CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Water en rioleringsprogramma 2026-2030

Oordeelsvormende vergadering 13 mei 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Water- en Rioleringsprogramma 2026 – 2030 (WRP)18.120 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Water- en rioleringsprogramma 2026-2030

In samenwerking met:

Titel rapport:

Water- & Rioleringsprogramma 2026-2030

Kenmerk: Datum publicatie:

Z/25/291867 20 mei 2025

Contactpersoon gemeente: Opgesteld door:

Joost Kuipers (Specialist Waterbeheer) Christian Bouman, Ruben van der Zaag, Cees-Anton van den Dool (Nelen & Schuurmans B.V.)

Status:

Definitief

© Copyright Gemeente Hoeksche Waard en Nelen & Schuurmans B.V.

Inhoudsopgave 1. Inleiding .................................................................................................................. 5

.................................................................................................................................... 26

1.1. Waarom een Water- en Rioleringsprogramma?.............................. 6

4. Vertrekpunt ......................................................................................................... 27

1.2. Totstandkoming ............................................................................... 6

4.1. Gegevensbronnen .......................................................................... 28

1.3. Leeswijzer......................................................................................... 6

4.2. Situatieschets ................................................................................. 28

2. Wetgeving en beleid ............................................................................................ 7

4.3. Areaal ............................................................................................. 30

2.1. Wetgeving en beleid ........................................................................ 8

4.4. Beheerstrategie .............................................................................. 30

2.2. Samenwerking en verantwoordelijkheden .................................... 10

4.5. Leeftijd en technische staat riolering ............................................. 31

2.3. Gemeentelijke watertaken ............................................................ 10

5. Visie, strategie en doelen ................................................................................. 35

2.4. Gemeentelijke watertaken en de Omgevingswet ......................... 11

5.1. Visie ................................................................................................ 36

2.5. Gemeentelijke watertaken en klimaatverandering ....................... 12

5.2. Strategie ......................................................................................... 36

3. Terugblik ...............................................................................................................13

5.3. Doelen ............................................................................................ 40

3.1. Stedelijk afvalwater........................................................................ 14

6. Uitvoeringsprogramma .................................................................................... 41

3.2. Hemelwater ................................................................................... 17

6.1. Typen maatregelen in het uitvoeringsprogramma ........................ 42

3.3. Klimaatadaptatie ............................................................................ 20

6.2. Regulier onderhoud ....................................................................... 42

3.4. Grondwater .................................................................................... 23

6.3. Vervanging en maatregelen klimaatadaptatie ............................... 44

3.5. Samenwerking met het waterschap .............................................. 24

6.4. Onderzoek en planvorming ............................................................ 46

3.6. Financiën ........................................................................................ 25

7. Kostendekkingsplan .......................................................................................... 49

Meer dan waard

3/119

7.1. Uitgangspunten.............................................................................. 50 7.2. Kostendekking planperiode ........................................................... 51 7.3. Kostendekking lange termijn ......................................................... 53 Bijlagen ......................................................................................................................55 I.

Verklarende woordenlijst ............................................................................56

II.

Ongerioleerde panden ................................................................................58

III.

Grondwatermeetnet ....................................................................................65

IV.

Meldingen over grondwater in de planperiode (2020-2024) ..............67

V. Meldingenoverzicht voor de buitendienst in de planperiode (20202024) ..........................................................................................................................68 VI.

Meldingen over waterkwaliteit in de planperiode (2020-2024) .........69

VII.

Beleidsdoelen voor de planperiode (2026-2030) .............................70

VIII.

Gegevens op de kaart .............................................................................74

Afvoergebied noord-oost ...................................................................... 78 Afvoergebied zuid-oost ......................................................................... 82 Afvoergebied zuid ................................................................................. 86 Afvoergebied west ................................................................................ 90 IX.

Overstorten ....................................................................................................93

X.

Informatiebrief grondwater .................................................................... 104

XI.

Projectenplanning in de planperiode voor vrijvervalriolering .......... 106

XII.

Detailoverzicht exploitatielasten ...................................................... 117

Meer dan waard

4/119

1. Inleiding

1.1. Waarom een Water- en Rioleringsprogramma? Een goed functionerend water- en rioleringssysteem is cruciaal. Door afvalwater in te zamelen en af te voeren naar de zuivering, beschermen we de volksgezondheid en het milieu. Door berging en waar nodig een goede afvoer van regenwater, zorgen we dat er geen wateroverlast ontstaat. Zo behouden we een goede kwaliteit van de leefomgeving voor alle inwoners van de gemeente Hoeksche Waard. Alle gemeenten in Nederland hebben wettelijke taken op het vlak van afvalwater, regenwater en grondwater. Om deze gemeentelijke watertaken te kunnen uitvoeren innen zij rioolheffing bij hun inwoners en bedrijven. In dit Water- en Rioleringsprogramma (WRP) laten we zien hoe gemeente Hoeksche Waard de komende vijf jaar invulling geeft aan de gemeentelijke watertaken. Het gaat dan om visie, strategie, doelen en de concrete maatregelen en kosten voor de komende vijf jaar. Ook laten we voor de langere termijn zien hoe we water- en rioleringsbeheer in de Hoeksche Waard toekomstbestendig en betaalbaar inrichten. De effecten van een veranderd klimaat zijn ook zichtbaar in onze gemeente. We zien dit door kortere en hevigere buien in de zomer, langdurige neerslag in de winter, meer hete dagen en langere drogere perioden. In dit WRP nemen we klimaatadaptatie mee als het gaat om het bergen en afvoeren van overtollig regenwater.

We zetten hierin een stap extra, bovenop onze wettelijk taken (zie H2), met het oog op een klimaatrobuuste Hoeksche Waard in de toekomst.

1.2. Totstandkoming Dit WRP is tot stand gekomen in een samenwerking tussen de gemeente Hoeksche Waard, Waterschap Hollandse Delta en adviesbureau Nelen & Schuurmans. Betrokken ambtenaren en adviseurs vormden samen een projectgroep. Nelen & Schuurmans heeft het proces en inhoud van dit WRP begeleid en verzorgd. Bestuurders zijn via de betreffende

portefeuillehouders halverwege en aan het eind van proces betrokken om in te stemmen met visie, strategie, doelen, maatregelen en kosten. Voorliggende versie is daarna voorgelegd aan het college van B&W, en in mei 2025 vastgesteld door de gemeenteraad.

1.3. Leeswijzer Dit WRP start met een beschrijving van de relevante wetgeving en het beleid dat ten grondslag ligt aan dit WRP. In dit hoofdstuk behandelen we ook het gemeentelijk, provinciaal, Rijks- en waterschapsbeleid waar het WRP raakvlakken mee heeft. In hoofdstuk 3 evalueren we de periode 2021-2025 voor de watertaken, klimaatadaptatie, samenwerking met het waterschap en financiën. Daarna bespreken we in het hoofdstuk ‘Vertrekpunt’ de huidige status van het water en rioleringssysteem. In hoofdstuk 5 introduceren we onze visie, speerpunten en doelen en in hoofdstuk 6 het uitvoeringsprogramma dat hieruit volgt. We sluiten het WRP af met een plan waarmee alle kosten vanuit het uitvoeringsprogramma gedekt worden. In dit hoofdstuk wordt ook de rioolheffing voor de komende planperiode bepaald.

2. Wetgeving en beleid

2.1. Wetgeving en beleid Europese regelgeving bepaalt het rioleringsbeleid, in het bijzonder de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater en de Europese Kaderrichtlijn Water. Beide richtlijnen hangen sterk met elkaar samen: ze beogen het behouden en versterken van een goede oppervlaktewaterkwaliteit. Voor beide richtlijnen geldt dat ze recent weer extra actueel zijn. Begin 2024 bereikten de bestuurders van de Europese Unie (EU) een akkoord om de Europese Richtlijn stedelijk afvalwater te herzien en aan te scherpen. Dit betekent een aanscherping van de gemeentelijke watertaken, waarbij meer inzicht en monitoring van de emissies vanuit de riolering verplicht worden. Ook de waterschapstaken worden aangescherpt, met strengere eisen voor het verwijderen van nutriënten en medicijnresten bij rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). In 2024 is de aangescherpte richtlijn vertaald per lidstaat van de EU; daarna is Nederland verplicht de richtlijn te implementeren. Ook de Kaderrichtlijn Water is weer actueel, omdat lidstaten in 2027 moeten rapporteren over de voortgang van hun waterkwaliteitsdoelen. Onderdeel van de maatregelen is het terugbrengen van vuilemissies vanuit onder andere riolering en RWZI’s. Op landelijk niveau is de Omgevingswet bepalend voor al het omgevingsbeleid en dus ook voor water en riolering.

Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben per 1 januari 2024 nieuwe instrumenten voor het omgevingsbeleid. Tabel 1 toont deze nieuwe instrumenten per overheidslaag. Hierin zijn ook de andere relevante visies, programma’s, afspraken en overeenkomsten benoemd, die relevant zijn voor het stedelijk waterbeheer. Deze gaan over klimaatadaptatie, milieu, waterkwaliteit en de afvalwaterketen.

Tabel 1 Relevante wetgeving en beleid voor stedelijk waterbeheer (bron: kennisbank Stichting Rioned) Overheid

Wet- en regelgeving

Visies en programma’s

Afspraken/overeenkomsten

Europa

•

N.v.t.

N.v.t.

•

Richtlijn stedelijk afvalwater

•

Kaderrichtlijn Water

•

Richtlijn overstromingsrisico’s

Rijk

•

Omgevingswet

•

Nationale omgevingsvisie

•

Besluit activiteiten

•

Nationaal milieuprogramma

leefomgeving (Bal)

•

Nationaal waterprogramma

•

Besluit kwaliteit

•

Stroomgebiedbeheerplannen

•

bestuursakkoord Water (2003) •

Nationaal

leefomgeving (Bkl)

voor de Rijn, Schelde, Eems

bestuursakkoord Water

Besluit bouwwerken

en Maas (SGBP’s)

actueel (2008)

leefomgeving (Bbl) •

Nationaal

•

Omgevingsbesluit (Ob)

Deltaprogramma, inclusief

•

Deltabeslissingen en Deltaplan ruimtelijke

Bestuursakkoord Water 2011

•

adaptatie

Aanvullende afspraken bestuursakkoord Water (november 2018)

•

Beleidsbrief regenwater en riolering

Provincie

•

Omgevingsverordening

Gemeente

•

Omgevingsplan

•

Verordening Rioolheffing

•

Provinciale omgevingsvisie

•

Regionaal waterprogramma

•

Gemeentelijke

•

Afvalwaterakkoord

omgevingsvisie

•

Bestuurlijke afspraken

Water- &

•

Weging van het

•

N.v.t.

rioleringsprogramma Waterschap

Meer dan waard

•

Waterschapsverordening

•

Waterbeheerprogramma

waterbelang (watertoets) •

Uitvoeringsagenda

•

Afvalwaterakkoord

•

Bestuurlijke afspraken

9/119

2.2. Samenwerking en verantwoordelijkheden laat zien dat Europees, nationaal, regionaal en lokaal beleid voor stedelijk water sterk met elkaar samenhangen. Samenwerking op dit vlak is cruciaal, vooral tussen gemeente, waterschap en provincie. Dit geldt ook voor samenwerking met het drinkwaterbedrijf en particulieren. Daarbij is het van belang dat het duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is. We geven een overzicht van de verantwoordelijkheden voor stedelijk water in de gemeente Hoeksche Waard: •

•

•

Het Rijk is verantwoordelijk voor de hoofdlijnen van het waterbeleid en daarmee de nationale doorvertaling van de Europese Richtlijn voor stedelijk afvalwater en de Kaderrichtlijn water. In het Nationaal waterprogramma is dit landelijk beleid vastgelegd. Ook maakt het Rijk op landelijk niveau afspraken met waterschappen, provincies en gemeenten over doelen voor de afvalwaterketen en watersystemen. Provincie Zuid-Holland vertaalt het landelijk beleid voor water en ruimtelijke ordening naar het provinciaal niveau. Zij is verantwoordelijk voor het beheer van het diepe grondwater, het aanwijzen van zwemwaterlocaties en het beheer van provinciale vaarwegen. Waterschap Hollandse Delta is beheerder van het oppervlaktewater en zorgt voor schoon water, voldoende water en een goede waterveiligheid. Zij is verantwoordelijk voor het peilbeheer, beheer van de waterkeringen, waterkwaliteit, transport en zuiveren van afvalwater. Via een afvalwaterakkoord maakt het waterschap afspraken met gemeente Hoeksche Waard over de hoeveelheid en kwaliteit van het afvalwater op de overnamepunten. Er worden ook afspraken gemaakt over de kostenverdeling op eindgemalen en persleidingen. Ook over het beheer van het oppervlaktewater stelt zij samenwerkingsovereenkomsten op met de gemeente.

Meer dan waard

•

•

•

Evides is het drinkwaterbedrijf, en verantwoordelijk voor het leveren van drinkwater aan de inwoners van de Hoeksche Waard. Evides zuivert hiervoor grond- of oppervlaktewater. Gemeente Hoeksche Waard is verantwoordelijk voor de wettelijke gemeentelijk watertaken (zie H2.3). Dit geldt vanaf de erfgrens tot aan de overnamepunten van het waterschap, vaak de eindgemalen naar de Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Particulieren zijn verantwoordelijk voor de staat van hun eigen woning en perceel. Hierbij hoort het (waar nodig) treffen van maatregelen voor stedelijk afvalwater, hemelwater of grondwater op het eigen perceel. Ook geldt dat particulieren een zorgplicht hebben: ze mogen geen maatregelen treffen die tot problemen kunnen leiden in riolering of stedelijk water buiten hun erfgrens.

2.3. Gemeentelijke watertaken Stedelijk waterbeheer is meer dan afvalwater en riolering alleen. De wettelijke gemeentelijke watertaken zijn: •

•

Inzameling en transport van het stedelijk afvalwater. Inzameling en transport van afvloeiend hemelwater, voor zover de perceeleigenaar dit niet redelijkerwijs in de bodem of naar het oppervlaktewater kan brengen. Het treffen van maatregelen in het openbaar gemeentelijk gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor onder de Omgevingswet toegekende functies (woningen, bedrijven, infrastructuur) te voorkomen of te beperken. Dit voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet de taak van waterschap, provincie of het Rijk. Deze grondwaterzorgplicht kan in de praktijk tot onduidelijkheid leiden: waar eindigt de verantwoordelijkheid van de gemeente, en waar begint de 10/119

verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar? In januari 2025 is hierover een informatiebrief opgesteld die hier meer duidelijkheid over geeft als bewoners vragen hebben. De brief is weergegeven in Bijlage X.

2.4. Gemeentelijke watertaken en de Omgevingswet De gemeentelijke watertaken zelf blijven onveranderd onder de Omgevingswet. Het gaat dan om de gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. Ook met de instrumenten van de Omgevingswet kan gemeente Hoeksche Waard de watertaken uitwerken en invullen: • •

De Omgevingsvisie: hierin legt de gemeente de strategische doelen en uitgangspunten vast. Het Omgevingsprogramma: hierin legt de gemeente de uitvoering vast, zoals afwegingskaders, maatregelen, personele middelen en kostendekking.

•

Het Omgevingsplan: hierin stelt de gemeente bindende voorschriften op aan inwoners en bedrijven voor bijvoorbeeld lozingen in de riolering of in de bodem.

De onderlinge samenhang tussen de instrumenten van de Omgevingswet is van groot belang. Figuur 1 laat zien hoe de oude onderdelen van het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een plek krijgen in de instrumenten van de Omgevingswet. Voor de gemeentelijke watertaken zijn er twee belangrijke wijzigingen onder de Omgevingswet: •

Het GRP is als planvorm niet meer verplicht. Wel blijft het noodzakelijk om de uitgaven onder de rioolheffing te onderbouwen richting inwoners. Gemeente Hoeksche Waard sluit aan op de landelijke gekozen werkwijze om een Water- en Rioleringsprogramma (WRP) op te stellen, dat als programma past onder Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma.

Figuur 1 Ontvlechting” van de onderdelen van het huidige GRP in visie, programma en plan onder de Omgevingswet.

