CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Weth. Goselinkstraat ong. Hengevelde Motivering.pdf

Gemeenteraad 10 februari 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 13: Gewijzigd vaststellen TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde18.180 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxWethGoselinkstr-VS10

TAMOMGEVINGSPLAN

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

2

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Inhoudsopgave Motivering

Motivering

5

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend omgevingsplan Doelen van de wet TAM-omgevingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

6 6 6 7 8 8 9 9

Hoofdstuk2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

10 10 10

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

13 13 14 21

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Aspecten fysieke leefomgeving Plan milieueffectrapportage Milieubelastende activiteiten Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Water Natuurwaarden Archeologie en erfgoed Trillingen Verkeer / parkeren Gezondheid

26 26 28 29 30 31 34 35 37 39 41 42 43 44

Hoofdstuk5 5.1 5.2

Toelichting op de regels Inleiding Opzet regels

45 45 45

Hoofdstuk6

Kostenverhaal

48

Hoofdstuk7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voorkantsamenwerking Participatie Zienswijzen

49 49 49 49

Bijlagen bij de motivering

vastgesteld

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

3

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

4

Bijlage 3

Watertoets

Bijlage 4

Quickscan flora & fauna

Bijlage 5

Zienswijzebeantwoording

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Motivering

vastgesteld

5

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor de locatie Wethouder Goselinkstraat ong. (nabij 10) in Hengevelde is een plan ontwikkeld. Op het bestaande weiland wordt er een nieuwe woning met bijbehorende bebouwing en erfverharding gerealiseerd. Dit wordt gedaan door het inbrengen van sloopmeters in het kader van de gemeentelijke rood voor rood regeling. De bouw van een woning en het gebruik ervan is onder de huidige planologische situatie van de gronden niet toegestaan. De gemeente Hof van Twente heeft aangegeven dat het geldende omgevingsplan gewijzigd dient te worden, om de bouw en het gebruik van de beoogde woning mogelijk te maken. In dat kader is het voorliggende TAM-omgevingsplan opgesteld, dat voorziet in een set aan juridisch-planologische regels met de ruimtelijke motivering om aan te tonen dat deze ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied aan de Wethouder Goselinkstraat (ong) in Hengevelde bevindt zich ten zuidwesten van Wethouder Goselinkstraat 10 en ten zuiden van Wethouder Goselinkstraat 5, in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. In figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving weergegeven. Zie de rode ster op de luchtfoto.

Figuur 1.1: globale ligging plangebied (bron: PDOK) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (blauw omkaderd). In dit figuur is een luchtfoto weergegeven, waarop het kadastrale perceel (blauw omkaderd) en derhalve het plangebied te zien zijn. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Delden, sectie K, nummer 2201 en heeft een oppervlakte van 5.580

6

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

m². In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woonfuncties, bospercelen en een agrarische functie gelegen. Daarnaast ligt de kern Hengevelde op een afstand van minder dan 200 meter ten zuidoosten van het plangebied.

Figuur 1.2: begrenzing plangebied (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Geldend omgevingsplan Het plangebied ligt binnen de grenzen van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente, onderdeel 'Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, herziening Wethouder Goselinkstraat 5 Hengevelde' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023'. De aan het plangebied toegekende hoofdfunctie betreft 'Agrarisch'. Daarnaast geldt er een dubbelfunctie 'Waarde - Archeologische verwachting 1' en de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar'. De gronden binnen het plangebied zijn daarmee onder meer bedoeld voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, en mede bedoeld voor de bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden van de gronden. Tevens zijn de gronden bedoeld als vrijwaringszone voor een radarverstoringsgebied. In figuur 1.3 is een uitsnede opgenomen van de geldende plankaart, waarop alle functies en aanduidingen te zien zijn.

vastgesteld

7

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Figuur 1.3: uitsnede geldende plankaart (bron: Omgevingsloket) Gelet op de agrarische hoofdfunctie past de bouw en het gebruik van een woning niet bij recht binnen de mogelijkheden van het geldende omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Om de beoogde woning te bouwen en te gebruiken, moet de agrarische functie worden gewijzigd naar een woonfunctie. Dit kan door middel van het wijzigen van het omgevingsplan. Om een dergelijke procedure bij de gemeente Hof van Twente te mogen opstarten is het opstellen van een TAM-omgevingsplan noodzakelijk, waarin aangetoond moet worden dat er voldaan wordt aan de voorwaarden van de gemeente en dat er sprake is van een ETFAL. In dat kader is voorliggend TAM-omgevingsplan opgesteld.

