CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vooronderzoek conventionele explosieven juni 2024

Besluitvormende raad 17 september 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan ’s-Gravendeel West fase 1 voor de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk met 179 woningen21.474 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verder zijn te globale locatieaanduidingen en ruimingen waarbij geen Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen (bijvoorbeeld “schroot”) niet meegenomen. Tevens is een ander nadeel van deze bronnen dat zij niet volledig zijn: over de meldingen/ruimingen tussen 1940-1944 en 1947/1948-1971 zijn bij de EOD nauwelijks gegevens beschikbaar. Onnauwkeurigheid kan ten derde ontstaan door het georefereren van luchtfoto’s in een GIS. Deze afwijking ontstaat doordat de luchtfoto als tweedimensionaal vlak over het gekromde aardoppervlak wordt gelegd. Met name langs de randen van de luchtfoto kan de afwijking toenemen, alsook wanneer er weinig referentiepunten te vinden zijn. Dit laatste komt voor wanneer een gebied na de Tweede Wereldoorlog ingrijpend is veranderd. ECG onderkent deze onnauwkeurigheid en hanteert in de meeste gevallen een geografische tolerantie van 5 meter. Deze tolerantie wordt toegevoegd aan de risicobuffers voor verdacht gebied voor indicaties die met behulp van luchtfoto’s zijn afgebakend.

209-024-VO-01

Pagina 29 van 83

3 RESULTATEN ONDERZOEK CONFLICTPERIODE In het Onderzoek Conflictperiode wordt op basis van bronnenonderzoek beoordeeld of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen van de mogelijke aanwezigheid van OO.

3.1

LOCATIESPECIFIEKE KENMERKEN

Aangezien locatieverwijzingen een essentiële rol spelen bij het vaststellen van de relevantie van achterhaalde indicaties, wordt er gekeken naar de geografische situatie voor of ten tijde van de oorlog. Derhalve kunnen locatieverwijzingen die uit het huidige stratenbeeld zijn verdwenen toch worden achterhaald. Met behulp van een geallieerde stafkaart uit 1943, afkomstig van het Kadaster, kan de topografie van het onderzoeksgebied ten tijde van de oorlog worden achterhaald.20 De kaart is gegeorefereerd in ArcGIS waardoor het huidige onderzoeksgebied op de oude situatie kan worden geprojecteerd en op de volgende pagina weergegeven (figuur 2). Op deze kaarten staan diverse toponiemen weergeven. In de wetenschap van deze (voor een deel) uit de huidige topografie verdwenen locatieverwijzingen zal het indicatieonderzoek worden uitgevoerd. Zoals in paragraaf 2.7 werd vermeld, hanteerden de Geallieerden gedurende de Tweede Wereldoorlog onder andere het zogeheten Nord de Guerre-coördinatenstelsel. De gegevens uit bijvoorbeeld de Daily Logs met de eventueel daarin aangehaalde coördinaten zijn door middel van Geallieerde stafkaarten herleidbaar naar een locatie. Deze Daily Logs geven vaak informatie over aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen/gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte OO aan Geallieerde zijde.

De volgende kaartvierkanten zijn bij het doornemen van de Daily Logs gehanteerd: NORD DE GUERRE-COÖRDINATEN: QD8358 Onderzoeksgebied QD8359

Nabij onderzoeksgebied

QD8458

Onderzoeksgebied

QD8459

Nabij onderzoeksgebied

Tabel 7: De gehanteerde kaartvierkanten met basiscoördinaat bij het doornemen van de Daily Logs.

Overzichtskaart 209-024-TE-02 op pagina 32 toont de locatie van de gehanteerde Nord de Guerrecoördinaten ter hoogte van het onderzoeksgebied.

20 Kadaster, stafkaart Strijen, Holland 1:25.000, A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427) First Edition 1944, Sheet 9 N.W..

209-024-VO-01

Pagina 30 van 83

Figuur 3: Dit figuur toont een uitsnede van een geallieerde stafkaart uit 1944 ter hoogte van het onderzoeksgebied. Bron: Kadaster, stafkaart Strijen, Holland 1:25.000, A.M.S. M831 (G.S.G.S. 4427) First Edition 1944, Sheet 9 N.W..

