07 TAM omgevingsplan Sloezenweg 2 Ambt Delden Bijlage Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 EN NEN5707 Sloezenweg 2+2A - Ambt Delden
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Sloezenweg 2+2A 7495 PC Ambt Delden Juli 2025
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 Bankgegevens: KvK: 06068751 ABN AMRO: BTW-nr: NL 8019.25.125.B01 NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Sloezenweg 2+2A - Ambt Delden
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Sloezenweg 2+2A 7495 PC Ambt Delden Projectcode: 25037916 Rapportagedatum: 23 juli 2025 Projectleider: de heer R. Munsterhuis Auteur: mevrouw E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses
10 10 10 12 12 13
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
14
6
Literatuur en bronvermelding
16
2
3
4
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Situatieschets asbestverontreiniging (Sloezenweg 1) Search, oktober 2011 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2025 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsingen chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op een terreindeel aan de Sloezenweg 2+2A (voormalig agrarisch erf en weiland) in Ambt Delden door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is herontwikkeling op de locatie waarbij enkele schuren op het agrarisch erf worden gesloopt, en er in het kader van de rood-voor-rood-regeling een compensatiewoning in het weiland en een bijgebouw op het erf worden gebouwd. Hiervoor dient de bodemkwaliteit bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek wordt de bovengrond van het agrarisch erf, conform de richtlijnen van de Omgevingsdienst Twente, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater ter plekke van het agrarisch erf en het weiland worden als onverdacht beschouwd.
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of in puin de normwaarden overschrijdt.
Het veldwerk is uitgevoerd in juli 2025 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever en dat de kritische werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 1 van 16
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sloezenweg 2+2A in Ambt Delden, op circa 2 kilometer ten zuidoosten van de bebouwde kom van Goor. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de coördinaten x = 240.132 en y = 471.294 en is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Delden, sectie E, nummers 5396, 6491 en 6727 (allemaal gedeeltelijk). De Sloezenweg bevindt zich ten noorden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalig agrarisch erf en een deel van het zuidelijk gelegen weiland. Het erf is deels bebouwd met een woning en enkele (te slopen) bijgebouwen en schuren. Inpandig zijn er betonvloeren en (voormalige) mestkelders aanwezig. Het onbebouwde deel van het erf is grotendeels verhard met beton, klinkers en tegels en deels onverhard en begroeid met gras en struiken (tuin). Het weiland is onbebouwd, onverhard en begroeid met gras. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de herontwikkelingsplannen en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie omvat circa 3150 m². De volgende (deel)locaties worden onderzocht: - voormalig agrarisch erf (circa 1850 m2); - weiland (circa 1300 m2); In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende tekeningen en boorplannen opgenomen.
- situatieschets asbestverontreiniging (Sloezenweg 1) Search, oktober 2011; - boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2025. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft de functie “agrarisch met waarden”; - de te behouden woning op de onderzoekslocatie dateert van 1957 (bron: BAG-viewer). De te slopen schuren dateren van de periode tussen 1961 en 1988. Het meest zuidelijk gelegen bijgebouw dateert van 2008 en zal behouden blijven. Het nieuwe bijgebouw wordt aansluitend aan de noordzijde van het te behouden bijgebouw gerealiseerd; - rondom het erf liggen weilanden welke onbebouwd en onverhard zijn. In het weiland direct ten zuiden van het agrarisch erf zal de nieuwe compensatiewoning worden gerealiseerd. Het weiland is nooit bebouwd geweest; - in oktober 1991 is een revisievergunning verleend voor een varkensbedrijf met de daaraan verbonden opslag van mest. Inmiddels wordt er geen vee meer op het bedrijf gehouden; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie/het te bebouwen terreindeel nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel;
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 2 van 16
- op circa 25 meter ten noorden van de onderzoekslocatie (Sloezenweg 1 Ambt Delden) is in februari 2015 in het kader van de Saneringsregeling asbestwegen derde fase een grondsanering uitgevoerd. Er is circa 65 m3 verontreinigde grond ontgraven tot een diepte van 1 m-mv. In de controlemonsters van bodem en wanden zijn geen asbestgehalten hoger dan de terugsaneerwaarde (100 mg/kg d.s.) gemeten. Er is 85 ton sterk met asbest verontreinigde grond afgevoerd naar Vink te Barneveld onder afvalstroomnummer 05Z22200H105. De ontgraving is aangevuld met 53 m3 schone grond, voorzien van erkende kwaliteitsverklaringen (bron: evaluatieverslag BUS sanering OV173507039, maart 2015); - op de daken van de te slopen schuren liggen asbesthoudende golfplaten. Omdat hemelwater via de asbesthoudende platen afwatert op verharde ondergrond is er geen sprake van asbestverdachte druppelzones; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem.
