08 TAM IMRO Herikerweg 22 Markelo Bijlage bij toelichting Geuronderzoek.pdf
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22k Herikerweg 22 Markelo
Bijlagen bij de toelichting
ontwerp
45
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22k Herikerweg 22 Markelo
Bijlage 3 geuronderzoek
122
ontwerp
het woon- en leefklimaat een beoordeling van het woon- en leefklimaat inzake de ontwikkeling op de locatie Herikerweg 22 te Markelo ter plaatse van de bestaande schuur C, om te vormen naar woning met behoud van karakteristiek.
Opgesteld door:
26-7-2024 Aangepast 27-1-2025
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
1
De locatie Herikerweg 22 wordt herontwikkeld, waarbij de bestaande schuur C omgevormd wordt naar een woning met behoud van karakteristiek. Zie onderstaande uitsnede uit de situatietekening:
Bij het toevoegen van een woning moet het woon- en leefklimaat beoordeeld worden. Dit wordt bepaald door de aanwezige agrarische bedrijven. Zowel bij het agrarisch bedrijf op de locatie Herikerweg 16 als op de locatie Herikerweg 30 wordt rundvee gehouden. Paragraaf 5.1.4.6.3 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) vormt het toetsingskader voor de geurbelasting die afkomstig is van dierenverblijven bij veehouderijen. In het Bkl wordt onderscheidt gemaakt in: 1) Dieren met een vastgesteld geuremissiefactor (OU-dieren). 2) Dieren zonder een vastgesteld geuremissiefactor (VA-dieren).
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
2
Voor de eerste soort wordt de geurbeIasting bij ‘geurgevoeIige objecten' (ggo) berekend. Voor het tweede gelden minimumafstanden tussen emissiepunt en dergelijke objecten. Een geurgevoelige object is een woning, kantoor of een ander verblijf met een langdurige blootstelling. Het beschermingsniveau (toegestane geurbelasting) hangt af van de ligging van het geurgevoelige object: 1) Binnen of buiten een bebouwingscontour; 2) Binnen of buiten een concentratiegebied. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving wordt de bebouwde kom vervangen door de bebouwingscontour die in het omgevingsplan moet worden opgenomen, zodat vooraf hierover altijd duidelijkheid is. Gemeenten wijzen de bebouwingscontouren aan in het omgevingsplan. De gemeente Hof van Twente heeft voor zover bekend geen bebouwingscontouren aangewezen. Verondersteld kan worden dat het gebied van de voorgenomen woning buiten een bebouwingcontour ligt. Wel heeft de gemeente in haar omgevingsplan de maximaal toelaatbare geurwaarden opgenomen voor een geurgevoelige object (artikel 22.98 van de omgevingsplan gemeente Hof van Twente). Deze waarden komen overeen met de standaardwaarden uit het Besluit Kwaliteit Leefomgeving Een concentratiegebied is een gebied met relatief veel veehouderijen en waar mensen minder snel geur als hinderlijk ervaren dan mensen in de niet-concentratiegebieden.
De concentratiebieden zijn aangegeven in de Meststoffenwet (Bijlage 1 van de Meststoffenwet). De standaard wettelijke geurnormen voor intensieve veehouderijen zijn strenger binnen de bebouwingscontour en in niet-concentratiegebieden. Het plangebied ligt in een concentratiegebied en buiten de bebouwingscontour. De geldende eisen m.b.t. geur zijn: 1. Minimaal 50 meter afstand voor veehouderijen met VA-dieren en; 2. Maximaal 14,0 OUe/m3 lucht voor veehouderijen met OU-dieren. De veehouderijen aan de Herikerweg 16 en 30 liggen het dichtst in de buurt van de ontwikkellocatie. Deze veehouderijen zijn daarmee bepalend voor de mogelijkheden op de ontwikkellocatie. Overige veehouderijen worden dan ook niet onevenredig geschaad in hun belangen. De vigerende vergunning van de locatie Herikerweg 16 ( zie bijlage 1) is een Melding Besluit landbouw milieubeheer d.d. 22-02-2008 met enkel dieren met vaste afstand normen: Categorie RAV-code / OW- Aantal EmissieEmissiefactor code factor kg geur in NH3/jr ouE/sec Vrouwelijk jongvee jonger dan 2 A3.100 / HA2.100 10 4,4 --jaar Overig rundvee van 2 jaar en A7.100 / HA^6.100 10 6,2 --ouder Aan de minimaal vereiste afstand wordt meer dan ruimschoots voldaan daar de afstand tot de om te vormen karakteristieke schuur en het agrarisch bedrijf Herikerweg 16 ruim 130 meter is. Hiermee is t.o.v.
die locatie sprake van een goed woon- en leefklimaat; aan de vereiste normen wordt meer dan voldaan!
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
3
Voor de locatie Herikerweg 30 ligt dat anders. Die afstand is 75 meter. Vandaar dat via deze reportage inzichtelijk gemaakt moet worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De vigerende vergunning van het bedrijf Herikerweg 30 ( zie bijlage 2) ziet op: Categorie RAV-code / OW- Aantal EmissieEmissiefactor code factor kg geur in NH3/jr ouE/sec Vleeskalveren jonger dan 1 jaar A4.100 / HA3.100 362 3,5 35.6 Paarden van 3 jaar en ouder K1.100 / HL1.100 7 5 --In de nabijheid van de ontwikkellocatie ligt het agrarisch bedrijf locatie Herikerweg 30 en het agrarisch bedrijf Herikerweg 16. Zie figuur 1.
Herikerweg 30
Herikerweg 16 Figuur 1 Omgeving ontwikkellocatie
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
4
De aanwezigheid van het agrarisch bedrijf op de locatie Herikerweg 30 maakt dat de effecten van dit bedrijf op de ontwikkellocatie in beeld gebracht moeten worden. Het bedrijf is een rundveehouderij waar naast rosékalveren ( vleeskalveren jonger dan 1 jaar), volwassen paarden ( paarden van 3 jaar en ouder) gehouden worden, conform de vigerende vergunning van 30-11-2005 (zie bijlage 2). Voor vleeskalveren jonger dan 1 jaar gelden geuremissie-factoren en voor paarden van 3 jaar en ouder vaste afstand-eisen van 50 meter tot een geurgevoelig object als het om de geuraspecten gaat. De geuremissie-dieren zijn dus bepalend voor het woon- en leefklimaat bij de voorgestane ontwikkelingen, daar aan de afstand eis van 50 meter ruimschoots voldaan wordt. Vanuit het onderdeel paarden is het woon- en leefklimaat gegarandeerd goed. Een beoordeling van het woon- en leefklimaat ten gevolge van de vleeskalveren jonger dan een 1 jaar die gehouden worden op de locatie Herikerweg 30 op de ontwikkeling aan de Herikerweg 22 vindt in deze notitie plaats, waarbij ook bijlage 6 en 7 van de handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij wordt betrokken. Van belang is de vigerende omgevingsvergunning d.d.
