CConstaterende datHofvantwente
Koppel je AI →
Document · PDF

02 TAM Omgevingsplan Torendijk 16 Motivering en Bijlagen.pdf

Gemeenteraad 1 juni 2026, gemeente HofvantwenteBij agendapunt: 12: TAM Omgevingsplan gemeente HvT Hoofdstuk 22ai Torendijk 16 Ambt Delden22.884 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

96 alinea's met “omgevingsplan”: 4 5 6 12 36 39 42 46 49 55 58 59 62 63 65 67 70 79 83 87 98 101 105 117 119 122 123 124 127 128 129 130 133 139 144 153 159 166 176 183 …

Datum: Fase: Planid:

vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxTorendijk16-VS10

TAMOMGEVINGSPLAN

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Inhoudsopgave

Motivering

2

5

Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend omgevingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

6 6 6 7 8 8

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Beleid en regelgeving Rijksbeleid Provinciaal beleid Overijssel Gemeentelijk beleid

12 12 14 20

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

Aspecten fysieke leefomgeving Plan milieueffectrapportage Milieuzonering Geur Bodem Geluid Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Water Natuurwaarden Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren

26 26 27 28 29 30 32 33 34 37 39 40

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Toelichting op de regels Inleiding Opzet regels

41 41 41

Hoofdstuk 6

Financiële uitvoerbaarhied

45

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4

Voorbereiding en participatie Procedurestappen Vooroverlegpartners Participatie Zienswijzen

47 47 47 48 48

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Landschappelijk inpassingsplan Ruimtelijk kwaliteitsplan Verkennend bodemonderzoek Digitale watertoets Quickscan natuurwaarden Participatieverslag Zienswijzenbeantwoording

49 50 52 63 146 152 168 170

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

vastgesteld

3

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

4

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Motivering

vastgesteld

5

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding Voor het perceel aan de Torendijk 16 te Ambt Delden is een plan ontwikkeld. Initiatiefnemer is voornemens om in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid een (compensatie)woning met bijgebouwen te realiseren. De twee landschapontsierende pluimveeschuren met een gezamenlijke oppervlakte van 1.356 m² zullen gesloopt worden, waardoor de (compensatie)woning gerealiseerd mag worden. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning op het perceel omgezet naar een reguliere woning. Op basis van het geldende omgevingsplan gemeente Hof van Twente is het beoogde plan niet mogelijk. Een herziening van het omgevingsplan is noodzakelijk. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Ligging Het plangebied bevindt zich aan de Torendijk 16 te Ambt Delden. Het betreffende perceel is gelegen in het buitengebied ten zuiden van de kern Delden. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt Delden, sectie C, perceelnummers 1773 en 1931. Figuur 1.1 toon de globale ligging van het plangebied.

Figuur 1.1: globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: kadastralekaart.com) Begrenzing De begrenzing van het plangebied is in figuur 1.2 weergegeven (rood omkaderd). Het plangebied wordt aan de oostzijde begrenst door de Torendijk en aan de zuidwestzijde door de Nijlandsweg. De noord- en westzijde wordt begrensd door agrarische gronden.

6

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Figuur 1.2: begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: kadastralekaart.com)

1.3

Geldend omgevingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Hof van Twente, onderdelen 'Buitengebied Hof van Twente' en 'Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023'. Het plangebied kent in de huidige situatie de functies 'Bos', 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden' met een bouwvlak, waarbij ter plaatse de bestaande bedrijfswoning is toegestaan. Daarnaast zijn de volgende dubbelfunctie en gebiedsaanduidingen van toepassing: Dubbelfunctie: 'Waarde - Archeologische verwachting 1'; Gebiedsaanduiding: 'vrijwaringszone - radar'; Gebiedsaanduiding: 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Figuur 1.3 toont een uitsnede van het geldend Omgevingsplan met bijbehorende onderdelen.

Figuur 1.3: Uitsnede Omgevingsplan gemeente Hof van Twente (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart) De gronden voorzien van de functie 'Agrarisch met waarden' zijn bedoeld voor het behoud van de aanwezige landschapswaarden, zijnde beeldbepalende landschapselementen, beslotenheid, hoogteverschillen, rustige omstandigheden,

vastgesteld

7

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

natuur en waterhuishouding. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van en grondgbonden agrarisch bedrijf of een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf. Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' mag de bebouwde oppervlakte ten behoeve van intensieve veehouderij maximaal de in de bijlage bij de regels opgenomen oppervlakte bedragen. Aan de westzijde van het plangebied zijn een gedeelte van de gronden voorzien van de functie 'Bos'. Deze gronden zijn hoofdzakelijk bedoeld voor bos en multifunctionele bosbouw. De gronden met de functie 'Natuur' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke, ecologische waarden en natuurwaarden. De gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - radar' is opgenomen ten behoeve van het radarverstoringsgebied. Ter plaatse van deze gebiedsaanduiding mag niet hoger gebouwd worden dan 45 m. De beoogde 'Rood voor Rood' ontwikkeling, waarbij de twee landschapsontsierende pluimveestallen gesloopt worden en hiervoor in de plaats één (compensatie)woning en bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd, past niet binnen de mogelijkheden van het geldende Omgevingsplan. Om die reden is een herziening van het Omgevingsplan noodzakelijk. Het voorliggende TAM-omgevingsplan voorziet hierin.

