CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

08 TAM-omgevingsplan Rijssenseweg 26 Markelo Bijlage - Stikstofberekening.pdf

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 16: TAM omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22z Rijssenseweg 26 Markelo22.765 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting aanvraag vergunning Natura 2000activiteit ____ Rijssenseweg 26 te Markelo

Onderneem het zeker.

deomgevingsadviseurs.nl

Colofon Toelichting aanvraag vergunning Natura 2000-activiteit

Datum: 15 september 2025 Versie: Definitief D-8044570-251-N2K-1A ____

In opdracht van: Melkveebedrijf Smale Rijssenseweg 26 7475VB te Markelo ____

Opgesteld door: De Omgevingsadviseurs Dokter Stolteweg 2 8025 AV Zwolle deomgevingsadviseurs.nl Stefan ten Pierik 📞 06-57843338 ✉ s.tenpierik@deomgevingsadviseurs.nl ____

De vermelde medewerkers in deze rapportage gaan akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVGprivacy wetgeving.

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1

Projectvoornemen ..................................................................................................................... 5

1.2

Afstand tot Natura 2000-gebieden ............................................................................................ 5

2

Referentiesituatie

6

2.1

Dieren ........................................................................................................................................ 6

2.2

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair ............................................................................... 10

2.3

Koude starts ............................................................................................................................ 10

2.4

Intern verkeer .......................................................................................................................... 10

2.5

Overige bronnen ......................................................................................................................11

3

Beoogde situatie

12

3.1

Dieren ...................................................................................................................................... 12

3.2

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair ............................................................................... 13

3.3

Koude starts ............................................................................................................................ 13

3.4

Intern verkeer .......................................................................................................................... 13

3.5

Overige bronnen ..................................................................................................................... 13

4

5

5

Realisatiefase

14

4.1

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair ............................................................................... 14

4.2

Koude starts ............................................................................................................................ 14

4.3

Intern verkeer .......................................................................................................................... 14 Conclusie

15

3/16

Bijlagen 1.

Hinderwetvergunning, 27 maart 1990 a. Beschikking b. Plattegrondtekening 2. Melding 8.19 Wet milieubeheer, 18 november 1997 a. Beschikking b. Plattegrondtekening 3. Melding AmvB landbouw milieubeheer, 25 februari 2008 a. Beschikking b. Plattegrondtekening 4. Melding AmvB landbouw milieubeheer, 12 februari 2010 a. Beschikking b. Plattegrondtekening 5. Melding AmvB landbouw milieubeheer, 22 mei 2012 6. Milieutekening beoogde situatie 7. AERIUS Verschilberekening Referentiesituatie – Beoogde situatie 8. AERIUS Verschilberekening Referentiesituatie – Realisatiefase + Beoogde situatie 9. AERIUS Beoogde situatie 10. AERIUS Realisatiefase + Beoogde situatie

4/16

1

Inleiding

1.1

Projectvoornemen

Initiatiefnemer heeft een veehouderij gelegen aan de Rijssenseweg 26 in Markelo en neemt op deze locatie deel aan de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijen (Lbv-regeling). Het houden van landbouwhuisdieren wordt definitief gestaakt. Het bedrijf zal worden voortgezet als akkerbouwbedrijf. Ten behoeve hiervan worden de stallen gesloopt en zal een nieuwe werktuigenberging gerealiseerd worden op het perceel. Daarnaast wordt, nadat deze ongeveer 15 jaar afwezig is geweest, een authentieke dwarsritschöppe (traditionele Twentse schuur) herbouwd op het perceel. In de beoogde situatie worden nog enkele hobbydieren op het bedrijf gehouden voor begrazing rondom de bedrijfsgebouwen op het authentieke Twentse erf. Onderdeel van de Lbv-regeling is dat maximaal 15% van de vergunde stikstofemissie ingezet mag worden om de nieuwe bedrijfsactiviteiten te realiseren (o.a. sloop stallen en bouw nieuwe bedrijfsgebouwen) en te exploiteren. In dit rapport wordt inzichtelijk gemaakt welk deel van de natuurtoestemming ingetrokken kan worden, en welk deel nog nodig is ten behoeve van de vervolgfunctie. Deze toelichting inclusief bijlagen en AERIUS-berekeningen dienen dan ook als onderbouwing voor de Natura 2000-activiteit uit artikel 5.1, eerste lid, sub e. van de Omgevingswet.

1.2

Afstand tot Natura 2000-gebieden

Rondom de projectlocatie liggen diverse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is de Borkeld, op circa 1,35 kilometer van de projectlocatie. Dit betekent dat de gebouwinvloed in AERIUS-Calculator moet worden ingevoerd. Overige gebieden in de omgeving van het bedrijf zijn onder andere de Sallandse Heuvelrug (8,8 km ten noorden van de projectlocatie), en het Wierdense Veld (11,6 km van de projectlocatie). In figuur 1 is de ligging van de projectlocatie ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven. Gelet op de ligging van het bedrijf zijn eventuele overige effecten op omliggende Natura 2000-gebieden niet aannemelijk. Enkel het aspect stikstof is relevant voor deze aanvraag.

Figuur 1: Situering Rijssenseweg 26 ten opzichte van Natura 2000-gebied

5/16

2

Referentiesituatie

2.1

Dieren

Wanneer een bedrijf nog niet beschikt over een onherroepelijke toestemming op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 (Nbw), Wet natuurbescherming (Wnb) of de Natura 2000-activiteit onder de Omgevingswet, geldt als referentie voor het aspect natuur de kleinste qua milieu vergunde situatie sinds de vroegste relevante aanwijsdatum van de Natura 2000-gebieden in de omgeving. Immers, vanaf het moment dat een gebied onder de werkingssfeer van de Habitatrichtlijn valt, mogen er geen ontwikkelingen plaatsvinden met significant negatieve gevolgen voor het betreffende gebied. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 5 april 2023 dient bij de aanvraag van een Natura 2000toestemming de depositie op gebieden binnen 25 kilometer van een bedrijf inzichtelijk gemaakt te worden. Binnen deze afstand van onderhavig project betreft de vroegste relevante aanwijsdatum 10 juni 1994. Gelet hierop geldt de kleinste milieutoestemming sinds die datum als referentiesituatie voor onderhavig bedrijf. 2.1.1 Hinderwetvergunning 27 maart 1990 Voor het bedrijf is op 27 maart 1990 een vergunning op grond van de Hinderwet verleend. Dit betrof op 10 juni 1994 de vigerende milieutoestemming van het bedrijf. Op de bijbehorende plattegrondtekening zijn de vergunde dieren niet over de diverse stallen verdeeld.

Daarom is aan de hand van de totale dierbezetting en expertervaring een zo nauwkeurig mogelijke onderverdeling over de diverse gebouwen gemaakt. Navolgend is de dierbezetting en vastgestelde onderverdeling verband houdende met de milieutoestemming uit 1990 weergegeven.

Hinderwetvergunning:

27-3-1990 stalsysteem

emissiestal punt

A

A

A

A

B

B

B

B

C

C

diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie

aantal dieren

HA-code

70

omschrijving

NH3 per plaats*

kg NH3 totaal

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

910,0

32

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

140,8

15

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

66,0

20

HA5.100

Overige huisvestingssystemen

5,3

106,0

18

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

79,2

6,2

124,0

4,4

44,0

Totaal:

1.470,0

OW-code

overig rundvee van 20 HA6.100 Overige huisvestingssystemen 2 jaar en ouder vrouwelijk jongvee E E jonger dan 2 jaar, 10 HA2.100 Overige huisvestingssystemen diercategorie * emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling C

ammoniak

C

Tabel 1: Dierbezetting en stalsystemen referentiesituatie

6/16

Op grond van artikel 27 van de Hinderwet verviel een milieutoestemming (deels) wanneer de betreffende dierbezetting na het onherroepelijk worden van de milieutoestemming drie jaar achtereen niet gehouden worden. Op 1 maart 1993 is de Hinderwet vervangen door de Wet milieubeheer. De referentietoestemming op de betreffende datum was verleend na 1 maart 1990, wat inhoudt dat deze op 1 maart 1993 nog niet door de driejaarstermijn was. Alle in 1990 qua milieu vergunde gebouwen waren reeds opgericht bij het verlenen van de milieuvergunning. Gelet hierop kan geconcludeerd worden dat de betreffende milieutoestemming niet (deels) vervallen is op grond van artikel 27 van de Hinderwet, dan wel na 1 maart 1993 op grond van artikel 8.18 van de Wet milieubeheer. 2.1.2 Melding 8.19 Wet milieubeheer 18 november 1997 Nadien is op 18 november 1997 een melding op grond van artikel 8.19 van de Wet milieubeheer geaccepteerd voor het realiseren van een werktuigenberging. Hierbij is de dierbezetting in zijn geheel ongewijzigd gebleven ten opzichte van de voorliggende Hinderwetvergunning uit 1990. 2.1.3 Melding AmvB landbouw milieubeheer 25 februari 2008 Nadien is op 25 februari 2008 een melding op grond van het Besluit landbouw milieubeheer geaccepteerd voor het bedrijf. Deze betreft navolgende dierbezetting:

Melding AmvB landbouw:

25-2-2008 stalsysteem

emissiestal punt

A

A

B oud

B oud

C1

C1

C1

C1

diercategorie

melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar

aantal dieren

HA-code

98

ammoniak

omschrijving

NH3 per plaats*

kg NH3 totaal

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

1.274,0

61

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

268,4

14

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

182,0

12

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

52,8

Totaal:

1.777,2

OW-code

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

Tabel 2: Dierbezetting en stalsystemen melding AmvB landbouw 25 februari 2008

7/16

2.1.4 Melding AmvB landbouw milieubeheer 12 februari 2010 Vervolgens is op 12 februari 2010 een melding op grond van het Besluit landbouw milieubeheer geaccepteerd voor het bedrijf. Deze betreft navolgende dierbezetting:

Melding AmvB landbouw:

12-2-2010 stalsysteem

emissiestal punt

A

A

B

B

B

B

diercategorie

melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar

aantal dieren

HA-code

98

ammoniak

omschrijving

NH3 per plaats*

kg NH3 totaal

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

1.274,0

28

HA1.100

Overige huisvesting, beweiden, zonder pas-maatregel

13

364,0

60

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

264,0

Totaal:

1.902,0

OW-code

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

Tabel 3: Dierbezetting en stalsystemen melding AmvB landbouw 12 februari 2010

8/16

2.1.5 Melding AmvB landbouw milieubeheer 22 mei 2012 Tenslotte is op 22 mei 2012 een melding op grond van het Besluit landbouw milieubeheer geaccepteerd voor het bedrijf. Deze betreft momenteel nog steeds de vigerende milieutoestemming van het bedrijf. Navolgend is de betreffende dierbezetting weergegeven.

Melding AmvB landbouw:

22-5-2012 stalsysteem

emissiestal punt

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

diercategorie

melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen) vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar overig rundvee van 2 jaar en ouder

aantal dieren

HA-code

92

ammoniak

omschrijving

NH3 per plaats*

kg NH3 totaal

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

1.196,0

39

HA1.100

Overige huisvesting, beweiden, zonder pas-maatregel

13

507,0

28

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

13

364,0

59

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

4,4

259,6

1

HA6.100

Overige huisvestingssystemen

6,2

6,2

Totaal:

2.332,8

OW-code

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

Tabel 4: Dierbezetting en stalsystemen melding AmvB landbouw 22 mei 2012 2.1.6 Conclusie referentiesituatie Het bedrijf is direct voorafgaand aan de Lbv-deelname nog structureel in gebruik als melkrundveebedrijf, conform de vigerende milieumelding uit 2012. Alle indertijd gemelde bedrijfsgebouwen zijn daarnaast nog feitelijk aanwezig. Aan de voorwaarden voor gebruik van de qua milieu vergunde historie als referentiesituatie voor de Natura 2000-activiteit, zoals door de Raad van State gesteld in het stroomschema behorende bij de uitspraak van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923), wordt voldaan. Geconcludeerd kan worden dat de kleinste referentiesituatie voor alle relevante Natura 2000-gebieden binnen 25 kilometer van het bedrijf de volledige Hinderwetvergunning van 27 maart 1990 (1.470 kg NH3) betreft. De AERIUS-berekeningen zijn dan ook uitgevoerd met deze milieutoestemming als referentiesituatie.

9/16

2.2

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair

Naast de stalemissies hebben wij ook de uitstoot van de relevante verkeersbewegingen opgenomen in AERIUS. Dit zijn onder andere verkeersbewegingen van personenauto’s, tractoren, vrachtauto’s en bedrijfsbusjes. Ieder voertuig staat gelijk aan twee verkeersbewegingen, er is namelijk steeds sprake van een heenrit en een terugrit. Verder zijn in bijgevoegde AERIUS-berekeningen de emissies van het manoeuvreren en het stationair draaien van deze voertuigen opgenomen. Manoeuvreren vindt bijvoorbeeld plaats wanneer de vrachtauto op het terrein naar de losplaats rijdt. Stationair draaien vindt bijvoorbeeld plaats wanneer de vrachtauto stil staat, en de chauffeur bezig is met de administratie. In navolgende tabel zijn de externe verkeersbewegingen in deze situatie opgenomen. Externe vervoersbewegingen, stationair draaien · Referentiesituatie

Emissiefactoren

type verkeer

vervoersbewegingen per etmaal

Licht verkeer

Licht

12

108,0

4,24

Middelzwaar verkeer

Middel

10

90,0

64,65

Zwaar vrachtverkeer

Zwaar

14

126,0

92,49

draaitijd stationair stationair Nox (g/u) NH3 (g/u) (u/j)

Emissies stationair draaien

Nox (kg/j)

NH3 (kg/j)

0,17

0,46

0,02

0,71

5,82

0,06

0,90

11,65

0,11

Totaal:

17,93

0,20

Tabel 5 Externe vervoersbewegingen en stationair draaien referentiesituatie

2.3

Koude starts

Sinds de introductie van AERIUS 2024 op 1 oktober 2024 moeten de emissies tijdens koude starts van motoren separaat opgenomen worden in de AERIUS-berekeningen. Een voertuig heeft twee vervoersbewegingen. Binnen 2 uur vertrekt 0% van de voertuigen weer van het perceel. Het aantal voertuigen met een koude start betreft dus 50% van 100% van de vervoersbewegingen, ofwel 50%. Navolgend zijn de koude starts in deze situatie opgenomen. Emissiefactoren

Koude starts · Referentiesituatie

type verkeer

vervoerskoude koude start bewegingen starts per etmaal per etmaal Nox (g/x) NH3 (g/x)

Emissies koude start

Nox (kg/j)

NH3 (kg/j)

Licht verkeer

Licht

12

1,2

0,27

0,04

0,12

0,02

Middelzwaar verkeer

Middel

10

1,0

18,77

0,21

6,85

0,08

Zwaar vrachtverkeer

Zwaar

14

1,4

23,83

0,29

12,18

0,15

Totaal:

19,16

0,24

Tabel 6 Berekening emissies koude starts referentiesituatie

2.4

Intern verkeer

Naast extern verkeer is er sprake van intern verkeer op het bedrijf. Bijvoorbeeld het rijden met tractoren en het laden en lossen van vrachtauto’s met een belast draaiende motor. De emissies van het interne verkeer zijn berekend met de AUB-methode uit de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator. In navolgende tabel zijn deze weergegeven. Interne vervoersbewegingen · Referentiesituatie Tractor, 50 kW, bouwjaar 1981

Brandstof

Diesel

Totale emissie per jaar (kg)

STAGEklasse

AUB-type

Stage-I

X

BrandstofDraaitijd AdBlue verbruik verbruik (l/j) (u/j) (l/j)

400

263,61

0,06

Nox (kg/j) NH3 (kg/j)

2885

-

88,55

0,02

Tractor, 45 kW, bouwjaar 1985 Diesel Stage-I X 400 2524 Vrachtwagen laden/lossen, 250 kW, bouwjaar Diesel Stage-I X 100 3228 1986 Berekend a.h.v. de AUB-methode, zoals beschreven in de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator en TNO-rapportage 2021-R12305.

-

77,72

0,02

-

97,34

0,02

Totaal:

263,61

0,06

Tabel 7: Interne vervoersbewegingen referentiesituatie

10/16

2.5

Overige bronnen

Tenslotte is op het bedrijf sprake van een ondergeschikte NOx-bronnen, te weten de CV-installatie in de bedrijfswoning. Er is sprake van een inwoonsituatie, er zijn dus twee CV-ketels aanwezig. De CBS-norm voor een oudere, vrijstaande woning betreft 3,59 kg NOx per woning per jaar. Deze is dan ook gehanteerd voor zowel de woning als de inwoonsituatie.

