06 TAM-omgevingsplan Bentelosestraat 45 Bentelo Asbestbodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlagen toelichting
vastgesteld
61
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlage 4 Asbestonderzoek
vastgesteld
189
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 www.sigma-gm.nl Email info@sigma-gm.nl
januari ’26
Onderwerp:
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
Projectnummer:
25-M12052
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
22 januari 2026
0
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
onderwerp
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
datum
22 januari 2026
projectnummer
25-M12052
in opdracht van
BJZ.nu Dokter van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
uitgevoerd door
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-ENISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000, protocollen 2001, 2002 en 2018”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2018)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Geo- & Milieutechniek B.V..
januari ’26
1
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Deventerstraat 8-10 te Vaassen
Inhoud 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen.................................................................................................................................... 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ......................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek.............................................................................................................. 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................... 4
1.5
Opbouw van het rapport ............................................................................................................. 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie .......................................................................................... 14
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ............................................................................................ 15
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................... 17
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 19 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ........................................................ 19
4.2
Toetsingscriteria asbest in grond ............................................................................................. 20
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ............................................................................................ 22
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 25
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 28
COLOFON ............................................................................................................................................. 29
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
januari ’26
2
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in december 202 door Sigma Geo- Milieutechniek B.V. een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 uitgevoerd op een deel van de locatie gelegen aan de Bentelosestraat 45 te Bentelo (gemeente Hof van Twente). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Geo- & Milieutchniek B.V. is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO).
Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5707 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s. De veldwerkzaamheden van Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem) (uitgezonderd de maaiveldinspectie) van toepassing. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
De aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend bodemonderzoek vormt de geplande nieuwbouw van een woning op de locatie
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend onderzoek asbest in bodem volgens NEN-5707 heeft tot doel om na te gaan of de locatie al dan niet verdacht is op het voorkomen van asbesthoudende materialen op of in de bodem.
januari ’26
3
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek asbest in grond is uitgevoerd volgens gebruikelijke inzichten en methoden volgens de NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
januari ’26
4
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 10). In de NEN-5725 (2023) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Eigendomssituatie
A O
B O
Aanleiding tot vooronderzoek C D1 D2 E F G ✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem of bijzondere bestanddelen in de grond Geohydrologie
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Geval van ernstige bodemverontreiniging? bodemkwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart bodemkwaliteit o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
H
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
O
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
Oa
Oa
✓
✓
✓b
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓b
✓
✓
✓
✓
✓
Ob
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Oc
O
Od
✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ ✓ Asbestverdacht? ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect gelet op de achtergrond van het onderzoek niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte activiteiten, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig
✓
✓
✓
O
0 Optioneel a) b) c) d)
ingeval de grondwaterstand zich dieper dan 25 cm onder het ontgravingsvlak bevindt, kan geohydrologie buiten beschouwing blijven het betreft hierbij de herkomstlocatie van de te beoordelen partij bij eindonderzoek bodem verplicht, bij nulonderzoek bodem optioneel bij nulonderzoek bodem verplicht, bij eindonderzoek bodem optioneel
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2.
januari ’26
5
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een de geplande nieuwbouw van een woning op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.3.2 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2023). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Hof van Twente (email op d.d. 19-09-2024); • informatie van de asbestdakenkaart van de gemeente Hof van Twente; • informatie van de omgevingsrapportage van de omgevingsdiensten Overijssel; • Topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden . Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven.
tabel 1: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onbebouwde deel) Algemene omschrijving
Bentelosestraat nr. 45 Bentelo Hof van Twente Zie bijlage 1 X = 242.133 Y= 470.974 (middelpunt) Percelen Ambt-Delden sectie E nr. 7147 en nr. 7148 (ged.) Niet nagegaan. ca. 3.885 m2 De onderzoekslocatie betreft de percelen sectie E nr. 7148 (ged.) en nr. 7147 gelegen aan de Bentelosestraat nr. 45 te Bentelo. Op het perceel E nr. 7148 (ged.) is momenteel een bedrijfswoning met enkele bijgebouwen aanwezig. Het onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is deels onverhard (gras) en deels verhard met betonklinkers en tegels (oprit en paden rondom de bebouwing). Het perceel E 7147 is onbebouwd. Op de locatie is momenteel alleen een speeltuin aanwezig. De onderzoekslocatie is deels verhard met beton en deels onverhard (gras/akker). De opdrachtgever is voornemens op het perceel nr. 7147 de nieuwbouw van een landgoedwoning te realiseren. Daarnaast wordt de bestemming van het huidige bedrijfsperceel omgezet naar de bestemming wonen door de bedrijfswoning op het perceel nr. 7148 af te breken en hier de nieuwbouw van een woning te realiseren. Hieronder wordt in figuur 1 de onderzoekslocatie weergegeven en rood omlijnd.
januari ’26
6
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
figuur 1: onderzoekslocatie (rood omlijnd)
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Geplande herinrichting bijzonderheden: -
januari ’26
Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande bebouwing op de onderzoekslocatie dateert van 1978. De onderzoekslocatie is deels onverhard (gras) en deels verhard met beton, tegels en betonklinkkers. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.
