CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

05 TAM-omgevingsplan Mossendamsweg 4a Ambt Delden - Bodemonderzoek.pdf

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 20: TAM omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden29.035 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2026 Milieuhygiënisch bodemonderzoek Mossendamsweg 4a te Ambt Delden

MM25108 Montferland Milieu B.V. 24-2-2026

TITELBLAD Projectnaam Projectnummer Adres Postcode en plaats

Mossendamsweg 4a te Ambt Delden MM25108 Mossendamsweg 4a 7495 RW Ambt Delden

Gemeente

Hof van Twente

Opdrachtgever

Initiatiefnemer

Adres Postcode en plaats Gemeente Opdrachtnemer Adres Postcode en plaats

Mossendamsweg 4a 7495 RW Ambt Delden Hof van Twente Montferland Milieu B.V. Zeddamseweg 77 7041 CN ‘s-Heerenberg

Opsteller

AEL

Autorisatie

HWI

E-mail

info@montferlandmilieu.nl

Website

www.montferlandmilieu.nl

Telefoonnummer

Versienummer

0314-640414

2

Status

Definitief

Datum

24 februari 2026

Aanleiding

Planologische procedure

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ..................................................................................................................................................... 3 1.1

Achtergrond ........................................................................................................................................ 3

1.2

Kwaliteit .............................................................................................................................................. 3

1.3

Betrouwbaarheid ................................................................................................................................ 3

1.4

Onafhankelijkheid ............................................................................................................................... 4

1.5

Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4

2.

VOORONDERZOEK ........................................................................................................................................ 5 2.1

Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 5

2.2

Huidige en toekomstige situatie ......................................................................................................... 6

2.3

Historie ................................................................................................................................................ 6

2.4

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten .......................................................................... 7

2.5

Asbest .................................................................................................................................................. 7

2.6

PFAS .................................................................................................................................................... 8

2.7

Voorgaande onderzoeken ................................................................................................................... 8

2.8

Geohydrologie ..................................................................................................................................... 9

2.9

Locatie inspectie.................................................................................................................................. 9

2.4

Conclusie vooronderzoek .................................................................................................................... 9

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET .......................................................................................................... 10 3.1

Verkennend asbestonderzoek .......................................................................................................... 10

3.1

Verkennend bodemonderzoek ......................................................................................................... 11

4.

RESULTATEN ............................................................................................................................................... 12 4.1

Uitvoering veldwerk .......................................................................................................................... 12

4.2

Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses ................................................................... 13

4.3

Toetsing Omgevingswet .................................................................................................................... 14

4.4

Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ....................................................... 14

4.5

Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek ........................................................ 15

5.

CONCLUSIE .................................................................................................................................................. 16 5.1

Algemeen .......................................................................................................................................... 16

5.2

Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................................. 16

BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14 BIJLAGE 15

Topografische kaart Kadastrale kaart met gegevens Situatietekening met monsternamepunten Boorprofielen Analysecertificaten grond Analysecertificaten grondwater Analysecertificaten asbest Toetsingstabellen Projectfoto's Informatie vooronderzoek Onafhankelijkheidsverklaring Toegepaste normen Toelichting toetsingskader Verklarende woordenlijst Omgevingswet (OW)

1.

INLEIDING

1.1 Achtergrond In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht aan de Mossendamsweg 4a te Ambt Delden (gemeente Hof van Twente). Het doel van dit onderzoek is om de milieukundige kwaliteit van de bodem in kaart te brengen, zodat een goed beeld ontstaat van eventuele risico’s of aandachtspunten. Deze informatie is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen planologische procedure, waarbij inzicht in de huidige bodemgesteldheid een belangrijke rol speelt. Het milieuhygiënisch vooronderzoek kent een trapsgewijze benadering, waarbij een volgend onderzoek (NEN5740/NEN5707) alleen nodig is als de noodzaak daartoe blijkt uit het milieuhygiënisch vooronderzoek. Zo blijft de onderzoekslast voor de initiatiefnemer beperkt tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of er een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is en welke mogelijk een belemmering kan vormen. 1.2 Kwaliteit De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Montferland Milieu B.V. conform de beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000. Montferland Milieu B.V. is gecertificeerd en erkend voor het uitvoeren van milieuhygiënisch bodemonderzoek conform deze beoordelingsrichtlijn.

Het toepassingsgebied van dit certificaat betreft de BRLSIKB protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen, nemen grondmonsters), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (maaiveldinspectie en monsterneming asbest in bodem). De grond- en grondwatermonsters zijn (voor)behandeld door middel van de AS3000-methode in het door de Raad voor Accreditatie erkende laboratorium Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Montferland Milieu B.V. werkt volgens een kwaliteitssysteem (methode C), zoals beschreven in het kwaliteitshandboek. Ons kwaliteitssysteem is gecertificeerd volgens de kwaliteitsborgingsnormen van de NEN. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. In bijlage 15 staan de belangrijkste nieuwe regels uit de omgevingswet samengevat. 1.3 Betrouwbaarheid Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5740 (NEN5740:2023 nl ‘Bodem Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’). Het asbestonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5707 (NEN5707+C2:2017 nl ‘Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of Nederlandse Norm 5897 (NEN5897+C2:2017 nl ‘Inspectie en monsterneming van asbest in bouwen sloopafval en recyclinggranulaat).

Het vooronderzoek, dat parallel loopt aan deze norm, is uitgevoerd conform de Nederlandse Norm NEN5725 (NEN 5725:2023 nl 'Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek'). Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Het bodemonderzoek betreft een momentopname. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Hoewel voldaan wordt aan de geldende wetten en regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Opgemerkt wordt dat wij slechts een adviserende taak hebben en dat het bevoegd gezag de noodzaak tot de uitvoering van nader of aanvullend onderzoek vaststelt. Montferland Milieu B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de initiatiefnemer naar aanleiding van het door Montferland Milieu B.V. uitgevoerde bodemonderzoek neemt.