30-11-2005 ( zie bijlage 2) op de locatie Herikerweg 30 te Markelo met de daarbij behorende v-stacks berekening met daarin de 362 vleeskalveren met de geuremissiefactoren en de bestaande schuur C op de ontwikkellocatie, die omgevormd wordt naar een woning met behoud van karakteristiek:
Geurbelasting op de om te vormen schuur van gemiddeld 6.96 odour units per m3 lucht De om te vormen schuur naar woning is met 6 punten gemodelleerd in de V-stacks berekening ( zie bijlage 3):
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
5
zodat rondom de geurbelasting op gebouw C in beeld is t.o.v. de locatie Herikerweg 30 . Van belang is het effect van de vigerende omgevingsvergunning d.d. 30-11-2005 ( zie bijlage 2) op de locatie Herikerweg 30 te Markelo met de daarbij behorende v-stacks berekening met daarin de vleeskalveren met de geuremissiefactoren en de bestaande reeds aanwezige woning:
Geurbelasting op de reeds aanwezige woning van gemiddeld 6.8 odour units per m3 lucht De reeds aanwezige woning is met 6 punten gemodelleerd in de V-stacks berekening ( zie bijlage 2) op dezelfde wijze als de om te vormen schuur C. De bewoners van de bestaande woning zijn al sinds jaar en dag bekend met de activiteiten van de veehouderij aan de Herikerweg 30 en ervaren daar geen enkele overlast van; praktisch is dus het woon- en leefklimaat aanvaardbaar. Van belang is om te constateren dat men dat ook zo ervaart en men ermee bekend is. In deze vigerende situatie is dus sprake van een passende geur situatie, zowel voor de reeds bestaande woning als voor de toe te voegen woning. Er is dus geen sprake van belemmeringen vanwege dit toegevoegde geurgevoelige object. Kortom: de ontwikkelmogelijkheden op de locatie Herikerweg 30 worden niet belemmerd door deze ontwikkeling. Om tot een beoordeling van het woon- en leefklimaat te komen is de V-stacks berekening vanuit de vigerende vergunning van de locatie Herikerweg 30 het uitgangspunt. Vanuit de voorgrondbelasting is de bijbehorende geursituatie in beeld gebracht. Als geurgevoelige object is de bestaande schuur C, om te vormen naar woning met behoud van karakteristiek opgenomen. De geurbelasting is gemiddeld 6.96 odour units per m3 lucht daarmee ruimschoots onder de toegestane norm van 14.
Dit geldt ook voor de reeds bestaande woning daar die geurbelasting gemiddeld 6.8 odour units per m3 lucht is. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat op grond van de huidige vergunning zijn daarnaast bijlage 6 en 7 van de handreiking bij de Wet geurhinder en veehouderij tabel B. Relatie tussen de voorgrondbelasting en de geurhinder en tabel uit bijlage 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij van belang.
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
6
.
Tabel uit bijlage 7 van de handreiking Wet geurhinder en veehouderij
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
7
Het percentage geurgehinderden bij een geurbelasting van gemiddeld 6.96 odour units per m3 lucht bedraagt 15-20% . Dat percentage komt overeen met de milieukwaliteit matig, maar nog steeds met een gegarandeerd aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit wordt bevestigd vanuit de situatie bij de reeds aanwezige woning op de ontwikkellocatie. Concluderend: er is een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestaande schuur C, om te vormen naar woning met behoud van karakteristiek.
Bijlagen: 1. Besluit landbouw milieubeheer d.d. 22-02-2008 Herikerweg 16 Markelo 2. Omgevingsvergunning d.d. 30-11-2005 Herikerweg 30 Markelo 3. V-stacks berekening 2020 met de bestaande schuur C, om te vormen naar woning
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
8
Bijlage 1: Besluit landbouw milieubeheer d.d. 22-02-2008 Herikerweg 16 Markelo
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
9
ee
nie
E Hof van e Twente ©,
|(geanonimiseerd) 16
Postbus 54 7470 AB
Herikerweg (geanonimiseerd) EN MARKELO
Goor
Telefoon: 0547 858585 Fax: 0547 E-mail:
858586
info@hofvantwente.nl
Website: www.hofvantwente.nl
Uw brief van:
Uw kenmerk:
Ons
kenmerk:
22 februari 2008
MPM
6242
Behandeld door:
Bezoekadres:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Bijlage(n):
De
Datum:
21
verge:JULI 2008
7
Höfte
(geanonimiseerd)
juli 2008
2
Melding
Onderwerp:
Geachte leden U heeft
van
Besluit landbouw milieubeheer
de
Maatschap,
melding ingediend op grond van het Besluit landbouw milieubeheer voor de inrichting gelegen aan de Herikerweg 16, BEN (geanonimiseerd) te Markelo. Middels de melding geeft u aan dat op de bedrijfsvoering, de algemene regels van het bovengenoemde Besluit van toepassing zijn. De
een
melding is bij ons ingekomen op 22 februari 2008 en is 21 juli 2008 aangevuld. De melding gepubliceerd in het Hofweekblad.
zal binnenkort worden U
ontvangt bij deze brief: e _een door ons gewaarmerkt exemplaar _de voorschriften
e
behorende
van
bij het Besluit.
de
melding
met
bijlagen;
Tegen deze melding kan geen bezwaar gemaakt worden. Degene die meent dat niet met deze melding kan worden volstaan omdat een milieuvergunning vereist zou zijn, kan bij het college van burgemeester en wethouders een verzoek indienen om bestuurlijke handhaving. Het doen
melding betekent niet dat wordt voldaan aan voorwaarden of voorschriften gesteld of kunnen worden gesteld op grond van andere wet- en regelgeving zoals bijvoorbeeld bestemmingsplan, bouwverordening en de brandveiligheidsverordening. van
een
die worden
Hoogachtend, Namens
burgemeester el
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) ee
EN
en
(geanonimise rd)
(geanonimiseerd)
han
van
Twente,
En
InfoMil
Besluit landbouw
Drijver van de inrichting Naam drijver van de inrichting:
milieubeheer
(geanonimiseerd)
Adres:
Postcode
en
plaats:
(geanonimiseerd)
Telefoon: Adres
(geanonimiseerd)
inrichting van de inrichting:
Naam Adres:
Postcode
en
plaats:
(geanonimiseerd)
Telefoon: Soort melding Maakt melding van: (a.u.b. aankruisen wat
OUD Aard
van toepassing is) oprichten van een inrichting Het uitbreiding of wijzigen, dan wel het veranderen van de werking van een inrichting Het in werking zijn van een reeds bestaande, maar niet vergunde of gemelde inrichting Het toepassen van andere middelen dan opgenomen in hoofdstuk 1 t/m 3 van de bijlage, met een ten minste gelijkwaardige bescherming voor het milieu
Het
maar
inrichting: OQ melkrundveehouderij
UDO
[un
of Winbolwbearijf AEKorDonN, gemechaniseerd loonbedrijf
met open
grondsteelt
2 2
rco
2008
paardenhouderij kinderboerderij kleinschalige veehouderij witloftrekkerij of teeltbedrijf met eetbare paddestoelen of andere gewassen in een gebouw bedrijf voor de opslag van vaste mest, bloembollenafval, afgedragen gewas of gebruikt substraatmateriaal
spoelbassin bedrijf samenstel
Het voorgenomen
van
boven
genoemde bedrijvigheden
tijdstip van oprichting, uitbreiding, wijziging
of verandering
ij beefuit/briet
‘wethouders vande dd.
21
van
burgemeester en
gemeente Hof
JULI 200
Hoofd afdeling Vergunningen
(geanonimiseerd)
en
van
Twente
namens hen:
Handhaving
(geanonimiseerd)
Info..--
Besluit landbouw milieubeheer
,
Is het Besluit landbouw milieubeheer op uw inrichting van toepassing? a.
Worden in de inrichting landbouwhuisdieren gehouden? ja Ga verder met vraag b nee Ga verder met vraag h
b.
Betreft het een inrichting opgericht op of na 1januari 2002? I ja Ga verder met vraag c nee Ga verder met vraag d Inrichting is opgericht op of na 1 januari 2002 Is een tot de inrichting behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk gelegen in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 2 van de Wav of in een zone van 250 meter rondom Cl
C.
,
een zodanig gebied
U U
ja
nee
Het besluit is niet van toepassing Ga verder met vraag t
d.
Inrichting is opgericht voor 1januari 2002 Is een tot de inrichting behorend dierenverblijf , geheel of gedeeltelijk gelegen in een kwetsbaar gebied als bedoeld in artikel 2 van de Wav of in een zone van 250 meter rondom een zodanig gebied? ja Ga verder met vraag e I nee Ga verder met vraag f
e.
Is het aantal gehouden landbouwhuisdieren van een of meer diercategorieën groter dan op 31 december 200 1: 1. overeenkomstig een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8. 40 van de Wet milieubeheer , zoals die op die datum luidde , in de veehouderij aanwezig mocht zijn of 2. ingevolge een vergunning als bedoeld in artikel 8. 1 van de Wet milieubeheer in de veehouderij aanwezig mocht zijn. ja Het besluit is niet van toepassing Het bedrijf is vergunningplichtig nee Ga verder met vraag f Cl
LI
f.