7
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 2: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op Op basis van topografische kaarten van voor 1900 tot basis van heden blijkt de onderzoekslocatie, voor zover te topografische beoordelen, nog niet eerder bebouwd te zijn geweest. kaarten, Topotijdreis) Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Vanaf 1850 is er rondom de onderzoekslocatie basis van bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop topografische der jaren verder uitgebreid / gewijzigd. kaarten, Topotijdreis) Huidig In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk woningen en agrarische percelen. Noordzijde: naastgelegen woning Oostzijde: agrarisch bedrijf Zuidzijde en westzijde: agrarisch perceel
januari ’26
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
8
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 3: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
Op basis van topografische kaarten is vanaf ca. 1955 voor het eerst enige bebouwing op het perceel E nr. 7148 (ged.) te herkennen. De huidige bebouwing is, voor zover te beoordelen, vanaf ca. 1988 aanwezig. Volgens informatie van BAG Viewer dateert de bestaande bebouwing op het perceel nr. 7148 (ged.) van 1978. Op het perceel 7148 (ged.) is momenteel een installatietechniekbedrijf (Ter Doest) gevestigd. In het verleden was op de locatie een metselbedrijf en een accountant- en adviseur kantoor aanwezig. Op basis van topografische kaarten van voor 1900 tot heden blijkt dat het perceel E nr. 7147, voor zover te beoordelen, nog niet eerder bebouwd te zijn geweest. Op het perceel nr. 7147 is momenteel een speeltuin aanwezig. De locatie is, voor zover bekend, geruime tijd in gebruik als weiland.
Bouwvergunning
Er is geen andere informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten, (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn binnen het onderzoeksgebied geen andere concrete aanwijzingen van bodembedreigende milieubelastende activiteiten die geleid zouden kunnen hebben tot bodemverontreiniging. T.b.v. de bestaande gebouwen zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
niet bekend.
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder • Ter Doest Installatietechniek • Metselbedrijf Bentelo B.V. (uitgeschreven) • W&O Assurantiën (uitgeschreven) Er is geen informatie bekend over de eventuele aanwezigheid van zowel boven- als ondergrondse brandstoftanks. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en/of ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding/ De aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie.
Aanwezigheid brandstoftanks
januari ’26
9
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Aanwezigheid asbest
Op basis van de asbestdakenkaart van de gemeente Hof van Twente is bekend dat de daken van de bebouwing op de onderzoekloactie niet verdacht zijn voor de aanwezigheid van asbest. De daken van de bebouwing in de nabije omgeving zijn deels wel en deels niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest.
figuur 2: asbestdakenkaart gemeente Hof van Twente
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
januari ’26
De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bestaande bebouwing is niet bekend (in dit onderzoek niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. In algemene zin wordt gesteld dat puinlagen en/of grondlagen waarin bijmenging van puin en/of ander sloopafval voorkomt worden verdacht voor aanwezigheid van asbest. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Op topografische kaarten tussen 1955 en 1977 is nabij de zuidgrens van de locatie een kleine vijver te herkennen. Deze vm. vijver is voor zover bekend gedempt met grond. Er is geen informatie bekend omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden.
NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente.
10
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
vervolg tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten PFAS-verdachtheid
Calamiteiten Verdachte activiteiten < 25 m
PFAS is een stofgroep van persistente, giftige fluorverbindingen die zijn toegepast in coatings van consumentenproducten als textiel, tapijt, leer en papieren in industriële producten zoals verf en blusschuim. Op en nabij locaties waar PFAS is toegepast,kan de bodem (grond en grondwater) verontreinigd zijn. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich voor zover bekend geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie en mobiliteit en het feit dat de stof niet of nauwelijks afbreekt. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen sprake geweest van activiteiten die de locatie verdacht maken op het voorkomen van PFAS. Zo is er op de locatie (voor zover bekend) bijv. geen sprake geweest van: ♦ brand met gebruik van blusschuim; ♦ brandblusoefenterrein; ♦ bedrijfsactiviteiten bijv.
