02 TAM IMRO Gruttostraat 49 e.o. Goor Regels en bijlagen.pdf
Tekst van het document
Datum: Fase: Planid:
ontwerp NL.IMRO.1735.GOxGruttostrt49eo-OP10
BESTEMMINGSPLAN
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Inleiding Aanleiding Ligging van het plangebied De bij het plan behorende stukken Huidig planologisch regime Leeswijzer
6 6 6 6 7 8
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie Beschrijving plangebied en omgeving
9 9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2
Planbeschrijving Gewenste situatie Verkeer en parkeren
10 10 10
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
13 13 15 22
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3
Omgevingsveiligheid Algemeen Situatie plangebied Conclusie
27 27 27 28
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9
Bescherming gezondheid en het milieu Geluid door activiteiten Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Milieuzonering Trillingshinder Gezondheid Ecologie Archeologie & Cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
29 29 30 32 33 35 36 37 39 41
Hoofdstuk 7 7.1 7.2
Wateraspecten Vigerend beleid Waterparagraaf
43 43 44
Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Juridische planopzet Inleiding Opbouw van de regels Verantwoording van de regels
47 47 47 48
Hoofdstuk 9
Economische uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Afstemming overlegpartners Inspraak Zienswijzen
52 52 52 52
Bijlagen toelichting
2
53
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
54
Bijlage 2
Bodemonderzoek
85
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek industrielawaai
141
Bijlage 4
AERIUS-berekening
181
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
213
Bijlage 6
Watertoets
254
Regels
ontwerp
261
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
262 262 267
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4
Bestemmingsregels Woongebied Bedrijventerrein
268 268 271
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Planologische gebruiksactiviteiten Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
273 273 274 275 276 277
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangsrecht Overgangsrecht
278 278
Bijlagen regels
279
Bijlage 1
Parkeernormen Hof van Twente
280
Bijlage 2
Lijst van bedrijven Goor
282
Bijlage 3
Staat van bedrijven
284
3
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
4
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Toelichting
ontwerp
5
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding Voorliggend TAM-omgevingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Gruttostraat 49 in Goor. Met het voornemen wordt bestaand bedrijfsperceel in de kern van Goor (gemeente Hof van Twente) heringedeeld. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woonfunctie en op het overige deel van het perceel wordt het planologisch mogelijk gemaakt een bedrijfswoning te realiseren. Met deze kleine planologische aanpassingen van het perceel wordt er een gedegen afronding van het gebied gerealiseerd in een veranderende omgeving. In 2020 besloot de gemeente Hof van Twente, het gebied ten oosten van het plangebied aan te kopen en om dit voormalige terrein van de Twentse Stoomblekerij, afgekort TBS, te herontwikkelen met in overwegende mate een woonfunctie. Het voornemen is strijdig met het geldende omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kader en toont aan de het voornemen in overeenstemming is met 'een evenwichtige toedeling van functies aan locaties'.
1.2
Ligging van het plangebied Het plangebied ligt in aan de Gruttostraat te Goor en staat kadastraal bekend als gemeente Hof van Twente, sectie C, perceelnummers 6985 en 7510. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied in de kern Goor (rode ster) en de ligging ten opzichte van de directe omgeving (rode omlijning) indicatief weergegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied in Goor en ten opzichte van de directe omgeving (Bron: plattekaart.nl)
1.3
De bij het plan behorende stukken Het "TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o." bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1735.GOxGruttostrt49eo-OP10) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen)
6
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Op de verbeelding zijn de functies van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het TAM-omgevingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het TAM-omgevingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Hof van Twente. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 1 januari 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat ter plaatse uit de volgende documenten: Bestemmingsplan "Goor" vastgesteld op 30 oktober 2018; Omgevingsplan gemeente Hof van Twente (in werking vanaf 1 januari 2024). Voor de duiding van het planologische regime is met name het bestemmingsplan “Goor” van belang. Op basis van het bestemmingsplan "Goor" is het plangebied voorzien van de bestemming 'Bedrijventerrein' met een bouwvlak en gevellijn. Daarbij is een bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bedrijfsgebouw' en de maatvoeringseisen 'maximum bouwhoogte: 10 m' en maximum bouwhoogte: 10 m en maximum goothoogte: 6 m' opgenomen. Tot slot is er een gebiedsaanduiding 'milieuzone - intrekgebied' aanwezig. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van de geldende planologische situatie weergegeven. Hierop is het plangebied indicatief aangegeven met de rode omlijning. Hierna wordt nader op de geldende bestemmingen ingegaan.
