CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

06 TAM-omgevingsplan Rikkerinksweg 6 Quickscan soortenbescherming

Gemeenteraad 15 september 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 11: TAM Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22n Rikkerinksweg 6 Ambt Delden10.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING RIKKERINKSWEG 6 TE AMBT-DELDEN

2 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer:E.00006952 Versie: 1 Datum: 24 oktober 2025 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 Postbus 300 5347 KR Oss 5340 AH Oss Locatie Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Contactpersoon AvZ T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 Email: exlanadvies@agrifirm.com Uitvoerders AvZ JvdK Collegiale check KvL ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN. 3 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING 4 HOOFDSTUK 1 7 TOETSINGSKADER 7 HOOFDSTUK 2 11 ONDERZOEKSRESULTATEN 11 HOOFDSTUK 3 36 CONCLUSIE 36 LITERATUUR 37 WAARNEMINGEN 38 EFFECTEN INDICATOR SOORTEN 41 PLAN PROJECTLOCATIE 50 RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI) 51 4 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Rikkerinksweg 6 te Ambt-Delden.

De plannen omvatten:  Het beëindigen van een pluimveebedrijf;  het slopen van alle pluimveestallen;  het slopen van één van de bedrijfswoningen (in de toekomst)  het gebruiken van overige bebouwing als caravanstalling;  het bouwen van een nieuwe bedrijfswoning;  het bouwen van een compensatiewoning op de vrijgekomen plek. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Omgevingswet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, is er een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna benodigd. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Ambt-Delden in de gemeente Hof van Twente. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Ambt- Delden.

5 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 13/10/2025) Afbeelding 2: luchtfoto detail plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart, geraadpleegd op 13/10/2025) Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Omgevingswet. Op vrijdag 17 oktober 2025 is de locatie tussen 09:00 en 10:00 uur ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 14 graden Celsius en bewolkt.

Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.

6 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? 7 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Hoofdstuk 1 1 Toetsingskader Omgevingswet De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. En per 1 januari 2024 zijn deze allen opgenomen in de Omgevingswet. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen Gedeputeerde Staten van de provincies.

1.1 Gebiedsbescherming De Omgevingswet noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen, bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen, projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden, zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Daarnaast kent Nederland ook ‘bijzonder nationaal natuurgebied’. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’, ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’, een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden.

8 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 1.2 Soortenbescherming De Omgevingswet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna, activiteiten te verrichten. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt het beschermingsregime geregeld van alle van nature in Nederland in het wild voorkomende dieren en planten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten beschermingsregimes: 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11.2.2) 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11.2.3) 3) Beschermingsregime ander soorten (paragraaf 11.2.4) Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om:  Opzettelijk vogels te doden of te vangen;  Opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;  Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;  Opzettelijk vogels te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I (planten) en II (diersoorten) van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het verboden om:  Opzettelijk dieren te doden of te vangen;  Opzettelijk dieren te verstoren;  Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;  Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;  Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen, te vervoeren voor verkoop, te verhandelen, te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden, tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen.

Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2) Vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren te beschadigen of te vernielen; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. 9 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat, bruine rat, huismuis, de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Indien deze soorten aanwezig zijn, is een alternatievenafweging noodzakelijk en dient onnodig lijden ten alle tijden voorkomen worden. Daarnaast geldt, zoals hierboven reeds aangegeven, dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit artikel 11.42 van het Bal en is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. 5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht is geregeld in artikel 11.27 van het Bal.

Hieronder vallen de volgende soorten:  Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van de soorten die genoemd zijn in bijlage I van de Vogelrichtlijn en  Alle geregeld in Nederland voorkomende trekvogels als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de vogelrichtlijn;  Alle van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van de soorten die zijn opgenomen in de bijlagen II, IV en V van de habitatrichtlijn;  Alle dieren of planten van soorten die genoemd zijn in bijlage IX of in de rode lijsten De rode lijst is een lijst met van nature in Nederland voorkomende dieren en planten die met uitroeiing bedreigd worden of die speciaal gevaar lopen. Deze lijst wordt periodiek vastgesteld door de Minister van Natuur en Stikstof. De meest recente lijst dateert van 2 oktober 2024. Wanneer een soort zeldzaam is, of een negatieve trend laat zien, kan deze op de rode lijst gezet worden. De rode lijst heeft geen juridische status. Wel geldt voor de soorten op deze lijst dus de specifieke zorgplicht. De specifieke zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor de genoemde dieren en planten zo veel mogelijk moet worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. Voor deze soorten moet, voorafgaand aan het verrichten van activiteiten, worden vastgesteld of deze soorten op de locatie aanwezig zijn en of de voorgenomen activiteiten nadelig zijn voor deze soorten.