Tevens is de onderzoekslocatie niet gelegen aan een asbestweg; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart vallen de boven- en ondergrond in de kwaliteitsklasse “landbouw/natuur (AW2000)”; - volgens de beschikbare gegevens hebben er op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving niet eerder bodemonderzoeken plaatsgevonden. Voorafgaand aan de grondsanering (asbest) ten noorden van de onderzoekslocatie is wel een bodemonderzoek uitgevoerd. Deze wordt hieronder toegelicht. Search Ingenieursbureau BV, Asbestonderzoek Sloezenweg 1 Ambt Delden met projectnummer 250128.0184, d.d. 28 oktober 2011 De aanleiding tot het uitvoeren van het asbestbodemonderzoek werd gevormd door de aanmelding van de locatie voor de Saneringsregeling Asbestwegen derde fase. Zintuiglijk is er puin, asbest en glas waargenomen. Analytisch zijn er gewogen asbestgehalten boven de interventiewaarde voor asbest gemeten. Tevens zijn er in de bovenen ondergrond licht verhoogde PCB-gehalten aangetoond. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek. Relevante informatie
Bron
Specificatie
Opdrachtgever
Huidig en voormalig gebruik
Ja
Gemeente
Bodeminformatie
Nee
Omgevingsrapportage
https://overijssel.nazca4u.nl/rapportage/
Nee
Archief Kruse Milieu BV
Eerdere bodemonderzoeken/asbestinventarisaties
Nee
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw BV, d.d. 28 mei 2020
Ja
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 3 van 16
2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 13 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 0.8 meter minus maaiveld (m-mv) uit een zandige eenheid van de Formatie van Boxtel met een doorlatendheid van 1-5 m2/dag. Daaronder bevindt zich tot circa 7.5 m-mv zand van de Formaties van Boxtel en Drente. Onder het zand is tot meer dan 50 m-mv klei aanwezig van de Formaties van Breda en Rupel; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 2.0 m-mv. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen waterwingebied op kleine afstand gelegen; - op circa 290 meter ten westen van de onderzoekslocatie stroomt de Bolscherbeek en op circa 1 kilometer ten noorden stroomt het Twenthekanaal Zutphen-Enschede
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 4 van 16
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Voormalig agrarisch erf (circa 1850 m2) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik, wordt de bovengrond van het erf als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De hypothese "verdachte locatie" uit de normen NEN5740 en NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) wordt gebruikt. De ondergrond en het grondwater ter plekke van het erf worden als onverdacht beschouwd. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ongeroerde zintuiglijk schone ondergrond en het grondwater gebruikt.
Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op basis van een oppervlakte van circa 1850 m2 kan conform norm NEN5740 (strategie heterogeen verdacht) worden afgeleid dat er 13 boringen dienen te worden verricht, waarvan 10 tot 0.5 meter diepte en 3 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Voor het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster dient 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 te worden afgewerkt tot peilbuis. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek volgens norm NEN5707 (strategie heterogeen verdacht) naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. De grondboringen worden tot 0.5 m-mv vervangen door inspectiegaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven en gecodeerd als gat 1 tot en met 13. Weiland (circa 1300 m2) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik kan het weiland als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 wordt voor de locatie (boven- en ondergrond en grondwater) gebruikt.
Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op basis van het oppervlakte van circa 1000 m² kan conform norm NEN5740, strategie onverdachte locatie, niet lijnvormig (ONV-NL), worden afgeleid dat er 8 boringen dienen te worden verricht, waarvan 6 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Het onderzoek van het grondwater worden gecombineerd met het voormalig agrarisch erf. Derhalve wordt er ter plekke van het weiland geen peilbuis geplaatst. De boringen in het weiland worden gecodeerd als 21 tot en met 28. Alle opgeboorde grond wordt gezeefd over 20 mm of uitgeharkt/uitgespreid en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Vooralsnog wordt aangenomen dat visueel geen bijzonderheden (zoals asbestverdachte materialen of puinbijmengingen) worden opgemerkt en dat er geen asbestanalyse uitgevoerd hoeft te worden in het weiland. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 5 van 16
Er dient te worden vermeld dat in overleg met de opdrachtgever is besloten geen inpandige boringen in de te behouden woning en bijgebouw te verrichten, aangezien de vloeren behouden dienen te blijven. Tevens is het verrichten van inpandige boringen in de te slopen schuren niet mogelijk vanwege de aanwezige mestkelders. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoog-de gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.
Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puinen/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof. Bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2
Veldwerkzaamheden
Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA te Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3.
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 6 van 16
De monsters worden volgens de voorschriften uit norm NEN5740 en norm NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket Voormalig agrarisch erf
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (2x)
Asbest en droge stof
Grondwater erf en weiland (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Weiland
Bovengrond (1x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Eveneens de filtratie van het grondwater. 3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering, die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (geldt alleen voor grond). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden, is in principe een nader onderzoek nodig. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 7 van 16
Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T (grond) of I (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5
Toetsing asbestanalyses
De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijn asbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfibool asbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is bij een verkennend asbestonderzoek een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 8 van 16
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 9 van 16
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3 en 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.5 en 4.6. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in juli 2025 uitgevoerd door de heer N. Pepping. Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/11). Er is assistentie verleend door de heer C. Busscher (assistent veldwerker). Voormalig agrarisch erf Op 2 juli 2025 zijn er na maaiveldinspectie in totaal 13 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Met behulp van een Edelmanboor zijn er 4 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring is met behulp van een Edemanboor en zuigerboor doorgezet tot 3.5 m-mv en afgewerkt met de peilbuis (PB 1). Weiland Op 9 juli 2025 zijn er in totaal 8 boringen met behulp van een Edelmanboor verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet tot 2.0 m-mv. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen staan in bijlage II. De bodemopbouw is globaal als volgt: onder de verhardingen is plaatselijk een laag matig grof (ophoog)zand aangetroffen. De overige bodemlagen bestaan globaal uit uiterst fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand. In de ondergrond zijn plaatselijk vanaf circa 0.6 m-mv kleihoudende en veenhoudende lagen waargenomen met een dikte van circa 0.35 meter.
In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Tevens zijn er door de veldwerkers visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven. De mengmonsters BG I, BG III en OG II zijn aanvullend geanalyseerd op arseen vanwege oerhoudende lagen. Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Voormalig agrarisch erf BG I (oerhoudend)
1 4 en 6 10
0.15 - 0.45 0 - 0.5 0.04 - 0.4
NEN5740standaardpakket + arseen
BG II
2 11
0.45 - 0.65 0.4 - 0.6
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 10 van 16
Vervolg tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Traject (diepte in m-mv)
Boringnummer
Analyse
Voormalig agrarisch erf BG III (oerhoudend)
8 9 12 13
0.06 - 0.45 0.05 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.45
NEN5740standaardpakket + arseen
OG I (klei)
1 3
0.9 - 1.25 0.6 - 0.75
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01
1 2 4, 5 en 6
0.15 - 0.45 0 - 0.45 0 - 0.5
Asbest en droge stof
MM FF - 02
3 9 en 11 10 12 13
0.08 - 0.45 0.05 - 0.4 0.04 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.45
Asbest en droge stof
Weiland BG IV
21, 23, 24, 26, 27 en 28 22 en 25
0 - 0.3 0 - 0.25
NEN5740standaardpakket
OG II
21 22
0.75 - 1.2 1.2 - 1.4
NEN5740standaardpakket + arseen
Boring 1 is doorgezet tot circa 3.5 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, is een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 9 juli 2025 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
PB 1
2.50 - 3.50
1.90
7.4
283
9.9
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd.