MM25108

3

1.4

Onafhankelijkheid Tussen Montferland Milieu B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie, die de onafhankelijkheid en de integriteit zouden beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. De onafhankelijkheidsverklaring van het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in bijlage 11. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door erkende medewerker H. Wissink van Montferland Milieu B.V. (K-0219026-1).

Onze rapportage is opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet, NEN en BRL protocollen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. Hierbij wordt opgemerkt dat wetgeving, waaronder KWALIBO regelgeving uit het de regeling bodemkwaliteit, prevaleert boven de AVG. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de voorinformatie beschreven. Aan de hand van deze gegevens is in hoofdstuk 3 de hypothese gedefinieerd en is de onderzoeksopzet vastgesteld. Hoofdstuk 4 behandelt de resultaten van het onderzoek. Ten slotte zijn in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen gedefinieerd.

MM25108

4

2.

VOORONDERZOEK

2.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. In bijlage 10 is de informatie van het vooronderzoek opgenomen. Het milieuhygiënisch vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspecties) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op de bodemgevoelige locatie hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In het onderzoek wordt vastgesteld of er aanleiding is tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek. Indien erop basis van het vooronderzoek (NEN 5725) aannemelijk kan gemaakt worden dat er in alle redelijkheid geen verontreiniging zijn te verwachten (niet verdacht). Is het uitvoeren van een verkennend bodem- en/of asbestonderzoek niet noodzakelijk.

Bij het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: informatie van de initiatiefnemer informatie van de gemeente/omgevingsdienst informatie uit het provinciaal informatiesysteem informatie van de website hofvantwente.duurzaamheidskaart.nl informatie van de website odtwente.nl informatie van de website topotijdreis.nl informatie van de website DINOloket.nl informatie van de website ruimtelijkeplannen.nl informatie uit voorgaande onderzoeken beschikbare luchtfoto’s informatie van KLIC online locatie inspectie Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Montferland Milieu B.V. afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Montferland Milieu B.V. streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.

MM25108

5

2.2 Huidige en toekomstige situatie De bodemgevoelige locatie is gelegen aan de Mossendamsweg 4a te Ambt Delden (gemeente Hof van Twente). De locatie is kadastraal bekend als gemeente DDN01, sectie A, nummer 2579 en 1688. De bodemgevoelige locatie heeft een oppervlakte van circa 7,4 ha. In bijlage 1 is de topografische kaart weergegeven. Bijlage 2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven.2 bevat de kadastrale kaart met kadastrale gegevens en in bijlage 3 is de situatietekening weergegeven. Het perceel is gelegen in het buitengebied van Ambt Delden en bestaat in de huidige situatie uit een agrarisch perceel met een bedrijfswoning en bijbehorende bijgebouwen. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen’, de bestaande bijgebouwen te amoveren en nieuwbouw te realiseren. Aan de oostzijde van de nieuwbouwlocaties wordt tevens de realisatie van een kampeerterrein beoogd.

Figuur 1: Weergave ruimtelijkeplannen.nl

Figuur 2: Toekomstige situatie

2.3 Historie Informatie van de website topotijdreis.nl Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat de bodemgevoelige locatie al vóór 1900 is bebouwd. In de loop der jaren zijn op verschillende locaties diverse gebouwen weergegeven, die later weer zijn verdwenen. Vanaf het einde van de jaren ’20 wordt het perceel gesplitst door de aanleg van een weg. Opgemerkt wordt dat de historische kaarten enigszins kunnen afwijken in positionering en geen volledig betrouwbaar beeld van de exacte situatie geven.

Figuur 3: Historische kaart (1900)

Figuur 4: Historische kaart (1940)

Figuur 5: Historische kaart (1980)

Figuur 6: Historische kaart (2010)

MM25108

6

Informatie van de gemeente/omgevingsdienst De omgevingsdienst Twente heeft op 10 januari akkoord gegeven voor het toepassen van 3.000 m³ grond op locatie. Uit beschikbare informatie blijkt dat de aangevoerde grond is toegepast voor het opvullen van de gesloopte schuren (kelders/funderingen). Een klein deel is hierbij toegepast op het toekomstig kampeerterrein. Conform het gemeentelijk bodembeleid worden weilanden en akkers als verdacht beschouwd ten aanzien van het voorkomen van bodemverontreinigingen, met name asbest. Informatie uit het provinciaal informatiesysteem Volgens gegevens uit het provinciaal informatiesysteem zijn op het perceel in het verleden een asbestcementwarenfabriek en een wegfundering/-verharding met asbest aanwezig geweest. Op het perceel zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, en in de periode 2008-2009 heeft er een sanering plaatsgevonden. De resultaten hiervan worden verder toegelicht in paragraaf 2.7. De bijbehorende omgevingsrapportage is opgenomen in bijlage 10.

Figuur 7: Weergave omgevingsrapportage 2.4 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De gemeente Hof van Twente beschikt, in samenwerking met 13 andere gemeenten in de Regio Twente over een Nota Bodembeheer (Twents beleid veur oale groond, versie 2.1, juni 2023) / Bodemkwaliteitskaart ( Regionale bodemkwaliteitskaart Twente, projectcode: ES349-1, 23 maart 2018). De bodemgevoelige locatie ligt binnen de bodemfunctie "Natuur/landbouw". Volgens de Nota Bodembeheer worden boerenerven in het buitengebied uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De weergegeven bodemkwaliteit geldt derhalve slechts ter indicatie. Bodemkwaliteitskaart Ontgravingsklasse bovengrond AW2000 Ontgravingsklasse ondergrond AW2000 Toepassingsklasse bovengrond AW2000 Toepassingsklasse ondergrond AW2000 2.5 Asbest Volgens de asbestdakenkaart is de bodemgevoelige locatie als onverdacht (groen) aangemerkt ten aanzien van de aanwezigheid van asbesthoudende dakplaten, of zijn deze reeds gesaneerd (blauw). In januari 2025 heeft Buro Pear een asbestinventarisatie uitgevoerd, gerapporteerd onder projectnummer 2025.01005. Uit deze inventarisatie blijkt dat de drie aanwezige schuren niet zijn voorzien van asbesthoudende toepassingen.