209-024-VO-01

Pagina 31 van 83

3.2

OVERZICHTSTABEL CONFLICTPERIODE

De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie die uit literatuur, archiefdocumenten en luchtfotoanalyse is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum van de indicatie, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden indicaties geverifieerd met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe of bruine kleur. Vervolgens worden de ingezette OO die relevant zijn voor het onderzoek, waar mogelijk gespecificeerd naar hoofdsoort, subsoort, kaliber en ontsteker. Tot slot wordt bepaald of de indicatie relevant is voor het onderzoek. Deze indicaties zijn geografisch herleidbaar en kunnen bij voorkeur worden geverifieerd met een tweede bron. De indicaties die van belang zijn worden voorzien van een unieke GIS ID, welke ook bij de afbakening van verdacht gebied wordt gehanteerd. De GIS-ID is tevens terug te vinden in de bij dit rapport meegeleverde ArcGIS Shapefile. Indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele contra-indicaties en waar nodig afgebakend tot verdacht gebied. DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

Datum luchtfoto 1932

Sortie Kaartblad 44

Nummers Kaartblad 44 W III Dordrecht 13202 ’s-Gravendeel 1932

Luchtfotoanalyse

10-05-1940

‘De tegenmaatregelen op 10 en 11 Mei. (…) Tegen eventueele pogingen om de Kil te overschrijden, werd de Westelijke Kiloever bezet. Daarvoor aangewezen onderdeelen werden samengetrokken op die punten, waar een overgang kon worden verwacht, in het bijzonder te ’sGravendeel.’21

Schaal Ca. 1:10.000

‘Behalve verschillende zware luchtbombardementen hadden op 10, 11 en 12 Mei bewesten de Kil geen gevechtshandelingen van eenige beteekenis plaats. Onder den invloed van de gevechten op het Eiland van Dordrecht, werden eenige hergroepeeringen van de troepen uitgevoerd, welke voornamelijk beoogden de artillerie, waarmede nog een belangrijke gevechtswerkzaamheid kon worden ontwikkeld, te beschermen tegen vijandelijke afdeelingen, welke zouden trachten de verschillende wateren te overschrijden. Tengevolge van deze hergroepeeringen werd het front van de Groep Kil naar het Oosten gericht, terwijl maatregelen werden getroffen om dit

‘C.-23 R.A., tevens A.C.-Groep Kil (Luitenant-Kolonel Th. Ziedses des Plantes), wiens cp zich te ’sGravendeel bevindt, beschikt over de volgende artillerie: I-23 R.A., in stelling West van de Kil te Mookhoek nabij de boerderij ‘Schawacht’ (…). II-23 R.A., in stelling West van de Kil nabij Steenplaats, Zuid van Strijen, (…). 25 Afd.A., in stelling West van de Kil aan den Sassendijk en Boomdijk Zuidoost van Schenkeldijk, (…).’25 ‘Vervolgens is een sectie uitgezonden, benevens een sectie zw. Mitrs naar het pontveer te ’s Gravendeel. De sectie van 3-III stond onder sergt. Cap. Boer. De Sectie zw. Mitrs. Onder sergt. Cap. Nugteren. Verder werd een sectie onder res. 1e luit. Beets, benevens een sectie Mr. Van 28 R.I. onder res. 1e luit. Paling, welke opstelling moesten nemen tegenover de Catharinahoeve, uitgezonden. De sectie terugkeerende van de Eendenkooi, werd eveneens gedirigeerd op den W-Kildijk ten Z. van de sectie Catharinahoeve tot de omgeving van de Wacht. Deze sectie had aansluiting aan een sectie van 28 R.I. onder commando van den res. 1e luit. Lekkerkerker. Inmiddels werd ik aangewezen om het bevel op mij te nemen van de troepen te ’s-Gravendeel vanaf de

