02 TAM-omgevingsplan Mossendamsweg 4a Ambt Delden - Motivering.pdf
Tekst van het document
Toetsing aan de Strategische Visie 'Hof van Twente - Zicht op 2030' De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de strategische visie 'Hof van Twente – Zicht op 2030'. Door het slopen van overtollige bebouwing ontstaat ruimte voor een compensatiewoning (rood-voor-rood) en landschappelijke inpassing, waarmee de landschappelijke kwaliteit wordt versterkt. Het regulier bewonen van de voormalige bedrijfswoning en de benutting van de loods als timmerwerkplaats en akkerbouwopslag passen bij het gemeentelijke beleid om vrijkomende agrarische gebouwen zorgvuldig te herbestemmen. Dit draagt bij aan kleinschalig, groen en duurzaam wonen in de buurtschappen. Het kleinschalige kampeerterrein met camperplaatsen en trekkershutten ondersteunt de ambitie om recreatie en toerisme in het buitengebied te stimuleren. De omschakeling naar extensieve akkerbouw bevordert het behoud van het landschap en de ecologie. Het ruimtelijk kwaliteitsplan zorgt ervoor dat deze ontwikkelingen landschappelijk zorgvuldig worden ingepast.
ontwerp
27
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
4.3.2
Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025
4.3.2.1
Algemeen In de gemeente Hof van Twente is het goed wonen, werken, recreëren en vertoeven. Een groene, landelijke gemeente met levendige kernen. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning. Dit betekent niet alleen dat de huidige woningvoorraad optimaal benut moet worden, maar ook dat er gericht woningen bijgebouwd moeten worden. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waarbij ten allen tijden de landelijke kwaliteit van de gemeente wordt gewaarborgd. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied. 6. Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten.
4.3.2.2
Kwantitatieve behoefte Er is sprake van toenemende krapte op de woningmarkt in Hof van Twente. De afgelopen tien jaar zijn er weinig woningen gerealiseerd in de gemeente. De woningvraag is groot en de woningmarkt in de Hof is krap. Zowel starters als gezinnen en ouderen ervaren moeite bij het vinden van een geschikte woningen. 'Bouwen, bouwen, bouwen…. er is een tekort aan woningen, in alle kernen' is een stelling die in alle georganiseerde woontafels door alle betrokkenen onderschreven werd. Er wordt een piek verwacht in de woningbehoefte in de jaren tot 2030, waarna de behoefteontwikkeling stabiliseert en licht afvlakt. In de koopsector is er momenteel door gebrek aan aanbod nauwelijks keuze. Hof van Twente heeft vanouds een grote voorraad grondgebonden koopwoningen. Door grote vraag van binnen en buiten de gemeente is de beschikbaarheid gering en stijgen de gemiddelde koopprijzen fors. De vrije huursector is nog erg klein in de gemeente. Een deel van de behoefte aan geschikte ouderenwoningen zit in de vrije huursector. Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen.
Concreet betekent dit dat naast de bouwvraag in de kernen, zoals de 240–245 woningen in Goor en de 85–90 in Markelo, er in het buitengebied van Hof van Twente minimaal zo'n 160–165 nieuwe woningen nodig zijn.
4.3.2.3
Kwalitatieve behoefte Momenteel bestaan de kernen en het buitengebied van Hof van Twente voornamelijk uit landelijke en dorpse woonmilieus. Deze wil de gemeente vitaal en sterk houden, maar ook nieuwe kwaliteiten toevoegen zoals bijvoorbeeld met Op Stoom in Goor. Dit is in lijn met de regionale ambities om meer verstedelijking en stedelijke vernieuwing in Twente te realiseren. Per locatie bepaalt de gemeente welk woonmilieu het meest passend is. Ruimtelijk wordt eerst ingezet op transformatie, inbreiding en verdichting en als laatste op uitbreiding. Zo wordt niet alleen het waardevolle groen behouden, maar wordt ook gezorgd voor verdichting. De gemeente wil passende huisvesting kunnen bieden voor alle doelgroepen in verschillende levens- fasen en met diverse woonwensen. Met een wachttijd van minder
28
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
dan 12 maanden lijkt er in Hof van Twente geen sprake van een grote druk op de sociale huurmarkt. Wel staat betaalbaarheid in het koopsegment en de geliberaliseerde huur onder druk. Uit woontafels met jongeren blijkt dat zij moeite hebben om een betaalbare, geschikte starterwoning te vinden. De prijzen zijn hoog en het beschikbare aanbod is beperkt door gebrek aan doorstroming en weinig nieuwe (betaalbare) toevoegingen. Een andere uitdaging is de demografische verandering in de gemeente. In de komende tien jaar komen er circa 1.500, 75-plussers bij. Daarmee zal de zorgvraag groter worden evenals de wens van veel oudere huishoudens om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Er wordt daarom ingezet op het bouwen van betaalbare starters- en gezinswoningen, maar ook levensloopbestendige grondgebonden woningen voor senioren. In onderstaande tabel is een uitsnede van het woonprogramma voor de gemeente Hof van Twente voor de periode 2020-2030 weergegeven.
4.3.2.4
Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025 Door het slopen van overtollige bebouwing ontstaat ruimte voor een compensatiewoning (rood-voor-rood). Het regulier bewonen van de voormalige bedrijfswoning en de benutting van de loods als timmerwerkplaats en akkerbouwopslag passen bij het gemeentelijke beleid om vrijkomende agrarische gebouwen zorgvuldig te herbestemmen. Dit draagt bij aan kleinschalig, groen en duurzaam wonen in de buurtschappen. Er wordt een kleinschalige bijdrage geleverd aan zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woningbouwbehoefte binnen de gemeente Hof van Twente.