Figuur 8: Weergave asbestdakenkaart

MM25108

Figuur 9: Luchtfoto 2022

7

2.6 PFAS Op 29 december 2023 is het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, versie december 2023’ gepubliceerd. Dit kader is per 1 januari 2024 van kracht en vormt sindsdien een beleidsneutrale, maar formeel geïntegreerde uitwerking binnen de Omgevingswet. Het handelingskader beschrijft onder welke voorwaarden PFAS-houdende grond en baggerspecie mag worden hergebruikt. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (< 25 m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties zijn diverse documenten beschikbaar onder andere via Expertisecentrum PFAS. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s/(bedrijfs-)activiteiten met een verdenking tot de aanwezigheid van PFAS voorkomen. Vooralsnog wordt aangenomen dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit beperkt tot verhoogde PFAS-gehaltes voornamelijk in de bovengrond. 2.7 Voorgaande onderzoeken In juli 1997 is er door Twinnova een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de nieuwbouw van een van de huidige stallen. uit dit onderzoek is gebleken dat de bovengrond licht is verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen.

Het grondwater is licht verontreinigd met arseen, chroom, nikkel, zink, tolueen en fenolen. Verder zijn er geen bijzonderheden aangetroffen. Voor de nieuwbouw van de woning is in 2008 door Kruse Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: 08054910. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan koper aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium en nikkel. Voor de nieuwbouw van een stal is in 2013 door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: MT.13141. Destijds werden er in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan lood, PAK’s en PCB’s aangetoond. In de ondergrond werden geen verhoogde gehalten aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met barium en sterk verontreinigd met nikkel. Voor de nieuwbouw van een schuur is in 2020 door Milieutechniek Rouwmaat Groenlo B.V. een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Dit is gerapporteerd onder projectnummer: MT-200065. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. Uit het evaluatieverslag uit 2009 van Arcadis, onder het projectnummer: OV173500497.

Blijkt dat er aan de kopse kanten van de weg restverontreinigingen zijn achter gebleven vallend onder het Besluit asbestwegen. Aan de westzijde betreft het een verontreiniging die doorloopt onder een duurzame klinkerverharding. Aan de oostzijde begint de openbare weg. De restverontreinigingen zijn afgedekt met scheidingsdoek c.q. folie.

Figuur 10: Monsternamepunten onderzoek 2020

MM25108

Figuur 11: Verontreinigings- saneringscontouren

8

2.8 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) op een hoogte van circa 14,0 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 13,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,0 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting noordwestelijk is gericht. De lokale grondwaterstromingsrichting kan plaatselijk worden beïnvloed door sloten, beken, rivieren, rioleringen, onttrekkingen e.d. 2.9 Locatie inspectie Tijdens de terreininspectie zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging of mogelijke bronnen daarvan. Op het maaiveld is geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. De chemische luchtwasser en de bovengrondse dieseltank zijn in de huidige situatie niet meer aanwezig. Ook de asbesthoudende bijgebouwen zijn inmiddels verwijderd. Tijdens de locatie inspectie zijn acht inspectieboringen geplaatst in de klinkerverharding. De opgeboorde grond is beoordeeld op zintuiglijk waarneembare verontreinigingindicaties. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem.

Zintuiglijk zijn in de vaste bodem onder de klinkerverharding ter plaatse van boring A02 t/m A05 bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4.

Figuur 12: Vml. chemische luchtwasser

Figuur 13: Locatie geamoveerde schuren

2.4 Conclusie vooronderzoek Op de locatie zijn in het verleden een chemische luchtwasser en een bovengrondse dieseltank aanwezig geweest. Dergelijke activiteiten worden in milieuhygiënische zin aangemerkt als potentieel bodembedreigend. De chemische luchtwasser was gesitueerd ten zuiden van de meest recente schuur, de exacte locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank is echter niet bekend. Daarnaast wordt de locatie, ter plaatse van de reeds gesloopte asbesthoudende schuren en de restverontreiniging ten westen van de gesaneerde asbesthoudende weg, verdacht op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Ook het aantreffen van ongedefinieerd puin onder de klinkerverharding wordt beschouwd als een verdachte situatie met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van asbest. Overigens geldt dat volgens de Nota Bodembeheer boerenerven in het buitengebied zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Daarnaast worden weilanden en akkers door de gemeente als verdacht beschouwd ten aanzien van het mogelijk voorkomen van bodemverontreinigingen, met name asbest. In overleg met de gemeente is derhalve voor het deel van de locatie waar de bestemming wijzigt van agrarisch naar wonen met een kleinschalig kampeerterrein uitgegaan van een verdachte locatie conform de NEN 5707 (asbest in bodem) en een onverdachte locatie conform de NEN 5740 (chemische parameters).