1.4

De bij het plan behorende stukken Het onderhavige TAM-IMRO omgevingsplan 'TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden' bestaat naast deze motivering uit de volgende stukken. Verbeelding (identificatie NL.IMRO.1735.BGxTorendijk16-VS10); Bijlagen bij de motivering; Regels; Bijlagen bij de regels.

1.5

Leeswijzer De toelichting van het Omgevingsplan kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleids- en wettelijke kader van het rijk, de provincie en de gemeente. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten belicht. In hoofdstuk 5 wordt het Omgevingsplan in juridisch opzicht toegelicht. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het kostenverhaal en in hoofdstuk 7 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

8

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie In de huidige situatie is er binnen het plangebied een voormalige pluimveehouderij aanwezig. Inmiddels vinden er al een behoorlijke tijd geen agrarische activiteiten meer plaats op het perceel. Op het perceel staan twee oude landschapontsierende pluimveeschuren en een bedrijfswoning. De twee schuren worden niet meer gebruikt, waardoor deze langzaam aan in verval raken. Het noordelijke gedeelte van het plangebied bestaat uit agrarische gronden. Deze agrarische gronden worden meegenomen in het voorliggende plan omdat hier een gedeelte van het agrarisch bouwvlak op ligt. Deze gronden zijn niet bebouwd. Figuur 2.1 toont een luchtfoto van de aanwezige bebouwing binnen het plangebied.

Figuur 2.1: luchtfoto met bebouwing plangebied (bron: Omgevingsloket, regels op de kaart)

2.2

Toekomstige situatie Initiatiefnemer is voornemens om in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid de twee landschapontsierende pluimveeschuren met een gezamenlijke oppervlakte van 1.356 m² te slopen. Hiervoor in de plaats wordt één nieuwe (compensatie)woning met een inhoud van 900 m³ en een vrijstaand bijgebouw gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning met omgezet naar een reguliere woning en blijft een gedeelte van de pluimveeschuur behouden als bijgebouw bij deze woning. Figuur 2.2 toont het landschappelijk inpassingsplan van de beoogde ontwikkeling. Het landschappelijke inpassingsplan is daarnaast bijgevoegd als Bijlage 1.

vastgesteld

9

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Figuur 2.2: landschappelijk inpassingsplan (bron: Eeckhof) Tevens is voor het voorliggende plan een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 2. Het ruimtelijk kwaliteitsplan bevat de toelichtende tekst bij het landschappelijk inrichtingsplan. De nieuwe inrichting van het erf is gericht op het herstellen en versterken van het landschappelijk karakter van het deelgebied Verspreide Ontginningen. De situering van de nieuwe woning en het bijgebouw is zodanig gekozen dat het zicht vanaf de openbare weg behouden blijft en het erf zich logisch voegt in de structuur van het landschap. Concreet omvat het erfinrichtingsplan de volgende elementen: Sloop van opstallen Pluimveeschuur ca. 1.200 m² Schuur ca. 156 m² Behouden elementen Bestaande woning Torendijk 16 Een deel van de bestaande bebouwing naast de schuur Nieuwbouw Nieuwe woning en bijgebouw in passende architectuur Beplanting Gemengde hagen (strak geschoren) langs erfgrenzen en oprijlanen – maat 60-80 cm bij aanplant: Haagbeuk Veldesdoorn Wilde liguster Houtsingels (maat 80-120 cm bij aanplant): Meidoorn Sleedoorn Veldesdoorn Vuilboom Hazelaar Boomgroep (maat 16-18 cm stamomtrek): Zomereik Linde Walnoot

10

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Bomenlaan: Zomereik (Quercus robur), maat 16-18 cm stamomtrek langs de inrit Bos- en houtsingelbeheer: Verwijderen van laurier uit bestaande bosstroken Erfverharding Gebakken klinkers voor paden en rijlijnen De erfbeplanting is afgestemd op de kenmerken van het ontginnigslandschap en draagt bij aan de ecologische en visuele kwaliteit van het buitengebied. De voorgestelde herontwikkeling van het erf aan de Torendijk 16 te Ambt Delden leidt tot een duidelijke verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing. Door de sloop van verouderde bebouwing en de toevoeging van zorgvuldig ingepaste nieuwbouw met passende erfbeplanting wordt aangesloten bij het karakter van het ontginningslandschap. Het plan voldoet aan de beleidsuitgangspunten van de gemeente Hof van Twente en sluit aan bij de doelstellingen van de Rood-voor-Roodregeling. De inrichting versterkt het landschap, draagt bij aan biodiversiteit en zorgt voor een erf dat toekomstbestendig is én past bij de omgeving.

vastgesteld

11

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Wonen is één van de basisbehoeften van mensen. In de Nationale Omgevingsvisie wordt aangegeven dat iedereen in Nederland prettig moet kunnen wonen voor een redelijke prijs. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Het huidige woningtekort en de toename van het aantal inwoners en huishoudens vraagt een groei van de woningvoorraad (vooral in en bij de stedelijke regio's) in een fijne, leefbare omgeving. Tussen 2019 en 2035 moet de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen worden vergroot.