1.4

Doelen van de wet Het vaststellen van een omgevingsplan staat volledig in het teken van het bereiken van de maatschappelijke doelen van de Ow. Artikel 1.3 van de Ow geeft aan dat de wet, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, is gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Artikel 2.1, eerste lid, van de Ow schrijft voor dat bestuursorganen, dus ook het gemeentebestuur, de taken en bevoegdheden op grond van de wet uitoefenen met het oog op deze maatschappelijke doelen.

1.5

TAM-omgevingsplan Een TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Een TAM-omgevingsplan maakt gebruik van de techniek voor planvorming zoals dat gebruikt werd onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Deze techniek betreft de

8

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening Ruimtelijkeplannen.nl. De TAM-omgevingsplannen plannen maken deel uit van het nieuwe deel van het omgevingsplan. Het is immers een wijziging van het omgevingsplan van rechtswege, alleen wordt die opgesteld, bekendgemaakt en beschikbaar gesteld met de IMRO-techniek. TAM-omgevingsplannen hebben weliswaar de technische vorm van de bestemmingsplannen die deel zijn van het tijdelijk deel, maar juridisch gezien vallen ze onder het nieuwe deel. Ze moeten dus ook voldoen aan de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en van de provincie.

1.6

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengeveldebestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxWethGoselinkstr-VS10); Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlage bij de regels.

1.7

Leeswijzer De motivering van het omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleids- en wettelijke kader van het rijk, provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht. In hoofdstuk 5 wordt het omgevingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

vastgesteld

9

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie In de huidige situatie is sprake van een weiland in een open landschap. Hier heeft er geen bebouwing gestaan in de afgelopen 150 jaar. De ontsluiting van het plangebied vindt via de Wethouder Goselinkstraat plaats. Dit is een weg in buitenstedelijk gebied met een maximumsnelheidsregime van 60 km/u. Het betreft een relatief rustige weg ten behoeve van bestemmingsverkeer. Gelet op de staat en breedte van de weg worden verkeersbewegingen naar verwachting eenvoudig én veilig afgewikkeld. In figuur 2.1 is een vooraanzicht opgenomen van de huidige situatie van het plangebied. De kenmerkende openheid van het Oude hoevenlandschap is daarop goed te zien.

Figuur 2.1: Vooraanzicht plangebied (bron: Google Maps, streetview)

2.2

Toekomstige situatie De initiatiefnemer is in bezit van de sloopvoucher 'Steenmorsweg 11 Diepenheim van 10 oktober 2024', die in het kader van de rood voor rood regeling van de gemeente Hof van Twente wordt ingezet. In ruil hiervoor wordt er een compensatiewoning gebouwd binnen het plangebied. Het gaat om 1.000 m² aan sloopmeters. Het plangebied wordt geschikt geacht voor het bouwen van een woning, omdat het gezien kan worden als het opvullen van een lege plek binnen een bestaand bebouwingscluster. Deze cluster is ontstaan doordat er in het verleden enkele kleinschalige woningbouwontwikkelingen hebben plaatsgevonden door middel van rood voor rood, zoals bijvoorbeeld de adressen Wethouder Goselinkstraat 5 en Wethouder Goselinkstraat 10. De woningen die aan de Wethouder Goselinkstraat gerealiseerd zijn, zorgen ervoor dat er gesproken kan worden van een kernrandzone. Een kernrandzone is een gebied waarin de bebouwde kom overgaat in het landelijk gebied en waarin verschillende

10

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

functies verweven zijn. Het weiland waarop de compensatiewoning gebouwd zal worden, sluit hierbij aan en zal met een goede landschappelijke inpassing bijdragen aan de overgang van het dorp naar het landelijk gebied in deze kernrandzone. Hierbij zal er een meerwaarde worden geleverd aan de groenstructuur. Voor een goede landschappelijke inpassing is er een erfinrichtingsplan opgesteld en als Bijlage 1 opgenomen bij de motivering van dit TAM-omgevingsplan. In figuur 2.2 is een fragment van het erfinrichtingsplan weergegeven.

