CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

08. Goor, herziening Grotestraat 91 Toelichting.pdf

Gemeenteraad 18 mei 2022, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 8: Vaststelling bestemmingsplan 'Goor, herziening Grotestraat 91'16.077 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Datum: Fase: Planid:

ontwerp NL.IMRO.1735.GOxGrotestraat91-OP10

BESTEMMINGSPLAN

Goor, herziening Grotestraat 91

Goor, herziening Grotestraat 91

Goor, herziening Grotestraat 91

Inhoudsopgave

Toelichting

2

3

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

4 4 4 6 6 7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

8 8 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

12 12 13 19

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer / parkeren Onontplofbare oorlogsresten

24 24 25 27 29 31 33 34 36 38 40 41

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Juridische toelichting Planopzet en systematiek Toelichting op de regels

43 43 43

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

46

Hoofdstuk 7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Zienswijzen

47 47 47

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

Toelichting

ontwerp

3

Goor, herziening Grotestraat 91

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Ter plaatse van de Grotestraat 91 in het centrum van Goor is een reeks vervallen garageboxen aanwezig, welke niet meer in gebruik zijn. Ten noorden van deze garageboxen bevindt zich het centrum van Goor. Hier zijn diverse centrumvoorzieningen aanwezig, zoals horeca en detailhandel. Ter plaatse van de Grotestraat 91 bevindt zich een eetcafé met achterliggende zaal, volgens het geldende bestemmingsplan een horecagelegenheid van de categorie 2. Een horecabedrijf, waar meestal in hoofdzaak alcoholische dranken worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans overlast voor het leefklimaat kan veroorzaken en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals cafés, bars, snackbars en cafetaria's, inclusief het geven van feesten en partijen. Initiatiefnemer is voornemens om de vervallen garageboxen te saneren, een oppervlakte van circa 530 m². Daarnaast wordt het achterste deel van het horecapand aan de Grotestraat 91 gesloopt, een oppervlakte van circa 200 m². Ter plaatse van de gesaneerde garageboxen is initiatiefnemer voornemens om acht koopwoningen te realiseren, aaneengesloten in twee blokken van vier woningen. Deze acht woningen worden stedenbouwkundig ingepast en de locatie zal ruimtelijk gezien een kwaliteitsslag ondervinden. Deze ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan, aangezien de juiste gebruiks- en bouwregels ontbreken.

Om de ontwikkeling van de woningen mogelijk te maken zal de feestzaal bij het horecabedrijf aan de Grotestraat 91 moeten verdwijnen. De overige blijvende horecafuncties ter plaatse zullen passend in het bestemmingsplan worden opgenomen. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied is gelegen aan de Grotestraat in het centrum van de kern Goor. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Goor, sectie C, perceelnummers 6430, 6431 en 6667. Het plangebied kent een oppervlakte van circa 1.600 m². In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

4

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: PDOK Viewer) Begrenzing Het plangebied betreft een reeks garageboxen in het centrum van Goor. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door verschillende centrumfuncties, zoals dienstverlening, horeca, detailhandel en het bestaand aantal woningen. Aan de oost-, zuid- en westzijde wordt het plangebied begrensd door wegen, met daaraan grenzend woningbouw en enkele bedrijven. Uiteindelijk bepalen de kadastrale grenzen de exacte begrenzing van het plangebied. Figuur 1.2 geeft de globale begrenzing weer (rood omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto van het plangebied te zien. Zie de verbeelding voor de exacte begrenzing van het plangebied.

ontwerp

5

Goor, herziening Grotestraat 91

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor de Grotestraat 91 in Goor geldt het bestemmingsplan 'Goor'. Het bestemmingplan 'Goor' is door de gemeenteraad van Hof van Twente op 30 oktober 2018 vastgesteld. In figuur 1.3 is een fragment uit de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Goor' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Het plangebied kent aan de zuidzijde de enkelbestemming 'Woongebied' met een bouwvlak en de functieaanduiding 'garage'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor het bestaande aantal woningen, een aan huis verbonden beroep, een bed & breakfastvoorziening en bergingen en garageboxen. Daarnaast kent het noordelijk deel van het plangebied de enkelbestemming 'Centrum' met een bouwvlak en functieaanduiding 'horeca van categorie 2'. De gronden zijn daarmee in eerste instantie bestemd voor detailhandel, webwinkels, dienstverlenende bedrijven en horeca van de categorie 2 (cafés, bars, snackbars en cafetaria's, inclusief het geven van feesten en partijen). Het plangebied kent tevens de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2'. Daarmee zijn deze gronden aangewezen voor het herstel en behoud van archeologische waarden. Ten slotte kent het plangebied de gebiedsaanduiding 'milieuzone - intrekgebied'. Deze aanduiding dient ter bescherming van de bodem- en de (grond)waterkwaliteit ten behoeve van de drinkwatervoorziening. Het geldende bestemmingsplan biedt daarmee geen mogelijkheden om de bouw van acht woningen mogelijk te maken. Een herziening van het geldende bestemmingsplan is noodzakelijk.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige bestemmingsplan 'Goor, herziening Grotestraat 91' bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.GOxGrotestraat91-OP10);