Is de inrichting waar landbouwhuisdieren worden gehouden (met uitzondering van een kinderboerderij) gelegen op een afstand' van minder dan 100 meter van een object categorie 1 of II of op een afstand' gelegen van minder dan 50 meter van een object categorie III , IV of V? ja Ga verder met vraag g Het besluit is mogelijk van toepassing , beantwoord de vragen 1 t/m 39 nee El
g.
Gaat het om een inrichting die is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit (6 december 2006) en is het aantal landbouwhuisdieren dat gehouden wordt kleiner of gelijk aan het aantal landbouwhuisdieren dat op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8. 1 van de Wm of op grond van het Besluit melkrundveenouderijen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer gehouden mocht worden en is de afstand' tot het dichtstbijzijnde object categorie 1 II III IV of V niet afgenomen? ja Het besluit is mogelijk van toepassing beantwoord de vragen 1 t/m 39 IJ nee Het besluit is niet van toepassing. Het bedrijf is vergunningplichtig. ,
,
,
,
,
1 Deze afstand wordt gemeten vanaf de buitenzijde vaneen object i, ii , iii iv of V tot het dichtstbijzijnde emissiepunt van het
dierenverblijf.
3
Info.
:
h.
Besluit landbouw milieubeheer
Betreft het een inrichting waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden en die is gelegen op een afstand 2 van minder dan 50 meter van een object categorie 1 of II of minder dan 25 meter is gelegen van een object categorie III IV of V? ja Ga verder met vraag nee Het besluit is mogelijk van toepassing beantwoord de vragen 8 t/in 39 Gaat het om een inrichting die is opgericht voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit (6 december 2006) en waarvan de afstand 2 die moet worden aangehouden op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 8. 1 van de Wm of op grond van het Besluit melkrundveehouderjen milieubeheer of het Besluit akkerbouwbedrijven milieubeheer of het Besluit bedekte teelt milieubeheer tot het dichtstbijzijnde object categorie 1 II III IV of V niet is afgenomen. Het besluit is mogelijk van toepassing beantwoord de vragen 8 t/m 39 Cl ja ,
Cl
,
,
,
,
,
,
1
nee
Het besluit is niet van toegassina.
Ja
Nee
u
ia
1.
Worden meer dan 50 mestvarkeneenheden gehouden , daarbij niet meegerekend ten hoogste 50 schapen die gedurende de aflamperiode in de inrichting worden gehouden?
2.
Worden meer dan 200 stuks melkrundvee (exclusief bijbehorend vrouwelijk jongvee jonger dan twee jaar) gehouden?
3.
Worden meer dan 50 geiten gehouden?
4.
Worden meer dan 50 voedsters gehouden?
5.
Worden er meer dan 50 paarden gehouden?
6.
Worden pelsdieren bedrijfsmatig gehouden?
0
7.
Worden er meer dan 50 landbouwhuisdieren gehouden , anders dan bedoeld onder 1 tm 6 (op kinderboerderijen is deze vraag niet van toepassing)?
0
8.
Is voor het telen van gewassen een permanente opstand van glas of van kunststof groter dan 2. 500 m2 aanwezig?
0
9.
Worden er meer dan 35 m3 afvalstoffen , behoudens zand , grind en grond van categorie 1 en 2 van het Bouwstoffenbesluit en van onbekende kwaliteit opgeslagen , die niet binnen het eigen bedrijf zijn ontstaan?
0
10.
Worden er gevaarlijke afvalstoffen opgeslagen , die niet binnen het eigen bedrijf zijn
0
11.
Worden er meer dan 1. 000 m3 afvalstoffen per jaar overgeslagen , die niet binnen het eigen bedrijf zijn ontstaan?
0
12.
Zijn er één of meer werkplaatsen aanwezig die in hoofdzaak worden gebruikt voor onderhoud , ondersteuning of reparatie van niet tot de inrichting behorende gebouwen , installaties , toestellen of voertuigen , van derden?
0
13.
Bedraagt bij de teelt van eetbare paddestoelen de teeltoppervlakte meer dan 5. 000 m 2?
0
Indien eetbare paddestoelen worden geteeld; wordt er verse compost gepasteuriseerd?
0
Is er apparatuur aanwezig voor het verspuiten van gewasbestrijdingsmiddelen of biociden met een vliegtuig?
0
16.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van meer dan 600 m 3 vaste mest?
0
17.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van meer dan 500 m 3
0
14. 15.
ontstaan?
strooizout?
J Li
la
cl
ia
13
ia
na
53
fa
Ei
2 Deze afstand wordt gemeten vanaf het onderdeel van het bedrijf dat het dichtst bij het genoemde object is gelegen , waarbij een waterbassin , een watersilo , een warmwateropslagtank en het erf niet als een zodanig onderdeel worden beschouwd.
ti
Info
Besluit landbouw milieubeheer
18. Zijn er voorzieningen ot installaties aanwezig voor het opslaan of bewerken en verwerken van meer dan in totaal 2. 000 m3 zand , grind en grond? 19.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan of bewerken en verwerken van zand , grind en grond dat niet afkomstig is van eigen werkzaamheden of niet wordt aangewend voor eigen werkzaamheden?
20.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het afleveren van LPG of aardgas
21.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van gewasbestrijdingsmiddelen of biociden als bedoeld in artikel 1 , eerste lid , onderdelen g en h , van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 met een capaciteit van 10. 000 kilogram of
voor tractie?
U Li
to
52
U El
w
meer?
22. 23.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van gevaarlijke stoffen in emballage met een capaciteit van 10. 000 kilogram of meer? Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van vloeibare gevaarlijke stoffen , vloeibare gevaarlijke afvalstoffen of brandbare vloeistoffen in tanks (hierbij wordt buiten beschouwing gelaten: 'de opslag in een of meer ondergrondse tanks waarop het Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998 van toepassing is , ode opslag van diesel , huisbrandolie , gasolie , lichte stookolie of afgewerkte olie in een of meer bovengrondse tanks , 'de opslag van petroleum in een of meer bovengrondse tanks met een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 15. 000 liter , of 'de opslag van vloeibare kunstmeststoffen in bovengrondse tanks)
24.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het opslaan van gassen of gasmengsels in tanks (tanks waarop het Besluit voorzieningen en installaties milieubeheer van toepassing is , worden hierbij buiten beschouwing gelaten)?
25.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor opslaan van dunne mest in mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 750 m2 , of een gezamenlijke inhoud van meer dan 2. 500 m 3?
26.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het beluchten , geforceerd vergisten of op andere wijze be- of verwerken , behoudens mengen of roeren , van dunne mest in
U U
ui
ij
IJ
mestbassins?
27.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het vullen van gasflessen door middel van een vulstation anders dan de in richtlijn CPR 11-5 opgenomen type A of type B
El
E2
vulstations? 28.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het afleveren van andere motorbrandstoffen dan LPG of aardgas voor tractie (eigen gebruik wordt hierbij buiten beschouwing gelaten)?
29.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het verrichten in vast opgestelde voorzieningen en installaties van werkzaamheden met chemische gewasbeschermingsmiddelen voor derden?
30.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het verven van bloemen en
31.
Zijn er voorzieningen of installaties aanwezig voor het composteren van materiaal of het opslaan van afgedragen gewas of bloembollenafval met een totaal volume van meer dan 600 m 3?
U
32.
Worden er nitraathoudende kunstmeststoffen bewaard van de klassen A of B als bedoeld in CPR-1?
U
U
siergewassen?
zl
Info
,
Besluit landbouw milieubeheer
33.
Zijn een of meer installaties of voorzieningen aanwezig , die kunnen worden gebruikt voor het verstoken of verbranden van andere brandstoffen dan aardgas , propaangas , butaangas , gasolie of petroleum (een open haard of houtkachel voor het verbranden van hout die alleen is bedoeld voor sfeerverwarming en een smidse wordt hierbij buiten beschouwing gelaten)?
34.