MM25108

9

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Verkennend asbestonderzoek Voor het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de puinverharding onder de klinkerverharding wordt de strategie voor een verdachte locatie toegepast. Uitgangspunt hierbij is dat sprake is van granulaat (meer dan 50% bodemvreemd materiaal) en dat de NEN 5897 van toepassing is (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Voor deze locatie wordt uitgegaan van de hypothese ‘verdachte afgedekte fundering’. Voor het asbestonderzoek ter plaatse van de reeds geamoveerde schuren en het deel van de locatie waar de bestemming wijzigt van agrarisch naar wonen met een kleinschalig kampeerterrein, wordt de locatie als heterogeen verdacht beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. Ter plaatse van de (mogelijke) restverontreiniging in de gesaneerde weg worden ten zuiden en noorden afperkende inspectiegaten gegraven. Daarnaast wordt één inspectiegat gegraven ter plaatse van de vermoedelijke restverontreiniging (op de grens van onverhard en duurzaam verhard terrein) en één inspectiegat op enkele meters afstand daarvan, teneinde vast te stellen of de mogelijke verontreiniging doorloopt onder de duurzame verharding. Voor deze onderzoeksopzet wordt maatwerk toegepast.

Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatie

Oppervlakte

Erfverharding Vml. schuren

<1.500 m² <2.000 m²

Bestemmingswijziging

Ca. 1,65 ha.

Restverontreiniging?

-

MM25108

Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) 8 * (0,3 m*0,3 m*0,5 m -mv) 10 * (0,3 m*0,3 m*0,5 m mv) 25 * (0,3 m*0,3 m*0,5 m mv) 4 * (0,3 m*0,3 m*0,5 m -mv)

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag 1 2

Analyses

5

5 * asbest in grond

4

- * asbest in puin/grond

1 * asbest in puin 2 * asbest in grond

10

3.1 Verkennend bodemonderzoek Het milieuhygiënisch bodemonderzoek zal worden uitgevoerd conform de richtlijn NEN 5740, ‘Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond’. De vml. chemische luchtwasser wordt aangemerkt als een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting en hiervoor wordt de ‘'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een duidelijke plaatselijke kern van bodembelasting (VEP)’ gehanteerd. Het deel van de locatie waar de bestemming wijzigt van agrarisch naar wonen met een kleinschalig kampeerterrein kan als onverdacht worden beschouwd. En hiervoor wordt de strategie 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' onderzocht. Er wordt uitgegaan van immobiele verontreinigingen, waardoor kan worden volstaan met het nemen van grondmonsters. Indien daartoe aanleiding bestaat, zal aanvullend grondwateronderzoek worden uitgevoerd. Gezien de aanleiding en doelstelling van het onderzoek, en het ontbreken van specifieke indicaties voor PFAShoudende bronnen of toepassingen op het perceel, is besloten om geen PFAS-onderzoek uit te voeren. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Locatie Vml. luchtwasser

Aantal boringen Aantal peilbuizen 2 tot ± 0,5 m -mv 1 1 tot ± 2,0 m -mv Bestemmingswijziging 25 tot ± 0,5 m -mv 3 5 tot ± 2,0 m -mv Standaard NEN-pakket grond: • Lutum en organische stof • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • PCB's • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen • Minerale olie (C10-40)

Analyses grond 1 * standaard NEN-pakket 1 * Kjeldahl en sulfaat 5 * standaard NEN-pakket

Analyses water 1 * standaard NEN-pakket 1 * Kjeldahl en sulfaat -

Standaard NEN-pakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) • Minerale olie (C10-40)

MM25108

11

4.

RESULTATEN

4.1 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 08, 09-05-2025 en 11-07-2025 en op 28-07-2025 is de peilbuis bemonsterd. Op 12-01-2026 zijn de aanvullende veldwerkzaamheden uitgevoerd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, welke geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de onderzoeksprotocollen en de ligging van kabels en leidingen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN-EN-ISO 14688-1 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de olie/watertest (O/W-test) en is gelet op afwijkende kleur of geur van de bodem. In de vaste bodem is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring A02 A03 A04 A05 E01 E02 E04

Diepte boring (m -mv) 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00

Traject (m -mv) 0,20 - 0,50 0,15 - 0,50 0,10 - 0,50 0,10 - 0,50 0,08 - 0,15 0,08 - 0,15 0,00 - 0,50

Waargenomen bijzonderheden Uiterst puinhoudend Uiterst puinhoudend Uiterst puinhoudend Uiterst puinhoudend Volledig puin Volledig puin Volledig puin

Toelichting: Zintuiglijk is ter plaatse van de vermoedelijke restverontreiniging geen asbest(pulp) waargenomen.

Voor de geplaatste peilbuizen geldt dat het onderste gedeelte van de peilbuis (het peilfilter) is geperforeerd. Boven het filter is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand en/of storende laag, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is ingeschat. De peilbuis is direct na plaatsing afgepompt en na een wachttijd van minimaal een week is het grondwater bemonsterd. In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Locatie

Peilbuis

Vml. luchtwasser

C01

Filterstelling (m -mv) 2,00 - 3,00

Grondwaterstand (m -mv) 1,56

Zuurgraad (pH) 6.80

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 720

Troebelheid (NTU) 15

Toelichting: Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. De waarde van de troebelheid is verhoogd t.o.v. de natuurlijke achtergrondwaarde (tussen 0 en 10 NTU). Door deze hoge troebelheid kan een overschatting van organische parameters ten gevolg hebben.