Meer dan waard

11/119

Op landelijk niveau vervallen bestaande lozingsregels van stedelijk afvalwater vanuit huishoudens en een groot aantal bedrijven. Deze worden als “Bruidsschat” vanuit het Rijk naar de gemeenten overgedragen, en opgenomen in het Omgevingsplan. In de Handreiking stedelijk waterbeheer onder de Omgevingswet is beschreven wat dit in de praktijk betekent.

2.5. Gemeentelijke watertaken en klimaatverandering Klimaatverandering zorgt ervoor dat in het zomerhalfjaar (periode april – september) vaker hevige buien in korte tijd vallen, afgewisseld met lange perioden van droogte en hitte. In het winterhalfjaar komt langdurige neerslag vaker voor. De effecten van klimaatverandering zijn niet volledig mee te nemen in aanpassingen van riolering en watersysteem; de systemen van de gemeente zijn hier simpelweg niet op gedimensioneerd. Wel kunnen de nadelige effecten van klimaatverandering verminderd worden door slimme keuzes te maken in de inrichting van de bebouwde kernen. Zo kan een deel van deze keuzes gekoppeld worden aan de gemeentelijke watertaken. Denk aan het (tijdelijk) bovengronds bergen van regenwater om wateroverlast bij een hevige bui te voorkomen. Regenwater kan ook naar een groenstrook of wadi geleid worden en op die manier geïnfiltreerd worden in de bodem. Zo wordt het zoete grondwater aangevuld voor tijden van droogte. Ook in andere ruimtelijke domeinen liggen kansen voor klimaatrobuuste maatregelen. Het creëren van extra schaduwrijk groen, waar inwoners kunnen verblijven tijdens een hete dag, of het aanpassen van wegen naar waterbergende wegen is een van de mogelijke maatregelen. Inwoners en bedrijven hebben een rol in het klimaatrobuust maken van hun eigen terreinen.

inzameling en transport van afvalwater en hemelwater, of de zorg voor grondwater. In dit WRP benutten we deze kansen. De rioolheffing vormt de inkomstenbron voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken, inclusief de extra kosten voor klimaatadaptatie. De manier waarop de rioolheffing wordt geïnd staat in de Verordening Rioolheffing. Belangrijke onderdelen zijn de heffingsmaatstaf (waarvoor moet betaald worden?), de belastingplichtigen (wie moeten betalen?) en het tarief. De VNG heeft een nieuwe modelverordening opgesteld, die gemeenten ruimte biedt om de rioolheffing breder te innen. Bijvoorbeeld door ook de panden die niet zijn aangesloten op de riolering “aan te slaan” en de rioolheffing te innen. Het regenwater stroomt immers ook vanaf deze terreinen naar de straat en kan bij hevige neerslag tot overlast leiden in het openbaar gebied. Vooralsnog maakt de gemeente Hoeksche Waard nog geen gebruik van deze mogelijkheid van een bredere riool- en waterzorgheffing.

Maatregelen voor klimaatrobuustheid kan de gemeente voor een deel meenemen in de watertaken, voor zover ze raakvlak hebben met de Meer dan waard

12/119

3. Terugblik

In deze terugblik wordt het behalen van de beleidsdoelen en de uitvoering van de maatregelen uit het vorige Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP 2021-2025) geëvalueerd. Wat ging goed en wat kan beter? Daarin wordt ook het beheer van het oppervlaktewater, de stappen die zijn gezet in klimaatadaptatie en de samenwerking met het waterschap meegenomen. Dit is gedaan door de doelen uit het vorige GRP langs te gaan en te valideren tijdens interviews met de betrokken medewerkers. Als laatste wordt een financieel overzicht van de afgelopen periode gepresenteerd.

3.1. Stedelijk afvalwater In Tabel 2 staat een overzicht van de beleidsdoelen voor het stedelijk afvalwatersysteem (gemengde riolering, vuilwater riolering en drukriolering) uit het GRP 2021-2025 met de uitwerking in de tweede kolom. In de onderstaande paragrafen gaan we de subdoelen langs. Op dit moment zijn er 486 panden in de gemeente nog niet aangesloten (subdoel 1.1). Dit zijn 10 panden meer dan in het vorige GRP. Dit komt doordat woningen gesplitst zijn of dat er op een erf nieuwe panden bijgebouwd zijn. De gemeente voorziet dat in de komende periode er een aantal ongerioleerde panden aangesloten wordt vanwege nieuwbouwprojecten die ervoor zorgen dat ongerioleerde panden binnen de aansluitplichtige zone van 40 meter komen te liggen. Verder wordt er niet actief ingezet om de ongerioleerde panden zo snel mogelijk aangesloten te krijgen. Een overzicht van ongerioleerde panden is gegeven in Bijlage II. Om ongewenste lozingen zoveel mogelijk te voorkomen (subdoel 1.2) voert de gemeente rioolvreemd water onderzoeken uit om locaties in Meer dan waard

beeld te brengen waar ongewenste lozingen plaatsvinden. Er is in de planperiode 1 incident geweest met een ongewenste lozing waarbij de omgevingsdienst ingeschakeld moest worden. Het incident heeft laten zien dat de incidentenorganisatie goed werkt en dit is nu verder geborgd in een incidentenplan Riolering. De verantwoordelijkheid voor het regulier controleren van ongewenste lozingen ligt bij de omgevingsdienst. Op dit moment wordt er vooral correctief gehandeld op basis van meldingen. Het blijft een aandachtspunt om ongewenste lozingen in beeld te krijgen en daarop te handelen, maar het preventief hierop handelen heeft op dit moment geen prioriteit bij de gemeente. De objecten in goede staat krijgen en houden (subdoel 1.3) is een zeer belangrijk subdoel voor stedelijk afvalwater. De gemeente heeft in de planperiode beter inzicht in de staat van de objecten gekregen, maar niet de capaciteit om direct ieder object dat aan het einde van de levensduur is te vervangen. Dit wordt opgelost door kwetsbare locaties met verouderde riolering vaker te inspecteren en de meest urgente locaties, waarbij de riolering een ingrijpmaatstaf heeft, zo snel mogelijk te vervangen. Op die manier blijft de riolering goed functioneren. Op het moment dat er storingen plaatsvinden heeft de gemeente twee monitoringssystemen: de meldingen van de gemalen en FIXI meldingen van bewoners.

Als het gaat over de FIXI meldingen is de gemiddelde afhandeling versneld van 8 dagen in 2021 naar 5 dagen in 2024. Dit is binnen de gestelde termijn van 5 dagen. Het aantal meldingen neemt wel iets toe en er wordt een toename van het aantal reparaties waargenomen. Dit is een direct gevolg van de achterstanden in de vervangingsprojecten en brengt een toename van de kosten reparatiewerkzaamheden door de buitendienst met zich mee. Het aandachtspunt onder dit subdoel blijft daarom om de achterstallige vervangingsprojecten verder weg te werken in de komende planperiode 14/119

zodat het aantal reparaties en meldingen zal dalen. Als laatste heeft de gemeente grote stappen gemaakt als het gaat over het verkrijgen van inzicht in het afvalwatersysteem onder de subdoelen 1.4, t/m 1.7. Het verkrijgen van inzicht was erg belangrijk omdat er na de fusie veel gefragmenteerde informatie was. Dit is nu gezamenlijk ondergebracht in een beheersysteem en wordt regelmatig geüpdatet. Ook wordt er binnen de Integrale Samenwerking Afvalwaterketen (ISA) veel informatie gedeeld over lopende en afgeronde onderzoeken. Bij de subdoelen 1.4 t/m 1.7 zijn er ook een aantal aandachtspunten te noemen. Allereerst blijft het verkrijgen van inzicht een aandachtspunt, omdat er nog veel werk ligt wat betreft het inmeten van kunstwerken, het verwerken van nieuwe data en het centraal ontsluiten en vindbaar maken van de beschikbare data. Ten tweede blijven acties die uit onderzoeken komen op de plank liggen vanwege capaciteitsgebrek. Als het gaat over de subdoelen 1.4 t/m 1.7 is het belangrijk dat in de komende planperiode de onderzoeksresultaten sneller vertaald worden naar de projectenplanning.

Meer dan waard

15/119

Tabel 2 Beleidsdoelen uit het GRP 2021-2025 voor stedelijk afvalwater 1.

Stedelijk afvalwater

Hoofddoel: Zorg voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater Nr.