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

De luchtfoto toont de situatie van voor de oorlog. Te zien is dat het onderzoeksgebied bestaat uit landbouwgrond en omringd is door akkerland. De indicatie beschrijft de gebeurtenissen van 10 mei 1940. Tijdens de inval van Duitse troepen waren enkele Nederlandse bataljons gestationeerd in en nabij ’sGravendeel. Deze maakten onderdeel uit van Groep Kil, de groep die verantwoordelijk was voor de verdediging van het oostelijk deel van de Hoeksche Waard en het Eiland van Dordrecht. De regimenten te ’sGravendeel bevonden zich langs de oever van de rivier de Kil. Artilleriegroepen bevonden zich te Mookhoek, Steenplaats en Schenkeldijk. Verder werden gedurende de dag Nederlandse troepen gezonden naar De Wacht, ten zuiden van ’s-Gravendeel, en de veerpont te ’s-Gravendeel (gelegen aan de tegenwoordige Havenweg). Deze locaties bevinden zich allemaal op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De

21 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden, 1947), 113. 25 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487004 Staf van het 23e regiment artillerie door reserve kapitein H.B. Vrijlink, 71-72.

209-024-VO-01

Pagina 33 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

front in den rug tegen landingen uit de lucht te dekken.’22

Wacht tot en met noordrand eiland, terwijl C.-28 R.I. het Z. deel en Strijensas, Strijen, Cillaarshoek en Maasdam tot het noorden zou commandeeren.’ 26

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

‘In de Groep Kil waren, behalve ten oosten van de Kil, tevens bommen geworpen in het barakkenkamp van 25 Afd. A. bij Mookhoek en bij het veer te ’sGravendeel, zonder dat doelen werden getroffen.’23 ‘Daar geen der batterijen in staat was, uit de ingenomen stelling het vuur ten zuiden van Amstelwijck af te geven, deed de Gr. A.C. de 2e Batterij van I-23 R.A. van stelling veranderen, zodat doelen ten oosten van Wieldrecht onder vuur genomen konden worden genomen. De stellingverandering naar de noordrand van ’s-Gravendeel was oorzaak, dat de batterij eerst te 10.30 het bevolen vuur afgaf, hetwelk voor het beoogde doel geen nut meer had. De batterij bleef de volgende dagen in deze stelling gehandhaafd. Ongeveer gelijktijdig met het vertrek van 2-III-34 R.I. werd uit 3-III-34 R.I. (de enige overblijvende compagnie der Groepsreserve) een sectie, versterkt met twee sectiën zw.mitr. (elk à een stuk) naar ’s-Gravendeel gezonden, teneinde het veer te bezetten en de commandopost van de Gr. A.C. te dekken. Later in morgen ontving C.-II-28 R.I. te Strijen opdracht, één compagnie (gezonden werd de 1e Compagnie, die Bat. Reserve was) met een sectie zw. Mitr. op gevorderde auto’s te dirigeren naar ’sGravendeel ter versterking van de afsluiting van de overgang naar de Kil (…).’24

22 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940, 127-128. 23 V.E. Nierstrasz, De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940; Deel 4 De strijd om en in de Vesting Holland (zonder het Oostfront) Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het Zuidfront-

Vesting Holland (Den Haag 1955), 41. 24 Nierstrasz, V.E., De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II; Hoofddeel III. Nederlands verdediging tegen de Duitse aanval van 10 – 19 mei 1940; Deel 4 De strijd om en in de Vesting Holland (zonder het Oostfront) Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het ZuidfrontVesting Holland (Den Haag 1955), 42. 26 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 3.

209-024-VO-01

Pagina 34 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

11-05-1940

Duits bombardement op: ‘(…) De Westelijke Kiloever door tweeëntwintig bommenwerpers tussen 18.30 uur en 19.30 uur. Getroffen werd een Nederlandse munitieoplagplaats en dorp ’s Gravendeel.’27

‘6.45 Chef Staf vraagt naar toestand. Antwoord: Hier vrij verward; rondom ’s-Gravendeel dalen parachutisten. Heb om inf. Gevraagd. Chef Staf trekt op ’t oogenblik alle troepen uit Cillaarshoek, Strijen, enz. samen op Maasdam.’30

