CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

08 TAM-omgevingsplan Winterkamperweg 24a-26 Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 15 september 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 10: TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22af Winterkamperweg 24a/26 Markelo4.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna Winterkamperweg 24a en 26 te Markelo 2025 MM25246 Montferland Milieu B.V. 2-12-2025

TITELBLAD Projectnaam Winterkamperweg 24a en 26 te Markelo Projectnummer MM25246 Adres Winterkamperweg 24a en 26 Postcode en plaats 7475 SJ Markelo Gemeente Hof van Twente Opdrachtgever FarmConsult Adres Kwinkweerd 5 Postcode en plaats 7241 CW Lochem Gemeente Lochem Opdrachtnemer Montferland Milieu B.V. Adres Zeddamseweg 77 Postcode en plaats 7041 CN ‘s-Heerenberg Opsteller WE Autorisatie AEL E-mail info@montferlandmilieu.nl Website www.montferlandmilieu.nl Telefoonnummer 0314-640414 Versienummer 1 Status Definitief Datum 02 december 2025 Aanleiding Herontwikkeling INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ................................................................................................................................................. 3 1.1 Achtergrond ........................................................................................................................................ 3 1.2 Doel ..................................................................................................................................................... 3 1.3 Volledigheid onderzoek ...................................................................................................................... 3 1.4 Geldigheid ...........................................................................................................................................

3 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................................ 3 2. ONDERZOEKSOPZET ................................................................................................................................. 4 2.1 Bureaustudie ....................................................................................................................................... 4 2.2 Veldbezoek .......................................................................................................................................... 4 3. PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN ..................................................................................................... 5 3.1 Plangebied ........................................................................................................................................... 5 3.2 Omschrijving toekomstige situatie ...................................................................................................... 7 4. RESULTATEN EN TOETSING ...................................................................................................................... 8 4.1 Beschermde gebieden/ houtopstanden .............................................................................................

8 4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten ............................................... 9 4.2.1 Vaatplanten en mossen .................................................................................................................. 9 4.2.2 Vogels ............................................................................................................................................. 9 4.2.3 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 11 4.2.4 Vleermuizen ................................................................................................................................. 12 4.2.5 Amfibieën, reptielen en vissen ..................................................................................................... 13 4.2.6 Vlinders ......................................................................................................................................... 13 4.2.7 Ongewervelden/ overige beschermde soorten ........................................................................... 13 5. CONCLUSIE .............................................................................................................................................

15 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 15 5.2 Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................................. 15 6. VRIJBLIJVEND ADVIES ............................................................................................................................. 16 6.1 Algemeen .......................................................................................................................................... 16 6.2 Steenuil ............................................................................................................................................. 16 BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 Stroomschema passieve soortenbescherming Omgevingswet Overzicht algemene vrijstellingen per provincie Lijsten beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen MM25246 1. INLEIDING 1.1 Achtergrond In opdracht van FarmConsult heeft Montferland Milieu B.V. een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Winterkamperweg 24a en 26 te Markelo (gemeente Hof van Twente). De initiatiefnemer is voornemens meerdere opstallen te amoveren en te herbouwen vanwege een bedrijfsomzetting.

In verband met de Omgevingswet (OW) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant - en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doel Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben. Dit betreft een toetsing aan de verbodsbepalingen uit hoofdstuk 11, paragraaf 11.2.2 t/m 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een quickscan beoordeelt of de werkzaamheden een direct dan wel indirect effect hebben op aanwezige natuurwaarden. De natuur waarden bestaan uit beschermde gebieden , b eschermde soorten en b eschermde houtopstanden. Ond er beschermde gebieden vallen Natura 2000 -gebieden, bijzondere natuurgebieden/nationale parken en Natuurnetwerk Nederland. Verder komt de juridische status van (mogelijk) aangetroffen soorten aanbod, de gevolgen voor de activiteiten, eventuele vervolgonderzoeken en/ of een Omgevingsvergunning flora - en fauna -activiteit van toepassing is. 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan - of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek.

Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant - en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die volgens kennisdocumenten en protocollen worden uitgevoerd. Montferland Milieu is niet verantwoordelijk voor de gevolgen die kunnen voortvloeien uit het missen van soorten. Het blijft natuur waardoor moeilijk waarneembare soorten kunnen worden gemist of mogelijke vestiging van exemplaren na het onderzoek kan plaatsvinden. 1.4 Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert over het algemeen de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens welke, in het geval van soorten die on der artikel 11.27 van het Besluit activiteiten leefomgeving van de Omgevingswet vallen (Beschermingsregime Vogel - en Habitatrichtlijn en andere soorten), maximaal drie jaar oud zijn ten opzichte van de datering van de aanvraag. Voorwaarde is dat er weinig (fysieke) verandering hebben plaatsgevonden in het plangebied. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan flora- en fauna-activiteiten opnieuw te toetsen.

1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de onderzoeksopzet beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 het plangebied en de beoogde ingrepen beschreven . Hoofdstuk 4 behandelt de bevindingen van het bronnenonderzoek en de toetsing. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd. MM25246 2. ONDERZOEKSOPZET 2.1 Bureaustudie Er is een inventarisatie gedaan naar bestaande verspreidingsgegevens van beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving. Hiervoor zijn onder meer de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Dit betreft gegevens van de afgelopen vijf jaar in (de omgeving van) het plangebied. Er is in de analyse van deze gegevens met name gekeken naar jaarrond beschermde nesten, habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten Overijssel) en eventueel Rode lijstsoorten (indien noodzakelijk geacht). Het betreft hier ook waarnemingen van bijvoorbeeld foeragerende en overvliegende exemplaren. Als zoekgebied is een afstand van tenminste 2.000 meter tot het plangebied gehanteerd. Indien noodzakelijk wordt soortspecifiek de periode en afstand van de verspreidingsgegevens vergroot.

Diverse kaarten (waaronder NNN, Natura2000 en Natuurbeheerplan) van de provinciale site Atlas van Overijssel (geo.overijssel.nl) zijn geraadpleegd in december 2025. Op internet is gezocht naar ecologische rapporten van onderzoeken die in de directe omgeving van het plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 25 november 2025 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het zonnig bij een temperatuur van rond de 5°C. Er is tijdens het veldonderzoek zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan - of afwezigheid van beschermde soorten in de vorm van zicht - en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek en constructie (indien van toepassing). Het terrein was ten tijde van het veldbezoek volledig toegankelijk. Tevens is de directe omgeving van het plangebied bekeken. Tijdens het veldbezoek is de initiatiefnemer geïnterviewd. De ecologen van Montferland Milieu hebben een relevante HBO -studie gevolgd. Tevens worden diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoek ers zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4, IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’ en ‘Diersporen voor Ecologen, Weylin Tracking’.

MM25246 3. PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied ten noorden van Markelo. Binnen het plangebied zijn meerdere opstallen van een gemengd agrarisch bedrijf aanwezig. In de opstallen is circa een jaar geen vee meer aanwezig. De schuren hebben een golfplaten dak en grotendeels zonder isolatie -/dakbeschot. Verder zijn er twee bedrijfswoningen aanwezig (nr. 24a en nr. 26). De woningen beschikken over een pannendak en nr. 26 heeft ook deels een rietenkap. Op het overig terrein zijn erfverhardingen, tuin en groenstructuren aanwezig. De directe omgeving bestaat uit infrastructuur en agrarische percelen. Figuur 1: Situering plangebied (bron: PDOK). Figuur 2: Te amoveren schuur Figuur 3: Te amoveren schuur

MM25246 Figuur 4 : Zolderruimte te amoveren schuur geïnspecteerd Figuur 5: Te amoveren schuur Figuur 6: Te amoveren schuur Figuur 7: Te amoveren schuur Figuur 8: Te behouden woning (nr. 26) Figuur 9: Te behouden woning (nr. 24a) Figuur 10: Te behouden kapschuur Figuur 11: Te behouden garage/loods Figuur 12: Directe omgeving Figuur 13: Winterkamperweg