De primaire verantwoordelijkheid voor de gebouwde omgeving, de woningvoorraad en de leefbaarheid ligt bij gemeenten en provincies. Het Rijk is systeemverantwoordelijk. Het is de rol van het Rijk om de kaders te stellen, te stimuleren, eventueel te sanctioneren, waar nodig middelen ter beschikking te stellen – bijvoorbeeld via de huurtoeslag, hypotheekrenteaftrek of de regeling woningbouwimpuls voor gemeenten – en met gemeenten en provincies samen te werken om (bovenlokale, inclusief grensoverschrijdende) knelpunten op te lossen en realisatie van de nationale

12

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

belangen te waarborgen. Conclusie Het voorgenomen plan voorziet in de sloop van twee landschapontsierende pluimveeschuren. Hiervoor in de plaats wordt in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid één (compensatie)woning met bijbehorende bouwwerken gebouwd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en er is sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling. Gelet op de aard en omvang van het plan, kan gesteld worden dat er verder geen rijksbelangen worden geraakt. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving staat dat de Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak over de Ladder (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724). De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Het gaat dus om een stedelijke ontwikkeling die een nieuw of groter planologisch beslag legt op de ruimte. Of, als er alleen een wijziging van de gebruiksfunctie is, op een andere manier wezenlijke ruimtelijke effecten heeft.

Voor de Ladder is van belang in hoeverre het plan: in vergelijking met het vorige plan, voorziet in een functiewijziging; en welk planologisch beslag op de ruimte het plan mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan. Daarbij gaat het enerzijds over bestaande bebouwing en ook over de bebouwing die op grond van het geldende omgevingsplan nog gebouwd kan worden, inclusief verleende omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit waarbij is afgeweken van het omgevingsplan. Ook als de Ladder niet van toepassing is. Dan moet wel de evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden gemotiveerd. Toets Voorliggend plan maakt in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid één extra (compensatie)woning mogelijk. De twee bestaande landschapontsierende pluimveeschuren worden gesloopt. Op grond van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) wordt de realisatie van 11 nieuwe woningen niet aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De laddertoets moet alleen worden uitgevoerd wanneer de stedelijke ontwikkeling 'nieuw' is. Gelet op het feit dat er met het voorliggende plan slechts één extra woning wordt toegevoegd en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning, is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Ook wanneer de ladder niet van toepassing is, moet gemotiveerd worden dat de

vastgesteld

13

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De voorliggende motivering voorziet hierin. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan niet ladderplichtig is.

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel en heeft een wettelijke basis in de Omgevingswet . In de omgevingsvisie bekijken we onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Ons beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Ontwikkeling die nodig is om Overijssel toekomstbestendig te houden. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Daarmee geeft de provincie invulling aan de opdracht van artikel 2.6 van de Omgevingswet om één omgevingsverordening vast te stellen met daarin alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving in Overijssel.

3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig

14

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn normstellend en betreffen randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend.

Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype verstaan, die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

vastgesteld

15

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. De generieke beleidskeuzes zijn bepalend voor de vraag of een initiatief mogelijk is. Hieronder wordt het plan getoetst aan de relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2024. Artikel 4.4 principe van concentratie In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. Doorwerking vooor voorliggend plan: Het voorliggende plan maakt in het kader van de rood-voor-rood-regeling één compensatiewoning mogelijk. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De nieuwe compensatiewoning wordt binnen het huidige agrarische bouwperceel mogelijk gemaakt. Het realiseren van de compensatiewoning levert een bijdrage aan de lokale behoefte. Daarmee kan gesteld worden dat er voldaan wordt aan artikel 4.4 van de Omgevingsverordening Overijssel.

Artikel 4.5 zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Lid 2 Omgevingsplannen voorzien alleen in nieuwe ontwikkelingen in de Groene Omgeving die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen, als aannemelijk gemaakt is dat: a. (her)benutten van bestaande bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; en

16

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

b. mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorliggende ontwikkeling maakt de sloop van twee pluimveeschuren mogelijk. Hiervoor in de plaats wordt één (compensatie)woning gerealiseerd. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De oppervlakte aan bebouwing neemt door de ontwikkeling af. Daarmee is er gene sprake van extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Het plan wordt landschappelijk ingepast, zoals in Bijlage 1 is opgenomen. Gesteld kan worden dat er voldaan wordt aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.6 toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus: a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Doorwerking voor voorliggend plan: Met het voorliggende plan wordt de landschapontsierende bebouwing die niet meer gebruikt worden ten behoeve van agrarische activiteiten gesloopt. Hiervoor in de plaats wordt één (compensatie)woning gebouwd.

