CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

05 TAM-omgevingsplan Herikerweg ong. Markelo Bijlage - Bodemonderzoek.pdf

Gemeenteraad 14 april 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 11: TAM omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22 t Herikerweg ong Markelo33.776 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Herikerweg 31 - Markelo

Opdrachtgever: Zonneperceel V BV Locatie: Herikerweg 31 7475 TS Markelo Juli 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Herikerweg 31 - Markelo

Opdrachtgever: Zonneperceel V BV Postbus 58 7450 AB Holten Locatie: Herikerweg 31 7475 TS Markelo Projectcode: 21037816 Rapportagedatum: 15 juli 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 4

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

5 5 6 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

10 10 10 13 14 15 15

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

16

6

Literatuur en bronvermelding

18

2

3

4

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, september 1995 Boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel, december 2002 Boorplan aanvullend bodemonderzoek Van der Poel, maart 2004 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten en toetsing asbestanalyses V Informatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Zonneperceel V BV op een terrein aan de Herikerweg 31 in Markelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verkoop en mogelijke herontwikkeling van het terrein. Het bodemonderzoek dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er enkele verdachte deellocaties op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (een bovengrondse dieseltank en een asbestverdachte druppelzone). Verder is de bovengrond van de onderzoekslocatie verdacht voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater.

De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in juni en juli 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 1 van 18

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Herikerweg 31, op circa 2.4 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Markelo. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 233.040 en y = 474.996 en is kadastraal bekend als: gemeente Markelo, sectie N, nummers 774 en 1596. De Herikerweg bevindt zich ten noordoosten en de Rijssenseweg bevindt zich ten noordwesten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard met asfalt, klinkers en tegels. Op het noordelijke deel is een tennisbaan met een betonvloer aanwezig. Onderzoekslocatie In het kader van de geplande verkoop en mogelijke herontwikkeling van het terein is een bodemonderzoek noodzakelijk. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard en omvat circa 24000 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen weergegeven: - Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, september 1995; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel, december 2002; - Boorplan aanvullend bodemonderzoek Van der Poel, maart 2004; - Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021. 2.2

Vooronderzoek

In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de gemeente Hof van Twente, daarbij is de volgende informatie verzameld: - de onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (maatschappelijke) bestemming; - vanaf circa 1600 was op de onderzoekslocatie reeds een boerderij aanwezig en vanaf 1965 was het terrein in gebruik als camping. Vanaf 1990 is de locatie in gebruik geweest als asielzoekerscentrum (AZC Klompjan). Momenteel staan de gebouwen leeg; - centraal op de onderzoekslocatie is een bovengrondse dieseltank van 750 liter in een lekbak in een voormalige werkplaats aanwezig. Verder is er voor zover bekend op de huidige onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - Ter plekke van de reeds gesloopte bebouwing op het oostelijke deel van het terrein is een vetafscheider aanwezig geweest en centraal op het terrein is een fietsenreparatiewerkplaats aanwezig geweest. In een eerder uitgevoerd onderzoek (De Bondt, september 1995) zijn ter plekke geen verontreinigingen aangetoond.

Op het terrein direct ten zuidoosten (met huisnummer 25) is een “brand”container aanwezig geweest. Ter plekke van de container is in een eerder uitgevoerd onderzoek (Van der Poel, 2002) in eerste instantie een sterk verhoogd minerale olie gehalte aangetoond in de bodem. Tijdens het nader bodemonderzoek bleek dat de olieverontreiniging geen ernstig geval van bodemverontreiniging betreft. Verder is voor zover bekend de onderzoekslocatie nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is het de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 2 van 18