MM25246 3.2 Omschrijving toekomstige situatie De bebouwing bestaat uit twee bedrijfswoningen met meerdere opstallen. De initiatiefnemer neemt deel aan de landelijke LBV-regeling, waardoor het houden van vee is uitgesloten, hierom zal het bedrijf omschakelen van veehouderij naar een akkerbouwbedrijf. De wens is om vier schuren te slopen, die nu in gebruik zijn voor de intensieve tak. De resterende bebouwing zal ingezet worden voor het akkerbouwbedrijf. De initiatiefnemer is voornemens om een aantal (3) nieuwe schuren te bouwen ten dienste van het akkerbouwbedrijf. De tweede bedrijfswoning 24a wordt in functie gewijzigd naar plattelandswoning. De bedrijfswoning 26 blijft ongewijzigd. Aan de woningen en te behouden opstallen worden geen ingrepen uitgevoerd. Er worden geen bomen gekapt, groenstructuren gerooid en/ of oppervlaktewateren gedempt. De locatie wordt landschappelijk ingepast met de aanplant van een houtsingel en uitbreiding van groenstructuren. Figuur 14: Schets landschappelijke inpassing (bron: NL Landschapsontwerpers).

MM25246 4. RESULTATEN EN TOETSING 4.1 Beschermde gebieden/ houtopstanden Figuur 15: De ligging van Natura2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. 4.1.1 Natura2000 Op circa 400 meter afstand van het plangebied is het Natura2000-gebied Borkeld gelegen, dit betreft een Habitatrichtlijngebied. Door de onderlinge afstand en de bufferende werking van agrarische percelen , groenstructuren en wegen en dergelijke is er geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten op soorten die voor dit Natura2000 -gebied zijn aangewezen. Het doel van de LBV-regeling waar onderhavige ontwikkeling aan mee doet is om de stikstofuitstoot vanuit de veehouderij te verlagen, zodat de natuur die daarvoor gevoelig is, kan herstellen. Verdere toetsing aan Natura2000 (Natura2000 -activiteit) is niet noodzakelijk. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Het project zal mogelijk een tijdelijke toename van stikstof tot gevolg hebben , gezien de LBV -regeling wordt de stikstofuitstoot op termijn verlaagd. Mogelijk dient er een AERIUS-berekening uitgevoerd te worden.

4.1.2 NNN In de database van de provincie Overijssel is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). In de provincie Overijssel is er aangaande NNN geen externe werking van toepassing. Er zijn derhalve geen verdere stappen aangaande het NNN noodzakelijk. Tevens maakt de aard van de ingreep, de onderlinge afstand en de bufferende elementen tussen de planlocatie en beide gebieden dat er geen verstoring op het NNN te verwachten is.

MM25246 4.1.3 Houtopstanden Er worden in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt. Het onderdeel ‘houtopstanden’ zoals bedoeld in artikel 11.1 Bal van de Omgevingswet is derhalve niet van toepassing. 4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten NDFF In de NDFF zijn geen relevante waarnemingen gevonden van soorten binnen het plangebied. In de (directe) omgeving zijn relevante meldingen van steenuil, kerkuil, huismus, sperwer en huiszwaluw aangetro ffen. Verder zijn er geen relevante meldingen van soorten met een beschermde verblijfplaats of voortplantingsplek gevonden. 4.2.1 Vaatplanten en mossen Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied alleen algemene plantensoorten waargenomen in en rondom het onderzoeksgebied. Het plangebied ter plaatse van de daadwerkelijke ingrepen is bijna volledig verhard. Er zijn geen beschermde vaatplanten aangetroffen. 4.2.2 Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied verschillende vogels zoals houtduif, kauw en merel waargenomen. Het plangebied is met name onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Hierbij zijn de soorten uitgelicht die voor kunnen komen in een dergelijk plangebied. In de omgeving van het plangebied kunnen dit de ooievaar, buizerd, sperwer, steenuil, kerkuil, ransuil, roek , huiszwaluw, boerenzwaluw en huismus zijn.

Ooievaar De ooievaar komt voor in cultuurlandschappen en broedt op schoorstenen, kerktorens, telefoonpalen, in bomen, hoogspanningsmasten of speciaal voor de soort gemaakte ooievaarspalen. De nesten zijn groot en daardoor goed herkenbaar. In het onderzoeksgebied zi jn echter geen nesten van de ooievaar aanwezig. Negatieve effecten op de vaste rust- en nestplaatsen van de ooievaar kunnen worden uitgesloten. Buizerd De buizerd is een roofvogel die voorkomt in gevarieerde landschappen waar weilanden worden afgewisseld met houtwallen, bosranden en andere houtopstanden. De soort komt ook voor nabij en in stedelijke omgevingen, zoals bijvoorbeeld in grote parken, indien er voldoende rust wordt verkregen (BIJ12, 2017a ). Tijdens de quickscan werd geen buizerd waargenomen. In en rondom het onderzoeksgebied werden ook geen horsten aangetroffen, waardoor negatieve effecten op de rust- of nestplaatsen van de buizerd zijn uitgesloten. Sperwer De sperwer broedt voornamelijk in jonge dichte naaldbossen en halfopen landschappen, maar kan ook in laanbomen, geïsoleerde bosjes en parken broeden (Vogelbescherming Nederland, 2024d ). In de (te behouden) bomen die aanwezig zijn in het plangebied, werden geen potentiële nesten van de sperwer aangetroffen. Ook werd gezocht naar prooiresten of andere sporen, maar deze werden eveneens niet aangetroffen.