Door een woonfunctie toe te kennen aan het perceel wordt een toekomstbestendige functie mogelijk gemaakt. Het voorliggende plan voldoet aan artikel 4.6 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.9 onderbouwing ruitmelijke kwaliteit 1. omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: a. het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; b. wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en c. inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (Bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Doorwerking voor voorliggend plan: Navolgend in deze paragraaf wordt het plan getoetst aan de ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken bij de vier verschillende lagen. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief en de gebiedskenmerken die bij de verschillende relevante lagen horen. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel. Artikel 4.11 kwaliteitsimpuls groene omgeving 1.

Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als:

vastgesteld

17

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Doorwerking voor voorliggend plan: Op het perceel aan de Torendijk 16 in Ambt Delden zijn de agrarische bedrijfsactiviteiten gestopt, waardoor het wenselijk is een nieuwe functie toe te kennen aan het perceel. De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt één nieuwe compensatiewoning gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Het plan wordt landschappelijk ingepast, zoals opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan (zie Bijlage 1). Het plan voorziet in de aanplant van nieuwe groenelementen. Daarnaast blijft het bestaande groen behouden. De lanschappelijke en ecologische waarden blijven dan ook behouden en worden versterkt. Geconcludeerd wordt dat het voorliggende plan voldoet aan artikel 4.11 van de Omgevingsverordening Oveijssel.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang, aangezien het plangebied in het buitengebied ligt. In figuur 3.2 is een uitsnede van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 3.2: uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel) Het plangebied aan de Torendijk 16 te Ambt Delden bevindt zich in het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap'. Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'

18

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Voorliggend plan maakt in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid één (compensatie)woning mogelijk. De bestaande twee landschapontsierende pluimveeschuren zullen gesloopt worden. Door het perceel te voorzien van een woonfunctie en de landschapontsierende pluimveeschuren die niet meer worden gebruikt voor agrarische activiteiten te slopen, vindt er een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats. De beoogde woonfunctie past binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in ht kleinschalig mixlandschap'. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het plangebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3).

Figuur 3.3.: uitsnede natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel) De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De Ambitie is d enatuurlijke verschillend tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Binnen het plangebied, welke momenteel bestaat uit een (voormalig) agrarisch erf, zijn geen specifieke kenmerken (meer) aanwezig van de dekzandvlakte en ruggen. Het plan voorziet in de sloop van landschapontsierende pluimveeschuren en de realisatie van één (compensatie)woning. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De ontwikkeling op het perceel heeft geen wezenlijke invloed op de gebiedskenmerken van de dekzandvlakte en ruggen. Laag van het agrarisch cultuurlandschap

vastgesteld

19

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent aan het plangebied het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' toe. In figuur 3.4 is een uitsnede van de betreffende kaart weergegeven.

Figuur 3.4: uitsnede Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) De grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. Hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. In de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. De ambitie voor het jong heide- en broekontginningslanschap is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is. De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. In voorliggend geval zijn er binnen het plangebied, met name ter plaatse waar de bebouwing wordt gesloopt en gerealiseerd, zijn geen kenmerken (meer) aanwezig van het jong heide- en broekontginningslandschap. De ontwikkeling heeft dan ook geen invloed op get jong heide- en broekontginningslandschap. Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat de voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met het in de omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030 Algemeen In 'Hof van Twente, zicht op 2030' heeft de gemeente Hof van Twente de toekomstvisie voor haar grondgebied vastgelegd. De gemeenteraad heeft de strategische visie op 1 juni 2010 definitief vastgesteld. De visie bevat naast een overzicht van te verwachten trends en ontwikkelingen ook informatie over de gewenste identiteit voor Hof van Twente. Over deze gewenste identiteit is in januari 2009 meegedacht door ruim 60 inwoners uit allerlei geledingen van de gemeente en daarbuiten. In 20 streefbeelden

20

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

geeft het gemeentebestuur aan in welke richting het beleid voor de komende jaren moet worden ontwikkeld. Streefbeelden 10 en 11 zijn voornamelijk van belang. Deze worden hierna behandeld. Streefbeeld: Unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld Het landschap, de parel van Hof van Twente, heeft in 2030 nog altijd een belangrijke plaats. De structuur van het landschap, met deelgebieden stuwwal/verzamelgebied (westelijk), dekzandgebied (midden) en plateau (oostelijk), maar ook het reliëf en het watersysteem zijn leidend. In de waardevolle ensembles (landschap met natuur- en cultuurhistorische waarden) wordt behoud, onderhoud en herstel van cultuurhistorische en ecologische waarden in praktijk gebracht. Voltooiing van de ecologische hoofdstructuur is eveneens een herkenbaar resultaat. In 2030 is deze een feit. Bestaande natuurgebieden zijn binnen de gemeente en daarbuiten verbonden met elkaar, waardoor duurzame instandhouding van flora en fauna mogelijk is geworden.De reconstructieplannen die aan het begin van de eeuw zijn gemaakt, zijn uitgevoerd. Dit betekent dat ruimtelijke knelpunten, zoals agrarische bedrijven in de directe nabijheid van natuur of milieuhinderveroorzakende bedrijven in het buitengebied, zijn opgelost. Voor nieuwe inrichting van het landschap door functiewijziging zijn oorspronkelijke landschapstypen richtinggevend.