‘Ter bezetting van het Kilfront tegenover de Catharinahoeve werden de twee overgebleven sectiën van 3-III-34 R.I. onder de C.C. res. Kapitein L. Germeraad, ingezet en de sectie van die compagnie, die zich reeds te ’s-Gravendeel bevond, trad weder onder bevel van de C.C. Voorts werd de 1e Sectie van 28 C.Mr. onder res. 1e luitenant J.K. Paling uit Maasdam naar ’s-Gravendeel verplaatst en vervolgens tegenover Catharinahoeve ingezet. Bij het duel met de vijandelijke mortieren, dat hierop ontstond, werd de tijdelijk in een boerderij opgeslagen mortiermunitie door een vijandelijk projectiel getroffen, waardoor 25 granaten ontploften.’28 ‘Een nieuw beroep op de C-Gr. Spui in de ochtend van 11 mei leverde Groep Kil wederom een zwakke compagnie versterking op. Deze keer was het 3-I34.RI (min een sectie) dat met ondersteuning van een sectie mortieren van 34.Cie.Mr naar Maasdam werd verstuurd en daar voor het middaguur reeds arriveerde. De sectie mortieren werd direct doorgestuurd naar het zuidoosten van ’s-Gravendeel om aldaar Duits mortiervuur – zoals het op 11 mei wordt geadresseerd in Nederlandse verslagen – rond Catharinahoeve te bestrijden. Dat Duitse mortiervuur was overigens vrijwel zeker helemaal geen

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

’13.40 Bericht van C.-I-23 R.A.: 6 vij. vliegtuigen vliegen laag over I-23 R.A. en gooiden 1 bom neer; geen schade, vermoedelijk stelling verkend.’ 31 ‘op Zaterdag 11 Mei zijn door mij, ingevolge daartoe ontvangen opdracht de terugkeerende deelen van het Bataljon van den Majoor Ravelli opgevangen. (…) Uit deze deelen werden door mij geformeerd één Sectie zware Mitr. onder commando van den 1en Luit. Krabbedam van II-28 R.I. en twee tirailleursectiën werd de inmiddels verkregen stelling langs de Kil in noordelijke richting verlengd van den haven van ’s-Gravendeel tot 150 N. van vt.-lijn 423 langs de Krabbe, ter bewaking van dit water en van het eiland Krabbepolder aan de overzijde ervan. (…) Verder had ik rechtstreekschen steun verkregen van een batterij 7 veld, welke geplaatst was pl. M. 600 m. ten westen van de haven in de bocht van den nieuwen kunstweg naar Maasdam. (…) De Catharinahoeve en omgeving zijn doorlopend sterk bezet geweest. Doorloopend werd uit deze hoeve en de naaste omgeving mitrailleurvuur en mortiervuur ontvangen, reeds op 10 Mei toen de eerste bezetting op den westelijke oever arriveerde.’ 32

RELEVANTIE De indicatie vermeldt de gebeurtenissen van 11 mei 1940. In figuur 4 zijn de locaties van de verschillende Nederlandse eenheden weergegeven. Uit het geraadpleegde bronmateriaal blijkt dat de westelijke Kiloever getroffen werd door bommenwerpers. Hierbij werden een munitieopslagplaats, nabij de Catharinahoeve ten zuiden van ’sGravendeel, en het dorp ’sGravendeel getroffen. De Catharinahoeve ligt op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Tijdens de oorlog lag het dorp ’sGravendeel op één kilometer ten oosten van het onderzoeksgebied. Een exacte locatie van het bombardement in het dorp ontbreekt daarnaast, waardoor de indicatie niet verifieerbaar en herleidbaar is naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt niet verder meegenomen in het onderzoek.

27 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p., z.j.), 39. 28 Nierstrasz, Onderdeel B. De krijgsverrichtingen op het Zuidfront-Vesting Holland, 43. 30 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 4. 31 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 6. 32 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 2-3.