4.3.3
Nota 'Beleef hoffelijkheid 2.0'
4.3.3.1
Algemeen De nota 'Beleef hoffelijkheid 2.0' is de opvolger van de nota Recreatie en Toerisme 2021-2027 en geeft een visie op de recreatieve sector tot 2030. De visie komt voort uit een aantal gezamenlijk gedragen uitgangspunten: Niet voor, maar door stakeholders. We vinden het belangrijk dat de visie samen met de sector is vormgegeven. Dit levert de meeste input op en zorgt -naast draagvlak- ook voor eigenaarschap. Toerisme en recreatie geen doel op zich. De vrijetijdseconomie biedt kansen om het woonplezier van inwoners te vergroten en bezoekers van buiten de gemeente aan te trekken. Goede toeristisch-recreatieve voorzieningen kunnen hier een mooie bijdrage aan leveren. Dit vraagt om een goede balans tussen 'people, planet, profit'. Denken vanuit kansen met oog voor deelgebieden/-thema's. Elke kern in de gemeente heeft zijn eigen karakteristieken, zo ook het buitengebied. Om de gemeente in samenhang te ontwikkelen én tegelijkertijd oog te hebben voor de afzonderlijke kenmerken- werken wij in deze visie vanuit thema's. Dit brengt focus aan in de visie en maakt het mogelijk om deze thema's individueel
ontwerp
29
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
en vanuit samenhang te versterken. In samenwerking met de regio. Recreanten en toeristen denken niet vanuit gemeentegrenzen en daarom is het essentieel om de regio te betrekken. Van belang is om als gemeente aan te sluiten bij de regio waar mogelijk en uit te blinken op onderscheidende aspecten. Dit laat zich vertalen naar een ambitie voor 2030: "We zijn ambitieus en leggen de lat hoog. Niet door te kiezen voor meer, maar door te kiezen voor beter. We zetten in op een vrijetijdseconomie die jaarrond zorgt voor levendigheid. We blinken uit in ons culturele aanbod. Genieten van activiteiten in de natuur. En zetten de landgoederen en kastelen verder in de spotlights. Kortom, we willen hetgeen wat we hebben nog beter (beleefbaar) maken. We staan open voor nieuw onderscheidend aanbod. Daarvoor geldt dat onze eigen inwoners symbool staan voor de bezoekers die we willen trekken. We maken ons hard om onze eigen (regio)inwoner beter te bedienen. Dit maakt ons ook aantrekkelijk voor bezoekers van verder weg. We richten ons expliciet op de Millennials (met jonge kinderen). Gaan voor kwaliteit en kleinschaligheid. En bedienen nog beter dan nu de actieve natuur- & cultuurliefhebber. Nieuw aanbod laten we aansluiten bij de leefstijlen van eigen inwoners: de inzicht- en stijlzoekers. Met alles wat we doen, dragen we bij aan het geluk en de vitaliteit van inwoners, bezoekers en ondernemers.
Niet alleen voor vandaag, maar ook voor toekomstige generaties." 4.3.3.2
Doelen De doelen voor de vrijetijdseconomie 2030 zijn onderverdeeld in de volgende onderdelen: Bewegen & beleven; Jaarrond; Kwalitatief & in samenhang. In voorliggend geval zijn met name de doelen ten aanzien van 'Kwalitiatief & in samenhang' van toepassing. Hierna worden de betreffende doelen benoemd: een divers en kwalitatief aanbod; 1. Groei verblijfsaanbod gericht op stijlzoekers en inzichtzoekers. Van de huidige 7% stijlzoekers die ons bezoekt, streven we naar 10% in 2030. 2. Versterken huidige aanbod: Groei trendsetters dagrecreatie. Behoud hoge middenmoters. 3. Versterken culinair-& agrofood aanbod 4. Groei dagrecreatiefaanbod gericht op stijlzoekers en inzichtzoekers. 5. Gastvrije informatiepunten voor iedereen vindbaar en toegankelijk. een hoffelijke samenwerking; 1. Versterken verbinding onderwijs en vrijetijdseconomie. 2. Versterken onderlinge samenwerking ondernemers. 3. Aansluiten bij regionale samenwerkingsverbanden en hierbij vanuit eigen positionering uitblinken. 4. Op gedeelde thema's actief samenwerken met de Achterhoek.
4.3.3.3
Toetsing aan de nota 'Beleef hoffelijkheid 2.0' De voorgenomen ontwikkeling sluit goed aan bij de uitgangspunten van de nota ‘Beleef hoffelijkheid 2.0’ van de gemeente Hof van Twente. Met de realisatie van een kleinschalig kampeerterrein met camperplaatsen en trekkershutten wordt het kwalitatieve en diverse vrijetijdsaanbod in het buitengebied versterkt, precies zoals beoogd in de nota. De nadruk op kwaliteit, kleinschaligheid en natuurbeleving komt overeen met de ambitie om unieke, onderscheidende recreatiemogelijkheden te bieden die aansluiten bij de wensen van (regio)inwoners en actief ingestelde bezoekers.
30
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
4.3.4 KGO beleid 2023 "Grond voor gebruik, ontwikkel nu de erfenis voor de toekomst" 4.3.4.1
Algemeen Het gemeentelijke KGO beleid is vastgelegd in de beleidsnota "Grond voor gebruik, ontwikkel nu erfenis voor de toekomst". De beleidsnota voorziet in kaders met betrekking tot rood-voor-rood, het uitbreiden van niet agrarische bedrijven in het buitengebied, hergebruik van Vrijkomende Agrarisch Bebouwing (VAB) en sloopvoucher regeling. Hierna wordt ingegaan op deze kaders.
4.3.4.2
Rood-voor-rood De Rood voor Rood-regeling gaat in de basis nog steeds uit van slopen met gesloten beurs. In de Hof van Twente wordt uitgegaan van de sloop van een minimum oppervlakte van 1.000 m2, waarvoor ter compensatie een nieuwe woning kan worden gerealiseerd. De eventuele overige opstallen op het erf dienen ook gesloopt te worden en daarvoor kan een zogeheten sloopvoucher worden verkregen. Die ingezet kan worden bij projecten waar de zogeheten restmeters van toepassing zijn. De resterende meters boven de 1.000 m2 die overblijven en niet ingezet kunnen worden voor het realiseren van nieuwe compensatiewoningen. Deze rest meters kunnen bijvoorbeeld ingezet worden voor het vergroten van de oppervlakte aan bijgebouwen, extra inhoud van bestaande woningen of de uitbreiding van niet agrarische bedrijfsgebouwen. Afbakening van beleid: De maximale inhoud voor de te realiseren woning op de compensatiekavel bedraagt 750 m3. De compensatiekavel wordt bij voorkeur toegekend op de locatie waar het meest wordt gesloopt en wordt gesitueerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, om de erfstructuur te handhaven en de daarbij behorende clustering van bebouwing (ensemble) te bewerkstelligen. De compensatiekavel mag nabijgelegen (agrarische) bedrijven niet hinderen in hun bedrijfsvoering.
