03 TAM-omgevingsplan Bentelosestraat 45 Bentelo Ruimtelijk kwaliteitsplan.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlagen toelichting
vastgesteld
61
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22ag Bentelosestraat 45 Bentelo
Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan
62
vastgesteld
Ruimtelijk kwaliteitsplan
Landgoed het Bentelerveld, Bentelo
Ruimtelijk kwaliteitsplan Landgoed het Bentelerveld, Bentelo
Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 2. Omgevingsanalyse 7 2.1 2.2 2.3
Natuurlijke ondergrond 8 Landschappelijke structuur 12 Huidige situatie 13
3. Beleid 14 3.1
Omgevingsvisie Overijssel 15
3.2
Gemeentelijk beleid 16
4. Onderbouwing landschapsplan 19 4.1 4.2
Uitgangspunten 20 Groenstructuren en inrichting 22
5. Beheer 24
1
2
1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.
1
1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op de gronden aan de Bentelosestraat 45, ten zuidwesten van de kern Bentelo. Het voornemen bestaat om ter plaatse een landgoed van circa 11,3 hectare te ontwikkelen met de naam ‘Landgoed het Bentelerveld’. Daarbij wensen de initiatiefnemers een landgoedwoning te realiseren en de bestaande bedrijfswoning aan de Bentelosestraat 45 te slopen en ter vervanging een reguliere woning te realiseren. De gemeente heeft besloten in principe medewerking te verlenen aan het verzoek, onder de volgende voorwaarden: • er dient een nader uitgewerkt inrichtingsplan te worden opgesteld, waarin wordt ingegaan op de nieuw te creëren bos/natuur, af te waarderen agrarische gronden, te creëren wandelpaden, en de plek en situatie van de landgoedwoning; • er dient een beeldkwaliteitsplan te woren opgesteld voor het te creëren landhuis. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het landgoed in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Daarnaast is een beeldkwaliteitsplan opgesteld (los document). Het ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap en het van toepassing zijnde beleid. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.
4
Afbeelding 1 Locatie projectgebied (Bron: Plattekaart.nl)
Afbeelding 2 Luchtfoto projectgebied (Bron: topotijdreis.nl)
5
6
2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op het landschapstype en wordt de huidige situatie toegelicht. 1
2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond
Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. Het projectgebied ligt in een gebied met flauwe hellingen (dekzandwelvingen), ontstaan door windafzettingen in het Weichselien (de laatste ijstijd). Daarnaast komt een dalvormige laagte voor. Dit is een zeer langgerekte terreindepressie die in één richting helt. Het betreft een ondiep dal met een diepte van minder dan 5 meter.
Dekzandwelvingen
Gordeldekzandrug
Dekzandwelvingen
Dalvormige laagte
Afbeelding 3 Geomorfologie (Bron: Dinoloket.nl)
Hoogteligging Op de hoogtekaart zijn de landvormen terug te zien. Duidelijk te zien is de dalvormige laagte in het westelijke deel van het projectgebied, welke blauw is aangegeven. De overige gronden (dekzandwelvingen) liggen hoger, waarbij plaatselijk kleinere hoogteverschillen voorkomen.
Afbeelding 4 Hoogteligging (Bron: AHN viewer)
8
Dalvormige laagte
Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Beekeerdgronden; lemig fijn zand
Beekeerdgronden; lemig fijn zand
Hoge zwarte enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Ter plaatse van het projectgebied is grotendeels sprake van veldpodzolgronden. Deze grondsoort komt voor op gronden die nog lang zijn ingericht geweest als woeste heidegrond. Door de late ontginning hebben deze gronden een dun humushoudend dek. Het is dus overwegend voedselarm. De overige gronden zijn beekeerdgronden. Deze gronden komen voor ter plaatse van doorlopende laagtes tussen hoger gelegen podzolgronden.