Subdoel

Uitwerking periode 2021-2025

1.1

Alle percelen zijn aangesloten

Op dit moment zijn er 486 niet gerioleerde panden in de Hoeksche Waard.

1.2

Geen ongewenste lozingen

In de planperiode is hier één incident mee geweest. Verder zijn er voor de vijf zuiveringskringen rioolvreemd water onderzoeken uitgevoerd, om zoveel mogelijk inzicht te krijgen in ongewenste lozingen. De omgevingsdienst voert controles uit op indirecte lozingen.

1.3

De objecten zijn in goede staat

Van de 558 km aan leidingen is 71% geïnspecteerd. Hiervan heeft 15% een ingrijpmaatstaf voor stabiliteit en

1.4

Voldoende (afvoer)capaciteit bij

Er is in de afgelopen periode veel aandacht geweest voor het vervangen en aanpassen van de gemalen. Vanuit

droog weer

de Integrale Samenwerking Afvalwaterketen (ISA) zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om de gemalen

worden zo snel mogelijk vervangen of gerelined.

te optimaliseren, tegelijkertijd loopt er nu een vervangingsproject voor de gemalen. Het monitoren op H2Sgas is niet uitgevoerd. 1.5

De vervuiling van het

Vanuit de Systeeminzicht Stedelijk Water (SSW) onderzoeken zijn verschillende vervolgonderzoeken

oppervlaktewater is beperkt

uitgevoerd om inzicht te krijgen in de emissies op het oppervlaktewater. De acties die uit de onderzoeken zijn gekomen zijn deels uitgevoerd en worden deels meegenomen in het geplande vervangingswerk.

1.6

Inzicht in toestand en functioneren

In de afgelopen periode zijn de SSW onderzoeken uitgevoerd voor alle zuiveringskringen. Hiermee wordt het

van de riolering

hydraulisch functioneren van het stelsel onderzocht. Van hieruit zijn vervolgonderzoeken en vervolgwerk gekomen. Zoals extra maatregelen in de Oranjewijk in Strijen.

1.7

Het afvalwateraanbod en de

Vanuit ISA zijn in de afgelopen periode onderzoeken gedaan naar de capaciteiten van gemeentelijke gemalen

capaciteit van de zuivering zijn op

op eindgemaal Mijlpolder. Deze gemalen worden nu op elkaar afgestemd. In Oud-Beijerland is een

elkaar afgestemd

optimalisatiestudie uitgevoerd waarbij verschillende gemeentelijke gemalen beter zijn afgesteld en de consequenties in beeld zijn gebracht voor kwantiteit en emissies.

Meer dan waard

16/119

3.2. Hemelwater Onder het thema Hemelwater heeft de gemeente de zorgplicht om hemelwater in te zamelen en te verwerken wat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken. De uitwerking daarvan is weergegeven in Tabel 3 In de planperiode zijn er Systeemanalyses Stedelijk Water (SSW) uitgevoerd om inzicht te krijgen of er voldoende capaciteit in het stelsel is om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen (subdoel 2.1) en of overstorten niet tot inundatie leiden (subdoel 2.4). Daarbij zijn extreme buien doorgerekend waardoor wateroverlastknelpunten in beeld kwamen. Bekende wateroverlast locaties zijn op die manier aangepakt in projecten. Een nog lopend project dat met deze kennis wordt uitgevoerd is de Oranjewijk in Strijen. Vanuit de SSW’s zijn nog meer knelpunten geïdentificeerd die in de komende planperiode op de planning staan. Verder zal er in de komende planperiode onder dit subdoel nog meer informatie komen vanuit de stresstesten voor klimaatadaptatie.

naar een hemelwaterstelsel altijd als optie meegenomen. Niet iedere locatie is geschikt, maar dit heeft er wel voor gezorgd dat er vanaf 2020 een oppervlak van 49.235 m2 is afgekoppeld. Om geschikte locaties voor afkoppelen sneller in beeld te krijgen heeft de gemeente in 2023 een afkoppelrendementskaart opgesteld. In de praktijk koppelen we de wegen en de voorkant van de panden af bij vervangingsprojecten De aanleg van hemelwaterstelsels en de afkoppelmaatregelen hebben effect op de ontvangende watergangen. Er komt meer water op de watergangen en daarmee wordt het stelsel van watergangen en duikers minder robuust. Het watersysteem en de bijbehorende duikers zijn oorspronkelijk niet ontworpen voor deze extra hoeveelheid hemelwater.

Het schoonhouden van regenwater (subdoel 2.2) heeft in de afgelopen periode gestalte gekregen door het onderzoeken van foutaansluitingen. Deze onderzoeken worden vaak geïnitieerd vanuit ISA. Op dit moment staan er nog twee onderzoeken voor ’s-Gravendeel en Klaaswaal op de planning. Dit subdoel blijft een aandachtspunt, omdat uit onderzoek blijkt dat 10% van de hemelwaterstelsels fout aangesloten worden. Het maximaal aansluiten (subdoel 2.3) van hemelwaterstelsels gebeurt in ieder geval bij nieuwbouwprojecten. Hier is het een standaard eis. Bij vervangingsprojecten wordt het afkoppelen van de gemengde riolering Meer dan waard

Figuur 2 Impressie van de afkoppelrendementskaart voor het subgebied OudBeijerland. (bron: memo afkoppelrendementskaart, 23-04-2024)

17/119

Met name de diameter van de duikers kan hierbij een beperkende factor vormen. De duikers tussen de gemeentelijke watergangen vormen een belangrijk onderdeel van dat watersysteem. Op dit moment is er een algemeen beeld van het areaal van de duikers en nog beperkt inzicht in de onderhoudstoestand en de technische specificaties van duikers.

worden er vanuit de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie acties opgezet. Daarbij wordt er van de subsidie voor klimaatbestendige maatregelen in de laatste twee jaar goed gebruikt gemaakt. Deze laatste subdoelen blijft de gemeente invullen zoals in de vorige planperiode. Er zijn geen verdere aandachtspunten om het anders te gaan doen in de komende planperiode.

In de komende planperiode blijft de gemeente op deze manier doorgaan om het huidige afvalwatersysteem te ontlasten en klaar te zijn voor het toekomstig klimaat. Als laatste zijn subdoelen 2.5 t/m 2.7 goed toegepast. Wat betreft het motiveren van bewoners en bedrijven om meer regenwater op te vangen

g

Meer dan waard

fdfdfsdfsdf

18/119

Tabel 3 Beleidsdoelen uit het GRP 2021-2025 voor hemelwater 2. Hemelwater Hoofddoel: Zorg voor inzameling en verwerking van hemelwater (dat een particulier niet redelijkerwijs zelf kan verwerken) 2.1

Subdoel

Uitwerking periode 2021-2025

Voldoende capaciteit om

Vanuit de SSW onderzoeken en de praktijk zijn er diverse wateroverlast knelpunten aangepakt. ’t Schenkeltje

wateroverlast zoveel mogelijk te

in ’s-Gravendeel en de Oranjewijk in Strijen zijn de meest sprekende voorbeelden.

voorkomen 2.2

Regenwater schoonhouden

Vanuit ISA zijn onderzoeken gepland om foutaansluitingen op te sporen en te verhelpen. Dit staat nu op de

2.3

Maximaal gescheiden aansluiten

Bij nieuwbouwprojecten wordt gescheiden riolering als standaard geëist. In de planperiode is er in totaal

van hemelwater

49.235 m2 extra oppervlak afgekoppeld bij de vervangingsprojecten. Standaard wordt er bij

planning voor ’s-Gravendeel (Koningshof 2, Schuilingen) en Klaaswaal (De Bongerd, Korstanjestraat)

vervangingsprojecten gekeken naar de mogelijkheid voor afkoppelen. Om dit proces te vergemakkelijken is in 2023 de afkoppelrendementskaart opgesteld. 2.4

2.5

Overstortingen en lozingen vanuit

Hemelwaterstelsels worden bij ontwerp altijd getoetst op een bui09 (geen water op straat) en een bui10

het hemelwaterstelsel mogen niet

(geen schade). Daarnaast zijn bestaande knelpunten met hemelwaterstelsels (zoals de Oranjewijk in Strijen)

leiden tot inundatie

verholpen.