Het erf en de tuin worden samen met de nieuwe woning en het daarbij behorende bijgebouw op de compensatiekavel gerealiseerd. Uitgangspunt voor de grootte van het bijgebouw op de compensatiekavel is maximaal 150m2. Ook kan extra sloopoppervlakte worden ingezet voor het realiseren van een extra bijgebouw, conform de regels van afwijking “extra bijgebouwen bij woonbestemming tot 450 m2”. De Rood voor Rood-regeling gaat altijd uit van de sloop van het gehele complex met voormalige agrarische gebouwen, erfverhardingen, mestplaten, mestsilo’s, mestkelders, kassen voor hobby en nevenactiviteiten, sleufsilo’s met uitzondering van de bedrijfswoning en karakteristieke bebouwing. Eventueel aanwezige (karakteristieke) bebouwing kan functioneel worden aangewend. De beoordeling vindt plaats conform het beleid betreffende hergebruik voormalig agrarische bedrijfsgebouwen (VAB-beleid). In specifieke situaties kan een gebouw blijven staan voor het uitoefenen van een hobby of economische activiteit, ook als het gebouw niet direct karakteristiek is. Hierbij vindt per geval maatwerk plaats, afhankelijk van de relatie van deze gebouwen met de omgeving, de overig aanwezige en te realiseren gebouwen op het erf en de relatieve afname van de bebouwde oppervlakte.
4.3.4.3
Hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) Uitgangspunt is dat bestaande vrijgekomen voormalige agrarische bedrijfsgebouwen hergebruikt worden voor de nieuwe bedrijfsactiviteiten. In uitzonderlijke situaties kan medewerking worden verleend aan kleinschalige uitbreiding.
ontwerp
31
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
Daarbij moet wel inzichtelijk worden gemaakt worden of het bedrijf nog wel op de juiste locatie zit en niet beter kan verhuizen naar een bedrijventerrein. Voor iedere uitbreiding geldt dat als basis inspanning het terrein zorgvuldig landschappelijk dient te worden ingepast, waarbij aansluiting wordt gezocht met de identiteit van het omringende landschap. In aanvulling op de basis inspanning moet voor elke 1 m2 bebouwing het tweevoudige aan landschap ontsierende bebouwing worden gesloopt binnen de Hof van Twente. Verder gelden de volgende toetsingscriteria: de activiteiten moeten binnen de gebouwen plaatsvinden; er mag geen buitenopslag plaatsvinden; de nieuwe functie moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en mag geen ongewenste verstedelijking of aantasting van de landschappelijke waarden veroorzaken. Dit kan eventueel gepaard gaan met sloop van een deel van de bestaande bebouwing.
de nieuwe activiteit mag de bestaande agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmeren in hun bedrijfsvoering; de nieuwe activiteit moet behoren tot de categorie 1 en 2 van de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” dan wel een daarmee gelijk te stellen activiteit; het milieu mag niet extra worden belast ten opzichte van de milieubelasting van het stoppende of gestopte (deel van het) bedrijf (stank, geluid, luchtkwaliteit, veiligheid etc.; de bestaande infrastructuur moet berekend zijn op de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; eventuele parkeerplaatsen worden ingepast in het groen c.q. omgeving; er mag geen sprake zijn van een industriële uitstraling, dergelijke activiteiten behoren op een industrieterrein; er moet sprake zijn van een goede landschappelijke inpassing, waarvoor het noodzakelijk is om een landschapsplan voor het totale erf( en de directe omgeving) ingediend moet worden; er mag geen sprake zijn van detailhandel, anders dan ter plaatse vervaardigde producten, waarbij er geen sprake is van enige tussenhandel. reclame-uitingen dienen in overeenstemming te zijn met het reclamebeleid van de gemeente Hof van Twente. 4.3.4.4
Sloopvoucher-regeling Erf eigenaren die graag de vrijkomende landschap ontsierende gebouwen op het erf willen slopen kunnen hiervoor een sloopvoucher aanvragen. Deze voucher kan op een later moment ingebracht worden bij een project waarvoor sloopcompensatie nodig is. In deze sloopvoucher wordt vastgelegd hoeveel oppervlakte te slopen bebouwing in aanmerking komt. Deze voucher is 10 jaar geldig en kan ingezet worden bij projecten waarvoor sloopcompensatie nodig is. Om gebruik te kunnen maken van de voucher-regeling moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: de oppervlakte te slopen bebouwing kan niet terug worden gebouwd; de oppervlakte te slopen bebouwing is afkomstig uit de gemeente Hof van Twente; op de slooplocaties blijft maximaal 150 m2 aan bijgebouwen gehandhaafd, bij een grotere oppervlakte is de regeling ‘herbouw bijgebouw tot 450 m2’ van toepassing; eerdere verplichtingen kunnen niet in de regeling worden ingebracht; Alles asbest moet worden gesaneerd. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan, bij het opstellen wordt een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; Als de bestemming nog Agrarisch is moet deze gewijzigd worden naar een bestemming wonen.