Wordt windenergie in elektrische energie omgezet met een of meer windturbines?
35.
Zijn in de inrichting of een onderdeel daarvan één of meer stooktoestellen voor verwarming aanwezig met een thermisch vermogen per toestel van 7. 500 kW of meer? Zijn in de inrichting of een onderdeel daarvan een warmtekrachtopwekking aanwezig met een gezamenlijk nominaal elektrisch vermogen van 10 MW of meer? Zijn koel- en vriesinstallaties of warmtepompen aanwezig met een capaciteit of een totale capaciteit van meer dan 200 kilogram ammoniak of meer dan 100 kilogram propaan , butaan of mengsels van propaan of butaan?
36. 37.
38.
El
u
Li
0
El
2
U
ta
El
Vinden er activiteiten of handelingen plaats als bedoeld in categorie 21 , bijlage 1 , behorende bij het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer (genetische
modificatie van organismen)?
39. Moet er voor de inrichting een mïlieueffectrapportage worden gemaakt?
Li
2
Wanneer één van de bovenstaande vragen met ja isbeantwoord , is het Besluit landbouw milieubeheer niet van toepassing en dient een Wet milieubeheer vergunning te worden aangevraagd. Wanneer alle vragen met nee zijn beantwoord , is het Besluit van toepassing en dient u de volgende gegevens in te vullen.
6
burgemeester en Hof van Twente wethouders van de gemeente hen: Hoort bij bestit/brief van
\
d.d.
Hoofd
namens
ì
afdeling Vergunningen
Besiu® ii
(geanonimiseerd)
en
Handhaving
(geanonimisOm eerd) (geanonimise rd)
tekel
A
t
ijlage 1 van de Regeling
ammoniak
(geanonimiseerd)
en
veehouderij)
(geanonimise rd)
milieubeheer aa nwezig is waarop de voorschriften uit het Besluit mestbassins Indien een bassin voor de opslag van dunne mest installateur van het bassin door de een verstrekt: tevens de volgende gegevens niet van toepassing zijn, worden bij de melding voorschriften van de bijlage is uitgevoerd en welke verstrekte verklaring waaruit blijkt dat het bassin overeenkomstig dash kken van het bassin. Ova 3
referentieperioden van toepassing zijn, en gegevens
(geanonimiseerd) Pe
Besluit landbouw
4.
De aard, omvang
en
frequentie van
de transportactiviteiten:
gemiddeld aantal voertuigen per periode (jaar, maand, week)
type voertuig/transport
maximum aantal
(1 voertuig
=
2
dagperiode
ú CLR
4
5.
J Gak.
Geluidrelevante werkzaamheden
/
avondperiode
nachtperiode 22.00-06.00
u
fe)
duur in
uren
Cd
Yó
MM aad
heftruck
19.00-22.00
geluidbronnen:
en
frequentie per periode (jaar, maand, week, dag)
tractoren
per dag
LE
n
vrachtwagens overig
bewegingen
bewegingen)
06.00 -19.00u
veetransport
milieubeheer
_bronvermogen
dag-, avond of ° nachtperiode
dag
5
shovel laden
en
lossen
vee
laden
en
tossen
overig
vullen
silo's
a
Gas
E aaf / aa (3
pompen mest inkuilen
ventilatoren
6.
pe LE
Ì AAR
FV
O.a.
(mn geanonimise rd)
Ee 0) ze
p
5-0
Opslag in tanks:
aan-
en
afvoer
dagperiode 06.00
hoeveelheid
bovengronds/ondergronds
bovemdrowdg
Joso/d
5
zi4 ie
(0
ed
aard opslag
*
;
da
—
van
voer,
19.00
u;
eieren, mest, brandstof, kadavers. 22.00 u; nachtperiode 22.00 avondperiode 19.00 —
—
Zl606lk
06.00
u.
installatiedatum
u
InfoMil 7.
Aard
en
bedrijfsafval-
water
Besluit landbouw
milieubeheer
lozing van afvalwater:
voorzieningen®
lozing op:
afkomstig
controleput
_nvt
aanwezig
van:
riolering
gierkelder
melktanklokaal__O
spoelplaats
a
a
jm |
a
|
veewagens
wasplaats kadaverplaats
a
Is |
kantine/keuken
je |
a
a
|
a
a
|
u
((geanonimiseerd) geanonimise rd)
anders:
N. VT
hl
MN. 74 T
N zen vt
À
a
7
u
vn
A
A AE
tn
Datum:
| MSS
{1-02
0d.
(geanonimiseerd)
$
Bij voorzieningen moet
installaties
voor
afvalwater
(IBA's).
u
denken
het zuiveren
van
aan bijvoorbeeld vetafscheiders; slibvangputten; olieafscheiders; bezinkputten; bedrijfsafvalwater van huishoudelijk aard (Individuele behandeling van
Gemeente Hof van Twente N. ÂT ivo:Ja/ne
InfoMi
ge
omen:
Z
FEB. ZUU
Kopie aan: Archief. W/NR/V/B SBA
e
?sluit landbouw milieubeheer
Toelichting bij het formulier
Definities (voor de juiste Juridische omschrijving verwijzen wij u naar het Besluit landbouw milieubeheer. Zie onder andere artikel 1) In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan ondera. afgedragen gewas: gedeelte van het gewas dat resteert aan het einde van de teelt , nadat de voor consumptie bedoelde delen van het gewas zijn verwijderd; b. akkerbouw- of tuinbouwbedrijf met open grondteelt: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1 , derde lid , van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die deel uitmaakt van een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het telen van akkerbouwproducten of tuinbouwproducten op of in de open grond; ammoniakemissie: emissie van ammoniak , uitgedrukt in kilogram NH3 per jaar; c. d. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is een vergunning te verlenen op grond van de Wet milieubeheer voor een inrichting; e. bijlage: bij dit besluit behorende bijlage; f. brandbare vloeistof: stof in vloeibare toestand die een vlampunt heeft dat hoger ligt dan 55°C; compost: een product dat geheel of grotendeels bestaat uit één of meer organische afvalstoffen die met g. behulp van micro-organismen zijn afgebroken en omgezet tot een zodanig stabiel eindproduct dat daarin alleen nog een langzame afbraak van humeuze verbindingen plaatsvindt; h.
composteren: omzetten van plantaardig restmateriaal en hulpstoffen in compost: 1. CPR 1: Richtlijn 1 van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen , getiteld " Nitraathoudende meststoffen , vervoer en opslag " , derde druk , uitgave 1991; j. CPR 11-5: Richtlijn 11-5 van de Commissie Preventie van Rampen door Gevaarlijke Stoffen , getiteld " Propaan , vulstations van butaan- en propaariflessen " eerste druk , uitgave 1994; k. diercategorie: categorie dieren , bedoeld in bijlage 1 van de Regeling ammoniak en veehouderij; 1. dierenverblijf: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen landbouwhuisdieren worden gehouden; m. dunne mest: mest die verpompbaar is en die bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren , al dan niet vermengd met mors- , spoel- , schrob- , reinigings- of regenwater; gebruikt substraatmateriaal: materiaal van natuurlijke of kunstmatige oorsprong , nadat het is gebruikt voor n. het telen van gewassen los van de grond: o.
gemechaniseerd loonbedrijf: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1 , derde lid , van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die deel uitmaakt van een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak agrarisch gemechaniseerd loonwerk , zoals cultuurtechnische werken , mestdistributie en grondverzet , en soortgelijke dienstverlening verricht; gevaarlijke stof: stof die of preparaat dat bij of krachtens het Besluit verpakking en aanduiding p. milieugevaarlijke stoffen en preparaten is ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34 , tweede lid , van de Wet milieugevaarlijke stoffen; q. huisvestingssysteem: gedeelte van een dierenverblijf , waarin landbouwhuisdieren van één diercategorie op dezelfde wijze worden gehouden; kleinschalige veehouderij: inrichting , die tot een krachtens artikel 1.1 , derde lid van de Wet milieubeheer r. aangewezen categorie behoort en die deel uitmaakt van een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van landbouwhuisdieren en waarin niet meer landbouwhuisdieren en geen andere categorieën landbouwhuisdieren worden gehouden dan genoemd in artikel 3 , eerste lid; s. melkrundvee: 1°.