Er moeten preventieve maatregelen worden getroffen om eventuele nadelige gevolgen te voorkomen. 10 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 1.3 Houtopstanden Afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over het vellen van houtopstanden en het herplanten van grond na het vellen van houtopstanden. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Buiten de bescherming vallen:  Houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’. Dit bebouwingscontour dient door de gemeenteraad vastgesteld te zijn in het omgevingsplan;  houtopstanden op erven of in tuinen;  bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld;  houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar;  kweekgoed;  populieren of wilgen van: o wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen, of o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden  het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen.

Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand;  beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid. o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013.  houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel;  houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. Naast de Omgevingswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is, moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd.

Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier, voor zover van toepassing, separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. 11 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Hoofdstuk 2 2 Onderzoeksresultaten 2.1 Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www.waarneming.nl en de verspreidingsatlas van NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen, die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar, maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese, rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden, gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt, landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Borkeld”.

Het habitatrichtlijnengebied is gelegen op een afstand van 7,7 km ten westen van de projectlocatie. Het beëindigen van een veehouderij draagt bij aan verlaging van de stikstofdepositie. Verdere effecten zoals lichthinder, geluidhinder of trillingshinder zijn gezien de afstand niet te verwachten.  Afbeelding 3: ligging Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000 (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten, geraadpleegd op 13/10/2025) Het meest dichtbijgelegen natuurnetwerkgebied is gelegen op een afstand van 0,22 km ten oosten van de projectlocatie. Het betreft een bosschage rondom de voormalige vuilstort, waar nu een zonnepark op ligt.

12 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden De provincie Overijssel telt 24 natuurgebieden die zijn aangewezen als Natura 2000-gebied. Zij zijn aangewezen om samen te werken aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur. De ambitie van de provincie Overijsel is om een gezonde en aantrekkelijke natuur voor mensen, dieren en planten te creëren met een natuur die beleefd en gebruikt kan worden en die kan profiteren van en bijdragen aan (economische) ontwikkelingen en rijk is aan plant- en diersoorten (biodiversiteit). Samen met bewoners, ondernemers, terreinbeheerders, maatschappelijke organisaties, waterschappen en gemeenten wil de provincie Overijssel de natuur versterken. Met natuur bedoelen we niet alleen de natuur in beschermde natuurgebieden, maar ook de natuur in de stad (parken, straatgroen, water, speelnatuur), natuur in het agrarisch cultuurlandschap (houtwallen, bosjes, poelen), natuur die je kunt beleven en gebruiken. Of, met andere woorden: alle natuur die betekenis heeft voor mensen. Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “nee-tenzij”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland. De wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied worden niet aangetast. 2.2 Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht.

Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur.  Afbeelding 4: Te slopen stallen en de locatie van de nieuw te bouwen woningen. De zomereiken blijven behouden

13 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 5: Rietgedekte bedrijfswoning blijft behouden  Afbeelding 6: Luchtinlaatventielen van de stallen zijn voorzien van gaas

14 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 7: Schuur is al gedeeltelijk gestript  Afbeelding 8: Buitenwanden zijn al verwijderd

15 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 9: De houtsingel aan de achterzijde van de locatie blijft behouden  Afbeelding 10: Achterzijde, uitzicht op de schuur waar de caravanstalling zich bevindt.