32
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
4.3.4.5
Toetsing van het initiatief aan het KGO beleid 2023 Hierna wordt getoetst aan de relevante aspecten van het KGO beleid 2023. Rood-voor-rood In dit geval wordt 1.000 m2 van de sloopmeters ingezet voor het realiseren van een rood-voor-rood kavel. De kaders die gelden voor de maximale inhoud en oppervlakte aan bijgebouwen worden vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. De woning wordt gerealiseerd in de directe omgeving van de te handhaven bedrijfswoning, hiervoor wordt ook verwezen naar afbeelding 3.1 en Bijlage 1. In dit geval wordt niet alle agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. In specifieke situaties kan een gebouw blijven staan voor het uitoefenen van een hobby of economische activiteit, ook als het gebouw niet direct karakteristiek is. Hierbij vindt per geval maatwerk plaats, afhankelijk van de relatie van deze gebouwen met de omgeving, de overig aanwezige en te realiseren gebouwen op het erf en de relatieve afname van de bebouwde oppervlakte. De beoordeling vindt plaats conform het beleid betreffende hergebruik voormalig agrarische bedrijfsgebouwen (VAB-beleid). Daar wordt in de volgende paragraaf aan getoetst. Hergebruik Vrijkomende Agrarische Bebouwing (VAB) Voor de niet-agrarische vervolgfunctie, in de vorm van een timmerwerkplaats, extensief akkerbouwbedrijf en opslag, moet één schuur behouden worden, welke uitgebreid mag worden.
Het te behouden bedrijfsgebouw is 871 m² groot. De wens is daarnaast om het bedrijfsgebouw met 400 m² uit te breiden. Daarnaast moet er een sanitair gebouw van 96 m² worden gerealiseerd bij het kleinschalig kampeerterrein. Over het sanitair gebouw wordt uitgeweid in paragraaf 4.3.5 In dit geval is sprake van maatwerk. Voor de uitbreiding wordt het dubbele aantal sloopmeters ingezet, namelijk 992m². Alle activiteiten vinden plaats binnen bestaande gebouwen en er is geen sprake van buitenopslag. In Bijlage 1 wordt onderbouwd dat de inpassing zorgvuldig gebeurt en dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft. In deze motivering worden de parkeersituatie, de verkeersafwikkeling, de ruimtelijke inpassing en de milieueffecten toegelicht. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen belemmeringen oplevert. Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' valt een 'timmerwerkfabriek, vervaardiging van overige artikelen van hout' normaal gesproken onder milieucategorie 3.2. In dit specifieke geval betreft het echter kleinschalige activiteiten met slechts één personeelslid, waardoor de situatie afwijkt van de standaardindeling in categorie 3.2. De werkzaamheden bestaan vooral uit het voorbereiden van kleinschalig timmerwerk, zoals trappen, gevelbekleding en overkappingen. Uiteindelijk wordt dit bij opdrachtgever op locatie geassembleerd en afgemaakt.
Hierdoor wordt de locatie niet de volledige werkweek gebruikt. De werkzaamheden vinden alleen overdag plaats. Buiten worden, behalve bij het laden en lossen, vrijwel geen bedrijfsactiviteiten uitgevoerd. Dit soort werkzaamheden zijn vergelijkbaar met kleinschalige aannemersbedrijven. Daarom is een meer passende classificatie milieucategorie 2, zoals van toepassing op 'aannemersbedrijven met werkplaats' van maximaal 1.000 m². Bovendien biedt het gemeentelijke beleid ruimte voor maatwerk, waarbij per individueel geval wordt gekeken naar de ruimtelijke uitstraling en omgevingskwaliteit. Uit de onderliggende motivering blijkt dat deze aspecten niet worden geschaad. Daarnaast heeft de gemeente aangegeven dat het acceptabel is om de betreffende schuur te gebruiken voor een niet-agrarische vervolgfunctie. Sloopvoucher-regeling Na het realiseren van de rood-voor-rood-compensatiekavel, en de niet-agrarische vervolgactiviteiten, blijft er dus (3.693 m² - 1.000 m² - 992 m² =) 1.701 m² aan sloopmeters over. Aan de voorwaarden die worden gesteld om gebruik te kunnen maken van de voucher-regeling wordt voldaan. De sloopvouchers zijn reeds aangevraagd en vastgelegd.
ontwerp
33
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
4.3.5
Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023, artikel 4.5.4
4.3.5.1
Algemeen Voor het kleinschalige kampeerterrein is reeds een vergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit verleend. Het voorliggende TAM-omgevingsplan legt deze ontwikkeling vast in het omgevingsplan. De voorwaarden van deze binnenplanse afwijking zijn als volgt (artikel 4.5.4): a. de afstand tot de bouwperceelgrens van het dichtstbijzijnde (kleinschalige) kampeerterrein minimaal 100 m bedraagt; b. de afstand tot de bouwperceelgrens van gronden met een (bedrijfs)woning van derden minimaal 100 m bedraagt; c. de (sanitaire) voorzieningen binnen de op het moment van het toepassen van de afwijking bestaande bebouwing worden opgericht met een maximale oppervlakte van 75 m2; d. indien het onder c gestelde niet mogelijk is, de bebouwing ten behoeve van de (sanitaire) voorzieningen wordt opgericht binnen het bouwvlak; e. maximaal twee trekkershutten zijn toegestaan met een oppervlakte per trekkershut van 30 m2, een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5 m; f. er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing en erfinrichting door middel van een erfinrichtings- en/of beplantingsplan waartoe een landschapsdeskundige wordt geraadpleegd; g. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; i.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; j. een positieve bijdrage wordt geleverd aan het toeristisch profiel van de gemeente.
4.3.5.2 Toetsing van het initiatief aan Bestemmingsplan Buitengebied Hof van Twente, Veegplan 2023, artikel 4.5.4 a. Hier wordt aan voldaan. b. Hier wordt aan voldaan. c. De sanitaire voorziening is 96 m2. Er is echter sprake van maatwerk. In ruil voor deze ontwikkel ruimte worden sloopmeters ingezet. Hier is in paragraaf 4.3.4 reeds op ingegaan. d. Niet van toepassing. e. Er worden twee trekkershutten gerealiseerd. De vereisten hieraan met betrekking tot oppervlakte en afmeting worden vastgelegd in de regels van dit TAM-omgevingsplan. f. In Bijlage 1 wordt onderbouwd dat de inpassing zorgvuldig gebeurt en dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft. g. Hier wordt voor verwezen naar paragraaf 3.2. h. Dit wordt aangetoond in voorliggende motivering. i. Dit wordt aangetoond in voorliggende motivering. j. In paragraaf 4.3.3 is reeds uiteengezet dat met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen vrijetijdsaanbod in het buitengebied van de gemeente Hof van Twente. 4.3.6
Conclusie toetsing aan gemeentelijk beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het geldende gemeentelijke beleid.