Negatieve effecten op de jaarrond beschermde nestplaatsen van de sperwer kunnen daarom worden uitges loten. Steenuil Er zijn geen waarnemingen van steenuil bekend binnen het plangebied. De schuren zijn vanwege het ontbreken van geschikte nestplekken niet geschikt bevonden, de opstallen beschikken over vogelschroot , de nokken zijn afgesloten en het ontbreekt de opstalle n grotendeels aan isolatiepanelen/dakbeschot. Ook zijn er geen sporen van steenuil (zoals braakballen, veren en/ of fecaliën) waargenomen in de stallen. De aanwezigheid van een jaarrond beschermde verblijfplaats van steenuil in de te amoveren opstallen is derhalve niet te verwachten . In de overige opstallen zijn eveneens geen sporen aangetroffen. Volgens de NDFF en waarneming.nl zijn er in 2024 steenuilen waargenomen op het boerenerf aan de noordzijde van het plangebied. Uit informatie van de eigenaar blijkt dat hier ook een steenuilenkast aanwezig is. Gezien de afstand tot dit perceel (circa 150 -200 meter) is het aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het territorium van dit koppel. Aangezien het overige gedeelte van het erf onaangetast blijft en de locatie behouden blijft als boerenerf , blijft er voldoende leef - en foerageergebied van steenuil behouden. Negatieve effecten op de rust- of nestplaatsen van de steenuil kunnen MM25246 daarom worden uitgesloten.

De initiatiefnemer is daarnaast ook enthousiast geworden om voor steenuil een nest-/ roestplek aan te bieden in de vorm van een kast in één van de bomen rondom het erf. Zie hoofdstuk 6 voor het voorstel. Kerkuil De kerkuil leeft doorgaans in cultuurlandschappen waar ook kruidenrijke akkerranden, houtwallen, heggen en bosjes worden aangetroffen. De soort broedt in Nederland in ongeveer 90% van de gevallen in nestkasten die in boerenschuren, torens, kerken of kastel en zijn geplaatst en heel incidenteel in boomholten (BIJ12, 2017c ). De aanwezigheid van een jaarrond beschermde verblijfplaats van kerkuil kon tijdens het veldbezoek worden uitgesloten. De te amoveren stallen hebben geen voor kerkuil geschikte nestlocatie s en er zijn geen sporen aangetroffen. Negatieve effecten op de rust- of nestplaatsen van de kerkuil kunnen daarom worden uitgesloten. Ransuil De ransuil leeft in kleinschalige landbouwlandschappen, bosranden, parken en open bosgebieden. De soort broedt meestal in oude nesten van kraaien, eksters en soms in oude nesten van reigers, roofvogels of eekhoorns. Bij voorkeur bevinden deze zich in naald bomen, maar ook in boomopslag, houtwallen en vrijstaande bomen (Vogelbescherming Nederland, 2024b ). In de (te behouden) bomen die aanwezig zijn in het plangebied, werden geen potentiële nesten van de ransuil aangetroffen.