6

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

Bijlagen bij de toelichting; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het bestemmingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de uitgevoerde omgevingsonderzoeken behandeld. In hoofdstuk 5 wordt het bestemmingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

ontwerp

7

Goor, herziening Grotestraat 91

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie Het plangebied aan de Grotestraat 91 te Goor bestaat uit een reeks reeks vervallen garageboxen met asbestdaken en een gedeelte van het pand van een horecabedrijf. Dit pand kent een centrumfunctie, waarbinnen ten hoogste horeca van de categorie 2 is toegestaan (cafés, bars, snackbars en muziekcafés). Momenteel is hier eetcafé De Ster in gevestigd, een café gericht op lunch, diner en borrel. Het café richt zich niet op feesten en partijen. De centrumfunctie is eveneens bestemd voor detailhandel, dienstverlening en het bestaand aantal woningen. Het plangebied is volledig verhard en wordt omheind door een hek en beplanting. Het terrein ten westen van de garageboxen is verhard. Ten oosten van de garageboxen is het terren onverhard. In figuur 2.1 zijn foto's van de huidige situatie van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1: Satelietfoto plangebied (bron: Atlas van Overijssel)

8

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

Figuur 2.2: Aanzichten huidige situatie Grotestraat 91 Goor (bron: Google Maps) Het plangebied wordt ontsloten via de Spoorstraat en via de Schoolstraat. Deze wegen betreffen centrumwegen met een maximumsnelheid van 30 km/u. Zowel ten oosten als ten westen van de garageboxen is een parkeerterreinen gelegen. De omgeving rondom het plangebied kenmerkt zich verder door een menging van functies (burgerwoningen, detailhandel, horeca en bedrijven).

2.2

Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om de garageboxen ter plaatse volledig te saneren. Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om een deel van de achterzijde van het horecapand aan de Grotestraat 91 te slopen. In verband met het verdwijnen van de dit deel van het horecapand - de feestzaal - wordt categorie van de horecafunctie aangepast op de bestaande situatie. Dit houdt in dat de locatie gebruikt kan worden met dien verstande dat een café, lunchroom en restaurant toegestaan is. Het plan bestaat daarnaast uit de realisatie van acht aaneengesloten woningen (twee blokken van vier rijwoningen). Een deel van een centrum- c.q. horecafunctie zal dus omgezet worden naar een woonfunctie, gelet op de directe omgeving een passende functie op deze locatie. Momenteel kent een groot deel van de beoogde locatie voor de woningen al een woonbestemming, maar is het in de huidige situatie enkel geschikt voor garageboxen. Op de locatie waar het deel van het horecapand gesloopt wordt, worden vier parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de voorzijde van het zuidelijk blok worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd en de buitenste woningen krijgen een oprit, waarbij op ieder oprit ruimte is voor het parkeren van één auto. Het totaal aantal parkeerplaatsen komt in dat geval neer op negen. In figuur 2.3 is een situatietekening van de toekomstige situatie weergegeven.

ontwerp

9

Goor, herziening Grotestraat 91

Figuur 2.3: Situatietekening toekomstige situatie (bron: Ton Kuipers Architectuur.) De twee woonblokken kennen beide vier aaneengeschakelde woningen. Deze woningen krijgen een kap die gericht is op de weg, met een goothoogte van circa 2,4 meter. De bouwhoogte van de woningen komt uit op circa 9,1 meter. Ten opzichte van elkaar verspringen de twee blokken, waardoor deze niet in eenzelfde voorgevelrooilijn zijn gelegen. Dit geeft beide blokken een ietwat individuele uitstraling. De vier buitenste woningen c.q. hoekwoningen van de twee afzonderlijke blokken krijgen een ondergeschikte uitbouw. Deze uitbouw kan ingericht worden als slaapkamer op de begane grond, waardoor deze vier woningen geschikt zijn voor het levensloopbestendig wonen. Onderstaand figuur 2.4 geeft een impressie van één van de twee woonblokken weer. Beide blokken krijgen dezelfde omvang en uitstraling.

