04 TAM IMRO Luchtendijk 1a Markelo Quickscan flora en fauna.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22h Luchtendijk 1a Markelo
Bijlagen bij de motivering
ontwerp
49
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22h Luchtendijk 1a Markelo
Bijlage 2 Rapport verkennend natuuronderzoek Luchtendijk 1a M arkelo D3
104
ontwerp
Verkennend natuuronderzoek locatie Luchtendijk 1a Markelo Onderzoek naar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde soorten flora en fauna en beschermde natuurgebieden
Datum: 14-01-2025 Auteur: D. Tuitert Opdrachtgever: Fam. Denekamp Rapportnummer: VKNO/2025/14.01 Versie: D3
Inhoud Inhoud ................................................................................................................................. 2 1 Inleiding ........................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................. 3 1.2 Doelstelling ............................................................................................................. 3 1.3 Onderzoeksgebied ................................................................................................. 3 2 Wettelijk kader ............................................................................................................. 6 2.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit ................................................................... 6 2.2 Omgevingswet; Flora en fauna-activiteit ................................................................ 6 2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland .......................................... 7 3 Gebiedsbescherming ................................................................................................... 9 3.1 Natura 2000-gebieden ...........................................................................................
9 3.2 Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................... 9 4 Soortenbescherming .................................................................................................. 11 4.1 Verkennend veldbezoek....................................................................................... 11 4.2 Flora ..................................................................................................................... 11 4.3 Vogels .................................................................................................................. 11 4.4 Zoogdieren ........................................................................................................... 12 4.4.1 Vleermuizen................................................................................................. 12 4.4.2 Overige zoogdiersoorten ............................................................................. 13 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen ............................................................................. 13 4.6 Ongewervelden .................................................................................................... 13 4.7 Rode lijssoorten ...................................................................................................
14 5 Conclusie ................................................................................................................... 15 5.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit ................................................................. 15 5.2 Omgevingswet; Flora- en fauna-activiteit............................................................. 15 5.3 Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 15
2
1
Inleiding
1.1 Aanleiding Op de locatie Luchtendijk 1a in Markelo is in 2018 een nieuwe recreatiewoning gebouwd. In dat kader is in 2017 een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd. Het voornemen is om deze woning permanent te betrekken. Hiervoor is een bestemmingswijziging noodzakelijk. Er vinden geen fysieke ingrepen plaats aan de bestaande woning. Achter deze woning zal een bijgebouw worden aangebracht. In dat kader is gevraagd om het verkennend natuuronderzoek, dat in 2017 op deze locatie is uitgevoerd, te actualiseren. Voorliggend rapport bevat de uitkomsten van de actualisatie van het verkennend natuuronderzoek.
Figuur 1.1: Ligging bestaande recreatiewoning rood omlijnd) en globale locatie nieuw te bouwen bijgebouw (blauw omlijnd).
1.2 Doelstelling De doelstelling van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Omgevingswet worden overtreden ten aanzien van beschermde soorten flora en fauna of Natura 2000gebieden of uit de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Indien sprake is van effecten op beschermde soorten flora en fauna, dan is voor de ingreep mogelijk een omgevingsvergunning voor een flora en fauna-activiteit vereist op grond van de Omgevingswet. Indien sprake is van significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden, dan is voor de ingreep mogelijk een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit vereist op grond van de Omgevingswet. Aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland is alleen onder voorwaarden toegestaan binnen de ruimtelijke procedures. 1.3 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft de locatie van een nieuw te bouwen bijgebouw achter de bestaande recreatiewoning. Het betreft een deel van een bosperceel met voornamelijk opslag van enkele jonge boompjes en bosstruweel. Er staat één oudere zomereik die mogelijk gekapt moet worden. Op het terrein is een kleine wadi aanwezig voor de afwatering van de recreatiewoning. Hier is geen sprake van permanent aanwezig oppervlakte-
3
water, zelfs niet in de winterperiode. Het onderzoeksgebied is gelegen in een bosperceel in een groenrijk gebied in het buitengebied van Markelo. Onderstaande foto’s geven een indruk van het onderzoeksgebied.
Foto 1 t/m 6: Indruk onderzoeksgebied.
4
Foto 7 en 8: Oude verwaaide buizerdnesten in het bosperceel buiten het onderzoeksgebied.