Landgoederen hebben in 2030 hun ruimtelijke visies uit het begin van de eeuw uitgevoerd en de Bovenregge slingert weer als vanouds door het landschap. Dit lint van water door het landschap refereert aan de historie. Het project Bovenregge van Schipbeek tot Elsenerbroek visualiseert de verbinding tussen stad en landelijk gebied. Streefbeeld: Kwaliteit woningenbestand is hoog en divers, aansluitend op de markt/behoefte van inwoners,maar toch betaalbaar gebleven De grotere kernen in Hof van Twente houden een belangrijke woonfunctie; de meeste mensen wonen daar. Ze hebben ook de functie om woonruimte te bieden aan mensen die uit het buitengebied komen. Als centraal gelegen kern heeft Goor het meest een stedelijk karakter. In de buurtschappen en het buitengebied wordt het wonen zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Vrijkomende agrarische gebouwen krijgen alleen een andere, bijvoorbeeld woonfunctie, na een zorgvuldige afweging. Structuurvisies en bestemmingsplannen zijn op deze uitgangspunten aangepast. In het buitengebied en de buurtschappen zal het wonen kleinschalig, groen en duurzaam zijn. Toets Het voorliggende initiatief maakt de sloop van twee landschapontsierende pluimveeschuren die momenteel niet meer worden gebruikt voor agrarische activiteiten mogelijk.

Hiervoor in de plaats wordt in het kader van het 'Rood voor Rood' beleid één (compensatie)woning met bijbehorende bouwwerken gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, waardoor er sprake is van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het streefbeeld 'unieke landschappelijke en cultuurlandschappelijke kwaliteiten verder ontwikkeld'. Met de realisatie van de nieuwe compensatiewoning en het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning wordt aangesloten op het streefbeeld 'kwaliteit woningbestand is hoog en divers, aansluitend op markt/behoefte van inwoners, maar toch betaalbaar gebleven'. Zoals eerder aangegeven vinden er geen agrarische bedrijfsactiviteiten meer plaats op het perceel, waardoor het wenselijk is een nieuwe en passende functie aan het perceel toe te kennen. Door middel van de landschappelijke inpassing wordt het plan zorgvuldig geïntegreerd in het landschap. Conclusie

vastgesteld

21

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Geconcludeerd kan worden dat het voorliggende plan past binnen het streefbeeld als bedoeld in de Strategische visie, Hof van Twente, zicht op 2030. 3.3.2

Structuurvisie Landelijk Gebied In de 'Structuurvisie Landelijk gebied' van de gemeente Hof van Twente staat de ontwikkeling van het landelijk gebied voor de komende 10 jaar centraal. De structuurvisie vormt vooral een integratiekader voor het bestaande beleid van de gemeente ten aanzien van de verschillende functies en waarden in het gebied. Een dergelijk 'integratiekader' schetst de bredere achtergrond van beleid dat voor specifieke thema's (bijvoorbeeld recreatie, rood-voor-rood en vrijkomende agrarische bebouwing) is uitgewerkt. Daarnaast beschrijft deze structuur de algemene strategie van de gemeente Hof van Twente ten aanzien van verschillende functies en waarden. Deze strategie geeft richting aan de latere toetsing van verschillende initiatieven die bij de gemeente worden ingediend, en bij het bepalen van het beleid dat in het bestemmingsplan buitengebied wordt uitgewerkt.

De structuurvisie benoemt de volgende kernkwaliteiten van het landelijk gebied in Hof van Twente: een sterke agrarische structuur, bestaande uit bedrijven die door schaalvergroting actief anticiperen op een wereldwijde marktwerking, of hun risico's spreiden door diensten te verlenen op het gebied van natuur en landschap en recreatieve functies of andere bedrijvigheid aan het bedrijf toe te voegen; een grote mate van ondernemerschap, waardoor verspreid over het gehele landelijk gebied nieuwe bedrijvigheid wordt gestart; een breed scala aan landelijke woonmilieus, variërend van kernen en buurtschappen tot individuele erven, dat qua kwaliteit aansluit bij actuele behoefte van de woonconsument; een gevarieerd en aantrekkelijk landschap, met als bijzondere parels 23 archeologische monumenten, twee rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Den Haller en Stokkum) en acht rijksbeschermde historische buitenplaatsen; een robuust ecologisch netwerk, dankzij een combinatie van grote natuurgebieden en talrijke verbindingen via beken en kleine natuurelementen; een sterk ontwikkelde recreatieve (infra)structuur; een goede regionale infrastructuur. Om de karakteristiek van het landelijk gebied te behouden geldt als uitgangspunt dat zo min mogelijk niet functioneel aan het buitengebied gebonden bebouwing wordt toegevoegd. Dit kan ten koste gaan van de aanwezige landschapswaarden.