ontwerp
7
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Afbeelding 1.2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Goor" (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2
Beschrijving bestemmingen Enkelbestemming 'Bedrijventerrein' De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven en instellingen met een milieucategorie van 1 en 2, dienstverlening, per bedrijf één bedrijfswoning, tot een maximum van in totaal 11 bedrijfswoningen groenvoorzieningen en water en verkeers- en verblijfsdoeleinden. De gebouwen moeten gebouwd worden binnen een bouwvlak waarbij de bouw- en goothoogte niet meer bedraagt dan ter plaatse van de maatvoering aangegeven 'maximum bouwhoogte (m)' en 'maximum bouwhoogte (m) en maximum goothoogte 6 m' . Bedrijfsgebouwen mogen niet worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding uitgesloten - bedrijfsgebouwen'. De voorgevels van de bedrijfswoningen dienen ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd. Gebiedsaanduiding 'milieuzone - intrekgebied' De gronden ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - intrekgebied' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de bodem- en de (grond)waterkwaliteit ten behoeve van de drinkwatervoorziening.
1.4.3
Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend omgevingsplan, aangezien ter plaatse de bouw- en gebruiksregels voor het regulier gebruiken van de bedrijfswoning, realisatie van de bedrijfswoning ontbreekt. Daarbij moet de planologische situatie ter plaatse gewijzigd worden om de milieutechnische aspecten en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen. Voorliggend plan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen herontwikkeling te kunnen realiseren. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAM-omgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente.
Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 14 nader op ingegaan.
1.5
Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige situatie. Hoofdstuk 3 gaat achtereenvolgens in op de gewenste situatie van het plangebied de bescherming van de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 6 de bescherming van de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 7 gaat in op het wateraspect. Hoofdstuk 8gaat in op de juridische planopzet en regels. Hoofdstuk 9 en 10 behandelen ten slotte de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen.
8
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Hoofdstuk 2 2.1
Huidige situatie
Beschrijving plangebied en omgeving Het plangebied betreft een bedrijfswoning en bijhorend erf aan de Gruttostraat 49, en het braakliggende grasveld ten noorden van deze bedrijfswoning. Planologisch gezien is op dit braakliggende grasveld ruimte voor een bedrijf. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door een bedrijventerrein, waarbij de Ambachtsweg aan de westzijde als ontsluitingsweg dient voor de bedrijven langs deze straat. Aan de zuidzijde bevindt zich een watergang, met aan de overkant het begin van de woonwijk 'De Whee'. De oostelijke begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de Gruttostraat. Aan de overzijde van deze straat ligt het voormalige TBS-terrein, evenals enkele sportvelden. Op het voormalige TBS-terrein zijn momenteel plannen in ontwikkeling om dit gebied te herbestemmen voor woningbouw, waaronder aaneengeschakelde woningen en standplaatsen voor woonwagens. In afbeelding 2.2 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven, waarin het plangebied indicatief is aangegeven met de rode omlijning.
Afbeelding 2.2: Luchtfoto van het plangebied (Bron: PDOK)
ontwerp
9
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
In hoofdstuk 2 is ingegaan op de huidige situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op de voorgenomen ontwikkeling.
3.1
Gewenste situatie
3.1.1
Algemeen Met het voornemen wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woonfunctie. De grond van het bedrijventerrein blijft in de toekomstige situatie behouden voor een bedrijf om zich hier te vestigen. Aangezien de bestaande bedrijfswoning omgezet wordt naar een reguliere woonfunctie is ter plaatse van het bedrijventerrein het ook mogelijk een bedrijfswoning bij een bedrijf te realiseren. Om deze situatie planologisch goed te borgen worden de bouwvlakken en aanduidingen ter plaatse omgezet zodat een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geborgd kan worden. Door een bedrijfswoning en een onbebouwde locatie om te zetten naar een reguliere woonfunctie, en de bouwmogelijkheden van een bedrijfsterrein met bedrijfswoning aan te passen, wordt de beschikbare ruimte binnen de bestaande bebouwde kom optimaal benut. Dit draagt bij aan het tegemoetkomen aan de woningbehoefte binnen zowel de kern Goor als de gemeente Hof van Twente. Tegelijkertijd blijft er ruimte beschikbaar voor de vestiging van een nieuw bedrijf met bijbehorende bedrijfswoning, waardoor zowel de woon- als werkfunctie in het gebied versterkt wordt. Gezien de locatie van het plangebied binnen de bebouwde kom van Goor, aansluitend op het bestaande woon- en werkgebied, is dit een passende functie.