Figuur 2.2: fragment erfinrichtingsplan (bron: Ad Fontem) Het plangebied behoort tot het oude hoevenlandschap, ook wel kampenlandschap genoemd. Het landschapstype kenmerkt zich met een kleinschalig landschap met verspreid liggende bebouwingen, licht glooiende velden en een onregelmatige verkaveling. Karakteristiek voor het landschap zijn de kleinschalige landschapselementen rondom en tussen de bouwlanden, zoals houtwallen, bomenrijen en kleine bospercelen. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf en landschaps beplantingen. Door schaalvergroting en ruilverkaveling is het onderscheid tussen de historische ontginningen vervaagd, zijn veel landschapselementen verdwenen en is er meer een rationele structuur in het gebied ontstaan. Middels het erfinrichtingsplan wordt getracht om de kenmerkende landschapselementen, de kleinschaligheid te behouden en te versterken. De karakteristieken van het traditionele en streekeigen boerenerf in het omliggende kampenlandschap bieden daarbij de belangrijkste uitgangspunten voor de vormgeving van dit erf.

De bebouwing sluit door de positionering van de gebouwen aan bij de reeds ontwikkelde erven in de omgeving. Het centrale erfgedeelte is gericht naar de noordelijk

vastgesteld

11

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

gelegen bebouwing zodat er aansluiting wordt gezocht bij de bestaande erven. Door deze positionering van de bebouwing en de omliggende erfbeplantingen, wordt het bebouwingscluster afgerond. De woning heeft een op zichzelf staande kavel maar heeft een ruimtelijke relatie met de overige bebouwing. Op het erf worden diverse beplantingsmaatregelen getroffen om de nieuwe situatie in te passen. De nieuwe aanplant sluit aan op de reeds gemaakte plannen van omliggende erven. Erfbeplanting is streekeigen, inheems, versterkt het karakter van het erf en sluit aan op bestaande landschapselementen en kenmerken van het gebied. Landschapselementen zoals de boomgroepen, akkerranden en houtwal zorgen voor een balans in bebouwing en groen op een manier passend in het oude hoeven landschap. De perceelsgrenzen zijn grotendeels door een voorgaand landschapsplan reeds voorzien van een houtsingel en/of bomenrij en worden versterkt. Diverse solitaire bomen en heesters markeren het erf en benadrukken het kleinschalige karakter. Een hagenstructuur wordt aangebracht als markering van de kavelgrenzen en draagt bij aan de herkenbaarheid van het erf. De zichtlijnen vanuit omliggende woningen worden vrijgehouden, zodat er doorkijkjes ontstaan en het kleinschalige landschap benadrukt wordt.

12

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toets Er is sprake van een lokale ontwikkeling, waarbij geen rijksbelangen worden geraakt maar juist bijgedragen wordt aan de nationale doelstelling om meer woningen in Nederland te krijgen. Daarnaast leidt voorliggend plan niet tot een onevenredige extra ruimtebeslag in de Groene Omgeving. Dit komt doordat er een sloopvoucher als compensatie wordt ingebracht voor de te bouwen woning, waarmee het verharde oppervlak in de Groene Omgeving in verhouding afneemt. Daarmee wordt een steentje bijgedragen aan de ontstening van het landelijk gebied.

Dit is in overeenstemming met de prioriteit 'toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied'. Gelet op het vorenstaande is voorliggend plan niet in strijd met de NOVI.

vastgesteld

13

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Bkl staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorzieninig of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Ladder toets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.