Toepassen van duurzame

Dit is een standaard uitgangspunt bij het ontwerpen van hemelwaterstelsels, zodat er geen zware

materialen voor verharde

vervuilingen in het stelsel komen door uitloging van materialen.

oppervlakken die hemelwater afvoeren 2.6

De instroming in riolen via de kolken

De kolken worden 2 keer per jaar gereinigd, zodat dit doel behaald wordt.

dient ongehinderd plaats te vinden 2.7

Bewoners en bedrijven motiveren

In de planperiode is er subsidie beschikbaar gesteld voor bewoners en bedrijven voor groene daken, het

om meer regenwater op te vangen

aanschaffen van een regenton of het planten van een boom.

op eigen terrein

Meer dan waard

19/119

3.3. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie was in het vorige GRP als aandachtspunt benoemd, maar niet als apart thema meegenomen. De visie, het beleid, de doelen en de activiteiten voor klimaatadaptatie zijn in 2021 opgenomen in het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Omdat klimaatadaptatie voor de gemeente een urgent thema is, is het nu opgenomen in dit WRP. De doelen zijn overgenomen uit het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie en geëvalueerd voor het WRP in Tabel 4. In 2020 heeft gemeente Hoeksche Waard zich aangesloten bij het convenant Klimaatadaptief Bouwen. In deze afspraken staat dat de gemeente bij nieuwbouw toeziet op klimaatbestendigheid. Het convenant bevat allerlei prestatie-eisen om wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en biodiversiteitsverlies en de gevolgen van overstromingen te beperken. De gemeente neemt dit mee bij nieuwbouwprojecten (subdoel 3.1), maar handhaaft hier niet op. In de anterieure overeenkomst is nu een regel opgenomen die de ontwikkelaar bewust maakt van het convenant, maar het nog niet juridisch afdwingbaar maakt. Uit een evaluatie van nieuwbouwprojecten uit 2024 blijkt dat de uitvoering nog erg afhankelijk is van de visie van de ontwikkelaar. Dat komt doordat de gemeente het momenteel niet juridisch afgedwongen heeft.

Het is een aandachtspunt om actief te sturen op de eisen uit het convenant klimaatbestendig bouwen in de ontwerpen van ruimtelijke ontwikkelingen. Dat is een brug naar subdoel 3.2: monitoring, toetsing en handhaving van de visie strategie en agenda. Wat goed gemonitord wordt zijn de afkoppelprojecten, omdat deze samenvallen met de vervangingsplanning en de projecten. Ook het gebruik van de subsidies voor bewoners en bedrijven is inzichtelijk en de evaluatie van nieuwbouwprojecten uit 2024 Meer dan waard

heeft een goed beeld gegeven van de inpassing van het convenant Klimaatadaptief Bouwen. De regisseur Klimaatadaptatie stelt ieder jaar een actieplan op, op basis van de Uitvoeringsagenda 2021, om scherpte te houden in de acties en eventuele budgetaanvragen. Dit actieplan wordt in de DPRA (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie) Regio Hoeksche Waard met provincie en waterschap besproken en eventueel aangepast. Naast de hierboven genoemde acties worden er nog weinig concrete maatregelen gemonitord of getoetst. Dat komt doordat er in de afgelopen periode veel inzet is gedaan op pionieren, pilots en het opbouwen van samenwerkingsnetwerken. Deze activiteiten lenen zich er niet voor om te monitoren of te toetsen. Er zijn in de afgelopen planperiode meerdere communicatie acties uitgevoerd om bewoners en bedrijven beter te informeren over de gevolgen van klimaatverandering en wat zij daaraan kunnen doen (subdoel 3.3). Denk bijvoorbeeld aan het NK tegelwippen, de tegeltaxi, buurtacties en actieve deelname aan evenementen als het Hoeksch Groen Festival. Concreet heeft de gemeente tot en met 2025 een subsidie beschikbaar gesteld van €200.000 per jaar om bewoners en bedrijven te stimuleren om het eigen terrein klimaatbestendig in te richten door middel van vergroenen en maken van voorzieningen om water op te vangen.

In de laatste twee jaar wordt de subsidie volledig gebruikt en wil de gemeente de subsidie voor de komende planperiode behouden. Sponswerking en het gebruik van groen (subdoel 3.4) zijn gestimuleerd door de subsidie, maar ook de projecten die via impulsgelden gestart zijn en de afkoppelprojecten hebben hieraan bijgedragen. Over dit subdoel

20/119

kan geconcludeerd worden dat de gemeente goed op koers is om de sponswerking te vergroten. Via de impulsregeling en het afkoppelen bij vervangingsprojecten is klimaatadaptatie terug te vinden in de gemeentelijke projecten (subdoel 3.5). Op programmaniveau werken we in 2024 en 2025 aan integratie van klimaatadaptatie in bijvoorbeeld de Toekomstvisie, Omgevingsplan en het programma voor het landelijke gebied (voorheen NLPG) en de woonbalans. Het breed verankeren van klimaatadaptatie in alle projecten en programma’s blijft overigens een aandachtspunt, want klimaatadaptatieve maatregelen zijn nog niet vanzelfsprekend. In het kader van veilige netwerken van nutsbedrijven (subdoel 3.6) is in 2024 samen met WSHD de pilot ‘Meerlaagse Veiligheid – laag 2’ opgestart. De oplevering van de pilot is half 2025 voorzien. Aan de hand van de ruimtelijke indeling kan de gemeente zien waar knelpunten liggen en hoe die opgelost worden. De bestaande gegevens van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid worden hierbij betrokken. De informatie wordt vervolgens onderdeel van de klimaatrisicodialogen die uitgevoerd worden aan de hand van de klimaatstresstest 2025. Wat betreft duidelijke calamiteiten en incidentenplannen (subdoel 3.7) zijn er in de afgelopen planperiode twee concrete resultaten geboekt: het incidentenplan riolering en het incidentbestrijdingsplan Hoogwater en Overstromingen.

Een aandachtspunt is om jaarlijks te oefenen met deze plannen, zodat de organisatie voorbereid blijft als een incident zich voordoet en er tijdig opgeschaald kan worden.

Meer dan waard

21/119

Tabel 4 Beleidsdoelen voor klimaatadpatatie tijdens de periode 2021-2025 3. Klimaatadaptatie Hoofddoel: Alle nieuwbouw wordt klimaatbestendig uitgevoerd en het bestaand gebied, het buitengebied en de essentiële infrastructuur zijn in 2050 klimaatbestendig 3.1

Subdoel

Uitwerking periode 2021-2025

Nieuwe ontwikkelingen volgens

Bij nieuwe ontwikkelingen wordt standaard het convenant gebruikt, er is ook een regel in de anterieure

het convenant klimaatbestendig

overeenkomst opgenomen.

bouwen 3.2

3.3

Toetsen, monitoren en

In 2024 is er een evaluatie van oudere nieuwbouwprojecten op klimaatbestendigheid uitgevoerd. Daarnaast

handhaven van de visie,

worden afkoppelprojecten standaard bijgehouden. Ieder jaar wordt er op basis van de visie en de

strategie en agenda

uitvoeringsagenda een actueel actieplan opgesteld vanuit klimaatadaptatie samen met Waterschap en Provincie.

Communiceren met en

In de periode vanaf 2021 zijn in de Hoeksche Waard meerdere communicatieacties uitgevoerd om inwoners te

inspireren van bewoners

informeren en inspireren. In 2025 starten in de Hoeksche Waard ‘tuinrangers’ die we opleiden in samenwerking emt IVN. De tuinrangers gaan tuinadviezen verzorgen voor een meer klimaatrobuuste en biodiversere tuin.

3.4

Meer sponswerking en groen op

Waar mogelijk koppelt klimaatadaptatie mee bij vervangingsprojecten. Tijdens de planperiode zijn voor een 8-tal

openbaar en particulier terrein

locaties in de Hoeksche Waard impulsgelden toegekend, door het Rijk, om klimaatadaptieve knelpunten aan te

in de dorpen en het

pakken. Voor 3 van deze projecten is het waterschap de uitvoerende partij en voor de andere 5 projecten is de

buitengebied

gemeente verantwoordelijk. De projecten zijn allemaal voor 1-1-2028 uitgevoerd. Er is een subsidie van €200.000 per jaar beschikbaar gesteld voor het vergroenen en ontharden van privaat gebied.

