn of haar leven en een eerlijke kans op een goede toekomst. Met een uitgebreid lokaal en regionaal programma werken we aan het verkleinen van gezondheidsverschillen en aan het verbeteren van de sociaaleconomische situatie. BENUTTEN VAN WETENSCHAPPELIJKE EN ERVAREN INZICHTEN De wetenschap biedt bruikbare kennis over factoren die bijdragen tot (langdurige) armoede. Ook zijn de nadelige gevolgen van armoede op gezondheid, emotioneel welzijn, samenleven en kansen aangetoond. Dit geldt in het bijzonder voor de invloed die het opgroeien in armoede heeft op kinderen, jongeren en latere volwassenen. Met behulp van deze kennis proberen we de oorzaken van armoede beter aan te pakken. Ook proberen we te voorkomen dat mensen in armoede leven en dat armoede van generatie op generatie over gaat. We moeten investeren in het steeds verbinden van nieuwe (wetenschappelijke) inzichten met de praktijk. En – al lerend, – te komen tot een steeds weer vernieuwende, aanpak die werkt.
Dit doen we samen met landelijke platforms en kenniscentra en lokaal met andere gemeenten.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
4
Samenvatting Van alle 15.575 huishoudens in de Hof van Twente zijn naar schatting 919 huishoudens (6,0%) die rondkomen van een inkomen tot maximaal 120% van het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Van alle 6514 kinderen in de Hof van Twente groeien naar schatting 505 kinderen (7,75%) in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm. In de Hof van Twente ontvangen 186 huishoudens een vorm van Schuldhulpverlening. Van deze 186 huishoudens ontvangen 90 huishoudens een inkomen tot 120% Wsm, waarvan 48 huishoudens een uitkering op grond van de Participatiewet ontvangt. We willen de kansen vergroten voor inwoners om volledig deel te nemen aan de (Hofse) samenleving en streven naar een gezonde financiële situatie voor al onze inwoners. Wij streven naar een (nog) beter bereik, de uitkomsten van KWIZ (peildatum 1 april 2023) zijn hierbij ons uitgangspunt: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Op 1 januari 2026 hebben wij een stijging van 20% van het gebruik van de minimaregelingen in de minimadoelgroep gerealiseerd, door de bekendheid van de regelingen te vergroten. Op 1 januari 2026 hebben wij een stijging van 20% van het aantal contactmomenten met inwoners over problematische schulden, waarbij wij focussen op preventie en vroegtijdige ondersteuning. Gelijke kansen voor alle kinderen, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan de samenleving en een stevige basis kunnen leggen voor hun toekomst. Een eenvoudige en toegankelijke dienstverlening voor alle inwoners. Een sterk samenwerkingsverband tussen verschillende maatschappelijke partners met een domein overstijgende aanpak. Armoede bespreekbaar maken.
We starten bij de bron, bij de aanpak van armoede en lage basisvaardigheden. Onze dienstverlening kent een persoonlijke aanpak en waar nodig passen wij maatwerk toe. Integrale aanpak is essentieel, binnen het sociaal domein, maar ook domein overstijgend. WAT GAAN WE DOEN ? •
• • • • • •
We sluiten aan bij Stichting Sam& Overijssel: het samenwerkingsverband tussen Sam& Nederland, Leergeld Nederland, Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Jarige Job en Stichting Kinderhulp. Daarmee worden bestaande voorzieningen behouden en sommige voorzieningen uitgebreid. We sluiten aan bij Volwassenfonds Sport en Cultuur. Daarmee worden de mogelijkheden om deel te kunnen nemen aan sport of cultuur activiteiten verruimd. We breiden minimaregelingen voor volwassenen uit met maatschappelijke participatie, een bijdrage voor een fiets en een voucher kringloopwinkels. We gaan het bedrag van de individuele inkomenstoeslag verhogen en maken een splitsing in huishoudens gehuwden/samenwonenden met en zonder kinderen. We gaan de collectieve Zorgverzekering Menzis, GarantVerzorgd 1, 2 en 3 uitbreiden met een mogelijkheid tot het verzekeren van het wettelijk eigen risico. We zorgen ervoor dat inwoners duidelijkheid hebben over welke regelingen beschikbaar zijn en dat de informatie gemakkelijk te vinden is. We vereenvoudigen de aanvraagprocedures. We zetten in op de certificering van het Digi-Taalhuis en het proactief screenen op lage basisvaardigheden.
HOE GAAN WE HIER DE FINANCIËLE MIDDELEN VOOR VINDEN ? • • •
De minimaregelingen voor kinderen en volwassenen worden uitgevoerd door begrote budgetten in te zetten, verschuiving van budgetten en door extra middelen (budget) toe te voegen: Voor de minimaregeling de collectieve Zorgverzekering Menzis vindt er een verschuiving van het budget plaats vanuit de bijzondere bijstand chronisch zieken. Voor de minimaregeling individuele inkomenstoeslag, maatschappelijke participatie en Volwassenfonds Sport en Cultuur wordt een verzoek ingediend om het te begroten budget te vergroten. BELEID MINIMA EN SCHULDEN
5
•
Om dit beleid uit te voeren wordt een verzoek ingediend om de bestaande formatie, vanaf 1 januari 2026 te verduurzamen.
