CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

09 TAM-omgevingsplan Rikkerinksweg 6 Regels

Gemeenteraad 15 september 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 11: TAM Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden11.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2 alinea's met “opening”: 12 16

Plan: TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Status: vastgesteld Plantype: bestemmingsplan IMRO-idn: NL.IMRO.1735.BGxRikkerinksweg6-VS10 Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen Artikel 3 Toepassingsbereik Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 4 Agrarisch met waarden Artikel 5 Wonen Artikel 6 Wonen - Vab Artikel 7 Leiding - Brandstof Artikel 8 Waarde - Archeologische verwachting 1 Artikel 9 Waarde - Archeologische verwachting 3 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Artikel 11 Algemene regels voor bouwactiviteiten Artikel 12 Algemene regels voor functies en activiteiten Artikel 13 Algemene aanduidingsregels Artikel 14 Algemene afwijkingsregels Artikel 15 Regels in verband met vrijkomende agrarische bebouwing Artikel 16 Overige regels Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 17 Overgangsrecht Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van ontwikkeling op de locatie Rikkerinksweg 6 in Ambt-Delden en is als een nieuw hoofdstuk 22n opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, lid 2 Besluit elektronische publicaties bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl.

Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22n van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22n gelezen worden. De bijlage bij de in deze voorziening weergegeven hoofstukken moet gelezen worden als onderdeel van Bijlage 22n bij het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van dit hoofdstuk geldt ten aanzien van de begripsbepalingen dat de bijlage bij de Omgevingswet, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, overeenkomstig van toepassing zijn op dit 'TAM- omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden', tenzij in onderhavig artikel daarvan is afgeweken.

1.1 plan Het “TAM-Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden" met identificatienummer NL.IMRO.1735.BGxRikkerinksweg6-VS10 van de gemeente Hof van Twente. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 1/22 1.2 TAM-Omgevingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.5 aan- en uitbouwen een gebouw dat is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.6 aan huis verbonden beroep een (para)medisch, juridisch, administratief, therapeutisch, ontwerptechnisch, adviesgevend of daarmee gelijk te stellen dienstverlenend beroep, alsmede nevenactiviteiten in de vorm van kappers, autorijscholen, assurantiekantoren, verzekeringskantoren, schoonheidsspecialistes, hondentrimsalons, kinderopvang, pedicures en naar de aard daarmee qua uitstraling op het woonmilieu vergelijkbare activiteiten en met uitzondering van detailhandel en webwinkels, maar inclusief internetverkoop, dat in (bijgebouwen bij) de eigen woning wordt uitgeoefend, waarbij ten hoogste 25% van de oppervlakte van de woning inclusief (bij)gebouwen wordt gebruikt met een maximum van 50 m² en de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtererfgebied erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant van het hoofdgebouw; 1.8 agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden, fokken en/of africhten van dieren, met dien

verstande dat gebruiksgerichte paardenhouderijen niet zijn toegestaan; 1.9 agrarisch hulpbedrijf een niet- industrieel bedrijf dat is gericht op het leveren van dieren, goederen en diensten aan agrarische bedrijven dan wel op het verwerken of opslaan van dieren en goederen, die afkomstig zijn van agrarische bedrijven; 1.10 agrarisch medegebruik een agrarisch gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie waarbinnen dit agrarisch gebruik is toegestaan; 1.11 archeologisch deskundige De regionaal (beleids)archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg. 1.12 archeologische relicten Zaken welke zijn overgebleven uit een vroeger tijd en getuigen van een toestand die toenmaals was, en daarmee cultuurhistorisch waardevol zijn. 1.13 archeologische verwachting Een toegekende hoge, middelhoge of lage archeologische verwachting in verband met de kennis en wetenschap van de in dat gebied te verwachten overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden. 1.14 archeologische waarde Een toegekende archeologische waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.

1.15 archeologisch onderzoek Onderzoek (bureauonderzoek en/of boren en/of geofysisch onderzoek en/of graven en/of begeleiden) verricht door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het College van de 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 2/22 Archeologische Kwaliteit (CvAK/SIKB), beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 39 MW en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.16 bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.17 bedrijf Een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.18 bed & breakfast Een kleinschalige overnachtingaccommodatie bestaande uit maximaal vier bedden, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en kortdurend verblijf in de bestaande en legale woning in combinatie met het serveren van ontbijt, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte ten behoeve van bed & breakfast maximaal 50 m² mag bedragen.