5
2
Wettelijk kader
2.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Omgevingswet. Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000gebieden staan in artikel 5.1, eerste lid, sub e, van de Omgevingswet. Daarin is aangegeven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000 activiteit te verrichten. Een Natura 2000-activiteit is een: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie).
De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 5.1 van de Omgevingswet. 2.2 Omgevingswet; Flora en fauna-activiteit In de Omgevingswet is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet en onderliggende besluiten en regelingen zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. Er zijn drie verschillende beschermingsregimes waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m 11.40 Bal): Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij vogels. Het gaat om vogels die in Nederland in het wild leven en daar van nature voorkomen. Het gaat dus niet om vogels die in gevangenschap zijn geboren, gefokte vogels of ontsnapte vogels die zijn verwilderd.
Onder schadelijke handelingen bij vogels vallen: • het opzettelijk doden of vangen ervan; • het opzettelijk vernielen of beschadigen van hun nesten, rustplaatsen of eieren; • het opzettelijk wegnemen van hun nesten; • het rapen en onder zich hebben van hun eieren; • het opzettelijk storen ervan. Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m 11.48 Bal); De bedoelde diersoorten zijn in het wilde levende soorten (geen vogels) van: • bijlage IVa bij de Habitatrichtlijn • bijlage II bij het Verdrag van Bern • bijlage I bij het Verdrag van Bonn Schadelijke handelingen bij die dieren zijn de volgende handelingen in hun natuurlijke verspreidingsgebied: • opzettelijk doden of opzettelijk vangen; • opzettelijk hun eieren vernielen of rapen in de natuur; • opzettelijk verstoren; • hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen beschadigen of vernielen.
6
Andere Soorten (artikel 11.54 Bal) Er geldt een vergunningplicht voor schadelijke handelingen bij dieren van bijlage IX, onder A van het Bal (artikel 11.54, eerste lid, Bal). Het gaat om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onder schadelijke handelingen bij die dieren vallen: • opzettelijk doden of vangen; • opzettelijk hun vaste voortplantingsplaatsen, eieren of rustplaatsen beschadigen of vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LVVN) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet en onderliggende besluiten en regelingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen omgevingsvergunning nodig is, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort(en). Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Omgevingswet. Er is dan geen omgevingsvergunning nodig. Zorgplicht In de Omgevingswet is in artikel 11.27 van het Bal een specifieke zorgplicht opgenomen voor flora en fauna.
De specifieke zorgplicht schrijft voor dat bij flora- en fauna-activiteiten extra maatregelen dienen te worden genomen indien er aanwijzingen zijn voor het voorkomen van bepaalde plant- en diersoorten. Dit geldt voor zowel beschermde soorten (Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten), maar ook voor trekvogelsoorten (art. 4.2 van de Vogelrichtlijn) en Rode Lijst-soorten, ongeacht vrijstellingen, gedragscode of ontheffing/vergunning. De specifieke zorgplicht is ook van kracht voor de leefgebieden of natuurlijke habitats van bovengenoemde soorten. Iedereen die een flora- en fauna-activiteit uitvoert, moet nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken (in deze volgorde). Inmiddels heeft de rechter in een uitspraak enige invulling gegeven aan de manier waarop de specifieke zorgplicht uit de Omgevingswet dient te worden geïnterpreteerd. Volgens de voorzieningenrechter is pas sprake van een overtreding van de specifieke zorgplicht bij ernstige nadelige gevolgen voor de soort (ECLI:NL:RBMNE:2024:4910). Daarbij ligt het in de rede om te toetsen aan de staat van instandhouding van de betreffende soort(en) op lokaal niveau. 2.3 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland De omgevingsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de provincie stelt binnen haar grondgebied.
Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er instructieregels opgenomen in afdeling 7.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), die verplichten de provincie tot: • het aanwijzen van Natuurnetwerk Nederland-gebieden (NNN-gebieden; artikel 7.6 Bkl); • het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN- gebieden (artikel 7.7 Bkl); • het stellen van regels in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kenmerken en waarden van NNN-gebieden (artikel 7.8 Bkl, eerste lid). De regels die in de omgevingsverordening komen verzekeren in ieder geval dat (artikel 7.8 Bkl, tweede lid):
7
• • •
de kwaliteit en oppervlakte van het NNN-gebied niet achteruitgaan; de samenhang tussen de gebieden van het NNN; tijdige compensatie van een bepaalde activiteit die negatieve gevolgen heeft
De inhoud van de regels uit de omgevingsverordening moeten worden opgenomen in de omgevingsplannen, projectbesluiten (artikel 7.8, eerste lid) en omgevingsplanactiviteiten. Dit laatste wordt via het Invoeringsbesluit paragraaf 8.1.1.1 geregeld. De regels in de omgevingsverordening kunnen ook gaan over herstel, verbetering en de uitbreiding van de NNN-gebieden. Ook gaat het over de wezenlijke kenmerken en waarden daarvan (artikel 7.8 lid 2 Bkl). Provincies kunnen dus verdergaande regels opstellen dan opgenomen in afdeling 7.3 van het Bkl.
