07 TAM-omgevingsplan Bentelosestraat 45 Bentelo Archeologisch bureauonderzoek.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlagen toelichting
vastgesteld
61
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlage 5 Archeologisch bureauonderzoek
236
vastgesteld
Laagland Archeologie Rapport 1801
Archeologisch bureauonderzoek
Bentelosestraat 45, Bentelo, gemeente Hof van Twente (OV).
februari 2026 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: BJZ.nu
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1801
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente (OV) Auteur: Jorden Boutkan, Anne Ponten
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
Controle: Erwin Brouwer Redactie: Erwin Brouwer
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876
© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2026 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
v3.3
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in januari 2026 een Archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Bentelosestraat 45 te Bentelo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de aanleg van een nieuw landgoed, met hierop een nieuw bos, vernattingszone, kruidenland en een woonhuis met schuur. Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB 4002. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op grond van de bodemkaart zijn veldpodzolgronden en beekeerdgronden te verwachten. Het plangebied is in historische tijden (vanaf circa 1832) omschreven als heide. Enkele zuidelijk gelegen gebieden waren in gebruik als hooi-, bouw- en grasland. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen archeologische resten bekend. Ongeveer 150 m O van het onderzoeksgebied is een vondstcomplex bekend van (werktuigen), daterend uit het Mesolithicum – Vroeg Neolithicum. De exacte vondstlocatie is echter onbekend. Er zijn geen indicaties voor historisch relevante bebouwing binnen het plangebied.
Op oude en historische kaarten blijft het plangebied onbebouwd, op enkele wegen en het recente woonhuis na. Wel dient rekening gehouden te worden met bodemverstoring als gevolg van recentelijke akkerbouw in het overgrote deel van het plangebied. In het zuidelijk deel van het grote plangebied wordt al voor langere tijd het land bewerkt, hier is de verstoring mogelijk diepgaander. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hof van Twente. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. E. Kaptijn. Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting ____________________________________________________ 3 1 Inleiding ______________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek________________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 5 Administratieve gegevens ____________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 8 Geplande verstoring _______________________________________________ 10 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 10
2 Inventarisatie _________________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3
Inleiding_________________________________________________________ 11 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 11 Archeologie ______________________________________________________ 13
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4
Bekende archeologische waarden ___________________________________ 13 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 13 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 13
Historie _________________________________________________________ 14
3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 21 3.1 3.2 3.3
Conclusie ________________________________________________________ 21 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 21 Advies __________________________________________________________ 22
Literatuur ______________________________________________________ 23 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 25 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ________________________________ 26 BIJLAGE 3 Niet-toegankelijke delen voor veldonderzoek ________________ 27 BIJLAGE 4 Geomorfologische kaart _________________________________ 28 BIJLAGE 5 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 29 BIJLAGE 6 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 30 BIJLAGE 7 Bodemkaart __________________________________________ 31 BIJLAGE 8 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 32 BIJLAGE 9 Archeologische verwachtingskaart _________________________ 33 BIJLAGE 10 Verklarende woordenlijst _______________________________ 34
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande aanleg van een nieuw landgoed met bos met woonhuis en schuur aan de Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente (OV). De gemeente Hof van Twente heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het Omgevingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft een groot terrein aan de Bentelosestraat 45 in Bentelo, gemeente Hof van Twente (OV), zie onderstaande afbeelding. Feitelijk gaat het om twee terreinen.