1.19 bedrijfsgebouw Een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf, niet zijnde de bedrijfswoning. 1.20 bedrijfswoning Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die hoort bij en waarvan (een lid van) het huishouden functioneel gebonden is aan een bedrijf, instelling of voorziening in dat gebouw of op dat terrein. 1.21 begane grondvloer de vloer van een gebouw, niet zijnde een keldervloer, op het peilniveau; 1.22 bestaand en legaal a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b.

bij gebruik: het gebruik dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat en in overeenstemming is met het voorheen geldende planologische regime, waarbij geldt dat voor zover het gebruik betrekking heeft op nevenactiviteiten, deze nevenactiviteiten mogen worden uitgeoefend in de vorm en omvang zoals toegestaan op grond van het voorheen geldend planologisch regime; 1.23 bijgebouw een bovengronds vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm, functie, situering en/of afmetingen ondergeschikt is aan dat op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; 1.24 bomenrij Een rij streekeigen bomen (bijvoorbeeld langs een weg of sloot) waarbij de rij een minimale lengte heeft van 50 meter. Bomen die geplant worden hebben een diameter van minimaal 10 cm. 1.25 bos Is een vegetatie die voornamelijk uit bomen bestaat met de daarbij behorende ondergroei van planten en struiken. Een bos bestaat uit streekeigen beplanting en heeft een oppervlakte van minimaal 1.000 m2. 1.26 bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.27 bouwgrens De grens van een bouwvlak. 1.28 bouwmassa een verzameling bij elkaar horende gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aanéén gebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen.

1.29 bouwperceel 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 3/22 Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.30 bouwperceelgrens De grens van een bouwperceel. 1.31 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.32 bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.33 calamiteit Een (natuur)ramp of een niet-verwachte gebeurtenis, die ernstige schade veroorzaakt. 1.34 camper een motorvoertuig dat ingericht is om in te verblijven; 1.35 caravanstalling het stallen van caravans, campers, tentwagens en overige kampeermiddelen. 1.36 complex onder complex wordt verstaan erfverharding, (mest)kelders, (mest)silo's etc. deze moeten bij toepassing van de Rood voor Rood- regeling worden verwijderd.

1.37 cultuurhistorische waarden De aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. 1.38 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.39 dienstverlening het bedrijfsmatig verrichten van activiteiten welke bestaan uit het verlenen van diensten aan derden, met of zonder rechtstreeks contact met het publiek; 1.40 ecologische waarden de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door de onderlinge betrekkingen tussen dieren en planten en de omgeving waarin zij leven; 1.41 erfensemble Het geheel van binnen een bouwperceel voorkomende bebouwing dat in samenhang zorgt voor een kenmerkend beeld van dat bouwperceel. 1.42 functiegrens De grens van een functie. 1.43 functievlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie. 1.44 gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.45 gebruiken gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 4/22 1.46 gebruiksgerichte paardenhouderij een bedrijf dat zich richt op het recreatief gebruik van paarden. Hieronder worden ook maneges en paardenpensions begrepen; 1.47 grondgebonden agrarisch bedrijf Een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel zoals melkrundvee, schapen en paarden. Het biologisch houden van vee wordt geschaard onder een grondgebonden agrarisch bedrijf.

1.48 herbouw het oprichten van een bouwwerk, waarbij van het bestaande bouwwerk meer dan 60% van het oppervlak aan bestaande buitenwerkse gevels en daken wordt gesloopt' 1.49 hobbymatig agrarisch gebruik het gebruik van grond ten behoeve van agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd; 1.50 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige functie van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die functie het belangrijkst is 1.51 horeca Het begrip horeca is onderverdeeld in drie categorieën: Horeca categorie I: Een bedrijf waar hoofdzakelijk overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, conferentiecentrums, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven. Horeca, categorie II: Een horecabedrijf, waar meestal in hoofdzaak alcoholische dranken worden verstrekt en/of waarvan de exploitatie doorgaans overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals cafés, bars, snackbars en cafetaria's, inclusief het geven van feesten en partijen.