10

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

Figuur 2.4: Impressie toekomstige situatie (bron: Ton Kuipers Architectuur) Met de sanering van de vervallen garageboxen met asbestdaken en de volledige herinrichting van het plangebied, zal de voorgenomen ontwikkeling zorgen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. Bovendien draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de invulling van de groeiende vraag naar nieuwe woningen binnen de gemeente Hof van Twente. De woningen worden allen voorzien van een warmtepomp met zonnepanelen, en een elektrische autolader wordt bij de verkoop van de woningen als optie aangeboden. Hiermee wordt het initiatief duurzaam gerealiseerd en in gebruik genomen.

ontwerp

11

Goor, herziening Grotestraat 91

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van acht nieuwe woningen. Deze ontwikkeling draagt positief bij aan het woonklimaat van de gemeente Hof van Twente en dus een sterke en gezonde regio. Derhalve is voorliggende ontwikkeling passend binnen de prioriteiten van de NOVI.

12

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan Onderhavig plan heeft betrekking op een herziening van het vigerende bestemmingsplan 'Goor'. Het betreft het realiseren van acht woningen. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft op 16 september 2015 geoordeeld dat de realisatie van 11 woningen niet wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Besluit ruimtelijke ordening. Artikel 3.1.6, tweede lid, Bro is dan ook niet van toepassing (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Aangezien voorliggend plan aan de Grotestraat 91 voorziet in het realiseren van acht woningen kan op grond van de hiervoor genoemde uitspraak geconcludeerd worden dat de Ladder niet van toepassing is. Echter, op grond van de uitspraak van de Raad van State van 16 september 2015 ECLI:NL:RVS:2015:2921) geldt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is, gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en uitvoerbaar is. De toelichting van dit bestemmingsplan toont aan dat er als gevolg van onderhavig plan sprake is van een goede ruimtelijke ordening en het plan uitvoerbaar is.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel Op 13 november 2019 is door de Provinciale Staten van Overijssel de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 vastgesteld. De aanpassingen van de Omgevingsvisie die met de Actualisatie 2018/2019 zijn doorgevoerd zijn op 1 december 2019 in werking getreden. Met de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsvisie weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of

ontwerp

13

Goor, herziening Grotestraat 91

'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 van de provincie Overijssel. De Provinciale Staten van Overijssel hebben de Actualisatie Omgevingsverordening Overijssel 2018/2019 op 13 november 2019 vastgesteld en is op 1 december 2019 in werking getreden. Met de vaststelling van de Actualisatie 2018/2019 is de Omgevingsverordening weer bij de tijd gebracht. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities.

14

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en bestaand stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie;

ontwerp

15

Goor, herziening Grotestraat 91

dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets Onderhavig plan betreft geen ontwikkeling waarbij bouw en verharding wordt gelegd op de Groene Omgeving. De ontwikkeling vindt plaats binnen 'bestaand bebouwd gebied'. Volgens de Omgevingsverordening Overijssel wordt onder bestaand bebouwd gebied verstaan "de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro". Een stedelijke functie wordt in de Omgevingsverordening aangemerkt als "functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen". Het plangebied kan worden aangemerkt als bestaand bebouwd gebied met een stedelijke functie. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan geen extra ruimtebeslag neemt op de Groene Omgeving en in overeenstemming is met het principe 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik'.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toets De Twentse gemeenten hebben regionaal (Regionale Woonagenda Twente 2021) afgesproken dat ze in eerste instantie bouwen voor de lokale behoefte. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor het invullen van woningen voor doelgroepen waarvoor de gemeente extra woningen wil realiseren. Ook ligt er een landelijke extra bouwopgave die er op dit moment voor Twente ongeveer 20.000 woningen extra bedraagt. Vanuit de Regionale Woonagenda Twente 2021 wordt er ingezet op kwalitatieve woningbouw. Dit wil zeggen dat de te realiseren woningen moeten aansluiten op de korte en langer termijn behoefte. Naast de passende doelgroep sluit het aantal woningen ook aan op de behoefte en beschikbare ruimte voor ontwikkeling. Het woningbouwprogramma voor Goor heeft op dit moment (juni 2021) 186 harde plancapaciteit waar er ruimte is voor 340 eenheden. Het plan is in paragraaf 3.3 getoetst aan de woonvisie van de gemeente Hof van Twente, waarin woningbouwafspraken die binnen de provincie Overijssel gemaakt zijn het uitgangspunt vormen.