Voor de Ladder is van belang in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. Daarbij gaat het enerzijds over bestaande bebouwing en ook over de bebouwing die op grond van het geldende omgevingsplan nog gebouwd kan worden, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplan activiteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan. Ook als de Ladder niet van toepassing is. Dan moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Toets Op basis van vaste jurisprudentie wordt een plan aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling, indien meer dan 11 woningen mogelijk worden gemaakt. Gelet op het vorenstaande in relatie tot voorliggend plan waarin slechts 1 woning mogelijk wordt gemaakt, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is daarom niet van toepassing. Als de Ladder niet van toepassing is, dan moet altijd nog wel gemotiveerd worden dat er sprake is van ETFAL. In de voorliggende motivering wordt daarin voorzien. De toetsing aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten vindt plaats in Hoofdstuk 4.

3.1.3

Conclusie Rijksbeleid De in voorliggend TAM-omgevingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling is volledig in overeenstemming met het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Ow . In de omgevingsvisie bekijken we onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Ons beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden.

14

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Daarmee geeft de provincie invulling aan de opdracht van artikel 2.6 van de Ow om één omgevingsverordening vast te stellen met daarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving in Overijssel.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn normstellend en betreffen randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie

vastgesteld

15

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype verstaan, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes zijn bepalend voor de vraag of een initiatief mogelijk is. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Artikel 4.5 zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Omgevingsplannen maken alleen extra ruimtebeslag voor stedelijke functies in de

16

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied en als aannemelijk gemaakt is dat: a. er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; b. de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; en c. mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toets Hoewel het plangebied is gelegen in de Groene Omgeving, wordt de realisatie van de beoogde woning mogelijk gemaakt door deelname aan de rood-voor-rood-regeling van de gemeente Hof van Twente. In dit kader wordt een sloopvoucher ingebracht met een sloopoppervlak van 1.000 m², afkomstig van de sanering van landschapsontsierende bebouwing op een andere locatie binnen de gemeente. Onderhavig plan leidt dan ook niet tot een toename van het verharde oppervlak in de Groene Omgeving, maar per saldo juist tot een behoorlijke afname. Er wordt namelijk slechts één woning toegestaan, met bijbehorende bouwwerken tot maximaal 150 m². Daarbij vindt er een goede landschappelijke inpassing plaats, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de Groene Omgeving wordt versterkt.

Gelet op de afname van het verharde oppervlak in de Groene Omgeving en de landschappelijke inpassing van de woning, wordt er voldaan aan het principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, zoals bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingsverordening van de provincie Overijssel. Artikel 4.6 toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toets De beoogde woning mag permanent worden bewoond door de initiatiefnemer en derden. Gelet hierop wordt aan artikel 4.6 'toekomstbestendigheid' voldaan. Artikel 4.8 ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Artikel 4.9 onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b.

wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagen benadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

vastgesteld

17

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Toets In voorliggend TAM-omgevingsplan wordt rekening gehouden met de toetsing van het plan aan het uitvoeringsmodel (OF-, Waar- en HOE-benadering). Daarbij wordt aan de hand van het geldende ontwikkelingsperspectief gemotiveerd dat het plan passend is. En wordt er getoetst aan de geldende gebiedskenmerken. Verder wordt opgemerkt dat er een sloopvoucher wordt ingebracht. Deze is destijds verkregen door de sanering van landschapsontsierende bebouwing op een andere locatie binnen de gemeente, waardoor de ruimtelijke kwaliteit versterkt is. Tot slot vindt er een goede landschappelijke inpassing plaats, waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied wordt versterkt. Aan artikel 4.8 'ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit' en 4.9 'onderbouwing ruimtelijke kwaliteit' wordt voldaan. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang, oftewel Groene Omgeving. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: Provincie Overijssel) Het plangebied (zie rode markering) ligt binnen het 'Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Dit ontwikkelingsperspectief richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, willen we in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toets: De plannen van de initiatiefnemer worden geacht passend te zijn binnen het geldende ontwikkelingsperspectief, aangezien daarbinnen ruimte is voor de functie wonen en

18

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

agrarische bedrijven in de omgeving door realisatie van de beoogde woning niet extra belemmerd zullen worden ten opzichte van de huidige situatie. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: a. Natuurlijke laag. b. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. c. Stedelijke laag. d. Laag van de beleving. Gelet op de ligging van het plangebied in het landelijk gebied, zijn er voor de stedelijke laag en laag van de beleving geen kenmerken zichtbaar. Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het plangebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. In figuur 3.3 is een fragment weergegeven van de ligging van het plangebied in de natuurlijke laag.