Horeca, categorie III: Een horecabedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van dranken voor gebruik ter plaatse, waarbij het doen beluisteren van overwegend mechanische muziek en het gelegenheid geven tot dansen, wezenlijke onderdelen vormen en waarvan de exploitatie doorgaans overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken, zoals discotheken, dancings en nachtclubs. 1.52 huishouden een persoon of groep personen die gezamenlijk een huishouding voert. 1.53 inrichtingsplan Een plan bij realisering van nieuwe bouw- en/of gebruiksmogelijkheden waarin de ruimtelijke inpassing hiervan in de bestaande situatie wordt beschreven. 1.54 internetverkoop: het verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van voor publiek toegankelijke winkelruimte of showroom en het ter plaatse afhalen van goederen; 1.55 inwoning Maximaal drie huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen (zoals een gezamenlijke rioolaansluiting en/of hemelwatervoorziening en/of ruimte) en waarbij de woning uiterlijk uit één bouwmassa bestaat.

1.56 kampeermiddel tenten, tentwagens, kampeerauto's of toercaravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover niet als bouwwerk aan te merken, die geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf, niet zijnde een stacaravan, chalets of trekkershutten; 1.57 kampeerterrein 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 5/22 Een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens de inrichting bestemd, om daarop een gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

1.58 kantoor een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi) overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen/het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.59 karakteristieke bebouwing Gebouwen die zijn aangewezen als Rijksmonument of gemeentelijk monument, alsmede gebouwen met een typisch Twentse bouwstijl of bebouwing die deel uitmaakt van een beeldbepalend ensemble, dan wel bebouwing die door de welstandscommissie of de ervenconsulent van het Oversticht als zodanig kan worden aangemerkt. 1.60 kas een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, bloemen en/of planten, zoals een schuurkas en een permanente boog-/ tunnelkas; 1.61 kelder Een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen.

1.62 kleinschalig kampeerterrein het houden van een kampeerterrein voor ten hoogste 25 kampeermiddelen, met dien verstande dat buiten de periode van 15 maart tot en met 31 oktober geen kampeermiddelen aanwezig mogen zijn, met uitzondering van campers. Deze mogen jaarrond aanwezig zijn op kleinschalige kampeerterreinen; 1.63 landschappelijke waarden de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare -al dan niet begroeide- deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van niet-levende en levende natuur; 1.64 lichte horeca Een bedrijf waar hoofdzakelijk overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, conferentiecentra, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven. 1.65 natuurwaarden de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge ecologische samenhang; 1.66 nevenactiviteit Een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel oppervlakte (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat en de omgevingskwaliteit.

1.67 nieuwbouw het geheel oprichten van een bouwwerk, op een plek waar nog niet eerder een bouwwerk heeft gestaan, dan wel op de plek waar een bestaand bouwwerk heeft gestaan maar waarvan de fundering is verwijderd. 1.68 ondergronds Onderpeil. 1.69 overkapping een bouwwerk van één bouwlaag dat dient ter overdekking en niet of slechts gedeeltelijk met wanden is omgeven (hieronder mede begrepen carports). Een overkapping is geen overig bouwwerk en de oppervlakte hiervan wordt meegerekend bij de oppervlakte van bijgebouwen, met uitzondering van overkappingen die zijn aangebouwd aan de woning 1.70 paardenbak Een terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 6/22 1.71 peil a. voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 35 cm boven de kruin van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.

voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde bouwhoogte van het aansluitend terrein. 1.72 permanente bewoning Het gebruiken/bewonen als hoofdverblijf gedurende een aaneengesloten periode van meer dan vier weken, dan wel voor recreatieve verhuur aan één en dezelfde persoon gedurende meer dan 35 dagen per jaar. 1.73 plattelandsappartement Een (deel van) een (voormalig) agrarisch gebouw welke blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf, waarbij wordt overnacht in kamers of zelfstandige eenheden, al dan niet in combinatie met een dagverblijf, met dien verstande dat een plattelandsappartement maximaal 4 slaapplaatsen per appartement mag hebben, en dat de gebruiksoppervlakte per plattelandsappartement maximaal 50 m² mag bedragen. 1.74 plattelandswoning een voormalige agrarische bedrijfswoning die door derden, die geen functionele binding hebben met het bedrijf, mag worden bewoond; 1.75 prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.76 recreatiewoning Een permanent ter plaatse aanwezig gebouw, bestemd om uitsluitend door (het huishouden van) een persoon of groep van personen dat/die zijn hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar te worden gebruikt voor weekend en/of verblijfsrecreatie.

1.77 seksinrichting Een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.78 stacaravan Een caravan of soortgelijk onderkomen op wielen, met één woon/bouwlaag, dat mede gelet op de afmetingen, kennelijk niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen ook over grotere afstanden als een aanhangsel van een auto te worden voortbewogen.