16 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 11: Binnenzijde stal  Afbeelding 12: Tussen twee stallen in

17 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 13: De buitenkant van de stal is bijna in zijn geheel weg. Op deze plek komen de twee nieuwe woningen te staan.  Afbeelding 14: Houtwal blijft behouden

18 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 15: Links caravan stalling en rechts de open loods.  Afbeelding 16: erf met afval en zicht op caravanstalling

19 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 17: voorgevel te slopen stallen  Afbeelding 18: binnenzijde te slopen stal

20 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 19: Sorteer/transportruimte eieren

21 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 20: detail dakrand aansluiting is naadloos

22 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 21: Aan de voorzijde komt een nieuwe inrit  Afbeelding 22: Boerenzwaluwnest met veel uitwerpselen tegen de wanden

23 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 23: Uitwerpselen van boerenzwaluwen tegen de wanden  Afbeelding 24: Te slopen bedrijfswoning

24 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 25: Zijkant te slopen bedrijfswoning  Afbeelding 26: Voorzijde te slopen bedrijfswoning

25 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 27: onderzijde dakrand aan achterzijde woning  Afbeelding 28: Zolder hangt vol met (oude) wespennesten en van onder tot boven bedekt met spinnenraggen.

26 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 29: Wespennesten

27 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 30: Groot wespennest

28 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden  Afbeelding 31: achtergevel woning Flora algemeen Bij de planlocatie zijn zomereiken en een houtwal aangetroffen. Deze beplanting wordt niet aangetast door de werkzaamheden. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Het erf rond de stallen is grotendeels verhard. Tussen de stallen groeien grassen en algemeen voorkomende kruiden. De grond op een boeren erf is vrij zuur, waardoor beschermde flora niet voorkomen. De randen van het erf zijn aangekleed met bomenrijen en houtwallen. Deze blijven allemaal behouden. Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren; steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel, eekhoorn, bever en das kunnen worden aangetroffen. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes en dergelijke, als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Er worden geen verblijfplaatsen beschadigd.

De houtwallen rond het erf en in de omgeving van de locatie blijven behouden. Daarmee blijft foerageergebied in tact. Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn, wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan groene elementen zoals houtwallen en bos(randen). Daarmee is het beschadigen van een verblijfplaats van kleine marterachtigen uitgesloten. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de onderzoekslocatie. Echter, dit

29 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn, wezel en/of bunzing als migratieroute. Deze migratieroutes blijven in tact. Eekhoorn Het is best denkbaar dat eekhoorns leven op en rond de projectlocatie. Eekhoorns leven doorgaans in oude, dichte bossen met een grote verscheidenheid aan soorten waarin zij hun voedsel kunnen vinden. De oude bomen bieden holtes voor het bouwen van een nest. Er worden met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. De sloopwerkzaamheden zijn al lange tijd aan de gang. Eekhoorns die rond de projectlocatie leven zijn gewend aan het rumoer. Er is daardoor geen sprake van verstoring. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. Bever De projectlocatie is niet gelegen in het verspreidingsgebied van de bever. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Otter De projectlocatie is niet gelegen in het verspreidingsgebied van de otter. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de otter kunnen worden uitgesloten. Das Dassen komen wel voor in het gebied rondom de projectlocatie. Zij maken hun burchten in de grens tussen bos(jes) en weilanden. Bij voorkeur in een talud, verstopt in de dekking. Er zijn in de houtwal rond het bedrijf geen sporen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van dassen.

Daarbij is gelet op voetprenten, wissels, latrines en holen. Daarbij vinden er geen werkzaamheden plaats aan deze groene structuren. Het verstoren van een vaste rust- en verblijfplaats is daarmee uit te sluiten. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Deze zijn niet waargenomen. Daarmee is uit te sluiten dat de projectlocatie onderdeel uitmaakt van een essentieel foerageergebied van de das. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken, vetstrepen, uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden; winterverblijven, zomerverblijven, kraamverblijven en paarverblijven.

Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld, daarna de kraamverblijven, dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven, waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. Pluimveestallen zijn door de aanwezigheid van golfplaten, continu geluid van ventilatoren en dieren, uitstoot van allerlei emissies zoals geur en ammoniak niet geschikt voor vleermuizen. Hiertoe treft men in de praktijk zelden vleermuizen aan in een dergelijke stal. Daarnaast worden deze stallen zodanig gebouwd dat ze geen toegang hebben voor vogels (en dus ook vleermuizen) om overdracht van ziektes zo veel mogelijk te voorkomen. De sloopwerkzaamheden aan de stallen zijn al in volle gang. Er zijn geen geschikte verblijfplaatsen in deze gebouwen aanwezig. 30 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden De woning is gebouwd rond 1968 en heeft gevels van metselwerk met spouw. In die tijd werden gevels nog niet geïsoleerd. Ook de gevels van deze woning hebben geen isolatie. De spouwmuur is erg klein, gezien de beperkte negge van de kozijnen. Inmiddels is de woning al lange tijd niet meer bewoond en slechts matig verwarmd. De kozijnen sluiten allemaal nauw aan op het metselwerk. In de voorgevel is hout verwerkt. De planken sluiten onderling goed aan ook bij de rand met het metselwerk zit geen naad.

Daarbij is deze gevel door de vele begroeiing van bomen in de voortuin en hedera niet bereikbaar voor vleermuizen. Op het dak liggen dakpannen. Onder de dakpannen zit dakbeschot van asbestcementplaten. Deze platen zijn erg glad waar vleermuizen niet aan vast kunnen houden. De onderzijde van de overstek is betimmerd. Het plaatmateriaal zit strak tegen het metselwerk. Er worden met de sloop van het woonhuis geen verblijfplaatsen van vleermuizen beschadigd. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op de aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. Alle groene elementen op en rond het bedrijf blijven in tact evenals het Twentekanaal ten oosten van de projectlocatie. De werkzaamheden vinden allen plaats in de dagperiode, daar vleermuizen nachtactief zijn. er wordt geen foerageergebied beschadigd of verstoord. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en foerageergebieden. De bomenrijen rond het bedrijf en het naastgelegen Twentekanaal bieden geschikte mogelijkheden als vliegroute.

Deze elementen blijven in tact en worden door de werkzaamheden ook niet verstoord. Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen voor vogels. Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk, buizerd, havik, sperwer, wespendief, huismus, steenuil, kerkuil, boerenzwaluw, huiszwaluw, bosuil, ransuil en torenvalk. Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt, maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen, populierensingels, of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen, alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten, deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten.

Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt, zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. 31 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Het gebied aan de overzijde van de straat zou wel geschikt kunnen zijn voor deze vogels. Echter doordat in 2019 is begonnen met de aanleg van een zonnepark, waarvan de werkzaamheden in 2025 zijn afgerond, is hier sprake van een verstoord gebied. Het verstoren van een nest van wespendief of sperwer is uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt, mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen; braakballen, veren en uitwerpselen.

Er zijn sporen waargenomen van (kerk)uilen die soms in de open kapschuur komen. Deze kapschuur blijft behouden en dit deel van het gebouw wordt ook niet van gebruik veranderd.  Afbeelding 32: rustplaats kerkuil (rood) t.o.v. sloop- en bouwlocatie (oranje) Doordat de werkzaamheden al in volle gang zijn, wordt de kerkuil kennelijk niet verstoord. Er is geen sprake van een afname of beschadiging van belangrijk foerageergebied. De houtwallen rond het bedrijf blijven in tact. Huismus Ook voor de huismus, die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is, is het nest jaarrond beschermd. Het habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van:  plekken voor nestgelegenheid  jaarrond beschikbaar zijn van voedsel (voor volwassen en jongen)  dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken en klimplanten, coniferen, klimop)  plekken voor stofbaden  drinkwater Ontbreekt een van de onderdelen of liggen ze te ver van elkaar verwijderd, dan is de habitat niet geschikt.