Bouwkundige uitgangspunten stedenbouw In de huidige situatie is planologisch een bouwvlak en aanduidingen aanwezig die de uitgangspunten vormen voor de realisatie van de bedrijfsgebouwen. Deze stedenbouwkundige uitgangspunten worden in de toekomstige situatie overgenomen waar kan. Zodoende is er straks, zoals in overeenstemming met de huidige situatie, bedrijfsbebouwing mogelijk met een bouwhoogte van 10 meter en een bedrijfswoning met een bouwhoogte van maximaal 10 meter, een goothoogte van maximaal 6 meter. het bouwvlak wordt hier gewijzigd zodat voldoende afstand is tussen de bestaande woning en de toekomstige bedrijfsbebouwing. De aanwezige strook waar een bedrijfswoning mogelijk is wordt ter plaatse vergroot zodat er meer ruimte is om een bedrijfswoning ter plaatse te realiseren. Tevens wordt de rooilijn van de bebouwing ten opzichte van de Gruttostraat gewijzigd zodat dit op één lijn komt met elkaar en overeenkomt met de bestaande bebouwing in de omgeving.
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Parkeerkencijfers 2024 - Basis voor parkeernormering' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren, waaronder kencijfers voor de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens.
10
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Bij de berekening van de parkeernormen zal er een gemiddelde worden genomen. De gemeente Hof van Twente heeft in 2016 een 'Gemeentelijk Mobiliteitsplan' vastgesteld. De gemeente Hof van Twente heeft de parkeernormen gebaseerd op de hiervoor genoemde CROW publicatie. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Hoofdfunctie: Wonen en bedrijf; Functie: 'Koop, vrijstaand huis; Functie: 'gemengd bedrijventerrein'; Stedelijkheidsgraad: Weinig stedelijk / Gemeente Hof van Twente (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: Rest bebouwde kom; Bouwvlak bedrijf: circa 750 m² (bvo) Voor het bedrijf is er rekening gehouden met een bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief' (industrie, laboratorium, werkplaats en 'bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief (loods, opslag, transportbedrijf'). Hierbij is rekening gehouden met een worst case scenario waarbij er zowel een bedrijfswoning als een bedrijf gerealiseerd wordt met een oppervlakte van het volledige bouwvlak (maximale planologische invulling). Gesteld wordt dat dit voldoende is een realistisch beeld te geven van de toekomstige situatie. 3.2.2
Parkeren In onderstaande tabel wordt de totale parkeerbehoefte op basis van de uitgangspunten uit paragraaf 3.2.1 berekend. In voorliggend geval wordt op de bestaande bedrijfswoning/reguliere woning op eigen erf geparkeerd. Voor het toekomstige bedrijf en eventuele bedrijfswoning geldt ook dat er op eigen terrein geparkeerd moet worden. Voor het parkeren is gekeken naar een bandbreedte tussen de volgende bedrijfstypen die binnen een gemengd bedrijventerrein kunnen voorkomen: Koop, vrijstaande woning (gemiddeld 2,3 parkeerplaatsen per (bedrijfs)woning); Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (gemiddeld 2,35 parkeerplaatsen per 100 m² bvo) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief (gemiddeld 1,05 parkeerplaatsen per 100 m² bvo) In voorliggend geval moet op het plangebied worden voldaan aan een parkeerbehoefte van tussen de 13 en 23 parkeerplaatsen. Bij nadere invulling van het bedrijventerrein kan dit wijzigen. De erven zijn van voldoende omvang om aan de parkeerbehoefte te voldoen.
3.2.3
Verkeer In onderstaande tabel wordt de totale parkeerbehoefte op basis van de uitgangspunten uit paragraaf 3.2.1 berekend. In voorliggend geval is er al sprake van verkeersbewegingen ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning/reguliere woning. Voor het toekomstige bedrijf en eventuele bedrijfswoning wordt de toekomstige verkeersgeneratie wel meegenomen. Voor de verkeersgeneratie is gekeken naar een bandbreedte tussen de volgende bedrijfstypen die binnen een gemengd bedrijventerrein kunnen voorkomen: Koop, vrijstaande woning (gemiddeld 8,2 verkeersbewegingen per bedrijfswoning); Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (gemiddeld 10 verkeersbewegingen per 100 m² bvo) Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief (gemiddeld 4,8 verkeersbewegingen per 100 m² bvo) In voorliggend geval is er sprake van een verkeersgeneratie van tussen de 44 en 84
ontwerp
11
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
verkeersbewegingen. Bij nadere invulling van het bedrijventerrein kan dit wijzigen. Het omliggende wegennetwerk heeft voldoende capaciteit om het verkeer afkomstig van het plangebied op een vlotte en veilige manier af te wikkelen. De beoogde ontsluiting van het plangebied op de hiervoor genoemde weg is verkeersveilig. De omliggende infrastructuur is in voldoende mate ingericht om de verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te wikkelen. 3.2.4
Conclusie Met voorliggend omgevingsplan wordt in voldoende mate rekening gehouden met het aspect verkeer en parkeren.
12
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit TAM-omgevingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1
Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
4.1.1.2
Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als
ontwerp
13
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
4.1.1.4
Toetsing aan de NOVI In voorliggend geval betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit TAM-omgevingsplan opgenomen ontwikkeling.
4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
4.1.2.1
Algemeen De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. De Ladder wordt toegepast bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'stedelijk gebied' en een 'stedelijke ontwikkeling'.
Stedelijk gebied: Op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit toegelaten stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel en horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen en infrastructuur, met uitzondering van stedelijk groen aan de rand van die bebouwing en lintbebouwing langs wegen, waterwegen of waterkeringen; Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein,
14
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is. Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. Er is een overzichtsuitspraak (ECLI:NL:RVS:2017:1724) over de Ladder. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2.2
Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Voor betreft de woningen wordt gesteld dat wanneer een plan niet voorziet in meer dan 11 woningen dat dit niet kan worden gezien als een stedelijke ontwikkeling. Een uitgangspunt hiervoor is de rechtsuitspraak 'ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921'. Met het voornemen wordt één bedrijfswoning omgezet naar reguliere woning en de mogenlijkheid gecreëerd voor het realiseren van een bedrijfswoning ter plaatse van het bedrijf. Voor wat betreft de bedrijfsmatige gronden en activiteiten wordt gesteld dat een stedelijke ontwikkeling met een brutovloeroppervlakte van minder dan 500 m² niet als stedelijke ontwikkeling gezien (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Hierbij wordt gesteld dat met het voornemen al sprake is van grond met de functie bedrijventerrein waarbij het planologisch mogelijk is voor het vestigen van een bedrijf met een oppervlakte van circa 1.100 m². In voorliggend geval worden de planologische mogelijkheden niet verruimd. Er is enkel sprake van een planologiche wijziging om de evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen. Gesteld kan worden dat de bedrijfsmatige activiteit niet gezien wordt als 'nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Het plan voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
4.1.2.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
4.1.3
Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. Onderstaand wordt het provinciale beleid nader uitgewerkt.
4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd
ontwerp
15
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken.
4.2.3.1
Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouwen kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening.
16
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
4.2.3.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. De Omgevingsvisie onderscheid zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen.
4.2.3.3
Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. Voor alle gebiedstypen in Overijssel beschrijft de Catalogus Gebiedskenmerken welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal belang zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken, mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet.
ontwerp
17
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.4
Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1
Of - Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikel 4.4 en artikel 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang. Op deze artikelen wordt hierna ingegaan. Artikel 4.4: Principe van concentratie 1. In omgevingsplannen worden alleen de ontwikkeling van woningbouw, bedrijventerrein, stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen mogelijk gemaakt als die voorzien in een lokale behoefte of in de behoefte van bijzondere doelgroepen. 2. Daarbij geldt voor bedrijventerreinen dat lokale behoefte wordt ingevuld als bedoeld voor lokaal gewortelde bedrijvigheid. Hierbij wordt gesteld dat het begrip 'lokaal gewortelde bedrijvigheid' gedefinieerd wordt als: 'bedrijven die hun oorsprong óf verzorgingsgebied hebben of vinden in de gemeente of kern waar ze gevestigd zijn of zich vestigen én toegevoegde waarde bieden aan de sociaaleconomische structuur en voorzieningen'. Artikel 4.14: Woonafspraken (woningbouw) 1. Omgevingsplannen staan alleen toe dat nieuwe woningen worden gerealiseerd als de bouw van deze woningen past binnen de geldende woonafspraken, zoals deze zijn gemaakt door de regio en vastgelegd in bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeenten. 2. Nieuwe woningen zijn nog te realiseren woningen waarvoor nog geen omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit is afgegeven
18
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Toetsing van het initiatief aan artikelen 4.4 en 4.14 van de Omgevingsverordening Overijssel Het plangebied ligt binnen de kern Goor in de gemeente Hof van Twente. Ter plaatse is een bedrijfswoning en een braakliggend terrein gevestigd waar planologisch al een bedrijf zich mag vestigen. Daarmee behoord tot het bestaand bebouwd gebied (de bebouwde kom van Goor). Ontwikkelingen mogen plaatsvinden indien ze toebehoren aan de lokale behoefte. In voorliggend geval wordt gesteld dat ter plaatse geen extra gronden omgezet worden ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten en de locatie en omvang van het beoogde bedrijf zeer geschikt zijn voor het uitvoeren en exploiteren voor lokale bedrijvigheid. Het plangebied ligt namelijk aan de rand van een bedrijventerrein die hiervoor geschikt is. Met het voornemen wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning en de mogelijk gesteld voor het realiseren van een nieuwe bedrijfswoning. Er is per saldo sprake van de toevoeging van één nieuwe reguliere woning. In paragraaf 4.3.2 vindt een verdere toetsing plaats aan de gemeentelijke Visie op wonen. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling bijdraagt aan de actuele kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte. In verband hiermee is het voorliggende TAM-omgevingsplan in overeenstemming met artikel 4.14 uit de Omgevingsverordening Overijssel 4.2.4.2
Waar - Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Met de ontwikkelingsperspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie Overijssel vorm gegeven. Hiervoor gelden de gebiedskenmerken als onderligger. In dit geval zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving van belang. In de groene ruimte gaat het - kort door de bocht - om het behoud en de versterking van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap; wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap. Het plangebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken'. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen, waarin het plangebied indicatief met rode contour is omlijnd.
ontwerp
19
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Afbeelding 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Herstructurering en transformatie van de woon-, werk-, voorzieningen- en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 4.2.4.2.1
Toetsing van het initiatief aan het “Ontwikkelingsperspectief” Binnen gebieden met het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie. In voorliggend geval wordt ter plaatse van dit ontwikkelingsperspectief een bedrijfswoning omgezet naar reguliere woning en ter plaatse van een braakliggende locatie de gronden hergestructureerd waardoor er sprake is van een bedrijf met bedrijfswoning ter plaatse. Door de ontwikkeling wordt binnen het bestaand stedelijk gebied voorzien in een deel van de lokale woningbehoefte en extra werklocatie. Het voornemen sluit goed aan op de ambities binnen het perspectief en sluit aan op de stedenbouwkundige en functionele structuur van de omgeving. Geconcludeerd wordt het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief.
4.2.4.3
Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Gelet op liggen van het plangebied in het stedelijk gebied gelden er ten aanzien van de natuurlijke laag het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' en ten aanzien van de laag van het agrarisch-cultuurlandschap geldt het gebiedskenmerk 'Jong heide- en
20
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
broekontginningslandschap''. Gezien de ligging in de bebouwde kom is er geen sprake van invloed op de gebiedskenmerken 'Dekzandvlakte en ruggen' en 'Jong heide- en broekontginningslandschap''. De natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap en de laag van beleving kunnen voor wat betreft de toetsing dan ook buiten beschouwing blijven. Hieronder wordt de stedelijke laag nader uitgewerkt. De 'Stedelijke laag' Het plangebied is op basis van de gebiedskenmerkenkaart de 'Stedelijk laag' aangeduid met het gebiedstype 'Informele trage netwerk' en 'Bedrijventerreinen'. In afbeelding 4.3 is het plangebied indicatief met rode contour omlijnd. Opgemerkt wordt dat het gebiedstype 'Woonwijken 1955-nu' tevens beschreven wordt.
Afbeelding 4.3: Uitsnede Stedelijke laag Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Bedrijventerreinen' Overijssel kent verschillende typen werklocaties, zoals bedrijventerreinen, stationsomgevingen, kantoor- en retaillocaties. Bedrijventerreinen zijn functioneel aangelegde locaties aan de rand van steden en kernen. De opzet en verkaveling van bedrijventerreinen houden vooral rekening met de milieuruimte, autobereikbaarheid en (manoeuvreer) ruimte voor vrachtwagens. Het zijn meestal monofunctionele werklocaties die gescheiden liggen van omliggende woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is vaak eenvoudig en eenvormig. Naast de bedrijventerreinen aan de rand van een stad of kern kennen we ook binnenstedelijke werklocaties, met bijvoorbeeld kantoren of een mix aan economische functies. Deze binnenstedelijke werklocaties zijn onderdeel van het stedelijk weefsel en hebben geen beperkingen (oa milieu) voor nabij gelegen woningen of scholen. De bebouwing heeft een stedelijk karakter, vaak met meerdere verdiepingen of hoogbouw. In sommige gevallen heeft industrieel erfgoed een nieuwe impuls gekregen. Ontwikkelingen die passend zijn is het toekomstbestendig maken van deze bedrijventerreinen met aandacht voor duurzaamheid, water en vergroening.
Daarbij is er een groeiende vraag naar nieuwe werklocaties. De ambitie is dan ook de economische functies te versterken en de kwaliteit te verhogen door zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. 'Woonwijken 1955 - nu' De woonwijken van 1955 tot nu zijn uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. Wonen, werken en voorzieningencentra zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter. Er is een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Er
ontwerp
21
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. De tijdsgeest van de bouwperiode is af te lezen in de stedenbouwkundige structuur en architectuur. Nieuwbouwwijkjes bij kleinere plaatsen zijn niet altijd afgeronde eenheden, omdat de bouwopgave daarvoor te klein was. Vaak is er een buurtje aangeplakt aan de oudere bebouwingsstructuur, zonder relatie met de oorspronkelijke structuur van het dorp of het voormalige agrarische cultuurlandschap. 4.2.4.3.1
Toetsing van het initiatief aan de 'Stedelijke laag' Met het voornemen blijven de bestaande karaktereigenschappen van het gebied en zijn omgeving behouden. Aan de zuidzijde van het plangebied tegen de grens met de woonwijk wordt een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Hierbij wordt opgemerkt dat, zoals in deze motivering beschreven ontwikkeling, geen afbreuk doet aan de waarde van het bedrijventerrein of bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving. Er is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Met het voornemen wordt de bestaande ruimte optimaal benut en is er ruimte voor een nieuw bedrijf en bedrijfswoning op een locatie die daarvoor geschikt is. De bedrijfsbebouwing zal daarbij aansluiten op de omgeving en is hiermee passend. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de gebiedskenmerken van de stedelijke laag.
4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende TAM-omgevingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3
Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de gewenste ontwikkeling worden hieronder behandeld.
4.3.1
Structuurvisie Goor 2025
4.3.1.1
Algemeen De structuurvisie Goor 2025, bevat de gemeentelijke visie op de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen voor de periode tot en met 2025 voor de kern Goor, met uitzondering van het centrum van Goor waarvoor een masterplan is opgesteld. De ambities ten aanzien van meerdere sectorale onderwerpen (zoals wonen, economie, verkeer en infrastructuur en cultuurhistorie) zijn hierin samengebracht, voor zover deze betrekking hebben op de ruimtelijke structuur van Goor. Daarnaast bevat de structuurvisie een visie op de ruimtelijke kwaliteit. De visie biedt hiermee één actueel ruimtelijk kader voor de verschillende beleidsterreinen. Nieuwe initiatieven worden in eerste instantie getoetst aan de structuurvisie, maar de gemeente staat ook open voor nieuwe initiatieven die niet direct in de visie staan omschreven. Belangrijke ambities zijn het realiseren van een duurzame woon- en werkomgeving voor iedereen en het realiseren van een robuust groen-blauw raamwerk. Bij beide componenten speelt ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol. Ruimtelijke kwaliteit, met name ten aanzien van de versterking van de elementen 'groen en water' en verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte staan dan ook hoog in het vaandel. Op de visiekaart staan de ambities afgebeeld, onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied op deze kaart en de bijhorende ambitie-onderdelen.
De ambities worden in de structuurvisie categorisch toegelicht. In de volgende subparagraaf wordt
22
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
het plan getoetst aan de ambities die gelden voor het plangebied overeenkomstig de visiekaart. In afbeelding 4.4 is een uitsnede van de visiekaart weergegeven. Het plangebied is hierop aangeduid met de gele omlijning. In dit geval is hoofdzakelijk het thema 'revalitisering bedrijventerrein' van belang.
Afbeelding 4.4: Uitsnede visiekaart (Bron: gemeente Hof van Twente) 4.3.1.2
Bedrijventerrein Goor onderscheidt zich van de overige kernen binnen de gemeente door haar grote oppervlakte bedrijventerreinen. Aan de noordzijde van de kern liggen de bedrijventerreinen Spechthorst, TSB en De Whee. Uit de behoefteregistratie welke heeft plaatsgevonden in het kader van de Bedrijventerreinenvisie 2011-2021 blijkt voor Goor de grootste ruimtevraag naar bedrijventerrein, namelijk afgerond 14-19 hectare (t/m 2020). Een groot deel hiervan kan zich op de resterende beschikbare kavels op Zenkeldamshoek vestigen. Voor het overige deel van de ruimtevraag moet een plek worden gevonden op bestaande terreinen via inbreiding en als de bestaande terreinen ruimtelijk optimaal zijn benut – onder meer via herstructurering – kan eventueel nieuwe ruimte gereserveerd worden voor bedrijvigheid. Nabij Zenkeldamshoek, ten noorden van de Zomerweg, is hiervoor reeds grond aangekocht. Een vergelijking tussen vraag en aanbod tot en met 2020 leert dat er binnen de gemeente Hof van Twente maximaal een overschot is van 4 hectare, waarvan 2,5 hectare op conto komt van de kern Goor. Hierbij is echter nog geen rekening gehouden met de vervangingsvraag als gevolg van de transformatie van het TSBterrein (5 à 6 hectare) en de bovenlokale vraag (1 à 2 hectare), welke met name betrekking heeft op de kern Goor.
Herstructurering Ingezet wordt op herstructurering en inbreiding op bestaande bedrijventerreinen. Vooral bedrijventerrein Spechthorst – De Whee biedt kansen voor intensivering van het ruimtegebruik. Ook ter plaatse van bedrijventerrein Haven Goor is ruimte voor een intensivering van het ruimtegebruik. Aandachtspunten hierbij zijn de eigendomsverhoudingen (een groot deel is particulier eigendom). Wonen op bedrijventerreinen Bij de ontwikkeling van nieuwe plannen wordt zeer terughoudend omgegaan met het toestaan van nieuwe bedrijfswoningen. Ten aanzien van reeds aanwezige bedrijfswoningen op bestaande bedrijventerreinen wordt een zogenaamde
ontwerp
23
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
uitsterfconstructie toegepast (wanneer het gebruik is beëindigd, wordt het niet opnieuw toegestaan). Reden hiervoor is dat bedrijfswoningen op bedrijventerreinen, gelet op de hinder en beperkingen voor de bedrijfsvoering van derden, niet passend zijn. Daarnaast is gebleken dat in de praktijk het wonen bij het bedrijf niet noodzakelijk is en dat bestaande bedrijfswoningen op bedrijventerreinen vaak worden bewoond of worden verkocht aan mensen die geen binding hebben met een bedrijf op het betreffende bedrijventerrein, met milieutechnische beperkingen voor omliggende bedrijven tot gevolg. 4.3.1.3
Toetsing van het initiatief aan de Structuurvisie Goor 2025 Met het voornemen wordt per saldo een nieuwe reguliere woning toegevoegd aan de rand van het bedrijventerrein en een bestaand bedrijfsperceel heringericht om zodoende optimaal gebruik te maken van de ruimte ter plaatse. Met de reguliere woning is goed gekeken naar de omgeving. Er zijn meerdere onderzoeken verricht om de milieutechnische aspecten te toetsen en te zorgen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Tevens wordt opgemerkt dat de reguliere woning de bedrijvigheid op het bedrijventerrein niet in de weg staat. Voorliggend plan past binnen de uitgangspunten van de 'Structuurvisie Goor 2025' en geeft invulling aan een deel van de revitalisering van het bedrijventerrein. De voorgenomen ontwikkeling is hierdoor in lijn met het beleid, zoals opgenomen in de 'Structuurvisie Goor 2025'.
4.3.2
Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025
4.3.2.1
Algemeen In de gemeente Hof van Twente is het goed wonen, werken, recreëren en vertoeven. Een groene, landelijke gemeente met levendige kernen. De ambitie is: voor iedere inwoner een passende woning. Dit betekent niet alleen dat de huidige woningvoorraad optimaal benut moet worden, maar ook dat er gericht woningen bijgebouwd moeten worden. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, waarbij ten allen tijden de landelijke kwaliteit van de gemeente wordt gewaarborgd. Deze woonvisie behandelt de belangrijkste ambities, speerpunten en acties van de gemeente om dit doel te bereiken. De belangrijkste ambities zijn: 1. Versnelling van de woningbouwproductie. 2. Meer betaalbare woningen realiseren. 3. Passende huisvesting realiseren voor jongeren en de ouder wordende bevolking en zorgen voor meer doorstroming op de woningmarkt. 4. Energieneutraal in 2035 en de bestaande woningvoorraad verder verduurzamen. 5. Leefbaarheid en vitaliteit waarborgen in de kernen en het buitengebied. 6. Bouwen aan een inclusieve samenleving: huisvesten van mensen met een zorgvraag en zorgen voor een evenwichtige huisvesting van huishoudens binnen de gemeente en instromers van buiten.
4.3.2.2
Kwantitatieve behoefte Er is sprake van toenemende krapte op de woningmarkt in Hof van Twente. De afgelopen tien jaar zijn er weinig woningen gerealiseerd in de gemeente. De woningvraag is groot en de woningmarkt in de Hof is krap. Zowel starters als gezinnen en ouderen ervaren moeite bij het vinden van een geschikte woningen. ‘Bouwen, bouwen, bouwen…. er is een tekort aan woningen, in alle kernen’ is een stelling die in alle georganiseerde woontafels door alle betrokkenen onderschreven werd. Er wordt een piek verwacht in de woningbehoefte in de jaren tot 2030, waarna de behoefteontwikkeling stabiliseert en licht afvlakt. In de koopsector is er momenteel door gebrek aan aanbod nauwelijks keuze. Hof van Twente heeft vanouds een grote voorraad grondgebonden koopwoningen. Door grote vraag van binnen en buiten de gemeente is de beschikbaarheid gering en stijgen de
24
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
gemiddelde koopprijzen fors. De vrije huursector is nog erg klein in de gemeente. Een deel van de behoefte aan geschikte ouderenwoningen zit in de vrije huursector. Tot en met 2030 is er in de gemeente Hof van Twente een woningbehoefte van ongeveer 675 tot 730 woningen. Deze aantallen zijn niet in beton gegoten en vormen een leidraad voor de woningbouwplannen. De woningbehoefte in Hof van Twente is gebaseerd op de huishoudensprognose Primos2020 en houdt daarnaast rekening met een aanvullende woningvraag. Specifiek in de kern Goor is sprake van een programmaruimte van 240-245 nieuwe woningen in de periode van 2020-2030. 4.3.2.3
Kwalitatieve behoefte Momenteel bestaan de kernen en het buitengebied van Hof van Twente voornamelijk uit landelijke en dorpse woonmilieus. Deze wil de gemeente vitaal en sterk houden, maar ook nieuwe kwaliteiten toevoegen zoals bijvoorbeeld met Op Stoom in Goor. Dit is in lijn met de regionale ambities om meer verstedelijking en stedelijke vernieuwing in Twente te realiseren. Per locatie bepaalt de gemeente welk woonmilieu het meest passend is. Ruimtelijk wordt eerst ingezet op transformatie, inbreiding en verdichting en als laatste op uitbreiding. Zo wordt niet alleen het waardevolle groen behouden, maar wordt ook gezorgd voor verdichting. De gemeente wil passende huisvesting kunnen bieden voor alle doelgroepen in verschillende levens- fasen en met diverse woonwensen. Met een wachttijd van minder dan 12 maanden lijkt er in Hof van Twente geen sprake van een grote druk op de sociale huurmarkt. Wel staat betaalbaarheid in het koopsegment en de geliberaliseerde huur onder druk. Uit woontafels met jongeren blijkt dat zij moeite hebben om een betaalbare, geschikte starterwoning te vinden. De prijzen zijn hoog en het beschikbare aanbod is beperkt door gebrek aan doorstroming en weinig nieuwe (betaalbare) toevoegingen. Een andere uitdaging is de demografische verandering in de gemeente. In de komende tien jaar komen er circa 1.500 75-plussers bij.
Daarmee zal de zorgvraag groter worden evenals de wens van veel oudere huishoudens om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te wonen. Er wordt daarom ingezet op het bouwen van betaalbare starters- en gezinswoningen, maar ook levensloopbestendige grondgebonden woningen voor senioren. In onderstaande tabel is een uitsnede van het woonprogramma voor de gemeente Hof van Twente voor de periode 2020-2030 weergegeven.
ontwerp
25
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
4.3.2.4
Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie In voorliggend geval wordt per saldo een bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning en is er sprake van de mogelijkheid een nieuwe bedrijfswoning ter plaatse te realiseren. De realisatie van de nieuwe woning draagt bij aan het invullen van de grote woningbehoefte in de gemeente Hof van Twente. Het voornemen is passend binnen de kwantitatieve behoefte van 675 tot 730 woningen in de gemeente en 240 tot 245 woningen in de kern Goor. Bovendien wordt een gevarieerd woningaanbod gecreëerd door de vrijstaande woning toe te voegen. De woningen zorgen voor doorstroom wat ervoor zorgt dat er ruimte komt voor woningen die geschikt zijn voor doelgroepen waarbij sprake is van een groot woningtekort zoals starters en senioren. Dit zorgt voor meer doorstroming op de woningmarkt. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Woonvisie gemeente Hof van Twente 2021-2025.
26
ontwerp
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22a Gruttostraat 49 e.o.
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsveiligheid
Algemeen Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van een branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl). Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Voor een project dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het project kwetsbare gebouwen worden toegestaan.
In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl).
5.2
Situatie plangebied Aan hand van de 'Landelijke Signaleringskaart Externe Veiligheid' is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart externe veiligheid met betrekking tot het plangebied en omgeving weergegeven. Het plangebied is met de rode omlijning indicatief weergegeven. Uit de inventarisatie blijkt dat in het plangebied er geen (veiligheids)maatregelen