Negatieve effecten op de rust- of nestplaatsen van de ransuil kunnen daarom worden uitgesloten. Huismus In de NDFF zijn in de directe omgeving meldingen van huismus waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen huismussen waargenomen in het plangebied. De daken van de koeienstallen zijn niet geschikt bevonden voor deze soort. Er is vogelschroot aanwezig en de nokken zijn afgesloten. Daarnaast ontbreekt het de opstallen aan isolatiepanelen, dakbeschot en geschikte ruimtes tussen balken. De te behouden bedrijfswoningen zijn wel geschikt voor deze soort (pannendak en dakbeschot) . Daarnaast kunnen de huismussen foerageren op het erf, dat blijft ook in de toekomstige situatie mogelijk. Aangezien de directe omgeving rond de stallen wel onderdeel kan zijn van het foerageergebied voor de huismussen die mogelijk aanwezig zijn in de woningen dienen de werkzaamheden op het erf buiten de kwetsbare periode (maart – augustus) uitgevoerd te worden. In de stallen zal niet worden gefoerageerd, de stallen zijn afgesloten en staan al enige tijd leeg en het ontbreekt derhalve aan voedsel. Er zijn voldoende alternatieve foerageermogelijkheden op en rondom het erf en n a afronding van de werkzaamheden is het plangebied wederom volledig beschikbaar als foerageergebied voor deze soo rt. Er zal derhalve geen foerageergebied verloren gaan .

Negatieve effecten op de rust - of nestplaatsen van huismus zijn derhalve niet te verwachten. Een vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Figuur 16: Constructie niet geschikt bevonden als nestlocatie van huismus Figuur 17: Vogelschroot aanwezig onder de golfplaten Roek De roek is een koloniebroeder die van oorsprong voorkomt in vochtige gras - en bouwlanden met verspreid staande houtopstanden (BIJ12, 2017e ). Tegenwoordig worden meer dan de helft van de nesten binnen de bebouwde kom aangetroffen. De nesten worden dicht bi j elkaar gebouwd in hoogopgaande bomen en zijn daardoor goed herkenbaar (Vogelbescherming Nederland, 2024c). In de (te behouden) bomen binnen het plangebied zijn geen nesten aangetroffen , in de bomen rondom het onderzoeksgebied werden eveneens geen dergelijke kolonies aangetroffen. Negatieve effecten op jaarrond beschermde nesten van de roek kunnen worden uitgesloten. Nesten van roek zijn niet aanwezig of te verwachten binnen het plangebied.

MM25246 Huiszwaluw De huiszwaluw bouwt oorspronkelijk van klei en zand een komvormig nest tegen rotswanden. Maar huizen van baksteen en beton voldoen ook prima. De huiszwaluw is bij ons dan ook een echte cultuurvolger geworden. Huiszwaluwen eten enorme hoeveelheden muggen en andere vliegende insecten, die in volle vlucht worden gevangen (Vogelbescherming Nederland, 2025). Aan de te amoveren stallen zijn geen geschikte nestlocaties en/ of sporen aangetroffen. Aan de bedrijfswoning nr. 26 zijn nesten van huiszwaluw waargenomen. Deze nesten evenals het foerageergebied blijven behouden. Ook hier geldt werken buiten het broedseizoen om de nesten en/ of foerageergebied niet te verstoren. Met in achtneming van bovenstaande kunnen n egatieve effecten op de nestplaatsen van de huiszwaluw worden uitgesloten. Figuur 18: Nesten van huiszwaluw Figuur 19: Nesten van huiszwaluw Boerenzwaluw De boerenzwaluw is een echte boerenlandvogel, een luchtacrobaat van het boerenerf. De nesten worden bij voorkeur gemaakt in boerenschuren, loodsen en dergelijke waar ze in en uit kunnen vliegen . Ze metselen hun nesten van klei en leem vaak op randen en richels in koeien -, varkens- of paardenstallen, zowel hoog als laag, maar ook wel onder bruggetjes, of aan sluizen of onder brede dakoverstekken (Vogelbescherming Nederland, 2025).

In de te amoveren stallen zijn geen (oude) nestkommen/ nestresten aangetroffen. De stallen staan ook al enige tijd leeg waardoor de hoeveelheid voedsel (insecten) voor deze soortgroep is afgenomen. Daarnaast zijn de te amoveren stallen afgesloten en ontoegankelijk voor vogels. Nesten van boerenzwaluw zijn niet te verwachten. Categorie 5 nesten Categorie 5 nesten zijn nesten die in principe niet jaarrond beschermd zijn, tenzij er ecologisch zwaarwegende motieven zijn (geen enkel andere broedplek nabij bijvoorbeeld). In de toekomstige situatie zijn er voldoende alternatieve broedplekken voor eventueel aanwezige soorten van categorie 5 aanwezig, zowel binnen als buiten het plangebied. Er is derhalve geen sprake van een jaarrond beschermde status. Soorten zonder jaarrond beschermd nest In de kapschuur zijn oude nesten van houtduif aangetroffen . Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met juli, maar ook buiten deze maanden kunnen er nesten aanwezig zijn. Duiven kunnen een groot deel van het jaar broeden. Nesten zonder jaarronde bescherming mogen voorkomen worden door bijvoorbeeld de plek ongeschikt te maken. 4.2.3 Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Er zijn geen sporen (latrines, markeerpoepjes of prooiresten) van steenmarter waargenomen in de stallen of op het overig e erf.

