04 TAM-omgevingsplan Mossendamsweg 4a Ambt Delden - Ruimtelijk kwaliteitsplan.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Ambt Delden, Mossendamsweg 4a
Inhoudsopgave
2
1. Inleiding
3
2. Analyse
4
3. Beleid
8
4. Landschapsplan
10
5. Aanleg en beheer
13
Colofon
14
1 Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op het perceel aan de Mossendamseweg 4a in Ambt Delden. Het perceel staat kadastraal bekend als gemeente Hof van Twente, sectie G nummer 2579. Het initiatief bestaat om drie agrarische schuren te slopen en een nieuwe compensatiewoning met bijgebouw te realiseren. Bij de nog bestaande schuur is het voornemen om een nieuwe aanbouw te realiseren. Daarnaast is de initiatiefnemer voornemens om een kleinschalige camping te realiseren bestaande uit 24 camperplaatsen, twee trekkershutten en een sanitair gebouw. Deze ontwikkelingen moeten landschappelijk worden ingepast. BJZ.nu is gevraagd om een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.
Afbeelding 1 Projectgebied ten opzichte van Goor (Bron: Plattekaart)
3
Afbeelding 2 Luchtfoto projectgebied (Bron: Pdokviewer)
2 Omgevingsanalyse Geomorfologie
Bodem
Beekdalbodem
Beekoverstromingsvlakte Dekzandrug Complex van dekzandwelvingen
Hoge zwarte enkeerdgronden
Beekeerdgrond
Dalvormige laagte Dekzandkopje
Gordeldekzandrug
Veldpodzolgrond Vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss
Het projectgebied ligt deels op een gordeldekzandrug en deels in een beekoverstromingsvlakte. Gordeldekzandruggen zijn flauwe terreinverheffingen, ontstaan door windafzetting in de laatste ijstijd onder arctische omstandigheden. Ze omringen vaak stuwwallen en grondmoreneruggen in Oost-Nederland. Beekoverstromingsvlakten zijn vlakke gebieden die zijn gevormd doordat beken vroeger regelmatig buiten hun oevers traden en slib afzetten in de lager gelegen delen.
Het projectgebied ligt deels op een hoge zwarte enkeerdgrond en deels een beekeerdgrond. Deze hoge zwarte enkeerdgronden zijn dikke eerdgronden met een esdek bestaande uit zand, een hoge ligging ten opzichte van het grondwater (Gt IV en hoger) en een zwarte minerale eerdlaag. De bovengrond bestaat uit lemig fijn zand. De beekeerdgronden zijn kalkloze zandgronden met een minerale eerdlaag van 15-50 cm dikte, zonder ijzerhuidjes. De bovengrond bestaat uit lemig fijn zand.
Afbeelding 3 Geomorfologische kaart (Bron: Bodemdata)
Afbeelding 5 Bodemkaart (Bron: Bodemdata)
Hoogte
Grondwatertrappen
V
9,90m 10,50m 12,30m
VI VII
4
Het betreft een glooiend gebied waar hoogteverschillen 3m voor kunnen komen. In het projectgebied zelf zijn er hoogteverschillen van maximaal 1m aanwezig. De hoogte bedraagt gemiddeld 10,30 boven NAP.
Het projectgebied heeft grondwatertrap 6. De grondwaterstand ligt gemiddeld tussen de 40 en 80cm diep ten opzichte van het maaiveld. Dit betekent het niet een erg nat, maar ook niet droog gebied is.
Afbeelding 4 AHN hoogtekaart (Bron: AHN-viewer)
Afbeelding 6 Grondwatertrappenkaart (Bron: Bodemdata)
2 Landschapstype
1875
1925
Het projectgebied ligt in het buitengebied van gemeente Hof van Twente ten oosten van Goor in Ambt Delden. In afbeelding 7 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1875 en 2024 te zien. Het projectgebied ligt in een oude hoevenlandschap (ookwel kampenlandschap genoemd). Dit is een landschap met verspreide erven. Dit landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. In afbeelding 7 is de ontwikkeling van dit kampenlandschap.
De eerste ontginningen waren al uitgevoerd. De oorspronkelijke agrarische bedrijven lagen voornamelijk rondom de kampen.
5
Rond 1925 vestigden zich meer en meer agrarische bedrijven in dit gebied. Deze vestigden zich met name langs de kampen. Rondom de akkers zijn veelal houtwallen aanwezig.
