Was-Wordt lijst marktverordening HW 2020-2025
Tekst van het document
CONCEPT - WAS-WORDT TABEL - Marktverordening Hoeksche Waard
WAS-WORDT TABEL MARKTVERORDENING HW 2025 versie 25-09-2025 ARTIKEL WAS WORDT (belangrijkste wijzigingen = geel gearceerd)
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Anciënniteitslijst: Het college houdt een lijst bij van houders van een vergunning voor een vaste standplaats, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerste een vergunning voor een vaste standplaats werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die ze verhandelen; b. Branchering: de indeling in artikelengroepen en het aantal vastgestelde plaatsen per artikelengroep; c. College: het college van burgemeester en wethouders; d. Dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld, indien een vaste standplaats niet wordt ingenomen, dan wel niet als vaste standplaats is toegekend; e. Markt: de door het college ingestelde warenmarkt; f. Marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college; Lokale wet- en regelgeving g. Marktterrein: het door het college aangewezen gebied zoals aangegeven op de kaarten bedoeld in artikel 3 van deze verordening; h. Standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; i. Standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder met een aansprekende uiteenzetting probeert artikelen te verkopen aan het om hem heen verzamelde publiek; j.
Standwerker: iemand die publiek om zich heen verzamelt en dat door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen artikelen te kopen; k. Standwerkplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; l. Vaste standplaats: de standplaats die wekelijks op de marktdag wordt ingenomen door een vergunninghouder; m. Vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; n. Wachtlijst: het college houdt een lijst bij van de kandidaten voor een vergunning voor een vaste standplaats, die daarvoor een aanvraag hebben ingediend en die een handelingsbekwame natuurlijke persoon zijn.
Artikel 2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: − bedienvergunning: vergunning voor het op de markt tegen betaling en voor consumptie ter plaatse verstrekken van voedsel of drank aan marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan; − college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard; − dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning; − dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de reguliere warenmarkt bedrijven van handel; − markt: door het college ingestelde reguliere warenmarkt; − marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats of standwerkvergunning; − standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning; − standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning; − standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de reguliere warenmarkt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen; − vaste standplaats: standplaats op een reguliere warenmarkt die beschikbaar is voor houders van een vastestandplaatsvergunning; − vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 15 jaar voor het op een reguliere warenmarkt bedrijven van handel.
Artikel is vernummerd. De definities zijn aangepast aan de nieuwe verordening.
Artikel 2 Toepassingsgebied
Artikel 2. Toepassingsgebied 1. Deze verordening is van toepassing op alle door het college ingestelde warenmarkten die op gezette tijden worden gehouden in de Hoeksche Waard, met uitzondering van de verzelfstandigde markt in Oud-Beijerland. Het gaat om de volgende markten: - ‘s-Gravendeel - Mijnsheerenland Westmaas - Heinenoord - Puttershoek - Strijen. 2. Deze verordening is niet van toepassing op markten, evenementen, braderieën en overige activiteiten, die conform afdeling 3 van de Algemene Plaatselijke Verordening (artikel 2:24 t/m 2:26) vallen onder ‘Evenementen’.
Artikel 1. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op alle door het college ingestelde reguliere warenmarkten in de gemeente Hoeksche Waard, met uitzondering van de verzelfstandigde markt in Oud-Beijerland.
Artikel is vernummerd. In de oude verordeningen zijn de markten opgesomd. In de nieuwe verordening is dat niet gedaan: de markten worden ingesteld door het college bij de vaststelling van het inrichtingsplan. Lid 2 staat niet in het VNG model. Dit artikel is voldoende afgedekt in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Hoeksche Waard.
Artikel 3 Inrichtingsplan
Artikel 3 Inrichtingsplan 1. Voor elke markt stelt het college een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat: a. aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd); b. een kaart van de markt; c. indien van toepassing, mededeling dat het anciënniteitsstelsel van artikel 6 van toepassing is; d. aanduiding van de wijze waarop nieuwe vastestandplaatsvergunningen, dagplaatsvergunningen en standwerkvergunningen kunnen worden verstrekt (wachtlijststelsel van artikel 7, selectiestelsel van artikel 8 of lotingsstelsel van artikel 9); e. voor zover van toepassing, dat het verbod om te bedienen zonder vergunning geldt en het maximum aantal bedienvergunningen dat kan worden verleend. 2. Op de kaart zijn aangegeven: a. de grenzen van de markt; b. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning; c. voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven; d. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning; e.
indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een standwerkvergunning. 3. Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste-standplaatsvergunning uiterlijk een uur na aanvang
Artikel 3. Inrichtingsplan en nadere regels 1. Het college stelt een inrichtingsplan voor elke markt vast, met daarin in ieder geval: a. de dagen en uren waarop de markt wordt gehouden; b. een kaart van de markt; c. de verdeelprocedure die zij toepassen bij de verlening van vaste-standplaatsvergunningen. 2. Op de kaart van de markt zijn aangegeven: a. de grenzen van de markt; b. de vaste standplaatsen. 3. Op de kaart van de markt kunnen zijn aangegeven: a. de standplaatsen die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen; b. het maximumaantal vaste-standplaatsvergunningen dat voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kan worden afgegeven; c. de dagplaatsen; d. de standwerkplaatsen. 4. Het college kan nadere regels vaststellen omtrent reguliere warenmarkten.
Artikel 3 is in grote lijnen hetzelfde gebleven. Het college kan in het inrichtingsplan en de nadere regels deze onderwerpen nader uitwerken.
Artikel 7. Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning 1. Het college legt in het inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedure van artikel 9 dan wel artikel 10 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning. 2. Het college kan in het inrichtingsplan vastleggen of zij de verlengingsprocedure van artikel 8 toepassen bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning.
Artikel 7 is nieuw, maar deze bepalingen staan ook al in het huidige artikel 3.
van de markttijd nog niet door de vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor een dagplaatsvergunning worden afgegeven. 4. Het inrichtingsplan is gedurende markttijd bij de markt aanwezig en in te zien. Artikel 4 Vergunningen
Artikel 5 Mandaatverboden
Artikel 4. Vergunningen 1. Het is verboden, op een markt zonder vastestandplaatsvergunning of dagplaatsvergunning van het college een standplaats voor het uitoefenen van markthandel in te nemen. 2. Een vaste-standplaatsvergunning geldt voor onbepaalde tijd en voor de op de vergunning vermelde standplaats, tenzij de vergunning anders bepaalt. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een andere standplaats aanwijzen. 3. Een dagplaatsvergunning geldt voor één dag en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 4. Het is verboden, op een markt zonder standwerkvergunning van het college als standwerker op te treden op een markt. 5. Het is verboden, zonder bedienvergunning van het college vergunninghouders en degenen die hen vervangen of bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of dranken bestemd voor consumptie ter plaatse. Een bedienvergunning wordt afgegeven voor de duur van maximaal 10 jaar, tenzij de vergunning anders bepaalt. 6. Aan een vergunning kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 7. Vergunning kan enkel worden verleend aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten en die geen vastestandplaatsvergunning heeft voor de betrokken markt.
Artikel 4. Vergunningplicht 1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning van het college. 2. Het is verboden op een markt zonder bedienvergunning van het college marktvergunninghouders, hun vervangers of degenen die hen bijstaan tegen betaling te voorzien van voedsel of drank voor consumptie ter plaatse. 3. Het college verleent alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten. 4. Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het college kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen. 5. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 5. Mandaatverboden De bevoegdheid tot het vaststellen van inrichtingsplannen kan niet worden gemandateerd. De bevoegdheid tot wijzigen daarvan en die tot het verlenen of het intrekken van een vastestandplaatsvergunning of van een bedienvergunning kan niet aan de marktmeester of een andere toezichthouder worden gemandateerd.
Artikel 6. Mandaatverboden 1. De bevoegdheid van het college tot het vaststellen of wijzigen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd. 2. De bevoegdheid van het college tot het verlenen of intrekken van een vaste-standplaatsvergunning en bedienvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester of een andere toezichthouder.
Artikel 4 is in grote lijnen hetzelfde gebleven. Wel is opgenomen in het nieuwe artikel dat de Lex Silencio Positivo (= de vergunning is van rechtswege verleend als het college niet tijdig beslist op de aanvraag) niet geldt bij aanvragen marktvergunningen. Artikel 5 is nieuw, maar bevat bepalingen die ook al in de huidige verordening staan. Op basis van het huidige artikel 4 (lid 2) gelden marktvergunningen voor onbepaalde tijd. Dat strookt niet met de Europese Dienstenrichtlijn. In het nieuwe artikel 13 wordt daarom aangegeven dat (nieuwe) vergunningen worden verleend voor 15 jaar.