Hieruit blijkt dat plan in overeenstemming is met de uitgangspunten van artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 2.13.3: Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden Bestemmingsplannen voorzien in een aanduiding voor grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden waarbij alleen functies worden toegestaan die harmoniëren met de functie voor de drinkwatervoorziening. Artikel 2.13.5: Niet-risicovolle functies en grote risicovolle functies in intrekgebieden In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 Grondwaterbeschermingsgebieden en intrekgebieden kunnen in intrekgebieden ook nieuwe niet-risicovolle en grote risicovolle functies worden toegestaan, mits daarbij wordt voldaan aan het stand still-principe. Artikel 2.13.6: Grote of grootschalige -risicovolle functies In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 en onverlet het bepaalde in artikel 2.13.4 en artikel 2.13.5, kunnen nieuwe grote of grootschalige risicovolle functies in

16

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

grondwaterbeschermingsgebieden en nieuwe grootschalige risicovolle functies in intrekgebieden alleen worden toegestaan als dit noodzakelijk is vanuit een zwaarwegend maatschappelijk belang, waarvoor redelijke alternatieven ontbreken en mits voldaan wordt aan het stap vooruit-principe. Artikel 2.13.8: Intrekgebied met een stedelijke functie In afwijking van het bepaalde in artikel 2.13.3 en onverlet het bepaalde in de artikelen 2.13.5 en 2.13.6 kunnen binnen intrekgebieden met stedelijke functies nieuwe grote of grootschalige risicovolle functies worden toegestaan mits deze functie voldoet aan de eis van een goede ruimtelijke ordening en aan het stand stillprincipe. Toets Het plangebied ligt in een gebied dat wordt aangemerkt als een intrekgebied voor waterwinning. In voorliggend geval is sprake van realiseren van woonfuncties. Een woonfunctie betreft een harmoniërende functie. De wijziging heeft dan ook geen negatieve invloed op het grondwater. De gebiedsaanduiding ter bescherming van het intrekgebied wordt daarnaast overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de artikelen met betrekking tot het intrekgebied. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) De gehele kern van Goor is gelegen binnen het ontwikkelperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het

ontwerp

17

Goor, herziening Grotestraat 91

watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een transformatie van garageboxen naar acht aaneengesloten woningen en draagt daarmee bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De toevoeging van deze woningen is in overeenstemming met de lokale en regionale woonbehoefte. In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat dit plan passend is binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten stedelijke netwerken' van de provincie Overijssel. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. In het gebied zijn de kenmerken van de 'Natuurlijke laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' niet meer aanwezig.

Daarom kan toetsing van het plan aan deze gebiedskenmerken achterwege blijven. Binnen de 'Laag van de beleving' heeft het plangebied geen bijzondere eigenschappen. Deze kan daarom tevens buiten beschouwing worden gelaten. Stedelijke laag Het plangebied is gelegen in zowel de stedelijke laag 'Woonwijken 1955 - nu' als de laag 'Bebouwingsschil 1900 - 1955'.

Figuur 3.5: Stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De bebouwingsschil 1900-1955 bestaat uit gemengde stadwijken en woonwijken direct aansluitend op de historische centra en binnensteden. Op sommige plaatsen liggen (voormalige) grootschalige fabriekscomplexen direct aansluitend aan woonwijken. Deze stadswijken kennen een gesloten, compacte vorm (bouwblokken) en zijn veelal opdeelbaar in wijken met eigen karakter. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaats vinden in de individueel ontwikkelde stadswijken van de bebouwingsschil 1900 - 1955, dan dragen deze bij aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een

18

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. De wijken worden van elkaar gescheiden door doorgaande lanen, singels en stadsstraten. Kenmerkend in de bebouwing is de verwantschap in architectuurstijlen en aandacht voor architectonische details en verbijzondering van gebouwen op specifieke plekken als straathoeken. De schil is op te delen in wijken met indviduele panden, gekenmerkt door veel variatie in bebouwing en veel (individueel en openbaar) groen. De wijken op basis van de fabrieksdorp-/ tuindorp-principes zijn juist herkenbaar aan een hechte stedenbouwkundige en architectonische eenheid op basis van collectieve principes. Als ontwikkelingen plaats vinden de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a. wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. Toets Voorliggend plan voorziet in een herstructurering van een terrein met vervallen garageboxen naar twee blokken van vier aaneengesloten woningen. De woningen worden qua omvang en opzet stedenbouwkundig ingepast, waardoor ze zich voegen naar de aard, maat, schaal en het ritme van de omliggende bebouwing.

