02 TAM omgevingsplan Sloezenweg 2 Ambt Delden Motivering.pdf
Tekst van het document
ontwerp
29
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Figuur 4.1 Tabel 5.78T/5.78U, standaardwaarde en grenswaarde geluidgevoelige gebouwen (Bron: Bkl) Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken. Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarden. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; 1. de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; 2. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; 3. het gecumuleerd geluid de grenswaarde niet overschrijdt; 4. het gezamenlijke geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschrijdt; 5. besluit tot het treffen van geluidwerende maatregelen.
Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden. Geluid door activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn regels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een omgevingsplan op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten.
Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. In artikel 5.65 van het Bkl zijn standaardwaarden
30
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
opgenomen die aan de eis van aanvaardbaarheid voldoen. Overigens kan een gemeente gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden, mits aan de aanvaarbaarheid eis kan worden voldaan. In afdeling 8.5 van het Bkl staan beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Ten slotte voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Bal. De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen. Toets Wegverkeerslawaai en spoorwegen Met het voorliggende plan wordt de realisatie van één compensatie woning mogelijk gemaakt en wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning aan de Sloezenweg. Hierbij wordt de functie van het plangebied omgezet naar wonen. In de omgeving van het plangebied zijn geen spoorlijnen aanwezig. Wel zijn er wegen aanwezig die geluidsoverlast zouden kunnen veroorzaken. Onderstaande afbeelding geeft de geluidsbelasting van verkeer weer.
Figuur 4.2 Uitsnede wegverkeergeluid, plangebied onder de blauwe icon (Bron: Atlas Leefomgeving) Uit bovenstaande kaart blijkt dat er wordt voldaan aan de gestelde standaard waarden, nader onderzoek is niet noodzakelijk. Geluid door activiteiten In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich geen milieubelastende activiteiten die overlast van geluid kunnen veroorzaken. Zoals blijkt uit paragraaf 4.2. Nadere toetsing aan het aspect geluid m.b.t. geluid door activiteiten is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect ‘Geluid’ vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
4.5
Geur In paragraaf 5.1.4.6.1 Bkl zijn de instructieregels opgenomen die geurbelastende activiteiten en/of geurgevoelige gebouwen in elkaars nabijheid mogelijk maken. Het gaat hierbij om drie geurbronnen waarvoor regels zijn gesteld, namelijk: Zuiveringstechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2) Het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf 5.1.4.6.3)
ontwerp
31
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Andere agrarische activiteiten zoals het opslaan van vaste mest, compost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (paragraaf 22.3.6.4 bruidsschat). In artikel 5.92 Bkl staat vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening gehouden wordt met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en dat het omgevingsplan erin voorziet dat dit aanvaardbaar is, Hierbij moet rekening worden gehouden met de lokale specifieke omstandigheden en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten. De specifieke plaatselijke situatie kan mede bepalend zijn voor wat aanvaardbaar is en per geval verschillen. Afhankelijk van de gemeente kan lokaal beleid van toepassing zijn voor het aspect geur. Dit wordt dan vastgelegd in een Geurgebiedsvisie en Geurverordening. Naast het toetsen van de geurbelasting door activiteiten op geurgevoelige functies, moet bij het toelaten van een nieuwe geurgevoelige functies ook worden getoetst of bedrijven in de omgeving worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Wanneer hier sprake van is moet getoetst worden aan de geldende normen waar het bedrijf aan moet voldoen. Een nieuwe geurgevoelige functie is alleen aanvaardbaar als dit er niet toe leidt dat het bedrijf daardoor niet meer kan voldoen aan de voor het bedrijf geldende normen. Dit betekent dat er sprake is van een beperking in de bedrijfsmogelijkheden.
Toets Zoals blijkt uit paragraaf 4.2 ligt het dichtsbijzijnde (intensieve agrarisch) bedrijf in de omgeving een veefokker 'Wildhoeve Anges'. Deze intensieve veehouderij ligt op circa 304 meter afstand. De intensieve veehouderij ligt op voldoende afstand tot het plangebied en vormt geen belemmering voor de nieuw te realiseren woning. Ook geeft de nieuwe woning geen belemmering voor de agrariër. Daarnaast zijn er op een kortere afstand al woningen aanwezig die de intensieve veehouderij al belemmeren. Conclusie Het aspect ‘Geur’ vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
4.6
Mobiliteit en parkeren Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij moet ook in beeld worden gebracht of er sprake is van (extra) parkeerbehoefte. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt moet getoetst worden aan het gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid omtrent mobiliteit en parkeren is opgenomen in 'Parkeernormen Hof van Twente'. De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'Toekomstig parkeren' (uitgave 744). Verkeer Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegeaan van de volgende uitgangspunten: Weinig stedelijk, buitengebied, koophuis vrijstaand Voor wonen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 9 verkeersbewegingen per woning. De berekening voor dit plan is als volgt: ((7,8 + 8,6)/2) = 8,2 * 2 Voorliggend plan brengt een totale verkeersgeneratie van afgerond 17 per etmaal met zich mee. De verder verkeersafwikkeling vind plaats via de Sloezenweg, Brummelhuisweg en de Boswinkelsweg. Gelet op het aantal toenemende bewegingen kunnen deze wegen de verkeersbewegingen goed afwikkelen. De 17 verkeersbewegingen is een worst-case scenario. Het aantal verkeersbewegingen van de woningen vormen geen belemmering voor het voorliggende plan. Parkeren Voor het parkeren hanteert de gemeente Hof van Twente het beleid zoals benoemd in
32
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
'Parkeernormen Hof van Twente'. Hierin staat vastgelegd aan welke parkeernormen er moet worden voldaan bij verschillende functies. Met het ontwikkelen van één woning en het omzetten van een (voormalige) bedrijfswoning naar een reguliere woning, zal de parkeerbehoefte toenemen. Voor het berekenen van de parkeerbehoefte worden dezelfde uitgangspunten gehanteerd als onder het kopje verkeer is aangegeven. In totaal ontstaat er met het ontwikkelen van het realiseren van één woning en het omzetten van één woning een parkeerbehoefte van 6 parkeerplaatsen. Door de ruimte op het erf is het parkeren op eigen erf mogelijk, zie figuur 4.3. Met voorliggend plan word hiermee voorzien in het benodigd aantal parkeerplaatsen.