Artikel 5. Voorschriften en beperkingen 1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning en bedienvergunning. 2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. Artikel 13 Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning 1. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 15 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 2. Het college kan in bijzondere gevallen een vastestandplaatsvergunning verlenen voor een kortere periode dan genoemd in het eerste lid. 3. Het college kan tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. 4. Een vaste-standplaatsvergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. 5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel is vernummerd en redactioneel aangepast, maar inhoudelijk niet gewijzigd
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Vrijgekomen standplaats; plaats verbetering volgens anciënniteitslijst
Vaste standplaatsvergunningen Artikel 6. Vrijgekomen standplaats; plaats verbetering volgens anciënniteitslijst 1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het anciënniteitsstelsel wordt gehanteerd, geldt het volgende. 2. Het college houdt houden een lijst bij van de houders van een vaste-standplaatsvergunning, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerst een vastestandplaats-vergunning werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die zij verhandelen (anciënniteitslijst). 3. Als een standplaats vrijkomt die werd ingenomen door de houder van een vaste-standplaats vergunning, kan deze op aanvraag worden toegewezen aan de hoogstgeplaatste aanvrager op de anciënniteitslijst in volgorde van de datum waarop hem voor het eerst een vastestandplaatsvergunning werd verleend. Als de plaats bestemd is voor een specifieke branche of artikelgroep, komt alleen iemand in aanmerking die aan dat vereiste voldoet.
Artikel 7 Wachtlijststelsel
Artikel 7. Wachtlijststelsel 1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het wachtlijststelsel wordt gehanteerd voor de toekenning van vaste-standplaatsvergunningen, geldt het volgende. 2. Het college houdt een lijst bij van de kandidaten voor een vaste-standplaatsvergunning die daarvoor een aanvraag hebben ingediend en die een handelingsbekwame natuurlijke persoon zijn (wachtlijst). 3. Op de wachtlijst worden bij iedere kandidaat vermeld: a. diens naam en voornamen, geboortedatum en -plaats, adres en woonplaats; b. de datum van de aanvraag; c. de branche waartoe de kandidaat behoort of de soort artikelen die hij wenst te verhandelen; d. informatie over de uitstalling die de kandidaat wenst te gebruiken. 1. De kandidaat ontvangt een schriftelijk bewijs van inschrijving op de wachtlijst. 2. De inschrijving wordt doorgehaald als aan de kandidaat een vaste-standplaatsvergunning is toegekend, als hij reeds twee keren heeft afgezien van een vastestandplaatsvergunning waarvoor hij overeenkomstig het volgende lid in aanmerking kwam, op zijn schriftelijke aanvraag, na zijn overlijden, als hij onder curatele is gesteld of als hij niet vóór 1 januari van het lopende jaar een aanvraag om verlenging voor dat jaar heeft gedaan. 3. Als er ruimte is om een nieuwe vaste-
Artikel 17. Vrijgekomen standplaats; plaats verbetering volgens anciënniteitslijst 1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het anciënniteitsstelsel wordt gehanteerd, geldt het volgende. 2. Het college houdt houden een lijst bij van de houders van een vaste-standplaatsvergunning, met vermelding van de datum waarop de betrokkenen voor het eerst een vastestandplaats-vergunning werd verleend en met vermelding van de branche waartoe zij behoren of de artikelen die zij verhandelen (anciënniteitslijst). 3. Als een standplaats vrijkomt die werd ingenomen door de houder van een vaste-standplaats vergunning, kan deze op aanvraag worden toegewezen aan de hoogstgeplaatste aanvrager op de anciënniteitslijst in volgorde van de datum waarop hem voor het eerst een vastestandplaatsvergunning werd verleend. Als de plaats bestemd is voor een specifieke branche of artikelgroep, komt alleen iemand in aanmerking die aan dat vereiste voldoet.
Artikel is vernummerd maar ongewijzigd gebleven. Vergunninghouders hechten waarde aan en dergelijke regeling. De regeling houdt in dat degene die het langst op de markt staat, eerste keus heeft als een plek op die markt vrijkomt.