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl
5
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
De plangebieden hebben een gezamenlijke omvang van circa 11,4 ha. Het oostelijke plangebied is ca. 9,49 ha groot en het kleinere plangebied betreft ca. 1,9 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie
Overijssel
Gemeente
Hof van Twente
Plaats
Bentelo
Beheerder/eigenaar grond
-
Toponiem
Bentelosestraat 45
Kadastrale perceelnummer(s)1
7111, 7148, 7192, 7194, 7195
Laagland Archeologie projectnummer
EB-BEBE261
Datum conceptrapportage
20-01-26
Datum definitief rapport
16-2-2026
XY-coördinaten
242296, 471412 242370, 471312 242147, 470957 241627, 471116
Kaartblad
34E
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
Totale omvang van ca. 11,4 ha. Oostelijk plangebied: ca. 9,49 ha. Westelijk plangebied: ca. 1,9 ha Laat- Paleolithicum - Nieuwe Tijd
Complextype
Bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5878400001
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek
Archeologisch bureauonderzoek
Datum begin veldonderzoek
n.v.t.
Datum eind veldonderzoek
n.v.t.
Opdrachtgever
Bjz.nu
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
11-02-2026
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
Mevr. E. Kaptijn
2
1 2
Gemeente Hof van Twente
E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV
Bron: www.kadastralekaart.com Bron: www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 6
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 41 76 92 62 Anne Ponten/ Jorden Boutkan Anne.ponten@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
7
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het kleine plangebied is momenteel in gebruik als boslandschap. In dit bos zijn twee onverharde wegen aangelegd. Het grote plangebied betreft voornamelijk akkerland. In de zuidoostelijke hoek is een woning en garage aanwezig met een klein woonerf. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De ingrepen bestaan uit bos-/boomaanplant, aanleg van een kruidenland, aanleg van een vernattingszone en toekomstige bebouwing. De aanleg van bos en bomen gaat met enig grondverzet gepaard. Op termijn zullen de bomen wortelstelsels ontwikkelen die de ondergrond zal verstoren. Daarnaast vinden plaatselijke veranderingen in de grondwaterspiegel plaats, waardoor eventuele archeologische resten aangetast kunnen worden. Op enig moment zullen de bomen gerooid worden, wat met bodemverstoring gepaard gaat. Voor de aanleg van een kruidenlandschap wordt normaliter verschraald. Dit houdt in dat de humeuze, voedingsrijke toplaag wordt verwijderd. In dit stadium is nog niet bekend wat de aanleg van een vernattingszone behelst. Dit kan een plaatselijke verlaging (afgraving) van het maaiveld omvatten, maar ook de aanleg of zelfs het dempen van sloten.
Nieuwbouw gaat meestal gepaard met bodemverstoring (aanleg bouwkuip, plaatsen funderingen, nutsvoorzieningen en dergelijke). De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
Bron: gemeentelijke monumentenlijst 8
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok.nl
9
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In het omgevingsplan is aangegeven dat archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m 2, indien geen andere regeling is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de zogenaamde ‘bruidsschat’, waarin de oude bestemmingsplannen zijn opgenomen). Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om die bestemmingsplannen om te zetten naar nieuwe onderdelen van het omgevingsplan. In de praktijk geldt dus nog het oude bestemmingsplan. In het bestemmingsplan “Buitengebied Hof van Twente” uit 2015 is vastgesteld dat een groot deel van de zuidoostelijke hoek onder “Waarde – Archeologie 1” valt. Dit betekent dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een verstoring groter dan 2500 m2 en dieper dan 40 cm -mv. De overige delen vallen onder een middelhoge (onderzoek bij verstoring groter dan 5000 m2 en 40 cm -mv) en lage verwachting (onderzoek bij verstoring groter dan 10.000 m 2 en 40 cm -mv). De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende Omgevingsplan zijn aangegeven.
1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
10
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING De plangebieden liggen binnen het Overijssels-Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien) en de laatste ijstijd (Weichselien). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en ruggen. Beken doorsnijden het landschap en her en der komen kleine en grotere stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel bedekt met een dik pakket landijs. De stuwwallen ontstonden aan de flanken van het voortkruiende ijs. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand en grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen die toen tot afzetting kwamen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. afgebeeld) blijkt dat gedurende de periode 9000 voor Chr. – heden geen veengroei van betekenis heeft plaatsgevonden binnen het onderzoeksgebied. Dit wordt gestaafd door de veendiktekaart (niet afgebeeld). Zuidoostelijk van het plangebied ligt een stuwwal die in de loop van het Late Weichselien – Vroeg Holoceen met dekzand bedekt is geraakt.