1.79 straalverbinding optisch vrij pad ten behoeve van de telecommunicatie; 1.80 teeltondersteunende voorzieningen bouwwerken, niet zijnde kassen, die door grondgebonden agrarische bedrijven toegepast worden om de teelt van fruit, bomen, groente of potplanten te bevorderen en te beschermen; hieronder wordt mede begrepen afdekfolies en palen ten behoeve van wijnteelt; 1.81 traditionele bebouwing bebouwing met een typisch Twentse bouwstijl die aansluit op de karakteristiek van ter plaatse aanwezige bebouwing en die wordt/is opgericht met gebruik van traditionele voor de streek kenmerkende materialen; 1.82 trekkershut een recreatieverblijf van eenvoudige houtenconstructie en beperkte omvang, voor (nacht)verblijf en niet permanente bewoning door passanten; 1.83 uitvoeren Uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven. 1.84 veldschuur Een vrijstaand eenvoudig gebouw zonder verdieping die gebruikt wordt of voorheen gebruikt werd als schuilplaats voor vee, opslag van agrarische hulpmaterialen zoals machines of opslag van gewassen zoals stro, hooi en zaagsel. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03.

Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 7/22 1.85 verblijfsrecreatie Recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf in de vorm van kampeermiddellen, stacaravans of trekkershutten door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben. 1.86 voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van inwerkingtreding van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt. 1.87 woning Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van maximaal één huishouden dan wel meerdere huishoudens indien sprake is van inwoning. Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in meters (m), m² of m³ zijn uitgedrukt. Voor zover de meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 in strijd zijn met de meet- en rekenbepalingen in dit artikel, gaan deze meet- en rekenbepalingen voor. Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk: Tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 de afstand tot de perceelgrenzen: tussen de grenzen van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.7 ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen binnen bouwvlakken of functievlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. functiegrens, met niet meer dan 1 m wordt overschreden. Bij toepassing van deze regels wordt gemeten vanuit het hart van een lijn.

Artikel 3 Toepassingsbereik a. De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder b, g, h, i of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in het derde lid. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 8/22 b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. c. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1735.BGxRikkerinksweg6-VS10 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl/.

Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten Artikel 4 Agrarisch met waarden 4.1 Functieomschrijving De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud van de aanwezige landschapswaarden zijnde: beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden, natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn ze bestemd voor: a. de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, b. hobbymatig agrarisch gebruik buiten het bouwvlak; c. de bestaande en legale nevenactiviteiten; d. aan huis verbonden beroepen; e. de bestaande en legale paardenbakken binnen het bouwvlak of direct aansluitend aan de functie Wonen of Wonen-Vab, alsmede een paardenbak ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; f. extensieve dagrecreatie met bijbehorende wegen en paden; g. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; h. de bestaande nutsvoorzieningen; i. voorzieningen ter wering van geluidhinder in de vorm van een aarden wal ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal' met een hoogte van maximaal 3,5 m; j. detailhandel, met dien verstande dat uitsluitend verkoop van ter plaatse geproduceerde goederen is toegestaan; k.

tijdelijke (maximaal 12 maanden) opslag van organisch materiaal ten behoeve van verbetering van de bodemstructuur; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, tuinen en erven. 4.2 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 4.2.1 Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen, teeltondersteunende voorzieningen en bedrijfswoningen zijn niet toegestaan buiten bouwvlakken. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voldoen aan de volgende kenmerken: a. bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, buiten het bouwvlak bedraagt maximaal: 1. bouwwerken geen gebouwen zijnde 1 m; 2. sleufsilo's en kuilvoerplaten zijn niet toegestaan; 3. lichtmasten zijn niet toegestaan. 4.2.3 Toepassing bouwregels Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11 in acht genomen. 4.3 Omgevingsplanactiviteit 4.3.1 Paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4.1 voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. binnen het bouwvlak dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak, dan wel direct aansluitend aan de gronden met de functie Wonen of Wonen-Vab met inachtneming van de volgende maten: 1. minimaal 30 m uit de as van de weg; 2. minimaal 30 m vanaf woningen van derden; b.

voor zover de paardenbak direct aansluitend aan gronden met de functie Wonen of Wonen-Vab is geprojecteerd, is deze uitsluitend toegestaan voor zover deze wordt gerealiseerd ten behoeve van de, op aangrenzende gronden gelegen, functie Wonen of Wonen-Vab; 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/v… 9/22 16-07-2026, 10:39 | TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels c. de oppervlakte maximaal 800 m | 2 bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte binnen het bouwvlak maximaal 1.200 m | 2 mag bedragen; d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd. 4.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel | 4.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a.

het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie-, en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; b. het aanleggen, verbreden, verharden en verwijderen van wegen, paden, parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; c. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden met meer dan 0,4 m; d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen. 4.4.2 Voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ter plaatse aanwezige landschappelijke waarden en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 4.4.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van de een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning.

