05 TAM-omgevingsplan Dams Wichertsweg 2-4 Bentelo Bijlage verkennend (asbest)bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Dams Wichertsweg 2 - Bentelo
Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Dams Wichertsweg 2 7497 MV Bentelo Oktober 2025
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (Asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Dams Wichertsweg 2 - Bentelo
Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 39 7622 LW Borne Locatie: Dams Wichertsweg 2 7497 MV Bentelo Projectcode: 25053016 Rapportagedatum: 21 oktober 2025 Projectleider: de heer R. Munsterhuis Auteur: mevrouw E. Koppelman Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 4
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
5 5 6 6 7 8
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten asbestanalyses
10 10 10 12 13 13
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
15
6
Literatuur en bronvermelding
18
Bijlagen I
Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2025 II Boorstaten en legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses en toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Informatie gemeente Hof van Twente VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem aan de Dams Wichertsweg 2 in Bentelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terrein. De 2 (vervallen) bijgebouwen aan de westzijde zullen worden gesloopt. Er zal een nieuwe functie aan de gehele onderzoekslocatie locatie worden toebedeeld (van agrarisch naar wonen) en er zal 1 nieuw bijgebouw aan de westzijde worden gebouwd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten uit dit vooronderzoek wordt de bovengrond als heterogeen verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. Dit is gebaseerd op het historische gebruik van de locatie als agrarisch erf en de ligging in de gemeente Hof van Twente. De ondergrond en het grondwater worden vooralsnog als onverdacht beschouwd.
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch Vooronderzoek, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op verdachte (deel)locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte (deel)locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern(en) ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre asbest in de grond of in puin de normwaarden overschrijdt.
Het veldwerk is uitgevoerd in september en oktober 2025 conform BRL SIKB2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever en dat de kritische werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 1 van 18
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Dams Wichertsweg 2 in Bentelo, op circa 1 kilometer ten noorden van de bebouwde kom van Bentelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terrein heeft de coördinaten x = 243.896 en y = 472.903. Het terrein is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Delden, sectie F, nummers 1836, 2062 en 2097 (allen gedeeltelijk). De Dams Wichertsweg bevindt zich aan weerszijden van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is aan de oostzijde bebouwd met 1 te behouden woning en aan de westzijde met 2 te slopen (vervallen) bijgebouwen. Inpandig zijn er verhardingen met beton en tegels aanwezig. Het onbebouwde terreindeel is deels verhard met tegels en grind. Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard en begroeid met gras of in gebruik als bosgrond. Ten zuiden van de onderzoekslocatie bevindt zich nog 1 te slopen bijgebouw. Omdat hier geen nieuwe functie wordt toebedeeld blijft dit terreindeel buiten beschouwing van dit onderzoek. Enkel de terreindelen die een woonfunctie krijgen worden onderzocht. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de functiewijziging en de nieuwbouw van een bijgebouw, en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1350 m2.
De volgende (deel)locaties worden onderzocht: - gehele onderzoekslocatie (circa 1310 m2); - deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde (circa 20 m2); - deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde (circa 20 m2). In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en is het boorplan van dit verkennend (asbest)bodemonderzoek opgenomen. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel een agrarische functie. De locatie zal een woonfunctie krijgen; - de te behouden woning aan de oostzijde dateert oorspronkelijk van circa 1958. De te slopen bijgebouwen aan de westzijde dateren van circa 1930 en 1958 (bron: BAG-viewer); - de schuren worden gebruikt voor de opslag van materiaal en de stalling van eigen auto’s; - de locatie heeft een agrarisch karakter.