Op de geomorfologische kaart (Bijlage 4) ligt het plangebied grotendeels in een complex van dekzandwelvingen. In het zuidwesten loopt een dalvormige laagte door beide plangebieden. Oostelijk – buiten het onderzoeksgebied – liggen grondmorenewelvingen. De overgang tussen grondmorenewelvingen en dekzandwelvingen wordt gevormd door een smalle gordeldekzandrug. Dekzandwelvingen zijn ontstaan door het opwaaien en vervolgens de verplaatsing van dekzand. Dergelijke landschappen kenmerken zich door een flauw profielverloop, waarin welvingen zich afwisselen met vlakten. Een dalvormige laagte is een zeer langgerekte terreindepressie die in één richting helt. Meestal zijn ze ontstaan gedurende het Weichselien. Doordat het oppervlak bevroren was, stroomde het oppervlaktewater (sneeuwsmeltwater) over het maaiveld weg en verzamelde zich daarbij in de laaggelegen delen. Geleidelijk werden hierdoor dalvormige laagten uitgesleten. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland, zie bijlage 5) is het plangebied gelegen op een gemiddelde maaiveldhoogte van circa 14,5 m +NAP. Aan de oostzijde van de plangebieden ligt een hooggelegen landschap. Dit correspondeert met de gordeldekzandrug en de grondmorenewelvingen op de geomorfologische kaart. De op de 11
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
geomorfologische kaart benoemde dalvormige laagten zijn op de AHN te herkennen aan de laaggelegen (blauwe/blauwgroene) strook. In de detailopname hieronder is op te merken dat in het grote plangebied het noorden hoger gelegen is dan het zuidelijk deel. Het plangebied heeft een hoogteverschil van circa 1,5 m. Het hoogteverschil binnen het kleine plangebied is te verklaren aan de hand van een lokale zandopduiking. Hierop zijn de twee wegen aangelegd.
Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN. Bodemkundig (Bijlage 7) ligt het gebied in een terrein van veldpodzolgronden (Hn21) en beekeerdgronden (pZg23). Als de geomorfologische- en bodemkaart met elkaar vergeleken worden, kan gesteld worden dat de laaggelegen dalvormige laagten globaal overeenkomen met de beekeerdgronden terwijl de veldpodzolgronden op de wat hogere dekzandwelvingen zijn gevormd Veldpodzolgronden zijn gevormd in relatief laaggelegen, tamelijk vochtige gronden, al is het bodemtype gedurende lange tijd voldoende ontwaterd geweest om bodemvorming mogelijk te maken. Het zijn ietwat zure gronden, die niet zeer geschikt waren voor vroege vormen van akkerbouwen. Vaak zijn veldpodzolgronden pas vrij laat (Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd) in ontginning genomen op een moment dat meer geschikte bodemtypen niet meer voorhanden waren. Een veldpodzolgrond behoort tot de hydro-zandgronden, waarbij de inspoeling beperkt is als gevolg van relatief hoge grondwaterstanden. De uit- en inspoelingslagen zijn bij deze gronden over het algemeen slecht ontwikkeld. Beekeerdgronden zijn zandgronden die ontstaan in gebieden met een sterk fluctuerende grondwaterstand. De top bestaat uit een humeuze (moerige) laag. Deze minerale eerdlaag (A-horizont) is ontstaan doordat de aangroei van organische stof sneller verloopt dan de afbraak ervan.
Eronder ligt dekzand waarin podzolering ontbreekt. In de top komen roestvlekken voor. De aanwezigheid van roestvlekken duidt op een (zeer) slechte ontwatering.
12
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 8 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. In het plan- en onderzoeksgebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Daarom wordt gekeken naar het gebied rondom het onderzoeksgebied voor mogelijk aanvullende informatie over de omgeving.