op het gebied van: - teflonproductie; - galvanische industrie, textiel, papier(verwerking), lak- en verfindustrie, cosmetica; - afvalverbranding, stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, ijzerinzamellocaties (inzamelen brandblussers). Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich voornamelijk agrarische bedrijven en agrarische percelen. Het is op voorhand onbekend of de activiteiten in de directe omgeving een negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
januari ’26
11
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
►verkennend bodemonderzoek d.d. 17-01-2025, ref. Sigma B.V., 24-M1144301 conclusies: In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten t.o.v. de maximale waarde voor de bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur In het grondwater is een verhoogd gehalte barium (zware metalen) gemeten t.o.v de streefwaarde, het gemeten gehalte overschrijdt de signaleringsparameters beoordeling niet.
Omgeving < 25 m
Wiener Benteler scheidingsweg ong. Ambt Delden: ►verkennend bodemonderzoek; d.d. 10.04.2014; ref. Tebodin; rapportnummer: / conclusie: Er zijn licht tot matig verhoogde gehalten gemeten. Deze resultaten vormen geen belemmering voor de geplande realisatie van de natuurbegraafplaats. ► Niet bekend.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
januari ’26
De ontgravingskaart bovengrond: wonen, ondergrond: landbouw/natuur.
12
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca.13-19 m+NAP. In figuur 3 staat de geohydrologische opbouw weergegeven.
figuur 3: De geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
januari ’26
13
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Onderhavig onderzoek heeft tot doel om na te gaan of de bodem t.p.v. het deel van het plangebied waar asbestverdacht materiaal is aangetroffen al dan niet asbesthoudend materiaal bevat. Om vast te stellen of de bodem asbesthoudend is, is de onderzoekslocatie in dit onderzoek onderzocht op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in grond (percentage bodemvreemd materiaal <50%). Op basis van bovenstaande bodeminformatie is bekend dat de locatie reeds lange tijd door de mens in gebruik is. Er is vooraf geen andere concrete informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, is de onderzoekslocatie in eerste aanleg beschouwd als een mogelijk verdacht voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op een deel van de locatie waar na sloop asbest verdacht materiaal is aangetoond, zoals weergegeven in bijlage 2. Het onderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie is uitgevoerd volgens “verkennend onderzoek op een verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (verdachte bovengrond), volgens paragraaf 6.4.5. van de NEN-5707+C2. Conform de gehanteerde onderzoeksopzet zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: • visuele inspectie van de toplaag; • het graven van inspectiegaten van 30 * 30 cm tot tenminste ca.50 cm-mv.
• het plaatsen van boringen met een boordiameter van 12 cm, tot maximaal 2 m-mv. • het visueel inspecteren van de ontgraven grond op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. • het bemonsteren van evt. asbestverdachte materialen. • het analyseren van evt. asbestverdachte materialen conform NEN 5896. • het analyseren van de uitgezeefde grond (fractie <20 mm) conform NEN 5898 . De toetsing van de in dit onderzoek gemeten gehalten asbest is geschied aan de interventiewaarde uit de circulaire bodemsanering. Hierin zijn een interventiewaarde en een restconcentratie van 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie vastgelegd. De gewogen norm bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie. De resultaten uit dit onderzoek worden geïnterpreteerd volgens NEN 5707+C2 (grond). In tabel 6 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 6: onderzoeksstrategie mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
asbest
-
VED-HE (bovengrond)
NEN-5707+C2 onderzoeksgebied (onderzochte deel van de locatie) (ca. 3.885 m2 )
januari ’26
14
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2018 (uitgezonderd de maaiveldinspectie). In tabel 7 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 7: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen (protocol 2001)
dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd) dhr. R. Dob (erkend en geregistreerd) dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
09-12-2025
-
09-12-2025
-
09-12-2025
-
Het graven van inspectiegaten en het nemen van monsters (protocol 2018) locatie-inspectie
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Rijkswaterstaat. Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. De weersomstandigheden waren geen reden voor een verminderde visuele waarneming. Het was half-bewolkt weer en er was geen neerslag en weinig wind. veiligheid Bij een onderzoek asbest in bodem dienen de getroffen maatregelen inzake veiligheid en gezondheid in overeenstemming te zijn met de CROW-publicatie nr. 400 “Werken in en met verontreinigde bodem” vigerende versie. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden zijn de veiligheidsvoorschriften uit protocol 2018 gehanteerd. Voor de uitvoering van de werkzaamheden is het vochtgehalte in de bodem gemeten. Het vochtgehalte bedroeg in alle gevallen >10%. Bij een vochtpercentage van meer dan 10% zijn er geen risico’s t.a.v. het vrijkomen van asbestvezels. veldonderzoek Het veldonderzoek heeft bestaan uit het inspecteren van de toplaag in combinatie met het graven van inspectiegaten en het uitvoeren van handboringen tot de ongeroerde bodemlaag. Conform de NEN-5707+C2 wordt voor landbodem onderscheid gemaakt tussen drie te onderzoeken bodemlagen: 1) het maaiveld 2) de bovengrond (tot 0.5 m-mv) 3) de ondergrond (tot 2.0 m-mv)