Er wordt daarom geen mede- werking verleend aan het toevoegen van nieuwe woningen door het realiseren van geheel nieuwe solitair gelegen woonerven. Dit hangt ook samen met het beschermen van agrarische bedrijvigheid tegen beperkingen die uit de nabijheid van woningen voortkomen. De nieuwe woning kan elders in het buitengebied worden gerealiseerd, indien de nieuwe woning deel uit maakt van een bestaand bebouwingscluster, zoals een buurtschap. Het omvormen van voormalige agrarische erven, naar woonerven wordt ondersteund, mits er tevens een aantoonbare verbetering van ruimtelijke kwaliteit plaatsvindt. De verbetering van de ruimtelijke kwaliteit komt hoofdzakelijk tot uitdrukking in de sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen, de realisatie van nieuwe landschapselementen rond het erf en het behoud van cultuurhistorische bebouwing. Een steeds groter deel van de inwoners van het buitengebied bestaat uit ouderen. On hen in staat te stellen zelfstandig te wonen zijn aanpassingen nodig; het aanbod van mantelzorg en en welzijnsdiensten dat aan huis geleverd kan worden kan verbeterd worden. Inwoning (bewoning van een woning door twee huishoudens) wordt gefaciliteerd.

22

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Toets Dit plan maakt de sloop mogelijk van twee landschapontsierende pluimveeschuren die momenteel niet meer gebruikt worden voor agrarische activiteiten. Hiervoor in de plaats wordt één (compensatie)woning met bijbehorende bouwwerken gebouwd. Tevens wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Het plan wordt landschappelijk ingepast, waardoor de ruimtelijke kwaliteit in het buitegebied een impuls krijgt. Door middel van de landschappelijke inpassing van het plan en de sloop van de landschapontsierende pluimveeschuren worden de landschapswaarden ter plaatse versterkt. Conclusie Het beoogde initiatief past binnen de Structuurvisie Landelijk Gebied. 3.3.3

Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 In de gemeente Hof van Twente is het goed wonen, werken, recreëren en vertoeven. Een groene, landelijke gemeente met levendige kernen. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning. Dit betekent niet alleen dat we de huidige woningvoorraad optimaal moeten benutten, maar ook dat er gericht woningen bijgebouwd moeten worden. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waarbij we ten allen tijden de landelijke kwaliteit van de gemeente waarborgen. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied. 6. Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten. Toets en conclusie Met voorliggend plan word het realiseren van één extra (compensatie)woning op het erf mogelijk gemaakt.

Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Door het realiseren van de (compensatie)woning en het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woning kan de doorstroming op de woningmarkt worden versterkt. Met de realisatie van de nieuwe woning kunnen meer mensen blijven wonen in het buitengebied van gemeente Hof van Twente. Dit komt de leefbaarheid van het buitengebied ten goede. Gesteld kan worden dat het realiseren van één extra (compensatie)woning in lijn is met de woonvisie van gemeente Hof van Twente.

3.3.4

Beleidsnota Grond voor gebruik, nu de erfenis voor de toekomst

3.3.4.1

Algemeen Hof van Twente biedt ook de komende jaren eigenaren in het buitengebied volop kansen om voormalige agrarische erven nieuw leven in te blazen. De gemeenteraad heeft daarvoor in maart 2023 het geactualiseerd KGO-beleidskader vastgesteld: “Grond voor gebruik, ontwikkel nu de erfenis voor de toekomst”. Met de ruime mogelijkheden die dit beleid biedt, is Hof van Twente voorloper vergeleken met andere plattelandsgemeentes.

vastgesteld

23

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

In de afgelopen zeven jaar zijn er veel ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk gemaakt met het KGO beleid. Dat heeft de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een boost gegeven in het landelijk gebied. Erven zijn daardoor toekomstbestendig geworden. In het kader van het KGO-beleid is ruim 170.000 m2 aan landschap ontsierende bebouwing gesloopt. Ook moet de economische impuls niet vergeten worden; de werkgelegenheid voor aannemers, slopers, tekenaars, leveranciers en andere partijen die baat hebben gehad bij deze ontwikkelingen is groot. Toch zijn er nieuwe kansen te benutten in het buitengebied waar het beleid nog geen ruimte voor gaf, maar waar wel behoefte aan is. Ook voor de komende jaren ligt er een grote opgave in het buitengebied. Denk hierbij aan de doorgaande agrariërs die innovatiever (moeten) worden, agrariërs die om verschillende redenen hun bedrijf staken, de ruimtevraag voor de energietransitie, woningbouw etc. Met het geactualiseerd beleidskader kan de gemeente Hof van Twente beter inspelen op deze actuele onderwerpen. De beleidsnotitie 'Grond voor gebruik, ontwikkel nu de erfenis voor de toekomst' voorziet in de kaders om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