Met de aanvraag van de omgevingsvergunning zal het bouwplan getoetst worden aan het geldende welstandsbeleid, waardoor geborgd wordt dat de nieuwe bebouwing op alle niveaus aansluiting vindt bij bebouwing in de directe omgeving. Laag van beleving De 'Laag van de beleving' heeft binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijft daarom verder buiten beschouwing. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Goor 2025 In 2013 heeft het college van Hof van Twente de structuurvisie “Goor 2025” gewijzigd vastgesteld. De structuurvisie bevat de gemeentelijke visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot en met 2025 voor de kern Goor. Na een uiteenzetting van de visie op de gewenste ruimtelijke kwaliteit, worden de aspecten wonen, economie, verkeer en infrastructuur, welzijn, zorg en educatie, recreatie en ontspanning, groen en water, milieu en duurzaamheid en cultuurhistorie uiteengezet. Voor voorliggend plan is voornamelijk de visie over wonen van belang. Demografische ontwikkelingen als ontgroening en vergrijzing zorgen voor een druk op de woningmarkt in Goor. Door aanhoudende gezinsverdunning blijft er behoefte aan nieuwe woningen. De ontwikkeling van huishoudens in Goor bestaat, naast een beperkte groei in het aantal jonge starters, hoofdzakelijk uit groei van de groep één en twee persoonshuishoudens van 55 jaar en ouder. Het aantal gezinnen zal licht stijgen en het aantal één en twee persoonshuishoudens onder de 55 jaar zal licht dalen. Het plangebied is gelegen in het centrum van Goor en is te categoriseren onder vroegstedelijke ontwikkeling (tot 1850). De centrumschil bestaat uit de oudste delen van Goor, het gebied rond de Hofkerk en het Schild, alsmede de tussen enkele oudere bebouwingslinten gelegen gebieden.

Bindend kenmerk is de functiemenging in het

ontwerp

19

Goor, herziening Grotestraat 91

gebied. Wonen wordt afgewisseld met detailhandel, horeca, dienstverlening en kleinschalige bedrijvigheid. De bebouwing stamt uit alle perioden. Monumenten, bebouwing van mindere kwaliteit en nieuwbouw wisselen elkaar af. Er is een sterkte relatie naar het centrum. Toets Zoals in de structuurvisie blijkt, is er in Goor vanwege demografische ontwikkelingen behoefte aan nieuwe woningen. De behoefte bestaat met name uit woningen voor één en twee persoonshuishoudens van 55 jaar en ouder. Voorgenomen ontwikkeling, het realiseren van acht aaneengesloten woningen, waaronder vier levensloopbestendige, sluit goed aan op de behoefte. De functiemenging in het gebied blijft bovendien bestaan. Geconcludeerd kan wordend dat voorliggend plan in overeenstemming is met de uitgangspunten uit de 'Structuurvisie Goor 2025'. 3.3.2

Toekomstvisie 'zicht op 2030' In 2010 heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgesteld. Het doel van deze toekomstvisie is om de grote lijnen te schetsen: wat kenmerkt de gemeente nu en straks? Daarnaast geeft de toekomstvisie een mogelijk toekomstperspectief, met vernieuwende ideeën en kansrijke oplossingsrichtingen. De politiek en de burgers zullen de toekomstvisie een verdere concrete invulling geven. Dit kan in de komende jaren gestalte krijgen door de visie te gebruiken als toetsingskader voor sectorale beleidsontwikkeling (beleidsplannen) en meerjarige planvorming (programmabegrotingen). Eén van de streefbeelden van de toekomstvisie is om de kwaliteit van het woningenbestand hoog en divers te houden, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar blijven. De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast.

In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp. De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken. Toets De ontwikkeling in onderhavig plan betreft een inbreiding in het centrumgebied van Goor.

Niet al te fraaie garageboxen en een deel van een horecapand worden gesloopt. Hiervoor in de plaats twee aaneengesloten blokken van vier aaneengesloten woningen gerealiseerd, waarmee invulling wordt gegeven aan de actuele lokale behoefte. Met

20

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

name door de sloop van de oude garageboxen levert voorliggende ontwikkeling ter plaatse een ruimtelijke kwaliteitsimpuls op. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het voornemen niet in strijd is met het toekomstperspectief van de gemeente Hof van Twente. 3.3.3

Woonagenda Hof van Twente 2016 - 2020 Op 1 juli 2015 is de nieuwe Woningwet in werking getreden. Daaruit volgt dat gemeenten dienen te beschikken over actueel woonbeleid. In december 2014 is de Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 “Natuurlijk…Wonen in Twente!” vastgesteld. in 2015 is het nieuwe woonbeleid voor Hof van Twente ontwikkeld. Hierin zijn onder andere de uitgangspunten uit de Regionale Woonvisie vertaald naar lokaal beleid. Het nieuwe woonbeleid is een compact document waarin de speerpunten op het gebied van “wonen” staan met daaraan gekoppeld de beleidsrichtingen. Zo wordt flexibiliteit behouden en kan er optimaal maatwerk worden geleverd in de snel veranderende woningmarkt. Dit nieuwe woonbeleid noemen we dan ook “Woonagenda Hof van Twente”. Op 22 maart 2016 heeft de gemeenteraad de Woonagenda vastgesteld. De Woonagenda verwoordt de visie van de gemeente Hof van Twente op haar woonbeleid. In deze Woonagenda komt naar voren welke speerpunten de gemeente Hof van Twente heeft voor de periode van 2016-2020. De speerpunten zijn vertaald in beleidsrichtingen voor de komende jaren. De algemene hoofddoelstelling van de Woonagenda is het zorgen voor voldoende en kwalitatief goede woonruimte voor alle doelgroepen. Dit door de komende jaren de volgende vier speerpunten uit te werken: Kwaliteit; inzet op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad en de kernen.