Daarnaast ontbreekt het de opstallen aan geschikte elementen die kunnen dienen als verblijfplaats voor deze soort , zoals zolderruimtes en takken- en steenhopen. De opstallen zijn daarnaast goed afgesloten en ook de ruimtes tussen de golfplaten zijn afgesloten . Verblijfplaatsen van steenmarter zijn niet te verwachten op de locatie. Kleine marterachtigen Het plangebied is niet geschikt voor kleine marterachtingen (wezel, hermelijn en bunzing). Het ontbreekt het plangebied aan takkenhopen, houtstapels en groenstructuren. Verblijfplaatsen zijn uitgesloten op de locatie.

MM25246 Overige marterachtigen Verblijfplaatsen van de boommarter en de das zijn eveneens uitgesloten op de locatie. Eekhoorn In de bomen binnen het plangebied zijn geen nesten van eekhoorn aangetroffen. Verblijfplaatsen van eekhoorn zijn derhalve uitgesloten. Egel De groenstructuren kunnen geschikt zijn als voortplantingsplek en schuilplek voor egel, deze groenstructuren blijven behouden en onaangetast. De locatie van de daadwerkelijke ingrepen is niet geschikt bevonden voor egels. Ook zijn er geen exemplaren of uitwerpselen van deze soort aangetroffen. Aantasting van verblijfplaatsen van egel en/ of negatieve effecten op de egel zijn uitgesloten. Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren Verschillende (algemene) vrijgestelde grondgebonden zoogdieren , zoals enkele muizensoorten, kunnen voorkomen in en rondom het onderzoeksgebied. Het is niet uit te sluiten dat deze zoogdieren (nog) in het onderzoeksgebied aanwezig zijn tijdens de werkzaamheden. Voor deze soorten dient de specifieke zorgplicht te worden nageleefd, waarbij passende preventieve maatregelen moeten worden genomen om nadelige effecten te beperken. Voorbeelden zijn één richting op werken en/of een vluchtweg bieden. Wanneer er toch nadelige effecten optreden moeten de activiteiten worden gestaakt, of dienen er passende herstelmaatregelen te worden getroffen indien dit niet mogelijk is (artikel 11.27, Bal).

4.2.4 Vleermuizen Op basis van openbare verspreidingsgegevens kunnen de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis in de ruime omgeving van het onderzoeksgebied voorkomen. Alle vleermuissoorten zijn op Europees niveau beschermd conform de Habitatrichtlijn (artikel 11.46 lid 1, Bal). Vleermuizen kunnen globaal opgedeeld worden in boombewonende soorten zoals de rosse vleermuis en gebouwbewonende soorten zoals de gewone dwergvleermuis. Ook zijn er soorten die zowel gebouw - als boombewonend zijn. Gebouwbewonende vleermuizen maken doorgaans gebruik van spouwruimtes, spleten en vergelijkbare ruimtes in gebouwen. De opstallen werden daarom geïnspecteerd op potentiële verblijfplaatsen . De stallen zijn niet geschikt bevonden als verblijfplaats voor vleermuizen door het ontbreken van een geschikt microklimaat . Het ontbreekt de opstal len aan een geschikt dak. Daarnaast zijn spouwmuren niet toegankelijk, er zijn geen open stootvoegen, spleten, scheuren en/ of ventilatiesleuven aanwezig. Verder zijn er geen elementen als een pannendak met dakbeschot, gevelbetimmering waarachter geschikte ruimtes aanwezig zijn of andere plekken die geschikt zouden kunnen zijn voor gebouwbewonende vleermuizen aanwezig.

