CConstaterende datHof van Twente
Koppel je AI →
Document · PDF

02 TAM-omgevingsplan Goorsestraat 13 Hengevelde Toelichting

Gemeenteraad 15 september 2026, gemeente Hof van TwenteBij agendapunt: 12: TAM Omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde16.904 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hieronder vallen ook niet-bedrijfsmatige activiteiten, niet-plaatsgebonden activiteiten en tijdelijke activiteiten, dit kunnen ook beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn. De instructieregels in het Bkl zijn bijvoorbeeld niet van toepassing op het wonen zelf, maar wel op beroepen en bedrijven aan huis. De VNG-uitgave 'Activiteiten en milieuzonering' gaat uit van zones die bij een grotere afstand tot gevoelige functies en locaties (bijvoorbeeld wonen) uitgaat van een oplopende gebruiksruimte voor geluid en geur per bedrijf. Daarbij staat het reguleren van gebruiksruimte voor geluid en geur centraal in de nieuwe systematiek voor milieuzonering. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij het Besluit kwaliteit leefomgeving waar 'gebruiksruimte' een belangrijk begrip is (zie paragraaf 3.3 "Sturen op de verdeling van gebruiksruimte onder de Omgevingswet" van de Nota van toelichting bij het Bkl. De gebruiksruimte van milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) is de milieuruimte die een milieubelastende activiteit op grond van het omgevingsplan mag benutten voor het uitoefenen van de bedrijfsvoering.

Richtafstand Positie Zones geluid Zones geur vastgesteld 29 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Tabel | Tabel | Rustig | Gemengd VNG-2009 | VNG-2024 | woongebied | gebied met wonen 0 of 10 m | FM | - | - | - (functiemengin g) 30 m | 1 | Beperkt | Basis | Basis (> 30m) 50 m | 2 | Beperkt ( > | Basis | Basis (> 50 m) 50m) 100 m | 3 | Basis | Basis (> 50 m) | Verruimd (>100m) 200 m | 4 | Verruimd | Verruimd (>100 | Maatwerk m) | (>200m) 300 m en | IT | - | - | - hoger | (industrieterrei n) Toets De vernieuwde handreiking van de VNG heeft verschillende gebiedstypen opgenomen. Tevens kunnen binnen deze gebiedstypen differentiaties worden aangebracht. Voorliggend initiatief is gelegen in 'gemengd gebied'. Een gemengd gebied met wonen typeert zich als een gebied met lichte bedrijvigheid en wonen. In de nabijheid van het plangebied liggen verschillende functies, tevens is het plangebied bedoeld voor de functie 'Centrum'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder en/of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 13 appartementen met één commerciële ruimte op de locatie van het voormalige zalencentrum.

In de omgeving van het plangebied zijn woningen, bedrijven, bebouwing met maatschappelijke doeleinden en horeca. De woonfunctie is geen functie waarbij milieubelastende activiteiten ontstaan voor de omgeving. Voor de commcerciële ruimte geldt maximaal de milieucategorie FM. Gelet op de ligging van het plangebied is het een gemengd gebied. Hierdoor vervalt de richtafstand. De commerciële ruimte geeft geen belemmering voor de te realiseren woningen. Gesteld kan worden dat leefgeluiden aanvaardbaar zijn en dat het woon- en leefklimaat van omwonenden daarom niet in ernstige mate worden aangetast. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de functie 'Wonen' hinder ondervindt van bestaande milieubelastende functies in de omgeving. In de nabijheid van het plangebied zijn de volgende functies aanwezig.

Functie | Afstand tot | Milieucategorie | Richtafstan | Voldaan plangebied | d (gemengd | ja/ nee gebied) 30 | vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Horeca | 3,5 meter | FM (SBI-2008: 563) | 0 meter | Ja bedrijf (Goorsestr aat 15) Horeca | 7 meter | FM (SBI-2008: 561) | 0 meter | Ja bedrijf (Goorsestr aat 11) Detailhand | 13 meter | FM (SBI-2008: 47) | 0 meter | Ja el (Goorsestr aat 20d) Detailhand | 27 meter | FM (SBI-2008: 47) | 0 meter | Ja el (Goorsestr aat 18) Detailhand | 19 meter | FM (SBI-2008: 47) | 0 meter | Ja el (Goorsestr aat 16) Bovenstaande tabel geeft de milieubelastende activiteiten in de omgeving van het plangebied weer. Op basis van de gemeten afstanden tussen plangebied en de milieubelastende activiteiten wordt er voldaan aan de gestelde richtafstanden. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'milieubelastende activiteiten' geen belemmering is voor het planvoornemen. 4.3 Bodem Wanneer ontwikkelingen plaatsvinden m.b.t. de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie en/of activiteit. De bodemkwaliteit mag geen gezondheidsrisico opleveren voor gebruikers van de bodem. In deze paragraaf wordt omschreven hoe bij voorliggend plan rekening zal worden gehouden met het aspect bodem.

Voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie moet worden getoetst aan paragraaf 5.1.4.5.1 van het Bkl. Deze paragraaf bevat regels voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem. De instructieregels zijn mede gesteld met het oog op het beschermen van de gezondheid en van het milieu, in het bijzonder van de bodemkwaliteit. Een bodemgevoelige locatie is in ieder geval een locatie waarop een bodemgevoelig gebouw is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Tot een bodemgevoelige locatie hoort ook een aaneengesloten terrein direct grenzend aan een bodemgevoelig gebouw. Uit artikel 5.89g van het Bkl volgt dat deze paragraaf van toepassing is op o.a. een bodemgevoelig gebouw en definieert het als een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat de bodem raakt en waar personen meer dan twee uur per dag aaneengesloten aanwezig zullen zijn. Deze paragraaf is niet van toepassing op bijbehorende bouwwerken tot 50 m². Waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een vastgesteld | 31 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden opgenomen in het definitieve omgevingsplan (art. 5.89i Bkl). Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen.

Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Toets Met het voorliggende plan wordt de sloop van de bestaande bebouwing en de realisatie van 13 appartementen met commerciële ruimte mogelijk gemaakt. Voor deze ontwikkeling is er een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het mogelijk maken van een nieuw bodemgevoelig gebouw. Dit onderzoek is uitgevoerd door Dumea milieu (projectnummer: 2021-382). Uit het bodemonderzoek is de volgende conclusie gekomen: Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In de bovengrondmengmonsters BM1 en BM2 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het ondergrondmengmonster OM1 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen.In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte Tetrachlooretheen (Per) aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters MM1 en MM2 is analytisch geen asbest aangetoond. Conclusie De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Het aspect 'Bodem' vormt geen belemmering voor het voorliggend plan. 4.4 Geluid Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Geluidsgevoelige gebouwen In artikel 3.21 van het Bkl zijn de geluidsgevoelige gebouwen aangewezen. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond de woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen.

Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Onder geluidgevoelige gebouwen wordt verstaan: 32 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde woningen Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl gaat over het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw bij wegen, spoorwegen en industrieterreinen alsook het geluid veroorzaakt door wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige gebouwen gelegen binnen een geluidaandachtsgebied. Een geluidaandachtsgebied is een locatie langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein waarbinnen het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde zoals opgenomen in de tabel in artikel 5.78t van het Bkl.

Mocht er door een gemeente nog geen geluidaandachtsgebied in het omgevingsplan zijn opgenomen, dan gelden de afstanden uit artikel 17.5 Omgevingsregeling: voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken en een maximumsnelheid van 30 km/u of minder: 100 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken, waarvoor een onbekende maximumsnelheid van meer dan 30 km/u geldt, en een spoorweg, bestaande uit een of twee sporen: 200 meter; voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken, en een spoorweg, bestaande uit drie of meer sporen: 350 meter. In het Bkl zijn eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidbelasting op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. In onderstaande tabel zijn de standaardwaarden en grenswaarden weergegeven van artikel 5.78t/ 5.78u van het Bkl. Geluidbronsoort | Standaardwaarde | Grenswaarde Provinciale wegen | 50 Lden | 65 Lden Rijkswegen Gemeentewegen | 53 Lden | 70 Lden Waterschapswegen Lokale spoorwegen | 55 Lden | 70 Lden Hoofdspoorwegen Industrieterreinen | 50 Lden | 60 Lden 40 Lnight | 50 Lnight Een nieuw geluidgevoelig gebouw kan zonder meer worden toegelaten als het geluid niet hoger is dan de standaardwaarden. Meer geluid dan de standaardwaarde kan echter als aanvaardbaar beoordeeld worden (artikel 5.78u tot en met 5.78ad Bkl). Een grenswaarde is een uiterste grens waar niet van mag worden afgeweken.