3.5

Klimaatadaptatie borgen in

Zie bovenstaande voor de projecten. Inmiddels is klimaatadaptatie ook geborgd in de woonbalans en wordt het

gemeentelijke projecten en

concreter meegenomen in dit WRP. Verdere borging vraagt nog om aandacht en actie.

programma’s 3.6 3.7

Veilige netwerken van

In 2024 startte de gemeente samen met het waterschap de pilot ‘Meerlaagse Veiligheid – laag 2’ op. De

nutsbedrijven

oplevering van de pilot is half 2025 voorzien.

Duidelijke calamiteiten en

Het incidentenplan riolering is in 2024 opgeleverd en hier is ook mee geoefend. Verder is het

incidentenplannen die te maken

Incidentbestrijdingsplan Hoogwater en Overstromingen aangesloten op het Crisisplan van de veiligheidsregio

hebben met klimaatverandering

Zuid-Holland Zuid.

Meer dan waard

22/119

3.4. Grondwater Wat betreft grondwater zet de gemeente zich vooral in om problemen met grondwater te voorkomen. Alle subdoelen uit Tabel 5 hebben hiermee te maken. De gemeente heeft een grondwatermeetnet in beheer bij een derde partij om inzicht te verkrijgen in de grondwaterpeilen in de Hoeksche Waard (subdoel 4.1). Op dit moment zijn er geen locaties bij de gemeente bekend met structurele grondwateroverlast (subdoel 4.2). In de periode tussen 2021 en 2024 zijn er 42 meldingen over grondwater ontvangen. De

meesten hiervan kwamen vanuit Klaaswaal en werden binnen 5 dagen behandeld (zie Bijlage IV). Bij nieuwbouwprojecten wordt standaard een drooglegging van 1 meter opgelegd en daarmee wordt in de praktijk veel ondervangen. Bij de vervangingsprojecten wordt niet standaard gebruikt gemaakt van drains, tenzij de situatie daarom vraagt (subdoelen 4.3 en 4.4). De bovenstaande invulling blijkt in de praktijk te werken om grondwaterproblemen te voorkomen en de zorgplicht vanuit de gemeente te vervullen.

Tabel 5 Beleidsdoelen uit het GRP 2021-2025 voor grondwater. 4. Grondwater Hoofddoel: Zorgen dat (voor zover mogelijk) het grondwater de bestemming van een gebied niet structureel belemmert. 4.1

Subdoel

Uitwerking periode 2021-2025

Inzicht in het grondwaterpeil verkrijgen

De gemeente heeft een grondwatermeetnet waarmee de grondwaterstanden continu gemonitord worden.

4.2

4.3

In samenwerking met burgers wordt bij

Er is bij aanleg van een HWA rekening gehouden met het maken van uitleggers om kruipruimtes

structurele grondwateroverlast gezocht naar

droger te krijgen. Dit is een voorbeeld van maatwerk dat soms toegepast wordt om

doelmatige oplossingen

grondwateroverlast het hoofd te bieden

Bij nieuwbouw wordt het overtollig

Bij nieuwbouw wordt standaard een drooglegging van 1 meter aangehouden.

grondwater adequaat afgevoerd 4.4

Aanleg drainage

In de afgelopen periode is alleen bij project Merwedestraat MSD gebruik gemaakt van bouwdrains ten behoeve van een droge sleuf. Verder is dit niet toegepast en zeker niet standaard.

Meer dan waard

23/119

3.5. Samenwerking met het waterschap De samenwerking met het waterschap is in 2009 begonnen vanuit het project Integrale Sturing afvalwaterketen en waterketen (ISA) Hoeksche Waard. Het doel was destijds om in de afvalwaterketen te gaan meten, monitoren en sturen. De samenwerking bevalt tot op de dag van vandaag dusdanig goed dat in 2025 de overeenkomst vernieuwd is. Daarbij is ook de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater uit 2024 opgenomen, met strengere eisen voor het effluent van RWZI’s en overstorten. De nieuwe ISA overeenkomst tussen gemeente en waterschap legt ook beter de bestuurlijke en financiële kaders vast. Dit is belangrijk omdat de gemeente veel onderzoek aan het afvalwatersysteem doet vanuit deze samenwerking. Denk aan afvoermetingen van gemalen, onderzoeken over wateroverlast, bergbezinkbassins en overstorten.

•

•

en de capaciteit in dat geval niet in de planning staan. Het resulteert dan in het doorschuiven van regulier vervangingswerk. Systeeminzicht met betrekking tot de (eind)gemalen. Het is nu niet altijd duidelijk wat er in werkelijkheid aan capaciteit op de gemalen zit. In de afgelopen planperiode zijn bij gemaal Mijlpolder metingen uitgevoerd om dit te achterhalen. Er zijn nog meer locaties waar dit in de komende planperiode nodig is. Afstemming tijdens nieuwbouwprojecten. Het komt nu nog vaak voor dat de gemeente en (de beheerafdeling van) het waterschap tegenover elkaar staan bij nieuwbouwprojecten. De wens is om gezamenlijk op te trekken en voordat nieuwbouwprojecten doorgang vinden de doelen op elkaar af te stemmen. Dat voorkomt dat waterschap en gemeente tegen elkaar worden uitgespeeld door de ontwikkelaar. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de

In de afgelopen planperiode zijn er veel onderzoeken gedaan en zijn bij het opstellen van de SSW’s de modellen geactualiseerd en gemoderniseerd. De vervolgonderzoeken die uit de SSW’s zijn gekomen zijn echter traag op gang gekomen. Ook de opvolging met projecten in de openbare ruimte verloopt langzamer dan gehoopt. Dit komt voornamelijk door capaciteitsgebrek bij zowel binnen- als buitendienst van de gemeente. Dit wordt vooral ervaren bij optimalisaties aan het stedelijk afvalwatersysteem. Andere concrete uitdagingen binnen de samenwerking voor de planperiode zijn: •

Het delen van concrete planningen en kosten rondom persleidingen vanuit het waterschap. Deze projecten brengen hoge kosten en inzet van personeel met zich mee, maar worden nu regelmatig een jaar van tevoren aangekondigd. De gemeente heeft de benodigde bedragen

Meer dan waard

24/119

•

toezichthouders. De afstemming bij nieuwbouw in relatie tot de consequenties voor de riolering en de zuiveringen verloopt wel goed. De gemeente en het waterschap weten hiervoor elkaar in vroeg stadium te vinden. Doelen vanuit de Kaderrichtlijn Water (KRW). Het lijkt er momenteel op dat de doelen vanuit de KRW niet gehaald gaan worden in 2027. De verwachting is dat er vanaf dat moment weer meer focus gaat komen op het meten en monitoren van de overstorten wat extra kosten met zich mee gaat brengen.

het maken is voor vervangingsprojecten en het feit dat momenteel de kosten voor de bouw (GWW-index) toenemen.

12.000.000

In Tabel 6 en Figuur 3 is een overzicht van de baten, lasten en de voorziening in de periode 2021 tot en met 2024 weergegeven.

10.000.000

In de afgelopen periode zijn de kosten voor de inwoners van de Hoeksche Waard gestegen. In 2024 was de rioolheffing €170,15 voor een eenpersoonshuishouden en €226,86 voor meerpersoonshuishoudens. Dat is een stijging van 18% ten opzichte van 2021. Als we de rioolheffing van 2024 vergelijken met de rest van Nederland is de hoogte in gemeente Hoeksche Waard iets onder het gemiddelde. In de regio heeft Zwijndrecht (€322 voor meerpersoonshuishoudens) de hoogste rioolheffing en Nissewaard (€178 voor meerpersoonshuishoudens) het laagste. 1 Wat verder opvalt is dat de lasten in ieder jaar gestegen zijn. De opvallende uitschieters zijn de kapitaallasten en de BTW over de investeringen. Dit heeft te maken met de inhaalslag die de gemeente aan

Bedrag (€)

3.6. Financiën

8.000.000 6.000.000 4.000.000 2.000.000 -

2021

2022

Lasten

Baten

2023

2024

Voorziening (stand 31-12)

Figuur 3 Verloop van lasten, baten en de stand van de voorziening over de periode 2021-2024

1

Bron: Coelo Atlas, tarief rioolheffing meerspersoonshuishoudens: Atlas Gemeenten 2024 – COELO, geraadpleegd op 26-11-2024

Meer dan waard

25/119

Verder is er een terugloop van de voorziening te zien. In januari 2021 heeft de raad ingestemd met een eenmalige teruggave van de rioolheffing vanuit de voorziening. Hierdoor is de voorziening teruggebracht van € 9.846.656 naar € 6.455.186. Door de investeringspiek die volgde is de voorziening eind 2024 op € 4.209.384 uitgekomen.