Er zijn bij de gemeente Hof van Twente echter geen (vervallen) milieudossiers bekend; - volgens informatie van de gemeente Hof van Twente is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn; - voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden; Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 2 van 18
- op het dak van het meest noordelijk gelegen te slopen bijgebouw bevinden zich asbesthoudende golfplaten. Aan de noord- en zuidzijde is sprake van een asbestverdachte druppelzone omdat hemelwater via de asbesthoudende platen afstroomt op onverharde bodem. De druppelzones worden separaat onderzocht als deellocaties A en B en staan weergegeven op het boorplan in bijlage I; - voor zover bekend bevinden zich verder geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie; - voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) vallen de bovengrond en de ondergrond voor zowel ontgraving als toepassing in functieklasse landbouw/natuur (AW2000); - volgens de verkregen informatie van de gemeente Hof van Twente (bijlage V) en de rapportagemodule Overijssel zijn er op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving niet eerder bodemonderzoeken uitgevoerd. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Relevante informatie
Bron
Specificatie
Opdrachtgever
Huidig en voormalig gebruik en bodemonderzoeken
Ja
Gemeente Hof van Twente
Milieuhygiënische en historische bodeminformatie
Ja
Rapportagemodule Overijssel
https://overijssel.nazca4u.nl/rapportage/
Ja
Archief Kruse Milieu BV
Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken
Ja
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Omgevingsloket
https://omgevingswet.overheid.nl/regels-opde-kaart/zoeken/locatie
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINO-loket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020
Ja
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 3 van 18
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 15 meter boven NAP; - de deklaag bestaat tot circa 3.5 meter minus maaiveld (m-mv) uit een zandige eenheid van de Formatie van Boxtel met een doorlaatwaarde van circa 5 tot 25 m2/dag. Daaronder bevindt zich een kleiige eenheid van de Formatie van Boxtel met een dikte van ongeveer 0.5 meter. Tot circa 9.0 m-mv is zand aanwezig van de Formatie van Drente met daaronder tot meer dan 65 m-mv klei van verschillende formaties; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 2.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in westelijke richting; - de locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied en er is geen waterwingebied op kleine afstand gelegen; - op circa 500 meter ten westen van de onderzoekslocatie stroomt de Hagmolenbeek, op circa 900 meter ten oosten stroomt de Wolfkaterbeek en op circa 1.25 kilometer ten noorden stroomt het Kanaal Zutphen-Enschede. De invloed van deze watergangen op de freatische grondwaterstand en grondwaterstromingsrichting is bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 4 van 18
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, oktober 2023; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, functiewijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie wordt de bovengrond conform de richtlijnen van de gemeente Hof van Twente vanwege de ligging op een agrarisch erf als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De hypothese "verdachte locatie" uit de normen NEN5740 en NEN5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VEDHE) wordt gebruikt. De ondergrond en het grondwater worden vooralsnog als onverdacht beschouwd. De hypothese "onverdacht" uit NEN5740 (ONV-NL) wordt voor de ongeroerde zintuiglijk schone ondergrond en het grondwater gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten.
Op basis van het oppervlakte van circa 1350 m² kan conform norm NEN5740, strategie heterogeen verdachte, locatie (VED-HE), worden afgeleid dat er 9 boringen dienen te worden verricht, waarvan 7 tot 0.5 meter en 2 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Er dient 1 diepe boring overeenkomstig NEN5766 te worden afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het meten van de grondwatergegevens en het nemen van een grondwatermonster. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN5740 wordt gecombineerd met het verkennend bodemonderzoek volgens norm NEN5707 (strategie heterogeen verdacht) naar de aanwezigheid van asbest in de bodem. De grondboringen worden tot 0.5 m-mv vervangen door inspectiegaten met een lengte en breedte van minimaal 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Er dient te worden vermeld er geen inpandige boringen in de woning worden verricht, omdat de woning behouden blijft. Vanwege de vervallen staat zal door de veldwerker worden bepaald of het (in het kader van de veiligheid) mogelijk is inpandige boringen in de te slopen bijgebouwen te verrichten.
In de woning en bijgebouwen zijn inpandig geen potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat de inpandige bodemkwaliteit afwijkt van de uitpandige bodemkwaliteit. Deellocaties A en B: asbestverdachte druppelzones De druppelzones worden beschouwd als verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van asbest. De hypothese “verdachte locatie" uit NEN5707 wordt voor de druppelzones gebruikt. De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.4: verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (VEP). De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op de NEN5707, paragraaf 6.4.5: “verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)”. Bij een druppelzone van 10 - 100 m2 dienen 3 inspectiegaten gegraven te worden. De inspectiegaten hebben een lengte en breedte van minimaal 0.3 x 0.3 meter. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De inspectiegaten worden handmatig met een schop gegraven. Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 5 van 18
Alleen de toplaag (0 tot 0.1 m-mv) van de druppelzones wordt bemonsterd. De gaten worden gecodeerd als A1, A2 en A3 (deellocatie A) en B1, B2 en B3 (deellocatie B). Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem; - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd.
Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur.
Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door AL-West BV te Deventer, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins ACMAA BV in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Zintuiglijke waarnemingen kunnen aanleiding geven voor extra boringen/inspectiegaten en/of aanvullende analyses.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 6 van 18
Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket Gehele onderzoekslocatie
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (2x)
Asbest en droge stof
Grondwater (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting Deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde
Toplaag (1x)
Asbest en droge stof Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde
Toplaag (1x)
Asbest en droge stof
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering, die per 1 januari 2024 is opgegaan in de Omgevingswet De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging. tussenwaarde (T): gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde, dus (AW+I)/2 (geldt alleen voor grond). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden, is in principe een nader onderzoek nodig. Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 7 van 18
signaleringsparameter (SP) voor grondwater: Formeel gezien is voor grondwater alleen de signaleringsparameter (voorheen Interventiewaarde) relevant. De signaleringsparameter dient als signaal voor het beoordelen van risico's van (historische) verontreiniging in het grondwater, van de noodzaak tot saneren en het type maatregel. De signaleringsparameter geeft de concentratie in het grondwater weer waaronder het grondwater geschikt is voor de meeste functies. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T (grond) of SP (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I (grond) of SP (grondwater) Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest.
De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 8 van 18
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 9 van 18
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3 en 4.4. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.5 en 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in september en oktober 2025 uitgevoerd door de heer N. Pepping. Deze veldwerker is conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/11). Gehele onderzoekslocatie Op 29 september is er ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis 1 boring met behulp van een Edelmanboor verricht. Deze boring is met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet tot 3.9 m-mv en afgewerkt met de peilbuis (PB 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is later opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Boring 3 en 4 zijn in het noordelijk te slopen bijgebouw verricht. Vanwege de vervallen staat is er niet geboord in het zuidelijk te slopen bijgebouw.
Op 6 oktober 2025 zijn er na maaiveldinspectie in totaal 9 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop), waarvan 1 naast de peilbuis (inspectiegat 1A). Er zijn 2 inspectiegaten met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de diepere ondergrond. Deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde In het midden stroomt het hemelwater van de asbesthoudende platen af op met tegels verharde bodem. Dit is op het boorplan weergegeven. Ter plekke van druppelzone A zijn in totaal 3 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop. Visueel zijn er door de veldwerker geen asbestverdachte materialen opgemerkt. Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde De westzijde van deze druppelzone is niet toegankelijk vanwege de er achter gelegen (vervallen) kapschuur. Dit is op het boorplan weergegeven. In het toegankelijke deel van deze druppelzone zijn in totaal 3 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop. Visueel zijn er door de veldwerker geen asbestverdachte materialen opgemerkt. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van gras, bebouwing en verharding, niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren redelijk (goed zicht, veel neerslag).
Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage II. De bodemopbouw is globaal als volgt: in de bovengrond is voornamelijk uiterst tot zeer fijn, zwak siltig zand aangetroffen en de ondergrond bestaat voornamelijk uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Deze worden in tabel 3 weergegeven. Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 10 van 18
Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de opgeboorde bodem. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Monsterpunt
Diepte (m-mv)
Waarneming Gehele onderzoekslocatie
4
0.15 - 0.65
Sporen kolengruis
5
0.15 - 0.45
Sporen kolengruis en sporen baksteen
6
0.2 - 0.8
Sporen baksteen
Deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde A1
0 - 0.35
Zwak puin
A2
0 - 0.15 0.15
Zwak puin Gestaakt op puin
A3
0 - 0.15 0.15
Zwak puin Gestaakt op puin
Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde B2
0.15
Gestaakt op puin
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Het mengmonster van de ondergrond aanvullend op arseen geanalyseerd vanwege matig oerhoudende lagen. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
BG I (zintuiglijk schoon)
3 7, 8 en 9
0.25 - 0.5 0 - 0.5
NEN5740standaardpakket