8
3
Gebiedsbescherming
3.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de begrenzing van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Borkeld op ca. 4 km afstand van het plangebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het plangebied.
Figuur 3.1: Ligging Natura 2000-gebieden ten opzichte van het plangebied (rode ster). Bron: Atlas van Overijssel.
Omdat het onderzoeksgebied niet binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied ligt, is geen sprake van oppervlakteverlies van kwalificerende habitattypen en/of leefgebieden van kwalificerende soorten in omliggende Natura 2000-gebieden. Het onderzoeksgebied bevat momenteel ook geen geschikt leefgebied voor vogelsoorten die in omliggende Natura 2000-gebieden slapen/rusten en daarbuiten foerageren, zoals ganzen en smient. Gelet op de grote afstand van omliggende Natura 2000-gebieden (waardoor het onderzoeksgebied niet direct zichtbaar is vanuit omliggende Natura 2000-gebieden), kan verstoring door licht, geluid of optische verstoring in Natura 2000-gebieden op voorhand worden uitgesloten. Significante gevolgen door oppervlakteverlies, verstoring door licht of geluid of optische verstoring zijn op voorhand met zekerheid uitgesloten. Stikstofeffecten worden gezien de grote afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden en de beperkte ingreep (bouwen van een bijgebouw) en permanente bewoning van de recreatiewoning niet verwacht. 3.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN).
Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing aan de bepalingen uit de provinciale ruimtelijke verordening van Overijssel ten aanzien van het NNN niet noodzakelijk. Gelet op de kleinschaligheid van de voorgenomen ingreep (reguliere bouwwerkzaamheden van een bijgebouw) wordt een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN overigens ook niet verwacht.
9
Figuur 3.2: Ligging NNN ten opzichte van het plangebied (rode ster). Bron: Planviewer PRV Overijssel.
10
4
Soortenbescherming
4.1 Verkennend veldbezoek Op 22 november 2024 heeft een verkennend veldbezoek in het onderzoeksgebied plaatsgevonden tijdens de daglichtperiode (ochtend). Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Tijdens het veldbezoek is gebruik gemaakt van een verrekijker en een zaklamp en met een camera zijn de in dit rapport opgenomen afbeeldingen gemaakt. Het onderzoeksgebied is bekeken op aanwezigheid van (sporen van) beschermde soorten en potentie voor aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren. Er is gekeken naar potentieel geschikte verblijfplaatsen en sporen die op de aanwezigheid van beschermde soorten kunnen duiden, zoals holen, nesten, graaf-, krab- en bijtsporen, haren, prooiresten, pootafdrukken en uitwerpselen. Voorafgaand aan het veldbezoek is de NDFF geraadpleegd. Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten aanwezig uit het onderzoeksgebied of de directe omgeving daarvan. In de wijdere omgeving zijn enkele waarnemingen van steenuilen bekend. Verder met name algemeen voorkomende zangvogels. 4.2 Flora Er zijn geen verspreidingsgegevens van beschermde plantensoorten bekend uit het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied bevat ook geen geschikt biotoop voor beschermde plantensoorten.
Het betreft een deel van een bosperceel waar in het verleden kapwerkzaamheden hebben plaatsgevonden voor de bouw van de huidige recreatiewoning. Inmiddels zijn hier enkele jonge bomen opgekomen. Van specifieke standplaatseisen voor beschermde plantensoorten is geen sprake. Dit komt overeen met de uitkomsten van het verkennend natuuronderzoek op deze locatie in 2017. Aanwezigheid van beschermde plantensoorten in het onderzoeksgebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroep is niet aan de orde. 4.3 Vogels Er zijn geen territorium-indicerende waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermde nestplaats bekend uit het onderzoeksgebied. Op de plek waar is voorzien in de realisatie van een bijgebouw staat één oudere zomereik. In deze boom bevinden zich geen holtes of grotere vogelnesten waarin vogels met een jaarrond beschermde nestplaats kunnen nestelen. Ook in bomen rondom het onderzoeksgebied zijn geen nesten van roofvogels of andere boombewonende vogels met een jaarrond beschermde nestplaats aangetroffen. Langs de rand van het bosperceel zijn wel twee oude buizerdnesten aanwezig. Tijdens het veldbezoek in 2017 zijn deze ook geconstateerd.