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 11 van 16
4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG II, BG III en BG IV) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. Deze worden weergegeven in tabel 5. De mengmonsters BG I, BG III en OG II zijn niet verontreinigd met arseen. In de boven- en ondergrond (BG I, OG I en OG II) zijn geen verontreinigingen gemeten. Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1- of streefwaarde
Interventiewaarde
Voormalig agrarisch erf BG II
Koper
17
41.4 *
40
190
BG III
Koper Zink
24 84
43.1 * 173 *
40 140
190 720
40
190
50
625
Weiland BG IV
Koper
28
57.2 *
Voormalig agrarisch erf en weiland PB 1 1
Barium
63
63 *
AW2000
In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T (grond) of I (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG II en BG III en BG IV (voormalig agrarisch erf en weiland) - Koper en zink Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen (en PAK) niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). De zeer licht verhoogde kopergehalten kunnen mede veroorzaakt worden door bemesting van het gazon en het weiland. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 12 van 16
Grondwater PB 1 - Barium Het zeer licht verhoogde bariumgehalte is waarschijnlijk te wijten aan een plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarde. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. 4.5
Resultaten van de asbestanalyses
In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten worden weergegeven in tabel 6. Tabel 6: Gewogen asbestgehalten (mg/kg droge stof). Monster
Component
Gewogen asbestgehalten
Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
Voormalig agrarisch erf MM FF - 01
Asbest
n.a.
50
MM FF - 02
Asbest
0.2
50
4.6
Bespreking resultaten asbestanalyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, is er in het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 13 van 16
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 3150 m² aan de Sloezenweg 2+2A in Ambt Delden. De onderzoekslocatie betreft een voormalig agrarisch erf en een deel van een weiland. Het erf is deels bebouwd met een te behouden woning en enkele (te slopen) schuren en bijgebouwen. Inpandig zijn er betonvloeren en (voormalige) mestkelders aanwezig. Het onbebouwde deel van het erf is deels verhard met beton, klinkers en tegels en deels onverhard en begroeid met gras en struiken. Het weiland is onbebouwd, onverhard en begroeid met gras. De aanleiding van dit onderzoek is herontwikkeling op de locatie waarbij enkele schuren op het agrarisch erf worden gesloopt, en er in het kader van de rood-voor-rood-regeling een compensatiewoning en bijgebouw worden gebouwd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek wordt de bovengrond van het agrarisch erf, conform de richtlijnen van de Omgevingsdienst Twente, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest.
De ondergrond en het grondwater ter plekke van het agrarisch erf en het weiland worden als onverdacht beschouwd. Resultaten veldwerk Ter plekke van het voormalig agrarisch erf zijn er 13 inspectiegaten gegraven, waarvan er 4 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Ter plekke van het weiland zijn er 8 boringen verricht, waarvan er 2 zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Boring 1, welke zich ter plekke van het agrarisch erf bevindt, is afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het grondwateronderzoek op de gehele onderzoekslocatie (erf en weiland). In overleg met de opdrachtgever zijn geen inpandige boringen in de te behouden woning en bijgebouw verrichten, aangezien de vloeren behouden dienen te blijven. Tevens zijn er geen inpandige boringen in de te slopen schuren verricht vanwege de aanwezige mestkelders. Inpandig zijn geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Onder de verhardingen is plaatselijk (ophoog)zand aangetroffen. De overige bodemlagen bestaan globaal uit uiterst fijn tot matig grof, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand. Enkele bodemlagen in de ondergrond zijn klei- en veenhoudend. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen.