34
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsveiligheid
Algemeen Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan.
In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl).
5.2
Situatie plangebied Aan hand van de Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart externe veiligheid met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is met de blauwe omlijning indicatief weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied niet binnen aandachtsgebieden van een risicobron ligt. Er hoeven zodoende geen (veiligheids)maatregelen getroffen te worden in
ontwerp
35
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
het kader van het voorkomen, beperken en bestrijden van een brand, een ramp of een crisis. Het aspect externe veiligheid is hiermee voldoende geborgd.
Afbeelding 5.1: Risicokaart externe veiligheid (Bron: Atlasleefomgeving.nl, bewerkt)
5.3
Conclusie Voorliggende wijziging van het omgevingsplan is in overeenstemming met de wet- en regelgeving in het kader van omgevingsveiligheid.
36
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
Hoofdstuk 6 milieu
Bescherming gezondheid en het
Op basis van paragraaf 5.1.4 houdt een omgevingsplan rekening met de bescherming van de gezondheid en het milieu, waaronder in ieder geval begrepen: geluid; bodemkwaliteit; de kwaliteit van de buitenlucht; geur en; trillingen. In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze het voornemen rekening houdt met bovenstaande onderwerpen. Daarnaast wordt het aspect 'gezondheid' behandeld.
6.1
Geluid door activiteiten
6.1.1
Algemeen In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu stelt het Besluit kwaliteit leefomgeving regels voor het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken (afdeling 3.5 Bkl). De wetgever maakt onderscheid tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor een aantal geluidgevoelige gebouwen en stiltegebieden (artikel 7.11 Bkl) gelden specifieke regels. In de aanwijzing van geluidgevoelige gebouwen is de functie (zoals wonen, onderwijs of zorg) bepalend (artikel 3.21 Bkl). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Dat doet de gemeente vanuit haar taak 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties'. In dat kader zijn de regels in paragraaf 22.3.4 Bruidsschat van toepassing. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald (artikel 22.57 Bruidsschat).
Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). Geluidsgevoelige gebouwen De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.21 Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
ontwerp
37
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
6.1.2
Situatie plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van één nieuw geluidgevoelig gebouw (woning) mogelijk gemaakt. De huidige bedrijfswoning is al aangemerkt als een geluidgevoelig gebouw. Het plan omvat verder de aanleg van een kleinschalig kampeerterrein en een sanitaire voorziening. Zowel de camperplaats, de trekkershutten als de sanitaire voorziening worden niet beschouwd als geluidgevoelige gebouwen. Ook de niet-agrarische bedrijfsactiviteiten en de opslagplaats voor de extensieve akkerbouw vallen niet onder de categorie geluidgevoelige gebouwen. Een geluidgevoelig gebouw is namelijk een gebouw, of een gedeelte daarvan, met een woonfunctie en eventuele nevengebruiksfuncties. Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied. Dit is een gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Wegen, spoorwegen en industrieterreinen hebben een geluidsaandachtsgebied. Verder kan geluidhinder worden ondervonden als gevolg van omliggende bedrijvigheid en de bedrijvigheid die plaatsvindt binnen het plangebied zelf. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling. Weg- en railverkeerslawaai In het omgevingsplan zijn nog geen geluidsaandachtsgebieden opgenomen.
Daarom gelden voor wegen en spoorwegen de volgende afstanden: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 m; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 m; en voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 m. In voorliggend geval bevindt de toe te voegen zich niet binnen een geluidsaandachtsgebied van een spoorweg. De meest nabijgelegen spoorweg bevindt zich op ruim 2,5 kilometer afstand. De meest nabijgelegen wegen zijn de Mossendamsweg (circa 220 meter, twee rijstroken met max. snelheid van meer dan 30 km/uur) en Bollenweg (circa 561 meter, twee rijstroken met max. snelheid van meer dan 30 km/uur) bevinden zich op voldoende afstand. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kan daarom achterwege blijven. Industrielawaai Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een industrieterrein. Dit behoeft dan ook geen nadere motivering. Solitaire bedrijvigheid (milieuzonering) Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en milieugevoelige gebouwen anderzijds. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009.