Door de combinatie van een grote vervangingsopgave, hogere bouwkosten en een kleinere voorziening bestond de vrees dat de gemeente op korte termijn minder vervangingsprojecten zou kunnen uitvoeren. Op basis van een tussentijds onderzoek naar de rioolheffing is besloten om de tarieven in 2025 met 10% te laten stijgen. 2

Tabel 6 Overzicht van baten, lasten en de voorziening in de periode 2021-2024. Baten, lasten en voorziening

2021

2022

2023

2024

Verschil (2021-2024)

Exploitatiekosten

€ 4.060.606

€ 4.200.487

€ 3.399.569

€ 4.555.889

12%

Doorbelastingen

€ 1.719.144

€ 1.776.236

€ 1.904.906

€ 1.923.545

12%

Kapitaallasten

€ 1.155.549

€ 1.355.706

€ 1.501.887

€ 1.740.390

51%

BTW exploitatie

€ 591.630

€ 583.798

€ 730.886

€ 632.618

7%

BTW investeringen

€ 453.377

€ 666.179

€ 1.730.041

€ 2.161.478

377%

Inkomsten heffing

€ 8.302.144

€ 8.582.406

€ 9.267.288

€ -9.761.811

18%

Storting voorziening

€ 483.880

€ 286.446

€ -1.285.737

€ -1.246.511

Voorziening (per 31-12)

€ 6.455.186

€ 6.741.632

€ 5.455.895

€ 4.209.384

2

Besluit Z/24/240344 ‘Geleidelijke verhoging rioolheffing vanaf 2025’, datum besluit 4 juni 2024

Meer dan waard

26/119

Titel

4. Vertrekpunt

4.1. Gegevensbronnen Om het vertrekpunt, de huidige situatie, in beeld te brengen is gebruik gemaakt van de onderstaande bronnen: • GRP 2021-2025; • Gegevens rioolbeheersysteem (Obsurv, peildatum september 2024); • Projectplanning zoals gepubliceerd is op Hoeksche Waard op de Kaart (HWOK, oktober 2024) • Interviews met betrokken ambtenaren van gemeente Hoeksche Waard; • Interviews met betrokken ambtenaren van Waterschap Hollandse Delta. Eerst is er een situatieschets weergegeven van de samenhang tussen de vijf afvalwaterketengebieden. Daarna zijn de kengetallen van het areaal gepresenteerd gevolgd door de huidige beheerstrategie. Vanaf 4.5 is een overzicht van de leeftijd en technische staat van de rioleringsobjecten en kunstwerken gepresenteerd, dit is gedaan voor vrijvervalriolering en druken persleidingen. In de laatste twee paragrafen wordt stilgestaan bij grondwater, oppervlaktewater en de uitwerking van de stresstesten van klimaatadaptatie uit 2021.

•

• • •

RWZI De Bosschen (Oud-Beijerland) verwerkt het afvalwater van de kernen Oud-Beijerland, Heinenoord, Westmaas, Mijnsheerenland en Zinkweg; RWZI Zwijndrecht verwerkt het afvalwater van de kernen Maasdam, Puttershoek, Blaaksedijk en ’s-Gravendeel; RWZI Strijen verwerkt het afvalwater van de kernen Strijen, Strijensas en Mookhoek; RWZI Numansdorp verwerkt het afvalwater van de kernen Numansdorp, Klaaswaal, Zuid-Beijerland en Nieuwendijk.

De bovenstaande verdeling gebruiken we in de rest van dit WRP. De Systeemoverzichten Stedelijk Water (SSW, voormalig Basisrioleringsplan) zijn op deze manier opgesteld en de watergebiedsplannen van WSHD hanteren deze grenzen. De exacte ligging van leidingen, kunstwerken en bemalingsgebieden zijn weergegeven in Bijlage VIII..

4.2. Situatieschets De Hoeksche Waard is een grote polder met verschillende bemalingsgebieden die via eindgemalen overpompen naar de Rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI). Figuur 4 toont een schematische schets van het afvalwatersysteem van Hoeksche Waard. Er zijn 5 RWZI’s die het afvalwater van de Hoeksche Waard verwerken: • RWZI Piershil verwerkt het afvalwater van de kernen Piershil, NieuwBeijerland en Goudswaard. De kern Goudswaard voert ook een deel van haar afvalwater af naar RWZI Hellevoetsluis; Meer dan waard

28/119

Figuur 4 Schematische weergave van de afvoer naar RWZI’s en de verdeling in deelgebieden in de gemeente Hoeksche Waard. De RWZI’s zijn weergegegeven met een stericoontje.

Meer dan waard

29/119

4.3. Areaal

Tabel 7 Areaal van de gemeente Hoeksche Waard in 2024.

Tabel 7 toont een overzicht van het areaal in 2024. De gemeente bedient 90.256 inwoners verdeeld over 39.361 huisaansluitingen. In totaal is er 559 km aan vrijvervalriolering in beheer bij de gemeente. De helft hiervan is gemengd.

Eenheid

Aantal

Inwoners

st.

90.256

Huisaansluitingen

st.

39.361

4.4. Beheerstrategie

Gemengd riool

km

281

Vuilwateriool

km

118

Hemelwateriool

km

160

Totaal

km

559

Gemalen

st.

142

Minigemalen

st.

1411

Persleidingen

km

15

Drukleidingen

km

185

Overstortput

st.

226

Randvoorzieningen

st.

23

In Tabel 8 staat een overzicht van de reinigings- en inspectiefrequentie per object. De gemeente inspecteert en reinigt ieder jaar 10 km vrijvervalleiding. De planning wordt bepaald op basis van de leeftijd van het riool, de leeftijd van de laatste inspectie en de eerdere inspectieresultaten. De rioolgemalen reinigt de gemeente gemiddeld 2 keer per jaar en inspecties worden 1 keer per jaar uitgevoerd. Met behulp van de inspectieresultaten bepaalt de gemeente jaarlijks het reparatie- en vervangingsprogramma. De drukgemalen worden jaarlijks gecontroleerd. Alle hoofdrioolgemalen zijn aangesloten op een telemetriesysteem. De beheerpost van de buitendienst ontvangt storingen automatisch, zodat zij snel actie kunnen ondernemen. Ongeveer 95% van de drukrioleringsgemalen is aangesloten op een telemetriesysteem. Op dit moment breiden we dit systeem uit en passen het aan waar nodig. Vanaf 2026 zal 100% van de drukrioleringsgemalen op het systeem zijn aangesloten.

Meer dan waard

Vrijvervalriolering

Gemalen en drukriolering

Lozingswerken

Voorzieningen voor ontwatering stedelijk gebied Drainage

km

51,4

Kolken

st.

39.226

Watergangen

km

32,7

Bermen

km

58,5

Duikers

km

15,5

Oppervlaktewater

30/119

Tabel 8 Reinigings- en inspectiefrequenties per object

100

Reiniging

Inspectie

Vrijverval riolering

46 km per jaar, frequentie afhankelijk van leeftijd en ligging

10 km per jaar, frequentie afhankelijk van leeftijd en ligging en altijd in combinatie met reiniging.