Deze beleidsnotitie voorziet in de kaders met betrekking tot het VAB-beleid, Rood voor Rood beleid, beleid omtrent de herbouw van karakteristieke woningen, het vergroten bestaande en bestemde woning, beleid omtrent veldschuren, het herbouwen van bijgebouwen, niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied, de sloopvoucher-regeling,landgoederen, omzetten van een recreatiewoning naar wonen, inwoning, bestemmen van karakteristieke bebouwing naar woning en een grondgebonden zonneparkbinnen een agrarisch bouwvlak. In dit geval zijn de kaders omtrent het VAB-beleid van belang. 3.3.4.2

Rood-voor-rood Sinds 2005 maakt de Hof van Twente gebruik van de Rood voor Rood-regeling. Waarbij de regels al een aantal keer zijn aangepast zodat ze beter aansluiten bij wat de behoefte is. De laatste jaren beëindigen steeds meer agrariërs hun bedrijfsactiviteiten en deze tendens zet zich ook de komende jaren nog voort. Hierdoor komen de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen leeg te staan. Er wordt enerzijds gezocht naar mogelijkheden tot hergebruik van de bebouwing en anderzijds naar maatregelen om de sloop te bevorderen. Ter compensatie van de sloop van minimaal 1.000 m² landschap ontsierende bedrijfsgebouwen (waaronder ook torensilo's en mestsilo's en de helft van de oppervlakte van mestkelders buiten de stallen/opstallen) kunnen onder voorwaarden één bouwkavel voor een woning worden toegekend (compensatiekavels). De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend op de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. Toets en conclusie Het voorliggende plan voorziet in de sloop van in totaal 1.356 m² aan agrarische bedrijfsbebouwing. Daarmee zijn er voldoende sloopmeters om de nieuwe (compensatie)woning te kunnen realiseren.

Indien een groter oppervlakte dan 1.000 m² wordt gesloopt, wat hier het geval is, kan de extra oppervlakte worden ingezet voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen. Voor het vergroten van het bijgebouw bij de nieuwe woning kan de 356 m² aan extra oppervlakte van de te slopen schuren gebruikt worden. In het KGO beleid wordt aangegeven dat voor elke 1 m² aan extra oppervlakte boven de 150 m², 2 m² aan landschapontsierende bebouwing gesloopt moet worden. Daarmee mag de oppervlakte van de nieuwe schuur maximaal 328 m² bedragen.

24

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

De inhoud van de nieuwe compensatiewoning bedraagt 900 m³. Het vergroten van de inhoud van de woning is mogelijk, mits blijkt dat de gebouwen landschappelijk worden ingepast. In onderhavig geval is hier sprake van. Voor het landschappelijk inpassingsplan en ruimtelijk kwaliteitsplan wordt verwezen naar Bijlage 1 en Bijlage 2. De plaatsing van de woning is op het erf waar ook de schuren zijn gesloopt voor de sloopmeters en de woning wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning. Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten van Rood voor Rood zoals vastgelegd in het gemeentelijke beleid.

vastgesteld

25

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

Hoofdstuk 4

Aspecten fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn nadere onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.

4.1

Plan milieueffectrapportage De mer-regelgeving is uitgewerkt in verschillende onderdelen van de Omgevingswet. Afdeling 16.4 van de Omgevingswet bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten en de besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid meer gemaakt tussen een formele en vormvrije MER-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één MER- beoordelingsprocedure. Het aparte m.e.r.-beoordelingsbesluit dat eerder nog moest worden genomen vervalt onder de Omgevingswet. Het resultaat en de motivering van de m.e.r.-beoordeling moeten in het (ontwerp)plan of (-)programma (zie de artt. 16.36, vijfde lid Omgevingswet en 11.1, eerste lid van het Omgevingsbesluit) of in het (ontwerp)besluit zelf (zie de art. 16.43, tweede en derde lid Omgevingswet en 11.11, tweede lid van het Omgevingsbesluit) worden opgenomen. Toets De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het project voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Omgevingsbesluit.

Een dergelijk project wordt niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Oomgevingsbesluit, de meest logische aansluiting kan worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'Stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwprojecten die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Wanneer sprake is van een zogenaamde 'kleine wijziging' of voor situaties waarbij het voorgenomen plan of programma betrekking heeft op 'kleine gebieden op lokaal niveau', dan is het toegestaan om eerst een plan-mer-beoordeling uit te voeren.

Als uit deze plan-mer-beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben,

26

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

bestaat er geen verplichting een plan-MER te maken( art. 16.36, lid 3, Ow). Als niet gekozen wordt voor de plan-mer-beoordeling, geldt een plan-mer-plicht. Wanneer de ontwikkeling van zodanig kleinschalige aard is kan het zo zijn dat geen sprake is van een project in de zin van m.e.r. onder het Omgevingsbesluit. Dit kan in sommige gevallen gemotiveerd worden op basis van jurisprudentie. In de uitspraak van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879) heeft de Raad van State geoordeeld dat de realisatie van twee woningen op voorheen (hobbymatige) agrarische gronden niet wordt aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject. Met het voorliggende plan wordt één nieuwe (compensatie)woning gerealiseerd en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Conclusie Gelet op de uitspraak van 12 juni 2019, worden geconcludeerd dat het project niet voorziet in een nieuw stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1, nummer J11 van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Er is geen sprake van een project-m.e.r. plicht of project-m.e.r. beoordelingsplicht.