In 2024 is er een nieuwe handreiking uitgebracht 'Activiteiten en milieuzonering'. De nieuwe handreiking 'Activiteiten en Milieuzonering' is bedoeld voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en andere werkterreinen en het inwaarts zoneren daarvan. De handreiking biedt handvatten om op grond van artikel 5.69 en 5.93 uit het Bkl een aanvullende regeling in het omgevingsplan op te nemen waarmee geluid - en geurwaarden die normaal op de gevel van een geluids- of geurgevoelig gebouw gelden, op een andere locatie te laten gelden. Gedurende de overgangsfase onder de Omgevingswet is er in veel gevallen echter nog sprake van het omgevingsplan van rechtswege, waar de bestemmingsplannen onderdeel van uitmaken. Hiermee is de zoneringssystematiek uit 2009 nog aan de orde, waardoor de nieuwe handreiking niet
38
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
aansluit op het omgevingsplan. Daarom kan nog gebruik worden gemaakt van de systematiek uit 2009. Volgens deze systematiek dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. De omgeving van het plangebied kan worden aangemerkt als 'rustige woonwijk' aangezien ter plaatse geen sprake is van een menging van functies. Rood-voor-rood kavel In eerste instantie wordt er getoetst aan het woon- en leefklimaat voor de woning op de rood-voor-rood kavel. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het geluid van het kampeerterrein evenals niet-agrarische bedrijfsactiviteiten (timmerwerkplaats) en de opslagplaats voor de extensieve akkerbouw die binnen het plangebied worden toegestaan. Opgemerkt wordt dat er wordt gemeten vanaf de gevel van de nieuwe woning tot aan de bebouwingsmogelijkheden (bouwvlak) van de genoemde bedrijven. Adres en functie
Maximale toegelaten milieucategorie
Richtafstand geluid (in Daadwerkelijke meters) afstand (circa)
Mossendamsweg 4a Kampeerterrein
3.1
50
55* m
Mossendamsweg 4a** Timmerwerkplaats
2
30
30 m
Mossendamsweg 4b-6 Intensieve veehouderij
4.1
50
100 m
Bollenweg 10 Intensieve veehouderij
4.1
50
290 m
* Hiervoor is gemeten vanaf de gevel van de woning tot aan de eerste standplaats van de campers. Het gaat in dit geval verder om een zeer kleinschalig kampeerterrein dat niet te vergelijken is met een regulier recreatiebedrijf. Er is geen sprake van een centrale voorziening zoals een zwembad of receptie. Het gaat puur om een kampeerterrein voor met name rust- en natuurzoekers. In dit geval zijn de campers en trekkershutten de voornaamste geluidsbronnen (leefgeluiden, rijgeluiden, motorgeluid van de campers zelf). De sanitaire voorziening en parkeerplaats vormen daarnaast een buffer tussen de rood-voor-rood kavel en het kampeerterrein. **In paragraaf 4.3.4.5 is reeds uiteengezet waarom de timmerwerkplaats kan worden geclassificeerd als milieucategorie 2. Gelet op vorenstaande en rekening houdend met de benoemde kanttekeningen wordt aan alle richtafstanden voldaan. Kampeerterrein De dichtstbijzijnde geluidsgevoelige functie, met uitzondering van de woningen binnen het plangebied is de bedrijfswoning aan de Mossendamsweg 4b. Deze bevindt zich op een afstand van meer dan 100 meter van de camperplaats. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Niet-agrarische bedrijvigheid (timmerwerkplaats) Hier geldt eveneens dat de dichtstbijzijnde geluidsgevoelige functie, uitgezonderd de woningen binnen het plangebied, de bedrijfswoning aan de Mossendamsweg 4b is.
Deze bevindt zich op een afstand van ruim 71 meter van de loods. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de beoogde compensatiewoning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bovendien worden omliggende bestaande en toekomstige functies niet in de ontwikkelmogelijkheden belemmerd.
ontwerp
39
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
6.1.3
Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
6.2
Bodemkwaliteit
6.2.1
Algemeen Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde.
Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. De gemeente moet: Op grond van artikel 5.89i en artikel 5.89j Bkl de waarde vaststellen waarboven er bij de realisatie van gebouwen op bodemgevoelige locaties maatregelen nodig zijn. Op grond van artikel 5.89k Bkl aangeven welke sanerende of andere beschermende maatregelen nodig zijn bij overschrijding van de waarde. Op grond van artikel 5.89l Bkl een meldingsplicht instellen voor locaties die op grond van het omgevingsplan niet vergunningplichtig zijn. Op grond van artikel 5.89m Bkl een bepaling opnemen over de ingebruikname. Deze regels zorgen voor zowel een evenwichtige toedeling van functies aan locaties als het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit.
6.2.2
Situatie plangebied Door Montferland Milieu is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in delen van het plangebied (zie rode kaders in afbeelding). Hieronder wordt ingegaan op de resultaten en conclusie. Het volledige bodemonderzoek is opgenomen als Bijlage 2 bij deze motivering. Onderzoek sresultaten Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Ter plaatse van boring A02 t/m A05 is in de laag van 0,10 tot 0,50 m-mv uiterst puin waargenomen. De exacte locatie van de voormalige bovengrondse dieseltank is niet bekend. In de bovengrond ter plaatse van de vml. luchtwasser is de kwaliteitsklasse
40
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
'Landbouw/natuur' vastgesteld. Er zijn geen verhoogde gehalten van verontreinigende stoffen aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium Voor zowel Kjeldahl-stikstof als sulfaat bestaan geen normwaarden voor grond. De gemeten gehalten in de grond (1300 mg N/kg d.s. en 64 mg/kg d.s.) liggen binnen de bandbreedte van natuurlijke bodems en zijn niet saneringsrelevant. In het grondwater is 1,7 mg/L Kjeldahl-N en 290 mg/L sulfaat aangetroffen. Het Kjeldahl-gehalte is laag. Het sulfaatgehalte overschrijdt de drinkwater indicatieve waarde (250 mg/L), maar valt binnen waarden die in natuurlijke situaties in Nederland voorkomen. Er is daarom geen directe aanleiding om te spreken van bodemverontreiniging. De tevoren gestelde hypothese 'De vml. chemische luchtwasser kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd' dient te worden verworpen. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. Bij het verkennend asbestonderzoek zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de grove fractie van de bodem/puin is geen asbest aangetroffen. In de fijne fractie van mengmonster B-ASMM02 is een gehalten van 4,4 mg/kg d.s aangetoond. De mengmonsters bevinden zich onder het criterium voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) en een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
In het onderhavige en eerdere bodemonderzoek op de bodemgevoelige locatie zijn, met uitzondering van de resterende asbestverontreiniging, geen verhoogde gehalten vastgesteld die een belemmering vormen voor het huidige of toekomstige gebruik. Uit milieukundig oogpunt is er dan ook naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen planologische procedure, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen directe risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Wanneer toch tijdens eventuele graafwerkzaamheden waarnemingen worden gedaan die op een verontreiniging wijzen, dan moet het werk direct gestopt worden en moet met het bevoegd gezag worden overlegd.
ontwerp
41
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
Afbeelding 6.1: Overzichtskaart bodemonderzoek (Bron: gemeente Hof van Twente) Het blauwe kader in afbeelding 6.1 dient nog te worden onderzocht, inclusief afperkend asbestonderzoek onder duurzame verharding (conform NEN-5740 en NEN-5707). Om te borgen dat dit wordt uitgevoerd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in het plan. 6.2.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied, mits de aanvullende onderzoeken worden uitgevoerd en is aangetoond dat de bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Als er sprake is van verontreinigde grond dient dit te worden gesaneerd en moeten de juiste meldingen worden gedaan in het Omgevingsloke
42
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
6.3
Luchtkwaliteit
6.3.1
Algemeen De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL met de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook komen te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig.
Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1. Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Veelal kan een kwalitatieve berekening met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier inzichtelijk maken of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer deze tool aangeeft dat er sprake is van een betekende mate, dan zijn aanvullende detailberekeningen nodig.
6.3.2
Situatie plangebied Gelet op de aard en omvang van voorliggende ontwikkeling, in verhouding tot de standaardgevallen NIBM (artikel 5.54 Bkl) kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan luchtverontreiniging. Zo is de verkeersgeneratie (een belangrijke bron van luchtvervuiling) afkomstig van de woningen beperkt. Bovendien dient beoordeeld te worden of de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar is. Hiertoe dienen de huidige concentraties luchtverontreinigende stoffen in beeld te worden gebracht. Hiervoor is gebruik gemaakt van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN). De gegevens voor het plangebied worden weergegeven in de onderstaande tabel:
Parameter
ontwerp
Achtergrondwaarde [µg/m3] 2024
Achtergrondwaarde [µg/m3] 2030
Normen Bkl [µg/m3]
WHO Voldoet advieswaard (ja/nee) e [µg/m3]
43
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
Stikstofdioxid 8,519 e NO2
6,541
40
10
Ja
Zwevende 7,652 deeltjes PM10
6,369
40
15
Ja
Zwevende 7,652 deeltjes PM2,5
6,369
25
5
Nee
Uit de tabel blijkt dat aan de normen uit het Bkl voor NO2 en PM10 en de blootstellingsconcentratieverplichting voor PM2,5 voldaan wordt. Aan de advieswaarden van de WHO wordt niet voldaan voor Zwevende deeltje PM2,5 wordt niet voldaan, voor NO2 en PM10 wel. Echter is de verwachting dat de luchtkwaliteit steeds meer zal verbeteren, waardoor in de toekomst wel aan de advieswaarden zal worden voldaan. Derhalve wordt gesteld dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de het plangebied aanvaardbaar is. 6.3.3
Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.4
Geur
6.4.1
Algemeen In het kader van het beschermen van de gezondheid en het milieu (artikel 2.1 lid 3 onder b en c Ow) worden ten aanzien van diverse sectoren regels gesteld op het gebied van geur(hinder). Het gaat onder meer om veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn verdeeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat bevat regels over: Geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 Bruidsschat); Geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 Bruidsschat); Geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 Bruidsschat); Geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 Bruidsschat).
Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In afdeling 8.5 'Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit' van het (Bkl) staan beoordelingsregels. Het bevoegd gezag gebruikt deze beoordelingsregels bij het beoordelen van de vergunningaanvraag. In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. De vergunningverlener moet bij het beoordelen van het aanvaardbaar geurhinderniveau rekening houden met het omgevingsplan. Zo staat in het omgevingsplan wat de geurgevoelige gebouwen en locaties zijn. Ook kunnen in het omgevingsplan andere regels voor geur staan (of een omgevingswaarde voor geur). In het omgevingsplan staan
44
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
bijvoorbeeld geurregels voor veehouderijen. De vergunningverlener moet dan rekening houden met deze regels. Veehouderijen In het omgevingsplan regelt de gemeente de geur van veehouderijen. In paragraaf 5.1.4.6 Bkl staan de instructieregels hiervoor. De instructieregels gelden alleen voor geur van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf op een geurgevoelig gebouw en gaan over: Geurnormen in het omgevingsplan Rekenen Afstandseisen Randvoorwaarden 6.4.2
Situatie plangebied Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van één nieuw geurgevoelig gebouw (woning) mogelijk gemaakt. De huidige bedrijfswoning is al aangemerkt als een geurgevoelig gebouw. Het plan omvat verder de aanleg van een kampeerterrein en een sanitaire voorziening. Zowel de camperplaats als de sanitaire voorziening worden niet beschouwd als geurgevoelige gebouwen. Ook de niet-agrarische bedrijfsactiviteiten en de opslagplaats voor de extensieve akkerbouw vallen niet onder de categorie geurgevoelige gebouwen. Een geurgevoelig gebouw is immers een gebouw met een woonfunctie, onderwijsfunctie, gezondheidsfunctie of bijeenkomstfunctie. Met betrekking tot de rood-voor-rood kavel wordt benoemd dat de dichtstbijzijnde veehouderijen de intensieve veehouderij aan de Mossendamsweg 4b-6 (circa 100 meter) en Bollenweg 10 (circa 290 meter) zijn. Gezien de ruime onderlinge afstand worden belemmeringen vanuit geur niet voorzien. Daarnaast bevinden zich op kortere afstand andere geurgevoelige functies. De bedrijven worden dan ook niet belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden. Er blijft sprake van een aanvaardbare situatie aangaande geur. Grondgebonden veehouderijen bevinden zich op meer dan 50 meter afstand.
De onderlinge afstand is ruim meer dan de benodigde vaste afstand van 50 meter conform artikel 22.101 van de Bruidsschat en tevens ook artikel 5.110 en 5.111 van het Bkl. Solitaire bedrijvigheid (milieuzonering) Geurhinder kan ook worden ondervonden als gevolg van omliggende niet-agrarische bedrijvigheid en de bedrijvigheid die plaatsvindt binnen het plangebied zelf. Hierna worden deze aspecten behandeld voor de beoogde ontwikkeling. Om dit te toeten wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering'. In paragraaf 6.1 is reeds ingegaan op deze systematiek met bijbehorende uitgangspunten. Rood-voor-rood kavel In eerste instantie wordt er getoetst aan het woon- en leefklimaat voor de woning op de rood-voor-rood kavel. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het geluid van de camperplaats evenals niet-agrarische bedrijfsactiviteiten (timmerwerkplaats) en de opslagplaats voor de extensieve akkerbouw die binnen het plangebied worden toegestaan. Opgemerkt wordt dat er wordt gemeten vanaf de gevel van de nieuwe woning tot aan de bebouwingsmogelijkheden (bouwvlak) van de genoemde bedrijven.