32 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Er staan op en rond het perceel veel bomen maar nauwelijks heesters heggen en struiken. Huismussen houden niet van een bomenrijk gebied. Daarnaast wordt er geen vee meer gehouden waardoor het aanbod aan voedsel sterk is afgenomen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien of gehoord. Ook zijn er geen sporen (uitwerpselen) van huismussen waargenomen. Er zijn geen nesten van huismussen gevonden in de te slopen bebouwing. Het beschadigen van nesten van huismussen is met het plan uitgesloten. Boerenzwaluw en huiszwaluw Zowel de boerenzwaluw als de huiszwaluw zijn te vinden rond boerenerven. Beide soorten maken een moddernest. Echter bouwt de boerenzwaluw zijn nest bij voorkeur in een schuur terwijl een huiszwaluw zijn nest aan de buitenkant van een gebouw maakt en helemaal dicht metselt. Ook zijn beide soorten heel sociaal. Huiszwaluwen broeden vaak in kolonies van grote aantallen nesten. Boerenzwaluwen zoeken hun soortgenoten ook op, maar wonen met enkele paren bij elkaar. In de paardenstal is een kolonie met tenminste 10 tot 15 koppels boerenzwaluwen waargenomen. Deze stal blijft behouden.  Afbeelding 33: kolonie boerenzwaluw in de paardenstal (rood) t.o.v. sloop- en bouwlocatie (oranje) De te slopen pluimveestallen zijn altijd zeer gesloten van karakter geweest.

Daarmee zijn de stallen voor de boerenzwaluw niet geschikt. De dieren kunnen namelijk niet makkelijk in en uit vliegen. Inmiddels is de sloop in volle gang. Een huiszwaluw bouwt zijn nest vaak onder witte overstekken. De te slopen stallen zijn niet voorzien van een overstek. De overstek van het woonhuis is wel wit. Hier zijn geen huiszwaluwnesten waargenomen. Bosuil en ransuil De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Maar omdat hij vooral ’s nachts leeft, wordt hij niet altijd opgemerkt. Ze leven in veel verschillende biotopen: loof- en naaldbossen, stadsparken en groene woonwijken. Dat komt omdat ze flexibel in prooikeuze zijn. De bosuil broedt overwegend in boomholtes van (oude) bomen. Er moet het hele jaar voldoende voedsel beschikbaar en bereikbaar zijn. Daarnaast zijn voldoende roest- en broedplaatsen belangrijk. Ook de ransuil komt in veel verschillende leefgebieden voor en broedt in bomen. Echter gebruikt een ransuil vaak geen holtes, maar oude kraaien- of eksternesten. Omdat een ransuil in open velden/plekken en langs wegbermen jaagt, komen ze niet veel voor in dicht beboste gebieden. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. De bomenrijen en houtwallen blijven in tact. Daarnaast wordt er

33 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden voorzien in de aanleg van nieuwe landschapselementen waardoor het jaaggebied van uilen in oppervlak zal toenemen. Een negatief effect van het plan op de bosuil en ransuil is dus uit te sluiten. Torenvalk Een torenvalk bouwt zelf geen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten of speciale torenvalkkasten. Een torenvalk jaagt in open of halfopen landschappen. In een landschap met veel (kort) grasland, heide, hoogvenen, duinen en akkers is voor hen het voedsel goed te vinden. Al biddend in de lucht jaagt hij op prooien op de grond. Op het menu staan vooral woelmuizen maar ook zangvogels en kuikens van weidevogels. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Ook staat er geen torenvalkkast in de directe omgeving van de projectlocatie waardoor ook het verstoren van een nestplaats is uitgesloten. De bomenrijen en houtwallen blijven in tact. Daarnaast wordt er voorzien in de aanleg van nieuwe landschapselementen waardoor het jaaggebied van de torenvalk in oppervlak zal toenemen. Een negatief effect van het plan op de torenvalk is dus uit te sluiten. Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning.

De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Er zijn vogels gezien en gehoord, namelijk:  Tabel 1: overzicht waargenomen vogels Soort Boerenzwaluwen Houtduiven Witte kwikstaarten  Tabel 2: overzicht waargenomen vogelnesten Soort Boerenzwaluw (categorie indeling nestbescherming: 5) Uitleg bij tabel: Categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) Categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing Categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) Categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest Categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm, de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. In de omgeving van de projectlocatie komen hazelwormen en levendbarende hagedissen voor. Zij zoeken hun dekking en migreren in groene elementen zoals houtwallen. Deze blijven in tact. Het boerenerf is geen geschikt habitat voor deze soorten.

Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat; alpenwatersalamander, heikikker, vinpootsalamander, poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. 34 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Omgevingswet een vrijstelling, zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Overige Van de overige soortgroepen, zoals dagvlinders, insecten en libellen, kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie.

Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig. Specifieke zorgplicht Er worden geen negatieve effecten verwacht voor de soorten die vallen onder de specifieke zorgplicht (voor zover niet in voorgaande paragrafen benoemd). Het voorkomen van deze soorten is op of in de directe omgeving van de projectlocatie niet vastgesteld en/of er is geen geschikt habitat op de onderzoekslocatie Het kan incidenteel gebeuren deze soorten ondanks de uitgevoerde quickscan, toch voorkomen op de projectlocatie en tijdens de activiteiten hinder ondervinden van de werkzaamheden. In dat geval kunnen negatieve gevolgen voorkomen worden door te voldoen aan de algemene zorgplicht of het inschakelen van een ecologisch deskundige. 2.3 Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied, negatieve effecten zijn uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel, konijn en diverse muissoorten.

De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. Vleermuizen Het beschadigen van een verblijfplaats, vliegroute of foerageerhabitat van vleermuizen kan worden uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. Vogels Door de voorgenomen ingreep worden geen vogels en jaarrond beschermde nesten aangetast. 35 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Reptielen, amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen, amfibieën en/of vissen waargenomen. De instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang. Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten, zijn negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. 36 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Hoofdstuk 3 3 Conclusie en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.

3.1 Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Omgevingswet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? 3. Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten, en welke vervolgstappen zijn nodig? Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden, zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed. Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden.

Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden. 37 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden Literatuur  Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht.  Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979.  Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992.  Provinciale Omgevingsverordening  Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht.  Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting.

Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte.  De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002)  Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ)  Vleermuizen en planologie, Zoogdiervereniging (2010)  Omgevingswet  www.waarneming.nl  www.synbiosys.alterra.nl  www.atlasleefomgeving.nl  www.ravon.nl  www.sovon.nl  www.google.nl  www.floron.nl  www.ruimtelijkeplannen.nl  www.natura2000.nl  www.ecologica.eu 38 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 1 Bijlage Waarnemingen 39 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

40 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

41 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 2 Bijlage Effecten indicator soorten 42 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

43 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

44 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

45 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

46 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

47 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

48 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

49 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden

50 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 3 Bijlage Plan projectlocatie

51 Quickscan Soortenbescherming – Rikkerinksweg 6 Ambt-Delden 4 Bijlage Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Aanvraagdatum : | 23-10-2025 Rapportnummer : | 307221 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op | heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u23-10-2025 inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie. Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Woning, bedrijfspand of ander nieuw gebouw bouwen Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven: Locatie: | 240729,40 | / | 475525,90 | Oppervlakte: | 8297 | m2 De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de | Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden.

In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels. 1 Aanvraagdatum : 23-10-2025 307221Rapportnummer : Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels Ja Zoogdieren Ja Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Ja Planten Nee Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden. Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is? Ja Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is? Nee Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen. Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid.

Vleermuizen Ja Eekhoorns Nee Steenmarters Nee Andere marterachtige dan steenmarters Ja Andere zoogdieren Ja 2 Aanvraagdatum : 23-10-2025 307221Rapportnummer : Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Soorten en adviezen Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus komt meestal voor in de buurt van mensen en leeft dan vooral in struiken, het liefst met stekels die het hele jaar groen blijven, loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen, bijvoorbeeld onder dakpannen, en soms in klimop. Advies voor deze soort: Werk buiten het broedseizoen; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de huismus is dat van maart tot half augustus (soms tot eind september). De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen, bosranden, lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes, in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis.