1975
2024
In 1975 is te zien dat de wegenstructuur op sommige plekken is veranderd. Daarnaast is er weinig over van de vele houtwallen in het landschap. Door middel van ruilverkaveling zijn er grotere percelen gekomen.
In bovenstaande afbeelding is het huidige landschap te zien met zijn moderne kenmerken. Door meer ruilverkaveling zijn er nog grotere percelen ontstaan. Het landschap bestaat uit een onregelmatige blokverkaveling. Ook zie je dat de bebouwing is toegenomen. Onder andere doordat agrarische bedrijven veel groter zijn geworden.
Afbeelding 7 Historische kaarten (Bron: Topotijdreis)
2 PNV Aan de hand van het bodemtype en het grondwaterniveau kan de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV) worden bepaald. Dit is de vegetatie die op de locatie voor zou komen zonder menselijk ingrijpen of rampen.
De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor de volgende beplanting: Quercus patraea
Wintereik
Op basis van de analyse van de natuurlijke ondergrond is het bijpassende bostype voor het projectgebied bepaald.
Sorbus aucuparia
Wilde lijsterbes
Fagus sylvatica
Beuk
Taxus baccata
Venijnboom
Ilex acquifolium
Hulst
Carpinus betulus
Haagbeuk
Corylus avellana
Hazelaar
Crataegus monogyna
Eenstijlige meidoorn
Voor het projectgebied is dat het bostype ‘Gierstgras-Beukenbos’. Bij de plantkeuze verdient het de voorkeur om aan te sluiten bij de vastgestelde PNV. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen.
6
2 Landschappelijke structuur
1
Onregelmatige blokverkaveling
2
Houtsingels
2
1
1 1
2
2 1 N
7
2
3 74
3. Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel
Laag van agrarisch cultuurlandschap "Oude hoevenlandschap"
De omgevingsvisie Overijssel is de provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het projectgebied.
Dit is een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven.
Natuurlijke laagte “Beekdalen en laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. Dynamisch landschap, open karakter met hogere randen. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier.
De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er volop mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.
Beekdalen en laagtes
Dekzandvlakte en ruggen Afbeelding 8 Natuurlijke laagte (Bron: Omgevingsvisie Overijssel)
Oude hoevenlandschap
“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem en door beplanting met ‘natuurlijke’ soorten. En door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.
8
Jonge heide- en broekontginningslandschap Afbeelding 9 Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Omgevingsvisie Overijssel)
3. Beleid 3.2 Welstandsnota Hof van Twente In de welstandsnota is het ruimtelijke beleid opgenomen van de gemeente Hof van Twente. Het projectgebied ligt in het deelgebied kampen en essen. Het kampenlandschap omvat grote delen van de oostelijke helft van de gemeente. Kenmerkend voor dit oude lichtglooiende landschap is het mozaïek aan kavels. Een gedeelte hiervan is omgeven door houtwallen en bosjes. Op de plattelandswegen in de kampen, die door de velden en bosschages slingeren, wisselt telkenmale het beeld. De boerenerven zijn op vanzelfsprekende wijze in het mozaïek opgenomen. Een erf bestaat meestal uit een oude boerdeij, een stalen en een schuur. Genoemde gebouwen staan veelal losjes rond een centraal pleintje gegroepeerd. Op en rond het erf staan groepjes eiken. De essen liggen vooral rond Markelo, kleinere essen vinden we bij Delden enten zuiden van Bentelo. Door hun bolling, het ontbreken van bebouwing en bomen doen de essen ruim aan. Onderaan de hellingen van de essen liggen de boerderijen. Op een aantal plekken vormen clusters en linten van boerderijen, een buurtschap. Op steeds meer plaatsen worden de oude boerderijen door burgers bewoond. Ook komt het voor dat op de plaats van de boerderij een nieuw woonhuis wordt gezet. De nieuwbouw springt vooral in het oog als de kenmerkende erfbeplanting ontbreekt.