Er zijn door de veldwerkers visueel geen bodemvreemde- en asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de opgeboorde bodem waargenomen. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.90 m-mv. Resultaten analyses De mengmonsters BG I, BG III en OG II zijn aanvullend op arseen geanalyseerd (oerhoudend). Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Voormalig agrarisch erf - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd (ook niet met arseen); - de bovengrond (BG II) is zeer licht verontreinigd met koper; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met koper en zink (niet met arseen); - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is niet asbesthoudend; - het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 14 van 16
Voormalig agrarisch erf en weiland - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium. Weiland - de bovengrond (BG IV) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG II) is zeer licht verontreinigd met koper (niet met arseen). Hypothese De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5740 met betrekking tot de bovengrond (erf) dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese “onverdachte locatie” uit norm NEN5740 met betrekking tot de bovengrond (weiland) en het grondwater (erf en weiland) dient te worden verworpen aangezien er een overschrijding van de achtergrondwaarde is aangetoond. Met betrekking tot de ondergrond (erf en weiland) kan deze hypothese worden aangenomen, aangezien er geen verontreinigingen zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN5707 met betrekking tot de bovengrond (erf) dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies Ter plekke van het voormalig agrarisch erf en het weiland zijn in de bovengrond en in het grondwater enkele zeer lichte verontreinigingen aangetoond. De oerhoudende bodemlagen in de ondergrond zijn niet verontreinigd met arseen. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4.
Aangezien de tussenwaarden (grond) en interventiewaarden (grondwater) in geen geval worden overschreden, is het uitvoeren van een nader bodemonderzoek niet noodzakelijk. In de bovengrond is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de herontwikkelingsplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is.
Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 15 van 16
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Hof van Twente Search Ingenieursbureau BV, rapport asbestonderzoek Sloezenweg 1 Ambt Delden met projectnummer 250128.0184, d.d. 28 oktober 2011 Evaluatieverslag BUS sanering Sloezenweg 1 Ambt Delden met kenmerk OV173507039, d.d. maart 2015 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 34 E, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV Rapportagemodule Overijssel www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 25037916
Pagina 16 van 16
Bijlage I Regionale ligging locatie Situatieschets asbestverontreiniging (Sloezenweg 1) Search, oktober 2011 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2025
Sloezenweg 2+2A in Ambt in Delden
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 25037916 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 34 E
Ad Fontem Sloezenweg 2+2A 7495 PC Ambt Delden 2
Verkennend (asbest)bodemonderzoek
2a
5
6 23
4 21 1
2
10
7
12 24 11
25
8
13 22
26
9 27
3 = Onderkelderd = Nieuw te bouwen bebouwing = Te slopen bebouwing = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
28
0
12.5
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: NP
Projectcode Schaal Datum
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: RM
: 25037916 : 1:250 (A3-formaat) : Juli 2025
Bijlage II Boorstaten Legenda Boorstaten
1
1
klinker / cm t ov m aaiveld
0
3 0
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0
1 -7 2 50
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer, sporen klei
3
100
4
1 50
2 3
-15
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin
100
4
150 6
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, zwak oer, zwak t eelaarde
7
5
klei, st erk zandig, neut raal beige, geel, zwak oer zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer
6
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
200
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
250
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, geel, zwak oer -125
-140 250
-60
-75 150 -90
-125 200
-45
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, bruin, zwak oer, zwak t eelaarde klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, sporen oer
-45 5
-8
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, sporen t eelaarde
t ype dat um boorm eest er
-205
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
4
gras / cm t ov m aaiveld
0 300 1 50 350
350 t ype dat um boorm eest er
-50
-350 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
2 1 50
2
1
4
zand, zeer fijn, zwak silt ig, donker beige, geel, m at ig oer
t ype dat um boorm eest er -65
-90 150
5 6 7
200
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs veen, zwak zandig, donker bruin, zwart -185
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak roest -200
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
6
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-165
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-50
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, donker beige, sporen oer, sporen veen -140
Sloe ze n w e g 2 + 2 a - Am b t D e ld e n 25037916 N EN 5 1 0 4
50 t ype dat um boorm eest er
0
31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer, sporen klei
50 -45