Advies voor deze soort: De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen, bosranden, lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Bunzing Beschrijving leefgebied: De bunzing leeft vooral in natte gebieden en boomgroepen. Ze houden minder van dichte bebossing en naaldbomen. Ook in dorpen en buitenwijken van steden komt de bunzing voor. Bunzingen zijn vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de bunzing is dit de voortplantingsperiode die loopt van begin maart tot eind september. Zorg voor voldoende voedsel en plekken om zich te kunnen verstoppen, bijvoorbeeld door muizen niet te bestrijden en hopen snoeimateriaal achter te laten. Voer werkzaamheden stap voor stap uit zodat altijd in een deel van het leefgebied rust is. In Limburg en Zuid-Holland geldt voor de bunzing een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

Vogels Zoogdieren 3 Aanvraagdatum : 23-10-2025 307221Rapportnummer : Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen, onder andere achter betimmering en daklijsten, in spouwmuren, of onder dakpannen. Advies voor deze soort: Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven, zijn beschermd. Voorkom het verlichten van gevels waarin vliegopeningen zitten en het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Behoud bomenrijen, bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voor meer info over de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis: zie de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Let op! Dit sluit het voorkomen van andere vleermuissoorten niet uit. Check daarnaast ook altijd natuurvriendelijkisoleren.nl. Haas Beschrijving leefgebied: De haas leeft vooral in gebieden waar de gras- en landbouw een beperkte omvang heeft en in open veld zoals akkers en weilanden. Daarnaast komt de haas ook voor in open bos, heide en kwelders. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt voor de haas het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, behalve in Zeeland. Utrecht en Groningen. Niettemin geldt de zorgplicht.

Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de haas, bijvoorbeeld door het aanleggen van hagen en houtwallen en door te zorgen voor kruidenrijk grasland waardoor de haas afwisselend kan eten. Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o.a. in sloten, poelen, vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom, ook in het kader van de zorgplicht, bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen, vijvers, vennen, sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling.

Niettemin geldt de zorgplicht; zorg daarom voor poelen, vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd, als de padden trekken, schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten. Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren 4 Aanvraagdatum : 23-10-2025 307221Rapportnummer : Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Kamsalamander Beschrijving leefgebied: De kamsalamander is een amfibie en leeft in en rond poelen met een goede waterkwaliteit. Vaak zijn er veel oever - en waterplanten aanwezig. Overdag zie je de kamsalamander zelden, dan schuilen ze tussen de planten op de oever of in het water. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in het water in de voortplantingsperiode en werkzaamheden op het land buiten deze periode. Voor de kamsalamander betekent dit dat werkzaamheden in het water waarschijnlijk het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode tussen oktober en januari en werkzaamheden op het land het beste tussen april en juli. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. 5 Aanvraagdatum : 23-10-2025 307221Rapportnummer : Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2.

Toelichting kansenkaarten beschermde soorten Bekijk deze documenten Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn-, Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt, is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). BeSI houdt alleen rekening met beschermde en bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wilt, Klik dan hier Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket.

Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid, dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd, bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert. 6 Aanvraagdatum : | 23-10-2025 Rapportnummer : | 307221 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus - Passer domesticus - Kansenkaart in gebruik sinds: | 29-11-2022 Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen - Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart in gebruik sinds: | 24-03-2023 Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen - Kansenkaart in gebruik sinds: | 24-03-2023 Kamsalamander - Triturus cristatus - Kansenkaart in gebruik sinds: | 01-12-2022 Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten Bruine kikker - Rana temporaria - Kansenkaart in gebruik sinds: | 28-11-2022 Bunzing - Mustela putorius - Kansenkaart in gebruik sinds: | 29-11-2022 Gewone pad - Bufo bufo - Kansenkaart in gebruik sinds: | 28-11-2022 Haas - Lepus europaeus - Kansenkaart in gebruik sinds: | 28-11-2022 7 Aanvraagdatum : | 23-10-2025 Rapportnummer : | 307219 Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op | heeft

u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u23-10-2025 inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op de door u aangegeven locatie. Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is: Bouwwerk of deel van een bouwwerk slopen, of asbest verwijderen Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren, heeft u als volgt aangegeven: Locatie: | 240729,40 | / | 475525,90 | Oppervlakte: | 8297 | m2 De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden van de uit te voeren werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven, inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel, 2) een zoogdier, 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door de | Vergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4303/documents/60647