Figuur 4.3 Uitsnede inrichtingsplan (Bron: Mark ter Horst) Conclusie Gezien het vorenstaande vormt het aspect 'mobiliteit en parkeren' geen belemmering voor het voorliggend plan.
4.7
Luchtkwaliteit Ter bescherming van de gezondheid zijn onder paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl instructieregels opgenomen voor de luchtkwaliteit. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in zogeheten aandachtsgebieden, dit zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide of fijnstof.
ontwerp
33
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat in zulke gevallen om activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben (bijvoorbeeld verkeer of bedrijfsemissies).
Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het plan leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het plan draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. In artikel 5.54 staan standaardgevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een plan binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valt, is het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Een andere manier om aannemelijk te maken dat een plan de 3%-grens niet overschrijdt is een kwalitatieve berekening. Met de NIBM-tool kan bekeken worden of een plan in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Toets Verkeer Met dit plan wordt de realisatie van één compensatie woning en het omzetten van een (voormalige)bedrijfswoning naar reguliere woning mogelijk gemaakt. Als gevolg hiervan zullen 16,4 extra verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 17 per dag gesteld worden. Er zal sprake zijn van vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 2% gezet kan worden. In figuur 4.4 is de worst-case berekening weergegeven met 17 extra bewegingen extra voertuigbewegingen.
34
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Figuur 4.4: Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig.
4.8
Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico’s die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het (wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat per jaar iemand die onbeschermd en continu op een plek verblijft komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Dit kan zijn: blootstelling aan hitte door brand, overdruk door een explosie of een concentratie giftige stoffen in de lucht. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties
ontwerp
35
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
(art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen. Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de kans dat als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen een groep van tien of meer personen overlijdt (het groepsrisico). Bij een beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van aandachtsgebieden. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico’s (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied.
Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (art. 5.14 Bkl). Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (art. 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par.
5.1.2.6 Bkl) Toets Aan de hand van de ‘Risicokaart Nederland’ is een inventarisatie verricht van de mogelijk aanwezige risicobronnen rond het plangebied. Op de risicokaar staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. Figuur 4.5 toont een uitsnede van de ‘Risicokaart Nederland’. Het plangebied is aangegeven met een blauwe icon.
36
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Figuur 4.5 Uitsnede risicokaart, plangebied onder blauwe icon (Bron: Atlas Leefomgeving) Uit het raadplegen van de risicokaart blijkt dat er een terreingrens is opgenomen op een naastgelegen perceel. Deze grens is opgenomen voor een propeen opslagtank. De terreingrens ligt niet over de grenzen van het plangebied. Verder zijn er geen risicobronnen aanwezig op het plangebied. Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9
Natuurwaarden Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Toets Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied is niet gelegen in een NNN-gebied.
Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt
ontwerp
37
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
op circa 1,3 km van het plangebied, zoals weergegeven is op figuur 4.6.
Figuur 4.6 Uitsnede Natuurnetwerk Nederland gebieden, plangebied in rood omcirkeld (Bron: Atlas Leefomgeving) Het NNN kent geen externe werking, gezien dit feit en de grote afstand heeft voorliggend plan geen negatieve invloed op het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Natura 2000-gebieden Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Plannen die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel zonder vergunning - niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan.
Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten; De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Toets Natura 2000-gebieden De planlocatie is niet gelegen in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de Borkeld, ligt op circa 9,36 km. Gelet op het voorliggende plan, waar één nieuwe woning gerealiseerd word, en de afstand tot het dichtstbijzijnde
38
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Natura 2000-gebied worden er geen negatieve effecten verwacht. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Figuur 4.7 Uitsnede Natura 2000-gebieden, plangebied in rood omcirkeld (Bron: Atlas Leefomgeving) Stikstofdepositie Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van één compensatiewoning onder de rood voor rood regeling. Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoals werktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen: Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig. Voor het bouwen is een bouwmelding nodig. Voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt. Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag toegestuurd worden met: 1. de bouwmelding of sloopmelding (artikel 7.5c Bbl) 2. de vergunningaanvraag voor de technische bouwactiviteit (artikel 7.12a Omgevingsregeling).