11/16

3

Beoogde situatie

In de beoogde situatie wordt de natuurtoestemming geactualiseerd en worden de volgende wijzigingen in de bedrijfsvoering doorgevoerd ten opzichte van de referentiesituatie: • •

•

3.1

Het houden van landbouwhuisdieren wordt definitief beëindigd Er worden hobbymatig nog enkele hobbydieren voor het begrazen van de gronden rondom de bedrijfsgebouwen gehouden. Deze zijn niet bedoeld voor de productie van vlees, melk en/of wol, en zijn daarom niet aan te merken als landbouwhuisdier. Voor de activiteiten na deelname aan de Lbv+-regeling kan maximaal 15% van de vigerende stikstofemissie behouden blijven, zoals volgt uit artikel 5, eerste lid, sub f., onder 2°, van de betreffende regeling. De emissie in de beoogde situatie betreft minder dan 15% van de emissie in de referentiesituatie, waardoor aan dit aspect voldaan wordt. Het optimaliseren van de bedrijfsvoering.

Dieren

Navolgend wordt de maximale dierbezetting in de beoogde situatie weergegeven. Deze dieren worden gehouden voor het begrazen van de grond rondom de bedrijfsgebouwen. De dieren worden niet gehouden voor de productie van bijvoorbeeld vlees, melk en/of wol, en zijn daarom niet aan te merken als landbouwhuisdier. Fokkerij met de dieren vindt plaats ter behoud van de populatie op het bedrijf zelf en ter behoud van de dierrassen in het algemeen. Aangezien het houden van dieren wel emissies met zich meebrengt, zijn de dieren opgenomen in de AERIUS-berekeningen behorende bij deze aanvraag. Qua emissie per dier is aangesloten bij de normen die voor dezelfde diersoorten gelden op grond van bijlage V bij de Omgevingsregeling. Tabel 8 Beoogde situatie

Hobbydieren beoogde situatie stalsysteem emissiestal punt

diercategorie

aantal dieren

H-code

overig rundvee van 2 jaar en ouder

9

ammoniak

omschrijving

NH3 per plaats*

kg NH3 totaal

HA6.100

Overige huisvestingssystemen

6,2

55,8

9

HB1.100

Overige huisvestingssystemen (beweiden)

0,7

6,3

9

HC1.100

Overige huisvestingssystemen

1,9

17,1

OW-code

G

G

G

G

G

G

G

G

paarden van 3 jaar en ouder

4

HL1.100

Overige huisvestingssystemen

5

20,0

G

G

voedster

3

HK1.100

Overige huisvestingssystemen

1,2

3,6

G

G

legkippen van 18 weken en ouder

24

HE2.100

Overige huisvestingssystemen

0,315

7,6

Totaal:

110,4

schapen van 1 jaar en ouder (inclusief geiten van 1 jaar en ouder

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens bijlage V en VI bij de Omgevingsregeling

12/16

3.2

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair

Ook van de beoogde situatie zijn de externe verkeersbewegingen opgenomen in de AERIUS-berekeningen. De externe verkeersbewegingen zijn weergegeven in navolgende tabel. Daarnaast zijn ook het manoeuvreren op het erf en het stationair draaien van wegvoertuigen op het terrein opgenomen in de berekeningen. Externe vervoersbewegingen, stationair draaien · Beoogde situatie

Emissiefactoren

type verkeer

vervoersbewegingen per etmaal

Licht verkeer

Licht

10

90,0

4,24

Middelzwaar verkeer

Middel

8

72,0

64,65

Zwaar vrachtverkeer

Zwaar

10

90,0

92,49

draaitijd stationair stationair Nox (g/u) NH3 (g/u) (u/j)

Emissies stationair draaien

Nox (kg/j)

NH3 (kg/j)

0,17

0,38

0,02

0,71

4,65

0,05

0,90

8,32

0,08

Totaal:

13,36

0,15

Tabel 9 Verkeersbewegingen en stationair draaien beoogde situatie

3.3

Koude starts

Sinds de introductie van AERIUS 2024 op 1 oktober 2024 moeten de emissies tijdens koude starts van motoren separaat opgenomen worden in de AERIUS-berekeningen. Een voertuig heeft twee vervoersbewegingen. Binnen 2 uur vertrekt 80% van de voertuigen weer van het perceel. Het aantal voertuigen met een koude start betreft dus 50% van 20% van de vervoersbewegingen, ofwel 10%. Navolgend zijn de koude starts in deze situatie opgenomen.

Tabel 10 Berekening emissies koude starts beoogde situatie

3.4

Intern verkeer

De emissies van het interne verkeer zijn wederom berekend met de AUB-methode uit de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator. In navolgende tabel zijn deze weergegeven.

Interne vervoersbewegingen · Beoogde situatie Tractor, 50 kW, bouwjaar 2012

Brandstof

Diesel

Totale emissie per jaar (kg)

STAGEklasse

AUB-type

Stage-IIIB

A

BrandstofDraaitijd AdBlue verbruik verbruik (l/j) (u/j) (l/j)

250

64,83

0,45

Nox (kg/j) NH3 (kg/j)

1361

-

28,47

0,01

Tractor, 45 kW, bouwjaar 2011 Diesel Stage-IIIB A 250 1249 Vrachtwagen laden/lossen, 250 kW, bouwjaar Diesel Stage-IV D 75 1787 2018 Berekend a.h.v. de AUB-methode, zoals beschreven in de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator en TNO-rapportage 2021-R12305.

-

26,23

0,01

107

10,13

0,43

Totaal:

64,83

0,45

Tabel 11 Intern verkeer beoogde situatie

3.5

Overige bronnen

Tenslotte is op het bedrijf sprake van een ondergeschikte NOx-bronnen, te weten de CV-installatie in de bedrijfswoning. Er is sprake van een inwoonsituatie, er zijn dus twee CV-ketels aanwezig. De CBS-norm voor een oudere, vrijstaande woning betreft 3,59 kg NOx per woning per jaar. Deze is dan ook gehanteerd voor zowel de woning als de inwoonsituatie.

13/16

4

Realisatiefase

Gedurende de realisatiefase van de beoogde bedrijfsopzet worden de stalgebouwen, mestsilo’s, kuilplaten en sleufsilo’s gesloopt en/of verwijderd. Het melkrundvee is voorafgaand aan de realisatiefase al verkocht. Gelet hierop is evident dat er geen toenames qua stikstofdepositie plaatsvinden gedurende de bouwfase, immers betreffen de stalemissies op het bedrijf relatief het grootste deel van de emissies. Volledigheidshalve zijn echter de emissies gedurende de realisatiefase van de beoogde bedrijfsopzet ook inzichtelijk gemaakt. In deze berekening zijn ook de emissies van de beoogde situatie meegenomen: immers zijn de hobbydieren en vervoersbewegingen verband houdende met de akkerbouwtak ook gedurende de realisatiefase aanwezig.

4.1

Extern verkeer, manoeuvreren, stationair

Ook in de realisatiefase zijn de externe verkeersbewegingen opgenomen in de AERIUS-berekeningen. Externe vervoersbewegingen, stationair draaien · Realisatiefase

Emissiefactoren

type verkeer

vervoersbewegingen per jaar

Licht verkeer

Licht

100

2,5

4,24

Middelzwaar verkeer

Middel

25

0,6

64,65

Zwaar vrachtverkeer

Zwaar

100

2,5

92,49

draaitijd stationair stationair Nox (g/u) NH3 (g/u) (u/j)

Emissies stationair draaien

Nox (kg/j)

NH3 (kg/j)

0,17

0,01

0,00

0,71

0,04

0,00

0,90

0,23

0,00

Totaal:

0,28

0,00

Tabel 12 Berekening emissies koude starts realisatiefase

4.2

Koude starts

Ook in de realisatiefase zijn de emissies tijdens een koude start opgenomen in de AERIUS-berekeningen. Een voertuig heeft twee vervoersbewegingen. Binnen 2 uur vertrekt 10% van de voertuigen weer van het perceel. Het aantal voertuigen met een koude start betreft dus 50% van 90% van de vervoersbewegingen, ofwel 45%. Emissiefactoren koude start

type verkeer

vervoersbewegingen per jaar

koude starts per jaar

Licht verkeer

Licht

100

45,0

0,27

Middelzwaar verkeer

Middel

25

11,3

18,77

Zwaar vrachtverkeer

Zwaar

100

45,0

23,83

Koude starts · Realisatiefase

Emissies koude start

Nox (g/x) NH3 (g/x)