Artikel 5 Wonen 5.1 Functieomschrijving Gronden binnen de functie 'Wonen' mogen worden gebruikt voor: a. maximaal één woning per functievlak, waarbij inwoning is toegestaan; b. aan huis verbonden beroepen; c. bed & breakfast; d. de bestaande en legale paardenbakken; e. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen functies; f. het uitvoeren en instandhouden van landschapsmaatregelen, conform het in Bijlage 1 bij de regels opgenomen efinrichtingsplan. met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven. 5.2 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 5.2.1 Woningen Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a. voor zover binnen een functievlak één of meerdere bouwvlakken zijn opgenomen, worden woningen binnen het bouwvlak gebouwd; b. de goothoogte bedraagt maximaal 4 m; c. de bouwhoogte is maximaal 10 m; d. de inhoud bedraagt maximaal 750 m³ per woning. 5.2.2 Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… | 10/22 a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m; b. oppervlakte per woning, maximaal 150 m2; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 6 m.

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. zonnepanelen 1,5 m; d. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m. met dien verstande dat lichtmasten niet zijn toegestaan bij paardenbakken. 5.2.4 Toepassing bouwregels Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11 in acht genomen. 5.3 Specifieke functieregels 5.3.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen functieomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b.

in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in lid 5.1 opgenomen functiesomschrijving in gebruik worden genomen, indien binnen 24 maanden na onherroepelijk worden van dit TAM- omgevingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 5.4 Omgevingsplanactiviteit 5.4.1 Kleinschalig kampeerterrein Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits: a. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt; b. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt; c. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2; d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; f.

geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; h. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente. 5.4.2 Paardenbakken Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.1 voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. de afstand van de paardenbak minimaal: 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt; 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt; c. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd. 5.4.3 Andere landschapsmaatregelen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.3.1 waarbij andere landschapsmaatregelen getroffen worden, met dien verstande dat deze minimaal gelijk zijn aan de genoemde landschapsmaatregelen als gesteld in Bijlage 1. Verder geldt het volgende: a.

er wordt voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarde als gesteld in het inrichtingsplan; 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 11/22 b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. Artikel 6 Wonen - Vab 6.1 Functieomschrijving Gronden binnen de functie 'Wonen - Vab' mogen worden gebruikt voor: a. maximaal één woning per functievlak; b. aan huis verbonden beroepen; c. bed & breakfast; d. 1.850 m2 caravanstalling binnen bestaande bebouwing; e. de bestaande en legale paardenbakken; f. het exploiteren van een extensief akkerbouwbedrijf, inclusief het hobbymatig houden van dieren; g. ontsluitingsvoorzieningen en ontsluitingsvoorzieningen voor naastgelegen functies; h. het uitvoeren en instandhouden van landschapsmaatregelen, conform het in Bijlage 1 bij de regels opgenomen erfinrichtingsplan. met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, groenvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, tuinen en erven.

6.2 Beoordelingsregels bouwactiviteiten 6.2.1 Woningen Woningen voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte is maximaal 4 m; b. bouwhoogte is maximaal 10 m; c. inhoud is maximaal 750 m3, dan wel de bestaande inhoud indien deze meer bedraagt. 6.2.2 Bijgebouwen Bijgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. afstand tot het hoofdgebouw maximaal 25 m; b. oppervlakte per woning, maximaal 150 m2; c. goothoogte maximaal 3 m; d. bouwhoogte maximaal 6 m. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde 2 m. 6.2.4 Toepassing bouwregels Bij het toepassen van de bouwregels zoals opgenomen in dit artikel worden tevens de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 11 in acht genomen. 6.2.5 Bestaande bijgebouwen In aanvulling op het bepaalde in artikel 6.2.2 zijn tevens de bestaande gebouwen ten behoeve van caravanstalling zoals bedoeld in artikel 6.1 toegestaan, met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte maximaal 1.850 m2 mag bedragen. 6.2.6 Verbod vervangen bestaande bijgebouwen Herbouw en/of nieuwbouw van gebouwen zoals bedoeld in artikel 6.2.5 is niet toegestaan.