MM25108

12

4.2 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. Bij het samenstellen van mengmonsters bedraagt de laagdikte waarover wordt gemengd in principe 0,5 meter; alleen bij een gelijke bodemkarakteristiek kunnen monsters worden gemengd over een grotere laagdikte. Verschillende grondsoorten (b.v. klei, zand en veen) mogen niet worden vermengd. De zintuigelijke waarnemingen geven geen aanleiding het analysepakket voor grond en grondwater uit te breiden. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek Locatie Grond(meng)monster Vml. luchtwasser C-MM01 Bestemmingswijziging

D-MM01

Bestemmingswijziging

D-MM02

Bestemmingswijziging

D-MM03

Bestemmingswijziging

D-MM04

Bestemmingswijziging

D-MM05

Locatie Vml. luchtwasser

Grondwatermonster C01

Verkennend asbestonderzoek Locatie Grond(meng)monster Erfverharding A-ASMM01

Vml. schuren

B-ASMM02

Vml. schuren

B-ASMM03

Bestemmingswijziging

D-ASMM01

Bestemmingswijziging

D-ASMM02

Bestemmingswijziging

D-ASMM03

Bestemmingswijziging

D-ASMM04

Bestemmingswijziging

D-ASMM05

Restverontreiniging?

E-ASMM01

MM25108

Samenstelling C01: 0.00 - 0.50, C02: 0.00 - 0.50, C03: 0.00 - 0.50 D01: 0.00 - 0.50, D02: 0.00 - 0.50, D03: 0.00 - 0.50, D04: 0.00 - 0.50, D05: 0.00 - 0.50, D06: 0.00 - 0.50, D07: 0.00 - 0.50, D08: 0.00 - 0.50, D09: 0.00 - 0.50 D10: 0.00 - 0.50, D11: 0.00 - 0.50, D12: 0.00 - 0.50, D13: 0.00 - 0.50, D14: 0.00 - 0.50, D15: 0.00 - 0.50, D16: 0.00 - 0.50, D17: 0.00 - 0.50 D18: 0.00 - 0.50, D19: 0.00 - 0.50, D20: 0.00 - 0.50, D21: 0.00 - 0.50, D22: 0.00 - 0.50, D23: 0.00 - 0.50, D24: 0.00 - 0.50, D25: 0.00 - 0.50, D26: 0.00 - 0.50 D02: 1.00 - 1.50, D02: 1.50 - 2.00, D07: 0.70 - 1.20, D07: 1.20 - 1.50, D09: 1.00 - 1.50 D13: 1.00 - 1.50, D14: 1.00 - 1.50, D19: 1.00 - 1.50, D19: 1.50 - 2.00, D23: 1.00 - 1.50 Samenstelling C01-1-1

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Analyse grond Standaard NEN-pakket Kjeldahl en sulfaat Standaard NEN-pakket

0,00 - 0,50

Standaard NEN-pakket

0,00 - 0,50

Standaard NEN-pakket

0,70 - 2,00

Standaard NEN-pakket

1,00 - 2,00

Standaard NEN-pakket

Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Analyse water Standaard NEN-pakket Kjeldahl en sulfaat

Samenstelling A02: 0.20 - 0.50, A02: 0.20 - 0.50, A03: 0.15 - 0.50, A03: 0.15 - 0.50, A04: 0.10 - 0.50, A04: 0.10 - 0.50, A05: 0.10 - 0.50, A05: 0.10 - 0.50 B01: 0.00 - 0.50, B02: 0.00 - 0.50, B03: 0.00 - 0.50, B04: 0.00 - 0.50, B05: 0.00 - 0.50 B06: 0.00 - 0.50, B07: 0.00 - 0.50, B08: 0.00 - 0.50, B09: 0.00 - 0.50, B10: 0.00 - 0.50 D01: 0.00 - 0.50, D02: 0.00 - 0.50, D03: 0.00 - 0.50, D04: 0.00 - 0.50, D05: 0.00 - 0.50 D07: 0.00 - 0.50, D08: 0.00 - 0.50, D09: 0.00 - 0.50, D10: 0.00 - 0.50 D13: 0.00 - 0.50, D14: 0.00 - 0.50, D15: 0.00 - 0.50, D16: 0.00 - 0.50 D17: 0.00 - 0.50, D19: 0.00 - 0.50, D20: 0.00 - 0.50, D21: 0.00 - 0.50 D23: 0.00 - 0.50, D24: 0.00 - 0.50, D25: 0.00 - 0.50, D26: 0.00 - 0.50 D23: 0.00 - 0.50, D24: 0.00 - 0.50, D25: 0.00 - 0.50, D26: 0.00 - 0.50

Traject (m -mv) 0,10 - 0,50

Analyse Asbest in puin

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in grond

0,00 - 0,50

Asbest in puin

13

4.3 Toetsing Omgevingswet Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten getoetst aan bijlage IIA van het Bal en bijlage B, tabel 1, Regeling Bodemkwaliteit 2022 (interventiewaarde bodemkwaliteit voor grond) en bijlage Vd van het Bkl (signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering voor grondwater). In onderstaand schema wordt de gebruikte terminologie voor grond weergegeven: Landbouw/natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd

Sterk verontreinigd

(interventiewaarde bodem)

De analyseresultaten zijn getoetst conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de analyseresultaten (de meetwaarden) zijn gecorrigeerd aan het in het laboratorium gemeten gehalte aan organische stof en lutum. Het is vooralsnog niet mogelijk grondwater conform de Omgevingswet te toetsen, in deze wordt tijdelijk de T13toetsing (beoordeling kwaliteit van grondwater volgens de Wbb) gehanteerd. 4.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters het gehalte in de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen zijn dan het aangetoonde gehalte in het betreffende mengmonster. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is de eindoordeel bodemkwaliteitsklasse van grond voor het toepassen op of in de landbodem met de beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit weergegeven. Locatie

Grond(meng)monster

Traject (m -mv)

Verhogingen

Vml. luchtwasser Bestemmingswijziging Bestemmingswijziging Bestemmingswijziging Bestemmingswijziging Bestemmingswijziging Locatie Vml. luchtwasser