BG II (sporen kolengruis)
4 5
0.15 - 0.65 0.15 - 0.45
NEN5740standaardpakket
BG III (sporen baksteen)
6
0.2 - 0.5
NEN5740standaardpakket
OG (matig oer)
1A 4 6
1.1 - 1.3 0.65 - 0.8 0.8 - 1.0
NEN5740standaardpakket + arseen
MM FF - 01
1A, 7, 8 en 9
0 - 0.5
Asbest
MM FF - 02
2 3 4 5 6
0.15 - 0.35 0.03 - 0.5 0.04 - 0.5 0.04 - 0.45 0.2 - 0.5
Asbest
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 11 van 18
Boring 1 is doorgezet tot circa 3.9 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens is de peilbuis doorgepompt. Op 6 oktober 2025 is de peilbuis bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
PB 1
2.90 - 3.90
2.40
6.6
144
9.7
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de streefwaarden en signaleringsparameters (interventiewaarden). In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. De verhoogde concentraties worden weergegeven in tabel 6. In de boven- en ondergrond (BG I III en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten (ook niet met arseen). Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1of streefwaarde
Interventiewaarde of Signaleringsparameter
PAK
3.3
3.31 *
1.5
40
BG II
Lood PCB
46 0.013
71.1 * 0.044 *
50 0.02
530 1.0
PB 1
Barium Nikkel
80 19
80 * 19 *
50 15
625 75
Monster
Component
BG I
AW2000
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 12 van 18
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T (grond) of SP (grondwater); ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I (geldt alleen voor grond); *** concentratie groter dan I (grond) of SP (grondwater). Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I en BG II - Lood, PAK en PCB Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). De (zeer) licht verhoogde gehalten aan lood en PAK mogelijk te relateren aan de zintuiglijk aangetroffen bodemvreemde materialen. Het licht verhoogde PCB-gehalte kan op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaard worden. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Grondwater - PB 1 - Barium en nikkel De zeer licht verhoogde gehalten aan barium en nikkel zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden.
In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Aangezien de signaleringsparameters niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten van het asbestonderzoek opgenomen. De gewogen asbestgehalten worden weergegeven in tabel 7. Tabel 7: Gewogen asbestgehalten (mg/kg droge stof). Monster
Component
Gewogen asbestgehalte
Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek
Gehele onderzoekslocatie MM FF - 01
Asbest
n.a.
50
MM FF - 02
Asbest
1.7
50
Deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde MM FF - A
Asbest
190
50
Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde MM FF - B
Asbest
300
50
In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 13 van 18
Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, is er asbest aangetoond. In deze paragraaf worden de resultaten besproken. Gehele onderzoekslocatie In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is wel asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. Deellocaties A en B: asbestverdachte druppelzones Ter plekke van de asbestverdachte druppelzones (MM FF - A en MM FF - B) is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten liggen ruim boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek (en boven de interventiewaarde voor asbest). Van de zeeffractie <0.5 mm maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. Formeel gezien is een nader asbestonderzoek noodzakelijk ter plekke van beide druppelzones. Geadviseerd wordt om, voorafgaand aan de sloop van het bijgebouw, zonder nader asbestonderzoek direct over te gaan tot sanering van de asbestverontreinigingen ter plekke van druppelzones A en B.
Op basis van de beschikbare gegevens wordt de omvang van de asbestverontreinigingen ter plekke van druppelzones A en B als volgt geschat: - deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde: circa 4.5 m3 (circa 15 meter lang x 1.0 meter breed en 0.3 meter diep); - deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde: circa 6 m3 (circa 20 meter lang x 1.0 meter breed en 0.3 meter diep). Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een plan van aanpak opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 14 van 18
5
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel met een oppervlakte van circa 1350 m2 aan de Dams Wichertsweg 2 in Bentelo. De onderzoekslocatie is deels bebouwd met een te behouden woning en 2 te slopen (vervallen) bijgebouwen. Het onbebouwde terreindeel is deels verhard met tegels en grind. Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard en begroeid met gras of in gebruik als bosgrond. De aanleiding van dit onderzoek is de herontwikkeling van het terrein. De 2 (vervallen) bijgebouwen aan de westzijde zullen worden gesloopt. Er zal een nieuwe functie aan de gehele onderzoekslocatie locatie worden toebedeeld (van agrarisch naar wonen) en er zal 1 nieuw bijgebouw aan de westzijde worden gebouwd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten uit dit vooronderzoek is de bovengrond als heterogeen verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. Dit is gebaseerd op het historische gebruik van de locatie als agrarisch erf en de ligging in de gemeente Hof van Twente. De ondergrond en het grondwater zijn als onverdacht beschouwd.