Artikel vervalt
Dit artikel komt te vervallen. Onder de nieuwe verordening wordt een vrij gekomen plek gepubliceerd en kunnen gegadigden zich melden. In de praktijk is er op dit moment alleen voor het plaatsen van viskramen en zuivel/kaas een wachtlijst.
standplaatsvergunning toe te kennen, komt daarvoor als eerste in aanmerking de hoogstgeplaatste kandidaat die op de wachtlijst staat en die voldoet aan de vereisten voor toekenning. Daarna komen andere aanvragers in aanmerking, in volgorde van indiening van hun aanvraag tot plaatsing op de wachtlijst. Hierbij rekening houdend met de regels opgenomen in het inrichtingsplan ten aanzien van branchering. De kandidaat die in aanmerking komt voor de vergunning dient daarvoor binnen vier weken een aanvraag in te dienen. Artikel 8 Selectiestelsel
Artikel 8. Selectiestelsel 1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het selectiestelsel wordt gehanteerd voor de toekenning van vaste-standplaatsvergunningen, geldt het volgende. 2. Het college maakt bekend dat voor de markt een of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen. 3. De bekendmaking geschiedt door openbare kennisgeving in Het Kompas en het digitale gemeenteblad. 4. Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende aspecten en tot het daarbij vermelde maximum aantal: a. of het assortiment van de gegadigde een gewenste toevoeging aan het marktassortiment vormt (20); b. de uitstraling van de uitstalling (20); c. het marktverleden van de gegadigde en de indruk die hij maakt (20); d. of bij de gegadigde sprake is van maatschappelijk verantwoord ondernemen (20). Gegadigden komen in aanmerking in de volgorde van het aantal toegekende punten.
Artikel 9. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie 1. Bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning kan het college deze verdelen via selectie. 2. Bij de verdeling via selectie maakt het college door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad en in het huis-aan-huisblad 'Het Kompas’ bekend dat de vastestandplaatsvergunning voor de duur van 15 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van 2 weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking. 5. Bij de beoordeling van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal: a. het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment (20 punten); b.
de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de gegadigde (20 punten); c. de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment (20 punten); d. het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de gegadigde (20 punten); 6. Het college verleent de vaste-standplaatsvergunning aan de gegadigde met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten. 7. Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen
Artikel is vernummerd. Het college geeft in het inrichtingsplan aan of wordt gekozen via selectie door middel van het toekennen van punten of via loting. Inhoudelijk zijn de artikelen hierover in de oude en nieuwe verordening grotendeels gelijkluidend.
toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden uitgenodigd. Artikel 9 Loting
Artikel 9. Loting 1. Als op grond van het inrichtingsplan voor een markt het lotingsstelsel wordt gehanteerd voor de toekenning van vaste-standplaatsvergunningen, geldt het volgende. 2. Het college maakt bekend dat voor de markt een of meer vaste-standplaatsvergunningen kunnen worden verleend, voor welke branche of artikelgroep dit geldt en dat gegadigden voor een vergunning vóór de daarbij genoemde datum daarvoor een aanvraag kunnen indienen. Op de bekendmaking is artikel 8, derde lid, van overeenkomstige toepassing. 3. Een vergunning wordt door loting toegewezen aan een in aanmerking komende gegadigde. Gaat het om een bepaalde branche of artikelgroep, dan wordt per branche of artikelgroep geloot. De in aanmerking komende gegadigden worden uitgenodigd bij de loting aanwezig te zijn.
Artikel 10. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting 1. Bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning kan het college deze verdelen via loting. 2. Bij de verdeling via loting maakt het college door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad en het huisaan-huisblad 'Het Kompas’ bekend dat de vastestandplaatsvergunning voor de duur van 15 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van 2weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. 5. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd. 6. Het college verleent de vaste-standplaatsvergunning op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking.
Artikel is vernummerd. Het college geeft in het inrichtingsplan aan of wordt gekozen via selectie door middel van het toekennen van punten of via loting. Inhoudelijk zijn de artikelen hierover in de oude en nieuwe verordening grotendeels gelijkluidend.
Artikel 10 Overschrijven vaste standplaatsvergunning
Artikel 10. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning 1. Wenst de houder van een vaste-standplaatsvergunning niet langer zelf gebruik te maken van de vergunning of is hij overleden of onder curatele gesteld, dan kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoonde, of zijn kind. 2. Kan deze weg niet worden gevolgd, dan kan de vergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of zijn curator worden overgeschreven op een medewerker van de vergunninghouder of de mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste drie jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. 3. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend. 4. Het college kan van het vorenstaande afwijken voor zover
Artikel 14. Overschrijven vaste-standplaatsvergunning 1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vastestandplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kan het college op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 9, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep. 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kan het college de vastestandplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op
Artikel is vernummerd. Het oude en nieuwe artikel zijn grotendeels gelijkluidend. Het grote verschil zit hem in het feit dat als een vergunning voor onbepaalde tijd wordt overgeschreven op een partner/kind/mede-eigenaar/medewerker, de vergunning niet langer geldt voor onbepaalde tijd, maar voor 15 jaar. De hardheidsclausule stond in artikel 10, lid 4 en is nu opgenomen in een apart, artikel 28. Doordat het artikel geldt voor de gehele verordening, is deze verplaatst naar het einde van de verordening.
de toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen. 5. De aanvraag tot overschrijving wordt alleen geweigerd als niet wordt voldaan aan de uit dit artikel voortvloeiende eisen of aan een eis waaraan een houder van een vastestand-plaatsvergunning volgens deze verordening moet voldoen. 6. Als de nieuwe vergunninghouder reeds over een vastestandplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, wordt deze ingetrokken.
3.
4.
5.
6.
naam van een medewerker van de vergunninghouder of een mede-eigenaar van diens bedrijf als deze ten minste 3 jaren in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als mede-eigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 9, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 9, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep. De overschrijving van de vaste-standplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Indien het een vergunning betreft die geldt voor onbepaalde tijd, dan wordt de vergunning verleend na overschrijving voor maximaal 15 jaar. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 9 of 10. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen 2 maanden nadien ingediend. Het college wijst de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde.
Als de nieuwe vergunninghouder al over een vastestandplaatsvergunning voor de betrokken reguliere warenmarkt beschikt, kan het college deze intrekken.
Artikel 28 Hardheidsclausule Het college handelt overeenkomstig de verordening, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de verordening te dienen doelen. Artikel 11 Intrekken en vervallen vaste standplaatsvergunning
Artikel 11. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning 1. Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij een aanvraag tot overschrijving is ingediend overeenkomstig artikel 10. 2. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning voor bepaalde of onbepaalde tijd intrekken: a. als de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. als de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft
Artikel 15. Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning 1. Het college trekt de vaste-standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of b. 2 maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 14 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2. Het college kan de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft
Artikel is vernummerd. Beide artikelen zijn nagenoeg gelijkluidend.
overtreden; c. als van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; of d. als de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. e. als de vergunninghouder zich niet houdt aan de voorschriften voortvloeiend uit de verordening, de bijbehorende besluiten en de voorwaarden uit de standplaatsvergunning. 3. In geval van intrekking voor bepaalde tijd kan tevens worden bepaald dat de toegewezen standplaats vervalt. 4. Als de vergunninghouder of zijn overeenkomstig artikel 12 aangewezen vervanger zijn standplaats niet uiterlijk een uur na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vergunning voor de rest van de dag.
overtreden; c. van de vergunning gedurende ten minste 2 maanden geen gebruik is gemaakt; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. 3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kan het college bepalen dat de op de vastestandplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt. 4. Als de vergunninghouder of zijn rechtmatige vervanger de standplaats niet uiterlijk een uur na aanvang van de markttijd heeft ingenomen, vervalt de vastestandplaatsvergunning voor de rest van de dag.
Artikel 12 Persoonlijk innemen standplaats; vervanging
Artikel 12. Persoonlijk innemen standplaats; vervanging 1. De houder van een vaste-standplaatsvergunning neemt de hem toegewezen standplaats persoonlijk in. 2. In geval van vakantie of van bijzondere omstandigheden kan het college echter toestaan dat de standplaats wordt ingenomen door een vervanger. Een aanvraag daartoe vermeldt de reden en de verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. 3. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
Artikel 16. Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging 1. De vergunninghouder neemt de op de vastestandplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in. 2. De vergunninghouder van een vaste standplaatsvergunning kan de hem toegewezen standplaats, met toestemming van het college, ook laten innemen door een vervanger. Elke vergunninghouder kan maximaal 2 vervangers laten registreren bij het college. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder, de naam van de beoogde vervanger en de binding van de vervanger(s) met de vergunninghouder. 3. Het college behoudt zich het recht voor om, naar eigen inzicht en bij veronderstelde excessen, vervangers niet toe te staan. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen. 4. De vervanger treedt op namens de vergunninghouder. De rechten – behalve die tot vervanging ingevolge het vorige lid – en verplichtingen die bij of krachtens deze verordening gelden voor de vergunninghouder, zijn van overeenkomstige toepassing op de vervanger.