melkvee met bijbehorend vrouwelijk jongvee , dat overwegend wordt gehouden voor de melkproductie , met inbegrip van de dieren die in de mestperiode worden gemolken , tijdens de lactatie worden gemest of zijn drooggezet en worden afgemest: 2°. vrouwelijk vleesvee ouder dan 2 jaar met bijbehorend vrouwelijk jongvee , dat op een met melkvee vergelijkbare manier wordt gehouden voor de vleesproductie en het voortbrengen en zogen van kalveren; t. meikrundveehouderj: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1 , derde lid , van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van melkrundvee: mestbassin: reservoir bestemd voor het bewaren dunne mest , dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder u. een stal;
fleu
In foM ii
Besluit landbouw milieubeheer
mestvarkeneenheid: rekeneenheid voor geuremissie , bedoeld in de Richtlijn Veehouderij en Stankhinder 1996 , nr. DWL/96057153 , uitgegeven door het Ministerie van Volkshuisvesting , Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; w. object categorie 1: 1°. bebouwde kom met stedelijk karakter; 2°. ziekenhuis , sanatorium en internaat , en 3°. objecten voor verblijfsrecreatie , object categorie II: x. 1°. bebouwde kom of aaneengesloten woonbebouwing van beperkte omvang in een overigens agrarische omgeving; 2°. objecten voor dagrecreatie , object categorie III: y. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing die aan het betreffende buitengebied een overwegende woonof recreatiefunctie verleent; object categorie IV: z. 1°. woning behorend bij een agrarisch bedrijf , niet zijnde een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning of een algemene maatregel van bestuur aanwezig mogen zijn; 2°. verspreid liggende niet-agrarische bebouwing; aa. object categorie V: woning , behorend bij een veehouderij waar 50 of meer mestvarkeneenheden op grond van een vergunning of een algemene maatregel van bestuur aanwezig mogen zijn; ab. paardenhouderij: inrichting , die tot een krachtens artikel 1. 1 derde lid van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en die deel uitmaakt van een bedrijf dat uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor het houden van paarden; ac.
spoelbassin: voorziening bestemd voor de verwijdering van tarra van in de grond geteelde gewassen waarbij gebruik wordt gemaakt van een spoelmachine en een bezinkbassin; ad. vaste mest: mest die geheel of gedeeltelijk bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren en die niet verpompbaar is , met uitzondering van compost; ae. vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 8. 1 van de Wet milieubeheer. v.
Onder objecten als bedoeld in de onderdelen v tot en met z worden niet verstaan kampeerterreinen als bedoeld in artikel 8 tweede lid onderdeel a of derde lid van de Wet op de openluchtrecreatie gebouwen of als kamphuis of blokhut aan te merken bouwwerken voorzover die gebouwen of bouwwerken deel uitmaken van een agrarisch verblijf en bestemd zijn voor het houden van recreatief nachtverblijf. ,
,
,
,
,
,
,
Mocht u specifieke vragen hebben over de begrippen die in dit formulier zijn gebruikt neemt u dan contact op met de gemeente , of kijk eens op: www. infomil. nl .
Hoort
bij beetuit/brief van burgemeester en gemeente Hof van Twente
wethouders van de d.d.
Hoofd afdeling
(geanonimiseerd)
namens
hen:
is
KE
|
Stroomlijn Rapport
STROOMLIJN
Vergunninge
(geanonimiseerd) EV-stacks (meest recente 1) „/ Emissie > 14 OU/m3 Emissie
3 OU/m3
>
ENV-stacks (meest recente 2) ENV-stacks (meest recente 3) ENV-stacks (meest recente 4) BReconstructie zonering ElMilieukaarten EGelderland 2007 ElWater ER Waterwingebied
Grondwaterbeschermingsgebied
ElWav-gebied
EN groter dan 50 ha BB kleiner dan 50 ha
dan 50 ha Pal kleiner hoge natuurwaarde
maar
verplicht gebied
ElTop
alles 10 Vector
ElLuchtfoto's
El
Aan
dit uittreksel mogen
geen maten worden
Luchtfoto's 2007 totaal Luchtfoto's 2007 kernen Luchtfoto's 2003
ontleend.
(geanonimiseerd)
N
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
À
Schaal
1:1000
Datum: 26 mei 2008
met
Bijlage 2: Omgevingsvergunning d.d. 30-11-2005 Herikerweg 30 Markelo
Herikerweg 22 te Markelo aangepast 27-1-2025
10
te
'
van •T wente 0
00. WE T MIL IE UB E HE E R
B es chikking op aanvraag om vergunning kenmerk: MPM 4932
Datum bes luit: 30 november 2005
Naam aanvrager S traat en huisnummer Postcode & woonplaats
: : Herikerweg 30 : 7475 TT Markelo
A dres inrichting K adas traal bekend
: Herikerweg 30 : Markelo, s ectie M, nr 897. (Gemeente Hof van Twente)
Datum aanvraag S oort aanvraag
: 15 juni 2005 : E en nieuwe de gehele inrichting omvattende vergunning R evisievergunning overeenkomstig artikel 8.4 Wet milieubeheer (verder Wm). ---
Inhoud van de bes chikking: De voorliggende aanvraag betreft een verzoek om een nieuwe de gehele inrichting omvattende vergunning ingevolge de Wet milieubeheer voor een rosékalveren- en paardenhouderij. Wij hebben besloten de vergunning te verlenen onder bijgaande gewaarmerkte bescheiden en voorschriften voor: • •
362 7
R osékalveren (diercategorie A 4.2) V olwassen paarden (diercategorie Kl)
De vergunning geldt voor een ieder die de inrichting drijft (artikel 8.20 Wm), deze dient ervoor te zorgen dat de vergunning en de daaraan verbonden voorwaarden worden nageleefd. Wanneer in geval van uitbreiding of wijziging van de inrichting een nieuwe, de gehele inrichting omvattende vergunning voor de inrichting is verleend, komen alle voorafgaande vergunningen, de inrichting betreffende, te vervallen, zodra de nieuwe vergunning onherroepelijk is geworden (artikel 8.4 Wet milieubeheer). Op grond van artikel 8.18 lid la van de Wet milieubeheer vervalt de vergunning indien niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden de inrichting is voltooid en in werking gebracht.
Motivering van de bes chikking A lgemeen Op 15 juni 2005 is door de heer H.J .M. Beusink, een aanvraag ingediend om een nieuwe de gehele inrichting omvattende vergunning voor een rosékalveren en paardenhouderij gelegen aan de Herikerweg 30 te Markelo. Wegens het veranderen van de inrichting waarvoor op 24 augustus 2004 een revisievergunning is verleend. De aanvraag is schriftelijk aangevuld op 22 juli 2005 en 17 oktober 2005. De aanvulling van 22 juli 2005 is ingediend naar aanleiding van de ontvankelijkheidtoets. De schriftelijke aanvulling van 17 oktober 2005 betreft het verduidelijken van de afstand waarbinnen de ventilatieopeningen zijn afgesloten. De schriftelijke aanvullingen zijn separaat toegevoegd. De inrichting valt onder de werkingssfeer van de Wm omdat de activiteiten van deze inrichting vallen onder de volgende categorieë n van het inrichtingen en vergunningenbesluit (lvb) milieubeheer: cat. 1: elektrisch vermogen; cat. 5: opslaan van dieselolie; cat. 7: opslag meststoffen; cat. 8: het houden van dieren. -
-
-
-
Bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag is conform artikel 8.8 lid 1 Wm en verder rekening gehouden met, betrokken bij of in acht genomen: • De Wet ammoniak en veehouderij, verder Wav (8 mei 2002); • Besluit d.d. 16 augustus 2005 van Gedeputeerde S taten kenmerk LNL/2005/2218 inzake de concretisering van de Provinciale ecologische hoofdstructuur; • De plankaart behorende bij het Ammoniakreductieplan Hof van Twente vastgesteld volgens het Model AR P van de provincie Overijssel van juli 2000, goedgekeurd d.d. 14 februari 2001; • De Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden, verder Wsv (16 mei 2002); • De R egeling stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden, verder R sv; • R econstructieplan S alland Twente vastgesteld door Gedeputeerde S taten van Overijssel 15 september 2004, goedgekeurd door de minister van LNV en de staatssecretaris van V R OM, mede namens de minister van V &W 2 november 2004, bekend gemaakt en in werking getreden op 4 november 2004; • De IPPC -richtlijn d.d. 24 september 1996; • Het Besluit milieueffectrapportage 1994 (verder Besluit m.e.r.); • R apport S tallucht en planten, IPO-rapport R -245, juli 1981; • V ogel- en Habitatrichtlijn; • Overig.