Resultaten veldwerk In totaal zijn er 9 inspectiegaten gegraven en is er 1 boring verricht. De boring en 2 inspectiegaten zijn doorgezet in de diepere ondergrond. Er is 1 diepe boring afgewerkt met een peilbuis. Per druppelzone zijn er in totaal 3 inspectiegaten gegraven. De bovengrond bestaat globaal uit uiterst tot zeer fijn, zwak siltig zand en de ondergrond bestaat globaal uit uiterst fijn tot matig grof, zwak siltig zand. In de boven- en ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen waargenomen. Er zijn bodemvreemde materialen in de vorm van baksteen en kolengruis (gehele onderzoekslocatie) en puin (druppelzones) aangetroffen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 2.40 m-mv. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan onderstaande worden geconcludeerd. Gehele onderzoekslocatie Het mengmonster OG is aanvullend op arseen geanalyseerd vanwege oerhoudende lagen.
- de bovengrond (BG I) is licht verontreinigd met PAK; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met lood en PAK; - de bovengrond (BG III) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG) is niet verontreinigd (ook niet met arseen); - het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium en nikkel; - mengmonster MM FF - 01 is niet asbesthoudend; - mengmonster MM FF - 02 is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocaties A en B: asbestverdachte druppelzones zuidzijde en noordzijde - mengmonster MM FF - A is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - mengmonster MM FF - B is asbesthoudend. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 15 van 18
Hypothese De hypothese “verdachte locatie” uit norm NEN5740, dient met betrekking tot de bovengrond van de gehele onderzoekslocatie te worden aangenomen aangezien er overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. De hypothese “onverdachte locatie” uit norm NEN5740, kan met betrekking tot de ondergrond van de gehele onderzoekslocatie worden aangenomen aangezien er geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden zijn aangetoond. Met betrekking tot het grondwater dient deze hypothese te worden verworpen, aangezien er overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdachte locatie” uit norm NEN5707 dient met betrekking tot de gehele onderzoekslocatie te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. De hypothese "verdachte locatie” uit norm NEN5707 dient met betrekking tot de asbestverdachte druppelzones (deellocaties A en B) te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en BG II) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele (zeer) lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de boven- en ondergrond (BG III en OG) zijn geen verontreinigingen gemeten.
Aangezien de tussenwaarden (grond) en de signaleringsparameters (grondwater) niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 02 is asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte ligt ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Van de zeeffractie <0.5 mm maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. In het mengmonster van de fijne fractie MM FF - 01 is geen asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - A en MM FF - B is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten liggen ruim boven de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek (en tevens boven de interventiewaarde voor asbest). Van de zeeffractie <0.5 mm maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat asbestverdachte vezels. Formeel gezien is een nader asbestonderzoek noodzakelijk ter plekke van beide druppelzones. Geadviseerd wordt om, voorafgaand aan de sloop van het bijgebouw, zonder nader asbestonderzoek direct over te gaan tot sanering van de asbestverontreinigingen ter plekke van druppelzones A en B.