januari ’26
15
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onbebouwde deel van de locatie een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is de locatie onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Indien asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen wordt de vindplaats gemarkeerd en wordt het materiaal verzameld. Bij de visuele inspectie is geen grond geroerd of onder (vaste) obstakels gekeken. Bij het aantreffen van asbestverdachte materialen zijn deze bemonsterd (door middel van “hand-picking”). Tevens is de inspectie-efficiëntie ingeschat. De inspectie-efficiëntie is onder andere afhankelijk van de weersomstandigheden, de conditie van de toplaag (vochtig, vegetatie, vastgereden, plassen) en het type grond (zand, klei). inspectiegaten bovengrond (0.0-0.5 m-mv) In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. de onderzoekslocatie is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van asbest in de bovengrond. In het kader van het verkennend onderzoek asbest in grond t.p.v. het onderzochte terreindeel zijn, teneinde een betrouwbare uitspraak te kunnen doen m.b.t. het voorkomen van asbest in de grond inspectiegaten van 0.3 m x 0.3 m tot max. 0.5 meter minus maaiveld, op a-selecte wijze, gegraven m.b.v. een schop.
Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle gegraven inspectiegaten geprojecteerd. Het uitgegraven materiaal is volledig gezeefd over een 20 mm zeef en is gescreend op de volgende aspecten: • asbestverdachte restanten; • bodemsamenstelling; • afval- en puinrestanten. De evt. aanwezige (asbest)verdachte delen groter dan ca. 20 mm zijn per soort en per inspectiegat verzameld, gewogen en in gesloten plasticzakken aan het laboratorium aangeboden voor onderzoek op asbest. Van het uitgezeefde materiaal is op basis van de NEN 5707+C2 zijn representatieve mengmonsters van tenminste ca. 10 kg uit de fractie <20 mm verzameld uit verschillende inspectiegaten. De bemonstering van de fijne fractie (deeltjes <20 mm) heeft plaatsgevonden volgens tabel 8, “Minimale greep- en monstergrootte”, uit de NEN 5707+C2. In tabel 8 is een overzicht van het veldwerkprogramma weergegeven. tabel 8: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
inspectiegaten (0.3x0.3)
12
ca.0.5
G1 t/m G12
handboring (12 cm)
3
ca.2.0
G1+G8+G12
onderzoeksgebied
januari ’26
16
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
monstername grond en materialen Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0.5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001 en 2018. De visueel aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een adequate wijze verpakt en als materiaalmonster aangeleverd aan het laboratorium. Van het gezeefde materiaal <20 mm uit niet asbestverdachte inspectiegaten is een (meng)monster genomen bestaande uit twintig grepen van minimaal ca. 0.5 kg. Evt. asbestverdachte inspectiegaten zijn afzonderlijk bemonsterd middels twintig grepen van ca. 0.5 kg. Na inspectie zijn de gaten weer gedicht met het uitgegraven materiaal. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
maaiveldinspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is t.p.v. het onderzoeksgebied een inspectie van het maaiveld uitgevoerd. Tijdens de visuele inspectie van de toplaag is een ruimtelijke eenheid onderverdeeld in ‘inspectie stroken’ van maximaal 1.5 meter waarbij de toplaag strook voor strook in twee richtingen is geïnspecteerd. Door de plaatselijke aanwezigheid van vegetatie (gras) op deel van de locatie was een maaiveldinspectie conform de NEN 5707 (par. 7.2) en protocol 2018 niet mogelijk. De uitgevoerde maaiveldinspectie is daarom indicatief. Bij een inspectie-efficiëntie lager dan 50% is de waarde van een maaiveldinspectie onvoldoende om het verdachte gebied in te perken en een kwantitatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte op het maaiveld. De maaiveldinspectie kan derhalve ook niet dienen om de onderzoekstrategie (eventueel) bij te stellen. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen vanwege de indicatieve maaiveldinspectie niet zijn opgemerkt. In tabel 10 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. De onderzoeksgebied betreft het deel van de locatie zoals opgenomen in bijlage 2. In tabel 9 is de inspectie-efficiëntie van het maaiveld beschreven. tabel 9: inspectie-efficiëntie maaiveld deelgebied vegetatie bestrating/beton
inspectie-efficiëntie plaatselijk <50% -
conditie maaiveld gras/vegetatie verhard
Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie is op de geïnspecteerde delen van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen.