Beleid In het beleid worden de kampen en essen als waardevol landschap aangeduid. Ingezet wordt op landbouw in combinatie met behoud van de onregelmatige verkaveling, de houtwallen en de boomgroepen. Ook de open essen dienen gespaard te blijven. Met het culturele erfgoed, de karakteristieke erven, dient voorzichtig te worden omgesprongen.
verspreid liggende kleine kernen in het dekzandlandschap zijn ontstaan uit de buurtschappen, landgoederen of de ligging aan doorgaande wegen: Bentelo, Diepenheim, Hengevelde, St. Isidorushoeve. Langs de beken liggen buurtschappen met natte hooilanden (maten), oude kampontginningen en plaatselijk ook grotere essen. Daartussen liggen kleinschalige veldontginningen met restanten heide en bos. Langs enkele beken zijn de cultuurhistorische landschappen nog goed herkenbaar zoals bij Stepelo-Bentelo en het Brummelhuis. In de fraaie landgoederen rond Diepenheim, die eveneens langs de beken zijn ontstaan, zijn ook nog gave kampen bewaard gebleven. Het dekzandlandschap is hier vanouds sterker verdicht met bossen en oude lanen. Door het intensieve landbouwkundige gebruik en ruilverkavelingen zijn delen van het oorspronkelijk gevarieerde en kleinschalige landschap nauwelijks meer herkenbaar. Dit gebied wordt gekenmerkt als agrarisch werklandschap: een half open landbouwgebied. De linten van beken en wegen zorgen nog enigszins voor oriëntatie en ordening. Hier komen relicten voor zoals oud bouwland, houtwallen, singels, bosjes en erfbeplanting. De samenhang tussen de landschapselementen is er beperkt. Het landschap van het dekzandgebied heeft de volgende kenmerken: • Waardevolle ensembles van oude kampenlandschappen, heide, bos en landgoederen.
• Half open landbouwgebied met verspreide landschapselementen; oud bouwland, singels, solitaire bomen, heiderestanten en bosjes. • Beken met maten en singels. • Wegenpatroon parallel aan en haaks op de beken.
3.3 Landschapsontwikkelingsplan Hof van Twente De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een landschapsontwikkelingsplan laten opstellen. Het Landschapsontwikkelingsplan Haaksbergen & Hof van Twente dient een samenhangende visie op landschapskwaliteit te bevatten en de bouwstenen en inrichtingsprincipes aan te geven voor landschapsontwikkeling. Het plan dient bovendien als leidraad voor de rol en werkwijze van de beide samenwerkende gemeenten om deze visie te realiseren door middel van concrete projecten.
9
Het dekzandgebied is het lager gelegen vrij vlakke gebied tussen het plateau en de stuwwal bij Markelo in. Het wordt doorsneden met beken die min of meer parallel in noordwestelijke richting afstromen, richting de Regge in het verzamelgebied. De
Afbeelding 11 Criteria Kampen en essen (Bron: Welstandsnota Hof van Twente)
Afbeelding 10 Kampenlandschap (Bron: Welstandsnota Hof van Twente)
4 Uitgangspunten landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Het projectgebied ligt in het buitengebied ten oosten van de kern Goor. Het perceel bevindt zich in het oude hoevenlandschap (kampenlandschap). Het bebouwingsbeeld in de omgeving bestaat voornamelijk agrarische bedrijven en woonerven. Uitgangspunten initiatiefnemer: • De initiatiefnemer streeft naar de sloop van 3 agrarische schuren. Voor de sloop is het voornemen een compensatiewoning met bijgebouw te realiseren. En bij de bestaande schuur een aanbouw te realiseren. Daarnaast is wilt de intiatiefnemer een kleinschalige camping realiseren met 24 camperplaatsen, twee trekkershutten en een sanitair gebouw.
Legenda Te slopen: 1. Agrarische schuren Te realiseren: 2. Woning 3. Bijgebouw 4. Aanbouw bij bestaande schuur 5. Sanitairgebouw 96m2 6. Trekkershut 30m2 7. 24 Camperplaatsen 8. Parkeerplaats 9. Bomen 10. Struweelbosje 11. Solitaire boom 12. Haag 13. Geriefhoutbosje 14. Fruitboomgaard 15. Gravelpad 16. Gras 4
Uitgangspunten Provinciegroep Overijssel: elzen • De erven moeten aansluiten op de Bosstruweel gebiedskenmerken volgens de Omgevingsvisie Gelderse roos Overijssel. Hazelaar Kardinaalsmuts Lijsterbes Uitgangspunten Gemeente Hof van Twente: Zwarte els • Het behouden en versterken Zachte berk van de
landschappelijke kenmerken en het versterken van de biodiversiteit.