Afbeelding 5 Bodem (Bron: Dinoloket.nl)
Grondwatertrappen De grondwatertrappen binnen het projectgebied zijn VIo en VIIo. Bij grondwatertrap VIo ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen de 40 en 80 cm onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand tussen de 120 en 180 cm onder maaiveld. Bij grondwatertrap VIIo ligt de gemiddelde hoogste grondwaterstand tussen de 80 en 140 cm onder maaiveld en de gemiddelde laagste grondwaterstand tussen de 120 en 180 cm onder maaiveld. Dit betekent dat het een relatief droog gebied is.
Afbeelding 6 Grondwater (Bron: Dinoloket.nl)
9 1
2. Omgevingsanalyse Beplanting Aan de hand van het bodemtype en het grondwaterniveau kan de potentiële natuurlijke vegetatie (PNV) worden bepaald. Dit is de vegetatie die op de locatie voor zou komen zonder menselijk ingrijpen of rampen. Op basis van de analyse van de natuurlijke ondergrond is het bijpassende bostype voor het projectgebied bepaald. Voor het projectgebied is dat het bostype ‘Droog Berken-Zomereikenbos’ Droog Berken-Zomereikenbos Bomen: zomereik en ruwe/zachte berk Opslag: vuilboom, geoorde wilg Bij de plantkeuze verdient het de voorkeur om aan te sluiten bij de vastgestelde PNV.
Afbeelding 7 Droog Berken-Zomeriekenbos
10
2. Omgevingsanalyse 1900
1950
2000
11
2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschappelijke structuur De kaart hiernaast toont de landschappelijke structuur zoals deze uit de analyse is voortgekomen. Het projectgebied bevindt zich op een locatie waar twee contrasterende landschappen elkaar ontmoeten. Er is een duidelijk visueel verschil tussen het open heideontginningslandschap in het westen en het besloten kampenlandschap in het oosten van het gebied. Het kampenlandschap wordt gekarakteriseerd door verspreid liggende erven en heeft zijn oorsprong in de ontwikkeling van kleinere ontginningspercelen op dekzandkopjes. Door deze kleinschalige ontginningen ontstonden kleine percelen met een onregelmatig verloop. De percelen werden omgeven door heggen en houtwallen waarmee vee op de plek werd gehouden, gewas werd beschermd tegen wind en waar brand- en geriefhout vandaan kon worden gehaald. De wegen volgen hogere delen in het landschap en hebben daardoor een bochtig verloop. Hierdoor zijn onregelmatige blokvormige patronen van verkaveling ontstaan. Het heideontginningslandschap in het westen wordt gekarakteriseerd door grotere open ruimtes. Oorspronkelijk was dit gebied functioneel verbonden met de omliggende kampenlandschap, waar heidegrond werd gebruikt voor veeteelt en het steken van plaggen voor bemesting.
Met de opkomst van kunstmest verloor deze functie zijn betekenis, en werd het gebied op grotere schaal ontgonnen voor landbouw (hoofdzakelijk in de eerste helft van de 20e eeuw). In vergelijking met het omliggende kampenlandschap zijn de ontgonnen gebieden relatief groot en open, vaak met boscomplexen als randbeplanting. De erven in dit gebied liggen in grotere blokken langs rechte lanen en wegen. De meer onregelmatige structuur van het oostelijke gedeelte komt ook tot uiting in de beplantingspatronen en de maat en schaal van de groenstructuren, die sterk gekoppeld zijn aan de schaal van de erven en bebouwing. In het open heideontginningslandschap daarentegen, zijn de erven vaak groter en met grotere bebouwing. Het projectgebied ligt precies op de overgang van het besloten kampenlandschap naar het open heideontginningslandschap.
12
Heideontginningen
Kampenlandschap
- Grootschalig; - Rationele/rechtlijnige verkaveling; - Rechte wegen; - Erven gekoppeld aan weg; - Grotere bebouwingsmassa; - Grote open ruimtes;
- Kleinschalig; - Onregelmatige verkaveling; - Bochtige wegen; - Erven verspreid gelegen; - Kleinere gebouwen; - Besloten;
Afbeelding 9 Massa-ruimtekaart
2.3 Huidige situatie Het projectgebied bevindt zich ten zuidwesten van de kern Bentelo. Het projectgebied bestaat in de huidige situatie grotendeels uit agrarische cultuurgronden. Het deel van het projectgebied ten noorden van de Wiener Benteler-Scheidingsweg betreft een bosperceel. Binnen het projectgebied bevindt zich de voormalige tweede bedrijfswoning van het agrarische bedrijfsperceel aan de Bentelosestraat 47.