januari ’26
17
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
bodemopbouw De profielbeschrijvingen van alle gegraven inspectiegaten en verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.6 0.6-3.0
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig, zwak humeus, matig fijn zwak siltig, matig fijn
bruin/grijs bruin/grijs/geel/beige
In het veld is gebleken dat het percentage bodemvreemd materiaal, fractie > 20 mm, in bodemlaag van 0.0-ca.0.5 m-mv ter plaatse van alle inspectiegaten minder dan 50% bedraagt. In de gevallen met een bijmenging van <50% bodemvreemd materiaal (fractie >20 mm) is de NEN 5707+C2 van toepassing. zintuiglijke waarnemingen asbest In tabel 11 is een overzicht opgenomen van de aangetroffen asbestverdachte materialen op het maaiveld en in de grond. tabel 11: asbest op maaiveld en inspectiegaten inspectiegat
G1 t/m G12
asbestverdacht
asbestverdacht materiaal
materiaal
grond in de fractie >20 mm
maaiveld
diepte (m-mv)
aantal gram
nee
0.0-0.5
-
* = veldvochtig
zintuiglijke waarnemingen overig Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. In onderstaande tabel 12 is een overzicht opgenomen van afwijkende waarnemingen t.a.v. aangetroffen overige bodemvreemde afwijkingen in de uitgegraven grond. tabel 12: zintuiglijke waarnemingen overig inspectiegat
diepte m-mv
zintuiglijke waarnemingen
G4 G5 G6
0.0-0.5 0.0-0.5 0.0-0.5
baksteenresten, fractie >20 mm bodemvr. <1% baksteenresten, fractie >20 mm bodemvr. <1% baksteenresten, fractie >20 mm bodemvr. <1%
Op basis van een steekproef van het uitgegraven bodemmateriaal is een in-situ dichtheid van het bodemmateriaal bepaald van 1.640 kg/m3.
januari ’26
18
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
verkennend onderzoek asbest in grond Het uitgezeefde materiaal, fractie <20 mm, is onderzocht volgens NEN 5707+C2 (asbest in de fijne fractie). Van evt. asbestverdacht materiaal zijn verzamelmateriaalmonsters geanalyseerd op het gehalte asbest. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema monstercode grond M1 M2
inspectiegaten
diepte (m-mv)
zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
G4 t/m G6 G1+G2+G3+G10+ G11+G12
0.0-0.5 0.0-0.5
baksteenresten -
asbest (NEN5898) asbest (NEN5898)
Opgemerkt wordt dat de fractie <500 ųm in dit stadium van het onderzoek kwalitatief is gecontroleerd om te kunnen vaststellen of er aanleiding bestaat om een kwantitatieve bepaling van deze fractie uit te voeren.
januari ’26
19
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
4.2
Toetsingscriteria asbest in grond
De resultaten van het onderzoek asbest in grond worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Voor asbest in grond is een interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. vastgesteld. Aan deze waarde zijn de gewogen asbestconcentraties (mg/kg ds) getoetst. Gewogen betekent het gehalte serpentijnasbest (chrysotiel) vermeerderd met tienmaal het gehalte amfiboolasbest (amosiet, crocidoliet). Indien de gewogen asbestconcentratie in grond c.q. puin boven 100 mg/kg ds is vastgesteld, is sprake van met asbest verontreinigde grond c.q. puin. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. Indien asbest in de grond boven 100 mg/kg ds aanwezig is en deze verontreiniging vóór 1993 is ontstaan, is ongeacht de omvang van de verontreiniging sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest in grond.
Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Het resultaat van het verkennend onderzoek is een indicatieve uitspraak over de mogelijke verontreiniging van het toegepaste bouw- en sloopafval of recyclinggranulaat / bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek asbest al dan niet noodzakelijk is. Door de lagere onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan in deze fase niet direct worden getoetst aan de grenswaarde. In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de grenswaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Alleen als in het verkennend onderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerd materiaal in de gaten en aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als in het nader onderzoek is een directe toetsing aan de grenswaarde mogelijk. Als het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de grenswaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de grenswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de grenswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogst bepaalde waarde binnen een(deel)locatie of (deel)partij is hiervoor bepalend.