Nieuwbouw; optimaal en via maatwerk benutten van de ruimte voor uitbreiding van de woningvoorraad. Aandacht hebben voor goede woonmogelijkheden voor groepen die zorg nodig hebben. Het huisvesten van urgente groepen woningzoekenden (waaronder statushouders). Met betrekking tot nieuwe woningen is er vooral behoefte in de koopsector, waarbij er vooral behoefte is aan grondgebonden woningen twee-onder-een-kap of vrijstaand. Aangezien de woningbehoefte divers is, kiest de gemeente voor flexibiliteit in programma en locaties. Zo kan de gemeente via maatwerk optimaal inspelen op de concrete vraag. In de Regionale Woonvisie is overeengekomen dat gemeenten alleen voor de aangetoonde lokale behoefte bouwen. Dit doet de gemeente Hof van Twente. Er is geen overcapaciteit in plannen. Binnen de lokale behoefte is er nog ruimte voor nieuwe plannen, zodat de gemeente de mogelijkheid heeft om aan de concrete en actuele vraag tegemoet te komen. Toets Als gevolg van onderahvig plan worden vier aaneengesloten woningen in twee blokken gerealiseerd, in het centrum van Goor. In de Woonagenda is opgenomen dat de gemeente Hof van Twente voor de aangetoonde lokale behoefte mag bouwen. In het kader van de woonagenda heeft RIGO een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de woningbehoefte in Goor groeit met naar schatting ongeveer 30 woningen per jaar.

Er is kwantitatief gezien dus ruimte voor het toevoegen van acht woningen. Daarnaast bestaat er een groeiende behoefte naar levensloopbestendige woningen. Onder andere door bij vier woningen een slaapkamer op de begane grond te realiseren en gezien de ligging nabij diverse functies die het centrum van Goor biedt, voorziet voorliggende ontwikkeling in minimaal vier levensloopbestendige woningen. Voorliggend plan voorziet derhalve in concrete behoefte en is daarmee passend binnen de Woonagenda Hof van Twente 2016-2020. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Woonagenda Hof van Twente 2016 - 2020. Conclusie gemeentelijk beleid

ontwerp

21

Goor, herziening Grotestraat 91

De beleidskader omtrent de omgevingsaspecten worden beschreven in Hoofdstuk 4 bij de betreffende onderdelen. Het gemeentelijk beleid vormt het kader waarbinnen de ontwikkeling plaats kan vinden. Het voornemen is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid. 3.3.4

Welstandsnota De gemeenteraad van Hof van Twente heeft voor de hele gemeente een welstandsnota vastgesteld met criteria voor de welstandstoets. Daarbij is zowel het buitengebied als de kernen ingedeeld in verschillende gebieden aan de hand van karakteristieken van de bestaande bebouwing. Per gebied zijn criteria opgesteld die door de welstandscommissie worden gebruikt bij het beoordelen van aanvragen om vergunning. Daarbij wordt onder andere gelet op de plaats, de hoofdvorm en de detaillering. Er zijn geen welstandsvrije gebieden. Naast de gebiedscriteria zijn objectgerichte criteria opgesteld die niet voor een gebied, maar voor een bouwwerk gelden. Het gaat dan om regels voor bijvoorbeeld monumenten, landgoederen en serrestallen. In onderstaande figuur is een uitsnede van de verbeelding van de Welstandnota Delden-Goor opgenomen, waarin het plangebied zwart is omlijnd.

Figuur 3.6: Uitsnede kaart Welstandsnota Delden-Goor (bron: gemeente Hof van Twente) Zoals in bovenstaande figuur te zien, is het plangebied binnen de begrenzing van twee Welstandsregimes, namelijk 'Nieuwe centra' en 'Linten aan de weg' Linten aan de weg Kenmerken Goor kent de meeste linten met panden aan de weg, al dan niet met tussenruimtes in de vorm van een oprit of een steegje. De uiteenlopende architectuur van de panden geeft de linten een afwisselend beeld, tegelijk zorgt de overeenkomst in grootte van de bouwwerken voor een rustige opbouw. Er zijn nog meer overeenkomsten tussen de panden: de meeste nokken staan loodrecht op de straat, ook is er bijna altijd sprake