Bij geluid tussen de standaardwaarde en de grenswaarde zal beschouwd moeten worden welke maatregelen mogelijk zijn om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarden. Het bevoegd gezag kan alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw toestaan als ze: geluidbeperkende maatregelen niet mogelijk zijn; de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk beperkt zijn door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen overwogen zijn die financieel doelmatig en tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of vastgesteld | 33 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde technische aard bestaan; het gecumuleerd geluid de grenswaarde niet overschrijdt; het gezamenlijke geluid is bepaald en de grenswaarde niet overschrijdt; besluit tot het treffen van geluidwerende maatregelen. Er zal bij de voorbereiding van een omgevingsplan of omgevingsvergunning, onderzoek moeten worden gedaan naar de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige objecten, wanneer deze zich binnen het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen bevinden.

Geluid door activiteiten In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) onder paragraaf 5.1.4.2.1 zijn regels voor het aspect geluid opgenomen die gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Deze instructieregels zijn van toepassing op het moment dat een TAM-IMRO op een locatie een geluidbelastende activiteit of een geluidgevoelig gebouw planologisch mogelijk maakt. Daarmee gelden de instructieregels zowel bij het toestaan van de activiteit, als bij het toestaan van geluidgevoelige gebouwen in de nabijheid van de activiteit. Met uitzondering van het geluid van woonactiviteiten, zijn de instructieregels van deze paragraaf van toepassing op het geluid van alle denkbare activiteiten. Het gaat hierbij niet alleen om geluid van bedrijven en/of instellingen, maar bijvoorbeeld ook geluid afkomstig van locaties waar openbare voorzieningen zijn voorzien, zoals groen of speeltuinen. De instructieregels zijn ook van toepassing op geluid afkomstig van een locatie waar woningen met een bedrijf aan huis zijn toegelaten. Dat betekent dat het geluid dat afkomstig is van het wonen niet wordt beoordeeld, maar het geluid van de bedrijfsmatige activiteiten wel. In artikel 5.65 van het Bkl zijn standaardwaarden opgenomen die aan de eis van aanvaardbaarheid voldoen.

Overigens kan een gemeente gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden, mits aan de aanvaarbaarheid eis kan worden voldaan. In afdeling 8.5 van het Bkl staan beoordelingsregels voor de omgevingsvergunning milieubelastende activiteit. Ten slotte voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het Bal. De instructieregels zijn niet van toepassing op tijdelijk gebouwen (minder dan 10 jaar) en op geluid afkomstig van doorgaand verkeer op wegen en spoorwegen. Toets Wegverkeerslawaai en spoorwegen Met het voorliggende plan wordt de realisatie van 13 appartementen en een commerciële ruimte mogelijk gemaakt. Het plangebied bevindt zich in het geluidaandachtsgebied van de Goorsestraat in Hengevelde. Onderstaande figuur geeft de geluidszoneringskaart weer. 34 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Figuur 4.1 Uitsnede wegverkeerlawaai kaart, plangebied globaal in blauw omcirkeld (Bron: Atlas leefomgeving) De Goorsestraat is een asfalt weg waar een maximumsnelheid geldt van 50 km/h. Binnen het plangebied vindt mogelijk een overschrijding van de standaardwaarden plaats op de gevel(s) van de nieuw op te richten bebouwing. Hierom is een onderzoek uitgevoerd m.b.t. het wegverkeerslawaai, het gehele onderzoek is opgenomen onder Bijlage 3.

Uit het onderhavig onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Uit de resultaten blijkt dat de standaardwaarde van 53 dB ten gevolge van de geluidbronsoort gemeentelijke wegen wordt overschreden ter plaatse van de noordoost-, noordwest- en zuidoostgevel. De standaardwaarde wordt op alle appartementen overschreden. Het hoogste geluid op de gevel bedraagt 65 dB; Maatregelen om het geluid op de gevel terug te dringen tot aan de standaardwaarde van 53 dB stuit naar verwachting op overwegende bezwaren van verkeerstechnische, financiële en stedenbouwkundige aard; Het is realistisch om een hogere waarde dan de standaardwaarde toe te staan van 65 dB voor de appartementen; Bij toepassing van een scherm met een borstwering van 1,5 m bij het dakterras van appartement 9 en 10 en een borstwering van 1,75 m (of dichte loggia met schuifbare beglazing) bij appartement 13 kan een geluidluwe buitenruimte worden gerealiseerd; Uit de berekeningen blijkt dat het gezamenlijke geluid op de gevel de 53 dB overschrijdt ter plaatse van de noordoost-, noordwest- en zuidoostgevels van de appartementen. Daarmee wordt voor de appartementen niet voldaan aan het maximaal toelaatbare binnenniveau uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. Extra geluidwerende voorzieningen zijn noodzakelijk. Dit moet in een gevelweringsonderzoek worden aangetoond.