Afbeelding 10 Huidige situatie projectgebied (Bron: Topotijdreis)
13
3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het van toepassing zijnde beleid weergeven.
1
3. Beleid 3.1 Provinciaal beleid 3.1
Omgevingsvisie Overijssel
De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken in de omgeving van het projectgebied. Natuurlijke laag: Dekzandvlakte en ruggen De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.
Natuurlijke laag: Beekdalen en natte laagtes Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her) inrichting. Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Jong heide- en broekontginningslandschap De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. In de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex.
Dekzandvlakte en ruggen Beekdalen en natte laagtes
Jong heide- en broekontginningslandschap Oude hoevenlandschap
Afbeelding 11 Natuurlijke laag en Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: provincie Overijssel)
15 1
Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’ landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat.
(groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.
Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen de raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen.
3.2 Gemeentelijk beleid
Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand.
16
Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren
3.2.1 KGO beleid 2023
In het gemeentelijk KGO-beleid ‘Grond voor gebruik’ zijn voorwaarden genoemd waaraan de aanvraag voor een nieuw landgoed moet voldoen. Bij nieuwe landgoederen bestaat daarbij de mogelijkheid om een landhuis te bouwen. Hiervoor moet minimaal een landgoed worden ingericht met een minimale aaneengesloten oppervlakte van 10 hectare, moet minimaal 30% nieuw bos en/of andere natuurwaarden en de openstelling van het landgoed. Om aanvragen voor nieuwe landgoederen op een structurele en afgewogen wijze te toetsen, is een aantal gemeentelijke randvoorwaarden opgesteld. Hierna zijn de voor het ruimtelijk kwaliteitsplan relevante randvoorwaarden opgenomen: • Er dient 30% nieuw bos/natuur gerealiseerd te worden; • Het landgoed moet passen binnen de maatvoering, verkaveling en karakteristiek van het aanwezige landschap; • De aanvrager moet een beeldkwaliteitsplan opstellen, in dit plan moet onder andere een uitgebreide beschrijving weergegeven worden van de bebouwing in relatie tot het landgoed (het beeldkwaliteitsplan betreft in dit geval een apart document); • 90% van het landgoed moet opengesteld worden voor het publiek. Het gaat hierbij om
•
de openstelling van het groen, de bebouwing hoeft niet te worden opengesteld. Het minimumvereiste aantal meters pad lengte per ha bedraagt 50 meter voor bos, dan wel 25 meter voor overige gronden, zoals landbouwgronden en natuurterrein;
3.2.2 Welstandsnota
In de welstandsnota is het ruimtelijke beleid opgenomen van de gemeente Hof van Twente. In de welstandsnota wordt onderscheid gemaakt in diverse deelgebieden. Het projectgebied ligt grotendeels in het deelgebied ‘verspreide ontginningen’ en voor een klein deel (locatie landgoedwoning) in het deelgebied ‘kampen en essen’ . In de ontginningen staat een goed functionerende landbouw voorop. De voor deze gebieden kenmerkende openheid en rationaliteit dient behouden te blijven. In de welstandsnota worden de kampen en essen als waardevol landschap aangeduid. Ingezet wordt op landbouw in combinatie met behoud van de onregeimatige verkaveling, de houtwallen en de boomgroepen. In de welstandsnota zijn diverse criteria opgenomen voor de plaatsing, detaillering en gevelbekleding van nieuwe gebouwen. Hier wordt in het beeldkwaliteitsplan nader op ingegaan.