Procedure Uit de bij het verzoek om vergunning overgelegde gegevens blijkt duidelijk wat de activiteiten zijn die binnen het bedrijf plaatsvinden. De aanvraag voldoet aan de gestelde eisen van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit (Ivb), en is derhalve in behandeling genomen. De procedure van het beschikken op een aanvraag om vergunning is geregeld in artikel 8.6 en hoofdstuk 13 van de Wet milieubeheer en dient overeenkomstig het bepaalde in afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te worden uitgevoerd, waarbij de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure (paragraaf 3.5.2 t/m 3.5.5 Awb) van toepassing is.
2
De aanvraag en ontwerpbeschikking met voorschriften hebben gedurende een periode van 4 weken voor een ieder ter inzage gelegen. V an de geboden mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen door belanghebbenden en het uitbrengen van adviezen is geen gebruik gemaakt. V an de mogelijkheid om een gedachtenwisseling aan te vragen is tevens geen gebruik gemaakt. Wet A mmoniak en V eehouderij Kwetsbare gebieden Op grond van artikel 2 lid 1 van de Wet Ammoniak en V eehouderij worden gebieden als kwetsbaar gebied aangewezen indien deze deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur, en: 1. deze onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet Ammoniak en V eehouderij als voor verzuring gevoelig krachtens artikel 1, tweede lid, van de Interimwet Ammoniak en V eehouderij waren aangemerkt, of 2. waarop onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet Ammoniak en V eehouderij een convenant als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij van toepassing was, met ingang van het tijdstip waarop dat convenant niet meer van toepassing was. Op grond van artikel 2, lid 2 van de Wet Ammoniak en V eehouderij dienen Gedeputeerde S taten bij besluit vast te stellen welke gebieden in hun provincie deel uitmaken van de ecologische hoofdstructuur.
V oor zover een besluit als bedoeld in voornoemd lid 2 niet is bekend gemaakt worden in die provincie of deel van die provincie als kwetsbaar gebied aangemerkt alle gebieden zoals genoemd onder punt 1 en 2. Gedeputeerde S taten van de provincie Overijssel hebben op 16 augustus 2005 een besluit genomen inzake de concretisering van de Provinciale ecologische hoofdstructuur. Binnen de gemeente Hof van Twente zijn geen convenanten afgesloten zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder sub b van de Wav, zodat alleen rekening dient te worden gehouden met de gebieden welke op grond van artikel 1 tweede lid van de Interimwet Ammoniak en V eehouderij als voor verzuring gevoelig waren aangemerkt. V oor de beoordeling van de kwetsbare gebieden wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2 lid 1 onder 1 Wav, teruggevallen op de AR P-kaarten zoals deze onmiddellijk voorafgaand aan het vervallen van de Interimwet Ammoniak en V eehouderij golden voor zover deze kaarten betrekking hebben op gebieden die zijn gelegen binnen de Provinciale ecologische hoofdstructuur. De kortste afstand van een tot de veehouderij behorend dierenverblijf en het dichtstbijgelegen kwetsbaar gebied bedraagt circa 500 meter. Derhalve is de inrichting niet gelegen in een kwetsbaar gebied of binnen een zone van 250 meter rond een kwetsbaar gebied.
Bestaande rechten: V oor onderhavige inrichting is op 24 augustus 2004 vergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend voor het houden van de volgende veebezetting: • •
233 V leeskalveren tot 8 maanden 7 V olwassen paarden > 3 jaar
R av code A 4.2 R av code K 1
Op grond van de R egeling Ammoniak en V eehouderij komt bovengenoemde veebezetting overeen met een ammoniakemissie van 617,5 kg NH3 per jaar. V ervallen rechten 3
Op grond van artikel 8.18 lid la Wm vervalt een vergunning (gedeeltelijk), indien deze niet binnen drie jaren na onherroepelijk worden van de vergunning is opgericht en in werking is gebracht. Na het onherroepelijk worden van de vergunning is nog geen periode van drie jaren verstreken zodat geen rechten zijn vervallen. V ergunningaanvraag: De vergunningaanvraag heeft betrekking op Uitbreiding van het dieraantal met 129 vleeskalveren. -
E r wordt vergunning gevraagd voor het volgende veebestand: • •
362 V leeskalveren tot 8 maanden 7 V olwassen paarden > 3 jaar
R av code A 4.2 R av code K 1
Op grond van de R egeling ammoniak en veehouderij komt bovengenoemde veebezetting overeen met een emissie van 940,00 kg NH3 per jaar. Op grond van de R av komt bovengenoemde veebezetting overeen met een emissie van kg NH3 per jaar. Totdat het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij in werking treedt dient het bevoegd gezag op grond van artikel 8.11 lid 3 van de Wm, de zogenaamde 'ALAR A 1afweging' te maken. Op 9juli 2003 heeft de R aad van S tate geoordeeld (ABR vS , 200300014/1, S chouwenDuiveland) dat op grond van artikel 3, lid 3, van de Wav en artikel 8.11, lid 3, van de Wm aan de vergunning slechts voorschriften verbonden kunnen worden. E en vergunning kan derhalve niet worden geweigerd indien niet wordt voldaan aan ALAR A-beginsel. Op basis van artikel 8.11 lid 3 van de Wm hebben wij voorschriften aan de vergunning verbonden die de grootst mogelijke bescherming bieden tegen de nadelige gevolgen voor het milieu en redelijkerwijs kunnen worden gevergd. WAV -IPPC Ingevolge art. 6 lid 1 van de Wav dient een vergunning voor het veranderen van een veehouderij te worden geweigerd indien de aanvraag betrekking heeft op een uitbreiding van het aantal dieren van één of meer diercategorieë n en een tot de veehouderij behorend dierenverblijf geheel of gedeeltelijk is gelegen in een kwetsbaar gebied of in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied.
Indien geen van de tot de veehouderij behorende dierenverblijven geheel of gedeeltelijk is gelegen in een kwetsbaar gebied, dan wel in een zone van 250 meter rond een zodanig gebied, wordt een vergunning voor het veranderen van een veehouderij geweigerd, indien de veehouderij onder de reikwijdte van de R ichtlijn nr. 96/61/E G van de R aad van de E uropese Unie van 24 september 1996 inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (PbE G L 257) (lPPC ) valt en de toename van de ammoniakemissie uit de dierenverblijven als gevolg van de uitbreiding een belangrijke toename van de verontreiniging veroorzaakt. Onderhavige aanvraag heeft betrekking op een uitbreiding in één diercategorie. Gezien de inrichting niet is gelegen binnen een kwetsbaar gebied dan wel binnen de zone van 250 meter van een kwetsbaar gebied, kan de gevraagde vergunning op grond van de Wav worden verleend. De inrichting valt niet onder de werkingssfeer van de IPPC . 1
As low as reasonable achievable 4
Toets ing s tank/geur Wet stankemissie veehouderjen. Op 28 april 2003 is in de S taatscourant (nr. 81, 2003) de R sv gepubliceerd. Deze regeling behoort bij de Wsv. De wet en de regeling scheppen een kader voor de beoordeling van stank vanuit veehouderijen gelegen in landbouwontwikkelingsgebieden, verwevingsgebieden en extensiveringsgebieden met het primaat natuur. De wet en regeling zijn op 1 mei 2003 in werking getreden. De werkingssfeer van de wet is beperkt tot reconstructiegebieden waarvoor een reconstructieplan is bekend gemaakt. De gemeente Hof van Twente valt binnen het plangebied van het reconstructieplan S allandTwente. Dit reconstructieplan is op 4 november 2004 bekend gemaakt zodat de Wsv op dit gebied van toepassing is. Algemeen De minimale afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf of een mestverwerkinginstallatie tot de buitenzijde van een voor stankgevoelig object dient te bedragen: • 50 meter tot een categorie 1 of II object; • 25 meter tot een categorie III, of IV object. Binnen een afstand van 50 meter vanaf de buitenzijde van een dierenverblijf zijn geen stankgevoelige objecten van categorie 1 of II gelegen. E veneens is binnen een afstand van 25 meter geen stankgevoelige object van categorie III of IV gelegen.