De buiten de ingrepen vallende woningen zijn wel geschikt bevonden voor vleermuizen, de woningen beschikken over geschikte elementen zoals een pannendak met dakbeschot, nokvorsten, loodslabben etc. Ook zijn e r geen sporen, zoals uitwerpselen en afgebeten vlindervleugels (mogelijk aanwezigheid gewone grootoorvleermuis), aangetroffen. Verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen zijn uitgesloten. Figuur 20: Bovenzijde gevels volledig afgesloten. Figuur 21: Het ontbreekt de opstallen aan geschikte openingen in de gevels.

MM25246 Er zijn binnen het plangebied geen bomen met holtes, scheuren en loszittende bast aanwezig waarvan boombewonende soorten gebruik kunnen maken. Daarnaast blijven de bomen behouden. Aantasting of externe werking op verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen is derhalve uitgesloten. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden in en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. Er gaat geen significant foerageergebied verloren door de ingreep, het slechts de agrarische functie die wijzigt. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute. Er gaan geen significante vliegroutes verloren in het kader van onderhavig project. 4.2.5 Amfibieën, reptielen en vissen Vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van vissen kan derhalve worden uitgesloten. Niet-vrijgestelde soorten amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van voortplantingswater van niet -vrijgestelde amfibieën kan derhalve worden uitgesloten.

Landhabitat van niet - vrijgestelde soorten wordt niet verwacht binnen het daa dwerkelijke plangebied, ter plaatse van de ingrepen is het terrein bijna volledig bebouwd en verhard en ontbreekt het aan geschikt habitat voor deze soorten. Vrijgestelde soorten amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het daadwerkelijke plangebied. De aanwezigheid van voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Op basis van de openbare verspreidingsgegevens zijn verschillende algemene amfibieën te verwachten in de omgeving van het onderzoeksgebied. De meeste algemene amfibieën zijn in provincie Overijssel vrijgesteld. Wel dient voor deze soorten de specifieke zorgplicht te worden nageleefd, waarbij passende preventieve maatregelen moeten worden genomen om nadelige effecten te beperken. Wanneer er toch nadelige effecten optreden moeten de activiteiten worden gestaakt, of dienen er passende herstelmaatregelen te worden getroffen indien dit niet mogelijk is (artikel 11.27, Bal). Reptielen Leefgebied van reptielen wordt niet verwacht binnen het plangebied. Het plangebied is vanwege het ontbreken van broeihopen, heide en dergelijke niet geschikt bevonden voor reptielen. 4.2.6 Vlinders Beschermde vlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat. Bij het habitat is het belangrijk dat aan de eisen van alle stadia van de vlindersoort wordt voldaan.

Voor de beschermde soorten in Nederland geldt dat deze veelal gebonden zijn aan specifieke waardplanten. Tijdens het veldwerk zijn er geen waardplanten van de beschermde vlinders waargenomen. Het ontbreekt het plangebied aan een geschikt habitat voor deze soorten. Daarnaast blijven de bomen en groenstructuren behouden. Overtredingen van de Omgevingswet met betrekking tot de beschermde vlinders zijn daarom uitgesloten. 4.2.7 Ongewervelden/ overige beschermde soorten Volgens het NDFF zijn er geen beschermde soorten waargenomen in of rondom het plangebied. Gezien het karakter van het plangebied (boerenerf) zijn beschermde kreeftachtigen, libellen, kevers of weekdieren (ongewervelden/ overige soorten) ook niet te verwachten. De zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren i n de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk.

Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgev oerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. MM25246 De specifieke zorgplicht (Artikel 11.27 Bal) speelt in de Omgevingswet een grotere rol, er is onder andere meer aandacht voor Rode -Lijstsoorten. Belangrijk is in ieder geval dat de Staat van Instandhouding (SvI) voor Rode - Lijstsoorten niet aangetast wordt door de ingreep. De verwachting is dat door het karakter van het plangebied er geen significante aantasting zal zijn van de SvI van soorten. Er zijn geen Rode-Lijstsoorten waargenomen. MM25246 5. CONCLUSIE 5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een quickscan flora en fauna uitgevoerd aan de Winterkamperweg 24a en 26 te Markelo (gemeente Hof van Twente ). De initiatiefnemer is voornemens meerdere opstallen te amoveren en te herbouwen vanwege een bedrijfsomzetting. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Gebiedsbescherming Gebied aanwezig op: Overtreding OW/ overige wetgeving Nader onderzoek / vervolg actie Vergunningplicht Opmerkingen Natura 2000 Soorten 400 m Nee Nee Nee - Stikstof 400 m Niet aan getoetst Mogelijk Aerius Niet aan getoetst - Natuurnetwerk Nederland 350 m Nee Nee Nee - Houtopstanden N.v.t. N.v.t. N.v.t. N.v.t.