3. Beleid 3.2.3 Landschapsontwikkelingsplan
De gemeenten Haaksbergen en Hof van Twente hebben een gezamenlijk landschapsontwikkelingsplan laten opstellen (vastgesteld mei 2005). Het landschapsontwikkelingsplan biedt een samenhangende visie op landschapskwaliteit en bouwstenen en inrichtingsprincipes voor landschapsontwikkeling. Landschapsontwikkelingsvisie In de landschapsontwikkelingsvisie is het toekomstbeeld geschetst en de ontwikkeling per legenda-eenheid aangegeven. Hoofddoel van de visie is het onderscheid en de diversiteit tussen de landschapseenheden te vergroten en de samenhang te verbeteren met gerichte investeringen voor de toekomst. In afbeelding 9 is een uitsnede van de kaart behorende bij de landschapsontwikkelingsvisie weergegeven. Het projectgebied is indicatief met oranje cirkel weergegeven. Voor de ontwikkeling van het landschap zijn in het landschapsontwikkelingsplan vier thema´s benoemd. Uit de bovenstaande uitsnede van de bij de landschapsontwikkelingsvisie behorende kaart blijkt dat het projectgebied binnen het thema ‘Zorg voor agrarisch werklandschap’ ligt binnen het onderdeel ‘Veldontginningslandschap’ en voor een klein deel (locatie landgoedwoning) binnen het onderdeel ‘kampenlandschap’. Zorg voor agrarisch werklandschap: Veldontginningslandschap Voor het veldontginningslandschap wordt voor behoud en versterking van het landschapspatroon gepleit. Dit betekent behoud van de open verka-
veling van het uitgestrekte veld met zichtbare ontginningsgrenzen. Ieder ontgonnen veld kent een eigen schaal en patroon van beplanting en bebouwing. In het dekzandlandschap komen kleinere velden voor waar restanten van bos, ven en hei te behouden landschapselementen zijn zoals bij de Benteler Heide en het Markveldensche Veld. De wegbeplanting beperkt zich tot de ontginningsbasis en -grens of langs een zandpad en bestaat bij voorkeur uit berken incidenteel afgewisseld met grove den. De erfbeplanting is vrij besloten rondom een strak en regelmatig opgezet erf. Het voorhuis is gericht op de doorgaande weg en de opstallen staan compact en geordend op de huiskavel. De beplanting beperkt zich tot de singels langs de randen, fruit- en kleinere sierbomen. De schaal van het erf volgt de schaal van de ontginning en de directe omgeving van het erf groeit mee met het erf. Zorg voor agrarisch werklandschap: Kampenlandschap De erfinrichting in het kampenlandschap wordt bepaald door een open achterkant en besloten voorkant bij het woonhuis met een onregelmatige structuur van bebouwing en dichte beplanting en kleine bospercelen (eik) rondom paden en lanen. De ligging is meestal iets van de doorgaande weg af met een slingerende toegangslaan naar de losse achterkant. Het “voor” is meer besloten en formeler aangelegd met een haagomheining waarbinnen de nuts en siertuin is aangelegd.
Naast fruitbomen markeert veelal een solitaire boom, linde, noot of paardekastanje het voorhuis.
Afbeelding 12 Uitsnede kaart landschapsontwikkelingsvisie (Bron: gemeente Hof van Twente)
Afbeelding 13 Streefbeeld erven in kampenlandschap (Bron: gemeente Hof van Twente)
17 1
18
4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.
1
1
4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Uitgangspunten initiatiefnemer: • Realisatie van een landgoedwoning; • De bestaande bedrijfswoning aan de Bentelosestraat 45 slopen en ter vervanging een reguliere woning te realiseren. Uitgangspunten provincie Overijssel • Ontwikkelingen in het heide ontginningslandschap dienen bij te dragen aan het behoud en versterking van de dragende lineaire structuren. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijke raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen de raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen. • Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen.