De werkelijke afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van het dichtstbijgelegen voor stankgevoelig object bedraagt circa 45 meter(Herikerweg 28) het betreft hier een categorie IV object. Op grond van bovenstaande blijkt dat wordt voldaan aan de afstandvereisten. Diercategorieë n met vaste afstanden Het bedrijf moet, op grond van de R sv, met betrekking tot het rundvee voldoen aan de volgende minimale vaste afstandseisen: • 100 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie 1 of II object; • 50 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie III, IV of V object. In de directe omgeving van 100 meter van de inrichting zijn geen stankgevoelige objecten vallend onder categorie 1 of II gelegen. Binnen een afstand van 50 meter zijn geen stankgevoelige objecten van categorie III, IV of V gelegen. De werkelijke afstand van de dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot de buitenzijde van het dichtsbijgelegen voor stankgevoelig object bedraagt circa 59 meter(Herikerweg 28) het betreft hier een categorie IV object. Op grond van bovenstaande blijkt dat wordt voldaan aan de minimale afstandvereisten. Intensieve veehouderij De aangevraagde situatie komt overeen met 603,30 mestvarkeneenheden (mve).
Het bedrijf moet, op grond van de R sv voldoen aan de volgende minimale afstandseisen: 198 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie 1object; 160 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie liobject; -
-
5
-
-
-
108 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie 111object; 59 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie IV object; 50 meter vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het bedrijf tot een categorie V - object.
De werkelijke afstand van het dichtstbijzijnde emissiepunt tot gevoelige objecten bedraagt: E r zijn geen categorie 1, II, III en V objecten in de directe omgeving aanwezig; 59 meter tot een categorie IV object (Herikerweg 28); -
-
Uit bovenstaande blijkt dat wordt voldaan aan de afstandvereisten. Overige wet- en regelgeving Miieueffectrapportage (Mer) De activiteiten waarvoor vergunning wordt gevraagd, overschrijden de drempelwaarde van onderdeel 0 en D van de bijlage van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 (Besluit mer 1994) niet. Diercategorie
Mer-plichtig
Mer-beoordelings plicht
Pluimvee
60.000
45.000
V leesvarkens Zeugen
3.000 900
2200 350
Mesthoenders
85.000
60.000
De onderhavige aanvraag betreft een activiteit welke niet mer-plichtig of merbeoordelingsplichtig is op grond van het huidige Mer-besluit. IP P c Op 24 september 1996 is de E uropese richtlijn 96/61/E G, aangeduid met de IPPC -richtlijn inzake de geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging van kracht geworden. In de richtlijn zijn drempelwaarden opgenomen voor activiteiten waaraan de aanvraag getoetst moet worden. Diercategorie
Drempelwaarde
Pluimvee
40.000
V leesvarkens Zeugen
2.000 750
De veranderingen ten opzichte van de vergunde situatie betreffen geen activiteiten waarop de IPPC -richtlijn van toepassing is. C oördinatieregeling Woningwet De coördinatieregeling tussen de Wet Milieubeheer en de Woningwet is van toepassing bij activiteiten die tevens zijn aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. De verandering van het bedrijf wordt aangemerkt als een activiteit die tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet. De coördinatieregeling tussen de bouw- en milieuvergunning is van toepassing. De milieuvergunning treedt niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend. Het betreffen hierbij de volgende bouwkundige uitbreidingen: Uitbreiden van bouwwerk F , gedeelte G Oprichten bouwwerk H -
-
C oördinatieregeling Wet V erontreiniging Oppervlaktewateren De aanvraag heeft geen betrekking op het lozen van afvalwater op oppervlaktewater. De coördinatieregeling tussen de Wvo- en milieuvergunning is niet van toepassing. V ogel- en Habitat richtlijn Doel van de V ogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn is het beschermen van bedreigde diersoorten en de natuurlijke leefomgeving van deze soorten. Binnen de gemeente Hof van Twente zijn geen gebieden aangewezen welke op grond van de V ogelrichtlijn extra bescherming vereisen. Op grond van de Habitatrichtlijn zijn de gebieden De Borkeld en Boddenbroek aangemeld bij de E uropese C ommissie. Begin juli 2003 heeft de E uropese C ommissie ingestemd met de lijst van gebieden die Nederland voor de Habitatrichtlijn heeft ingediend. In januari 2005 heeft de E uropese C ommissie de totale E uropese lijst (de zogenaamde communautaire lijst) vastgesteld. Hierdoor vallen de gebieden De Borkeld en Boddenbroek rechtstreeks binnen het beschermingsniveau van artikel 6 van de Habitatrichtlijn. Activiteiten, plannen en projecten moeten aldus vooraf worden getoetst op hun effecten op de natuur conform artikel 6 van de Habitatrichtlijn. De onderhavige aanvraag heeft betrekking op een inrichting welke is gelegen op een afstand van ca 2250 meter van het habitatgebied De ammoniakemissie veroorzaakt door de inrichting omvat 940 kg ammoniak per jaar.
De hieraan gerelateerde ammoniakdepositie op het habitatgebied bedraagt 1,6 mol zuur per ha per jaar. De algemeen aanvaardbare norm voor nieuwvestiging van veehouderijen gaat uit van een depositie van 15 mol. De norm is gehanteerd in o.a. de destijds geldende Iav. Hierin wordt gesteld dat de depositiegrenswaarde van 15 mol ten opzichte van het achtergrond depositieniveau in de meest belaste gebieden relatief slechts een geringe uitbreiding veroorzaakt van de depositie die wordt veroorzaakt door afzonderlijke bedrijven. Die uitbreiding mag in vergelijking met de aanwezige achtergronddepositie als verwaarloosbaar worden beschouwd. Nu in de onderhavige situatie sprake is van een depositie geringer dan de genoemde 15 mol is er geen reden om aan te nemen dat de gewijzigde situatie significante negatieve gevolgen heeft voor de betreffende te beschermen gebied. .
Bodem In de vergunning wordt ten aanzien van bodembescherming uitgegaan van de Nederlandse R ichtlijn Bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten (NR B). Uitgangspunt hierbij is het bereiken van een beschermingsniveau, waarbij kan worden gesproken van een verwaarloosbaar risico van significante bodemverontreiniging (bodemrisicocategorie A). Uitgangspunt van de NR B is, dat de te kiezen bodembeschermingsmaatregelen in verhouding moeten staan tot het risico dat de betrokken activiteit oplevert voor de functionele eigenschappen van de bodem (bodemrisico-benadering, stand der techniek/ALAR A). De NR B geeft aan dat preventieve maatregelen en voorzieningen verreweg te prefereren zijn boven maatregelen die verspreiding van verontreinigingen in de bodem signaleren. Dat wil zeggen, dat voorzieningen bij en inspectie aan de bron voorkeur verdienen boven monitoring. In de inrichting vinden bodembedreigende activiteiten plaats, te weten: • de opslag van dierlijke meststoffen; • de opslag van K3-vloeistoffen en chemicalië n; Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden die aansluiten op de NR B om het risico op toekomstige bodemverontreinigingen als gevolg van het inwerking zijn van de inrichting zoveel mogelijk uit te sluiten.