Voor het voorliggende plan wordt een gevelweringsonderzoek uitgevoerd. De uitvoering van dit gevelsweringsonderzoek wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het voorliggende plan. Industrielawaai In de nabijheid van het plangebied bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein die voor vastgesteld 35 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde mogelijke geluidsoverlast kunnen zorgen binnen het plangebied. Geluid door belastende activiteiten Met voorliggend plan worden 13 nieuwe appartementen gerealiseerd. In de omgeving van het plangebied zijn milieubelastende activiteiten aanwezig. Zoals te lezen is in 4.2. Deze milieubelastende activiteiten liggen op voldoende afstand dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Andersom ondervinden deze belastende activiteiten geen hinder van de nieuw te realiseren appartementen. Mede door voldoende afstand tussen de activiteiten. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.5 Geur In paragraaf 5.1.4.6.1 Bkl zijn de instructieregels opgenomen die geurbelastende activiteiten en/of geurgevoelige gebouwen in elkaars nabijheid mogelijk maken.

Het gaat hierbij om drie geurbronnen waarvoor regels zijn gesteld, namelijk: Zuiveringstechnische werken (subparagraaf 5.1.4.6.2) Het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf (subparagraaf 5.1.4.6.3) Andere agrarische activiteiten zoals het opslaan van vaste mest, compost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (paragraaf 22.3.6.4 bruidsschat). In artikel 5.92 Bkl staat vastgelegd dat in een omgevingsplan rekening gehouden wordt met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen en dat het omgevingsplan erin voorziet dat dit aanvaardbaar is, Hierbij moet rekening worden gehouden met de lokale specifieke omstandigheden en de (cumulatieve) gevolgen van activiteiten. De specifieke plaatselijke situatie kan mede bepalend zijn voor wat aanvaardbaar is en per geval verschillen. Afhankelijk van de gemeente kan lokaal beleid van toepassing zijn voor het aspect geur. Dit wordt dan vastgelegd in een Geurgebiedsvisie en Geurverordening. Naast het toetsen van de geurbelasting door activiteiten op geurgevoelige functies, moet bij het toelaten van een nieuwe geurgevoelige functies ook worden getoetst of bedrijven in de omgeving worden beperkt in hun bedrijfsvoering. Wanneer hier sprake van is moet getoetst worden aan de geldende normen waar het bedrijf aan moet voldoen.

Een nieuwe geurgevoelige functie is alleen aanvaardbaar als dit er niet toe leidt dat het bedrijf daardoor niet meer kan voldoen aan de voor het bedrijf geldende normen. Dit betekent dat er sprake is van een beperking in de bedrijfsmogelijkheden. Toets Het dichtstbijzijnde (agrarische) bedrijf in de omgeving betreft een agrariër met vleeskuikens aan de Kerkstraat 1 en ligt op ca. 212 meter afstand. Hiermee wordt er voldaan aan de gestelde afstanden van 100 meter binnen de bebouwingscontouren zoals opgenomen in artikel 5.110 t/m artikel 5.116 van het Bkl. Conclusie Het aspect 'Geur' vormt geen belemmering voor het voorliggende initiatief. 36 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde 4.6 Luchtkwaliteit Ter bescherming van de gezondheid zijn onder paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl instructieregels opgenomen voor de luchtkwaliteit. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). De overheid toetst en monitort de luchtkwaliteit vooral in zogeheten aandachtsgebieden, dit zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide of fijnstof. In een aandachtsgebied moet de overheid de omgevingswaarden in acht nemen. Dit geldt voor de besluiten, als deze zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen een aandachtsgebied.

Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) moet worden voldaan aan de omgevingswaarden. Dit volgt uit artikel 5.51 van het Bkl. Hierbij gaat het om activiteiten binnen het aandachtsgebied. Maar het kan ook gaan om activiteiten in de buurt van een aandachtsgebied, als deze activiteiten zorgen voor een verhoging van de concentraties binnen het nabijgelegen aandachtsgebied. Het gaat in zulke gevallen om activiteiten die relatief veel luchtvervuiling veroorzaken en over een grotere afstand effect hebben (bijvoorbeeld verkeer of bedrijfsemissies). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het plan leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het plan draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

In artikel 5.54 staan standaardgevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een plan binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen valt, is het alsnog mogelijk om via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. Een andere manier om aannemelijk te maken dat een plan de 3%-grens niet overschrijdt is een kwalitatieve berekening. Met de NIBM-tool kan bekeken worden of een plan in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool. Toets Verkeer Met voorliggend plan wordt de realisatie van 13 appartementen en één commerciële ruimte mogelijk gemaakt. Als gevolg hiervan zullen 87,2 extra verkeersbewegingen per etmaal plaatsvinden. Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario kan het aantal verkeersbewegingen op 88 per dag gesteld worden. Er zal sprake zijn van vastgesteld 37 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde vrachtverkeer, waardoor het percentage vrachtverkeer op 2% gezet kan worden.