12 1
12 10
8
14
10 15
2
5
3
16
6
11
1
10
11
10 9
7 9
10
6 1 13 9
Zichtvensters richting open landschap
10
Legenda 1. Aan te planten struweel Sortiment: 20% Prunus spinosa (Sleedoorn) 20% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20% Viburnum opulus (Gelderse roos) 10% Corylus avelana (Hazelaar) 20% Rahmnus frangula (Vuilboom) 10% Euonymus europaeus (Wilde kardinaalsmuts) Soorten gemengd planten, niet opeenvolgend. Te beplanten oppervlakte: circa 895m2 Plantwijze: plantverband 1,5 x 1,5 meter in driehoeksverband Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-100cm 2. Aan te planten bomen 50% Quercus robur (Zomereik) 30% Acer campestre (Veldesdoorn) 20% Alnus incana (Grijze els) Aantal: 44 stuks met min. 6m onderlinge afstand Aanplantmaat: 16-18cm (stamomtrek) 3. Aan te planten solitaire bomen Tilia plathypyllos (Zomerlinde) Aantal: 5 stuks Aanplantmaat: 16-18cm (stamomtrek), solitair 4. Aan te planten beukenhaag (Fagus sylvatica) Totaal oppervlak: 26m1 met uiteindelijke hoogte max. 150cm Plantwijze: dubbele plantrij, 4 stuks/m1 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120 cm 5. Aan te planten geriefhoutbosje Sortiment: 20% Betula pendula (Ruwe berk) 20% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20% Corylus avellana (Hazelaar) 20% Quercus robur (Zomereik) 20% Alnus glutinosa (Zwarte els) Soorten gemengd planten, niet opeenvolgend.
Te beplanten oppervlak: circa 173m2 Plantwijze: plantverband 1,5 x 1,5 meter in driehoeksverband Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-100cm 6. Aan te planten fruitbomen Pyrus/Prunus/Malus naar eigen keuze Aantal: 8 stuks met min. 4m onderlinge afstand Aanplantmaat: 16-18cm (stamomtrek)
4
4 1 6 1
3
1
1 2
2 1
5 2
Ambt Delden, Mossendamsweg 4a
Formaat: A3
11
Schaal: 1:1000 Datum: Augustus 2025
4 Onderbouwing landschapsplan In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.
4.2 Kenmerken landschapsplan Het erf en het omliggende landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ligging en vormgeving van een erf worden grotendeels bepaald door de bodemopbouw en het karakter van het landschap. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt zorgvuldig aangesloten bij de karakteristieke indeling van het erf, passend binnen het bestaande kampenlandschap. De ontwikkeling omvat het slopen van bestaande agrarische schuren en het realiseren van een nieuwe woning met bijgebouw. Daarnaast is het plan om een kleinschalige camping in te richten, bestaande uit 24 camperplaatsen, twee trekkershutten en een sanitair gebouw. Woonerf Stedenbouwkundig Allereerst worden er drie agrarische schuren gesloopt. In ruil voor de sloop wordt een nieuwe compensatiewoning gerealiseerd met bijgebouw. De nieuwe woning wordt gebouwd aan de westzijde en wordt ontsloten via de bestaande eigen weg die aansluit op de Mossendamsweg. De woning en het bijgebouw worden uitgevoerd in een passende, gedekte kleurstelling en volgens traditionele erfstructuren, met het werkgedeelte aan de achterzijde en siertuin aan de voorkant. Daarnaast wordt de overgebleven bestaande schuur voorzien van een nieuwe aanbouw.
Landschappelijk Om de woning op een natuurlijke wijze in te passen in het landschap, wordt rondom het voorerf een inheemse haag aangeplant. Dit accentueert het voorerf en zorgt voor een duidelijke erfafscheiding. Aan de oostzijde van de woning komt een boomgaard met diverse fruitbomen, passend binnen het traditionele kampenlandschap en bevorderlijk voor de biodiversiteit. Het is wenselijk dat het zicht naar het omliggende open landschap behouden blijft. Dichte beplanting is zodoende niet wenselijk op het achtererf. Wel wordt een solitarie boom aangeplant, waarmee een betere balans tussen bebouwing en groen ontstaat.
12
Camping Stedenbouwkundig De camping wordt gesitueerd ten oosten van de nieuwe woning. De onsluiting wordt wederom aan de eigenweg gesloten. Bij de ingang van het terrein wordt een sanitair gebouw geplaatst. Daarnaast wordt ten noorden van het sanitair gebouw een
parkeerplaats gerealiseerd eveneens ontsloten via de eigen weg. De twee trekkershutten worden aan de oostkant dicht bij het sanitair geplaatst.