Nox (kg/j)

NH3 (kg/j)

0,04

0,01

0,00

0,21

0,21

0,00

0,29

1,07

0,01

Totaal:

1,30

0,02

Tabel 13 Berekening emissies koude starts realisatiefase

4.3

Intern verkeer

De emissies van het interne verkeer zijn wederom berekend met de AUB-methode uit de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator. In de volgende tabel zijn deze weergegeven. Interne vervoersbewegingen · Realisatiefase

Brandstof

Totale emissie per jaar (kg)

STAGEklasse

AUB-type

BrandstofDraaitijd AdBlue verbruik verbruik (l/j) (u/j) (l/j)

36,09

0,54

Nox (kg/j) NH3 (kg/j)

Graafmachine, 50 kW, bouwjaar 2014

Diesel

Stage-IV

A

120

643

-

13,46

0,00

Hijskraan, 45 kW, bouwjaar 2018

Diesel

Stage-IV

A

80

379

-

7,98

0,00

Betonstorter, 250 kW, bouwjaar 2014

Diesel

Stage-IV

D

16

394

23

2,50

0,09

Trilplaat, 10 kW, bouwjaar 2008

Benzine, 2 takt

n.v.t.

E

16

25

-

0,10

0,00

Kiepbak, 250 kW, bouwjaar 2017

Diesel

Stage-IV

D

24

576

34

3,49

0,14

Vorkheftruck, 60 kW, bouwjaar 2019

Diesel

Stage-V

D

32

195

11

1,54

0,05

Tractor, 100 kW, bouwjaar 2014

Diesel

Stage-IV

D

80

814

48

5,18

0,20

Tractor, 60 kW, bouwjaar 2018 Diesel Stage-IV D 40 245 Berekend a.h.v. de AUB-methode, zoals beschreven in de Instructie Gegevensinvoer voor de AERIUS Calculator en TNO-rapportage 2021-R12305.

14

1,85

0,06

Totaal:

36,09

0,54

Tabel 14 Berekening emissies koude starts realisatiefase

14/16

5

Conclusie

In de beoogde situatie blijft sprake van significante depositie-effecten (> 0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000gebieden. Een nieuwe natuurtoestemming voor het bedrijf is daarom benodigd, gelet op de Rendac-uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4923). Intern salderen mag worden ingezet als mitigerende maatregel. Uit bijgevoegde AERIUS verschilberekeningen blijkt dat er in de beoogde situatie geen toename van depositie is ten opzichte van de referentiesituatie. Er is geen sprake van significante negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. De vergunningaanvraag voldoet aan het gestelde in de Omgevingswet, ten aanzien van de Natura 2000-activiteit. In de beoogde situatie blijft sprake van significante depositie-effecten (> 0,00 mol/ha/jaar) op Natura 2000gebieden. Omdat sprake is van deelname aan de Lbv-regeling, waarbij de vrijkomende stikstofruimte ten goede komt aan natuurherstel, dient ter borging van de vermindering van de stikstofuitstoot de vrijkomende ruimte ingetrokken te worden van de vigerende natuurtoestemming. De resterende stikstofemissie in de beoogde situatie betreft ruimschoots minder dan 15% van de vigerende vergunde stikstofemissie, waardoor ten aanzien van dit aspect voldaan wordt aan het gestelde in artikel 5, eerste lid, sub f., van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties.

Gelet op het gestelde in artikel 5, eerste lid, sub f., onder 2º van de betreffende regeling wordt daarnaast verzocht aan de verlenen natuurvergunning een voorschrift te verbinden dat de daarmee gemoeide ruimte voor stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied niet in het kader van extern salderen geheel of gedeeltelijk ter beschikking wordt gesteld voor andere activiteiten met het oog op een daarvoor aangevraagde of aan te vragen natuurvergunning. 5.1.1 Hexagonen met een hersteldoel Uit de release notes bij de AERIUS Calculator versie 2024 volgt dat er enkel hexagonen met een hersteldoel zijn gelegen in de Natura 2000-gebieden Binnenveld, Landgoederen Brummen, Botshol, Manteling van Walcheren, Mantingerzand, Oosterschelde, Ulvenhoutse Bos en Langstraat. Geen van deze gebieden is binnen 25 kilometer van het bedrijf gelegen. De bijlagen “hulpmiddel beoordeling hexagonen met een hersteldoel” zijn dan ook niet bijgevoegd bij deze aanvraag.

15/16

De Omgevingsadviseurs is er voor ondernemers, initiatiefnemers en ontwikkelaars in het buitengebied. Voor doorpakkers en veranderaars die vooruitkijken en verder willen. Zo dragen we bij aan succesvol en toekomstbestendig ondernemen in het buitengebied.

Onderneem het zeker.

Dokter Stolteweg 2 8025 AV Zwolle (088) 565 7857 info@deomgevingsadviseurs.nl deomgevingsadviseurs.nl

16/16

Wet algemene bepalingen milieuhygiëne HINDERWET beschikking Burgemeester en wethouders van Markelo; beschikkende op het verzoek van : maatschap A.J. Overmeen en D.H. Leunk, Rijssenseweg 26 te Markelo om een vergunning ingevolge de Hinderwet voor het oprichten, in werking brengen en houden van de rundveehouderij met de daaraan verbonden opslag van mest annex opslag van 4000 liter dieselolie, bovengronds op het perceel plaatselijk bekend Rijssenseweq 26, kadastraal bekend gemeente Markelo, sectie N nr. 400: ingekomen d.d 25 januari 1990 overwegende dat de procedure overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 3 van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne is uitgevoerd; deze aanvraag betreft de legalisering van een reeds jaren bestaand agrarisch bedrijf. De inrichting is gelegen binnen 500 meter van een voor verzuring gevoelig gebied, derhalve mag de ammoniakemissie niet groter zijn dan die welke op het moment van Hinderwetwijziging in 1981 aanwezig was. In bijgaand overzicht is aangegeven hoe de veebezetting in 1981 was en thans is, met de daarbij behorende ammoniakemissies. Hieruit blijkt dat deze in geringe mate is afgenomen t.o.v. 1981. Bij toetsing aan de richtlijn "Veehouderij en Hinderwet" blijkt dat de inrichting naast camping "Klompjan" is gelegen en valt in categorie 1 van voornoemde richtlijn. De minimumafstand van een mestopslag bij een agrarisch bedrijf t.o.v.

het recreatiebedrijf dient 100 meter te bedragen. De afstand van de mestopslag t.o.v. de grens van het recreatiegebied bedraagt 15 meter en tot de dichtstbijzijnde woning 55 meter, dit in tegenstelling tot de afstand welke op het formulier is aangegeven. Het aantal mestvarkeneenheden bedroeg in 1981 202, dit aantal is in de gewijzigde bedrijfsvoering welke thans in de aanvraag is weergegeven, naar 20 teruggebracht. Gezien het feit dat het aantal mestvarkeneeriheden is geminimaliseerd ten opzichte van de bestaande situatie kan dit m.i. geen aanleiding zijn de vergunning te frustreren. Toetsing aan de publicatie Lucht n° 46 kar' gezien het aantal mestvarkeneenheden achterwege worden gelaten. dat geen bezwaren zijn ingediend naar aanleiding van de aanvraag en ontwerp-beschikking; dat in de toekomst geen ontwikkelingen te verwachten zijn als bedoeld in artikel 12 a Hinderwet die gevaar, schade en hinder buiten de inrichting kunnen veroorzaken;

dat door de inrichting mogelijk te veroorzaken gevaar) schade en/of hinder voldoende Kan worden ondervangen door de hierna te noemen voorschriften; gelet op de desbetreffende bepalingen in de Hinderwet; besluiten de gevraagde vergunning met de bijbehorende voorschriften te verlenen, overeenkomstig de aan deze beschikking gehechte gewaarmerkte bescheiden. Markelo, 27 maart 1990 Burgemeester en wethou

1f

BEHOORT BIJ DE HINDERWETSVERGUNNING d.d. ( M!'T t.n.v. mts. A.J. Overmeen en D.H. Leunk, Rijssenseweg 26 'te Markelo De secretaris van Markelo, ALGEMEEN

1.

Ramen van stallen moeten, voorzover zij geen -functie hebben de luchtinlaat in de stal, gesloten worden gehouden. Deuren moeten zelfsluitend zijn.