Rioolgemalen

2 x per jaar

1x per jaar

Drukriolering

-

-

Randvoorzieningen

1x per jaar

1x per jaar

Kolken

2x per jaar

-

Duikers

Duikers die binnen de baggerscope liggen 1 x per 8 jaar

Enkel bij een calamiteit

4.5. Leeftijd en technische staat riolering 4.5.1. Vrijvervalriolering Figuur 5 laat zien wanneer verschillende types vrijvervalriolering zijn aangelegd in de gemeente Hoeksche Waard. De oudste, nog bestaande, leidingen zijn aangelegd vóór 1950. Tot 1980 zijn er voornamelijk gemengde stelsels aangelegd. In de periode daarna zijn hemelwater- en vuilwaterriolen vaker gescheiden aangelegd. De gemengde riolen die nadien zijn aangelegd betreft vervanging van slechte riolen in plaats van uitbreiding van het bestaand areaal. Tegenwoordig worden nieuwe stelsels altijd gescheiden aangelegd. In de periode 2000-2009 zijn meerdere bergbezinkbassins gerealiseerd. Dit is een direct gevolg van de

Meer dan waard

90 80

Lengte [km]

Object

70 60 50 40 30 20 10 0

Gemengd

Hemelwater

Vuilwater

Figuur 5 Jaar van aanleg van vrijvervalriolering

basisinspanning om overstorten te verminderen. Sinds 2019 is er relatief weinig nieuwe riolering aangelegd. Ruim 80% van de vrijvervalriolering is geïnspecteerd door middel van video-opnames. De oudste inspecties dateren uit 1994. Figuur 7 toont de inspectiebeoordelingen van de riolering. Vrijwel alle leidingen die zijn aangelegd vóór 2000 zijn geïnspecteerd. Logischerwijs is er minder schade bij leidingen die recent zijn aangelegd. De onderstaande figuur toont aan dat er met name bij riolering ouder dan 45 jaar regelmatig schade aanwezig is. Ruimtelijke weergaven van de inspectieresultaten zijn opgenomen in Bijlage VIII.

31/119

Hemelwaterriolering wordt met dezelfde frequentie als vrijvervalriolering gereinigd en geïnspecteerd. De inspectiebeoordelingen van hemelwaterriolering zijn ook onderdeel van Figuur 7. 4.5.2. Druk- en persleidingen In Figuur 7 is een overzicht van de leeftijden van de druk- en persleidingen weergegeven. Drukriolering is riolering dat onder druk het water transporteert. Deze vorm van riolering ligt vaak in het buitengebied, waar de huizen verder uit elkaar liggen. Bij huisaansluitingen is daar vaak een pomp (minigemaal) aanwezig.

Persleidingen zijn grote leidingen die onder druk afvalwater naar hoofdgemalen of een RWZI transporteren. Het vervangen van de persleidingen wordt door het waterschap gecoördineerd. De gemeente betaalt hier vaak aan mee, maar het verschilt per project hoe groot deze bijdrage is. Het waterschap communiceert de vervangingsplanningen met de gemeente. 4.5.3. Grondwater en oppervlaktewater Zowel voor grondwater als oppervlaktewater worden voornamelijk de meldingen in FIXI gebruikt om een beeld te krijgen van de huidige situatie.

80

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

70

Lengte [km]

60 50 40 30 20 10

0

Ingrijp

Waarschuwing

Geen bijzonderheden

Figuur 7 Inspectiebeoordelingen voor stabiliteit van de riolering.

Meer dan waard

Drukleiding

Persleiding

Figuur 6 Overzicht van de leeftijd van druk- en persleidingen

32/119

Voor grondwater is in de afgelopen periode de meeste overlast ondervonden in Klaaswaal. De monitoring wordt gedaan middels een grondwatermeetnet dat in beheer is bij Blik Sensing (zie Bijlage III). Wat betreft oppervlaktewater is vooral de waterkwaliteit belangrijk. Een overzicht van de meldingen in de afgelopen periode is weergegeven in Bijlage VI. De meeste meldingen over waterkwaliteit komen vanuit Puttershoek, Oud-Beijerland en Goudswaard. Voor het gemeentelijk oppervlaktewater is het baggeren belangrijk. De gemeente volgt bij de planning van het baggeren de systematiek van WSHD: een achtjarige cyclus in combinatie met een schouwkaart. In totaal heeft de gemeente beheer over 32,7 km oppervlaktewater. 4.5.4. Klimaatadaptatie In 2021 is er een Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie opgesteld voor de gemeente Hoeksche Waard. De knelpunten op de kaart worden momenteel nog steeds gebruikt bij het uitvoeren van de plannen. De knelpunten die destijds op de kaart zijn gezet zijn weergegeven in Figuur 8 en zijn afgeleid uit de stresstesten uit 2020, uitgevoerd door RHDHV. In 2025 voeren we een nieuwe stresstest uit die meer gericht is op de toepassing van de stresstest dan alleen een update van de kaarten.

Meer dan waard

33/119

Titel

Figuur 8 Knelpunten op de kaart vanuit het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie uit 2021 (bron: https://www.gemeentehw.nl/direct-regelen/ondernemen/klimaatadaptatie/32234/)

Titel

5. Visie, strategie en doelen

5.1. Visie

5.2. Strategie

Een goed beheer van riolering en stedelijk water is cruciaal voor een gezonde en veilige leefomgeving. Als mensen in contact komen met afvalwater kunnen er ziektes uitbreken. Daarbij is afvalwater ook schadelijk voor planten en dieren als het zich via overstorten of uitlaten in het natuurlijk systeem verspreidt. Daarom is een effectieve inzameling, afvoer en zuivering van afvalwater zo belangrijk. Niet alleen afvalwater, maar ook de verwerking van hemelwater en een goed grondwaterbeheer zijn van groot belang om wateroverlast te voorkomen. Met het scheiden van vuil water en hemelwater worden de kosten bij de zuivering lager en kan het hemelwater hergebruikt worden op de plek waar het valt. Een duurzame keuze dus die we niet alleen als gemeente kunnen doen, maar in nauwe samenwerking met het waterschap vervullen.

De volgende 4 speerpunten geven de visie in de komende planperiode gestalte: • Beheer op orde. • Grip op projecten • Samen sterk • Klaar voor de toekomst

Gemeente Hoeksche Waard vat haar visie op het stedelijk waterbeheer als volgt samen:

We streven naar een gezonde, veilige en aantrekkelijke omgeving voor al haar inwoners en bedrijven, nu en in de toekomst. Dit bereiken we door riolering en stedelijk water op een effectieve, klimaatbestendige, duurzame en betaalbare manier te beheren.

Meer dan waard

5.2.1. Beheer op orde Het hoofddoel van dit speerpunt is om de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater te vervullen. Afvalwater is van deze 3 het belangrijkste voor de gemeente omdat hiermee de gezondheid van de inwoners en de leefbaarheid van de omgeving behouden blijven. Hemelwater is hier nauw mee verbonden, omdat er veel gemengde stelsels in de gemeente zijn en er bij wateroverlast vaak vuil water vanuit de riolering op straat komt. Grondwater is voornamelijk rondom nieuwbouwprojecten en reconstructies in zettingsgevoelig gebied een thema om rekening mee te houden. De data die nodig is om het beheer uit te voeren is net zo belangrijk als de werkzaamheden zelf. Daarom valt onder dit speerpunt ook het databeheer. De gemeente ziet dit als randvoorwaarde om goed beheer uit te voeren en daarom moet hier in de komende planperiode aandacht voor zijn, zowel in techniek (beheerprogramma’s) als aantal databeheerders (fte’s, zie hoofdstuk 6.5) In de komende periode ligt de focus op: • Waar organisatorisch mogelijk, wordt er een inhaalslag gemaakt met de vervangingsprojecten. De prioriteit voor de planperiode ligt bij de gemalen en de riolering die op basis van inspecties en meldingen als

36/119

• •

•

urgent wordt aangeduid. Bij de planning houden we rekening met de capaciteit van de organisatie. Er is een nauwe samenwerking tussen binnen- en buitendienst op het gebied van meldingen en kosten. Meldingen ontvangen we in Fixi, dit is de basis voor de monitoring. Als er in bepaalde kernen opvallend veel meldingen zijn wordt er actie ondernomen door bijvoorbeeld vervangingsprojecten naar voren te schuiven. o De buitendienst monitort de kosten voor onderhoud en reparaties en communiceert dit tijdig naar de binnendienst als kosten voor specifieke werkzaamheden toenemen. Dit vormt de basis voor een besluit of het naar voren halen van de vervanging nodig is. Er is voldoende personeel om de beheertaken uit te voeren. Dit gaat zowel om de aansturing (binnendienst) als de uitvoering van reparaties en onderhoud (buitendienst) en zorgdragen voor het databeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15447027/1