Adres en functie
Maximale toegelaten milieucategorie
Richtafstand geur (in meters)
Daadwerkelijke afstand (circa)
Mossendamsweg 4a Kampeerterrein
3.1
30
55* m
Mossendamsweg 4a** Timmerwerkplaats
2
10
30 m
* Hiervoor is gemeten vanaf de gevel van de woning tot aan de eerste standplaats van
ontwerp
45
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
de campers. Het gaat in dit geval verder om een zeer kleinschalig kampeerterrein dat niet te vergelijken is met een regulier recreatiebedrijf. Er is geen sprake van een centrale voorziening zoals een zwembad of receptie. Het gaat puur om een kampeerterrein voor met name rust- en natuurzoekers. In dit geval zijn de campers en trekkershutten de voornaamste geurbronnen. Er is geen restaurant of extra horeca. De sanitaire voorziening en parkeerplaats vormen daarnaast een buffer tussen de rood-voor-rood kavel en het kampeerterrein. **In paragraaf 4.3.4.5 is reeds uiteengezet waarom de timmerwerkplaats kan worden geclassificeerd als milieucategorie 2. Gelet op vorenstaande en rekening houdend met de benoemde kanttekeningen wordt aan alle richtafstanden voldaan. Kampeerterrein De dichtstbijzijnde geurgevoelige functie, met uitzondering van de woningen binnen het plangebied is de bedrijfswoning aan de Mossendamsweg 4b. Deze bevindt zich op een afstand van meer dan 100 meter van de camperplaats. Aan de richtafstand kan worden voldaan. Niet-agrarische bedrijvigheid (timmerwerkplaats) Hier geldt eveneens dat de dichtstbijzijnde geurgevoelige functie, uitgezonderd de woningen binnen het plangebied, de bedrijfswoning aan de Mossendamsweg 4b is. Deze bevindt zich op een afstand van ruim 71 meter van de loods. Aan de richtafstand kan worden voldaan.
Omliggende bedrijven worden met de ontwikkeling niet in de activiteiten belemmerd, daarnaast is er bij de woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 6.4.3
Conclusie Vanuit het aspect geur is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.5
Trillingshinder
6.5.1
Algemeen De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Omgevingswet. Trillingshinder kan op twee manier optreden. Ten eerste kan er sprake zijn van de toevoeging van een milieubelastende activiteit met een trillingsemissie. In artikel 22.88 van de bruidsschat, die onderdeel uitmaakt van het tijdelijke omgevingsplan, zijn maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen opgenomen. Ten tweede kan er sprake zijn van de toevoeging van een trillinggevoelig gebouw. De Omgevingswet beschermt trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van activiteiten. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan hiervoor instructieregels. Voor de activiteiten wonen, wegen, vaarwegen en spoorwegen zijn er geen instructieregels voor trillingen. De gemeente kan hier eigen regels voor opstellen. Om de mogelijke trillingshinder in kaart te brengen kan de SBR-richtlijn worden gebruikt, de Beleidsregel Trillingshinder Spoor en de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. De gebruikelijke gehanteerde afstand waarbinnen trillingshinder als gevolg van een spoorweg wordt getoetst is een zone tot 100 meter van het spoor. Uit verschillende trillinghinderonderzoeken blijkt dat buiten deze afstand tot het spoor meestal geen trillingsniveaus optreden boven de streefwaarde van Vmax van 0,1.
Binnen een afstand van 100 meter tot het spoor moet bij nieuwbouw rekening worden gehouden met spoortrillingen en het voorkomen van hinder hierdoor. Indien de afstand tot het spoor meer dan 100 meter en minder dan 250 meter bedraagt, kan een
46
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22p Mossendamsweg 4a Ambt Delden
quickscan trillinghinder raadzaam zijn indien bestaande klachten, de bodemopbouw en/of het treinbeeld hiertoe aanleiding geven. 6.5.2
Situatie plangebied In dit geval is geen sprake van het toevoegen van een milieubelastende activiteit met een trillingsemissie. Wel is sprake van trillinggevoelige gebouwen. Aangezien de afstand tot de dichtst bijgelegen spoorlijn circa 10,2 kilometer bedraagt, is geen nader onderzoek nodig naar spoortrillingen.
6.5.3
Conclusie Vanuit het aspect trillingshinder is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.6
Gezondheid
6.6.1
Algemeen Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten zijn in voorgaande paragrafen reeds behandeld gemotiveerd. Het is wenselijk om daarnaast aan te geven op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering is meegenomen. Dit niet alleen omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk maatschappelijk doel is van de Omgevingswet, waar logischerwijs bij het nemen van een besluit op grond van deze wet aandacht voor moet zijn. Ook omwonenden en rondom het project gevestigde bedrijven zijn vaak geïnteresseerd in de gezondheidssituatie die ten gevolge van de activiteit optreedt.
6.6.2
Situatie plangebied In dit hoofdstuk van de onderbouwing zijn al meerdere aspecten behandeld die raken aan gezondheid (zoals geluidhinder en bodemkwaliteit). Uit de voorgaande paragrafen blijkt dat telkens wordt voldaan aan het wettelijk kader. Ook draagt het voornemen 'niet in betekenende mate' bij aan luchtverontreiniging. Daarnaast wordt vermeld dat ook de ter plaatse aanwezige milieukwaliteit verbeterd. Doordat op de locatie in de toekomst geen veehouderijbedrijf mag worden uitgeoefend, wordt zowel het uitoefenen van een grondgebonden veehouderijbedrijf als een niet-grondgebonden veehouderijbedrijf uitgesloten. In de toekomstige situatie worden hobbymatig dieren gehouden. De geurbelasting zal afnemen wanneer geen sprake meer is van het bedrijfsmatig houden van landbouwhuisdieren. Door beëindiging van de veehouderij, met als gevolg dat de ammoniakemissie aanzienlijk zal afnemen, wordt bovendien bijgedragen aan verbetering en bescherming van de natuur. Daarmee wordt de leefomgeving verbeterd, wat een positieve invloed heeft op de gezondheid. Daarom kan geconcludeerd worden dat het voornemen bijdraagt aan het maatschappelijk doel uit artikel 1.3 Omgevingswet.