In artikel 6.15 van de Omgevingsregeling wordt benoemd dat de stikstofdepositie moet worden berekend met AERIUS Calculator. In het kader van dit plan is geen AERIUS-berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebied te berekenen. Toets stikstofdepositie Gelet op de grote afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied en de aard en omvang van het project zijn enige negatieve effecten met betrekking tot stikstof uitgesloten. Een stikstofberekening wordt niet noodzakelijk geacht.
ontwerp
39
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
4.9.1
Soortenbescherming In de Omgevingswet (Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal); Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); Andere soorten (artikel 11.54 Bal). Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over floraen fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. Tot slot geldt een algemene specifieke zorgplicht. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming.
Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. Toets soortenbescherming In het kader van voorliggend project is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd, de conclusies uit dit onderzoek zijn onderstaand weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 5. Resultaten quickscan: Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland hoeft het voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het NNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Ook overige negatieve effecten op Natura 2000-gebied, zoals geluid, trillingen en optische verstoring, kunnen ook worden uitgesloten. Soortenbescherming De voorgenomen ontwikkeling heeft negatieve gevolgen voor verschillende beschermde diersoorten.
Als gevolg van het slopen van de gebouwen worden mogelijk beschermde dieren gedood en gaan voortplantings- en rustplaatsen verloren. Voor sommige soorten geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van de voortplantings- en rustplaats, maar dat geldt niet voor vogels. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Mits zorgvuldig gewerkt wordt (geen dieren opzettelijk doden), en bezette vogelnesten niet negatief beïnvloed worden, kunnen de voorgenomen werkzaamheden uitgevoerd worden zonder overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen aanvullend
40
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
onderzoek uitgevoerd te worden. Conclusie Het aspect ‘Natuurwaarden’ vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Cultureel erfgoed Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl). Deze gaan over: Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Archeologische resten Het gemeentelijk beleid voor archeologie en cultuurhistorie staat veelal opgenomen in de archeologische beleidskaart en cultuurhistorische waardenkaart.
Dit document schrijft per gebied voor welke onderzoekverplichtingen ter plaatse gelden. Wanneer een plan binnen een archeologisch waardevol gebied ligt wordt hieraan getoetst. Toets Archeologie Uit de archeologische en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Hof van Twente, blijkt dat er een lage archeologische verwachting op het plangebied ligt.
ontwerp
41
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Figuur 4.6 Uitsnede archeologische waardenkaart, plangebied in rood omcirkeld (Bron: gemeente Hof van Twente) Volgens de beleidskaders van de gemeente Hof van Twente geldt voor een gebied met een lage archeologische verwachting (zie figuur 4.6) geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 10 ha of bij bodemingreper dieper dan 40 cm. Binnen het plangebied vinden geen (graaf)werkzaamheden plaats die groter zijn dan 10 ha. Archeologisch onderzoek is hierom niet noodzakelijk, het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggend plan. Cultuurhistorie Het plangebied bevat geen rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn deze niet aanwezig. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. Conclusie Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.
4.11
Gezondheid De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang door alle relevante aspecten - waaronder gezondheid - in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: Het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?); Het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Toets Met het voorliggende plan wordt het mogelijk gemaakt om één woning te realiseren en één (voormalige)bedrijfswoning om te zetten naar een reguliere woning onder de rood-voor-rood regeling van gemeente Hof van Twente. Dit kan invloed hebben op de gezondheid van omwonenden/bezoekers/inwoners van de gemeente. Het toestaan van
42
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
deze woning draagt bij aan de woningbehoefte binnen gemeente Hof van Twente. De woning die gerealiseerd wordt betreft een moderne woning welke het woongenot/ woongeluk van toekomstige bewoners vergroot. Daarnaast vergroot het plaatsen van een extra woning tevens de leefbaarheid op het erf en in het landelijke gebied als geheel. Er ontstaan tevens meer mogelijkheden tot sociaal contact wat een positief effect heeft op de gezondheid.
ontwerp
43
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Hoofdstuk 5
Economische uitvoerbaarheid
Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal. De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw. Uit artikel 13.11 Ow volgt dat het verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst mag plaatsvinden. De initiatiefnemer heeft met de gemeente een anterieure overeenkomst afgesloten. Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatige besluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan.
Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift. In de anterieure overeenkomst zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie.
44
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
Hoofdstuk 6 6.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd. Provincie Overijssel Het plan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. Waterschap Vechtstromen Via de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd in het kader van de ‘weging van het waterbelang’. Waterschap Vechtstromen heeft aangegeven dat er vooralsnog geen bezwaren zijn voor het plan. Participatie De initiatiefnemer heeft met directe omwonenden gesproken. Deze buren hebben geen bewaren tegen het voorliggende plan. Het verslag is te lezen in Bijlage 6.
ontwerp
45
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22u Sloezenweg 2 Ambt Delden
46
ontwerp