Samenvattend: huidig- en nieuw beleid Minimaregelingen/Schuldhulpverlening Bestaande voorzieningen worden behouden
Bestaande voorzieningen Schuldhulpverlening worden behouden
• • •
•
• •
Fashioncheque Kindpakket (financiële bijdrage) Computer/laptop/Chromebook voor gezin Zwemles A en B Jeugd Sport- en Cultuurfonds
Nieuw Bovenstaande bestaande voorzieningen worden uitgevoerd door: Voorzieningen voor kinderen •
Stichting Sam& Overijssel (uitvoering minimaregelingen voor kinderen tot en met 17 jaar)
• • •
Nieuw • •
•
• •
• • •
Bestaande voorzieningen worden uitgebreid •
•
Gemeentepolis, Collectieve zorgverzekering Menzis uitbreiden met verzekeren van het wettelijk eigen risico voor alle pakketten. Verhogen individuele inkomenstoeslag en toevoegen huishouden gehuwden/ samenwonenden met kinderen
Pilot Jongeren en Schulden Uitstroom - Budgetcursus
Bestaand re-integratie/participatie behouden:
Voorzieningen voor volwassen Volwassenfonds Sport en Cultuur Minimaregelingen volwassenen o Fiets o Maatschappelijke participatie vanaf 18 jaar o Voucher kringloop
Regeling uitstroom bijstandsgerechtigden (RUB) Vroeg erop af Reguliere Schuldhulp Adviesrecht Bewindvoering
Begeleiding inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt Begeleiding statushouders Inzet op PrO/Vso Jongeren Uitvoering Belofte 5, Twentse belofte
Bestaand digitale hulpmiddelen behouden: • • • • •
Bereken uw recht Nederlandse Schuldhulproute Geldfit Geldzaken Mijn Inkomen
Nieuwe inzet basisvaardigheden: • • •
Certificering Digi-Taalhuis Plan van aanpak Lage Basisvaardigheden Training financiële zelfredzaamheid
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
6
Hoofdstuk 1. Inleiding In dit beleid nemen we u mee in de keuzes die de gemeente Hof van Twente voor de komende jaren maakt op het gebied van armoede en schulden. We nemen u mee in onze visie en doelen. Daarnaast schetsen we hoe we deze doelen willen bereiken en hoe we het beleidskader beoordelen en bewaken. Dit beleidskader is tot stand gekomen na een evaluatie van onze activiteiten van de afgelopen jaren, onderzoek en analyse van zowel landelijke als lokale ontwikkelingen, en in nauwe samenwerking met onze partners, inwoners en de gemeenteraad. Nederland is een van de meest welvarende landen op onze aardbol. Tegelijkertijd leven mensen in armoede en groeien kinderen op in gezinnen die niet rond kunnen komen. Het verschil tussen arm en rijk wordt steeds groter. Met alle gevolgen van dien. De gemeente Hof van Twente heeft primair een verantwoordelijkheidsplicht naar de inwoners die in armoede leven, maar zeker ook naar de omgeving en de gehele maatschappij. De gevolgen van armoede zijn groot, individueel en maatschappelijk.
‘Iedereen doet mee in de Hof van Twente’
Het structureel bestrijden van armoede vergt veel tijd. Initiatieven dienen gericht te zijn op het beïnvloeden van de oorzaken en directe gevolgen van armoede. Denk aan het wegnemen van de gevolgen van schaarste waardoor inwoners hun (financiële) speelruimte terugkrijgen, interventies die gericht zijn op kinderen om sociale uitsluiting te voorkomen en op ouders om ruimte te creëren om te kunnen opvoeden. Kinderen hebben onze prioriteit. Om de vicieuze cirkel van intergenerationele armoede te doorbreken, is het essentieel om te investeren in levensvaardigheden voor zowel kinderen als ouders in armoede. Naast het verstrekken van materiële hulp is het versterken van hun persoonlijke ontwikkeling van groot belang. Kinderen die in armoede leven, ervaren vaak meer stress en lopen achter in hun ontwikkeling. Het bevorderen van gelijke kansen is niet alleen in het belang van het individuele kind maar ook van de samenleving als geheel. Gebleken is dat het op individueel niveau voor kinderen en jongeren nadelig is als zij onvoldoende de kans krijgen om zich te kunnen ontplooien. Kinderen en jongeren die minder bevoorrecht zijn ondervinden daarvan ook op latere leeftijd de nadelige gevolgen. Zo heeft kansenongelijkheid een relatie met het (toekomstig) inkomen. Kinderen van ouders met een lagere sociaaleconomische positie blijken kwetsbaarder te zijn gedurende hun schoolloopbaan.
Dit resulteert in een situatie waarin zij met een minder gunstige startpositie de arbeidsmarkt betreden en ook meer kans hebben om in een lagere sociaaleconomische positie terecht te komen. Andere factoren die van invloed zijn op onderwijs- en arbeidsmarktkansen en het inkomen dat kinderen later zullen bereiken, zijn onder meer de buurt waarin kinderen opgroeien, geslacht, etnische achtergrond en gezondheid. Daarnaast is het van cruciaal belang dat inwoners ondersteuning ontvangen bij de uitdagingen die ze met ons bespreken. We streven naar laagdrempeligheid en willen samen met onze gemeenschap de dieperliggende oorzaken van armoede aanpakken, met als uiteindelijk doel armoede tot het verleden te laten behoren.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
7
Hoofdstuk 2. Armoede en schulden CIJFERS
Momenteel wonen er 35.266 personen in de Hof van Twente. Er zijn totaal 15.575 huishoudens. (Cijfers zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS) Van alle huishoudens in de Hof van Twente moet naar schatting: • 661 huishoudens (4,3%) rondkomen van een inkomen tot maximaal 100% Wsm • 919 huishoudens (6,0%) rondkomen van een inkomen tot maximaal 120% Wsm • 1.168 huishoudens (7,7%) rondkomen van een inkomen tot maximaal 130% Wsm Van alle kinderen (6514) in de Hof van Twente groeien naar schatting: • 381 kinderen (5,8%) op in een gezin met een inkomen tot 100% Wsm • 505 kinderen (7,8%) op in een gezin met een inkomen tot 120 % Wsm • 599 kinderen (9,2%) op in een gezin met een inkomen tot 130% Wsm In de Hof van Twente ontvangen 186 huishoudens een vorm van Schuldhulpverlening. Van deze 186 huishoudens is 48% (90 huishoudens) in beeld als minimahuishouden. De 90 huishoudens die gebruik maken van Schuldhulpverlening is 12,9% van de doelgroep 120% Wsm, die de gemeente al kent. Van de 90 huishoudens heeft 53% een uitkering op grond van de Participatiewet. In dit hoofdstuk zetten we in het kort alle informatie die als basis dient voor dit beleidskader op een rij. Voor een betere leesbaarheid en duidelijkheid behandelen we armoede en schulden als aparte onderwerpen, ondanks dat ze vaak raakvlakken hebben.