Soortenbescherming Overtreding OW Nader onderzoek / vervolg actie Periode Omgevingsve rgunning flora- en fauna- activiteit Mitigatie/ opmerkingen Broedvogels Algemeen Nee (Specifieke) Zorgplicht - N.v.t. Werken buiten broedseizoen. Uitsluiten broedgevallen. Jaarrond beschermd Nee Nee - Nee Werken buiten broedseizoen om verstoring foerageergebied te voorkomen Vleermuizen Verblijfplaatsen Bomen Nee Nee - N.v.t. - Gebouwen Nee Nee - N.v.t. - Foerageergebied Nee Nee - N.v.t. - Vliegroutes Nee Nee - N.v.t. - Grondgebonden zoogdieren Nee Nee - N.v.t. - Vaatplanten en mossen Nee Nee - N.v.t. - Amfibieën Nee Nee - N.v.t. - Reptielen Nee Nee - N.v.t. - Vissen Nee Nee - N.v.t. - Ongewervelden/ overige soorten Nee Nee - N.v.t. - Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten Nee Nee - N.v.t. Zoveel mogelijk werken buiten kwetsbare periodes MM25246 6. VRIJBLIJVEND ADVIES 6.1 Algemeen Bij de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan rekening worden gehouden met soorten door kasten voor vogels en vleermuizen in te bouwen of aan te brengen. Ook voor egels en marterachtigen zijn er effectieve maatregelen te nemen. Over dit zogenaamde natuurinclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. In steeds meer gemeentes is er ook een verplichting om bij nieuwbouw natuurinclusief te bouwen.

Het is raadzaam om voor de realisatie duidelijk te hebben of er sprake is van een dergelijke verplichting opdat dan de maatregelen tijdens de bouw gerealiseerd kunnen worden. 6.2 Steenuil De initiatiefnemer is enthousiast geworden om voor steenuil een nestkast te realiseren op/ rond het erf . Hieronder zijn twee geschikte locaties voor een dergelijke kast weergegeven (blauwe stippen). Figuur 15: Twee geschikte mogelijkheden voor een steenuilenkast op het erf Kasten zijn via verschillende websites te bestellen. Houdt met name rekening met de volgende tien regels; 1. Hang de kast op een rustige plaats. 2. In nabijheid van een erf. 3. Het liefst in een boom die in de zomer de nodige schaduw biedt. 4. Laat de kast met de opening steunen op een tak. 5. Een kast aan de gevel zeker niet in de volle zon hangen. 6. Liefst de opening niet naar het westen i.v.m. inregenen, opening op zuidoost heeft de voorkeur. 7. Hoogte tussen de twee en vier meter. 8. Kast iets (5 °C) achterover hangen i.v.m. wegrollen van de eieren. 9. Leg wat houtsnippers of zaagafval op de bodem. Uilen maken zelf geen nest. 10. Hoe verder van de weg, hoe minder verkeersslachtoffers.

MM25246 BIJLAGE 1 STROOMSCHEMA PASSIEVE SOORTENBESCHERMING (bron: www.natuurinclusief.nl)

MM25246 BIJLAGE 2 OVERZICHT ALGEMENE VRIJSTELLINGEN PER PROVINCIE (bron: www.natuurinclusief.nl) MM25246

MM25246

MM25246 BIJLAGE 3 LIJSTEN BESCHERMDE SOORTEN (bron: www.natuurinclusief.nl) MM25246

MM25246

MM25246

MM25246 BIJLAGE 4 JAARROND BESCHERMDE NESTEN Mogelijk dat in de loop der tijd per provincie de lijst met jaarrond beschermde nesten wordt aangepast. Voor een actuele stand van zaken dient altijd de stand van zaken in de desbetreffende provincie bekeken te worden. (bron: www.natuurinclusief.nl) MM25246

MM25246 BIJLAGE 5 BRONNEN www.natura2000.nl www.NDFF.nl www.nederlandsesoorten.nl www.ravon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.sovon.nl www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.vogelvisie.nl www.zoogdiervereniging.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4303/documents/60638