4.2

Milieuzonering Voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid dient onder de Omgevingswet gebruik gemaakt te worden van de publicatie 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet (Milieuzonering Nieuwe Stijl)', zoals gepubliceerd op 28 juni 2022 door de VNG. De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet zijn het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. In de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van milieuwaarden in plaats van vaste afstanden. Niet met een vaste richtafstand voor iedere activiteit, ongeacht of de activiteit die afstand wel nodig heeft, maar met een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Hiermee wordt beoogd discussie over de toewijzing van bedrijven aan milieucategorieën en onnodig grote gebruiksruimte te voorkomen. De VNG werkt momenteel aan de handreiking Activiteiten en milieuzonering als opvolger van de bekende uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009 ('het groene boekje') en de uitgave Milieuzonering nieuwe stijl. Het streven van de VNG is om de nieuwe handreiking in het voorjaar 2024 te publiceren. Dit is om moment van schrijven nog niet gebeurd.

In maart 2023 heeft de VNG daarom een kort advies gepubliceerd hoe in de tussenperiode om te gaan met actualisatie van planregelingen en nieuwe ontwikkelingen. Hierin wordt aangegeven dat de systematiek vanuit de bedrijven en milieuzonering 2009 voorlopig gehandhaafd kan blijven indien voldaan wordt aan de richtafstanden. Toets Het voorliggende plan maakt geen milieubelastende activiteiten binnen het plangebied mogelijk. Een woonfunctie is wel een milieugevoelige functie, waardoor bekeken moet worden of er voldoende afstand ligt tot omliggende milieubelastende functies. In de directe omgeving liggen voornamelijk agrarische bedrijven en burgerwoningen. De toetsing aan de Agrarisch bedrijven vindt plaats in paragraaf 4.3 onder het aspect 'geur'. De dichtstbijzijnde andere milieubelastende functie, betreft een bedrijfsperceel aan de Torendijk 13. Hier ligt een bedrijf ten behoeve van caravanstalling en is ook als zodanig aangeduid in het omgevingsplan gemeente Hof van Twente. De functie 'caravanstalling' komt niet voor in de milieuzoneringslijst. De meest vergelijkbare categorie is 'opslaggebouwen'. Hiervoor geldt milieucategorie 1. Hiervoor geldt een richtafstand van

vastgesteld

27

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

30 meter. Aan deze richtafstand kan worden voldaan. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect milieubelastende activiteiten' geen belemmeringen veroorzaakt.

4.3

Geur In het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Dit volgt uit artikel 5.92 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Rekening houden met geur werkt twee kanten op: bij het mogelijk maken van het verrichten van activiteiten in de buurt van gevoelige gebouwen; bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande geurveroorzakende bedrijven. Er moet dus overwogen worden wat de beste locatie is voor een geurveroorzakende activiteit. Of de beste locatie voor een geurgevoelig gebouw. De geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw moet aanvaardbaar zijn (artikel 5.92 lid 2 Bkl). Dit betekent dat beoordeeld moet worden of waarden, afstanden en gebruiksregels in het omgevingsplan leiden tot een aanvaardbaar hinderniveau. De gemeente heeft beleidsvrijheid om te bepalen welke mate van geurhinder aanvaardbaar is. Bij het bepalen of geurregels in het omgevingsplan worden vastgelegd, spelen de volgende aspecten een rol: bestaande toetsingskaders, zoals lokaal geurbeleid; geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige gebouwen en locaties; aard, omvang en waardering van de geur die vrijkomt van de activiteit; historie van het bedrijf en het klachtenpatroon; bestaande en verwachte geurhinder van die activiteit; kosten en baten van technische voorzieningen en gedragsregels.

Er moet ook rekening worden gehouden met mogelijke cumulatie van geur door meerdere activiteiten. Toets Het voorliggende plan maakt een nieuwe geurgevoelige functie mogelijk, namelijk de functie wonen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf waar dieren worden gehouden ligt aan de Platenkampsweg 13 op een afstand van ca. 600 m van het plangebied. Gezien de ruime afstand tot het plangebied is een geuronderzoek niet noodzakelijk. Ook zijn er geen andere functies in de omgeving van het plangebied aanwezig die geurhinder kunnen veroorzaken. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'geur' geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling.

28

vastgesteld

TAM-omgevingsplan Hof van Twente Hoofdstuk 22ai Torendijk 16, Ambt Delden

4.4

Bodem Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden m.b.t. de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en/of activiteit. De bodemkwaliteit mag geen gezondheidsrisico opleveren voor gebruikers van de bodem. In deze paragraaf wordt omschreven hoe bij voorliggend project rekening zal worden gehouden met het aspect bodem. Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. De instructieregels zijn mede gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Uit artikel 5.89g van het Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op o.a. een bodemgevoelig gebouw en definieert het als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken tot 50 m².

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4296/documents/60186