Figuur 3.3: fragment Omgevingsvisie Overijssel 2024, de natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) De Dekzandvlakte en ruggen wordt gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. Als ontwikkelingen plaatsvinden binnen de Dekzandvlakte en ruggen, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens het uitgangspunt bij een (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)-richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toets De kenmerken van de natuurlijke laag, hoog en laag, zijn in de omgeving al niet

vastgesteld

19

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

zichtbaar. Mogelijk komt dit door de landbouw in de afgelopen jaren en door de vele nieuwbouw. Met de realisatie van voorliggend plan wordt daarom geen extra afbreuk gedaan aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap geeft aan het plangebied het kenmerk 'Oude Hoevenlandschap'. In figuur 3.4 is een fragment weergegeven van de ligging van het plangebied in de laag van het agrarisch cultuurlandschap.

Figuur 3.4: fragment Omgevingsvisie Overijssel 2024, de laag van het agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) De kenmerken van het oude hoevenlandschap zijn verspreide erven. Het landschap werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Het oude hoevenlandschap kent dezelfde opbouw als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Als er ontwikkelingen plaatsvinden, dan dragen deze bij aan het behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen: de erven met erfbeplanting; open es(je); beekdal; voormalige heidevelden, de mate van openheid en kleinschaligheid. Ontwikkelingen vergroten daarnaast de toegankelijkheid van erven en erfroutes. Toets Voor deze ontwikkeling is een erfinrichtingsplan opgesteld, waarin de kenmerkende landschapselementen, de kleinschaligheid worden behouden en versterkt. Daarbij worden de karakteristieken van het traditionele en streekeigen boerenerf in het omliggende kampenlandschap als uitgangspunt voor de vormgeving van het nieuwe erf genomen. Geacht wordt derhalve dat er geen afbreuk aan de kenmerken van de laag van het agrarische cultuurlandschap wordt gedaan. 3.2.4

Conclusie provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit TAM-omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

20

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden 10 en 14 zijn voornamelijk van belang in voorliggend geval. Deze worden hierna behandeld. Streefbeeld 10: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht.

Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden. De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend. Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Streefbeeld 14: Kwaliteit woningbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter.

In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Belangrijker in omvang dan uitbreiding zijn de plannen voor inbreiding in kernen en voor vernieuwing/verduurzaming van de bestaande woningvoorraad. In 2030 bestaat op het gebied van de volkshuisvesting de grootste opgave uit het vervangen van in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw gebouwde wijken/woningen. Dit gaat gepaard met een verduurzaming. Tegelijk komen als gevolg hiervan ruimtes in kernen vrij die niet

vastgesteld

21

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

direct weer voor woningbouw gebruikt worden. Dit biedt stedenbouwkundig nieuwe kansen. Hier is nadrukkelijk ingespeeld op de kansen van de demografische krimp. De kwaliteit gaat in alles boven de kwantiteit in 2030. Waar vanaf 2020 in de nieuwbouw energieneutrale woningen de standaard zijn, zijn in 2030 ook enkele energiepositieve wijken ontstaan. Daarbij is een verschuiving van type wooneenheden opgetreden. Wooncomplexen met een diversiteit van wooneenheden zijn in de grotere kernen ontstaan. Combinaties met zorgaanbod passen in die opzet. De traditionele twee-onder-één kap woningen zijn geleidelijk wat teruggelopen in aandeel. Daarnaast wordt in 2030 gewerkt aan het energieneutraal maken van relatief nieuwe wijken. Toets Voorliggend plan maakt de realisatie van een nieuwe woning mogelijk aan de Wethouder Goselinkstraat ong. in Hengevelde. Gelet op het ruimtebeslag van één woning, is er sprake van een kleinschalig woningbouwplan. De woning wordt opgenomen in het landschap en zal aansluiten op de omliggende woningen. Verder wordt het aanwezige landschap door het treffen van landschapsmaatregelen versterkt en zal de woning voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidvereisten. Daarbij zullen tevens mogelijkheden zijn om verdere duurzaamheidsmaatregelen te treffen, zoals het klimaatneutraal maken van de woning door extra zonnepanelen te nemen of iets dergelijks.