In figuur 4.2 is de worst-case berekening weergegeven met 88 extra voertuigbewegingen. Figuur 4.2 Worst-case berekening voor bijdrage van extra verkeer (bron: infomil.nl) Conclusie Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. 4.7 Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het (wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.

De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) gaan over het toestaan van verschillende soorten gebouwen en locaties, afhankelijk van hun kwetsbaarheid. Dit betreft zowel beperkt kwetsbare, kwetsbare als zeer kwetsbare gebouwen, evenals beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Dit is relevant in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een specifieke locatie wordt uitgevoerd, zoals aangegeven in een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een activiteit die buiten het geldende omgevingsplan valt. Plaatsgebonden risico 38 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Het plaatsgebonden risico is de kans dat per jaar iemand die onbeschermd en continu op een plek verblijft komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Dit kan zijn: blootstelling aan hitte door brand, overdruk door een explosie of een concentratie giftige stoffen in de lucht. Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (art. 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen.

Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (art. 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Daarnaast dient rekening gehouden te worden met de kans dat als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen een groep van tien of meer personen overlijdt (het groepsrisico). Bij een beoordeling van het groepsrisico wordt gebruik gemaakt van aandachtsgebieden. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (art. 5.12 Bkl). Aandachtsgebieden zijn gebieden rond activiteiten met gevaarlijke stoffen die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen (RIVM a, z.d.). Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV).

Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vluchtroutes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Dergelijke eisen kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Naast bovengenoemde regels over veelvoorkomende situaties zijn voor een aantal specifieke situaties nog de volgende delen van het Bkl van belang: Beperkingen in het belemmeringengebied (voormalige belemmeringenstrook in de huidige regelgeving) van buisleidingen: par. 5.1.2.3 Bkl; Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: par 5.1.2.4 Bkl; Veiligheid rond het bewerken en opslaan van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en op militaire objecten (par. 5.1.2.5 Bkl); Veiligheid rond luchthavens (par. 5.1.2.6 Bkl). Toets vastgesteld 39 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Figuur 4.3 Uitsnede risicokaart, planlocatie in rood omcirkeld (Bron: Atlas leefomgeving) Voorliggend initiatief voorziet in de sloop van bestaande bebouwing, de realisatie van 13 appartementen en één commerciële ruimte. In figuur 4.3 is de dichtstbijzijnde risicobron te zien. Deze risicobron ligt op circa 685 meter van het plangebied af. Het gaat hierbij om een opslagtank voor propaan.

Gelet op de afstand tot de risicobron en het feit dat het plangebied niet in een aandachtsgebied ligt kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit de omgevingsveiligheid. Conclusie Het aspect 'Omgevingsveiligheid' vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.8 Natuurwaarden Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natuurnetwerk Nederland (NNN) In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is verankerd (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden.

De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Toets Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland gebied ligt op circa 1,5 km afstand tot het plangebied, zoals te zien is op figuur 4.4. 40 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Figuur 4.4 Uitsnede kaart Natuurnetwerk Nederland gebieden, plangebied onder de blauwe druppel (Bron: Atlas Leefomgeving) Natura 2000-gebieden Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Plannen die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets.

Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een plan een Omgevingsvergunning noodzakelijk. Het Besluit activiteiten leefomgeving regelt in hoofdstuk 11 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten; De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op. In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Toets Natura 2000-gebieden Op onderstaande afbeelding (figuur 4.5) wordt de ligging van de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. vastgesteld 41 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Figuur 4.5 Uitsnede kaart Natura 2000-gebieden, plangebied onder de blauwe druppel (Bron: Atlas Leefomgeving) Het plangebied ligt op circa 9,8 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het 'Buurserzand & Haaksbergerveen'.