C-MM01 D-MM01 D-MM02 D-MM03 D-MM04 D-MM05 Grondwatermonster C01

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,70 - 2,00 1,00 - 2,00 Traject (m -mv) 2,00 - 3,00

Gehalte >S Barium 97

Grond(meng)monster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde Kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur) Kwaliteitsklasse 'Wonen' = toepasbaar (functieklasse Landbouw/natuur - Wonen) Kwaliteitsklasse 'Industrie' = toepasbaar (functieklasse Wonen - Industrie) Kwaliteitsklasse ‘Matig verontreinigd’ = Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd Kwaliteitsklasse ‘Sterk verontreinigd’ = Niet toepasbaar en sterk verontreinigd

Eindoordeel kwaliteitsklasse Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Landbouw/natuur Gehalte >T -

Beoordeling interventiewaarde Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Gehalte >I -

Grondwatermonster: - = geen concentratie boven de betreffende normwaarde >S = streefwaarde (licht verontreinigd) >T = tussenwaarde (matig verontreinigd) >I = interventieaarde (sterk verontreinigd)

Toelichting: Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in de onderzochte grondmonsters geen overschrijdingen van de geldende normwaarden zijn vastgesteld. Voor Kjeldahl en sulfaat bestaan voor grond geen normwaarden. In het grondmengmonster is een gehalte van Kjeldahl 1300 mg N/kg d.s. en sulfaat 64 mg/kg d.s. aangetoond. In het grondwater is een gehalten van Kjeldahl 1,7 mg/l en sulfaat 290 mg/l aangetoond. Het is bekend dat in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden.

MM25108

14

4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. In de onderstaande tabel zijn resultaten opgenomen van de berekeningen van de asbestconcentratie van de op locatie verzamelde asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm. Tevens is in de tabel de totale asbestconcentratie opgenomen. Deze concentratie bevat de asbestconcentratie in de fractie > 20 mm (bepaald in het veld) met de asbestconcentratie in de fractie < 20 mm (bepaald in het laboratorium). Locatie

Berekende asbestconcentratie (fractie > 20 mm) mg/kg d.s. Erfverharding A-ASMM01 0,10 - 0,50 0 Vml. schuren B-ASMM02 0,00 - 0,50 0 Vml. schuren B-ASMM03 0,00 - 0,50 0 Bestemmingswijziging D-ASMM01 0,00 - 0,50 0 Bestemmingswijziging D-ASMM02 0,00 - 0,50 0 Bestemmingswijziging D-ASMM03 0,00 - 0,50 0 Bestemmingswijziging D-ASMM04 0,00 - 0,50 0 Bestemmingswijziging D-ASMM05 0,00 - 0,50 0 Restverontreiniging? E-ASMM01 0,00 - 0,50 0 *Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: geen asbest waargenomen.

MM25108

(Meng)monster

Traject (m -mv)

Asbestconcentratie (fractie < 20 mm) mg/kg d.s. <0,4* 4,4* 0,3* <0,3* <0,4* <0,6* 0,3* <0,3* <0,2*

Totale asbestconcentratie mg/kg d.s. <0,4 4,4 0,3 <0,3 <0,4 <0,6 0,3 <0,3 <0,2

15

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van de initiatiefnemer heeft Montferland Milieu B.V. een milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht aan de Mossendamsweg 4a te Ambt Delden (gemeente Hof van Twente). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een planologische procedure. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ter plaatse van boringen A02 tot en met A05 en E01, E02 en E04 is in de laag van 0,10 tot 0,50 m-mv uiterst puinhoudend materiaal waargenomen. ▪ De exacte locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank is niet bekend. ▪ In de bovengrond ter plaatse van de vml. luchtwasser is de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ vastgesteld. Er zijn geen verhoogde gehalten van verontreinigende stoffen aangetroffen. ▪ Het grondwater is licht verontreinigd met barium ▪ Voor zowel Kjeldahl-stikstof als sulfaat bestaan geen normwaarden voor grond. De gemeten gehalten in de grond (1300 mg N/kg d.s. en 64 mg/kg d.s.) liggen binnen de bandbreedte van natuurlijke bodems en zijn niet saneringsrelevant. In het grondwater is 1,7 mg/L Kjeldahl-N en 290 mg/L sulfaat aangetroffen. Het Kjeldahl-gehalte is laag.

Het sulfaatgehalte overschrijdt de drinkwater indicatieve waarde (250 mg/L), maar valt binnen waarden die in natuurlijke situaties in Nederland voorkomen. Er is daarom geen directe aanleiding om te spreken van bodemverontreiniging. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De vml. chemische luchtwasser kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd’ dient te worden verworpen. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. ▪ In zowel de boven- als ondergrond ter plaatse van de locatie waar de bestemming wijzigt van agrarisch naar wonen met een kleinschalig kampeerterrein is de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ vastgesteld. Er zijn geen verhoogde gehalten van verontreinigende stoffen aangetroffen. ▪ De tevoren gestelde hypothese ‘De locatie waar de bestemming wijzigt van agrarisch naar wonen met een kleinschalig kampeerterrein kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd’ wort aangenomen. Er is geen aanleiding voor een aanvullend grondwateronderzoek. ▪ Bij het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem/puin is geen asbest aangetroffen. In de fijne fractie van mengmonster B-ASMM02 is een gehalten van 4,4 mg/kg d.s aangetoond.

De mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. ▪ Zintuiglijk is ter plaatse van de vermoedelijke restverontreiniging geen asbest(pulp) waargenomen. ▪ In het onderhavige en eerdere bodemonderzoek op de bodemgevoelige locatie zijn geen verhoogde gehalten vastgesteld die een belemmering vormen voor het huidige of toekomstige gebruik. ▪ Uit milieukundig oogpunt is er dan ook naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen planologische procedure, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen directe risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. ▪ Wanneer toch tijdens eventuele graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met het bevoegd gezag worden overlegd.