2.

Wanneer in de stallen dan wel op of nabij het erf ongedierte (zoals ratten, muizen of vliegen) wordt waargenomen, dienen doelmatige bestrijdingsmaatregelen te worden genomen.

3.

Het voer moet worden bewaard in uitsluitend voor dit doel gebezigde bewaarplaatsen die rat- en muiswerend zijn uitgevoerd.

4.

Het pneumatisch vullen of doen vullen van voedersilo's en tankwagens als bedoeld in voorwaarde 12 is verboden tussen 20.00 en 7.00 uur. Hinderlijke stofverspreiding bij het vullen van voedersilo ' s moet worden voorkomen door het via ontluchtirig ontwijkende stof op doeltreffende wijze op te vangen.

5.

De elektromotoren en elektrische installaties moeten zodanig zijn dat geen storing optreedt in de radio- of televisieontvangst.

G.

Op het terrein van de inrichting mag geen mest worden verbrand of gedroogd.

7.

De electrische installatie mag geen storing veroorzaken in radio- of televisie-ontvangst.

8.

De inrichting moet te allen tijde in een schone en ordelijke toestand en de stallen en installaties in een goede staat van onderhoud verkeren.

9.

De opslag van een beperkte hoeveelheid ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen is toegestaan, mits deze binnen zijn opgeslagen in een ruimte met een vloeistofdichte vloer.

10.

In de inrichting mogen maximaal tegelijk 20 meststieren, 70 melkkoeien, 75 st. jongvee en 20 fokstieren aanwezig zijn. MEST EN GIER

11.

Dunne mest, gier, spoel- en/of schrobwater moeten uit de stal worden afgevoerd naar de hiertoe bestemde vloeisto-fdichte opslagruimte (kelder of silo). Indien deze opslagruimte niet onder de stal is gelegen moet het transport naar de opslagruimte geschieden door middel van een gesloten riool. De opslagruimte mag niet zijn voorzien van een overstort. De opslagruimte moet door middel van goed sluitende deksels of luiken gesloten worden gehouden, behoudens tijdens het ledigen.

12.

Bij het verwijderen van mest en gier mag de omgeving niet worden verontreinigd. Transport van dunne mest en gier moet daarom geschieden in volledig gesloten tankwagens, die in een zindelijke staat moeten zijn. Vaste mest moet worden getransporteerd, in daarvoor geschikte transportmiddelen, die op correcte wijze zijn beladen.

13.

Het terrein van de inrichting mag niet worden bevloeid of op andere wijze van een laag mest of gier worden voorzien. Deze bepaling is niet van toepassing bij het bemesten van grond volgens de normale bemestingspraktijk.

14.

Mest en gier mogen niet via een overloop in een greppel, gegraven put of ander open bassin kunnen geraken of daar op andere wijze worden gedeponeerd. N. B. Het lozen op sloten, Kanalen of ander oppervlaktewater zonder vergunning (van het waterschap Regge en Dinkel/SchipbeeK) is verboden bij de Wet Verontreiniging oppervlaktewateren.

15.

Indien op de ventilatiekokers op het dak van de stal een regenkap is aangebracht moet deze zodanig zijn uitgevoerd, dat de luchtstroom naar boven gericht blijft.

16.

Indien ventilatoren op het dak of in de wand van een stal worden aangebracht moeten deze van een geluidarme uitvoering zijn.

4

ijIr1

BEHORENDE BIJ DE HINDERWETSVERGUNNING d.d. 4 i i&Ii t.n.v. mts. A.J. Overmeen en D.H. Leunk, Rijssenseweg 26 te Markelo De secretaris van Markelo.. L003

van maximaal 6000 liter.

inhoud

1.

In de tank mag slechts een brandbare vloeistof worden opgeslagen) waarvan het vlampunt hoger dan 21°C is gelegen.

2.

De stijfheid en de sterkte van de tank moeten voldoende zijn om schadelijke vervorming als gevolg van overdruk bij vulling of overvulling te voorkomen, terwijl de dichtheid onder alle omstandigheden moet zijn verzekerd.

3.

De horizontale tank, ten hoogste 6 m 3 inhoud moet een cyllndrische vorm hebben en zijn vervaardigd van gewalst staal, dat tenminste voldoet aan de eisen voor Fe 360, volgens Euronorm 25-72, tabel 2. de dikte van de voor de tankwand gebruikte plaat moet tenminste 4 mm bedragen.: de bodem moet bol zijn en zodanig gevormd, dat de bevestigingsnaad van de bodem aan de romp in het cylindrische deel van de tank is aangebracht: de bodem moet minstens even sterk zijn als de romp van de tank.: alle lassen moeten doorgelast zijn en overigens voldoen aan de eisen van goed vakmanschap.

4.

De tank moet zijn voorzien van afsluitbare openingen, waardoor het inwendige wandoppervlak Kan worden onderzocht.

5.

De ondersteunende constructie van de tank moet uit onbrandbaar materiaal bestaan; op plaatsen waar kans op verzakking bestaat dient een doelmatige fundatie te worden aangebracht.

6.

De tank moet op een vloeistofdichte vloer zijn geplaatst en zijn omgeven door een vloeistofdichte muur welke een bak vormt, welke de inhoud van de tank moet kunnen bevatten. De muur moet voldoende sterk zijn om weerstand te kunnen bieden aan de als gevolg van een lekkage optredende vloeisto-Fdruk.

7.

Het hemelwater moet uit de tankput worden afgevoerd door een leiding, waarin buiten en zo dicht mogelijk bij de ommuring een afsluiting is aangebracht: deze afsluiter moet gesloten worden gehouden en mag slechts voor het laten afvloeien van hemelwater worden geopend.

8.

De doorvoer van leidingen door de muur moet vloeistofdicht zijn.: de leidingen moeten zodanig zijn uitgevoerd, dat bij een zetting van de tank geen beschadiging van de leidingen of de tank Kan plaatsvinden.: buiten de muur moeten de leidingen tegen mechanische beschadiging zijn beschermd.

9.

De tank moet zijn voorzien van een vloeisto-Fstandaanwijzer of peilinrichting en een ontluchtingspijp met een inwendige middellijn van tenminste 38 mm de ontluchtingspijp moet tegen inregenen zijn beschermd.

10.

In elke aansluiting op de tank beneden het hoogste vloeisto-fniveau moet zo dicht mogelijk bij de tankwand een stalen a-Fsluiter zijn geplaatst deze moet zodanig zijn uitgevoerd dat duidelijk is te zien of de afsluiter is geopend dan wel is gesloten.

11.

Het uitwendige van de tank en leidingen moeten deugdelijk tegen corrosie zijn beschermd, bijv. door een oppervlaktebehandeling en het direct daarna aanbrengen van een doelmatige verf.

12.

De gehele installatie van de tank(s) en de leidingen moet vloeisto-fdicht zijn, hetgeen véér het in gebruik nemen of na een grote reparatie ten overstaan van een daartoe aangewezen ambtenaar, door een beproeving moet worden aangetoond.

13.

De tank moet tenminste éénmaal per 16 jaar inwendig geheel worden geïnspecteerd.: de inwendige inspectie mag alleen geschieden als er geen gevaar voor brand of explosie bestaat.

14.

Bij meting van plaatdikte moeten gelijkmatig over de omtrek van de -tank tenminste 4 metingen worden verricht, bovendien moeten alle stompen van 100 mm en groter worden gemeten en de overige stompen visueel worden gecontroleerd.

15.

Indien uit de meetgegevens blijkt., dak de tank zodanig is aangetast, dat op een punt op welke plaats dan ook de plaatdikte is gereduceerd met een dikte gelijk of groter dan de zogenaamde corrosie-toeslag, moet de tank onmiddellijk buiten bedrijf worden gesteld.

16.

Van elke beproeving, meting of inwendige inspectie moeten de feiten en gegevens worden vastgelegd in een logboek ofKaartsysteem, dat te allen tijde aan de door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar moet Kunnen worden getoond.

17.

Indien aan de tank ingrijpende werkzaamheden moeten worden verricht of wanneer onderzoek uitwijst, dat de sterkte van de tank is aangetast moet dit aan burgemeester en wethouders worden gemeld.

18.

Het vullen van de tank moet geschieden door middel van een aan de vulleiding gekoppelde losslang en met zodanige voorzorgen dat lekken en morsen van vloeistof wordt voorkomen.

19.

De tank mag slechts voor 95 % worden gevuld.

20.