Voorliggend initiatief voorziet in het slopen van de bestaande bebouwing en het realiseren van 13 appartementen en één commerciële ruimte. Gelet op het voorliggende plan en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied kunnen negatieve effecten uitgesloten worden. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Stikstofdepositie Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 13 appartementen en één commerciële ruimte. Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig. Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoals werktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen: Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig. Voor het bouwen is een bouwmelding nodig. Voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt. Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag toegestuurd worden met: 1.

de bouwmelding of sloopmelding (artikel 7.5c Bbl) 2. de vergunningaanvraag voor de technische bouwactiviteit (artikel 7.12a Omgevingsregeling). Toets stikstofdepositie Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van 13 appartementen met één commerciële ruimte. Om deze appartementen en de commerciële ruimte te realiseren wordt de huidige bebouwing gesloopt. De nieuwe bebouwing wordt niet aangesloten aan het gasnet. Zoals op figuur 4.4 te zien is, is de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied circa 9,8 km. Bij een vergelijkbaar project, waar een appartementen gebouw met een parkeerkelder werd gerealiseerd is een hoeveelheid 42 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde stikstof uitgestoten die geen belemmering vormt voor het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Bij deze realisatie was de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 3,6 km. Gelet op het voorliggende plan en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied kan worden gesteld dat er geen AERIUS-berekening opgesteld hoeft te worden. Stikstofdepositie veroorzaakt geen belemmeringen voor onderhavig plan. Soortenbescherming In de Omgevingswet (Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 11.37 t/m artikel 11.40 Bal); Soorten Habitatrichtlijn (artikel 11.46 t/m artikel 11.48 Bal); Andere soorten (artikel 11.54 Bal). Door een groot aantal activiteiten en invloeden staat het voortbestaan van veel dier- en plantsoorten onder druk. Daarom is soortenbescherming een onderdeel van de Omgevingswet. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild. Dat zijn flora- en fauna-activiteiten. De Omgevingswet geeft regels over flora- en fauna-activiteiten om soorten te beschermen. Deze activiteit is vaak het gevolg van een andere activiteit zoals bouwactiviteit. In afdeling 8.6 van het Bkl zijn beoordelingsregels opgenomen voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit en flora- en fauna-activiteit. Artikel 8.74j tot en met 8.74n bevat beoordelingsregels voor flora- en fauna-activiteit. Tot slot geldt een algemene specifieke zorgplicht. Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal).

De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. Toets soortenbescherming Door Natuurbank Overijssel is een quickscan natuurwaarden uitgevoerd (projectnummer: 4149). Het gehele rapport is te lezen in Bijlage 4. Hieruit is de volgende conclusie gekomen: De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.

In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. vastgesteld 43 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rustof verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de beplanting verwijderd wordt en de sloop- en bouwwerkzaamheden plaatsvinden tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden zonder voorbereiding, kan niet uitgesloten worden dat een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibieën gedood wordt. Ook worden mogelijk vaste (winter)rusten/of voortplantingsplaatsen van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaats’. Er geldt geen vrijstelling voor het opzettelijk doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dient het werkterrein ongeschikt gemaakt te worden, zodat deze dieren op eigen beweging vertrekken of dienen ze weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien er zorgvuldig gehandeld wordt, worden er geen beschermde dieren gedood en leidt uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Conclusie Het milieuaspect 'Natuurwaarden' vormt geen belemmering voor het voorliggende plan. 4.9 Archeologie en Cultuurhistorie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Archeologische resten Het gemeentelijk beleid voor archeologie en cultuurhistorie staat veelal opgenomen in de archeologische beleidskaart en cultuurhistorische waardenkaart. Dit document schrijft per gebied voor welke onderzoekverplichtingen ter plaatse gelden. Wanneer een plan binnen een archeologisch waardevol gebied ligt wordt hieraan getoetst. Cultureel erfgoed 44 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Bij het beschermen van cultureel erfgoed in het omgevingsplan moet rekening worden gehouden met bepaalde uitgangspunten. Het Rijk geeft hiervoor instructieregels (artikel 5.130 lid 2 Bkl).

Deze gaan over: Ontsiering, beschadiging of sloop van beschermde monumenten of archeologische monumenten; Verplaatsing van beschermde monumenten; Gebruik van monumenten ter voorkoming van leegstand; Aantasting van de omgeving van een beschermd monument; Conserveren en in stand houden van archeologische monumenten. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels opgesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Daarnaast zijn in het Bal instructieregels opgenomen aangaande rijksmonumenten (hoofdstuk 13). Toets Archeologie Uit de archeologische en cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Hof van Twente, blijkt dat er een hoge archeologische verwachting op het plangebied ligt. Figuur 4.6 Uitsnede archeologische waardenkaart gemeente Hof van Twente, plangebied in blauw oncirkeld (Bron: gemeente Hof van Twente) Volgens de beleidskaders van de gemeente Hof van Twente geldt voor een gebied met een hoge verwachting (zie figuur 4.6) geen verplichting tot archeologisch vooronderzoek bij ingrepen kleiner dan 2500 m2 en bij bodemingrepen dieper dan 40 cm. Binnen het plangebied vinden geen (graaf)werkzaamheden plaats die groter zijn dan het toetsingskader. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 1.949 m2. Archeologisch onderzoek is hierom niet noodzakelijk.

Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggend plan. Cultuurhistorie Het plangebied bevat geen rijks-, provinciale of gemeentelijke monumenten. Ook in de nabijheid van het plangebied zijn deze niet aanwezig. Derhalve wordt geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. vastgesteld 45 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde 4.10 Mobiliteit en parkeren Bij het toelaten van een nieuwe functie moet worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij moet ook in beeld worden gebracht of er sprake is van (extra) parkeerbehoefte. De activiteit die mogelijk wordt gemaakt moet getoetst worden aan het gemeentelijk beleid. Het gemeentelijk beleid omtrent mobiliteit en parkeren is opgenomen in 'Parkeernormen Hof van Twente'. De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de meest recente CROW-uitgave 'Parkeercijfers 2024' (uitgave 744). Verkeer Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Weinig stedelijk, centrum, koop, appartement 75-100 m2 BVO Weinig stedelijk, centrum, koop, appartement <75 m2 BVO Weinig stedelijk, centrum, kantoor (zonder baliefunctie) Voor wonen geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van afgerond 6 verkeersbewegingen per appartement.

Aan de hand van de CROW-kengetallen is de berekening als volgt: ((5,4 + 6,2)/2) = 5,8 per appartement 7 ((4,8 + 5,6)/2) = 5,2 per appartement 6 ((5,5 + 7,2)/2) = 6,4 per 100 m2 BVO Voor de grotere appartementen geldt dat er een verkeersgeneratie ontstaat van 40,6. Voor de kleinere appartementen geldt dat er een verkeersgeneratie ontstaat van 31,2. De appartementen brengen een totale verkeersgeneratie van 71,8 per etmaal met zich mee. De commerciële ruimte brengt een totale verkeersgeneratie van 15,4 met zich mee. Voor het gehele plan neemt het aantal verkeersbewegingen toe met 87,2. De verkeersafwikkeling vindt plaats via de Goorsestraat. Gelet op het aantal toenemende bewegingen kan de Goorsestraat deze bewegingen goed afwikkelen. De toenemende verkeersbewegingen vormen geen belemmering voor het voorliggende plan. Parkeren Voor het parkeren hanteert de gemeente Hof van Twente het beleid zoals benoemd in 'Parkeernormen Hof van Twente'. Hierin staat vastgelegd aan welke parkeernormen er moet worden voldaan bij verschillende functies. Met het ontwikkelen van 13 appartementen en één commerciële ruimte, zal de parkeerbehoefte toenemen. Voor het aspect parkeren worden de uitgangspunten weinig stedelijk en centrum aangehouden, zoals ook bij de berekening van het aantal verkeersbewegingen.

Met het voorliggende plan worden 10 appartementen gerealiseerd als koop appartementen in het midden segment. Hiervoor geldt een parkeernorm van 1,4 per appartement. Daarnaast worden er 3 koopappartementen in het dure segment gerealiseerd. Deze appartementen hebben een parkeernorm van 1,6. Voor de te realiseren commerciële ruimte (kantoor met baliefunctie) wordt de norm gehanteerd van 2,45 per 100 m2 BVO. Hiermee komt het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen op in totaal 24,68, afgerond 25 parkeerplaatsen. Op het plangebied worden aan de achterzijde 25 parkeerplaatsen gerealiseerd en 2 aan de voorzijde. Hiermee worden er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd. Figuur 4.7 geeft de locatie van de parkeerplaatsen weer. 46 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Figuur 4.7 Uitsnede toekomstige situatie (Bron: L&O architecten) Conclusie Gezien het vorenstaande vormt het aspect 'Verkeer en parkeren' geen belemmering voor het voorliggend plan. vastgesteld 47 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Afdeling 13.6 van de Omgevingswet bevat de regeling voor kostenverhaal.

De wet geeft de uitgangspunten en vereisten op basis waarvan wordt bepaald of kostenverhaal verplicht is en hoe de kostenverhaalsbijdrage wordt bepaald. De verplichting tot kostenverhaal geldt voor particuliere grondeigenaren die een bouwplan als bedoeld in artikel 13.11 Omgevingswet en artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit kunnen realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om de bouw van een of meerdere woningen of een nieuw hoofdgebouw. Om het kostenverhaal te borgen wordt er een exploitatieovereenkomst gesloten tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie heeft betrekking op vergoeding van schade veroorzaakte door rechtmatige besluiten en handelen van de overheid. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. De schadeoorzaken zijn limitatief opgesomd in artikel 15.1 van de Omgevingswet. Dit betekent dat de wet de schadeoorzaken uitputtend regelt. Er zijn dus geen andere schadeoorzaken mogelijk dan die in de Omgevingswet staan. Schadeoorzaken zijn onder meer: een omgevingsvergunning, een regel in het omgevingsplan met rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven of een maatwerkvoorschrift.