Standaard slotopmerking: Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

MM25108

16

BIJLAGE 1: Topografische kaart

Topografische kaart

A4

PROJECTNAAM: Mossendamsweg 4a te Ambt Delden

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25108

GETEKEND: AEL DATUM: 26-8-2025

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 2: Kadastrale kaart met gegevens

Kadastrale kaart

Kadastraal object Kadastrale gemeente:

DDN01

Sectie:

A

Perceel:

2579 - 1688

A4

PROJECTNAAM: Mossendamsweg 4a te Ambt Delden

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25108

GETEKEND: AEL DATUM: 26-8-2025

BIJLAGE: 2

BIJLAGE 3: Situatietekening met monsternamepunten

Legenda Locatiegrens Bebouwing Reeds onderzocht Onderzoekslocatie asbest Saneringslocatie Visuele restverontreiniging Boring tot 0,5 m -mv Peilbuis Asbestgat Asbestgat + tot -0,5 m ongeroerd

A4

Situatietekening met mosnernamepunten PROJECTNAAM: Mossendamsweg 4a te Ambt Delden

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25108

GETEKEND: AEL DATUM: 26-8-2025

BIJLAGE: 1

Legenda Locatiegrens Bebouwing Bestemmingswijziging Saneringslocatie Asbestgat + boring ondiep Asbestgat + boring diep

A4

Situatietekening met mosnernamepunten PROJECTNAAM: Mossendamsweg 4a te Ambt Delden

SCHAAL:

PROJECTNUMMER: MM25108

GETEKEND: AEL DATUM: 24-2-2026

BIJLAGE: 1

BIJLAGE 4: Boorprofielen

A0 1

klinker / cm t ov m aaiveld

0

A0 5 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

ow: geen -8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

50 t ype dat um boorm eest er x y

1 2 50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, schep

-20

g r on d b or in g 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 8 7 .5 6 4 7 4 2 6 7 .7 5

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

-10

A0 2

klinker / cm t ov m aaiveld

ow: geen, uit erst puin, m at ig zand, ram gut s

100 -50

0

0

t ype dat um boorm eest er x y

-50

in sp e ct ie g a t 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 1 2 .9 7 4 7 4 2 8 8 .3 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, ram gut s -70

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

ow: geen 1 2 50

0

ow: geen

-100

A0 6

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, schep

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

ow: geen -20

ow: geen, uit erst puin, m at ig zand, ram gut s

100 t ype dat um boorm eest er x y

-8 50

-50

in sp e ct ie g a t 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 6 8 .3 4 4 7 4 2 7 4 .1 9

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, ram gut s -100

A0 3

klinker / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

t ype dat um boorm eest er x y

-20

g r on d b or in g 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 2 8 4 .8 7 4 7 4 2 7 3 .2 2

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -50

A0 7 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

ow: geen 1 2 50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, schep ow: geen, uit erst puin, m at ig zand, ram gut s

100

-50

in sp e ct ie g a t 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 4 1 .3 8 4 7 4 2 7 3 .3 1

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

50 -15

t ype dat um boorm eest er x y

0

ow: geen

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, ram gut s

t ype dat um boorm eest er x y

-20

g r on d b or in g 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 0 4 .0 5 4 7 4 2 5 0 .9 5

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -50

A0 8

-100

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

ow: geen

A0 4

-8

klinker / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

50

ow: geen 1 2 50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, schep -10

ow: geen, uit erst puin, m at ig zand, ram gut s

100 t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 4 2 .5 2 4 7 4 2 9 1 .5 4

-20

g r on d b or in g 0 9 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 3 2 .5 8 4 7 4 2 5 2 .4 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -50

B0 1

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, ram gut s

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

-70

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

50 -100

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

t ype dat um boorm eest er x y

M osse n d a m sw e g 4 a t e Am b t D e ld e n MM25108 N EN 6 6 9 3

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep -50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 2 8 .4 5 4 7 4 2 9 9 .3 1

B0 2

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

B0 7 0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

1 -50

50

-100

t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an 100 t ype dat um boorm eest er x y

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 1 2 .1 3 4 7 4 3 0 0 .8 0

gazon / cm t ov m aaiveld

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

-50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 0 1 .3 0 4 7 4 2 9 6 .3 9

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

-50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 1 7 .7 9 4 7 4 2 9 2 .5 6

gazon / cm t ov m aaiveld 1

gazon / cm t ov m aaiveld 1

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

-50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 2 9 .5 9 4 7 4 2 9 1 .3 0

B0 6

gazon / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

-50

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -70

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an -100

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 0 1 .7 4 4 7 4 2 7 7 .5 8

B1 0

B0 5

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 2 6 .9 3 4 7 4 2 7 7 .9 9

t ype dat um boorm eest er x y

M osse n d a m sw e g 4 a t e Am b t D e ld e n MM25108 N EN 6 6 9 3

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50

0

0

100

gazon / cm t ov m aaiveld 1

gazon / cm t ov m aaiveld 1

t ype dat um boorm eest er x y

-50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 2 9 9 .0 0 4 7 4 2 8 4 .9 2

B0 9

B0 4

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

0

t ype dat um boorm eest er x y

gazon / cm t ov m aaiveld 1

1

t ype dat um boorm eest er x y

-50

B0 8

B0 3

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 1 0 .8 4 4 7 4 2 8 2 .4 9

0

0

t ype dat um boorm eest er x y

gazon / cm t ov m aaiveld

0

0

zand, zeer fijn, uit erst silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, sporen puin, schep -50

in sp e ct ie g a t 0 8 -0 5 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 3 1 8 .9 2 4 7 4 2 7 1 .0 2