7
Geluid Lan gtijdgemiddelde beoordelingsniveau Geluidemissie kan worden veroorzaakt door transportbewegingen en door activiteiten en installaties binnen de inrichting. De in de vergunning opgenomen geluidsnormen zijn gebaseerd op de "Handreiking industrielawaai en vergunningverlening" van 21 oktober 1998. Deze bepaalt dat het geluidsniveau vanwege binnen de inrichting aanwezige geluidsbronnen het referentieniveau van het omgevingsgeluid ter plaatse van geluidsgevoelige objecten niet mag overschrijden. Het referentieniveau wordt in hoofdzaak bepaald door het karakter van de omgeving en de verkeersbewegingen in de directe omgeving van de inrichting. De inrichting is gelegen in het buitengebied. Ingevolge de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (lees C irculaire industrielawaai 1979) zijn voor een landelijke omgeving, bij het ontbreken van een geluidsbeleidsplan voor het betreffende gebied, richtwaarden voorgesteld van 40 dB(A), 35 dB(A) en 30 dB(A) voor resp. de dag-, avond- en nachtperiode. In de nabijheid van de inrichting is de doorgaande Herikerweg gelegen. Gezien het karakter van deze weg is het aannemelijk dat het referentieniveau van het omgevingsgeluid hoger is dan de richtwaarde voor een landelijk omgeving. Derhalve hebben wij bij het stellen van geluidvoorschriften aansluiting gezocht bij de richtwaarden voor een rustige woonwijk met weinig verkeer.
In de C irculaire industrielawaai zijn voor dit type omgeving de waarden van 45 dB(A), 40 dB(A) en 35 dB(A) opgenomen. In de nabijheid van de inrichting zijn meerdere woningen van derden gelegen. De woning aan de Herikerweg 28 is, geluidtechnisch, het meest ongunstig gelegen ten opzichte van onderhavige inrichting. Derhalve is deze woning als beoordelingspunt gehanteerd bij de beoordeling van het aspect geluidhinder. Uit een indicatieve geluidsberekening blijkt dat de richtwaarden voor een rustige woonwijk met weinig verkeer ter hoogte van de woning aan de Herikerweg 28 haalbaar zijn. In de bij de vergunning behorende voorschriften zijn dan ook de richtwaarden van 45 dB(A), 40 dB(A) en 35 dB(A) als grenswaarde voor resp. de dag-, avond- en nachtperiode opgenomen. Incidentele geluidniveau's Binnen de inrichting worden de aanwezige mestkelders "incidenteel" leeggezogen (maximaal 12 keer per jaar). Deze activiteiten (het leegzuigen van de kelders en de bijbehorende vervoersbewegingen) zijn aan te merken als uitzonderingssituaties. Op grond van jurisprudentie wordt onder een uitzonderingssituatie verstaan een situatie die ten hoogste 12 keer per jaar voorkomt. Het gaat dan om bijzondere activiteiten, incidentele bedrijfssituaties.
In de voorschriften hebben wij vastgelegd dat het aantal keren dat ontheffing wordt verleend voor vervoersbewegingen van en naar de inrichting en het leegzuigen van de mestkelders voor zover dit in de dagperiode wordt uitgevoerd maximaal 12 keer per jaar bedraagt. Maximale geluidniveau's In de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening (1998) worden voor de maximale geluidsbelasting van geluidsgevoelige bestemmingen streefwaarden genoemd. De hoogte van de te hanteren streefwaarde is gelijk aan de te hanteren streefwaarde, voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, gesommeerd met 10 dB(A). In het onderhavige geval betekent dit dat de streefwaarde voor de dag-, avond- en nachtperiode respectievelijke 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) bedraagt. In de bij deze vergunning behorende voorschriften is dan ook opgenomen, dat de maximale geluidsbelasting in de dag-, avond- en nachtperiode ter hoogte van het te beschermen object aan de en andere geluidsgevoelige objecten respectievelijk maximaal 50 dB(A), 45 dB(A) en 40 dB(A) mag bedragen.
Wij zijn van mening dat gezien de activiteiten van de inrichting geen trillinghinder te verwachten is. We hebben dus geen voorschriften met betrekking tot het voorkomen van trilling hinder opgenomen. Gelet op de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, de werkzaamheden welke worden uitgevoerd en de periode van de dag waarbinnen deze zullen plaatsvinden, zijn wij van mening dat het bedrijf kan voldoen aan de geluidsnormen die gesteld zijn. V erruimde reikwijdte Met betrekking tot de onderwerpen doelmatige verwijdering van afvalstoffen, gevolgen voor het milieu die verband houden met het gebruik van energie en grondstoffen, alsmede met betrekking tot de gevolgen voor het milieu die verband houden met het verkeer van personen of goederen van en naar de inrichting zijn in deze vergunning voorschriften opgenomen. Hiermede wordt invulling gegeven aan de beleidsnotitie "Preventie via regulering", door ons vastgesteld d.d. 18 februari 2003, betreffende het toepassen van de verruimde reikwijdte bij vergunningverlening en handhaving op grond van de Wet milieubeheer. Het energieverbruik van- de onderhavige inrichting bedraagt: E nergies oort Gas E lectriciteit Water (Grond en Leiding)
Hoeveelheid 1 2.815,00 13.335,00 966,67
Drempelwaarde 25.000 50.000 5.000
E enheid m15 perjaar KWh per jaar m per jaar
Nu geen sprake is van overschrijding van één of meer drempelwaarden is geen energiebesparingsonderzoek voorgeschreven. Om inzicht te houden in het verbruik van de verschillende energiestromen is in de voorschriften een verplichting opgenomen om de registratie van het energieverbruik in het milieulogboek bij te houden. Binnen de inrichting werken minder dan 10 werknemers, derhalve is het invullen van de checklist afvalpreventie niet noodzakelijk. Binnen de inrichting dient het afval gescheiden te worden ingezameld. V ervoersmanagement is niet van toepassing op bedrijven met minder dan 100 werknemers en/of 500 bezoekers per dag en/of meer dan 2.000.000 vrachtkilometers per jaar. Daar binnen de inrichting deze criteria niet worden gehaald behoeft het bedrijf geen verdere gegevens te overleggen. Afvalwater De zorg voor doelmatige verwijdering van afvalwater vormt een onderdeel van de bescherming van het milieu. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen m.b.t. bedrijfsafval water. Het bedrijf loost geen bedrijfsafvalwater op of in de bodem of de gemeentelijke riolering. In de vergunning zijn voorschriften opgenomen ter bescherming van de doelmatige werking van de gemeentelijk riolering(huisJ ioudelijk afvalwater).
Daarnaast zijn voorschriften opgenomen ter bescherming van de doelmatige werking van de rioolwaterzuiveringsinstallatie en ter bescherming van het ontvangende oppervlaktewater. Natuurbeschermingswet. De inrichting is niet gelegen in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als beschermd natuurmonument in de zin van de Natuurbeschermingswet (Nbw). Het dichtstbijgelegen aangewezen beschermd natuurmonument is gelegen op circa 4.350 meter afstand van de inrichting.
R apport S ta/lucht en planten, IPO-rapport R -245, juli 1981 Op grond van het rapport S tallucht en planten is er geen sprake van directe ammoniakschade. Binnen 50 meter van de inrichting is geen vollegrondteelt aanwezig welke gevoelig is voor directe ammoniakschade. C onclus ie Het vorenstaande geeft ons geen aanleiding de gevraagde vergunning (gedeeltelijk) te weigeren. De mogelijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden voorkomen dan wel tot een acceptabel niveau worden beperkt door aan de vergunning voorschriften te verbinden. Gelet op de desbetreffende bepalingen in de Wet milieubeheer en de Algemene wet bestuursrecht, hebben wij besloten: De milieuvergunning te verlenen voor het houden van: • •
362 7
R osékalveren (diercategorie A 4.2) V olwassen paarden (diercategorie Kl)
Overeenkomstig de bijgaande bescheiden en onder bijgaande voorschriften. Burgemeester en wethouders van de gemeente Hof van Twente, Namens hen,