Landschappelijk De camperplaatsen worden omzoomd door inheemse struiken en bomen. Deze begroeiing draagt bij aan de biodiversiteit, biedt schaduw en zorgt voor een natuurlijke afscherming tussen de plaatsen, terwijl tegelijkertijd zichtlijnen naar het open landschap behouden blijven. In de zuidoosthoek van het terrein wordt een geriefhoutbosje (ook wel houthakbosje genoemd) aangelegd. Dit is een traditioneel landschapselement binnen het kampenlandschap en zal worden voorzien van een inheemse kruidlaag en boomvormers. De camperplaatsen worden op speelse wijze rond een lusvormig gravelpad ingericht. Op het centrale ‘eiland’ binnen deze lus worden enkele solitaire bomen geplant, wat zorgt voor een gevarieerd en aantrekkelijk beeld. De parkeerplaats wordt omringt door een haag die aansluit op de haag van het nieuwe woonerf. Hierdoor vormt dit landschappelijk één geheel. Behoud en Versterking van het Landschap Waar mogelijk wordt de bestaande beplanting behouden. Door de toepassing van streekeigen beplanting en een zorgvuldige inrichting wordt het projectgebied op een natuurinclusieve en landschappelijk verantwoorde wijze ingepast. Dit draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit, versterkt de landschappelijke identiteit en bevordert de biodiversiteit in het gebied.
5 Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie 1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte vanaf de wortelhals.
5.2 Specifieke aanplantinstructie Boom 1. Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. Struweel Houd rekening met het type bodem en kies daar de soorten bomen en struiken op uit. Veel verschillende soorten, geeft meer diversiteit in het element. Haag Voor het ontwikkelen van een dichte haag is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende, meer rijen mag ook. Per strekkende meter kunt u 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen. Eventueel kunt u een draad spannen als hulpmiddel bij het graven van de plant- sleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde. Fruitboom Fruitbomen kunnen meer dan 10 meter hoog en breed worden. Het is daarom belangrijk bij aanplant de fruitbomen op ruime afstand van elkaar te planten. Plant daarom appelbomen minstens 10 meter uit elkaar, peren en kersen 8 meter en pruimen 6 meter uit elkaar. Voor het planten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Snoei de jonge boom meteen na de aanplant. Geriefhoutbosje Voor het aanplanten voor een geriefhoutbosje wordt er uit gegaan van minimaal 50 stuks per 100 m2.
Aanplant kan in blokverband, driehoek verband of wildverband. Boomvormers in het midden en struikvormers aan de zijkanten.
5.2 Specifiek beheer
13
Boom Beheer is bij een solitaire boom niet of nauwelijks nodig. Door middel van een visuele beoordeling kan worden bekeken of onderhoudssnoei noodzakelijk is. Het verdient aanbeveling
om regelmatig zogeheten zuigers, schurende takken en dood hout te verwijderen. Snoeien kan over het algemeen in de wintermaanden, met uitzondering van haagbeuk, walnoot, wilde paardenkastanje, esdoorn en berk. Struweel Na ongeveer 5 – 6 jaar zullen de takken in de heesterrand elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na tien jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. Dit kan door middel van gefaseerd hakhoutbeheer. Haag De beste snoeiperiode is eind februari of begin maart. Fruitboom De vormsnoei is vooral belangrijk bij de jonge bomen. Elke soort heeft zijn eigen specifieke vorm. Fruitbomen kunnen het beste jaarlijks gesnoeid worden. Het gaat daarbij om vervanging van minder vitaal, afgedragen vruchthout, het verwijderen van ziek hout en het verwijderen van verkeerd geplaatste nieuwe scheuten. Geriefhoutbosje In de jeugdfase bestaat het onderhoud uit het vrij houden van de aanplant van ruigtekruiden zoals braam en brandnetel die de jonge bomen en struiken overgroeien. Na circa 5-6 jaar zal de aanplant gesloten raken. Daar waar nodig kan dan gesnoeid en gedund worden. Na circa 10 jaar is onderhoud noodzakelijk waarbij concurrentie krachtige bomen en struiken worden afgezet. Werk daarbij gefaseerd. Dit hakhoutbeheer dient periodiek (iedere 15-20 jaar) te worden uitgevoerd.
Colofon
Project:
Ambt Delden, Mossendamsweg 4a
Auteur:
BJZ.nu
Datum:
Augustus 2025
Status:
Concept
www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
14
Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein
Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen
1