22

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

van harmonisch kleurgebruik. Beleid De 'linten aan de weg' geven sfeer aan de kernen. In deze voor de kernen zo belangrijke straten is het van belang de samenhang in het ritme en de korrelmaat te behouden. Tegelijk staan de linten voor levendigheid; dit wordt vooral bereikt door de verschillenden tussen de panden. Criteria Om de continuïteit in het lint te waarborgen ligt de nadruk bij dit deelgebied op de plaatsing en oriëntatie van het gebouw. Een individuele uitstraling en het doortrekken van het gevelmateriaal tot aan het maaiveld doen de rest. De welstandsnota bevat diverse criteria met betrekking tot plaatsing, hoofdvorm, gevel, aan-, uit- en bijgebouwen en dakkapellen, detaillering en erfafscheidingen. Nieuwe centra Kenmerken Het centrum van Goor wordt vooral bepaald door winkelstraten, die het tracé van de oude bandijk volgen. Goor werd in de Tweede Wereldoorlog verwoest. Daardoor kent het centrum voornamelijk naoorlogse bebouwing. Zijdelings van het centrale lint bevinden zich verschillende parkeerterreinen die supermarkten ontsluiten. De wanden van de parkeerterreinen worden deels gevormd door achterkanten. Beleid Voor Goor bestaat een centrumvisie, welke de mogelijkheden voor transformatie van verschillende aan de centrumstraten grenzende gebeiden worden verekend.

In Goor dient vooral aan de randen en de achterkanten van het centrum de nodige aandacht worden besteed. Criteria De criteria zijn er vooral op gericht om de nieuwbouw in samenhang met de openbare ruimte te ontwikkelen. Oriëntatie van de gebouwen op de openbare ruimte is essentiëel. Panden zijn op de weg of het plein georiënteerd, aan-, uit- en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw en de gebouwen zijn zorgvuldig gedetailleerd.

ontwerp

23

Goor, herziening Grotestraat 91

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Het voorliggend plan voorziet in de realisatie van 8 nieuwe woningen. De beoogde activiteit wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Het onderhavige project wordt niet gezien als een m.e.r.- plichtige activiteit omdat deze pas geldt bij gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden, waar het onderhavige project ruimschoots onder blijft. Het milieubelang is in dit bestemmingsplan zorgvuldig afgewogen in de plantoelichting. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het milieubelang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in voldoende mate is afgewogen en dat belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving, waardoor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Per 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven

24

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

(en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij de ontwikkeling van onderhavig plan. De aanmeldnotitie m.e.r. is als Bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Gelet op de uitkomsten van deze aanmeldnotitie, waaruit blijkt dat er als gevolg van het bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden is het niet noodzakelijk om een milieueffectrapport op te stellen.

4.2

Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Het plangebied is gelegen in het centrum van Goor. Het plangebied wordt omgeven door diverse functies, zoals horeca, centrumfuncties, detailhandel, dienstverlening,

ontwerp

25

Goor, herziening Grotestraat 91

bedrijvigheid en wonen. Op grond hiervan geldt het omgevingstype 'gemengd gebied' voor het plangebied. Bij de realisatie van een nieuwe functie/bestemming dient te worden gekeken naar de omgeving waarin de voorgenomen ontwikkeling gerealiseerd wordt. Daarbij gaat het om de externe werking en de interne werking: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden onevenredig wordt aangetast. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van acht woningen binnen een bestaand woongebied. De functie wonen betreft geen milieubelastende functie. Derhalve zal het woon- en leefklimaat van omwonenden geen hinder ondervinden van de toekomstige functie. Het plan voorziet daarnaast in de sloop van een gedeelte van het bestaande centrumpand aan de Grotestraat 91. Hierdoor verdwijnt een feestzaal en daarmee de functie 'Muziekcafé'. De functies 'café, bar, restaurant e.d.' blijven gehandhaafd. Voor deze functies geldt in een gemengd gebied een richtafstand van 0 meter tot een gevoelig object.

De daadwerkelijke afstand tussen het horecabedrijf en de geplande woningen zal in de toekomstige situatie circa 10 meter bedragen. Derhalve wordt ruimtschoots voldaan aan de richtafstanden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving. Ten noorden van de beoogde locatie voor de nieuwe woningen is een aaneengesloten rij bebouwing met centrumfunctie gelegen. In de plint van deze bebouwing zijn diverse centrumfucnties toegestaan, zoals detailhandel, horeca, dienstverlenende bedrijven en wonen. Voor deze functies geldt in een gemengd gebied een richtafstand van 0 meter tot een gevoelig object. Functies die hinder voor de omgeving veroorzaken zijn zonder aanduiding op de verbeelding en in het bestemmingsplan niet toegestaan. In de huidige situatie is ter plaatse van de Grotestraat 91 middels een aanduiding horeca van de categorie 2 (café, bar en muziekcafé) toegestaan. Vanwege de verwijdering van de feestzaal kan deze aanduiding met voorliggend plan worden aangepast. In de toekomstige situatie zal er plaatse geen muziekcafé meer mogeljik zijn en wordt enkel horeca uit de eerste categorie van de VNG uitgave uitgevoerd (o.a. restaurant, eetcafé en lunchroom).