Onmiddellijk nadat de vloeistof in de tank is overgebracht en de losslang is afgekoppeld, moet de vulleiding met een goed sluitende dop of een afsluiter worden afgesloten.

21.

De inrichting moet schoon worden gehouden en in een goede staat van onderhoud verkeren.

22.

De tank moet geplaatst zijn op tenminste 1 m afstand van de gevel van een gebouw of een erfafscheiding. Indien deze gevel horizontaal en verticaal gemeten tot op tenminste 1 m afstand van de tank een brandwerendheid bezit van tenminste 30 minuten mag deze afstand kleiner zijn dan 1 m.

23. Tot op een afstand van 3 m vanaf de tank mag zich geen opslag van brandbare materialen bevinden. 24. Indien, op welke wijze dan ook, verontreiniging van de bodem door aardol ieprodukten optreedt moet(en): a. deze verontreiniging terstond worden gemeld aan de vergunning verlenende instantie. b. de verontreinigde grond zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen een week zijn verwijderd en afgevoerd op aanwijzing van de vergunning verlenende instantie. 25. De inrichting, speciaal rondom de tank, moet schoon worden gehouden en in een goede staat van onderhoud verkeren. 26. In de direkte nabijheid van de dieselolietank moet een poederblusser met een vulling van tenminste 7 Kg gebruiksgereed zijn opgehangen.

-*~ ~ SIJ

b

IIIitiF2Ê1,,V4

uu•urnmus_

ir9/dVd

i

4

-

GEMEENTE MARKELO

Burg. de Beaufortplein 1 7475 AG MARKELO Postbus 4 7475 ZG MARKELO Telefoon: 05476 - 1564 Postrekeningrir.: 841599 Bank: Rabobank Markelo Rekeningnr.: 3407.07.917 Dict.: Typ.:

F Maatschap A.J. Overmeen en D.H. Leunk Rijssenseweg 26 7475 VB MARKELO

L

GN GN

Uw kenmerk

Uw brief van

Ons kenmerk

VROM Onderwerp

Datum

10 april 1990 Verz.

hinderwet toezending stukken/berichtgeving

Geachte heren.,

In verband met de door u ingediende aanvraag om een vergunning ingevolge de Hinderwet zenden wij u hierbij toe; een exemplaar van de openbare kennisgeving van terinzagelegging van de beschikking., alsmede de aan de gebruikers van gebouwde eigendommen die in de directe omgeving van de inrichting of het werk liggen gezonden kennisgeving art. 31., lid 5., Wet ABM), De adrb u toegezonden beschikking wordt van kracht één maand na de in de Kennisgeving genoemde datum van 'terinzagelegginy., tenzij beroep is ingesteld en met 'toepassing van artikel 60a van de Wet op de Raad van State een verzoek is gedaan om schorsing van de beschikking dan wel 'tot het treffen van een voorlopige voorziening; -

-

Burgemeester en wethouders van Markelo, namens deze,

chef afdeling VROM,

GEMEENTE

MARKELO

Burgemeester en wethouders van Markelo; Gelet op artikel 21 van de wet algemene bepalingen milieuhygiëne; Maken bekend, dat door hen, onder voorwaarden ter voorkoming van gevaar, schade of hinder voor de omgeving op 27 maart 1990 aan onderstaande aanvragers vergunning is verleend ingevolge de Hinderwet. De beschikkingen en alle terzake zijnde stukken, liggen ter Gemeente Markelo afd. VROM, Burg. de Beau-Fortplein 1 ter inzage en wel tot 11 mei 1990 elke werkdag van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.00 uur (na afspraak), alsmede gedurende deze periode elke woensdagavond van 17.00 tot 21.00 uur bij de bibliotheek.. Burg. de Beaufortplein 4 te Markelo. Ingevolge artikel 44, tweede lid, van de wet algemene bepalingen milieuhygiëne staat tot 11 mei 1990 beroep open bij de Kroon voor de aanvrager, de betrokken adviseurs, degenen die overeenkomstig artikel 20, 21 of 22, tweede lid of 28, eerste lid., enige andere belanghebbenden, die aantoont, dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest bezwaren in te brengen. De beschikkingen worden van kracht na afloop van de beroepstermijn. Vergunning tot het oprichten, in werking brengen en houden is verleend in de volgende gevallen: 1. dhr. J.W. Reilink, Klemmerweg 3 te Markelo t.b.v. de rundvee- en varkenshouderij annex opslag van 6000 liter dieselolie, bovengronds.; 2. mts. A.J. Overmeen en D.H.

Leunk, Rijssenseweg 26 te Markelo t.b.v. de rundveehouderij annex opslag van 4000 liter dieselolie, bovengronds 3. dhr. A.G.J. Leussink, VisschersdijK 10 te Markelo t.b.v. de rundvee- en varkenshouderij annex opslag van 2000 liter dieselolie, bovengronds. 4. dhr. H.W. Sligman, Rouwelaarsdijk 8 te Markelo t.b.v. de rundveeen varkenshouderij annex opslag van 3000 liter dieselolie, ondergronds; Nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning is verleend in het volgende geval: S. dhr. J.H. Hoisbrink, Haaksbergerweg 7 te Markelo t.b.v. de rundvee- en varkenshouderij annex opslag van 1200 liter dieselolie, bovengronds; Vergunning tot het uitbreiden en/of wijzigen is verleend in het volgende geval: 6. dhr. G.J. Pasman, Lochemseweg 15 te Markelo t.b.v. de rundveehouder ij Markelo, 11 april 1990 burgemeester en wethouders voornoemd, de secretaris, de burgemeester, loco, H.E. Pelser

mr. M.A.P. van Haersma Buma

MARKELO

HINDERWET Openbare Kennisgeving beschikking (art. 31, lid 2, Wet ABM) Burgemeester en wethouders van Markelo maken bekend, dat vergunning ingevolge de Hinderwet is verleend aan: naam verzoeker maatschap A.J. Overmeen en OH. Leunk straat en huisnr.: Rijssenseweg 26 gemeente/postcode: Markelo 7475 VB om een vergunning tot: het oprichten, in werking brengen en houden van de rundveehouderij met de daaraan verbonden opslag van mest annex opslag van 4000 liter dieselolie, bovengronds adres van de inrichting: Rijssenseweg 26 Kadastraal gemeente Markelo sectie N nummer 400 Strekking van de beschikking: mede gelet op de ligging van het bedrijf, Kan de schade en/of hinder die het bedrijf in de omgeving Kan veroorzaken, in voldoende mate worden ondervangen door de aan de vergunning verbonden voorwaarden. De beschikking en alle terzake zijnde stukken liggen ter inzage op de afdeling VROM, Burg. de Beaufor±plein 1 gedurende één maand na dagtekening van deze publicatie op de werkdagen van 9.00 tot 12.00 uur en van 13.00 tot 16.00 uur. Alsmede op woensdagavond van 17.00 tot 21.00 uur bij de bibliotheek te Markelo. Beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld bij de Afdeling van de geschillen van bestuur van de Raad van State binnen 1 maand na publicatie van deze advertentie door: a. de aanvrager; b. de betrokken adviseurs; c.

degenen, die overeenkomstig het bepaalde in de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne, bezwaren hebben ingebracht; d. enige andere belangen hebbende, die aantoont dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest eerder bezwaren in te brengen. De beschikking wordt na afloop van de beroepstermijn van kracht tenzij voor deze datum beroep is ingesteld en met toepassing van artikel 60a van de Wet op de Raad van State een verzoek wordt gedaan ter schorsing van de beschikking danwel tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Afdeling voor de geschillen van bestuur van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage. De beschikking wordt niet van Kracht voordat op dat verzoek is beslist. Markelo, 11 april 1990 Burgemeester en wethouders van Markelo, de burgemeester, de secretaris, LTD /

/

dhr. G.J. Zwienenberg, Rijssenseweg 57, 7475 VA Markelo; dhr. H.J. Zwienenberg, Kemperweg 1, 7475 SX

Marlçelo;

dhr. J. ten Brinke, Kemperweg 2, 7475 SX Markelo; dhr. H. Nijenhuis, Plasdijk 2, 7475 To Markelo; dhr. E. Koekkoek, Herikerweg 31, 7475 TS Markelo; allen hebben een openbare kennisgeving ontvangen van de beschikking van de hinderwetaanvraag van mts. A.J. Overmeen en O.H. Leunk, Rijssenseweg 26 te Markelu,

5'

WET MILIEUBEHEER

melding verandering inrichting

(art. 8.19 Wet milieubeheer, I.o. 5.19 Inrichtingen en Vergunningenbesluit) In vijfvoud (le tim 5e ex.) indienerd

stempel datum van ontvangst

1

Burgemeester en wethouders

NOV.

van de gemeente MARKELO

datum: 16-11-1997 naam van de vergunninghouder

rnts. A.J. en G.J.H. Overmeen postcode/woongemeente

Straat en huisnummer )evt, telefoonnummer) 0e

11

7475 VB MARKELO

Rijssenseweg 26 geeft kennis van d e*

C

X wijziging(en) uitbreiding(en) van de hieronder omschreven inrichting, waarvoor vergunning(en) ingevolge de Wet Milieubeheer X

is aangevraagd d.d.

is/zijn verleend bi) uw besluit van

datum enr/Jd/ van devergunning(en) Wet milieubeheer/aanvraag om vergunrd.ng "

11-04-1990 De onderhavige uitbreiding/wijziging wordt langs deze weg gelegaliseerd, omdat redelijkerwijze mag worden aangeno men, dat zij geen dan wel uitsluitend gunstige gevolgen heeft voor de milieubelasting (gevaar, schade, hinder e.d.) buiten de inrichting.