Op basis van de beschikbare gegevens wordt de omvang van de asbestverontreinigingen ter plekke van druppelzones A en B als volgt geschat: - deellocatie A: asbestverdachte druppelzone zuidzijde: circa 6 m3 (circa 20 meter lang x 1.0 meter breed en 0.3 meter diep); - deellocatie B: asbestverdachte druppelzone noordzijde: circa 6 m3 (circa 20 meter lang x 1.0 meter breed en 0.3 meter diep). Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een plan van aanpak opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 16 van 18
Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening, na sanering van de asbestverdachte druppelzones (deellocaties A en B), geen bezwaar tegen de voorgenomen functiewijziging en nieuwbouw van het bijgebouw aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt na sanering geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 17 van 18
6
Literatuur en bronvermelding
Informatie van de gemeente Hof van Twente NEN5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, versie december 2021 Notitie Risicogrenzen ten behoeve van vaststelling van Interventiewaarden voor PFOS, PFOA en GenX (INEV’s), RIVM 20 juli 2021 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Kaartblad 34 E, Topografische Dienst Kadaster Rapportagemodule Overijssel www.viewer.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl
Kruse Milieu BV
Project: 25053016
Pagina 18 van 18
Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, oktober 2025
Dam Wichtersweg 2 in Bentelo
Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster
Topografische kaart Projectnummer: 25053010 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 34 E
Ad Fontem Dams Wichertsweg 2 7497 MV Bentelo Verkennend (asbest)bodemonderzoek
B1
B2 B3
3
4
A1 A2
A3
2
5 6
7 1
9 8
= Onderzoekslocatie = Te slopen = Asbestverdachte druppelzone = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis
12.5
0
Kruse Milieu BV Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Tel: 0546 - 639663 www.krusegroep.nl
Veldwerker: NP
Tekenaar: RM
Projectcode Schaal Datum
: 25053016 : 1:250 (A3-formaat) : Oktober 2025
Bijlage II Boorstaten
1
1
grind / cm t ov m aaiveld
0
2 0
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin
1
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs
2
50
-80 100
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, zwak t eelaarde
150
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker oranje, rood, m at ig oer, hard
0
grind m et asfalt granulaat -30
50
grind / cm t ov m aaiveld
0
-4
bet on -15
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer, sporen t eelaarde
3 -35
100 -110
4
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin -55
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, m at ig hum eus, donker zwart , bruin
150 -130
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, rest en hout
200 -150
zand, uit erst fijn, st erk silt ig, donker beige, geel, zwak oer 250
-180
t ype dat um boorm eest er
-205
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
1 -230
zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs
350
-310
zand, uit erst fijn, st erk silt ig, neut raal grijs
390
-200
bet on / cm t ov m aaiveld
0
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal grijs, beige, sporen roest
300
-160
zand, m at ig grof, zwak silt ig, licht grijs, beige
3
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs 290
2 50 t ype dat um boorm eest er
zand, m at ig grof, zwak silt ig, p e ilb u is m e t 1 f ilt e r neut raal grijs 2 9 -0 9 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
1A
grind / cm t ov m aaiveld
0 1
31x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
-25
30x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin
4
3
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, grijs
4 5 150
7
0
1
0
-4 2 50
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer, zwak t eelaarde -15
3 t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen kolengruis -50
-80
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, sporen kolengruis
-110
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, donker oranje, geel, m at ig oer
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, licht grijs, bruin, zwak t eelaarde
6
200
bet on / cm t ov m aaiveld
0
-50 100
-8
-50
31x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, st erk grindig, zwak hum eus, donker bruin
2
-3
bet on m et bakst een
-390
-30
50
0
30x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer, zwak t eelaarde
-330 t ype dat um boorm eest er
-110
5
200
-65
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, donker oranje, rood, m at ig oer, hard
-80 -130
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, neut raal beige, geel, sporen oer
5 -150
t egel / cm t ov m aaiveld
0
0
1
zand, uit erst fijn, st erk silt ig, donker beige, geel, zwak oer
-4 2 -180
50
-205
t ype dat um boorm eest er
zand, zeer fijn, zwak silt ig, licht grijs
3
31x31cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, sporen oer -15
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
31x31cm , zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, neut raal beige, bruin, sporen kolengruis, sporen bakst een -45
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin, grijs -60
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
D a m s W ich e r t sw e g 2 - Be n t e lo 25053016 N EN 5 1 0 4
6 0
t egel / cm t ov m aaiveld 1
A2 0
0
-4 2 50 3
30x30cm , zand, m at ig grof, zwak silt ig, neut raal grijs, beige -12
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