Artikel is vernummerd. De mogelijkheid om een vervanger aan te wijzen is in de nieuwe verordening verruimd. Uitgangspunt blijft dat een marktvergunning persoonsgebonden is, maar in de praktijk bestaat er behoefte aan meer vervangingsmogelijkheden (zodat de vergunninghouder zich bijv. bezig kan houden met inkoop, administratie, enz,)
Hoofdstuk 3 Artikel 13 Dagplaatsvergunning
Dagplaatsen, standwerkers en bediening Artikel 13. Dagplaatsvergunning 1. Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een markt op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de vergunning is vervallen of omdat
Artikel 11. Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen 1. Een dagplaatsvergunning kan worden verleend voor het innemen van een standplaats voor het uitoefenen van markthandel op een reguliere warenmarkt op plaatsen die daarvoor ingevolge het inrichtingsplan in aanmerking komen en op plaatsen die niet zullen worden ingenomen door de houder van een vaste standplaatsvergunning omdat voor de plaats geen vergunning geldt, de
Artikel is vernummerd. In de praktijk komt een dergelijke aanvraag zelden of nooit voor. Toch wordt voorgesteld deze mogelijkheid te behouden.
2.
3.
4.
5.
de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 12. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die daarvoor die dag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche- of artikelgroep vereiste en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden, of b. niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat wordt geheven op de grondslag van artikel 229 van de Gemeentewet. Het college kan ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen. De dagplaatsvergunningen worden verstrekt aan de in aanmerking komende gegadigden op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen.
2.
3.
4.
5.
vergunning is vervallen of omdat de vergunninghouder niet in staat is de plaats in te nemen en niet is voorzien in vervanging overeenkomstig artikel 16. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking degenen die daarvoor die dag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een aanvraag hebben ingediend, voldoen aan een eventueel van toepassing zijnde branche- of artikelgroep vereiste, aan wie gedurende de voorafgaande 2 maanden niet vaker dan 2 keer een dagplaatsvergunning is verleend en die niet zijn uitgesloten omdat zij gedurende een of meer van de voorafgaande 2 marktdagen: a. zich op de markt schuldig hebben gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling hebben overtreden, of b. niet tijdig het verschuldigde marktgeld hebben voldaan dat wordt geheven op de grondslag van artikel 229 van de Gemeentewet. Het college kan ten aanzien van een gegadigde bepalen dat een uitsluitingsgrond niet geldt of dat voor de toepassing van het vorige lid een langere termijn in aanmerking wordt genomen. Een dagplaatsvergunning wordt verstrekt aan de in aanmerking komende gegadigden op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Een dagplaatsvergunning kan niet worden overgedragen. De vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.
Artikel 14 Standwerkvergunning
Artikel 14. Standwerkvergunning 1. Een standwerkvergunning kan worden verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 13, tweede tot en met vijfde lid. 2. Een standwerkvergunning geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen.
Artikel 18. Verdeling beschikbare standwerkvergunningen 1. Een standwerkvergunning kan worden verleend met overeenkomstige toepassing van artikel 11, tweede tot en met vijfde lid. 2. Een standwerkvergunning geldt voor de in de vergunning vermelde dag en plaats en voor de in de vergunning omschreven artikelen.
Artikel is vernummerd. In de praktijk komt een dergelijke aanvraag zelden of nooit voor. Toch wordt voorgesteld deze mogelijkheid te behouden.
Artikel 15 Bedienvergunning
Artikel 15. Bedienvergunning 1. Het college kan op aanvraag een bedienvergunning verlenen. De vergunning vermeldt voor welke artikelen ze geldt. 2. Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 19. Bedienvergunning 1. Het college kan een bedienvergunning verlenen voor de duur van maximaal 15 jaar en voor op de vergunning vermelde consumpties. 2. Artikel 15, eerste en tweede lid, is van toepassing.
Artikel is vernummerd. In de praktijk komt een dergelijke aanvraag zelden of nooit voor. Toch wordt voorgesteld deze mogelijkheid te behouden.
Hoofdstuk 4 Artikel 16 Bijstand
Algemene bepalingen voor vergunninghouders Artikel 16. Bijstand De houder van een vaste-standplaatsvergunning of van een dagplaatsvergunning kan zich doen bijstaan door een of meer andere personen.
Artikel 13. Algemene bepalingen vaste -standplaatsvergunning 1. Het college kan een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 15 jaar en voor de op de vergunning vermelde standplaats. 2. Het college kan in bijzondere gevallen een vaste-
Artikel is vernummerd. Deze bepaling is opgenomen in het nieuwe artikel 13 (lid 5).
standplaatsvergunning verlenen voor een kortere periode dan genoemd in het eerste lid. 3. Het college kan tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. 4. Een vaste-standplaatsvergunning is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. 5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen. Artikel 17 Legitimatieplicht
Artikel 17. Legitimatieplicht Degene die een standplaats of een standwerkplaats wenst in te nemen of inneemt op een markt of die handelt met een bedienvergunning, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Artikel 20. Toonplicht vergunning of toestemming Degene die een standplaats inneemt of wil innemen of handelt met een bedienvergunning, is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Artikel is redactioneel aangepast, maar inhoudelijk niet gewijzigd.