Geacht wordt hiermee dat voorliggend plan in overeenstemming is met de 'Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030'. 3.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied In 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt

22

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden. Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. De nieuwe woning kan elders in het buitengebied worden gerealiseerd, indien de nieuwe woning deel uit maakt van een bestaand bebouwingscluster, zoals een buurtschap. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Een steeds groter deel van de inwoners van het buitengebied bestaat uit ouderen. Om hen in staat te stellen zelfstandig te wonen zijn aanpassingen nodig; het aanbod van mantelzorg en welzijnsdiensten dat aan huis geleverd kan worden kan verbeterd worden. Inwoning (bewoning van een woning door twee huishoudens) wordt gefaciliteerd. Toets Het voorliggende plan voorziet in een nieuwe woning aan de Wethouder Goselinkstraat ong.

in Hengevelde door deelname aan de rood-voor-rood-regeling van de gemeente Hof van Twente. De locatie is gelegen binnen een cluster van bestaande bebouwing, die ontstaan is door diverse woningbouwontwikkelingen in het verleden. Er kan daarom gesproken worden van een kernrandzone. Dit is een gebied waar de bebouwde kom overgaat in het landelijk gebied en verschillende functies verweven zijn. De beoogde woning vult een lege plek binnen deze zone en zal met een goede landschappelijke inpassing bijdragen aan de overgang van het dorp naar het landelijk gebied. Gelet hierop wordt geacht dat voorliggend plan in overeenstemming is met de 'Structuurvisie Landelijk gebied'. 3.3.3

KGO beleid 2023

3.3.3.1

Rood voor Rood Algemeen Sinds 2005 maakt de Hof van Twente gebruik van de Rood voor Rood-regeling. Waarbij de regels al een aantal keer zijn aangepast zodat ze beter aansluiten bij wat de behoefte is. De laatste jaren beëindigen steeds meer agrariërs hun bedrijfsactiviteiten en deze tendens zet zich ook de komende jaren nog voort. Hierdoor komen de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen leeg te staan. Er wordt enerzijds gezocht naar mogelijkheden tot hergebruik van de bebouwing en anderzijds naar maatregelen om de sloop te bevorderen. Om dit laatste te bewerkstelligen heeft de gemeente Hof van Twente de beleidsregel Rood voor Rood opgesteld. Het doel dat de gemeente voor ogen heeft is de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit van landelijk gebied. Dit doel is onder andere te bewerkstelligen door de sloop van vrijkomende landschapsontsierende bedrijfsgebouwen welke hun functie verloren hebben. De Rood voor Rood-regeling gaat in de basis nog steeds uit van slopen met gesloten beurs. In de Hof van Twente wordt uitgegaan van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000m2, waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. De eventuele overige opstallen op het erf dienen ook gesloopt te worden en daarvoor kan een zogeheten sloopvoucher worden verkregen. Die ingezet kan worden bij projecten waar de zogeheten restmeters van toepassing zijn.

Voorwaarden rood voor rood

vastgesteld

23

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Ter compensatie van de sloop van minimaal 1.000 m2 landschapsontsierende bedrijfsgebouwen (waaronder ook torensilo’s en mestsilo’s en de helft van de oppervlakte van mestkelders buiten de stallen/opstallen) kunnen onder voorwaarden één bouwkavel voor een woning worden toegekend (compensatiekavels): De maximale inhoud voor de te realiseren woning op de compensatiekavel bedraagt 750 m3. Hierbij dient voldaan te worden aan de algemene welstandscriteria. In sommige situaties kan het echter gewenst zijn om af te wijken van het welstandsbeleid. In die situatie zal een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend op de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. Rood-voor-rood kan ook gebruikt worden om bestaande erven en bebouwingstructuren zoals buurtschappen en lintbebouwing te versterken. Eventueel kan de gemeente nieuwe geclusterde erven (knooperven) initiëren of een locatie bij een kern aanwijzen voor clustering van compensatiekavels. De realisatie van woningen op solitaire compensatiekavels in het buitengebied (weilanden/akkers) is uitgesloten, omdat daardoor ongewenste versnippering van bebouwing ontstaat.

