05 TAM-omgevingsplan Enterbroekweg 5 Markelo Bijlage - Bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Enterbroekweg 5 - Markelo
Opdrachtgever: Melkveebedrijf Rotman Locatie: Enterbroekweg 5 7475 SZ Markelo Oktober 2025
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (Asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Enterbroekweg 5 - Markelo
Opdrachtgever: Melkveebedrijf Rotman Enterbroekweg 5 7475 SZ Markelo Locatie: Enterbroekweg 5 7475 SZ Markelo Projectcode: 25054216 Rapportagedatum: 31 oktober 2025 Projectleider: de heer R. Munsterhuis Auteur: Mevr. E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
3 3 3 5
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
6 6 7 8 8 10
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Resultaten asbestanalyses
11 11 11 13 13
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
14
6
Literatuur en bronvermelding
17
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, november 2010 Boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel Milieu Advies BV, januari 2016 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2025 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsingen chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Informatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Melkveebedrijf Rotman op een terreindeel aan de Enterbroekweg 5 in Markelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terreindeel. De 2 voormalige veeschuren zullen worden gesloopt. Er zal een nieuwe functie aan de gehele onderzoekslocatie locatie worden toebedeeld (van agrarisch naar wonen). Het stalgedeelte van de woonboerderij zal inpandig worden verbouwd tot woning zodat een 2-onder-1-kapwoning ontstaat. Tevens zal er 1 nieuw bijgebouw worden gebouwd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een voormalige bovengrondse dieseltanklocatie aanwezig is. De voormalige tanklocatie wordt separaat als verdachte deellocatie onderzocht. De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt, vanwege de ligging op een voormalig agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor asbest. De onderzoekslocatie (boven- en ondergrond en grondwater) wordt als onverdacht beschouwd voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket.
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of in puin de normwaarden overschrijdt.
Het veldwerk is uitgevoerd in september en oktober 2025 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever en dat de kritische werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 1 van 17
In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden. De gemeten gehalten in het grondwater worden getoetst aan de signaleringsparameters. Door middel van deze toetsingen kan worden vastgesteld of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 2 van 17
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Enterbroekweg 15 in Markelo, op circa 4.5 kilometer ten noordoosten van de bebouwde kom van Markelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 233.736 en y = 477.671. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Markelo, sectie M, nummer 16 (gedeeltelijk). De Enterbroekweg bevindt zich ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is onderdeel van een agrarisch bedrijf (voormalig melkvee) en bebouwd met een tot 2-onder-1-kap te verbouwen woonboerderij, een te behouden werktuigenberging/ jongveestal en twee te slopen voormalige rundveeschuren. De woonboerderij is inpandig verhard met beton en ter plekke van het stalgedeelte zijn mestkelders en betonvloeren aanwezig. De werktuigenberging/jongveestal is inpandig verhard met klinkers. De voormalige veeschuren zijn volledig onderkelderd. Het onbebouwde terreindeel is grotendeels verhard met beton (kuilvoerplaat) en klinkers (erf). Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard en begroeid met gras. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de functiewijziging en de nieuwbouw van een bijgebouw, en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 5500 m2.
De volgende (deel)locaties worden onderzocht: - gehele onderzoekslocatie (circa 5500 m2); - deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie. In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, november 2010; - boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel Milieu Advies BV, januari 2016; - boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2025. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel een agrarische functie. Er zijn plannen om dit te wijzigen naar een woonfunctie (met behoud van extensieve akkerbouwtak); - de te verbouwen woonboerderij dateert oorspronkelijk van circa 1926 (bron Bag-viewer). De te behouden werktuigenberging dateert van circa 1996 (bron: Topotijdreis).
De te slopen voormalige veeschuren dateren van circa 1983 en 2011 (bron: BAG-viewer); - het agrarisch bedrijf neemt deel aan een LBV regeling (Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties). De voormalige rundveeschuren worden gesloopt en de verharding en kuilvoerplaten aan de noordzijde zullen worden verwijderd. De locatie van de te slopen veeschuren zal in gebruik worden genomen als akkerbouwgrond. Er zal enkel nog hobbymatig vee worden gehouden in de te behouden jongveestal;
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 3 van 17
- op de onderzoekslocatie bevond zich in het verleden een bovengrondse dieseltank (1200 liter) in een lekbak. Deze tank staat weergegeven op de milieutekeningen van 2008 en 2020. Volgens de milieutekening van 2008 is deze deellocatie ook gebruikt voor kleinschalige opslag van motorolie en afgewerkte olie. Inmiddels vindt er geen opslag van brandstoffen meer plaats en de bovengrondse tank is niet meer aanwezig. De lekbak is nog wel aanwezig. Er zijn geen gegevens bekend over een tanksanering. De voormalige tanklocatie wordt separaat onderzocht als deellocatie A, en staat weergegeven op het boorplan in bijlage I; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie verder nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; - voor zover bekend bevinden zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg;; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie.
Vanwege de ligging op een agrarisch erf wordt de bovengrond wel als verdacht beschouwd voor asbest; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond voor zowel ontgraving als toepassing in functieklasse landbouw/natuur (AW2000); - volgens de beschikbare gegevens zijn er op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. De meest relevante onderzoeken worden hieronder toegelicht. Terra Agribusiness, verkennend bodemonderzoek Enterbroekweg 5 Markelo met projectnummer 2010-089, d.d. november 2010 Aanleiding voor dit onderzoek was de geplande bouw van een veeschuur (westelijk te slopen schuur binnen de huidige onderzoekslocatie). De bovengrondse dieselopslag was nog aanwezig en is separaat onderzocht. Tijdens het veldwerk zijn er zintuiglijk geen bijzonderheden opgemerkt. Uit de analyseresultaten bleek: - ter plekke van de bovengrondse dieselopslag zijn zowel in de bovengrond als in het grondwater geen minerale olie componenten aangetoond; - op het overig terreindeel zijn zowel in de bovengrond als in de ondergrond geen gehalten boven de achtergrondwaarden of detectiegrenzen gemeten; - in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, koper en zink gemeten. Van der Poel Milieu Advies BV, verkennend bodemonderzoek Enterbroekweg 3 Markelo met projectnummer 2015.398, d.d.
januari 2016 Aanleiding van dit onderzoek op circa 50 meter ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie was de bouw van een ligboxenstal. Tijdens het veldwerk zijn er zintuiglijk geen bijzonderheden opgemerkt. Uit de analyseresultaten bleek: - in de bovengrond en in de ondergrond geen gehalten boven de achtergrondwaarden of detectiegrenzen gemeten; - in het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, koper, nikkel en zink gemeten.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 4 van 17
Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Relevante informatie
Bron
Specificatie
Opdrachtgever
Huidig en voormalig gebruik en bodemonderzoeken
Ja
Gemeente Hof van Twente
Milieuhygiënische en historische bodeminformatie
Ja
Rapportagemodule Overijssel
https://overijssel.nazca4u.nl/rapportage/
Ja
Archief Kruse Milieu BV
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Ja
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Omgevingsloket
https://omgevingswet.overheid.nl/regels-opde-kaart/zoeken/locatie
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020
Ja
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 14 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 0.7 meter minus maaiveld (m-mv) uit een zandige eenheid van de Formatie van Boxtel met een onbekende doorlatendheid. Daaronder bevindt zich tot circa 3.2 m-mv zand van de Formatie van Boxtel met een doorlatendheid van maximaal 50 m2/dag. Tot circa 18 m-mv is een complexe eenheid aanwezig bestaande uit een afwisseling van zand, klei en grind met sporen veen. Dieper in de bodem zijn verschillende lagen van klei en zand aanwezig; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 4.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in oostelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen waterwingebied op kleine afstand gelegen; - in de directe omgeving van de onderzoekslocatie stromen geen omvangrijke oppervlaktewateren.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 5 van 17
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, functiewijziging of eigendomsoverdracht. Gehele onderzoekslocatie Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond conform de ligging op een agrarisch erf als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid voor asbest. De hypothese "verdachte locatie" uit de norm NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) wordt hiervoor gebruikt. De onderzoekslocatie (boven- en ondergrond en grondwater) wordt vooralsnog als onverdacht beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (onverdacht, niet lijnvormig, ONV-NL) wordt hiervoor gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op basis van het oppervlakte van circa 5500 m² kan conform norm NEN5740, strategie onverdachte, locatie (ONV-NL), worden afgeleid dat er 16 boringen dienen te worden verricht, waarvan 12 tot 0.5 meter en 4 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er dient 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 te worden afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster. Voor een goede verdeling van de monsterpunten en het verkrijgen van een goed beeld van de bodemkwaliteit zal er 1 extra boring worden verricht. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek volgens norm NEN5707 (strategie heterogeen verdacht) naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. De grondboringen worden tot 0.5 m-mv vervangen door inspectiegaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Vanwege een eerder bodemonderzoek op de locatie worden de gaten gecodeerd als 11 tot en met 27. Er dient te worden vermeld er geen inpandige boringen in het woongedeelte van de woning worden verricht, omdat de woning behouden blijft.
Het verrichten van boringen in de te slopen veeschuren is niet mogelijk omdat deze volledig onderkelderd zijn. In de woning en veeschuren zijn inpandig geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. In het stalgedeelte van de woonboerderij zal door de eigenaar een gat in de betonvloer worden gemaakt.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 6 van 17
Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie De locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank wordt beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van minerale olie in de grond en van minerale olie en vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen in het grondwater. De hypothese “verdachte locatie” uit NEN5740 wordt voor deze deellocatie gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de NEN5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Er worden ter plekke van de voormalige bovengrondse tanklocatie 3 boringen uitgevoerd tot 1.0 meter diepte, waarvan er 1 wordt verdiept en afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Vooralsnog wordt aangenomen dat er zintuiglijk geen verontreiniging wordt waargenomen. De boringen worden gecodeerd als A1, A2 en A3. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.
Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan.
Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 7 van 17
Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA BV in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Zintuiglijke waarnemingen kunnen aanleiding geven voor extra boringen/inspectiegaten en/of aanvullende analyses. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket Gehele onderzoekslocatie
Bovengrond (2x) Ondergrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie
Bovengrond (1x)
Minerale olie, organische stof en droge stof
Grondwater (1x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, organische stof en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek werden in het verleden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en de signaleringsparameters voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering, die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 8 van 17
De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, dus (AW+I)/2 (geldt alleen voor grond). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden, is in principe een nader onderzoek nodig. signaleringsparameter (SP) voor grondwater: Formeel gezien is voor grondwater alleen de signaleringsparameter (voorheen interventiewaarde) relevant. De signaleringsparameter dient als signaal voor het beoordelen van risico's van (historische) verontreinigingen in het grondwater, van de noodzaak tot saneren en het type maatregel. De signaleringsparameter geeft de concentratie in het grondwater weer waaronder het grondwater geschikt is voor de meeste functies.
Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, en interventiewaarden en de analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de signaleringsparameters. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW (grond) of SP (grondwater); * concentratie groter dan AW en kleiner dan of gelijk aan T (grond); ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I (grond); *** concentratie groter dan I (grond) of SP (grondwater). Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of signaleringsparameter. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of signaleringsparameter. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of signaleringsparameter.
De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 9 van 17
Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht.
De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 10 van 17
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3 en 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.4 of 4.5. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in september en oktober 2025 uitgevoerd door de heer J. Hartman. Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/11). Er is assistentie verleend door de heer R. Munsterhuis (assistent veldwerker). Gehele onderzoekslocatie Op 24 september is er ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis 1 inspectiegat (handmatig met een schop) gegraven. Dit inspectiegat is met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 5.6 m-mv en afgewerkt met de peilbuis (PB 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is later opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 7 oktober 2025 zijn er na maaiveldinspectie in totaal 16 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop), waarvan 1 naast de peilbuis (inspectiegat 1A).
Er zijn 4 inspectiegaten met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. In het stalgedeelte van de woonboerderij is door de eigenaar een gat in de betonverharding gemaakt. Ter plekke van dit gat is 1 boring met behulp van een Edelmanboor verricht. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, bebouwing en verharding, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren redelijk (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie Op 24 september 2025 zijn er met behulp van een Edelmanboor 3 boringen verricht. Er is 1 boring met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 5.7 m-mv en afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Zintuiglijk is er geen minerale olie waargenomen (geen olie/waterreactie). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage II.
De bodem opbouw is globaal als volgt: in de bovengrond van het onverharde terreindeel is voornamelijk zeer fijn, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand aangetroffen en de ondergrond bestaat voornamelijk uit zeer fijn, zwak siltig zand. Onder de klinkerverharding is een laag matig fijn tot matig grof, zwak siltig (ophoog)zand aangetroffen met daaronder uiterst tot matig fijn, matig humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze worden in tabel 3 weergegeven. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 11 van 17
Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming Gehele onderzoekslocatie
19
0.07 - 0.45
Sporen puin en sporen hout
21
0.45 - 0.6
Sporen puin
23
0.2 - 0.5
Sporen puin
27
0.27 - 0.37
Sporen puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Het mengmonster van de ondergrond OG is aanvullend op arseen geanalyseerd vanwege oerhoudende lagen. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
BG I (zintuiglijk schoon)
11A 12 13 14 26
0 - 0.35 0.35 - 0.7 0.11 - 0.5 0.2 - 0.7 0 - 0.5
NEN5740standaardpakket
BG II (sporen puin)
21 23 27
0.45 - 0.6 0.2 - 0.5 0.27 - 0.37
NEN5740standaardpakket
OG (matig oer)
12 14 17
0.7 - 1.05 0.7 - 1.0 0.4 - 0.7
NEN5740standaardpakket + arseen
OG II
11A 13
1.25 - 1.5 1.0 - 1.5
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01
11 16, 22, 25 en 26
0 - 0.35 0 - 0.5
Asbest
MM FF - 02
12 15 en 20 17 18
0.08 - 0.35 0.08 - 0.5 0.08 - 0.4 0 - 0.5
Asbest
MM FF - 03
14 en 23 19 en 21 27
0.08 - 0.5 0.07 - 0.45 0.07 - 0.5
Asbest
Analyse
Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie A - BG
Kruse Milieu BV
A1 en A2 A3
Project: 25054216
0.07 - 0.57 0.07 - 0.55
Minerale olie en organische stof
Pagina 12 van 17
Boring 11 is doorgezet tot circa 5.6 m-mv en boring A1 is doorgezet tot circa 5.7 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuizen te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in de boorgaten gestort. Er is bentoniet in de boorgaten gestort om directe indringing van hemelwater in de filters tegen te gaan. De rest van de boorgaten is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 7 oktober 2025 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
PB 11
4.60 - 5.60
4.00
5.73
242
0.1
Goed
PB A1
4.70 - 5.70
4.08
5.75
365
0.1
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de streefwaarden en signaleringsparameters (interventiewaarden). Gehele onderzoekslocatie In de boven- en ondergrond (BG I, BG II, OG en OG II) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond (in OG ook geen arseen). In het grondwater (PB 11) zijn geen gehalten boven de signaleringsparameters gemeten.
Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie In de bovengrond (A-BG) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarden aangetoond. In het grondwater (PB A1) zijn geen gehalten boven de signaleringsparameters gemeten. Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 13 van 17
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Melkveebedrijf Rotman is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel met een oppervlakte van circa 5500 m2 aan de Enterbroekweg 5 in Markelo. De onderzoekslocatie is onderdeel van een agrarisch bedrijf (voormalig melkvee) en bebouwd met een tot 2-onder-1-kap te verbouwen woonboerderij, een te behouden werktuigenberging/ jongveestal en twee te slopen voormalige rundveeschuren. De woonboerderij is inpandig verhard met beton en ter plekke van het stalgedeelte zijn mestkelders en betonvloeren aanwezig. De werktuigenberging/jongveestal is inpandig verhard met klinkers. De voormalige veeschuren zijn volledig onderkelderd. Het onbebouwde terreindeel is grotendeels verhard met beton (kuilvoerplaat) en klinkers (erf). Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard en begroeid met gras. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terreindeel. De 2 voormalige veeschuren zullen worden gesloopt. Er zal een nieuwe functie aan de gehele onderzoekslocatie locatie worden toebedeeld (van agrarisch naar wonen). Het stalgedeelte van de woonboerderij zal inpandig worden verbouwd tot woning zodat een 2-onder-1-kapwoning ontstaat. Tevens zal er 1 nieuw bijgebouw worden gebouwd.
Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een voormalige bovengrondse dieseltanklocatie aanwezig is. De voormalige tanklocatie is separaat als verdachte deellocatie onderzocht. De bovengrond van de onderzoekslocatie is, vanwege de ligging op een voormalig agrarisch erf, als verdacht beschouwd voor asbest. De onderzoekslocatie (boven- en ondergrond en grondwater) is als onverdacht beschouwd voor chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. Resultaten veldwerk Ter plekke van de gehele onderzoekslocatie zijn in totaal In totaal zijn er 17 inspectiegaten gegraven en is er 1 boring (inpandig stalgedeelte woonboerderij) verricht. Er zijn 5 inspectiegaten doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis. Ter plekke van de voormalige bovengrondse tanklocatie zijn er 3 boringen verricht, waarvan er 1 is afgewerkt met een peilbuis. In de bovengrond van het onverharde terreindeel is voornamelijk zeer fijn, zwak tot matig siltig, zwak tot matig humeus zand aangetroffen en de ondergrond bestaat voornamelijk uit zeer fijn, zwak siltig zand.
Onder de klinkerverharding is een laag matig fijn tot matig grof, zwak siltig (ophoog)zand aangetroffen met daaronder uiterst tot matig fijn, matig humeus zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen in de vorm van puin en hout aangetroffen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 4.05 m-mv.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 14 van 17
Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan onderstaande worden geconcludeerd. Gehele onderzoekslocatie Het mengmonster OG is aanvullend op arseen geanalyseerd vanwege oerhoudende lagen. - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd, ook niet met arseen; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 11) is niet verontreinigd; - mengmonster MM FF - 01 is niet asbesthoudend; - mengmonster MM FF - 02 is niet asbesthoudend; - mengmonster MM FF - 03 is niet asbesthoudend. Deellocatie A: voormalige bovengrondse tanklocatie - de bovengrond (A - BG) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd. Hypothese De hypothese “onverdachte locatie” uit norm NEN5740, kan met betrekking tot de gehele onderzoekslocatie worden aangenomen aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden (grond) en signaleringsparameters (grondwater) zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie” uit norm NEN5707 kan met betrekking tot de gehele onderzoekslocatie te worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond.
De hypothese "verdachte locatie” uit norm NEN5740 kan met betrekking tot de voormalige bovengrondse dieseltanklocatie (deellocatie A) worden verworpen aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden (grond) en signaleringsparameters (grondwater) zijn aangetoond. Conclusies en aanbevelingen Op de gehele onderzoekslocatie en ter plekke van de voormalige bovengrondse tanklocatie (deellocatie A) zijn in de boven- en ondergrond en in het grondwater geen verontreinigingen aangetoond. De gemeten gehalten liggen in alle gevallen onder de achtergrondwaarden (grond) en onder de signaleringsparameters (grondwater). In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF 03 is geen asbest aangetoond. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening, geen bezwaar tegen het toebedelen van een nieuwe functie aan de locatie en de geplande nieuwbouw aangezien er geen verontreinigingen zijn aangetoond. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen, met behoud van extensieve akkerbouwtak).
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 15 van 17
Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 16 van 17
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Hof van Twente Terra Agribusiness, rapport verkennend bodemonderzoek Enterbroekweg 5 Markelo met projectnummer 2010-089, d.d. november 2010 Van der Poel Milieu Advies BV, rapport verkennend bodemonderzoek Enterbroekweg 3 Markelo met projectnummer 2015.398, d.d. januari 2016 NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 28 D, Topografische Dienst Kadaster Rapportagemodule Overijssel www.viewer.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 25054216
Pagina 17 van 17
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Terra Agribusiness, november 2010 Boorplan verkennend bodemonderzoek Van der Poel Milieu Advies BV, januari 2016 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2025
Enterbroekweg 5 in Markelo
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 25054210 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 D
Melkveebedrijf Rotman Enterbroekweg 5 7475 SZ Markelo Verkennend (asbest)bodemonderzoek 16
15 12
13 vo lledig onderke
18
lderd
vo lledig
17
onderke lderd
19
A2 A3 A1
20
21
27 22
14
23 24 11
26 25
= Onderzoekslocatie = Te slopen bebouwing = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
0
12.5
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: JH
Tekenaar: RM
Projectcode Schaal Datum
: 25054216 : 1:250 (A3-formaat) : Oktober 2025
Bijlage II Boorstaten Legenda Boorstaten
11
1
gras / cm t ov m aaiveld
0
12 0
30x31cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, zwak t eelaarde, edelm an
50
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, edelm an
3 100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen oer -70
-125 150
30x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde -35
-75 100
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, rood, m at ig oer, edelm an -105
150 -150
5
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak oer, edelm an -150
200
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
200 -215
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an 250
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
-200
13
klinker / cm t ov m aaiveld
0
-6 2
31x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, ophoogzand
3
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, grijs
50
-11
350 -360
zand, zeer grof, zwak silt ig, st erk grindig, licht beige, edelm an 400
100
-50
-385
4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht wit
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, geel, st erk roest , edelm an
460
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde -100
150 -420
450
5 200
500
-500
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, edelm an
t ype dat um boorm eest er
-200
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
14
550 560
-560
klinker / cm t ov m aaiveld
0
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 4 -0 9 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
11A
1
50
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
30x31cm , zand, zeer fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, edelm an
2
2
3
31x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin
4
3
4 150 5
-100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, edelm an
5 -125
200
-150
t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, m at ig roest , edelm an zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest , edelm an
200 -200
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht bruin, rood, m at ig oer, edelm an zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, zwak oer, edelm an
150 -75
100
-20
-70
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, zwak t eelaarde, edelm an
0 -8
30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige
0
-35
50
t ype dat um boorm eest er
0
1
300
t ype dat um boorm eest er
0 -8
1 -35
50
klinker / cm t ov m aaiveld
0
En t e r b r oe k w e g 5 - M a r k e lo 25054216 N EN 5 1 0 4
-150
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
-200
15
klinker / cm t ov m aaiveld
0
20 0 -8
1 50
30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen oer, sporen t eelaarde
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
100 t ype dat um boorm eest er
-100
-50
-60
klinker / cm t ov m aaiveld
0
16
groenst rook / cm t ov m aaiveld 1
1 0
31x32cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els
50
50
-50
17
klinker / cm t ov m aaiveld 1
2
2
t ype dat um boorm eest er
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, rood, sporen puin
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
-60
-70 0
22
-8
30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige
gras / cm t ov m aaiveld
0 -40
1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
-100
zand, zeer fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, zwak t eelaarde, edelm an
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
-50
23
18
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
2
1
0
32x31cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an, ophoogzand
2 50
-65
100
klinker / cm t ov m aaiveld
0
50
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, edelm an
t ype dat um boorm eest er
-8
-20
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin -50
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1 50
24 -100
bet on / cm t ov m aaiveld
0
-7
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, zwak t eelaarde, sporen hout , sporen puin zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, geel, sporen roest
1
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, ophoogzand
2
zand, zeer fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, rood, m at ig oer
50
t ype dat um boorm eest er
g r on d b or in g 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
25 -70
groenst rook / cm t ov m aaiveld
0
50 t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 En t e r b r oe k w e g 5 - M a r k e lo 25054216 N EN 5 1 0 4
-50
-70
1
onderzoek project code get ekend conform
0 -13
0
-45
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
0
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand
-90
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer, edelm an
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
19
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
0
30x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els -40
50 -70
100
t ype dat um boorm eest er
-7
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer, edelm an
0
t ype dat um boorm eest er
0
-45
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
50
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
21
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
0
t ype dat um boorm eest er
t ype dat um boorm eest er
-8
30x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht beige, bruin zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, rood, st erk oer
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht geel, rood, sporen oer
0
0
32x31cm , zand, zeer fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak wort els -50
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
26
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
50
100
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, sporen zand -110
klinker / cm t ov m aaiveld 1 2 3
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, ophoogzand -60
2
0
50
0 -7
1
in sp e ct ie g a t 0 7 -1 0 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
27
t ype dat um boorm eest er
klinker / cm t ov m aaiveld
0
33x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin, zwak wort els
50 t ype dat um boorm eest er
A1
1 0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, edelm an
0 150
-7
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ophoogzand -27
200
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, m at ig hum eus, donker bruin, sporen puin
-220
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht wit , edelm an
250
-37
-250
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, bruin, sporen t eelaarde, edelm an
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs, geel, sporen roest , edelm an -50
300
350 -370
zand, zeer grof, zwak silt ig, zwak grindig, licht beige, geel, edelm an
400
-385
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak grindig, neut raal grijs, geel, st erk roest , edelm an
450
-450
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, zuigerboor
470 500
550 570
-570 t ype dat um boorm eest er
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 2 4 -0 9 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
A2
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0 -7
1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, ophoogzand -60
2 100 t ype dat um boorm eest er
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
En t e r b r oe k w e g 5 - M a r k e lo 25054216 N EN 5 1 0 4
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, sporen zand -100
g r on d b or in g 2 4 -0 9 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
A3
klinker / cm t ov m aaiveld
0
0 -7
1 50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht beige, ow: geen, ophoogzand -55
2 100 t ype dat um boorm eest er
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker bruin, beige, ow: geen, sporen zand -100
g r on d b or in g 2 4 -0 9 -2 0 2 5 Ja n H a r t m a n
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
En t e r b r oe k w e g 5 - M a r k e lo 25054216 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN [ 5 1 0 4 ]
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses Toetsingen chemische analyses
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Kruse Milieu BV Dhr. Ramon Munsterhuis Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Klantnr:
35004426
Analyserapport 1614985 25054216 Enterbroekweg 5 - Markelo Datum: 15.10.2025
Opdracht Opdrachtgever Opdrachtacceptatie Project
1614985 Bodem / Eluaat 35004426 Kruse Milieu BV 08.10.2025 150579 Enterbroekweg 5 - Markelo
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn.
Dit analyserapport met opdrachtnummer 1614985 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 393151, 393157, 393164. Met vriendelijke groet,
DOC-13-26609986-NL-P1
AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Rens Keppels, Tel. +31570788114
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1614985 25054216 Enterbroekweg 5 - Markelo Datum: 15.10.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername
Monster beschrijving
393151 393157 393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50 BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37 OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
07.10.2025 00:00 07.10.2025 00:00 07.10.2025 00:00
Algemene monstervoorbehandeling Parameter S S
Eenheid
Voorbehandeling conform AS3000 Droge stof
%
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
++1),2)
++1),2)
++1),2)
87,31)
87,51)
93,71)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
Fracties (sedigraaf) Parameter S
Eenheid
Fractie < 2 µm
% Ds
6)
1,3
<1,0
<1,06)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
3,9
4,05)
1,05)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
Klassiek Chemische Analyses
S
Parameter
Eenheid
Organische stof8)
% Ds
Voorbehandeling metalen analyse Parameter S
Eenheid
1),2)
Koningswater ontsluiting
++
++
1),2)
++1),2)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
--3) <206) <0,206) <3,06) 6,4 <0,056) 15 <1,56) <4,06) <206)
--3) <206) <0,206) <3,06) <5,06) <0,056) <106) <1,56) <4,06) <206)
<4,06) <206) <0,206) <3,06) <5,06) <0,056) <106) <1,56) <4,06) <206)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
Metalen (AS3000)
S S S S S S S S S S
Parameter
Eenheid
Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn)
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
PAK (AS3000) Parameter
DOC-13-26609986-NL-P2
S S S S S
Eenheid
Anthraceen Benzo(a)anthraceen Benzo(a)pyreen Benzo(ghi)peryleen Benzo(k)fluorantheen
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
6)
<0,050 <0,0506) <0,0506) 0,074 <0,0506)
6)
<0,050 <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
<0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1614985 25054216 Enterbroekweg 5 - Markelo Datum: 15.10.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername
Monster beschrijving
393151 393157 393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50 BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37 OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
07.10.2025 00:00 07.10.2025 00:00 07.10.2025 00:00
Parameter
Eenheid
S S S S S
Chryseen Fenanthreen Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
S
Som PAK (VROM) (Factor mg/kg Ds 0,7)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50
BG II, 21: 45-60, 23: 20-50, 27: 27-37
OG, 12: 70-105, 14: 70-100, 17: 40-70
6)
0,062 <0,0506) 0,088 0,057 <0,0506)
<0,050 <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
<0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506) <0,0506)
0,494)
0,354)
0,354)
393151
393157
393164
BG I, 11A: 0-35, 12: 35-70, 13: 11-50, 14: 20-70, 26: 0-50