2.1 Wat is armoede? Armoede wordt door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) gedefinieerd als een langdurige situatie waarin mensen niet beschikken over de middelen die in hun samenleving als minimaal noodzakelijk worden beschouwd voor goederen en voorzieningen. De beoordeling of iemand als arm wordt beschouwd, hangt af van wat in de specifieke samenleving als minimaal noodzakelijk wordt beschouwd (relatieve armoede). Hierdoor is armoede in Nederland niet direct vergelijkbaar met armoede in landen waar bijvoorbeeld hongersnood en droogte heersen (absolute armoede). Bovendien is de definitie van armoede in het hedendaagse Nederland aanzienlijk anders dan die in het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog, gezien de aanzienlijke maatschappelijke veranderingen in de loop der jaren. Normen voor minimaal noodzakelijke uitgaven waren destijds heel anders. Het begrip armoede verwijst ook naar een langdurige situatie, waarbij incidentele situaties waarin iemand gedurende een enkele maand een laag inkomen heeft, over het algemeen niet onder deze definitie vallen. OORZAKEN Armoede kent vaak diverse onderliggende oorzaken. Voorbeelden van mogelijke aanleidingen zijn werkloosheid, een slechte gezondheid, lage basisvaardigheden en psychische problemen.
Bovendien kunnen ingrijpende gebeurtenissen zoals een echtscheiding of het overlijden van een partner bijdragen aan financiële moeilijkheden. Naast persoonlijke factoren wordt armoede ook beïnvloed door sociologische aspecten, waarbij de familie of wijk waarin men opgroeit een rol kan spelen. Dit wordt aangeduid als de overerving van armoede. •
Maatschappelijke oorzaken o Structureel ▪ Demografische ontwikkelingen: vergrijzing en migratie ▪ Technologische ontwikkelingen: automatisering en digitalisering ▪ Economische ontwikkelingen: laagconjunctuur en werkloosheid. o Tijdelijk ▪ Financiële crisis (2008-2013) ▪ Coronacrisis (2020-2022) en Energiecrisis (2022-) BELEID MINIMA EN SCHULDEN
8
•
Persoonlijke oorzaken ▪ Levensloopgebeurtenissen: geboorte, relatiebreuk, partnerverlies of ziekte. ▪ Lage basisvaardigheden Financiële en arbeidscompetenties
•
Beleidsmatige oorzaken ▪ Focus op arbeidsparticipatie gaat ten koste van inkomensbescherming ▪ Complexiteit van het stelsel van sociaal minimum werkt niet-gebruik in de hand en beperkt participatie. ▪ Grote lokale verschillen in minimaregelingen. ▪ Fricties tussen lokale inkomensregels en landelijke belastingregels.
GEVOLGEN Armoede vormt een aanzienlijk vraagstuk dat verder reikt dan slechts het onvermogen om rekeningen te betalen. Mensen die in armoede verkeren, lopen het risico op sociaal isolement, omdat zij bijvoorbeeld niet over voldoende middelen beschikken om deel te nemen aan activiteiten. Daarnaast heeft armoede negatieve gevolgen, waaronder verminderd geluk, verhoogde stress, stigma en schaamte, en een afgenomen gevoel van controle over de eigen situatie. Armoede resulteert in een focus op de korte termijn, wat het moeilijker maakt om effectief te functioneren en weloverwogen beslissingen te nemen op de langere termijn. Deze impact is merkbaar op verschillende levensgebieden, zoals inkomen, arbeid, huisvesting, onderwijs, gezondheid, vrije tijd en sociale interacties. De uitsluitingen binnen deze levensdomeinen zijn onderling verbonden en versterken elkaar. Zo vormt armoede een negatieve spiraal. Dit is de zogenoemde cirkel van armoede, waaruit het vaak moeilijk ontsnappen is. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken, kijken we niet alleen naar het geldaspect van armoede, maar ook naar de psychologische kant ervan.
2.2 Wat zijn problematische Schulden? We spreken van problematische schulden als redelijkerwijs te voorzien is dat een natuurlijk persoon niet langer in staat is zijn schulden te voldoen, of als hij zich in de toestand bevindt dat hij heeft opgehouden te betalen. In dergelijke situaties zijn mensen niet meer in staat om hun uitstaande rekeningen te betalen, wat leidt tot het ontstaan van nieuwe schulden. Concreet wordt er gesproken van problematische schulden wanneer het onwaarschijnlijk is dat iemand zijn schulden binnen een periode van 3 jaar kan aflossen. Bij het aanpakken van schuldenproblematiek doet zich het aanzienlijke probleem voor dat mensen zich vaak pas laat melden bij de Schuldhulpverlening. Gemiddeld wachten mensen vijf jaar na het ontstaan van de eerste betalingsachterstanden voordat ze hulp zoeken. Dit wordt veroorzaakt door verschillende redenen, waaronder schaamte om toe te geven dat men moeite heeft met het beheren van de financiën, de verwachting dat men zelf een oplossing kan vinden en onbekendheid met de weg naar hulpverlening, mogelijk verergerd door taalproblemen en een beperkt sociaal netwerk. Het gevolg van dit uitstel is dat wanneer iemand uiteindelijk hulp zoekt bij de Schuldhulpverlening, de schuld fors is opgelopen en betrekking heeft op meer dan 1 crediteur. Het benadrukt dus het belang van een vroegtijdige aanpak van schuldenproblematiek.
Vroegsignalering van schulden, Vroeg Eropaf is een instrument dat hiervoor wordt ingezet. OORZAKEN Net als bij armoede zijn er meerdere oorzaken waardoor mensen in te schulden komen. Vaak zijn het zogeheten life-events, zoals het verlies van een dierbare, een echtscheiding of werkloos worden. Maar ook na het krijgen van een kind kan het zijn dat je in financiële problemen belandt. Daarnaast kunnen er verschillende andere oorzaken zijn van financiële problemen, zoals lage basisvaardigheden, lichamelijke of verstandelijke beperkingen, psychische- of verslavingsproblematiek.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
9
GEVOLGEN Mensen die te maken hebben met problematische schulden ondervinden hier ernstige gevolgen van. Ook kinderen in het gezin worden negatief beïnvloed door de aanwezigheid van schulden. Er zijn opvallende parallellen met armoede, aangezien het hebben van schulden gepaard gaat met gevoelens van schaamte en sociaal isolement. Deze situatie kan zelfs fysieke gezondheidsproblemen veroorzaken. Het is belangrijk begrip te tonen voor de positie van mensen met schulden, aangezien dit iedereen kan overkomen. Mensen die in armoede verkeren of met schulden te maken hebben, leven vaak gedurende lange tijd in een toestand van schaarste. Dit leidt tot ineffectief gedrag, zoals problemen met plannen en organiseren, impulsief gedrag of juist een gebrek aan motivatie. Het verminderen van stress creëert ruimte in het brein om problemen aan te pakken. Een benadering die rekening houdt met stress, bekend als stress-sensitief werken, kan hierbij helpen. De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek zijn niet alleen vanuit menselijk oogpunt aanzienlijk, maar omvatten ook een geschat verlies aan productiviteit van werknemers met schulden van 20%.