6.3 Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. tot een met de functie strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen functieomschrijving, zonder de aanleg en instandhouding van 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 12/22 de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in lid 6.1 opgenomen functieomschrijving in gebruik worden genomen, indien binnen 24 maanden na onherroepelijk worden van dit TAM- omgevingsplan uitvoering wordt gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen Erfinrichtingsplan, teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 6.4 Afwijken van de gebruiksregels 6.4.1 Kleinschalig kampeerterrein Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het toestaan van een kleinschalig kampeerterrein, mits: a.

de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt; b. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt; c. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2; d. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; e. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; f. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; h. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente. 6.4.2 Paardenbakken Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 onder e voor het toestaan van paardenbakken, mits: a. de afstand van de paardenbak minimaal: 1. 30 m uit de as van de weg bedraagt; 2. 30 m vanaf woningen van derden bedraagt; b. de oppervlakte maximaal 800 m2 bedraagt; c.

er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd. 6.4.3 Andere landschapsmaatregelen Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.3.1 waarbij andere landschapsmaatregelen getroffen worden, met dien verstande dat deze minimaal gelijk zijn aan de genoemde landschapsmaatregelen als gesteld in Bijlage 1. Verder geldt het volgende: a. er wordt voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarde als gesteld in het inrichtingsplan; b. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de in het geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven. Artikel 7 Leiding - Brandstof 7.1 Functieomschrijving De voor 'Leiding - Brandstof' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede bestemd voor: a. een ondergrondse brandstofleiding ter plaatse van de aanduiding: 1. 'hartlijn leiding - brandstof 1'; 2. 'hartlijn leiding - brandstof 2'; b. het beheer en onderhoud van de leiding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

7.1.1 Afwijking In afwijking van het bepaalde in de andere daar voorkomende functies zijn op de in artikel 7.1 bedoelde gronden geen nieuwe kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 13/22 7.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende functies mogen geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd. 7.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere functies, mits advies is gevraagd aan de leidingbeheerder. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 7.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen, mengen en ophogen van gronden met meer dan 0,3 m; b. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, banen, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; c.

het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen, het bebossen en aanplanten van gronden. 7.4.2 Weigering Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde of de werkzaamheid dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 7.4.3 Advies leidingbeheerder Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 wordt niet eerder verleend dan nadat advies is gevraagd aan de leidingbeheerder. 7.4.4 Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.4.1 is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden die in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde of verleende omgevingsvergunning.

Artikel 8 Waarde - Archeologische verwachting 1 8.1 Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede gericht op het bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 8.2 Beoordelingsregels 8.2.1 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 (bruidsschat omgevingsplan) gelden de in lid 8.2 opgenomen beoordelingsregels. 8.2.2 Bouwen Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b.

het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; 8.2.3 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.2.2, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 14/22 of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 8.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het verlagen van de bodem of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; e.

et aanbrengen van diepwortelende beplantingen; f. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. 8.3.2 Voorwaarde Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 8.3.3 Uitzondering Het in artikel 8.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 2.500 m2 of van bodemingrepen niet dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2.

mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 of een ontgrondingvergunning; 3. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 8.3.4 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en eventueel te stellen voorwaarden. Artikel 9 Waarde - Archeologische verwachting 3 9.1 Functieomschrijving De voor 'Waarde - Archeologische verwachting 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende functies, mede gericht op het bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 9.2 Beoordelingsregels 9.2.1 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels In aanvulling op het gestelde in artikel 22.29 (bruidsschat omgevingsplan) gelden de in lid 9.2 opgenomen beoordelingsregels.

9.2.2 Bouwen Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 10 hectare en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, zijn aangetoond dat: 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 15/22 a. op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek blijkt dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; b. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande en legale fundering wordt benut; 9.2.3 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.2.2, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.