C0 1

1

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

D02 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

50

50

100

-50 2 100

-150

150

-200

200

250

250

300

-300

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, rest en veen, zuigerboor 200

200

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -100

3 150

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

-70

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, edelm an

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, zuigerboor

300

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 1 -0 7 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 4 0 2 .2 8 4 7 4 2 1 5 .9 2 1 .5

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 5 0 8 .4 6 4 7 4 2 3 4 .0 3 1

D03 0

C0 2

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 7 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 4 1 4 .3 3 4 7 4 2 1 3 .6 7

gras / cm t ov m aaiveld 1

50

-50

g r on d b or in g 1 1 -0 7 -2 0 2 5 H . W issin k 2 3 9 4 0 8 .5 8 4 7 4 2 1 3 .6 2

D01

gras / cm t ov m aaiveld

0

-50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 M osse n d a m sw e g 4 a t e Am b t D e ld e n MM25108 N EN 6 6 9 3

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 8 6 .1 5 4 7 4 2 3 6 .2 6

D05

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 9 6 .8 6 4 7 4 2 4 9 .4 9

onderzoek project code get ekend conform

50 t ype dat um boorm eest er x y

gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

0

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 5 0 1 .5 3 4 7 4 2 1 9 .1 2

D04

C0 3

0

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

0

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 7 1 .3 9 4 7 4 2 5 3 .2 5

-50

D06

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50 t ype dat um boorm eest er x y

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

D07

gras / cm t ov m aaiveld

2

3

100

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

-50

D12

gras / cm t ov m aaiveld 1

50

D08

gras / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

t ype dat um boorm eest er x y

-50

D13

gras / cm t ov m aaiveld

0

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 5 0 .3 9 4 7 4 2 3 3 .5 1

50

-50

D09

100

gras / cm t ov m aaiveld

0

3

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 150

geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

-50 2 100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -100

3

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

150

-150

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 4 8 .2 9 4 7 4 2 5 6 .1 9 1

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 M osse n d a m sw e g 4 a t e Am b t D e ld e n MM25108 N EN 6 6 9 3

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -100

0

11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow:

onderzoek project code get ekend conform

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep 2

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

g r on d b or in g 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 1 6 .9 0 4 7 4 2 4 1 .8 0

-50

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

g r on d b or in g 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 2 6 .8 7 4 7 4 2 2 1 .7 5

0

0

t ype dat um boorm eest er x y

t ype dat um boorm eest er x y

-150

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 7 4 .8 6 4 7 4 2 2 2 .2 7 1

50

gras / cm t ov m aaiveld

0

50 -50

-70 4

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 1 6 .9 0 4 7 4 2 5 8 .8 1

1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

150

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

D11 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

gras / cm t ov m aaiveld

0

50 -50

g r on d b or in g 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 6 7 .0 9 4 7 4 2 3 7 .3 9

0

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

D10 0

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor -150

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 0 2 .8 3 4 7 4 2 2 8 .3 6 1

D14

gras / cm t ov m aaiveld

0

D19 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

gras / cm t ov m aaiveld

0

50 -50

2 100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an

100 3

-150

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 9 3 .6 9 4 7 4 2 5 6 .6 1 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an -100

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

150 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

-50 2

-100 3

zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

150 4 200

250

D15

gras / cm t ov m aaiveld

0

D20

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

D21

gras / cm t ov m aaiveld

0

geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 4 3 .1 9 4 7 4 2 3 8 .0 2

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 7 9 .4 1 4 7 4 2 2 0 .9 1

D22

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

D18

50

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep -50

g r on d b or in g 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 6 9 .7 5 4 7 4 2 3 8 .9 7

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 3 6 .6 8 4 7 4 2 2 7 .3 1

0

11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow:

50

t ype dat um boorm eest er x y

0

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 8 7 .2 9 4 7 4 2 3 2 .1 4

D17

t ype dat um boorm eest er x y

gras / cm t ov m aaiveld zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

gras / cm t ov m aaiveld

0

t ype dat um boorm eest er x y

-250

p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 5 6 .7 3 4 7 4 2 2 3 .8 5 1

0

D16

50

t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 8 1 .5 1 4 7 4 2 4 4 .0 1

0

t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50 t ype dat um boorm eest er x y

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

M osse n d a m sw e g 4 a t e Am b t D e ld e n MM25108 N EN 6 6 9 3

t ype dat um boorm eest er x y

g r on d b or in g 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 5 6 .6 3 4 7 4 2 3 8 .8 6

0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep -50

D23

gras / cm t ov m aaiveld

0

E0 1 0

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig 11 duplo hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, sporen bakst een, brokken klei, schep

50

klinker / cm t ov m aaiveld

0

11 duplo 50

-8

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal beige, crem e, ow: geen, schep

-50 2 100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, bruin, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal beige, grijs, ow: geen, rest en veen, zuigerboor

150 t ype dat um boorm eest er x y gws (m -m v)

-15

ow: geen, volledig puin, ram gut s -100

3

-150

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 6 3 .9 8 4 7 4 2 5 6 .0 8 1

100 t ype dat um boorm eest er x y

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 4 4 2 .3 7 4 7 4 2 6 5 .7 1

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal beige, bruin, ow: geen, edelm an -100

E0 2

klinker / cm t ov m aaiveld

0

D24

t ype dat um boorm eest er x y

50

gras / cm t ov m aaiveld

-15

ow: geen, volledig puin, ram gut s 100

-50

in sp e ct ie g a t 1 2 -0 1 -2 0 2 6 H . W issin k 2 3 9 3 5 0 .1 2 4 7 4 2 5 0 .4 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4289/documents/59943