2.3 Armoede en schulden een ingewikkeld probleem Armoede en schulden vormen complexe problemen. Een deel van onze inwoners ervaart helaas weinig voordeel van economische groei en staat onder constante druk door het leven met beperkte financiële middelen. Dit leidt vaak tot een opeenstapeling en versterking van problemen zoals werkloosheid, slechte gezondheid en sociaal isolement. Armoede en schulden zijn dus verweven in een ingewikkeld geheel, waarbij verschillende aspecten elkaar beïnvloeden. Het probleem is complex, bestaande uit meerdere componenten en heeft een hardnekkig karakter. Er zijn geen kant-en-klare oplossingen beschikbaar en (deel)oplossingen moeten vanuit diverse invalshoeken komen. Het is onmogelijk om dit vraagstuk met één beleidsmaatregel of vanuit één partij volledig op te lossen. Het armoedebeleid fungeert als een schakel in een bredere keten van aanpak.
2.4 Opgroeien in armoede In de Hof van Twente zijn 378 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm. Dat is 5,8% van alle kinderen (6514 kinderen) in de Hof van Twente. In de Hof van Twente groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit een tweeoudergezinnen. Dit betekent veel meer dan dat hun ouders simpelweg weinig geld hebben. Dit leidt ertoe dat ze zich op verschillende gebieden niet voldoende kunnen ontwikkelen. Kinderen die opgroeien in armoede: • • • •
Lopen meer risico te worden benadeeld bij de toegang tot onderwijs (lager schooladvies, minder ondersteuningsmogelijkheden, minder stimulans of ondersteuning door ouders); Hebben een hoger risico om vroegtijdig school te verlaten zonder startkwalificatie; Hebben meer moeite met het vinden van een betaalde baan die hen boven de armoedegrens brengt; Missen vaak de competenties en vaardigheden om met de uitdagingen in hun leven en om te ontsnappen aan de armoedecirkel om te gaan.
Het gevolg van het bovenstaande kan zijn dat de kinderen die in armoede opgroeien, arm blijven. Dan krijgen ze zelf kinderen en herhaalt de cyclus van armoede zich. Het opgroeien in langdurige armoede heeft ernstige gevolgen voor de hechting tussen ouder en kind, en het beïnvloedt ook de hersenontwikkeling van het kind, waaronder gedrag en leervermogen. Deze negatieve effecten worden versterkt wanneer armoede samengaat met een lage opleiding van de ouders en andere problemen in het gezin. Langdurige stress bij zowel ouders als kinderen heeft aanzienlijke nadelige gevolgen voor zowel de psychische als fysieke gezondheid gedurende het hele leven. Langdurige armoede kan een belangrijke risicofactor zijn voor kindermishandeling, vaak in combinatie met andere stressfactoren zoals slechte huisvesting en werkloosheid. Jongeren (vooral jongens) die opgroeien in armoede zijn makkelijker vatbaar voor criminele activiteiten. Daarnaast zijn ze het vaakst verdacht van een misdrijf. Er is een duidelijk verband tussen armoede en druk die er ligt op de huidige jeugdhulp. Het doorbreken van de voortdurende cyclus van armoede, schulden en kansenongelijkheid is een enorme uitdaging.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
10
2.5 Armoedeval Armoedeval betekent dat mensen met een uitkering die weer aan het werk gaan, er financieel op achteruit gaan. Het probleem doet zich voor bij mensen met een inkomen net boven de hoogte van de uitkering. Wanneer zij gaan werken, bestaat het risico dat ze toeslagen en andere vormen van inkomensondersteuning verliezen. Dit houdt hen als het ware gevangen in de 'val' van de voorzieningen. Het vroegtijdig opsporen van betalingsachterstanden, oftewel Vroegsignalering van schulden, stelt ons als gemeente in staat om deze doelgroep nauwkeuriger in kaart te brengen en tijdig hulp te bieden. We hebben als doel om geldproblemen bespreekbaarder te maken en het hardnekkige taboe rondom armoede en schulden te doorbreken. In Nederland houden mensen vaak hun financiële problemen voor zichzelf, wat kan leiden tot opstapeling van schulden. Het bespreekbaar maken van deze kwesties, zowel binnen het eigen netwerk als met professionele hulpverlening, vormt een essentiële eerste stap naar een oplossing. Het dreigende verlies aan rechten en inkomsten, kan ‘werkende armen’ (inwoners met een laag inkomen uit werk) weerhouden om meer uren te gaan werken. Ook is er een kans dat de niet-werkende partner van een bijstandsgerechtigde met een minimumuitkering minder gemotiveerd is werk te zoeken. De stimulans om (meer uren) te werken is er namelijk niet.
De armoedeval houdt mensen tegen om te gaan werken. Dit is een ongewenste situatie. Omdat de armoedeval een gevolg is van voorzieningen die het leven van mensen met de laagste inkomens juist moet verbeteren. Uit onderzoek blijkt dat het risico op de armoedeval het grootst is bij (alleenstaande) ouders met kinderen die naar school gaan.