Ook toen waren dit oude nesten die niet meer in gebruik waren door buizerds of andere (roof)vogels. Dit is ook nu het geval. De nesten zijn flink verwaaid en zeker al enkele jaren niet meer in gebruik. Dit wordt bevestigd door de bewoners die dit goed in de gaten houden.
11
Figuur 4.3: Locatie oude verwaaide buizerdnesten (groene stip) ten opzichte van het onderzoeksgebied (blauw omlijnd) en de locatie van de huidige recreatiewoning (rood omlijnd).
Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor vogels met een jaarrond beschermde nestplaats is niet aan de orde. In het bosperceel rondom de locatie waar het bijgebouw komt kunnen diverse algemeen voorkomende zangvogels broeden. Nesten van deze vogelsoorten zijn niet jaarrond beschermd. Er dient wel rekening te worden gehouden met deze vogelnesten, gedurende het broedseizoen mogen nestelende/broedende vogels niet worden verstoord en in gebruik zijnde nesten niet worden vernield of beschadigd. Werkzaamheden dienen daarom bij voorkeur uitgevoerd te worden buiten het broedseizoen van vogels. 4.4
Zoogdieren
4.4.1 Vleermuizen Er zijn in de NDFF geen waarnemingen van beschermde soorten vleermuizen bekend uit het onderzoeksgebied. De aanwezige bebouwing blijft behouden en wordt niet aangepast. Op de plek waar het bijgebouw komt staat één grotere boom. In deze zomereik zijn tijdens het veldbezoek geen holtes, scheuren of andere gaten aangetroffen en bevat geen loshangend schors waarachter vleermuizen kunnen verblijven. Van een mogelijke aantasting van een verblijfplaats van boombewonende vleermuizen is geen sprake. De oudere bomen aangrenzend aan het onderzoeksgebied zijn ook bekeken tijdens het veldbezoek op aanwezigheid van holtes, scheuren of loshangend schors. Dit is niet aangetroffen binnen enkele tientallen meters van het onderzoeksgebied. Van een eventuele verstoring van verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen in de buurt van de plek waar het bijgebouw komt te staan is geen sprake. Het onderzoeksgebied bevat geen doorgaande groene of waterrijke structuren die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Het onderzoeksgebied maakt onderdeel uit van een bosperceel waarin vleermuizen kunnen foerageren. Ter plaatse van het nieuwe bijgebouw gaat maar zeer beperkt opgaande begroeiing verloren. In de directe omgeving blijft veel bos aanwezig wat kan dienen als foerageergebied voor vleermuizen. Van essentieel foerageergebied van vleermuizen is geen sprake.
12
Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroep is niet aan de orde. 4.4.2 Overige zoogdiersoorten In de NDFF zijn geen waarnemingen van de niet-vrijgestelde beschermde soorten overige zoogdieren aanwezig van het onderzoeksgebied. Het onderzoeksgebied is ongeschikt als leefgebied voor beschermde niet-vrijgestelde aan water gebonden soorten zoals otter, bever en waterspitsmuis vanwege het ontbreken van oppervlaktewater in het onderzoeksgebied. Aan bos gebonden soorten zoals eekhoorn, boommarter en das zouden kunnen voorkomen. Het onderzoeksgebied maakt onderdeel uit van een bosperceel in een groene omgeving in het buitengebied van Markelo. In het bosperceel zijn tijdens het veldbezoek geen eekhoornnesten in bomen aangetroffen. Er staan in het bosperceel ook geen bomen met grotere holtes waarin boommarters of eekhoorns kunnen verblijven. Tijdens het veldbezoek zijn geen holen (burchten, bijburchten, vluchtpijpen) van dassen aangetroffen of andere sporen (graafputjes, latrineputjes) die duiden op aanwezigheid van dassen. In de NDFF zijn ook geen waarnemingen van das, boommarter of eekhoorn aanwezig uit het bosperceel waarin het onderzoeksgebied ligt.