Artikel 18 Markttijden in acht nemen
Artikel 18. Markttijden in acht nemen 1. Het is een vergunninghouder verboden meer dan twee uur voor de aanvang en meer dan één uur na afloop van de markt ruimte in te nemen of te doen innemen op het marktterrein met een voertuig, met goederen of anderszins, of goederen aan- of af te voeren of te laten aan- of afvoeren. 2. Een vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens op aanvraag door het college verleende ontheffing. Aan een ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. 3. Een vergunninghouder zorgt ervoor dat de standplaats bij aanvang van de markt volledig ingericht is en gereed is voor de verkoop van de producten.
Artikel 21. Markttijden in acht nemen 1. Het is verboden meer dan 2 uur voor de aanvang en meer dan 1 uur na afloop van de reguliere warenmarkt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren. 2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de reguliere warenmarkt, behoudens door het college verleende ontheffing. 3. Het college kan aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven. 4. Een vergunninghouder zorgt ervoor dat de standplaats bij aanvang van de reguliere warenmarkt volledig is ingericht en gereed is voor de verkoop van de producten.
Artikel is redactioneel aangepast, maar inhoudelijk niet gewijzigd.
Artikel 19 Markt schoonhouden
Artikel 19. Markt schoonhouden 1. Een vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat tijdens de door hem uitgeoefende verkoop op zijn standplaats vrij komt zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. Hij voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af of laat het afvoeren. 2. Een vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.
Artikel 22. Marktterrein schoonhouden 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren. 2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.
Artikel is vernummerd en redactioneel aangepast, maar inhoudelijk niet gewijzigd.
Hoofdstuk 5 Artikel 20 Toezichthouders
Handhaving Artikel 20. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen marktmeester en de overige door het college aangewezen toezichthouders.
Artikel 24. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door het college aangewezen marktmeester en de overige door hen aangewezen toezichthouders.
Artikelnummer is gewijzigd, maar is inhoudelijk niet gewijzigd.
Artikel 21 Onmiddellijke verwijdering
Artikel 21. Onmiddellijke verwijdering Het college kan een vergunninghouder of iemand die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of een bij of krachtens deze verordening gestelde bepaling heeft overtreden.
Artikel 25. Onmiddellijke verwijdering Het college kan een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de reguliere warenmarkt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.
Artikelnummer is gewijzigd. Het artikel is redactioneel aangepast, maar inhoudelijk niet gewijzigd.
Artikel 22 Strafbepaling
Artikel 22. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 26. Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikelnummer is gewijzigd, maar is inhoudelijk niet gewijzigd.
Hoofdstuk 6 Artikel 23 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Slotbepalingen Artikel 23. Intrekking oude verordeningen en overgangsrecht 1. De “Marktverordening gemeente Binnenmaas 2015”, “Marktverordening gemeente Strijen 2008”en “Verordening regerende het marktwezen in de gemeente Cromstrijen 2014” worden ingetrokken. 2. De krachtens de “Marktverordening gemeente Binnenmaas 2015”, “Marktverordening gemeente Strijen 2008” en ”Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Cromstrijen 2014” vastgestelde wachten anciënniteitslijsten gelden als lijsten krachtens deze verordening. 3. Een krachtens de “Marktverordening gemeente Binnenmaas 2015”, “Marktverordening gemeente Strijen 2008” en “Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Cromstrijen 2014” verleende vergunning of ontheffing geldt als vergunning of ontheffing verleend krachtens deze verordening. 4. Aanvragen om vergunning of ontheffing die zijn ingediend onder de “Marktverordening gemeente Binnenmaas 2015”, “Marktverordening gemeente Strijen 2008” en “Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Cromstrijen 2014” maar waarop nog niet is beschikt bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld overeenkomstig deze verordening.