-
Zaakidentificatienummer: 2711315100 (ca. 700 m O). Betreft een vondst(complex) gedaan in 1971. Een zandstenen/kwartsieten Spitzhaue (hamerbijl) is gevonden en is gedateerd in het Mesolithicum – Vroeg Neolithicum.
-
Zaakidentificatienummer: 2765887100 (ca. 700 m O). Betreft een vondst gedaan in 1981. Een totaal van 33 vuurstenen fragmenten is aangetroffen daterend uit het Mesolithicum. Ook zijn er 2 microlieten gevonden, eveneens gedateerd in het Mesolithicum.
Beide zijn administratief geplaatst. Dat wil zeggen dat de exacte vondstlocatie niet bekend is.
2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 6) ligt het zuidoostelijke plangebied binnen het plangebied een zone met een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de aanwezigheid van een historisch erf in de uiterste zuidwestelijke punt van het plangebied. Op basis van landschappelijke criteria ligt het plangebied overwegend in zones met een lage of middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten.
2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben geen archeologische onderzoeken plaatsgevonden. Daarom wordt ook hiervoor gekeken naar het omliggende terrein van het onderzoeksgebied. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 8.
13
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
-
Zaakidentificatienummer: 5138805100 (ca. 830 m O)4 uitgevoerd door Laagland Archeologie. Betreft een bureau-, verkennend- en karterend booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor de periode Laat Neolithicum – Late Middeleeuwen. Een totaal van 13 verkennende boringen en 4 aanvullende karterende boringen is gezet. Bijna het gehele plangebied is verstoord tot in de Chorizont. In enkele boringen is een deels intacte BC-horizont gedocumenteerd. Geen archeologische indicatoren aangetroffen. Verwachting bijgesteld naar laag.
-
Zaakidentificatienummer: 3994292100 (ca. 725 m W)5, uitgevoerd door RAAP. Betreft bureau- en verkennend booronderzoek. Hoge verwachting voor resten uit alle perioden. Een totaal van 7 boringen is gezet. Binnen het plangebied is dekzand aanwezig dat is afgedekt met een plaggendek en een bouwvoor. Mogelijk is in boring 2 een houtsingel aangeboord. Aanvullend archeologisch onderzoek is geadviseerd.
2.4 HISTORIE Op de Ten Have kaart (circa 1648) is het plangebied bij benadering gelegen in onbebouwd gebied, mogelijk grasland. Boven de rode cirkel is een huis weergegeven, dit betreft mogelijk erve “Nijhuis”. Dit erf is in ieder geval te dateren in de 14e eeuw. De boerderij is in leen geweest van de provincie Overijssel.6 Binnen of nabij de vermoedelijke locatie van het plangebied is geen bebouwing of infrastructuur aangegeven. Dat wil niet zeggen dat het gebied destijds onbebouwd was. Kaarten uit deze periode geven meestal alleen de destijds belangrijk geachte bebouwing (havezaten, kerken) en bewoningsconcentraties (dorpen, steden) weer, en dan nog alleen indicatief. Boerenerven werden meestal niet op de kaart vermeld.
Ponten & Brouwer, 2022. Porrelij-Lyklema, 2016. 6 Woolderink, 2013. 4 5
14
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 4. Weergave van de Ten Have Kaart uit 1648. Bron: Geoportaaloverijssel.nl De Hottingerkaart uit 1787 geeft het plangebied (bij benadering) in meer detail weer. Hierop is een weg getekend die het plangebied doorkruist. Ook zijn er bouwlanden aanwezig binnen het plangebied. Het historische erf, waar de “Waarde – Archeologie 1” op gebaseerd is, staat ook op de kaart. Het gaat hier om het erf van familie Ottenschot. Ook dit erf stamt in ieder geval uit de late 14e eeuw. Uit gegevens blijkt dat op het land van Ottenschot verscheidene granen werden verbouwd (rogge, gerst en boekweit).