30x30cm , asfalt granulaat m et grind
4 100
t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld
-10
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin, gest aakt op puin
-15
20x30cm , bet on
-15 -20
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
30x30cm , zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen bakst een, m at ig t eelaarde
A3 0 -50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, sporen bakst een, m at ig t eelaarde -80
zand, m at ig grof, zwak silt ig, donker geel, oranje, m at ig oer
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
braak / cm t ov m aaiveld
7
gras / cm t ov m aaiveld
0 1 50
-10
zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin, gest aakt op puin
-50
gras / cm t ov m aaiveld 1
0
32x32cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin
50
-50
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g gras / cm t ov m aaiveld
0 1
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
B2 0
t ype dat um boorm eest er
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
B3 0
t ype dat um boorm eest er
braak / cm t ov m aaiveld
0
-10
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin -35
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, bruin, m at ig t eelaarde -50
bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform
-50
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin -10
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin, gest aakt op puin
D a m s W ich e r t sw e g 2 - Be n t e lo 25053016 N EN 5 1 0 4
bosgrond / cm t ov m aaiveld
0
-10
50
31x31cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin 50
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin
30x30cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin
-50
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
0
0
-10
50
0
32x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin
50
A1
bosgrond / cm t ov m aaiveld
-15
9
t ype dat um boorm eest er
B1 0
t ype dat um boorm eest er
8
t ype dat um boorm eest er
-15
32x32cm , zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
0
t ype dat um boorm eest er
0
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak hum eus, donker bruin
0
30x30cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin
-100
t ype dat um boorm eest er
0
31x31cm , zand, uit erst fijn, m at ig silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker bruin, zwak puin
in sp e ct ie g a t 0 6 -1 0 -2 0 2 5 N . Pe p p in g
zand, uit erst fijn, zwak silt ig, zwak grindig, zwak hum eus, donker grijs, bruin -50
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN [ 5 1 0 4 ]
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
Bijlage III Resultaten chemische analyses
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Kruse Milieu BV Dhr. Ramon Munsterhuis Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Klantnr:
35004426
Analyserapport 1614153 25053016 Dams Wichertsweg 2 - Bentelo Datum: 13.10.2025
Opdracht Opdrachtgever Opdrachtacceptatie Project
1614153 Bodem / Eluaat 35004426 Kruse Milieu BV 06.10.2025 151183 Dams Wichertsweg 2 - Bentelo
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn.
Dit analyserapport met opdrachtnummer 1614153 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 389070, 389075, 389078, 389082. Met vriendelijke groet,
DOC-13-26596086-NL-P1
AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Rens Keppels, Tel. +31570788114
Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).
Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Analyserapport 1614153 25053016 Dams Wichertsweg 2 - Bentelo Datum: 13.10.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername
Monster beschrijving
389070 389075 389078 389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 0-50, 9: 0-50 BG II, 4: 15-65, 5: 15-45 BG III, 6: 20-50 OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
06.10.2025 00:00 06.10.2025 00:00 06.10.2025 00:00 06.10.2025 00:00
Algemene monstervoorbehandeling Parameter S S S
Eenheid
Voorbehandeling dmv breken (AS3000) Voorbehandeling conform AS3000 Droge stof
%
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
--3)
++2)
--3)
++2)
++1),2)
++1),2)
++1),2)
++1),2)
85,21)
93,61)
88,71)
87,41)
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
1,7
<1,05),7)
1,95)
<1,07)
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
6,9
3,06)
1,9
5,06)
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
++1),2)
++1),2)
++1),2)
++1),2)
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
--3) <207) 0,22 <3,07) 9,3 <0,057) 16 <1,57) <4,07) 33
--3) <207) 0,27 <3,07) 7,0 <0,057) 46 <1,57) 5,5 37
--3) <207) <0,207) <3,07) <5,07) <0,057) 10 <1,57) <4,07) <207)
4,7 <207) <0,207) <3,07) <5,07) <0,057) <107) <1,57) <4,07) <207)
389070
389075
389078
389082
BG I, 3: 25-50, 7: 0-50, 8: 050, 9: 0-50
BG II, 4: 15-65, 5: 15-45
BG III, 6: 20-50
OG, 1A: 110-130, 4: 65-80, 6: 80-100
Fracties (sedigraaf)
S
Parameter
Eenheid
Fractie < 2 µm
% Ds
Klassiek Chemische Analyses
S
Parameter
Eenheid
Organische stof9)
% Ds
Voorbehandeling metalen analyse Parameter S
Eenheid
Koningswater ontsluiting
Metalen (AS3000)
S S S S S S S S S S
Parameter
Eenheid
Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn)
mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds
PAK (AS3000)
DOC-13-26596086-NL-P2
Parameter
Eenheid
S Anthraceen mg/kg Ds 0,060 <0,0507) <0,0507) <0,0507) 7) 7) S Benzo(a)anthraceen mg/kg Ds 0,41 <0,050 <0,050 <0,0507) 7) S Benzo(a)pyreen mg/kg Ds 0,47 0,078 <0,050 <0,0507) Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).