20
Uitgangspunten gemeente Hof van Twente O.b.v. KGO beleid: • Er dient 30% nieuw bos/natuur gerealiseerd te worden; • Het landgoed moet passen binnen de maatvoering, verkaveling en karakteristiek van het aanwezige landschap; • Het landgoed moet open worden gesteld;
•
Het minimumvereiste aantal meters pad lengte per ha bedraagt 50 meter voor bos en 25 meter voor overige gronden;
O.b.v. Landschapsontwikkelingsplan: • Voor het veldontginningslandschap wordt voor behoud en versterking van het landschapspatroon gepleit. Dit betekent behoud van de open verkaveling van het uitgestrekte veld met zichtbare ontginningsgrenzen. • Voor erven in het kampenlandschap wordt de erfinrichting bepaald door een meer besloten en formeler aangelegd met een haagomheinig en daarbinnen een nuts- en siertuin;
4
Legenda 1. Aanplant gemengd bos 2. Inzaaien kruidenrijk grasland 3. Venattingszone 4. Aanplant meidoornhaag 5. Aanplant hoogstam fruitbomen 6. Aanplant bomenrij berken 7. Aanplant houtsingel 8. Aanplant meidoornhaag 9. Openstellingsborden (NSW)
4
1
Landschapppelijk raamwerk Oprit landgoedwoning met eikenlaan
2
Wandelpaden Zichtlijnen Open kamers
4
8 5 8 6
7
3
4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de opzet van het landgoed en op de te realiseren beplanting. Bij de opzet van het landgoed wordt ingegaan op de grotere landschappelijke structuren, de situering van de (nieuwe) erven en de (wandel)paden. Bij de beplanting wordt ingegaan op de toe te passen beplanting.
4.2.1 Opzet van het landgoed
Groenstructuren De hoofdopzet van het landgoed is gebaseerd op de karakteristieken van het landschap. Het projectgebied bevindt zich in een heideontginningslandschap dat zich laat kenmerken door de blokvormige verkaveling met houtwallen aan de randen van de verkaveling. In de bestaande situatie zijn deze kenmerken al aanwezig door de lijnvormige groenstructuren langs de randen van de agrararische cultuurgronden. Deze structuren blijven behouden en vormen het landschappelijk raamwerk. Daarnaast zijn gronden die minder geschikt waren vaak voorzien van bos. Dit geldt ook voor het perceel ten noorden van de de Wiener Benteler-Scheidingsweg. Deze gronden blijven ingericht als bos en sluiten aan op het aangrenzende bos.
22
Binnen de grenzen van het landgoed worden diverse natuurlijke elementen gerealiseerd die de beleving als landgoed versterken, bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit en het historische karakter versterken. Er wordt circa 15.000 m2 landbouwgrond omgezet naar bos. Hier wordt een plantassortiment ingeplant uit het
betreffende PNV. Aan de rand van het bosperceel, op een lager gelegen deel van het projectgebied, wordt een vernattingszone gerealiseerd. Hiermee wordt het ecosysteem op het landgoed versterkt en wordt een gevarieerde natuurbeleving gerealiseerd. Daarnaast is op historische kaarten te zien dat hier in het verleden ook een nattere zone aanwezig was (zie de afbeelding uit 1900 op pag. 11). Ten slotte worden de gronden langs de rand van het bosperceel als extensief grasland beheerd, waarbij een kruidenrijk mengsel wordt ingezaaid. De overige gronden blijven agrarische cultuurgronden en vormen de open ruimtes. Erven De nieuwe landgoedwoning vormt het hoofdgebouw op het landgoed en wordt op een strategische plek gerealiseerd, met uitzicht over het omliggende landschap. Doordat de woning op een kleine verhoging wordt gerealiseerd ten opzichte van de weg en er onderbrekingen zitten in de houtsingel langs de Wiener Benteler-Schedingsweg zal er eveens een fraai uitzicht bestaan op de woning. De bestaande eikenlaan vormt een logische toerit naar de nieuwe landgoedwoning en geeft de woning allure mee. De toerit is in de huidige situatie onverhard en minder geschikt voor gemotoriseerd verkeer. De weg zal daarom worden voorzien van (half)verharding. Dit dient in een gedekte kleurstelling te gebeuren die aansluit op het landelijk karakter.
De woning krijgt een statige en representatieve uitstraling, passend bij functie van het terrein. De kenmerken zijn vastgelegd in het Beeldkwaliteitsplan.