Voor deze categorie geldt in een gemengd gebied een richtafstand van 0 meter tot een gevoelig object (woning), waardoor voldaan wordt aan de richtafstanden. Op een afstand van circa 10 meter, aan de Schoolstraat 6, is een winkelpand gelegen. Hierbinnen is een cosmeticawinkel c.q. drogisterij gevestigd. Op grond van de VNG-uitgave geldt voor 'Apotheken en drogisterijen' een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied in verband met het aspect 'gevaar'. Aan de richtafstand wordt derhalve voldaan. Ten zuidwesten van het plangebied, op circa 12 meter afstand, bevindt zich een dienstverlenend bedrijf. Hierbinnen is een kantoor van een uitgeverij voor advertenties gevestigd. Op grond van de VNG-uitgave geldt voor een 'Uitgeverij (kantoor)' een richtafstand van 10 meter in verband met het aspect 'geluid'. In een gemengd gebied kan deze richtafstand terug gebracht worden naar 0 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Op een afstand van circa 10 meter ten westen van het plangebied is een parkeerterrein gelegen. Voor een parkeerterrein geldt in een gemengd gebied een grootste

26

ontwerp

Goor, herziening Grotestraat 91

richtafstand van 10 meter voor het aspect 'geluid'. Gelet op de kleinschaligheid van dit parkeerterrein en de aangehouden afstand van 10 meter tot dit terrein wordt niet verwacht dat het woon- en leefklimaat bij de beoogde woningen ernstig wordt aangetast. Bovendien wordt bij de realisatie van de woningen rekening gehouden met de eisen rondom geluidswering uit het Bouwbesluit. Op een afstand van circa 35 meter ten zuidoosten van het plangebied, aan de Spoorstraat 23, is een bedrijfsperceel gelegen. Op dit perceel is bedrijvigheid tot maximaal categorie 2 toegestaan. Hiervoor geldt een richtafstand van 10 meter tot een gevoelig object. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Bodembeleid gemeente Hof van Twente De gemeente heeft in het Bodembeleidsplan haar beleid ten aanzien van bodemverontreiniging uiteengezet. De ambitie van de gemeente is om bodemverontreinigingen te voorkomen en de bodem geschikt te houden voor toekomstige ontwikkelingen.

Ten tweede heeft de gemeente de ambitie om bodemaspecten tijdig mee te nemen in planvorming. De gemeente geeft prioriteit aan het opheffen van bodemverontreinigingen die actuele risico’s opleveren voor mensen of milieu. De gemeente besteedt in het bijzonder aandacht aan de mogelijke aanwezigheid van asbest in de bodem. Hiervoor wordt verwezen naar het asbestbeleid en de asbestsignaleringskaart. Voor een volledige toetsing aan het aspect 'bodem', wordt verwezen naar paragraaf 4.3. Toets Ten behoeve van onderhavig bestemmingsplan is gebruik gemaakt van een verkennend asbestbodemonderzoek (kenmerk: 20072316) om ter plaatse de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem vast te stellen (zie Bijlage 4). Kruse Milieu heeft een verkennend en nader asbestbodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Een samenvatting, conclusie en aanbevelig van dit onderzoek worden hier geschetst. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met garageboxen en verhard met klinkers, tegelsen gravel. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie één asbestverdachte druppelzone aanwezig is. Deze locatie is als verdachte deellocatie beschouwd. De bovengrond van het westelijke deel van de locatie is verdacht voor de aanwezigheid van asbest. De onderzoekslocatie is onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk

ontwerp

27

Goor, herziening Grotestraat 91

In totaal zijn er 8 inspectiegaten en 6 sleuven gegraven en zijn er 5 boringen verricht. Eén boring is doorgezet tot 3.7 meter diepte, welke is afgewerkt tot peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit zeer fijn tot matig fijn zand met plaatselijk van 1.55 - 1.8 m-mv een sterk kleiige veenlaag in de ondergrond. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (baksteen, puin en keramiek). Door de veldwerkers zijn in het nader asbestonderzoek asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem van de sleuven S1, S4, S5 en S6. Het freatische grondwater is in peilbuis 1 aangetroffen op 2.10 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Onderzoekslocatie de bovengrond (BG I) is (zeer) licht verontreinigd koper, kwik, lood en zink; de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd koper, kwik en lood; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium, koper, molybdeen en nikkel. Resultaten asbestanalyses Op basis van de resultaten van de asbestanalyses kan het volgende worden geconcludeerd: Onderzoekslocatie: in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is asbest aangetoond in een gehalte boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/3869/documents/53221