januari ’26
20
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
Van de bodemlagen waarin zintuiglijk asbesthoudende materialen zijn aangetroffen in de fractie >20 mm is een berekening gemaakt van de asbestconcentratie. Hiertoe is gebruik gemaakt van de navolgende formule: Cmi=∑ (Mk x %k,I /100) / Mlok Cmi = De concentratie aan asbest van asbestsoort ‘i’ is afkomstig van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg/kg d.s.; Mk = de massa verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in mg; %k,i = het percentage aan asbest van het asbestsoort ‘i’ in de verzamelde asbesthoudende materialen van het type ‘k’, in %; Mlok = het drooggewicht van het verzamelmonster grond op locatie, in kg. Als het gewicht van het geïnspecteerde monster (gat of sleuf) op locatie exact is gewogen, moet het drooggewicht van het monster uitgegraven materiaal op locatie worden bepaald volgens: Mloc = Mvloc x Ma/Mva waarin: Mvloc is de massa van het uitgegraven veldvochtige materiaal op locatie, in kg; Ma is de massa van het gedroogde analysemonster, in kg; Mva is de massa van het veldvochtige analysemonster, in kg. Wanneer een groot monster (toplaag of sleuf of gat) is geïnspecteerd op locatie kan dit in principe niet worden gewogen.
In deze gevallen moet het drooggewicht van het monster worden afgeleid volgens: Mloc = (1 000 x V x ns) x (%E/100) x Ma/Mva waarin: V is het volume van het geïnspecteerde monster op locatie, in m3; ns is de volumieke massa van het geconsolideerde materiaal op locatie, in kg/dm3; %E is een schatting van de inspectie-efficiëntie, in %. waarin: V (in dm3) : volume (V) van de sleuf of het gegraven gat. Mk (in mg) : massa van de verzamelde asbesthoudende materialen van het type "k" (bijvoorbeeld asbestplaatjes). %k,i : gemiddeld % van asbestsoort "i" (bijv. chrysotiel) in de verzamelde asbesthoudende materialen van type "k". Ns (in kg/dm3) : stortgewicht van de grond/puin. ds : percentage droge stof
januari ’26
21
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. De totale concentratie aan asbest per inspectiegat wordt conform NEN-5707+C2 bepaald door de concentratie visueel zichtbaar asbest in de grove zeeffractie (fractie >20 mm) te sommeren met de concentratie visueel niet zichtbaar asbest in de fijne zeeffractie (fractie <20 mm). Door het gewicht te bepalen van de evt. handmatig verzamelde asbesthoudende materialen en dit te delen door de massa (inhoud / soortelijk gewicht) van het betreffende inspectiegat wordt de concentratie asbestverdacht materiaal in het inspectiegat bepaald. Deze concentratie moet echter nog worden gecorrigeerd voor het percentage asbest in de materiaalmonsters dat door het laboratorium is bepaald. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen is in het uitgegraven bodemmateriaal uit de inspectiegaten G1 t/m G12 in de fractie >20 mm geen asbestverdacht materiaal waargenomen. De analyseresultaten van de grondmengmonsters en materiaalmonsters zijn samen met de interpretatie opgenomen in de tabellen 14 t/m 16. tabel 14: resultaten asbestanalyse materiaal verzamel monsters in de fractie > 20 mm (absoluut gewicht) Monsteromschrijving
Vorm
Asbestgehalte (%)
(inspectiegat)
G1 t/m G12
Serpentijn
-
Amfibool
chrysotiel
Amosiet
crocidoliet
(mg)
(mg)
(mg)
-
-
-
Toelichting HB = hecht gebonden NHB=niet hecht gebonden tabel 15: resultaten asbestanalyses grondmengmonsters uit de fractie <20 mm inspectiegat
G4 t/m G6 G1+G2+G3+ G10+G11+G12
monstercode
diepte
asbest (gewogen)
in m-mv
mg/kg
M1
0.0-0.5
<0.3
M2
0.0-0.5
10
Op de analysecertificaten staan de bovengrenzen van de analyses vermeld. Deze gelden als detectiegrenzen en zijn qua hoogte afhankelijk van de onderzochte monstervolumes en de samenstelling van de monsters.
januari ’26
22
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
tabel 16: overschrijdingstabel resultaten totaal asbestanalyses inspectiegaten (m-mv)
G4 t/m G6 (0.0-0.5) G1+G2+G3+ G10+G11+ G12 (0.0-0.5)
Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens bovengrens conc.
Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. (gewogen) gem. ondergrens conc.