15
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 5. Weergave van de Hottingerkaart uit 1787. Bron: Geoportaaloverijssel.nl Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)7 is het plangebied onbebouwd. In haar naaste omgeving is erve Ottenschot getekend (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) grotendeels aangeduid als heideland. In het zuiden van het grote plangebied is een klein deel van hooi-, bouw- en weideland aanwezig. Deze landerijen behoren tot die van Ottenschot. Te midden van het grote plangebied is een weg getekend, deze weg komt overeen met de Hottingerkaart.
7
Bron: Hisgis.nl 16
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 6. Kadastrale kaart uit 1832. Op de topografische kaart van 1850 (zie Afbeelding 7) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als heideland. Op deze kaart is dezelfde weg aanwezig als op Afbeelding 6. In het kleine plangebied is ook een weg gelegen, met een splitsing in het midden van het plangebied. Deze weg met splitsing is niet goed te herkennen op de kaart van 1889. Op dezelfde kaart is water in het midden van het grote plangebied gelegen. Dit water is omringd door vegetatie en heide. Vanaf 1925 is het water afwezig en de oprijlaan met bomen naar erve Ottenschot verschijnt op de kaart. In 1935 is ook de weg in het kleine plangebied weer getekend. Beide plangebieden veranderen in landschap op Afbeelding 11. In het kleine plangebied is nu meer bos aanwezig, waar het grote plangebied veranderd in gras/ akkerland. Op de kaart van 1990 verschijnt in de zuidoostelijke hoek bebouwing. Dit gebouw is in 1978 gebouwd, echter niet eerder getekend op topografische kaarten. 8
8
Bron: Kadaster.nl 17
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1850. Bron: Topotijdreis.nl
Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1889. Bron: Topotijdreis.nl 18
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 1925. Bron: Topotijdreis.nl
Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 1935. Bron: Topotijdreis.nl
19
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1978. Bron: Topotijdreis.nl
Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 1990. Bron: Topotijdreis.nl
20
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden: Het plangebied ligt aan de voet van grondmorenewelvingen. Het maaiveld ligt hier relatief laag in een zone met dekzandwelvingen en een droogdal, maar gedurende het Holoceen heeft voor zover bekend nooit veengroei van betekenis plaatsgevonden. Dekzand lag aldoor aan het maaiveld. Op grond van de bodemkaart zijn veldpodzolgronden en beekeerdgronden te verwachten. Desondanks was het plangebied grotendeels aldoor een zeer nat gebied. Dit blijkt uit historische kaarten waarop het terrein lange tijd een onontgonnen gebied is gebleven. Pas vanaf circa 1925 is een (aanvankelijk klein) deel van het plangebied ontgonnen. In of nabij de zuidoostpunt van het plangebied ligt tot op de dag van vandaag een boerenerf. Deze is tot in de 14e eeuw terug te voeren. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen archeologische resten bekend. Ongeveer 150 m oostelijk van het onderzoeksgebied is een (administratief geplaatst) vondstcomplex bekend van (werktuigen), daterend uit het Mesolithicum – Vroeg Neolithicum.
3.2 VERWACHTINGSMODEL
Op basis van landschappelijke criteria kan een lage verwachting worden aangehouden voor de periode Laat Paleolithicum – Vroeg Neolithicum. Resten uit deze periode worden hoofdzakelijk op kleine dekzandkopjes in de omgeving van vers zoet water aangetroffen of in gebieden met een sterke landschapsdynamiek. Daarvan lijkt in het plangebied geen sprake. Resten uit de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen kunnen niet uitgesloten worden, al zijn er qua landschap en bekende vindplaatsen geen aanwijzingen voor. Specifiek betreft dit de wat hogere delen van het landschap, die bodemkundig/geomorfologisch overeenkomen met de veldpodzolgronden respectievelijk dekzandwelvingen. Deze delen krijgen een middelhoge verwachting voor deze periode (zie Bijlage 9). Resten uit deze periode bestaan hoofdzakelijk uit grondsporen (paalkuilen, afvalkuilen, greppels en dergelijke) en sporadisch bewerkt vuursteen en natuursteen (middenNeolithicum tot en met IJzertijd), aardewerk, verbrande leem en houtskool. Deze zijn direct onder de bouwvoor te verwachten. Grondsporen kunnen zich tot grote diepte uitstrekken.