2.6 Financiële stress Armoede heeft in vele opzichten invloed op onze inwoner. Het is meer dan alleen het hebben van een laag inkomen. Uit onderzoek blijkt dat lang leven in armoede samen met de stress daarvan, gevolgen kan hebben op het denkvermogen van mensen. Hierbij daalt het IQ met gemiddeld 13 punten. Sommigen zijn niet meer in staat om naar de lange termijn te kijken. Ze richten zich met name op het oplossen van problemen op korte termijn. Dit kan op korte termijn leiden tot steeds onverstandigere beslissingen, die grote gevolgen kunnen hebben op meerdere leefgebieden. Opgroeien met stress kan grote en langdurige gevolgen hebben voor kinderen. Veel mensen vinden het moeilijk om over hun armoede of geldzorgen te praten. Dit kan grote negatieve gevolgen hebben, omdat er geen of te laat hulp wordt gevraagd. Hierdoor lopen relatief lage achterstanden in snel tempo op tot problematische schulden en ontstaat er een vicieuze cirkel.
2.7 Lage basisvaardigheden Basisvaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden bieden onze inwoners de mogelijkheid om (succesvol) deel te nemen aan onze maatschappij. Inwoners die deze vaardigheden in mindere mate bezitten, kunnen niet zo actief meedoen als inwoners die ze wel hebben. Ongeveer 7% van de inwoners van Hof van Twente heeft veel moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Dit zijn ongeveer 2.500 mensen in Hof van Twente. Vaak hebben deze mensen ook moeite om met de computer om te gaan. Inwoners die moeite hebben met lezen, schrijven en/of rekenen zijn veel vaker langdurig arm, dan niet-laaggeletterden. Armoede en lage basisvaardigheden gaan samen: lage basisvaardigheden is vaak een hindernis om (zelf)redzaam te zijn. En armoede vergroot de kans op lage basisvaardigheden. Schulden ontstaan vaak doordat de overheid te hoge verwachting heeft van de financiële redzaamheid. Inwoners die moeite hebben met lezen of rekenen weten vaak niet de weg te vinden naar (schuld)hulpverlening en regelingen. Onder de schuldenaren zijn heel veel laaggeletterden.
2.8 Wettelijk Kader WETTELIJK KADER In de Participatiewet, de Wet Inburgering 2021, de Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) zijn de wettelijke gemeentelijke taken en het kader vastgelegd. Bij de aanpak van armoede hebben een groot aantal andere wetten ook invloed, zowel binnen als buiten het sociale domein.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
11
Gemeenten hebben een wettelijke taak met betrekking tot (bijzondere) bijstand (inkomensondersteuning) en met betrekking tot Schuldhulpverlening. Bijzondere bijstand is bedoeld om in bepaalde persoonlijke gevallen de gevolgen van armoede te verzachten. Schuldhulpverlening heeft tot doel mensen met (dreigende) problematische schulden te ondersteunen, liefst naar een toekomst zonder schulden. PARTICIPATIEWET De Participatiewet (2015) regelt de ondersteuning van iedereen die kan werken maar het op de arbeidsmarkt zonder ondersteuning niet redt. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen werk vinden, ook mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt en/of een arbeidsbeperking hebben. In de Participatiewet is ook het recht op bijstand, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en overige toeslagen geregeld. Het minimabeleid/armoedebeleid zijn voor een belangrijk deel verankerd in de Participatiewet. Ten behoeve van de versterking en uitvoering van het armoedebeleid wordt door het Rijk aan gemeenten een decentralisatie-uitkering verstrekt, met daaraan specifieke voorwaarden en doelen gekoppeld. VERORDENINGEN EN BELEIDSREGELS Op de diverse onderdelen wordt ons gemeentelijk beleid uitgewerkt in verordeningen en of beleidsregels. Verordeningen worden door de raad vastgesteld en de beleidsregels door het college.
Een limitatieve opsomming van de verordeningen en beleidsregels die van toepassing zijn: Verordeningen: • • • • • •
Verordening individuele inkomenstoeslag 2021 Verordening Participatiefonds 2016 Verordening Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen 2023 Verordening beslistermijn Schuldhulpverlening gemeente Hof van Twente 2021 Re-integratieverordening Participatiewet 20201 Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015
Beleidsregels: • • • • • •
Beleidsregels bijzondere bijstand Hof van Twente 2022 Beleidsregels vrijlaten giften Participatiewet Beleidsregels uitstroompremie naar werk Hof van Twente 2020 Beleidsregels reiskostenvergoeding minima 2019 Beleidsregel Eenmalig energietoeslag gemeente Hof van Twente 2023 Beleidsregels Noodbudget Hof van Twente
GEMEENTE HOF VAN TWENTE IS AANGESLOTEN BIJ : • • • • •
Bereken uw recht Geldfit Inforing Vroegsignalering Nederlandse Schuldhulproute Geldzaken
WET GEMEENTELIJKE SCHULDHULPVERLENING De Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs, 2012) regelt de ondersteuning van mensen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden als redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, en ook de nazorg.
1
Re-integratieverordening wordt geactualiseerd in Q2 2024
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
12
De Wgs biedt de mogelijkheid voor gemeenten en andere instanties om persoonsgegevens van burgers met betaalachterstanden in een vroeger stadium uit te wisselen en daarmee ook eerder (en beter) hulp te kunnen bieden. Voor wat betreft Schuldhulpverlening is het gemeentelijk beleidskader2 bepalend, dit is in overeenstemming met de wettelijke bepaling in de Wgs door de raad vastgesteld. BREDE SCHULDENAANPAK De afgelopen jaren is veel bereikt op het gebied van Schuldhulpverlening en hebben we veel inwoners kunnen helpen met hun financiële problemen. Door een goede samenwerking met de woningcorporaties Viverion en Wonen Delden hebben we onder andere kunnen voorkomen dat inwoners vanwege een huurschuld uit hun woning zijn gezet. Om inwoners met financiële problemen eerder te bereiken, worden inwoners actief benadert vanuit het project “Vroeg Eropaf”. Naast de reguliere schuldhulpverleningstrajecten hebben we ook meerdere huishoudens met een bijstandsuitkering en een problematische betalingsachterstand bij hun zorgverzekeraar of het CAK als het gaat om de wanbetalersregeling kunnen ondersteunen. Het aanpakken en voorkomen van armoede en schuldenproblematiek vereist nauwe samenwerking tussen ministeries, Rijks uitvoerende instanties en gemeenten.
Om die reden is in 2018 de Brede Schuldenaanpak geïntroduceerd waar alle betrokken partijen, vanuit een gedeeld beeld en dezelfde uitgangspunten, het schuldenbeleid invullen en uitvoeren. In de brede aanpak staan als belangrijkste doelen gedefinieerd: • • • • •
Preventie en Vroegsignalering: het voorkomen van problematische schulden en het nemen van maatregelen om deze terug te dringen; Effectieve Schuldhulpverlening: het maken van afspraken om inwoners met schulden effectief te ondersteunen Aandacht voor nazorg; Sociale incasso: bevorderen van een zorgvuldige en maatschappelijk verantwoorde incasso (uitgaan van de belangen van de klant, gaat ongewenste kostenstapeling tegen; Complexiteit van inkomensvoorzieningen aanpakken.
Om deze doelstellingen te bereiken, wordt er op nationaal niveau ingezet op voorlichting, stimulering en het opschalen van slimme combinaties van effectieve methodieken.
2
Beleidsplan Gemeentelijke Schuldhulpverlening 2021-2024
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
13
Hoofdstuk 3. Hof van Twente in Beeld In deze paragraaf geven we inzicht in beschikbare cijfers over de omvang van armoede en de schuldenproblematiek in Hof van Twente. OMVANG ARMOEDE IN HOF VAN TWENTE In het huidige beleid hanteren we een inkomensgrens van 120% van het wettelijk sociaal minimum voor de bijzondere bijstand, minimaregelingen (opgenomen in de bijzondere bijstand), individuele inkomenstoeslag en de collectieve zorgverzekering. Voor de kwijtschelding hanteren we 100 % van het wettelijk sociaal minimum (Wsm), deze is wettelijk bepaald. Om een indicatie te geven hebben we in onderstaande tabel de hoogte van het netto maandinkomen bij een inkomen tot respectievelijk 100% en 120% in euro’s weergegeven. Inkomenspercentage t.o.v. Wsm
Leefvorm
Inkomenspercentage tot 100% Wsm
Alleenstaande/alleenstaande ouder Gehuwd/samenwonend Alleenstaand/alleenstaande ouder Gehuwd/samenwonend
Inkomenspercentage tot 120% Wsm
Jonger dan pensioengerechtigde leeftijd
Ouder dan pensioengerechtigde leeftijd
€ 1.219,64
€ 1.354,47
€ 1.742,34 € 1.463,57
€ 1.835,70 € 1.625,36
€ 2.090,81
€ 2.202,84
Om te bepalen hoeveel huishoudens in Hof van Twente in armoede leven, gebruiken we de grens van het wettelijk sociaal minimum als maatstaf. Het sociaal minimum is het minimale bedrag dat een persoon nodig heeft om ze in zijn of haar levensonderhoud de basisbehoeften te kunnen voorzien (bron: Rijksoverheid). Tweemaal per jaar worden de bedragen vastgesteld door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het wettelijk sociaal minimum is enerzijds gekoppeld aan de echtpaarnorm voor een Participatiewet uitkering, anderzijds ook aan de Wet op het minimumloon. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laat zien hoeveel huishoudens Hof van Twente kent (2023). Wanneer wij uitgaan van het totaal aantal huishoudens (bron CBS) en daarnaast in beeld brengen welke huishoudens (100%/120% Wsm) wij in beeld hebben, kunnen wij een beeld vormen van hoe groot de armoede in Hof van Twente is (2023). Onderzoeksbureau KWIZ heeft vervolgens een inschatting gemaakt over het vermoedelijke aantal huishuishoudens met een inkomenspercentage (100%/120%/130%) in onze gemeente. Tot een huishouden kunnen meerdere personen behoren. Minimahuishoudens naar inkomen in Hof van Twente HvT aantal huishoudens in beeld Inkomenspercentage tot 100% Wsm Inkomenspercentage tot 120% Wsm Inkomenspercentage tot 130% Wsm
533 700 Niet in beeld
Totaal aantal huishoudens HvT (CBS)
15.575
KWIZ-prognose aantal huishoudens HvT (100%/ 120%/ 130 %)
Percentage doelgroep in HvT
661 919 1.168
4,3% 6,0% 7,7% 100%
Bron: Armoedemonitor KWIZ
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
14
Minimakinderen naar inkomenspercentage Inkomenspercentage t.o.v. Wsm HvT aantal kinderen in beeld Inkomenspercentage tot 100% Wsm Inkomenspercentage tot 120% Wsm Inkomenspercentage tot 130% Wsm
263 378
Totaal aantal kinderen
6514
Schatting van het totaal Percentage aantal kinderen minimakinderen 381 505 599
5,8% 7,75% 9,2% 100%
Bron: Armoedemonitor KWIZ
Bereik van minimaregelingen Hof van Twente ten opzichte van Landelijk bereik 80% 71% 70% 70% 60% 51% 50%
45%
40% 30%
26%
30%
30%
30%
25% 20%
16%
20%
8%
10% 0% Kwijtschelding
Individuele inkomenstoeslag
Bijzondere bijstand
HvT
Participatiefonds
Regeling Schoolgaande kinderen
Jeugd Sport & Cultuurfonds
Landelijk
Bron: Armoedemonitor KWIZ. Bovenstaande percentages zijn in beeld bij Hof van Twente. Daarnaast zijn er ook scholen en/ of sportverenigingen die incidenteel een bijdrage leveren aan de minimahuishoudens voor een sportactiviteit of een dagje uit. Het bereik hiervan is onbekend.
Inkomensverdeling Schuldhulpverlening
Schuldhulpverlening
overige huishoudens 52%
tot 120% Wsm
overige huishoudens
tot 120% Wsm 48%
Totaal 190
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
15
Hoofdstuk 4. Beleid herijken We willen iedereen een kans te geven om mee te doen in de samenleving. Meedoen kost vaak geld. Vooral voor kinderen kan armoede ervoor zorgen dat zij niet mee kunnen doen op school en met sport, muziek en verjaardagspartijtjes. Maar ook voor volwassenen belemmert armoede actieve deelname aan de samenleving. Niet meedoen heeft een negatief effect op gedrag, gezondheid en (school)prestaties en vergroot de kans op armoede in de toekomst (bron: Divosa). Het onderzoeksbureau KWIZ heeft een analyse uitgevoerd om te beoordelen in hoeverre het huidige aanbod aansluit bij de behoeften van zowel de minimadoelgroep als de doelgroep die gebruikmaakt van Schuldhulpverlening. Het onderzoek richt zich op de meningen van de doelgroep met betrekking tot onze dienstverlening, de effecten van het beleid, het gebruik en bereik van diverse regelingen die we aanbieden, en het aanbod van Schuldhulpverlening. De uitkomsten van dit onderzoek laten zien dat het bestaande beleid geactualiseerd moet worden om een bredere participatie mogelijk te maken. De belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit de onderzoeken zijn gevormd tot zes doelen.
Wij stellen zes doelen voor het nieuwe beleid:
1. Op 1 januari 2026 hebben wij een stijging van 20% van het gebruik van de minimaregelingen in de minimadoelgroep gerealiseerd, door de bekendheid van de regelingen te vergroten. Uit de evaluatie van het onderzoek door KWIZ blijkt dat er ruimte is voor verbetering in de bekendheid en het gebruik van de regelingen. Het is onze taak om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk inwoners op de hoogte zijn van de regelingen en de stap durven te zetten om de gemeente om hulp te vragen. 2. Op 1 januari 2026 hebben wij een stijging van 20% van het aantal contactmomenten met inwoners over problematische schulden, waarbij wij focussen op preventie en vroegtijdige ondersteuning. Preventie kent veel vormen en begint al bij onze jongste inwoners. Om tot een trendbreuk te komen op het gebied van gezondheid en meedoen in onze samenleving investeren we hierin. Onze jongsten kansrijk geboren laten worden en gelukkig en gezond laten opgroeien is een investering in hun leven en in dat van hun kinderen. Zij zijn de ouders van de toekomst en wensen een fijn leven, zonder geldzorgen. Het voorkomen van financiële problemen, het uit de hand lopen van schulden (Vroegsignalering) of herhaling (recidive), draagt daaraan bij. Met preventie willen we de financiële zelfredzaamheid van inwoners vergroten en gezond financieel gedrag aanmoedigen.
Het vroeg signaleren van betalingsachterstanden en beginnende schulden voorkomt dat problemen verergeren. Het inzetten op training financiële zelfredzaamheid biedt inwoners handvatten. De aanpak van beginnende schulden is in een vroege fase nog relatief eenvoudig en het effect hoog. Als er sprake is van problematische schulden, een inwoner zijn of haar schulden niet meer kan aflossen en/of is gestopt met het betalen van de primaire vaste lasten, is het voor ons en taak om er “vroeg bij te zijn”. Het doorbreken van de “cirkel van armoede” is een grote uitdaging bij de ontwikkeling van preventieactiviteiten. Wie eenmaal in deze “cirkel” belandt, komt daar moeilijk uit. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat de kans om in het 1e jaar uit de armoede te stromen ongeveer 60% is. Na dit eerste jaar daalt dit tot ongeveer 20%. Het is belangrijk dat we onze aandacht richten op preventie. We kunnen onze inwoners ondersteunen door o.a. inzet training financiële zelfredzaamheid. 3. Gelijke kansen voor alle kinderen, zodat zij volledig kunnen deelnemen aan de samenleving en een stevige basis kunnen leggen voor hun toekomst. Wij willen kansengelijkheid vergroten en inwoners met een laag inkomen uitzicht geven op een beter bestaan. De aanpak verschilt per persoon. Voor de één is het werk, voor de ander een opleiding en voor
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
16
een derde zijn of haar weg vinden in de moeilijke samenleving door het aanleren van (basis)vaardigheden. Of een combinatie daarvan. Hier werken we samen met onze inwoners en maatschappelijke partners aan. In de Hof van Twente streven we naar een betere financiële situatie van jongeren. We richten ons op het verlagen van het percentage jongeren dat moeite heeft met maandelijks rondkomen. Bij het jongerenloket van Salut, genaamd Joe, worden jongeren ondersteunt waar nodig, om ze op die manier de meest optimale kansen te kunnen bieden. Dit betekent jongeren stimuleren en ondersteunen om onderwijs te volgen en te voorkomen dat ze uitvallen. Waar onderwijs niet passend is, zetten we in op ondersteuning richting de arbeidsmarkt. Hierbij wordt samengewerkt met werkcoach van gemeente, Salut doorstroompunt (voorheen RMC) en Werkplein, om werk te vinden of vaardigheden te ontwikkelen. We kijken vanuit de verschillende (leef)gebieden wat een huishouden nodig heeft om verder te komen. Uitgangspunt hierbij is om te kijken naar de talenten en de krachten van onze inwoner. We stimuleren de inwoner om zijn of haar talenten en krachten te ontdekken en te vergroten. Professionals en vrijwilligers spelen een grote rol in het bevorderen van de eigen regie van onze inwoners, het aanspreken van kwaliteiten, het ontwikkelen van vaardigheden en het vergroten van eigenwaarde en zelfvertrouwen.
Het vergroten van deze eigenschappen draagt bij om stress en spanningen te verminderen, problemen op te lossen of stabiel te houden. 4.
Een eenvoudige en toegankelijke dienstverlening voor alle inwoners.
Communicatie is belangrijk. Ons doel is het besef, de openheid, vindbaarheid en het imago over armoede en schulden te verbeteren. We geven makkelijke en eenvoudige informatie over armoede en schulden. We houden in onze communicatie rekening met lage basisvaardigheden. De boodschap en communicatiemiddelen sluiten aan bij de verschillende doelgroepen. We vereenvoudigen de aanvraagprocedures en willen laagdrempelig zijn voor iedereen. We zorgen dat meer werkende armen en ondernemers met een laag inkomen onze regelingen kennen. 5.
Een sterk samenwerkingsverband tussen verschillende maatschappelijke partners met een domein overstijgende aanpak.
Een belangrijk uitgangspunt van onze domein overstijgende aanpak is dat we de samenwerking met ketenpartners (verder) versterken en verstevigen. Dit vergroot de kans dat onze aanpak werkt. Het is belangrijk dat iedereen die onze inwoner helpt, elkaar weet te vinden en de juiste kennis heeft en inzet. Het karakter, de grootte en de verschillen van de problemen vraagt om een stevige samenwerking en gezamenlijke verantwoordelijkheid. We werken samen met Salut, Stadsbank Oost-Nederland, Vluchtelingenwerk, Jeugd- Sport en Cultuurfonds, Noodfonds Stichting Urgente Noden, Voedselbank, Woningcorporaties, kerken in de Hof van Twente en stichting Pax Kinderhulp. Er worden tussen de verschillende maatschappelijke partners afspraken gemaakt over de rol van de verschillende hulpverleners en hun verantwoordelijkheid. Ook zijn er veel goede initiatieven van vrijwilligers, fondsen (bijvoorbeeld Noodfonds Stichting Urgente Noden en het landelijke Noodfonds energiekosten). De verbinding, samenwerking en afstemming tussen al deze partners en het kennen en kunnen vinden van onze minimaregelingen, is een belangrijke sleutel tot succes. 6.
Armoede bespreekbaar maken.
Door actief de dialoog aan te gaan met onze inwoners en hun vertrouwen te winnen, willen we tegemoetkomen aan de schaamte die vaak gepaard gaat met financiële problemen. Dit helpt de drempel te verlagen, zodat mensen openlijk praten over hun geldzorgen en hulp durven te zoeken. Het delen van verhalen door ervaringsdeskundigen, die door het bespreken van hun eigen problemen uit de schulden zijn gekomen, draagt bij aan deze aanpak. Mensen zijn doorgaans eerder geneigd advies aan te nemen van iemand met persoonlijke ervaring, omdat zij zich (deels) kunnen identificeren met deze individuen.
BELEID MINIMA EN SCHULDEN
17
Hoofdstuk 5. Minimaregelingen 5.1 Wat gaan wij doen? Onze aanpak armoede en schulden begint niet bij nul. In de afgelopen jaren hebben we al veel gedaan om inwoners in armoede en schulden te helpen, zowel vanuit preventie maar ook als oplossing bij bestaande problemen. De aanpak samen met onze inwoners en maatschappelijke partners worden verder versterkt, verbonden en vergroot.
Om dat wat we doen nog beter te maken!
Veel aspecten van het sociale beleid, zoals de hoogte van uitkeringen in het kader van de Participatiewet en de toekenning van toeslagen zoals huur-, zorg- en kinderopvangtoeslag, worden op nationaal niveau bepaald door de overheid. Deze landelijke regelingen bieden een kader voor de uitvoering van sociaal beleid in gemeenten en zijn bedoeld om consistentie en gelijkheid binnen het hele land te waarborgen. Gemeenten hebben vaak wel enige beleidsruimte binnen deze kaders, bijvoorbeeld in de uitvoering en toekenning van aanvullende lokale regelingen of voorzieningen. De beperkte invloed die wij als gemeente hebben zetten we zo goed mogelijk in om met onze instrumenten zoveel mogelijk voor de doelgroep te betekenen. Als gemeente bieden we diverse regelingen voor huishoudens met een laag inkomen. We zetten deze regelingen in om inwoners een steuntje in de rug te geven en iedere inwoner zoveel mogelijk te laten deelnemen aan de samenleving. Wat gaan we doen? •
• • • • • •
Aansluiten bij Stichting Sam& Overijssel: het samenwerkingsverband tussen Sam& Nederland, Leergeld Nederland, Stichting Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Jarige Job en Stichting Kinderhulp; Aansluiten bij Volwassenfonds Sport en Cultuur; Uitbreiden minimaregelingen voor volwassenen met maatschappelijke participatie, een bijdrage voor een fiets en een voucher kringloopwinkels; Het bedrag van de individuele inkomenstoeslag verhogen en het maken van een splitsing in huishoudens gehuwden/samenwonenden met en zonder kinderen; De collectieve Zorgverzekering Menzis, GarantVerzorgd 1, 2 en 3 uitbreiden met een mogelijkheid tot het verzekeren van het wettelijk eigen risico; Duidelijkheid geven over welke minimaregelingen beschikbaar zijn en dat informatie makkelijk te vinden is. Aanvraagprocedures vereenvoudigen; Certificering van het Digi-Taalhuis en het proactief screenen op lage basisvaardigheden.
5.2 Minimaregelingen - Bijzondere Bijstand In deze paragraaf benoemen we de huidige minimaregelingen die zijn opgenomen in de Beleidsregels Bijzondere bijstand. Minimaregelingen die we ook in het nieuwe beleidskader willen behouden. Deze lichten we kort toe. Daarnaast benoemen we de ontwikkelingen, waarop we de komende periode meer het accent willen gaan leggen. Met als aandachtspunt, dat de minimaregelingen afzonderlijk worden opgenomen in een nieuw op te stellen Verordening bijdrageregeling minimabeleid Gemeente Hof van Twente 2025. Bijzondere bijstand Artikel 35 van de Participatiewet in Nederland regelt de bijzondere bijstand. Bijzondere bijstand is een vangnetregeling die bedoeld is voor mensen met een laag inkomen die extra kosten hebben die zij niet kunnen betalen. Het kan gaan om onvoorziene of bijzondere kosten die niet uit de reguliere uitkering of het inkomen kunnen worden voldaan. BELEID MINIMA EN SCHULDEN
18
Enkele voorbeelden van situaties waarin bijzondere bijstand kan worden verleend, zijn medische kosten, kosten voor bewindvoering of kosten voor duurzame gebruiksgoederen. Ook de doelgroep (gehuwden of samenwonende) die te maken hebben met de alleenverdieners problematiek, kunnen bijzondere bijstand aanvragen. De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet en dus ook voor het verstrekken van bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand wordt individueel beoordeeld op basis van de specifieke situatie van de aanvrager. Personen die denken in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand, kunnen contact opnemen met de gemeente waarin zij wonen om de mogelijkheden te bespreken en een aanvraag in te dienen. De bijzondere bijstand is gebaseerd op artikel 35 van de Participatiewet, waardoor het een wettelijke verplichting is voor gemeenten om deze vorm van ondersteuning te bieden aan mensen die financiële moeilijkheden ondervinden. Bijzondere bijstand kan worden verstrekt ter vergoeding van bijzondere kosten in het individuele geval die naar het oordeel van het college niet betaald kunnen worden uit de algemene bijstand (of een daarmee in hoogte vergelijkbaar inkomen), de individuele inkomenstoeslag of de draagkracht van het huishouden.