Afbeelding 14 Zicht op de landgoedwoning (Bron: Google streetview)
Het voorerf van de landgoedwoning wordt van het weiland afgescheiden door de aanplant van een lage haag. Door de aanplant van een lage haag gaat de woning op in het landschap, maar blijft zicht op de woning. Hoge omheiningen zijn niet wenselijk. Op het erf worden erfbomen gerealiseerd, passend bij het landschap en de landgoedwoning. De erfbeplanting bestaat uit een boomgaard op het voorerf, een bomenrij en gemengde singel langs het achtererf. De woning welke wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande tweede bedrijfswoning wordt ondergeschikt achter de landgoedwoning gerealiseerd, op het bestaande erf. De materialisatie van de woningen dient in samenhang gekozen te worden, gebaseerd op het seperaat opgestelde beeldkwaliteitsplan. Het is van belang dat de gebouwen in familie worden gerealiseerd en er sprake is van een ordening, waarbij de landgoed-
4. Onderbouwing landschapsplan woning en hoofdvolume vormt. Wandelpaden Over het landgoed wordt een padenstructuur aangelegd om het landgoed beleefbaar te maken voor recreanten. De wandelpaden worden aangelegd door het nieuw aan te leggen gemengde bosperceel en door het bestaande bosperceel.
4.2.2 Beplanting Gemengd bos Op het landgoed wordt 1,5 hectare omgevormd naar een nieuw gemengd bos. Voor het plantassortiment zijn soorten gekozen die aansluiten bij de PNV. Het assortiment bestaat uit zomereik, ruwe berk, hazelaar, eenstijlige meidoorn, krenteboompje, vuilboom en gewone vlier.
Hagen Rond de woningen scheiden de hagen de tuin van de natuurlijke omgeving. De hagen hebben een formeel karakter. Deze worden aangeplant met meidoorn (Crateagus monogyna) in een dubele rij. Fruitbomen Op het voorerf van de landgoedwoning is ruimte voor een boomgaard met (hoogstam)fruitbomen. Met de bomen wordt het erf groen ingevuld, waardoor een goede balans ontstaat tussen bebouwing en groen op het erf. Er kan gekozen worden uit bijvoorbeeld een handappel, moesappel, stoofpeer, handpeer, pruim of kers. Bomenrij Langs het erf van de landgoedwoning wordt een rij met berken aangeplant.
Kruidenrijk grasland Aansluitend op het bos wordt een kruidenmengsel ingezaaid. Het mengsel betreft type G1 van Cruydthoeck. Door de aansluitende ligging op het bos vormt dit een aantrekkelijke verblijfplaats voor diverse dieren en insecten. Het beheer dient te extensief te zijn. Gemengd bosplantsoen Bosschages worden aangeplant met inheems plantmateriaal. Deze bestaan uit hazelaar, meidoorn, krenteboompje, vuilboom en gewone vlier. De soorten worden groepsgewijs gemengd aangeplant met vijf tot zeven soorten per groep. Onderlinge plantafstand is 1,25 meter. 23
5. Beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter onderhouden dienen te worden. 1
5. Beheer 5.1 Natuurlijk groen
5.2 Cultuur groen
Bospercelen In de bospercelen vindt nauwelijks beheer plaats. Jaarlijks zal het bos worden gecontroleerd op gevaarvormende bomen of dood hout in de nabijheid van wandelpaden. Deze dienen te worden verwijderd.
Knip- en scheerheg De beukhagen worden twee keer per jaar strak gesnoeid om het jaarrond een net en verzorgt beeld te geven, passend bij een landgoed van allure.
Houtsingels Na ongeveer 5-6 jaar zullen de takken in de houtsingel elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na 10 jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. De meeste houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet. Afzetten betekent dat de bomen en struiken tot 10 à 20 cm boven de grond worden afgezaagd. De bomen en struiken groeien uit zichzelf weer uit. Bij voorkeur dient er kleinschalig gewerkt te worden waarbij niet alle singels tegelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Om de variatie in leeftijd te waarborgen dient ieder jaar, afhankelijk van het onderhoudsinterval, een gedeelte van de singel te worden afgezet. Bij het afzetten is het in elk geval van belang dat er genoeg licht op de bodem valt om de stobben te laten uitlopen. Dat betekent vaak een vrij drastische dunning. Oude bomen blijven meestal staan, evenals bomen met holten die vaak het domein van vogels en vleermuizen zijn. De houtsingels dienen goed te worden afgeschermd door de juiste (tijdelijke) afrastering en dienen voldoende breed beheerd worden, om dan ook het juiste (karakteristieke) landschapsbeeld van een houtsingel te kunnen bereiken.