De compensatiekavel mag nabijgelegen (agrarische) bedrijven niet hinderen in hun bedrijfsvoering. Het erf en de tuin worden samen met de nieuwe woning en het daarbij behorende bijgebouw op de compensatiekavel gerealiseerd. Uitgangspunt voor de grootte van het bijgebouw op de compensatiekavel is maximaal 150m2. Daarnaast kan het in sommige situaties ruimtelijk wenselijker zijn om maar 1 volume/gebouw toe te voegen aan een erf. In die situaties kan het bijgebouw en de woning als 1 volume van 1.000 m3 worden uitgevoerd. Als deelnemers een gecombineerde aanvraag indienen, bijvoorbeeld sloop van 600 m2 (locatie A) en sloop van 700 m2 (locatie B), dan moeten alle deelnemers (locaties) aan de voorwaarden voldoen. Indien een groter oppervlakte dan 1.000 m2 wordt gesloopt kan de extra oppervlakte worden ingezet voor het vergroten van de compensatiewoning of de bestaande woning op de slooplocatie of een woning elders in het buitengebied. Conform de regels die gelden voor het vergroten van woningen. Ook kan extra sloopoppervlakte worden ingezet voor het realiseren van een extra bijgebouw, conform de regels van afwijking “extra bijgebouwen bij woonbestemming tot 450 m2”. De deelnemer zorgt zelf voor een locatie voor de bouwkavel al dan niet door een overeenkomst met een ander te sluiten. De gemeente stelt geen kavels beschikbaar.

De Rood voor Rood-regeling gaat altijd uit van de sloop van het gehele complex met voormalige agrarische gebouwen, erfverhardingen, mestplaten, mestsilo’s, mestkelders, kassen voor hobby en nevenactiviteiten, sleufsilo’s met uitzondering van de bedrijfswoning en karakteristieke bebouwing. Eventueel aanwezige (karakteristieke) bebouwing kan functioneel worden aangewend. De beoordeling vindt plaats conform het beleid betreffende hergebruik voormalig agrarische bedrijfsgebouwen (VAB-beleid). In specifieke situaties kan een gebouw blijven staan voor het uitoefenen van een hobby of economische activiteit, ook als het gebouw niet direct karakteristiek is. Hierbij vindt per geval maatwerk plaats, afhankelijk van de relatie van deze gebouwen met de omgeving, de overig aanwezige en te realiseren gebouwen op het erf en de relatieve afname van de bebouwde oppervlakte. Er moet ten alle tijden een substantiële afname van bebouwing zijn. Dit omdat er anders geen sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Bij deelname aan de Rood voor Rood-regeling moet de ruimtelijke kwaliteit en

24

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

afname van bebouwing duidelijk waarneembaar zijn. De bestemming en de milieuvergunning moeten voor zowel de te saneren locatie als de locatie van de compensatiewoning worden geactualiseerd Opstallen mogen worden ingebracht bij een rood voor rood project liggend in een andere gemeente, mits die betreffende gemeente daarmee in stemt. Inbreng van sloopmeters uit een andere gemeente is mogelijk. Wel moet het dan gaan om sloopmeters uit één van de deelnemende gemeenten en mag dit maximaal 40% van de totale sloop zijn. 60% van de ingebrachte sloopmeters moet afkomstig zijn uit de gemeente Hof van Twente. Bij Rood voor Rood mogen de sloopmeters niet eerder in een dergelijke regeling zijn ingebracht. De ruimtelijke kwaliteit en biodiversiteit moet voor alle betrokken locaties worden versterkt. De ruimtelijke kwaliteit moet worden weergegeven in een door een deskundige op het gebied van landschapsinrichting op te stellen uitgewerkt landschapsplan met inrichtingsschets (op schaal). Bij het landschapsplan moeten het landschapsontwikkelingsplan, de welstandsnota, e.d. als leidraad worden gebruikt. Voor de beoordeling kan de gemeente eventueel de ervenconsulent van het Oversticht of een andere onafhankelijke landschapconsulent om advies vragen. Ook een schetsplan c.q.