Artikel 27. Overgangsrecht 1. Vergunningen en ontheffingen die zijn verleend op grond van de Marktverordening Hoeksche Waard 2020, de Marktverordening gemeente Binnenmaas 2015, de Marktverordening gemeente Strijen 2008 en de Verordening regelende het marktwezen in de gemeente Cromstrijen 2014 en die van kracht zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening, gelden als een vergunning dan wel ontheffing krachtens deze verordening. Voor zover het vergunningen of ontheffingen betreft die zijn verleend voor onbepaalde tijd, blijven deze ongewijzigd van kracht. 2. Overige besluiten die zijn genomen op grond van de hiervoor genoemde marktverordeningen blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgemeester en wethouders deze hebben gewijzigd of ingetrokken. 3. De op grond van de Marktverordening Hoeksche Waard 2020 vastgestelde wachtlijsten komen te vervallen op het moment van inwerkingtreding van de Marktverordening Hoeksche Waard 2025. 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Marktverordening Hoeksche Waard 2020, waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de Marktverordening Hoeksche Waard 2025 beslist.
Artikelnummer is gewijzigd. Intrekking van de oude regeling is nu in artikel 29 geregeld.
Artikel 24 Citeertitel
Artikel 24. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening gemeente Hoeksche Waard 2020.
Artikel 29. Intrekking oude regeling De Marktverordening Hoeksche Waard 2020 wordt ingetrokken. Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening Hoeksche Waard 2025.
Artikel 25 Inwerkingtreding
Artikel 25. Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking.
Artikel verwerkt in nieuwe artikel 30
Deze bepaling is al opgenomen in het nieuwe artikel 30
NIEUWE BEPALINGEN Nieuw artikel
--
Artikel 8. Verlenging na afroep 1. Bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kan het college de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn. 2. Bij de verlenging na afroep maakt het college 8 weken voor het einde van de duur van de vastestandplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het Gemeenteblad en in het huis-aan-huisblad Kompas bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 15 jaar. 3. Bij deze openbare kennisgeving worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vastestandplaatsvergunning binnen 4 weken na de kennisgeving als bedoeld in lid 2 van dit artikel kenbaar te maken op de door het college aangegeven wijze. 4. Als binnen de gestelde termijn alleen de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengt het college zijn vastestandplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur. 5. Als binnen de gestelde termijn naast de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd.
In dat geval past het college de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van de artikelen 9 of 10 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen. 6. In het in het vijfde lid bedoelde geval stelt het college de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikelen 9 of 10 wordt toegepast en dat zij vóór de door het college genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
Als de looptijd van een vaste standplaatsvergunning eindigt, dan moet die in principe weer worden uitgegeven via de verdeelprocedure van artikel 9 of 10. Als er echter geen andere gegadigden zijn dan de zittende vergunninghouder, dan kan de vergunning worden verlengd met 15 jaar.
Nieuw artikel
--
Artikel 12 Weigeringsgronden Het college kan de standplaatsvergunning weigeren, indien: a. de aanvrager bij de aanvraag onjuiste gegevens heeft verstrekt; b. de aanvraag is ingediend buiten de termijn waarbinnen de standplaatsvergunning kon worden aangevraagd; c. voor alle standplaatsen reeds een
Voor de volledigheid zijn aan de verordening weigeringsgronden toegevoegd.
standplaatsvergunning is verleend; d. het assortiment van aanvrager niet binnen één branche valt; e. het maximale aantal standplaatsvergunningen is verleend voor de branche waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; f. er meerdere aanvragen zijn en de aanvrager als gevolg van de toegepaste verdelingssystematiek van artikel 9 of 10 niet in aanmerking komt voor de vergunning. Nieuw artikel
--
Artikel 23 Reguliere warenmarkt verplaatsen of annuleren 1. Het college kan in bijzondere gevallen de reguliere warenmarkt geheel of gedeeltelijk verplaatsen, gewijzigd inrichten of afgelasten. 2. Van een bijzonder geval, zoals bedoeld in het eerste lid, is in elk geval sprake bij noodzakelijke (civieltechnische) werkzaamheden aan het marktterrein, bij bepaalde evenementen of in verband met bepaalde (verwachte) weersomstandigheden. 3. Als sprake is van geheel of gedeeltelijke verplaatsing, gewijzigde inrichting of afgelasting van de reguliere warenmarkt, wordt dit tijdig door of namens het college aan de vergunninghouders van de markt meegedeeld. 4. Bij onvoorziene omstandigheden beslist de marktmeester over geheel of gedeeltelijke verplaatsing, gewijzigde inrichting of afgelasting van de reguliere warenmarkt.
Dit nieuwe artikel geeft het college de mogelijkheid om in bijzondere gevallen de markt te verplaatsen.