-
-
-
<0.3
-
-
-
10
Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. (gewogen) bovengrens
gem. conc.
onder grens
bovengrens
0.0
0.6
<0.3
0.0
0.6
6.9
13.3
10
6.9
13.3
toelichting =geen asbest aangetoond (concentratie beneden of gelijk aan de bepalingsgrens) =concentratie boven de bepalingsgrens en beneden of gelijk aan de interventiewaarde =concentratie boven de interventiewaarde: sterk verhoogd
interpretatie resultaten maaiveld Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie is op de geïnspecteerde delen van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bovengrond (0.0 max. 0.5 m-mv) Ter plaatse van de inspectiegaten G4 t/m G6 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.00.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster M1 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G4 t/m G7 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) is een gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van <0.3 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G4 t/m G6 bedraagt <0.3 mg /kg d.s en is daarmee niet verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens en het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) Ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G3+G10 t/m G12 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. In het geanalyseerde bovengrondmengmonster M2 (zeeffractie < 20 mm) van de inspectiegaten G1+G4 uit de bodemlaag tussen 0.0-0.5 m-mv) is gemiddeld gewogen concentratie asbest gemeten van 10 mg/kg d.s. Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v.
de inspectiegaten G1 t/m G3+G10 t/m G12 bedraagt 10 mg /kg d.s en is daarmee niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.). Ter plaatse van de inspectiegaten G7 t/m G9 is in de uitgegraven bovengrond (bodemlaag tussen 0.00.5 m-mv) in de fractie >20 mm zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Dit deel van het plangebied is in het verleden voor zover niet eerder bebouwd geweest en is in gebruik geweest als agrarische grond. Dit deel van het plangebied is om deze reden niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest in grond. De uitgegraven grond uit de inspectiegaten G7 t/m G9 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest.
januari ’26
23
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
ondergrond (0.5-2.0 m-mv) fractie >20 mm Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegaten G1, G8 en G12 zijn vanaf ca. 0.5-2.0 m-mv visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. fractie <20 mm Van de ongeroerde ondergrond (dieper dan 0.5 m-mv) zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm. Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is.
januari ’26
24
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend onderzoek asbest in grond worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. maaiveld Op basis van de indicatieve visuele locatie-inspectie is op de geïnspecteerde delen van het maaiveld geen asbestverdacht materiaal waargenomen. bovengrond (0.0 max. 0.5 m-mv) Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G4 t/m G6 bedraagt <0.3 mg /kg d.s en is daarmee niet verhoogd t.o.v. de bepalingsgrens en het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.) Het totale gemiddeld indicatief gewogen gehalte asbest (fractie <20 mm + fractie >20 mm) in de bovengrond t.p.v. de inspectiegaten G1 t/m G3+G10 t/m G12 bedraagt 10 mg /kg d.s en is daarmee niet verhoogd t.o.v. het criterium voor nader onderzoek (> 50 mg/kg d.s.). De uitgegraven grond uit de inspectiegaten G7 t/m G9 is op basis van zintuiglijke waarnemingen niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest. ondergrond (0.5-2.0 m-mv) fractie >20 mm Op basis van de uitgevoerde inspectie van het opgeboorde materiaal uit de inspectiegaten G1, G8 en G12 zijn vanaf ca. 0.5-2.0 m-mv visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. fractie <20 mm Van de ongeroerde ondergrond (dieper dan 0.5 m-mv) zijn in deze fase van het onderzoek geen grondmonsters geanalyseerd op de fractie <20 mm.
Omdat geen asbestverdacht materiaal (met fractie > 20 mm) in de ongeroerde ondergrond is aangetroffen is de verwachting dat er geen asbest met fractie < 20 mm in de ongeroerde ondergrond aanwezig is. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoeksgebied in eerste aanleg als verdacht voor asbest aangemerkt. Uit het onderzoek is gebleken dat de bovengrond t.p.v. de gegraven inspectiegaten plaatselijk verhoogde gehalten asbest bevat t.o.v. de bepalingsgrens. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vooraf gestelde onderzoekshypothese “verdacht” aanvaard. afwijkingen t.o.v. de normen en werkzaamheden In afwijking van protocol 2018 en NEN-5707 is de maaiveldinspectie vanwege plaatselijk aanwezige vegetatie indicatief uitgevoerd. Door de begroeiing en bedekking van een deel van het maaiveld was de inspectie-efficiëntie laag. Door de bedekking van het maaiveld was het niet mogelijk een maaiveldinspectie volgens het protocol 2018 uit te voeren. Door een lage inspectie-efficiëntie kan asbest gelegen op het maaiveld gemist zijn. Het risico van deze afwijking wordt als laag beoordeeld, omdat de gemeten gehalten laag zijn. Er hebben bij de uitvoering van veldwerkzaamheden geen andere afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen BRL SIKB 2001 en 2018. Er hebben bij de uitvoering van analysewerkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v.