21
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Resten vanaf de Late Middeleeuwen worden alleen verwacht in en rondom het historische erf in het zuidwestelijke plangebied. Hier kunnen voorgangers van de huidige boerderij worden verwacht. Vanaf ongeveer 1100 werden boerderijen op grote stenen gefundeerd. Archeologisch laten deze nauwelijks grondsporen achter, maar wel kunnen afvalkuilen, paalkuiltjes en greppels en dergelijke worden verwacht. Daarnaast kan voornamelijk aardewerk worden aangetroffen. Ook deze sporen liggen direct onder de bouwvoor of opgebrachte grond en kunnen zich tot grote diepte uitstrekken in het onderliggende dekzand. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).9 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder een bouwvoor of eventuele ophogingslaag. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door dekzand waarin zich een podzol heeft ontwikkeld. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen.
Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek op de locaties binnen het plangebied die een middelhoge en hoge archeologische verwachting hebben gekregen (zie Bijlage 6Bijlage 9), afhankelijk van de omvang en diepte van de daadwerkelijke bodemverstoring. Dit betreft een totaal van 17 grondboringen. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zo nodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten. Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Hof van Twente. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, mevr. E. Kaptijn.
Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
9
Bron: Tol e.a., 2006. 22
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Ponten, A. en E. Brouwer, 2022. Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende en karterende fase Kieftenweg - De Bosweide te Bentelo, gemeente Hof van Twente (OV). Almelo. Porreij-Lyklema, T.E., 2016. Plangebied Beldsweg 20 te Ambt Delden, gemeente Hof van Twente; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek). Weesp. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Woolderink, H., 2013. Historisch boerderij-onderzoek in het richterambt Delden. Vereniging Oudheidkamer Twente te Enschede. Enschede.
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com www.geoportaaloverijssel.nl
Gebruikte kaarten Historische kaarten vanaf 1890 tot en met 2015. Bron: www.topotijdreis.nl. Geraadpleegd op 20-1-2026 Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 20-1-2026 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 20-1-2026
23
Archeologisch bureauonderzoek Bentelosestraat 45 te Bentelo, gemeente Hof van Twente, Overijssel
Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-1-2026 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-1-2026 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 20-12026 verwachtingskaart. Bron: gemeente Hof van Twente. Geraadpleegd op 20-1-2026
24
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
BIJLAGE 3 NIET-TOEGANKELIJKE DELEN VOOR VELDONDERZOEK
BIJLAGE 4 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
BIJLAGE 5 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
BIJLAGE 6 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
gwk
BIJLAGE 7 BODEMKAART
dem
BIJLAGE 8 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
BIJLAGE 9 ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
Projectnummer
Locatie-adres
EB-BEBE261EBBEBE261 Boormeester
Bentelosestraat 45Bentelosestraat 45
Anne PontenAnne Ponten
BenteloBentelo
Plaats
LAAGLAND ARCHEOLOGIE
BIJLAGE 10 VERKLARENDE WOORDENLIJST Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Profielverloop – Het profielverloop in de bodemkunde zegt iets over de verandering van de aard en samenstelling van de bodem naar beneden toe. Het zijn complexe definities en er worden vijf profielverlopen onderscheiden: Profielverloop 1 – ‘klei-op-veen’. Kleigronden met meer dan 40 cm moerig materiaal (veen of venige grond) beginnend tussen 40 en 80 cm; Profielverloop 2 – ‘klei-op-zand’. Kleigronden met een zandlaag van meer dan 20 cm dik, die begint tussen 25 – 80 cm, uitgezonderd profielen met kleiig, uiterst fijn zand en gronden met een niet-kalkrijke kleilaag boven het zand; Profielverloop 3 – ‘met een niet-kalkrijke, zware tussenlaag’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die a) of begint binnen 25 cm en doorloopt tot tenminste 40 cm; b) of begint tussen 25 en 80 cm en tenminste 15 cm dik is en rust op lichtere of kalkrijke ondergrond die 1) of binnen 80 cm begint en tenminste 40 cm dik is; 2) dieper dan 80 cm begint en doorloopt tot dieper dan 120 cm. Profielverloop 4 – ‘met een niet-kalkrijke, zware ondergrond’.
Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die tenminste voldoet aan de eisen bij profielverloop 3 en die a) doorloopt tot tenminste 120 cm of b) ten hoogste is onderbroken door lichtere en/of kalkrijke en/of moerige lagen die samen dunner zijn dan 40 cm en die binnen 120 cm weer overgaan in niet-kalkrijke, zware klei. Profielverloop 5 – ‘homogene, aflopende en oplopende profielen’. Alle profielen die niet vallen onder de definities van profielverlopen 1 t/m 4. AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin). Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling.
Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Mesolithicum - Het Mesolithicum (8.800 – 4.900 voor Chr.) begon tijdens het begin van het Holoceen. De gemiddelde temperatuur steeg. Vegetatie ontwikkelde zich sterk en de variatie in flora en fauna nam toe. De mens trok als jager/verzamelaar door het land. Materiële resten uit deze periode worden gekenmerkt door kleine vuursteenvoorwerpen (microlithen).
Microliet - Een in het Mesolithicum vervaardigd artefact van kleine afmetingen. Raatakkers – Raatakkers zijn min of meer vierkante of rechthoekige, aaneengesloten stukjes grond waar landbouw bedreven werd in de prehistorie, vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr.) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien. Saalien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 236 – 126 duizend jaar geleden. Het Saalien was de voorlaatste ijstijd (voorlaatste glaciaal). Gedurende deze periode kwam het landijs tot in Midden-Nederland. Stuwwallen - de stuwwallen zijn in de loop van de voorlaatste ijstijd (Saalien, 238 – 126 duizend jaar geleden) gevormd. Gedurende deze ijstijd waren grote delen van Nederland bedekt met landijs.
Het gewicht van het ijspakket, dat vele honderden meters dik kon zijn, perste oudere afzettingen onder het ijs weg. Aan de voor- en zijkanten van gletsjertongen ontstonden hierdoor opgestuwde heuvels. De stuwwal kenmerkt zich door een patroon van min of meer evenwijdig lopende dagzomen, die soms door een overschuivingsvlak worden gescheiden. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Formatie van Boxtel – de Boxtel-afzettingen bestaan overwegend uit zand en in wat mindere mate uit leem. Deze afzettingen zijn vooral onder koude, periglaciale omstandigheden gevormd. Het betreft onder andere afzettingen die door de wind zijn afgezet (eolisch zand; inclusief stuifzandvlakte, rivierduin), periglaciaal eolisch (dekzand, löss, deflatielaag), periglaciaal lacustrien, kleinschalige fluviatiele afzettingen (beek), hellingafzettingen, lacustriene afzettingen en moeras (veen en gyttja). Laagpakket van Wierden - (Formatie van Boxtel). Tot dit laagpakket worden de (jonge) dekzanden gerekend.
Dekzand is gedurende het laat-Weichselien – vroeg-Holoceen gevormd onder invloed van de wind. Pleistoceen - Het Pleistoceen is een geologisch tijdvak binnen het Quartair, van ongeveer 2 miljoen tot 10 duizend jaar geleden. In deze periode vond een afwisseling van ijstijden (stadialen) en warme perioden (interstadialen) plaats. Het Pleistoceen eindigde met de komst van het Holoceen. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos.
Bodemhorizont – een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Deze onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid hiervan in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben.
Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost). Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet.