02 Paasvuren Motivering.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Datum: Fase: Planid:
vastgesteld NL.IMRO.1735.BGxPaasvuren-VS10
BESTEM
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
2
vastgesteld
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
6
Hoofdstuk 2
Lokaal beoordelingskader
8
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
9 Inleidende regels Toepassingsbereik Begripsbepalingen
Hoofdstuk 2 Inhoudelijke regels Artikel 3 Lokale beoordelingsregels milieubelastende activiteit paasvuur in overeenstemming met het omgevingsplan
vastgesteld
10 10 11 12 12
3
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
4
vastgesteld
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Toelichting
vastgesteld
5
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn tientallen wetten en Algemene maatregelen van bestuur samengevoegd tot één wet en vier Algemene maatregelen van bestuur. Op een aantal onderwerpen brengt de Omgevingswet ook inhoudelijke wijzigingen met zich mee. Eén van de onderwerpen betreft het verbranden van afvalstoffen in de buitenlucht. Wettelijk kader vóór 1 januari 2024 Het verbranden van afvalstoffen is een vergunningplichtige activiteit op basis van de Wet milieubeheer, artikel 10.63 lid 1. Het college van B&W is bevoegd ontheffing te verlenen. Voor het verlenen van de ontheffing maakt het college van B&W gebruik van lokaal beleid. Wettelijk kader ná 1 januari 2024 Het verbranden van bedrijfsafvalstoffen is een vergunningplichtige activiteit op basis van artikel 3.40e van het Besluit activiteiten leefomgeving. Onder bedrijfsafvalstoffen worden ook afgegeven of ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen verstaan. Snoeiafval dat wordt afgestaan of ingezameld voor een paasvuur wordt gezien als een bedrijfsafvalstof. Daarmee is sprake van een vergunningplicht. Een ontheffing is niet meer in de wet opgenomen. Afvalbeheer Om een omgevingsvergunning te kunnen verlenen moet getoetst worden aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Uitgangspunt daarbij is dat afvalstoffen doelmatig worden beheerd en zoveel mogelijk worden gescheiden en hergebruikt. Het verbranden van afvalstoffen wordt in alle gevallen gezien als niet doelmatig en is daarmee vanuit afvalbeheer en de milieubelastende activiteit niet te vergunnen. Ook kan niet worden voldaan aan de eisen die het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt voor luchtkwaliteit. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet kan worden verleend. Uit de toelichting bij de rijksregels en het Landelijke afvalbeheerplan (LAP of LAP3) volgt dat een gemeente in uitzonderlijke gevallen alsnog medewerking kan verlenen aan het verbranden van snoeiafval. Als voorbeeld worden paasvuren genoemd. Dat doet zij door beoordelingsregels te stellen in het omgevingsplan. Luchtkwaliteit Voor wat betreft luchtkwaliteit is in elk geval artikel 8.17 van het Besluit kwaliteit leefomgeving van toepassing bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Dit artikel bevat omgevingswaarden voor milieubelastende activiteiten met emmissie naar de lucht. Niet alle in dat artikel opgenomen omgevingswaarden zijn van toepassing bij het verbranden van snoeiafval. Onderzoeksbureau Anteagroup heeft 12 mei 2025 een rapport gepubliceerd, 'Luchtkwaliteit paasvuren', in opdracht van een samenwerkingsverband tussen 16 (overwegend Twents-) Overijsselse gemeenten.
Hieruit volgt een beeld van de uitstoot bij paasvuren voor twee relevante stoffen bij het verbranden van snoeiafval; PM10 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide).
6
vastgesteld
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Het rapport toont aan dat bij het tegelijk ontsteken van alle paasvuren in de 16 deelnemende Overijsselse gemeenten, de gemeten concentratie PM10 (fijnstof) als 8-uursgemiddelde in de gemeente Hof van Twente niet hoger is dan 20 gµ/m³. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is een jaargemiddelde van 40 gµ/m³ als grenswaarde besloten. In 2030 is deze grenswaarde 20 gµ/m³. Het rapport toont aan dat bij het tegelijk aansteken van alle paasvuren zowel de huidige grenswaarde als de toekomstige grenswaarde voor PM10 niet wordt overschreden. Het rapport toont ook aan dat bij het tegelijk ontsteken van alle paasvuren in de 16 deelnemende Overijsselse gemeenten, de gemeten concentratie NO2 (stikstofdioxide) als 8-uursgemiddelde in de gemeente Hof van Twente niet hoger is dan 8 gµ/m³. In het Besluit kwaliteit leefomgeving is een jaargemiddelde van 40 gµ/m³ als grenswaarde besloten. In 2030 is deze grenswaarde 20 gµ/m³. Het rapport toont aan dat bij het tegelijk aansteken van alle paasvuren zowel de huidige grenswaarde als de toekomstige grenswaarde voor NO2 niet wordt overschreden.
vastgesteld
7
TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren
Hoofdstuk 2
Lokaal beoordelingskader
Het ontsteken van paasvuren op 1e en 2e paasdag vormen een eeuwenoude traditie die met name in noord- en oost-Nederland hoog gehouden wordt en een brede belangstelling kent onder de lokale bevolking. De traditie is wel met zijn tijd meegegroeid. Een aantal zeer droge (voor)jaren, nationale problemen rondom stikstof en aandacht voor beschermde dieren hebben geleid tot aanpassingen aan de paasvuren. In 2020 heeft de Brandweer Twente een uniforme werkwijze naar alle Twentse gemeenten gepresenteerd, waarbij in de advisering op paasvuren geredeneerd wordt vanuit één vast kader. Deze werkwijze is een belangrijke bron voor lokale beoordelingsregels in dit omgevingsplan. Het verbranden van snoeiafval is bij de bron enigzins te reguleren. Dit plan bakent daarom eerst de locaties van de bron(nen) af. Dit omgevingsplan geeft verder alleen de mogelijkheid om op eerste paasdag het paasvuur te ontsteken. Daarmee wordt voorkomen dat hoeveelheden snoeiafval voor een ander doeleinde dan een paasvuur wordt ontstoken. Een paasvuur bestaat uit snoeiafval. Pallets of andere vormen van (voor)bewerkt hout zijn geen snoeiafval. Verder kent het plan de mogelijkheid om via voorschriften iets vast te leggen over bijvoorbeeld windkracht en de bestaande luchtkwaliteit op de dag van ontsteken. Op het moment van vergunningverlening is immers veelal niet bekend wat de weersituatie op de dag van ontsteken is.
Als voorschrift kan aan de omgevingsvergunning worden verbonden dat bij harde wind of bijvoorbeeld bij ernstige (bestaande) smog niet ontstoken mag worden. Naast de bronmaatregelen stelt het plan regels over overdracht in de vorm van afstanden. Door voldoende afstand te houden van brandgevoelige objecten wordt de veiligheid en gezondheid voldoende geborgd. De overzichtstabel in het plan geeft uitdrukking aan de minimale afstanden. Met deze lokale regels wordt tot uitdrukking gebracht dat het verbranden van snoeiafval met de paasdagen een bijzondere omstandigheid is. Het plan voorziet alleen in de uitzonderlijke gevallen dat het culturele en het lokale maatschappelijke belang zwaarder weegt. Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit TAM-omgevingsplan alleen ziet op de milieubelastende activiteit. Eventuele toestemmingen op basis van andere ruimtelijke regels, lokale regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening of andere regelgeving vallen buiten de reikwijdte van dit plan. Het feitelijk ontsteken kan alleen doorgaan als voor alle benodigde toestemmingen akkoord is verkregen.
8
vastgesteld
Opdrachtgever Gemeente Hof van Twente Projectleider Plannaam TAM-omgevingsplan gemeente Hof van Twente Hoofdstuk 22o Paasvuren Opgesteld door Adres Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 7471DK Goor www.hofvantwente.nl