Middels een exploitatieovereenkomst zijn afspraken vastgelegd over nadeelcompensatie. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het wettelijke vooroverleg (op basis van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening) vervallen. Echter is er wel een algemeen artikel opgenomen waarin staat dat bestuursorganen onderling moeten afstemmen (artikel 2.2 Ow). In dat kader wordt het vooroverleg door de verschillende bestuursorganen alsnog gehanteerd. Vooroverleg Provincie Overijssel Het plan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Overijssel. Waterschap Vechtstromen Via de digitale watertoets is het waterschap geïnformeerd in het kader van de 'weging van het waterbelang'. Waterschap Vechtstromen heeft schriftelijk aangegeven geen bezwaren tegen het plan te hebben (zaaknummer: 44419). Participatie 48 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Voor het voorliggende plan hebben de initiatiefnemers gesproken met omwonenden. Dit is gedaan middels een informatieavond. De omwonenden reageren positief op het voorliggende initiatief. Het gehele rapport is te lezen in Bijlage 5. 5.3 Zienswijzen Binnen 6 weken vanaf het moment van terinzagelegging van het ontwerp-omgevingsplan kan iedereen zienswijzen inbrengen. Dit kan schriftelijk of mondeling.

Het ontwerp-omgevingsplan heeft met ingang van 6 november 2025 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit omgevingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze binnengekomen. De beantwoording van de zienswijze heeft niet geleid tot wijzigingen in het TAM-Omgevingsplan. Voor de beantwoording van de zienswijze, kunt u het verslag van de zienswijzenbeantwoording raadplegen, als Bijlage 6 gevoegd bij voorliggend omgevingsplan. vastgesteld 49 TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Planopzet en systematiek In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is.

Voorliggend plan betreft een wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente dat technisch opgesteld is conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar inhoudelijk uitgewerkt is op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. 6.2 Opzet regels Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO.

Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wro gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook daarna worden afgemaakt met TAM-IMRO. Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing het plangebied, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In hoofdstuk 1 van deze motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen. 6.2.1 Preambule In de preambule is opgenomen dat het TAM-IMRO omgevingsplan gelezen moet worden als hoofdstuk in het gemeentelijk omgevingsplan en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. 50 vastgesteld TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde 6.2.2 Inleidende bepalingen Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: Artikel 1 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen.

Artikel 2 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft meetvoorschriften aan. 6.2.3 Functies en activiteiten In het Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten is opgenomen welke functie binnen het plangebied toegestaan is. Hierbij is ook aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. 6.2.4 Algemene bepalingen Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Artikel 5 Anti-dubbeltelregel: grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 6 Algemene functiesregels: dit artikel bevat algemene beoordelingsregels ten aanzien van het bouwen. Artikel 7 Overige regels: dit artikel bevat overige regels. 6.2.5 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving is dat er sprake is van een ‘ja, mits’-principe. Het omgevingsplan geeft voor veel functies aan onder welke voorwaarden ze voorstelbaar/inpasbaar zijn binnen het werkingsgebied of specifieke deelgebieden binnen het werkingsgebied.

Het omgevingsplan vormt het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan welke functies op welke locaties binnen het werkingsgebied voorstelbaar worden geacht (en onder welke voorwaarden). Toelichting op de regels Centrum De centrumbebouwing langs de Goorsestraat heeft de functie “Centrum” gekregen. Voor deze functie is gekozen omdat er binnen deze bebouwing sprake is van een differentiatie van functies. Zo worden binnen deze functie detailhandel, dienstverlening, kantoren en horeca (categorie 1) toegestaan. Waarde - Archeologie 2 Voor de archeologisch waardevolle gebieden binnen het plangebied is de functie “Waarde – Archeologie 2” opgenomen. Het betreft gebieden met een hoge verwachtingswaarde (Waarde – Archeologie 2). Voor deze functie geldt een verplichting tot het uitvoeren van archeologisch onderzoek vanaf 2.500 m² en dieper dan 40 cm. vastgesteld 51

Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22s Goorsestraat 13 Hengevelde Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hofvantwente.nl/api/v1/meetings/4303/documents/60611