- uit de asbestinventarisatie van Kruse Milieu BV van 2 juli 2021 met projectnummer 21037791 is gebleken dat er asbesthoudende golfplaten op het dak van de fietsenschuur liggen. Het hemelwater watert aan de westzijde af op onverharde bodem, hierdoor is er sprake van een asbestverdachte druppelzone (deellocatie B). Voor zover bekend bevinden zich verder geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - Vanwege de ouderdom van het erf wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie beschouwd als verdacht voor zware metalen, PAK en asbest. - er zijn op de onderzoekslocatie en in de nabije omgeving eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Deze worden op de volgende pagina toegelicht. De Bondt, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 31 in Markelo, d.d. 11 september 1995 met projectnummer 95.2001.09 De aanleiding van het bodemonderzoek was het vastleggen van de nulsituatie welke de gehele huidige onderzoekslocatie overlapt. Uit de analyseresultaten bleek ter plekke van de huidige onderzoekslocatie het volgende: Ter plekke van de dieseltank zijn in de ondergrond en in het grondwater geen verontreinigingen aangetoond. Ter plekke van de fietsenreparatiewerkplaats zijn in de bovengrond geen verontreinigingen aangetoond.

Ter plekke van de vetvangput is in het grondwater een verhoogd chloride-gehalte aangetoond en zijn geen gehalten aan VOCL aangetoond. Op het overige terrein zijn in de bovengrond plaatselijk een licht verhoogd PAKgehalte aangetoond, in de ondergrond een verhoogd EOXgehalte aangetoond en zijn in het grondwater licht verhoogde gehalten aan koper, zink, matig verhoogde gehalten aan cadmium en chroom en sterk verhoogde gehalten aan kwik aangetoond. Van der Poel, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 25 te Markelo, d.d 1 december 2002 met projectnummer 1.211.387 Het bodemonderzoek ter plekke van de “brand’container op het terrein direct ten zuidoosten van de huidige onderzoekslocatie heeft plaatsgevonden in het kader van de BSB. Uit de analyseresultaten bleek het volgende: Plaatselijk zijn tot 1,0 m-mv brandstofgeuren waargenomen. In de bovengrond is plaatselijk een licht tot sterk verhoogd gehalte aan minerale olie aangetroffen. De provincie Overijssel eist in de brief van 23 september 2003 met kenmerk WB/2003/4714 een nader bodemonderzoek naar de mate en de omvang van de waargenomen olieverontreiniging. Van der Poel, briefrapportage aanvullend bodemonderzoek Herikerweg 25 te Markelo, d.d.

29 maart 2004 met projectnummer 1.211ao.387 Uit de resultaten van het aanvullende onderzoek ter plekke van de minerale olie verontreiniging van de brandcontainer bleek dat er geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In de bovengrond, de ondergrond en in het grondwater zijn geen veronterinigingen aangetroffen. Van der Poel, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 31 in Markelo, d.d. 12 maart 2004 met projectnummer 1.402.047 De aanleiding van het bodemonderzoek was de ontmanteling van het asielzoekerscentrum, welke de gehele huidige onderzoekslocatie overlapt. Uit de analyseresultaten ter plekke van de huidige onderzoekslocatie bleek het volgende: In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd cadmiumgehalte en een matig verhoogd gehalte een cresolen aangetoond. Op het overige terrein zijn in het grondwater licht verhoogde gehalten aan arseen en cadmium en matig verhoogde gehalten aan arseen en cresolen aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 3 van 18

2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 13 meter boven NAP; - tot circa 33 meter diepte is een zandpakket van de formaties Drente, Urk, Peize, Waalre en Oosterhout aanwezig. Het doorlatend vermogen is circa 25 - 500 m²/dag; - vanaf circa 33 meter is een ondoorlatende basis met klei aanwezig van de formaties Breda, Rupe en Van Dongen; - de grondwaterspiegel bevindt zich op circa 2.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in noordwestelijke richting; - op circa 600 meter ten zuiden bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied Herikerberg en op circa 3 kilometer ten zuidoosten bevindt zich het grondwaterbeschermingsgebied ; - op circa 300 meter ten zuiden van de huidige onderzoeksstroomt de Holtdijksbeek; - de invloed van de grondwaterbeschermingsgebieden en de watergang op het freatische grondwater is bij ons bureau niet bekend.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 4 van 18

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de norm NEN5740 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Te herontwikkelen terrein (24000 m2) Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie als verdacht voor zware metalen, PAK en asbest beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 (VED-HE) en NEN5707 (VED-HE) wordt voor de bovengrond gebruikt. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater op de locatie gebruikt.

De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. De drie strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank (50 m2) De locatie van de bovengrondse dieseltank wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Deellocatie B: Druppelzone B (circa 5 m2) De druppelzone wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzone gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem.

Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 5 van 18

- in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Te herontwikkelen terrein (24000 m2) Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 24000 m² worden in totaal 41 inspectiegaten verricht met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. De gaten worden gecodeerd als 11 tot en met 41. Zeven inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie worden drie diepe boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuizen. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank (50 m2) Ter plaatse van de dieseltank worden 3 boringen verricht tot 1.0 meter minus maaiveld. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters wordt één diepe boring overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis.

Deellocatie B: Druppelzone B (circa 5 m2) Bij een druppelzone kleiner dan 10 m2 dienen 2 inspectiegaten te worden gegraven. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Alleen de toplaag tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd. De resultaten worden derhalve getoetst aan de interventiewaarde. Van elk monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in dit verkennend onderzoek 17 grondmengmonsters (waarvan 7 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en er worden 7 grondwatermonsters genomen.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 6 van 18

De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per (meng)monster. Monster

Analysepakket Te herontwikkelen terrein

Bovengrond (7x) Ondergrond (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organisch stof, lutum en droge stof

Bovengrond (7x)

Asbest en droge stof

Grondwater (3x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie A: bovengrondse dieseltank

Bovengrond (A - BG)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (PB A1)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid. Deellocatie B: Druppelzone B

Toplaag (MM FF - B)

Asbest en droge stof

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 7 van 18

streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.

Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van eventuele asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 8 van 18

Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 9 van 18

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in juni en juli 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, R. Veltmaat en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). De veldwerkers zijn geassisteerd door de heer L. Haverkort. Te herontwikkelen terrein (24000 m2) Er zijn op 24, 25, 29 en 30 juni 2021, na maaiveldinspectie, in totaal 41 inspectiegaten gegraven. Hiervan zijn 7 inspectiegaten met behulp van een Edelmanboor verdiept tot 2.0 m-mv en zijn er 3 inspectiegaten met behulp van een zuigerboor afgewerkt met peilbuizen (PB 1, 2 en 3). Ter plekke van de inspectiegaten 11 en 40 is tot 0.15 meter diepte, in inspectiegat 28 is van 0.15 - 0.3 m-mv en in inspectiegat 37 is van 0.3 - 0.45 m-mv puingranulaat aangetroffen. Deellocatie A: Bovengrondse dieseltank (50 m2) Op 24 juni 2021 zijn 3 boringen tot 1.0 m-mv verricht, waarvan boring A1 met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor is verdiept en afgewerkt met een peilbuis. Ter plekke van boring A3 is beton tot circa 0.05 m-mv aangetroffen. Er is zintuiglijk geen minerale olie waargenomen in de grond of in het grondwater (geen oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocatie B: Druppelzone B (circa 5 m2) Op 24 juni 2021 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 2 inspectiegaten gegraven tot 0.8 m-mv.

Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, planten, bomen, struiken, tegels, klinkers en beton, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren matig (goed zicht, veel neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig en zwak humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer-en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld of in de bodem waargenomen. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de (meng)monsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 10 van 18

De funderingslagen (puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek, omdat deze lagen niet aan de definitie bodem voldoen. Het opgeboorde materiaal is wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Te herontwikkelen terrein BG - 01

10, 12 en 1416

0.15 - 0.5 0.1 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG - 02

9, 20 en 21 19

0.2 - 0.5 0.1 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG - 03

1 en 17 11 en 23

0 - 0.5 0.15 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG - 04

3 26 28 32

0 - 0.5 0.2 - 0.5 0.07 - 0.15 0.07 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG - 05

7 24, 29 en 30

0 - 0.3 0 - 0.4

NEN5740standaardpakket

BG - 06

33, 34, 35 en 37

0 - 0.5

NEN5740standaardpakket

BG - 07

4 en 39 5 38

0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.45

NEN5740standaardpakket

OG - 01

6 9 9 10 10

0.5 - 1.0 0.5 - 1.0 1.5 - 2.0 0.5 - 1.0 1.0 - 1.5

NEN5740standaardpakket

OG - 02

1 4 4 7 7 8

1.7 - 2.0 0.8 - 1.3 1.3 - 1.8 0.3 - 0.8 1.7 - 2.0 0.4 - 0.9

NEN5740standaardpakket

OG - 03

2 2 2 3 5 8

0.25 - 0.75 0.75 - 1.0 1.15 - 1.65 0.6 - 0.9 1.5 - 2.0 1.4 - 1.9

NEN5740standaardpakket

MM FF - 01

10, 12, 13, 14 15 en 16

0.15 - 0.5 0.1 -0.5

Asbest

MM FF - 02

6, 10 9, 20, 21 en 22

0.15 - 0.5 0.2 - 0.5

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 11 van 18

Vervolg tabel 2: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

Te herontwikkelen terrein MM FF - 03

1, 17 en 18 11 en 23 28

0 - 0.5 0.15 - 0.5 0.3 - 0.5

Asbest

MM FF - 04

7 8 en 24 25 26 en 27

0 - 0.3 0 - 0.4 0 - 0.5 0.2 - 0.5

Asbest

MM FF - 05

2 29, 30 en 31 32 33

0.09 - 0.25 0 - 0.4 0.07 - 0.5 0 - 0.5

Asbest

MM FF 06

3, 34, 35, 36 37 41

0 - 0.5 0 - 0.3 0 - 0.4

Asbest

MM FF - 07

4, 39 5 38 40

0 - 0.4 0 - 0.5 0 - 0.45 0.15 - 0.5

Asbest

Deellocatie A: bovengrondse dieseltank A - BG

A1 A2 en A3

0.05 - 0.25 0.05 - 0.3

NEN5740standaardpakket

Deellocatie B: Druppelzone B MM FF - B

B1 en B2

0 - 0.1

Asbest

De inspectiegaten 1, 2, 3 en A1 zijn doorgezet tot respectievelijk 4.2 m-mv, 4.3 m-mv en 4.0 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVCpeilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 6 juli 2021 zijn de peilbuizen (PB 1, PB 2, PB 3 en PB A1) bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 12 van 18

Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

Troebelheid Toestroming EC (NTU) (μS/cm)

Te herontwikkelen terrein PB 1

3.20 - 4.20

2.55

6.7

450

18

Goed

PB 2

3.20 - 4.20

2.65

6.6

110

73

Goed

PB 3

3.30 - 4.30

2.60

6.9

190

104

Goed

90

Goed

Deellocatie A: bovengrondse dieseltank PB A1

3.00 - 4.00

2.50

6.9

80

De waarden voor de pH en de EC worden als normaal beschouwd. In alle grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG - 06 en BG - 07) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 3) zijn lichte verontreinigingen aangetoond, deze zijn weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG - 01, BG - 02, BG - 03, BG - 04 en BG - 0 5), de ondergrond (OG - 01, OG - 02 en OG - 03) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Tabel 4: Verhoogde concentratie (μg/l). Monster

Component

Gemeten Concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

Te herontwikkelen terrein BG - 06

PAK

2.1

2.125 *

1.5

40

BG - 07

PCB

0.0073

0.0243 *

0.02

1.0

PB 1

Barium Cadmium Zink

140 0.91 240

140 * 0.91 * 240 *

50 0.4 65

625 6.0 800

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 13 van 18

Vervolg tabel 4: Verhoogde concentratie (μg/l). Monster

Component

Gemeten Concentratie

GSSD

Streefwaarde

Interventiewaarde

Te herontwikkelen terrein PB 2

Barium Zink

170 230

170 * 230 *

50 65

625 800

PB 3

Barium Molybdeen Zink

140 7.2 75

140 * 7.2 * 75 *

50 5.0 65

625 300 800

190

5000

Deellocatie A: bovengrondse dieseltank A - BG

Minerale olie

130

650 *

In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan of S; * concentratie groter dan of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er lichte verontreinigingen in het grondwater aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Te herontwikkelen terrein Bovengrond - BG - 06 en BG - 07 - PAK of PCB De zeer licht verhoogde gehalten aan PAK en PCB zijn op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1, PB 2 en PB 3 - Barium, cadmium en zink De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarde niet overschrijden, is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Deellocatie A: bovengrondse dieseltank Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor het licht verhoogde gehalte wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk.

De dieseltank (deellocatie B) heeft een aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 14 van 18

4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 5 weergegeven. Tabel 5: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Inspectiegat

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Interventiewaarde

Te herontwikkelen terrein MM FF 01

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 02

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 03

Asbest

5.0

50

100

MM FF - 04

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 05

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 06

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 07

Asbest

5.0

50

100

50

100

Deellocatie B: Druppelzone B MM FF - B

Asbest

n.a.

In de derde kolom van tabel 5 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is in de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF 01, MM FF - 02, MM FF - 04, MM FF - 05, MM FF - 06 en MM FF - B geen asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 03 en MM FF - 07 is asbest aangetoond, maar zijn de gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 15 van 18

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Zonneperceel V BV is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 24000 m² aan de Herikerweg 31 in Markelo. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en deels verhard met asfalt, tegels en klinkers. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande verkoop en mogelijke herontwikkeling van het terrein. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er enkele verdachte deellocaties op de onderzoekslocatie aanwezig zijn (een bovengrondse dieseltank en een asbestverdachte druppelzone). Verder is de onderzoekslocatie verdacht voor zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 3 boringen verricht en zijn er 43 inspectiegaten gegraven, waarvan 4 boringen zijn doorgezet in de diepere ondergrond en afgewerkt met peilbuizen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig en zwak humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer-en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen.

Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld, in het puingranulaat of in de bodem waargenomen. Het freatische grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 2.60 m-mv. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Te herontwikkelen terrein - de bovengrond (BG - 01, BG - 02, BG - 03, BG - 04 en BG - 0 5) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG - 06) is zeer licht verontreinigd met PAK; - de bovengrond (BG - 07) is zeer licht verontreinigd met PCB; - de ondergrond (OG - 01, OG - 02 en OG - 03) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium, cadmium en zink; - het grondwater (PB 2) is licht verontreinigd met barium en zink; - het grondwater (PB 3) is (zeer) licht verontreinigd met barium, molybdeen en zink. - in de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 04, MM FF - 05 en MM FF - 06 is geen asbest aangetoond. - in de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 03 en MM FF - 07 is asbest aangetoond, maar zijn de gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: bovengrondse dieseltank - de bovengrond (A - BG) is licht verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd met minerale olie of BTEXN.

Deellocatie B: Druppelzone B - In het mengmonster van de fijne fractie van MM FF - B is geen asbest aangetoond. Hypothese De hypothese "verdachte locatie" voor het te ontwikkelen terrein dient te worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 16 van 18

De hypothese "onverdachte locatie" ter plekke van het grondwater dient te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte asbestlocatie" voor het te ontwikkelen terrein kan worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. De hypothese "verdachte asbestlocatie" ter plekke de druppelzone B kan worden verworpen aangezien er geen asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG - 06 en BG - 07) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 3) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG - 01, BG - 02, BG - 03, BG - 04 en BG - 05), de ondergrond (OG - 01, OG - 02 en OG - 03) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 04, MM FF - 05, MM FF - 06 en MM FF - B is geen asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 03 en MM FF - 07 is asbest aangetoond, maar zijn de gehalten ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De dieseltank (deellocatie B) heeft een aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit.

Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen verkoop en ontwikkelingsplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 17 van 18

6

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Tubbergen Kruse Milieu BV, asbestinventarisatie woonboerderij met bijgebouwen aan de Herikerweg 31 te Markelo, d.d. 2 juli 2021 met projectnummer 21037791 De Bondt, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 31 in Markelo, d.d. 11 september 1995 met projectnummer 95.2001.09 Van der Poel, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 25 te Markelo, d.d 1 december 2002 met projectnummer 1.211.387 Van der Poel, briefrapportage aanvullend bodemonderzoek Herikerweg 25 te Markelo, d.d. 29 maart 2004 met projectnummer 1.211ao.387 Van der Poel, verkennend bodemonderzoek Herikerweg 31 in Markelo, d.d.

12 maart 2004 met projectnummer 1.402.047 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 D, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief Kruse Milieu BV www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 21037816

Pagina 18 van 18

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, september 1995 Boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel, december 2002 Boorplan aanvullend bodemonderzoek Van der Poel, maart 2004 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juli 2021

Herikerweg 31 in Markelo

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 21037816 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 D

Zonneperceel V BV Herikerweg 31 7475 TS Markelo Verkennend bodemonderzoek

14

eg w e ns e jss Ri

10

15

bos

16 He rik er we g

13 20

9

12 tennisbanen

1

17

11

bos

bos

19

21 Trafo

22

18

23 B2 B1

26

asf

alt

6 34

33 28 8

29

A1 A2 gras

26

as fal t

35 A3

asfalt

24

36

27

31

32 41

2

25

bos

3 asfalt

7 30

37 40

31

38

gras

5

27 39

zonnepark (in aanbouw)

= Kadastrale grens = Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

4 0

50

Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Veldwerker: JH/RV/NP

Projectcode Schaal Datum

0546 - 639663 www.krusegroep.nl Tekenaar: JL

: 21037816 : 1:1000 (A3-formaat) : Juli 2021

Bijlage II Boorstaten

1

1

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0 1

2

1 0

31x34cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht bruin, grijs, m at ig wort els

50 2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, bruin

3

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs

4

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs

5

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs, geel, sporen roest

klinker / cm t ov m aaiveld

0 1

-50

50

-100

100

2

3 100

-25

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, grijs

5

zand, uit erst fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht beige, rood, ext reem hard

6

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht geel, rood, zwak oer

150

-115 -170

200

-9

30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig grindig, licht bruin, bruin, sporen wort els, brokken oer, zwak t eelaarde, geroerd

-100 -140

150

4

0

200

7

-165

zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer -190

-240

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht grijs

250

250

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht groen, rood, m at ig oer -260

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs 300

300

320

320 350

350

400

400

420

-420

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 9 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r ik e r w e g 3 1 - M a r k e lo 21037816 N EN 5 1 0 4

420

-420

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 2 9 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er J. H a r t m a n

3

1

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

5 0

32x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, schep

50

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

30x32cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs, schep, geen asbest geen gf

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, geel, sporen roest , edelm an

50

-50

-60 2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, edelm an

3

zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal beige, roest bruin, zwak roest , edelm an

-90 100

0

100 3 -140

150 4

zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, edelm an

150

-150 4

200

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, groen, m at ig roest , edelm an

200

250

-250

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, uit erst grof, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, edelm an -270

300

6

zand, zeer grof, zwak silt ig, neut raal grijs, zuigerboor handm at ig

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

330

0

schep, bladeren -15

350

1 50

34x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 13.0%, neut raal grijs, bruin, schep, geen asbest geen gf

2

400

-50 430

-430

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige, sporen roest , edelm an

100 3 150

-160 4 200

4

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, schep, geen asbest geen gf

2

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, geel, sporen roest , edelm an

3

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, grijs, sporen roest , edelm an

0

7

-80

150

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-40

50

100

zand, uit erst fijn, st erk silt ig, m at ig grindig, donker beige, sporen roest , edelm an

1

50 4

200

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

gras / cm t ov m aaiveld

0

100

2

31x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, m at ig hum eus, bv: 17.0%, donker bruin, schep, geen asbest geen gf

0

-30

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, zwak roest , edelm an

3 -120

150

4

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, roest bruin, m at ig roest , edelm an

5 200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r ik e r w e g 3 1 - M a r k e lo 21037816 N EN 5 1 0 4

-200

8

gras / cm t ov m aaiveld

0 1

34x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige, schep, geen asbest geen gf

2

zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal beige, geel, zwak roest , edelm an

11 0

3

-15

1

-90 100

0

30x30cm , ham erend boorsyst eem , puingranulaat geen asbest -40

50

puin / cm t ov m aaiveld

0

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, edelm an

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

12

150 4

30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, m at ig grindig, licht beige, sporen roest , schep -50

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

0

schep, bladeren 200

-15

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

9

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

1

13

0

schep, bladeren -20 1 50

35x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 16.0%, neut raal beige, schep, geen asbest geen gf

0

schep, bladeren -15

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an

1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

100 3 150

-50

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

-50 2

32x31cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 13.0%, neut raal beige, bruin, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf

32x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 13.0%, neut raal beige, bruin, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf -50

-150 4

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, sporen roest , edelm an

200

14 -200

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

0

schep, bladeren t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-15 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

10

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

30x31cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 12.0%, neut raal beige, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf

-50

0

schep, bladeren -15 1 50 2 100

31x34cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 11.0%, licht beige, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

schep, bladeren -10

-50

zand, zeer grof, zwak silt ig, licht beige, edelm an, -100

3

15 0

zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige, edelm an

1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

150

30x30cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 12.0%, neut raal beige, bruin, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf -50

4 200

16

-200

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

-10 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 4 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r ik e r w e g 3 1 - M a r k e lo 21037816 N EN 5 1 0 4

0

schep, bladeren 32x32cm , zand, zeer grof, zwak silt ig, bv: 13.0%, neut raal beige, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf

-50

17

braak / cm t ov m aaiveld

0 1

23 0

32x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , schep, geen asbest geen gf

50

-15 1 -50

18 1

50

30x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, schep, geen asbest geen gf -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

braak / cm t ov m aaiveld

24 0

gras / cm t ov m aaiveld

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak roest , schep

50

0

schep, bladeren

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

1 -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0

33x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 15.0%, donker bruin, beige, schep, geen asbest geen gf -40

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak roest , edelm an -50

19

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

25 0

gras / cm t ov m aaiveld

0

schep, bladeren -10 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

20

32x32cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 11.0%, neut raal bruin, beige, schep, geen asbest geen gf -50

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

1 50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

26 0

t egel / cm t ov m aaiveld

0

schep, bladeren

50

35x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 16.0%, neut raal beige, schep, geen asbest geen gf

-4 2 50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0

1 -20

1

0

30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, beige, schep, geen asbest geen gf

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, schep, geen asbest geen gf ophoogzand -20

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, schep, geen asbest geen gf -50

21

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

27 0

t egel / cm t ov m aaiveld

0

schep, bladeren -20 1 50

34x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 12.0%, neut raal beige, schep, geen asbest geen gf

-4 2 50

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0

1

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, schep, geen asbest geen gf ophoogzand -20

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, schep, geen asbest geen gf -50

22

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0

28 0

klinker / cm t ov m aaiveld

0

schep, bladeren -20 1 50

31x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, bv: 13.0%, neut raal beige, bruin, schep, geen asbest geen gf

t ype in sp e ct ie g a t dat um 2 5 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

0

1 -7 2 50 -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, schep, geen asbest geen gf ophoogzand -15

30x30cm , ham erend boorsyst eem , puingranulaat geen asbest -30

30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen roest , schep, geen asbest geen gf -50

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

H e r ik e r w e g 3 1 - M a r k e lo 21037816 N EN 5 1 0 4

29

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

34 0

33x33cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 6.0%, donker bruin, beige, m at ig wort els, schep, geen asbest geen gf

bosgrond / cm t ov m aaiveld

0 1 50

-40

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak roest , edelm an

0

34x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, zwak wort els, schep, geen asbest geen gf -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-50

30

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

35 0

30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 15.0%, donker bruin, beige, schep, geen asbest geen gf

t uin / cm t ov m aaiveld

0 1 50

-40

zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, geel, zwak roest , edelm an

0

33x33cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, neut raal bruin, sporen wort els, schep, geen asbest geen gf -50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

-50

31

gras / cm t ov m aaiveld

0 1 50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

36 0

36x35cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, bv: 3.0%, donker bruin, beige, schep, geen asbest geen gf

1 50

32

klinker / cm t ov m aaiveld

-50

t ype in sp e ct ie g a t dat um 3 0 -0 6 -2 0 2 1 boorm eest er Rie m e r V e lt m a a t

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4289/documents/59895