beeldkwaliteitsplan van de nieuw op te richten bebouwing (compensatiewoning en overig nieuw op te richten (bij)gebouwen is vereist inclusief materiaal en kleurtoepassing. Een en ander zal worden vastgelegd in een rood voor rood overeenkomst. Toets In voorliggend plan wordt een sloopvoucher ingebracht met 1.000 m² aan sloopmeters, die in het verleden verkregen is door de sanering van landschapsontsierende bebouwing op een andere locatie binnen de gemeente Hof van Twente. In ruil hiervoor wordt er een woning teruggebouwd binnen het plangebied. In de nabije omgeving zijn al diverse bebouwingen aanwezig, die mogelijk zijn gemaakt door middel van eerdere woningbouwontwikkelingen op basis van rood voor rood. Door middel van de onderhavige woning wordt derhalve aangesloten op een clustering van compensatiewoningen. Hierdoor vindt een versterking van de kernrandzone plaats, zoals beschreven in pararagraaf 2.2. De beoogde woning krijgt maximaal een inhoud van 750 m³ en 150 m² aan bijbehorende bouwwerken en wordt landschappelijk ingepast (zie figuur 2.2), waarbij zowel het landschap als de groenstructuur worden versterkt. Dit leidt tot een versterking van de ruimtelijke kwaliteit en vergroting van de biodiversiteit.

Aangezien er een sloopvoucher met voldoende sloopmeters wordt ingebracht, hoeft er geen landschapsontsierende bebouwing meer gesloopt te worden en de planologische situatie hierop te worden aangepast. Verder worden de ontwikkelingsmogelijkheden en/of de bedrijfsvoering van bestaande agrarische functies in de nabije omgeving niet belemmerd. In paragraaf 4.2 wordt hier nader op ingegaan. Gelet hierop wordt geacht dat voorliggend plan in overeenstemming is met het 'KGO beleid 2023' van de gemeente Hof van Twente. 3.3.4

Conclusie gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat de in dit TAM-omgevingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 en Structuurvisie Landelijk Gebied Overijssel verwoorde en in het KGO Beleid 2023 verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

vastgesteld

25

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Hoofdstuk 4 4.1

Aspecten fysieke leefomgeving

Plan milieueffectrapportage Met de Ow verandert de grondslag van de milieueffectrapportage (mer). Afdeling 16.4 van de Ow bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Ow. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34, eerste lid Omgevingswet).

In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen. De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer-(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Omgevingswet) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het echter mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan. Het plan is niet direct plan-mer-plichtig, maar er moet wel een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit.

Daarnaast komen de projecten waarvoor het omgevingsplan het kader vormt niet boven de drempel van kolom 2 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er kan dan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling als: a. het plan een kleine wijziging van een plan of programma is; b. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt.

26

vastgesteld

TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22m Wethouder Goselinkstraat ong. Hengevelde

Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. Toets De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het project voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Ob. Een dergelijk project wordt niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Ob, de meest logische aansluiting kan worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'Stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwprojecten die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk.

Wanneer sprake is van een zogenaamde 'kleine wijziging' of voor situaties waarbij het voorgenomen plan of programma betrekking heeft op 'kleine gebieden op lokaal niveau', dan is het toegestaan om eerst een plan-mer-beoordeling uit te voeren. Als uit deze plan-mer-beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben, bestaat er geen verplichting een plan-MER te maken ( art. 16.36, lid 3, Ow). Als niet gekozen wordt voor de plan-mer-beoordeling, geldt een plan-mer-plicht. Wanneer de ontwikkeling van zodanig kleinschalige aard is kan het zo zijn dat geen sprake is van een project in de zin van m.e.r. onder het Ob. Dit kan in sommige gevallen gemotiveerd worden op basis van jurisprudentie. In de uitspraak van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879) heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. In het voorliggende plan wordt een nieuwe woning op een weiland mogelijk gemaakt. Het ruimtebeslag van deze woning is kleiner dan de twee woningen, zoals bedoeld in de uitspraak van de Raad van State. Dit betekent dat de realisatie van één woning niet aangemerkt hoeft te worden als een stedelijk ontwikkelingsproject.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4281/documents/59677