de geldende protocollen AS3000 en/of overige geldende analysemethoden.
januari ’26
25
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
Aanbevelingen 1●) In de bovengrond ter plaatse van de inspectiegaten G1 t/m G3 en G10 t/m G12 is een indicatief gemiddeld gewogen gehalte asbest gemeten boven de bepalingsgrens. Bij evt. toekomstig grondwerk wordt geadviseerd om deze grond niet te vermengen met grond waarin geen verhoogde gehalten asbest zijn aangetoond. 2●) Wanneer in het kader van herontwikkeling meer dan 25 m3 grondverzet plaatsvindt, moet dit tenminste 1 week voorafgaand aan de werkzaamheden te worden gemeld via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) als zogenaamde milieubelastende activiteit “graven in de bodem met een kwaliteit onder de interventiewaarde. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a. partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen toetsing is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig.
januari ’26
26
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op een deel van de locatie gelegen aan de Bentelosestraat 45 te Bentelo (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de evt. aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem t.p.v. niet onderzochte terreindelen, onder gesloten verharding en onder nog aanwezige bebouwing en in niet verkende/onderzochte bodemlagen etc. T.a.v. historische informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving.
Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Asbestonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd middels het steeksproefgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Vanwege de steekproefsgewijze benadering is niet uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen voorkomen. Hoewel tijdens het onderzoek naar een zo groot mogelijke representativiteit is gestreefd, is steeds het risico aanwezig dat eventuele lokale verontreinigingen met asbest niet in dit onderzoek zijn aangetroffen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie asbestverontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen. Het onderzoek is namelijk gebaseerd op een beperkt aantal inspectiegaten en een beperkt aantal analyses. Hierbij moet in aanmerking worden genomen dat vooral asbestverontreinigingen zeer heterogeen verdeeld kunnen zijn. Bij asbestverontreinigingen is de kans een verontreinigingskern te missen daarom groot. Er is derhalve altijd een zeker risico op het onverwacht aantreffen van hogere concentraties asbest.
Een verkennend bodemonderzoek asbest in grond geeft nooit volledige zekerheid omtrent de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem ter plaatse van een locatie. Het kan op basis van dit onderzoek mede gezien het heterogene karakter van het onderzoek niet worden uitgesloten dat binnen het onderzoeksgebied plaatselijk kernen met verhoogde asbestconcentraties (asbestnesten, begraven asbesthoudend materiaal ed.) aanwezig zijn. Het uitgevoerde bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien asbest in de bodem verweerd of beschadigd, kan dit van invloed zijn op de huidige risicobeoordeling en geschiktheid van de locatie. Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
januari ’26
27
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
6
LITERTUURLIJST 1. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond' (Nederlandse norm 5740: oktober 2023). 2. 'Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725:2023, oktober 2023).). 3. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 4. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017. 5. NTA 5755, Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek,NNI, juni 2022). 6. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 7. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 8. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 9. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 10. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017
januari ’26
28
verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707 Bentelosestraat 45 te Bentelo
COLOFON opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
Auteur D. van Wuijkhuijse
januari ’26
: : : : :
BJZ.nu verkennend onderzoek asbest in grond Bentelosestraat 45 te Bentelo 29 blz. 22 januari 2026 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
22 januari 2026
definitief
29
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1870
1900
1920
1940
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1962
1980
1999
2019
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
G1 0
gras / cm t ov m aaiveld
G3 0
0
32x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep 50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
100
-50
G4
50
G1 0 0
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 9 -1 2 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G5 gras / cm t ov m aaiveld
0
0
t ype dat um boorm eest er
-50
in sp e ct ie g a t 0 9 -1 2 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G1 1 0
gras / cm t ov m aaiveld
50 t ype dat um boorm eest er
-50
0
gras / cm t ov m aaiveld
in sp e ct ie g a t 0 9 -1 2 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
G7 0
50 t ype dat um boorm eest er
100
150
200
-200
in sp e ct ie g a t 0 9 -1 2 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r gras / cm t ov m aaiveld
0
32x34cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep 50
-50
in sp e ct ie g a t 0 9 -1 2 -2 0 2 5 V e ld w e r k e r
bodem profielen b ijla g e 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, geel, schep -60
gras / cm t ov m aaiveld
0
Be n t e lose st r a a t 4 5 , Be n t e lo 2 5 -M 1 2 0 5 2 N EN 6 6 9 3
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, beige, geel, schep -60
akker / cm t ov m aaiveld