3
gras / cm t ov m aaiveld
0 0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, sporen klei zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart
100
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
5 gras / cm t ov m aaiveld
0
t ype dat um boorm eest er
0
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer
0
33x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer -50
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
7
klinker / cm t ov m aaiveld
0
11 0
t egel / cm t ov m aaiveld
0
0
1 -7 2 50
3
31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, beige, sporen oer, sporen klei
50 -15
31x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen oer, m at ig t eelaarde
100
1
t ype dat um boorm eest er
-45
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin
150
2
-40
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, zwart -60
12
m oest uin / cm t ov m aaiveld
0 -60
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, m at ig oer 200
1
-90
klei, st erk zandig, neut raal beige, geel, zwak oer -125
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak oer
250
t ype dat um boorm eest er
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-60
13
t egel / cm t ov m aaiveld
0 1
t ype dat um boorm eest er
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal geel, oranje, zwak oer
-350 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-55
21
8
bet on / cm t ov m aaiveld
0
0
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
1 50
2
-6
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, beige, sporen oer
2
50
3
-45 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
g r on d b or in g 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
0
30x30cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer -45
50 350
0
30x30cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
50
-140
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
300
-5
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, sporen zand
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer -30
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker oranje, rood, st erk oer -60
-60
4
100
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs -75
9
t egel / cm t ov m aaiveld
0
0
5
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, beige, m at ig oer
6
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, zwak roest
150 -120
1 50
2
-5
30x30cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer
200 -40
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker beige, bruin, m at ig oer
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-60
10
t egel / cm t ov m aaiveld
0 1 50
0 -4
30x30cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -40
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 2 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs -60
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
Sloe ze n w e g 2 + 2 a - Am b t D e ld e n 25037916 N EN 5 1 0 4
-160
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-200
22
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin
2
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, donker geel, rood, st erk oer, brokken oer
27 0
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
-25 50
-55 100 5 6 150
7
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen t eelaarde, zwak oer
t ype dat um boorm eest er
-170
-200
weiland / cm t ov m aaiveld
t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, sporen oer -30
50
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal geel, beige, m at ig oer
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-50
24
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -30
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, rood, st erk oer, brokken oer
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-50
25
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -25
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, geel, st erk oer
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-50
26
weiland / cm t ov m aaiveld
0 1
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -30
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal oranje, geel, m at ig oer, brokken oer
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin -30
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
1
weiland / cm t ov m aaiveld 1
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs
23
-50
28
-100
-140
0
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
0
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal geel, beige, m at ig oer g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
t ype dat um boorm eest er
-75
klei, st erk zandig, neut raal beige, grijs, zwak oer
-120 200
-30
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal oranje, rood, brokken oer, m at ig oer
50
3 4
0
zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin
Sloe ze n w e g 2 + 2 a - Am b t D e ld e n 25037916 N EN 5 1 0 4
50 t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 9 -0 7 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, sporen oer -50
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN [ 5 1 0 4 ]
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses Toetsingen chemische analyses
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Klantnr:
35004426
Analyserapport 1578097 25037916 Sloezenweg 2+2a - Ambt Delden Datum: 09.07.2025
Opdracht Opdrachtgever Opdrachtacceptatie Project
1578097 Bodem / Eluaat 35004426 Kruse Milieu BV 02.07.2025 146815 Sloezenweg 2+2a - Ambt Delden
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn.
Dit analyserapport met opdrachtnummer 1578097 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 191905, 191910, 191913, 191920. Met vriendelijke groet,
DOC-13-26107100-NL-P1
AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31570788117 Merijn.Rutgers@al-west.nl
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1578097 25037916 Sloezenweg 2+2a - Ambt Delden Datum: 09.07.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername
Monster beschrijving
191905 191910 191913 191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 0-50, 10: 4-40 BG II, 2: 45-65, 11: 40-60 BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 0-50, 13: 0-45 OG, 1: 90-125, 3: 60-75
02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00
Algemene monstervoorbehandeling Parameter S S S
Eenheid
Voorbehandeling dmv breken (AS3000) Voorbehandeling conform AS3000 Droge stof
%
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
--3)
--3)
++2)
--3)
++1),2)
++1),2)
++1),2)
++1),2)
92,61)
87,41)
81,51)
80,81)
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
Fracties (sedigraaf) Parameter S
Eenheid
Fractie < 2 µm
% Ds
6)
6)
<1,0
<1,0
3,7
15
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
3,05)
2,05)
4,7
2,0
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
Klassiek Chemische Analyses
S
Parameter
Eenheid
Organische stof7)
% Ds
Voorbehandeling metalen analyse Parameter S
Eenheid
1),2)
Koningswater ontsluiting
1),2)
1),2)
++
++
++
++1),2)
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
<4,06) <206) <0,206) <3,06) 17 <0,056) 16 <1,56) <4,06) 34
--3) <206) <0,206) <3,06) 20 <0,056) <106) <1,56) <4,06) 33
<4,06) <206) 0,21 <3,06) 24 <0,056) 20 <1,56) <4,06) 84
--3) 31 <0,206) 3,8 <5,06) <0,056) <106) <1,56) 7,1 25
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
Metalen (AS3000)
S S S S S S S S S S
Parameter
Eenheid
Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn)
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
PAK (AS3000) Parameter
DOC-13-26107100-NL-P2
S S S
Eenheid
Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo(ghi)peryleen
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
6)
<0,050 <0,0506) <0,0506)
6)
<0,050 <0,0506) <0,0506)
<0,050 0,098 0,088
6)
<0,0506) <0,0506) <0,0506)
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1578097 25037916 Sloezenweg 2+2a - Ambt Delden Datum: 09.07.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername
Monster beschrijving
191905 191910 191913 191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 0-50, 10: 4-40 BG II, 2: 45-65, 11: 40-60 BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 0-50, 13: 0-45 OG, 1: 90-125, 3: 60-75
02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00 02.07.2025 00:00
Parameter
Eenheid
S S S S S S S
Benzo(k)fluorantheen Benzo-(a)-Pyreen Chryseen Fenanthreen Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
S
Som PAK (VROM) (Factor mg/kg Ds 0,7)
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
6)
6)
<0,050 <0,0506) <0,0506) <0,0506) 0,11 <0,0506) <0,0506)
<0,050 <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
0,072 0,11 0,11 <0,0506) 0,20 0,092 <0,0506)
<0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
0,434)
0,354)
0,884)
0,354)
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
Minerale olie (AS3000/AS3200) Parameter S
Eenheid
Koolwaterstoffractie C10C40 Koolwaterstoffractie C10C12*) Koolwaterstoffractie C12C16*) Koolwaterstoffractie C16C20*) Koolwaterstoffractie C20C24*) Koolwaterstoffractie C24C28*) Koolwaterstoffractie C28C32*) Koolwaterstoffractie C32C36*) Koolwaterstoffractie C36C40*)
6)
6)
6)
mg/kg Ds
<35
<35
<35
<356)
mg/kg Ds
<36)
<36)
<36)
<36)
mg/kg Ds
<36)
<36)
<36)
<36)
mg/kg Ds
<46)
<46)
<46)
<46)
mg/kg Ds
<56)
<56)
<56)
<56)
mg/kg Ds
<56)
<56)
<56)
<56)
mg/kg Ds
<56)
<56)
<56)
<56)
mg/kg Ds
<56)
<56)
<56)
<56)
mg/kg Ds
<56)
<56)
<56)
<56)
191905
191910
191913
191920
BG I, 1: 15-45, 4: 0-50, 6: 050, 10: 4-40
BG II, 2: 45-65, 11: 40-60
BG III, 8: 6-45, 9: 5-40, 12: 050, 13: 0-45
OG, 1: 90-125, 3: 60-75
DOC-13-26107100-NL-P3
Polychloorbifenylen (AS3000) Parameter
Eenheid
S S S S S S S
PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 1388) PCB 153 PCB 180
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)
<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)
<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)
<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)
S
Som PCB (7 Ballschmiter) mg/kg Ds (Factor 0,7)
0,00494)
0,00494)
0,00494)
0,00494)
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1578097 25037916 Sloezenweg 2+2a - Ambt Delden Datum: 09.07.2025 1)