Bomen Elk jaar zullen de bomen worden gecontroleerd op gevaarvormend dood hout. Indien nodig en gewenst kunnen bomen worden opgekroond. Bij het opkronen wordt gelet op een 1/3 2/3 verhouding; 1/3 van de totale boomlengte is opgekroond waarna 2/3 door de kroon wordt gevormd. Fruitboomgaard Bij de aanplant van de fruitbomen wordt, indien nodig, direct de eerste vormsnoei toegepast. Daarbij blijven enkel gesteltakken over. Na de aanplant worden de fruitbomen jaarlijks gesnoeid. Daarbij wordt minder vitaal, afgedragen vruchthout, en ziek hout verwijderd.
5.3 Kruidenrijk grasland Het natuurlijk grasland wordt extensief beheert. Het extensief beheer kan op diverse manieren plaatsvinden. Het kan worden beheerd door middel van het gebruik van vee, door deze tweemaal per jaar het grasland te laten begrazen. Het kan ook worden beheerd door het grasland jaarlijks (najaar) te maaien, waarbij het de voorkeur heeft het maaisel af te voeren ter verschraling van het land. 1 25
26
Colofon
Project: Landgoed Bentelerveld, Bentelo Auteur: BJZ.nu Datum: Oktober 2025 Status:
Definitief
Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo
28 1
Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle
Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein
www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu
4
Legenda 1. Soorten: 10 % 10% 20% 15% 10% 20% 15%
Aan te planten bosgemeenschap Zomereik (quercus robur) Ruwe berk (betula pendula) Hazelaar (corylus avellana) Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna) Krenteboompje (amelanchier lamarckii) Vuilboom (rhamnus frangula) Gewone vlier (sambucus nigra)
Totaal: Te beplanten oppervlak: Plantafstand: Leveringskwaliteit plantmateriaal:
960 st 960 st 1920 st 1440 st 960 st 1920 st 1440 st
4
9.600 stuks 15.000 m2 125 cm x 125 cm bosplantsoen 60 – 100 cm
1
2. Aanplant meidoornhaag Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna), maat 60-100, 5 st/m1, dubbele rij 3. 25% 15% 15% 25% 20%
Aanplant gemengd bosplantsoen Hazelaar (corylus avellana) Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna) Krenteboompje (amelanchier lamarckii) Vuilboom (rhamnus frangula) Gewone vlier (sambucus nigra)
Totaal: Te beplanten oppervlak: Plantafstand: Leveringskwaliteit plantmateriaal: 4.
24 st 14 st 14 st 24 st 19 st
9
95 st 150 m2 125 cm x 125 cm bosplantsoen 60 - 100 cm
8
Plaatsen openstellingsbord
5. Aanplant meidoornhaag Eenstijlige meidoorn (crataegus monogyna), maat 60-100, 5 st/m1 Eindbeeld: geschoren haag van circa 1 meter hoog 6. Aanplanten fruitbomen Malus/Pyrus/Prunus naar eigen keuze, bij voorkeur oude rassen, 6 stuks, aanplantmaat 12-14 of groter (stamomtrek in cm), onderlinge plantafstand 6 meter 7. Aanplant bomenrij berken Betula pendula, 3 stuks, aanplantmaat 14-16 of groter (stamomtrek in cm) 8.
Vernattingszone
9. Inzaaien kruidenrijk grasland 1 g per m2 kruidenmengsel Natuurdoeltype: N12.05 Kruiden en faunarijke akker Zaaizaadmengsel: type G1 Cruydthoeck
4 2
6 5 7
3
Landschappelijke inpassing 4
Landgoed het Bentelerveld Formaat: A3 Schaal: 1 : 2000 Datium: Juli 2025