Het onderzoeksgebied bevat geen takkenhopen, steenbulten, bladhopen of andere plekken waar kleine marterachtigen of egels zouden kunnen verblijven. Van essentieel foerageergebied voor kleine marterachtigen of egel is geen sprake, gelet op de beperkte dekkingsmogelijkheden en de aanwezigheid van veel vergelijkbaar groen in de directe omgeving. Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor overige zoogdieren is niet aan de orde. 4.5 Vissen, amfibieën en reptielen Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten vissen, amfibieën en reptielen bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het veldbezoek is geen geschikt biotoop voor beschermde soorten vissen en amfibieën in het onderzoeksgebied. In het onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig wat kan dienen als leefgebied voor beschermde vissen of als voortplantingsplaats voor niet-vrijgestelde beschermde amfibieën of ringslang. In het onderzoeksgebied ontbreekt heide of andere schrale ruderale vegetaties als potentieel leefgebied voor hagedissen of slangen. Voor een soort als hazelworm is geen dekking aanwezig in de vorm van stenen, dood hout of boomschors waar dieren onder kunnen kruipen. Er zijn geen zandige terreindelen aanwezig die in potentie geschikt zijn als leefgebied voor de rugstreeppad.
Aanwezigheid van niet-vrijgestelde beschermde soorten amfibieën, reptielen en vissen kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Dit komt overeen met de resultaten van het verkennend natuuronderzoek uit 2017 op deze locatie. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroepen is niet aan de orde. 4.6 Ongewervelden Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten ongewervelden bekend uit het onderzoeksgebied. Tijdens het verkennend veldbezoek is geconstateerd dat het onderzoeksgebied ongeschikt is als leefgebied voor beschermde soorten ongewervelden. Er zijn geen voor beschermde vlindersoorten geschikte waardplanten aanwezig en oppervlaktewater, moeras- en schrale vegetaties die geschikt leefgebied vormen voor beschermde soorten libellen en vlinders ontbreken. In het onderzoeksgebied staat ook geen sleedoornstruweel dat geschikt is als leefgebied voor de sleedoornpage of andere specifieke waardplanten voor beschermde soorten ongewervelden. De aanwezigheid van beschermde soorten ongewervelden in het onderzoeksgebied kan derhalve worden uitge-
13
sloten. Dit komt overeen met de resultaten van het verkennend natuuronderzoek uit 2017 op deze locatie. Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op grond van de Omgevingswet voor deze soortgroep is niet aan de orde. 4.7 Rode lijssoorten In de voorgaande paragrafen is ingegaan op beschermde soorten flora en fauna in relatie tot de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van deze beschermde soorten. Aanvullend daarop is in het kader van de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 van het Bal gekeken naar de mogelijke gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling op nietbeschermde Rode lijstsoorten. Uit de NDFF blijkt dat er geen Rode lijstsoorten in het onderzoeksgebied zijn waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen soorten van de Rode lijsten waargenomen en is geconstateerd dat in het onderzoeksgebied geen sprake is van bijzondere leefgebieden van kwetsbare (Rode lijst) soorten. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen herontwikkeling geen ernstige nadelige gevolgen heeft voor de lokale staat van instandhouding van Rode lijssoorten.
14
5
Conclusie
5.1 Omgevingswet; Natura 2000-activiteit De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000 voor wat betreft oppervlakteverlies, en verstoring door licht, geluid en optische verstoring. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit op grond van de Omgevingswet is niet aan de orde. 5.2 Omgevingswet; Flora- en fauna-activiteit Het onderzoeksgebied bevat geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Flora- en fauna-activiteit is niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd in begroeiing rondom het onderzoeksgebied. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden als dat kan leiden tot een aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Ook mogen in gebruik zijnde vogelnesten tijdens het broedseizoen niet worden vernield of beschadigd.
Omdat de voorgenomen herontwikkeling geen ernstige nadelige gevolgen heeft voor de lokale staat van instandhouding van Rode lijssoorten, hoeft verder geen rekening te worden gehouden met de specifieke zorgplicht uit artikel 11.27 uit het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal). 5.3 Natuurnetwerk Nederland De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Overijssel ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Verdere toetsing in de vorm van een “Nee, tenzij-toets” en het opstellen van een compensatieplan is niet aan de orde.
15