[aard van de inrichting' .

Rundveehouderij ,

opgaaf van hetgeen in de inrichting wordt verricht, vervaardigd of verzameld'

plaats waar de inrichting is gevestigd straat en nummer (eut, telefoonnummer) en postcode/gemeente van

vestiging

het houden van rundvee

Rijssenseweg 26 7475

:1

VB MARKELO

jopgaaf van de aard en de omvang van de uitbreiding of wijziging' (S o

Vernieuwing werktuigenberging 0W,5

E

.

reden(en), waarom de voorgenomen verandering geen dan wel uitsluitend gunsti ge gevolgen voor het milieu heeft'

Het betreft een vervanging van een bestaande werktuigenberging, er zal geen uitbreiding van activiteiten plaatsvinden. °

tijdstip realisering voorgenomen verandering'

begin 19292 1998 E

Betreft deze uitbreiding/wijziging het ongedaan maken van een eerder ge d ane kennisgeving?

o t>

Aankruisen wat van toepasSirry 5l

'

ja

Xneen -

Doorhalen mat niet eau toepsSleq iS 1 Her vernrel3err b, nersieks 'replaats bro:rrirrakberij, garage. reslaurani, opslag vuurwerk, rairkstation 2 'er aangeven hetgeen in de inrichting vor:t ver,icht vervaarelt) of bewaard 3 vr de meeste ui,ailon i.arr msorrmen vcrrstan riet een duidelijke crmschrrjm ing aal het object ms,maicp oe kennisgeving het.ekkrng heeft r3,, aan.te,'c'r .saarc.nr e 'gort erradelroe v' -vrrqr'acrrgen erijr'rr c'ptredee ,- r'r'rr'eeelf...rt :iangeve'.r ro» mccc hte,v' .re eer ,ter verle,r'rcre sergurrnrnlorr 'r'h'evge)olgv' t ,v).olt 31) nl" LI'oorli"c'i1,.')533 53tr3h .,r,r,geer.'rraliv. 'lor tr,3arS, rODluaiS.i , C,1 se ,'rnvrnr ern S3' ome

Zie verder ommezijde.

IJ

wordt ingestemd. Indien de kennisgeving te laat, in het geheel niet of ten onrechte is geschied, is het betrokken deel der inrichting in strijd met de Wet in werking.

Een oergunning dient dus te worden aangevraagd indien door de verandering der inrichting de aarden lof de omvang van gevaar, schade of hinder inde omgeving toeneemt. Eveneens geldt de vergunningsplicht voor een verandering, bestaande inde terugkeer om, de oorspronkelijke, minder gunstige situatie. Acceptatie van deken nisgevin g en het uitblijven vaneen reactie daarop door het bevoegde gezag, houdt nog niet in dat met de gedane kennisgeving alszodanig of met de aangebrachte verandering der inrichting

GEMEENI ' -,

1

t4

MARKELO

F~

Burg. de Beaufortplein 1 7475 AG MARKELO Postbus 4 7475 ZG MARKELO Telefoon : 0547-361564 Telefax : 0547-363262 Postrekeningnr. 841599 Bank: BNG Rekeningnr.: 2850.05.332

—1

Maatschap Overmeen Rijssenseweg 26 7475 VB MARKELO

Behandeld door: R. Hazenkamp Doorkiesnummer:

-j

L

0547 -368156

Uw kenmerk

Uw brief van

Ons kenmerk

VROM

Datum

25 nov. 1997

Onderwerp

verz2

Toezending stukken i.v.m. melding o.g.v. art. 8.19 Wet Milieubeheer.

5 NOV. 1997

-------------------------

Geachte maatschap, Namens burgemeester en wethouders van Markelo, vraag ik uw aandacht voor het volgende. U hebt een kennisgeving gedaan ex. art. 8.19 van de Wet Milieubeheer, t.b.v. uw agrarisch bedrijf i.v.m. de vervanging van de bestaande werktuigenberging. De melding dateert van 16 november 1997 en is op 18 november 1997 ingeboekt/ontvankelijk verklaard. Bijgaand treft u een afschrift van het kennisgevingsformulier met bijbehorende stukken aan. Hoogacht T1d,

li g VROM

CJKU1ÇV

GEMEENTE

MARKELO

KENNISGEVING WET MILIEUBEHEER (art. 8.19 WNb/art. 5.19 IVB) Burgemeester en wethouders van Markelo maken bekend dat een kennisgeving verandering inrichting (art. 8.19 Wm) is binnengekomen. De kennisgeving is gedaan door Mts. Overmeen, Rijssenseweg 26 te Markelo t.b.v. het agrarisch bedrijf. De kennisgeving dateert van 16 november jl. en is op 18 november 1997 geaccepteerd. De kennisgeving betreft de vervanging van een bestaande werktuigenberging. De vervanging kan langs deze weg worden gelegaliseerd omdat de wijziging geen danwel uitsluitend gunstige gevolgen heeft voor het milieu. De kennisgeving met bijbehorende stukken ligt bij de afdeling VROM aan de Goorseweg 14a te Markelo met ingang van 27 november 1997 voor een periode van 6 weken ter inzage tijdens openstelling van de afdeling. Buiten deze uren liggen de stukken ter inzage na telefonische of schriftelijke afspraak met de afd. VROM, tel. 0547-368151/ 368156. Bezwaar tegen het accepteren van de kennisgeving kan worden gemaakt bij Burgemeester en Wethouders van Markelo, Burg. de Beaufortplein 1, 7475 AG te Markelo. U moet uw bezwaarschrift indienen binnen 6 weken na de dag van publicatie van de melding. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten: naam en adres indiener; dagtekening; omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt; gronden van het bezwaar. -

-

-

-

Markelo, 26 november 1997 Namens burgemeester en wethouders, Het hoofd afdeling VROM, \çi per

GEMEENTE

MARKELO

Bekendmaking genomen milieubesluit. Kennisqevina veranderinq inrichtin Burgemeester en wethouders van Markelo maken bekend dat een kennisgeving verandering inrichting (art. 8.19 Wm) is binnengekomen. De kennisgeving is gedaan door Mts. Overmeen, Rijssenseweg 26 te Markelo t.b.v. het agrarisch bedrijf. De kennisgeving dateert van 16 november jl. en is op 18 november 1997 geaccepteerd. De kennisgeving betreft de vervanging van een bestaande werktuigenberging. De vervanging kan langs deze weg worden gelegaliseerd omdat de wijziging geen danwel uitsluitend gunstige gevolgen heeft voor het milieu. De kennisgeving met bijbehorende stukken ligt bij de afdeling VROM aan de Goorseweg 14a te Markelo met ingang van 27 november 1997 voor een periode van 6 weken ter inzage tijdens openstelling van de afdeling. Buiten deze uren liggen de stukken ter inzage na telefonische of schriftelijke afspraak met de afd. VROM, tel. 0547-368151/ 368156. Bezwaar tegen het accepteren van de kennisgeving kan worden gemaakt bij Burgemeester en Wethouders van Markelo, Burg. de Beaufortplein 1, 7475 AG te Markelo. U moet uw bezwaarschrift indienen binnen 6 weken na de dag van publicatie van de melding. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten: naam en adres indiener; dagtekening; omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt; gronden van het bezwaar. -

-

-

-

Burgemeester en Wethouders van Markelo, 26 november 1997,

Wet milieubeheer Geaccepteerde melding Besluit Woon- of Kantoorgebouwen Gemeentebestuur van Markelo voor het pand van de afdeling VROM, Goorseweg I4a te Markelo. Ter inzage De melding ligt vanaf 27 november 1997 zes weken ter inzage bij de afdeling VROM, Goorseweg 14a te Markelo: op werkdagen van 8.30 tot 12.00 uur op maandagavond van 17.00 tot 19.00 uur na telefonisch verzoek (0547) 368151/368156 buiten kantooruren. U kunt tijdens de inzagetermijn een bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders tegen het accepteren van de melding. Op verzoek worden de persoonlijke gegevens van hen die bezwaren indienen niet bekendgemaakt. Een verzoek hiertoe moettegelijk met het indienen van bezwaren bij het College worden ingediend.

Geaccepteerde melding verandering inrichting (art. 8.19 Wm) -

Mts. Overmeen, Rijssenseweg 26 - voor het agrarisch bedrijf.

De kennisgeving betreft de vervanging van een bestaande werktuigenberging. De wijziging heeft geen of uitsluitend gunstige gevolgen heeft voor het milieu. Ter inzage De stukken liggen vanaf 27 november 1997 zes weken ter inzage op de onder 'Geaccepteerde melding' genoemde plaats en tijden. Bezwaar U kunt bezwaar maken tegen het accepteren van de melding bij burgemeester en wethouders van Markelo, Burg. de Beaufortplein 1, 7475 AG te Markelo binnen zes weken na de dag van publicatie. Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten: naam en adres indiener dagtekening omschrijving van het besluit waartegen bezwaarwordt gemaakt gronden van het bezwaar.

Verleende vergunning Op 18 november 1997 is vergunning verleend aan: de heer Beltman, Roudaalterweg 8 - (een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning) voor het agrarisch bedrijf. De strekking van het besluit is het verlenen van de vergunning ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van de bedrijfsactiviteiten voor het milieu.

Beroep De volgende personen kunnen beroep tegen de verleende vergunning indienen: zij die bedenkingen hebben ingediend tegen het ontwerp besluit belanghebbenden die kunnen aantonen hiertoe redelijkerwijs niet in staat te zijn geweest de adviseurs die advies hebben uitgebracht over het ontwe rpbes luit zij die bedenkingen hebben tegen wijzigingen die, bij het nemen van het besluit t.o.v. het ontwerp daarvan

-

zijn aangebracht. Het beroepschrift moet worden gericht aan de Voorzitter van de Afdeling Bestuursrechtspraakvan de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Tevens kan een verzoek om voorlopige voorziening worden aangevraagd bij de voorzitter van de genoemde afdeling. Het beroepschrift/verzoek moet ten minste bevatten: naam en adres van de indiener dagtekening omschrijving van het besluit, waartegen het beroep is gericht de gronden van het beroep afschrift van het besluit, waarop het geschil betrekking heeft ondertekening. -

Actualisatie voorschriften Op 18 november 1997 zijn de voorschriften geactualiseerd van de vergunning: d.d. 24 februari 1987 van de heer Assink voor het agrarisch bedrijf, Scholendijk 17. De strekking van het besluit is het actualiseren van de voorschriften ter voorkoming of beperking van de nadelige gevolgen van de bedrijfsactiviteiten voor het milieu. Ter inzage en indienen beroep De stukken liggen vanaf 27 november 1997 zes weken ter inzage op de onder 'Geaccepteerde melding' genoemde plaats en tijden. Zie voor het indienen van beroep onder Verleende vergunning'.

Lozingenbesluit Bodembescherming Verleende ontheffing Op 18 november 1997 is de volgende ontheffing verleend aan: Mts. Wessels, Rijssenseweg 56 - voor het uitrijden van agrarisch afvalwater over eigen grond. Ter inzage en indienen beroep De stukken liggen vanaf 27 november 1997 zes weken ter inzage op de onder 'Geaccepteerde melding' genoemde plaats en tijden. Zie voor het indienen van beroep onder Verleende vergunning'.

Ter inzage Het besluit ligt vanaf 27 november 1997 zes weken ter inzage op de onder 'Geaccepteerde melding' genoemde plaats en tijden.

26 november 1997 Burgemeester en wethouders van Markelo

( G -,-:: ~

RMI7 Meldingsformulier

Info1i

-

-

6 FEB 2CLa

Besluit landbouw milieubeheer

Vooraf Voor wie is het meldingsformulier bedoeld? Dit formulier is bedoeld voor degene die van plan is een bedrijf op te richten, uit te breiden of te wijzigen, dan wel de werking daarvan te veranderen. Met dit formulier kunnen u en het bevoegd gezag (gemeente of provincie) nagaan of uw inrichting onder (de algemene regels van) het Besluit landbouw milieubeheer valt of dat u een milieuvergunning dient aan te vragen. Tijdstip van melding (artikel 7 van het besluit) Valt u onder het besluit dan moet u dit ten minste vier weken voor het oprichten, de uitbreiding of wijziging van de bedrijfsvoering aan het bevoegd gezag (meestal de gemeente) melden. U voldoet aan deze eis door dit formulier volledig in te vullen, te ondertekenen en deze (inclusief de in het formulier gevraagde bijlagen), vier weken v66r aanvang van de activiteit, in te leveren bij uw gemeente. Het van toepassing worden van het Besluit landbouw milieubeheer op een bestaande, maar nog niet (eerder) vergund of gemeld bedrijf moet u ten hoogste twaalf weken na de inwerkingtreding van dit besluit melden.

Melding wel of niet vereist? (artikel 7 en 9 van het besluit) Een melding is niet vereist, indien u eerder een melding heeft ingediend op grond van het Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer, Besluit motorvoertuigen milieubeheer of het Besluit bedekte teelt (voor wat betreft witlof en eetbare paddestoelen) en de bij die melding verstrekte gegevens sindsdien niet zijn gewijzigd en door uw voornemen ook niet zullen wijzigen. Indien op uw bedrijf een vergunning van toepassing was en de bij de aanvraag (voorzover die bij de vergunning hoort) verstrekte gegevens niet zijn gewijzigd, hoeft er ook geen melding te worden ingediend. U dient wel een melding in te dienen indien er voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit geen vergunning of geen van de eerdere genoemde vier besluiten op uw inrichting van toepassing was, ook al is er geen sprake is van een wijziging van de werking van de inrichting. Mocht u specifieke vragen hebben over dit formulier of de procedures neemt u dan contact op met het bevoegd gezag, of kijk op: www.infomil.nl

Infoli2,

Besluit landbouw milieubeheer

Drijver van de inrichting Naam drijver van de inrichting: Adres: Postcode en plaats: Telefoon:

........................................

...?-............................... -

3. .....

.....

Adres inrichting Naam van de inrichting: Adres: Postcode en plaats: Telefoon:

. 14.

....-

.......7..LW V. .... Wethouders van de gemeente Hof van Twente d.d. namens hen:

4 FEB. 2008

Soort melding Maakt melding van: (a.u.b. aankruisen wat van toepassing is) I Het oprichten van een inrichting

Hoofd afdeli ng Vergunnen en handhaving

CW. Kuijper Sf Het uitbreiding of wijzigen, dan wel het veranderen van de werking van een inrichting p LI Het in werking zijn van een reeds bestaande, maar niet vergunde of gemelde inrichting D Het toepassen van andere middelen dan opgenomen in hoofdstuk 1 t/m 3 van de bijlage, maar met een ten minste gelijkwaardige bescherming voor het milieu

LMEENT HOF VN 1VVENTE Aard inrichting: lNGEKO 19 melkrundveehouderij I akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondsteelt f F6 J gemechaniseerd loonbedrijf J paardenhouderij .Y f LI kinderboerderij LI kleinschalige veehouderij I witloftrekkerij of teeltbedrijf met eetbare paddestoelen of andere gewassen in een gebouw 1 bedrijf voor de opslag van vaste mest, bloembollenafval, afgedragen gewas of gebruikt substraatmateriaal El spoelbassin bedrijf IJ samenstel van boven genoemde bedrijvigheden Het voorgenomen tijdstip van oprichting, uitbreiding, wijziging of verandering 2.o.çcY ... --- ........................ .................. Omschrijving aard en omvang van activiteiten of processen in de inrichting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4289/documents/59976