9.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op de in artikel 9.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het verlagen van de bodem of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; e. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; f. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; g. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport- energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies. 9.3.2 Voorwaarde Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 wordt slechts verleend, indien door de werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden, dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad. 9.3.3 Uitzondering Het in artikel 9.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a.

het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 10 hectare of van bodemingrepen niet dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 of een ontgrondingvergunning; e. de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 9.3.4 Advies archeologisch deskundige Alvorens het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 9.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en eventueel te stellen voorwaarden.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Grond die in aanmerking genomen moet worden bij een verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen mag, behoudens intrekking van die omgevingsvergunning, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor het bouwen in aanmerking worden genomen. 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03. Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 16/22 Artikel 11 Algemene regels voor bouwactiviteiten 11.1 Bestaande maatvoering 11.1.1 Bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Omgevingswet tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de regels van dit plan is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

11.1.2 Bestaande afstand bouwwerken In die gevallen dat de bestaande afstand van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de regels van dit plan is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 11.1.3 Bestaande dakhelling In die gevallen dat de bestaande dakhelling van gebouwen, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de regels van dit plan is voorgeschreven, geldt die dakhelling in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 11.1.4 Bestaande oppervlaktes Het bepaalde in lid 11.1.1 met betrekking tot de bestaande oppervlakte is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van bestaande gebouwen. 11.1.5 Bestaande inhoud Het bepaalde in lid 11.1.1 met betrekking tot de bestaande inhoud is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van gebouwen. 11.1.6 Uitzondering bestaande dakhelling Het bepaalde in artikel 11.1.3 met betrekking tot de bestaande dakhelling is niet van toepassing in geval van sloop en herbouw van gebouwen'. 11.2 Dakhelling gebouwen 11.2.1 Dakhelling gebouwen De dakhelling van gebouwen bedraagt minimaal 18º met uitzondering van boog- en serrestallen en ondergeschikte aan en uitbouwen tenzij anders bepaald in hoofdstuk 2.

11.2.2 Afwijken dakhelling Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 11.2.1 voor het toestaan van een lagere dakhelling in het geval van bijzondere bouwvormen die door de welstandscommissie als zodanig zijn aangemerkt. 11.3 Situering bijgebouwen en paardenbakken Voor het bouwen van bijgebouwen en paardenbakken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd op een afstand van minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de, op het betrokken bouwperceel gelegen (bedrijfs)woning. 11.3.1 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 10.3 voor het toestaan van het bouwen van bijgebouwen en paardenbakken voor de voorgevel van de, op het betrokken bouwperceel gelegen (bedrijfs)woning, mits er achter de voorgevel geen ruimte is vanwege bijvoorbeeld de ligging aan de openbare weg of de situering op het erf (cultuur)historisch gezien logischer is. Artikel 12 Algemene regels voor functies en activiteiten 12.1 Algemeen gebruiksverbod Het is verboden om locaties of bouwwerken te gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies. 12.2 Specifieke gebruiksverboden 16-07-2026, 10:39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden: Regels file:///C:/Users/v.achtereekte/OneDrive - Gemeente Hof van Twente/Ruimtelijke ordening/03.

Buitengebied/Rikkerinksweg 6 Ambt Delden/TAM/… 17/22 Onder verboden gebruik wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor verblijfsrecreatie, anders dan de regels van de functies toestaan; e. een gebruik van recreatiewoningen, stacaravans, plattelandsappartementen, boerderijkamers en trekkershutten ten behoeve van permanente bewoning en/of zorgvoorzieningen. f. het (zelfstandig) bewonen van vrijstaande gebouwen, niet zijnde woningen. g. het gebruik van gronden en bouwwerken ten houden van landbouwhuisdieren conform de definitie uit de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv-regeling).

Artikel 13 Algemene aanduidingsregels 13.1 Reconstructiewetzones Voor de gronden ter plaatse van de aanduidingen 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied', 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' en 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied', gelden de regels zoals opgenomen in de functie 'Agrarisch met waarden' (artikel 4) voor deze afzonderlijke gebieden. 13.2 Vrijwaringszone - radar 13.2.1 Aanduidingomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - radar' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bestemd voor een radarverstoringsgebied. 13.2.2 Bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de daar voorkomende functies mag niet hoger worden gebouwd dan 45 m. 13.2.3 Afwijken van de bouwregels Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13.2.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere functies, mits advies is gevraagd aan de beheerder van het radarverstoringsgebied. 13.3 Luchtvaartverkeerzone 13.3.1 Aanduidingomschrijving De gronden ter plaatse van de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' zijn, behalve voor de daar voorkomende functies, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van de luchtvaartverkeerzone.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4303/documents/60650