209-024-VO-01

Pagina 35 van 83

DATUM:

12-05-1940

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR: mortiervuur, maar vuur van de twee berghouwitsers van de Fallschirmjäger Geschutzbatterie, die in de late avond van 10 mei bij Willemsdorp waren aangekomen.’29 Duits bombardement op: ‘(…) De westelijke Kiloever tussen 18.30 uur en 19.00 uur door tweeëntwintig bommenwerpers. Getroffen werd de veerpont bij ’s Gravendeel, havenhoofden en een Nederlandse munitieopslagplaats.’33

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

’18.40 Gebombardeerd door vij. vliegtuigen: 25 Afd. A., II-23 R.A., De Wacht, Meerkoot en Schenkeldijk. Voorts ’s-Gravendeel e.o.’34

De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 12 mei 1940. Uit de indicatie blijkt dat de haven van ’s-Gravendeel, omgeving Schenkeldijk en de munitieopslagplaats nabij de Catharinahoeve zijn gebombardeerd. Globale locaties waar bommen terecht zijn gekomen zijn weergegeven in figuur 5 en 6. Beide locaties liggen op geruime afstand van het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

’19.40 Bericht van toren ’s-Gravendeel: Duitschers trachten bezetting overzijde veer terug te dringen naar ’s-Gravendeel; er wordt hevig gevochten. Lichtkogels richting ’s-Gravendeel – Maasdam.’35 ‘In den namiddag van 12 Mei werd de stelling tegenover de Catharinahoeve door 23 vijandelijke vliegtuigen gebombardeerd.’36

13-05-1940

Duits bombardement op: ‘(…) ’s-Gravendeel door Dorniers Do 17 tussen 04.00 uur en 05.30 uur. Getroffen werd de varkensschuur van dhr. Verkerk.’38

‘Juist als onze activiteit haar hoogtepunt heeft bereikt en practisch alle Btn. in actie zijn, komen te 18.40 groote groepen bommenwerpers boven het geheele Groepsgebied, die gedurende een half uur een dermate hevig luchtgevecht ontketenen op de 25 Afd. A., II-23 R.A., ‘s -Gravendeel en omgeving, gevolgd door mitrailleurvuur uit de dan laag neerduikende machines, dat inderdaad alles stopgezet moet worden en dekking gezocht, waar deze maar eenigszins te vinden is. (…) Wel zijn in de 25 Afd. A. een tiental bommen gevallen, is het voordien reeds onbruikbaar geworden re stuk van de li Bt. Door een zware bom getroffen, zijn de telefoonverbindingen verstoord (…).’37 ‘Gedurende den morgen langdurige aanval door vij. vliegtuigen (duur ongeveer een uur), hierbij werden verschillende punten in en om ’s-Gravendeel gebombardeerd, terwijl in de omgeving van mijn cp. mitr. vuur uit vliegtuigen werd gebracht.

RELEVANTIE

‘Erfolgreicher Angriff auf Batteriestellungen süd-ostw. Dordrecht, nordostw. Gravendeel und ostw. Alblasserdam, Infanteriestellung nördl. Moerdijk und Flakstellunden nördl. Tiel angegriffen.’47

De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 13 mei 1940. Uit de indicatie blijkt dat ’sGravendeel getroffen is door een bombardement en artillerievuur. Hierbij werden de haven, de

29 Zuidfront Holland, mei 1940, ‘Groep Kil’ <http://www.zuidfront-holland1940.nl/index.php?page=groep-kil---hoekse-waard-3> [geraadpleegd op 01-09-2021]. 33 T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p., z.j.), 55. 34 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 8. 35 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 9. 36 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 4. 37 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487004 Staf van het 23e regiment artillerie door reserve kapitein H.B. Vrijlink, 107-108. 38 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 66. 47 Bundesarchiv-Militärarchiv, RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab, inv. nr. 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940.

209-024-VO-01

Pagina 36 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

E’en Nederlandse geschutsopstelling achter café De Hoop aan de Maasdamseweg bij ’s-Gravendeel wordt gebombardeerd. De kanonnen vormen een te grote hinder voor de Duitsers aan de Dordtse kant van de Kil. Drie kanonnen worden vernietigd, zo ook een varkenshok van Verkerk; (…). Op omringende huizen ligt geen dakpan meer en de meeste ruiten liggen eruit. De bakkerij van Moret wordt beschadigd en aan de Strijensedijk storten de huizen van de families Kooijman en Versendaal in. Het huis van de familie Van de Wulp wordt zwaar beschadigd. Er is veel materiële schade maar er zijn geen doden te betreuren.39

Voorts werd de toren ’s-Gravendeel den vorigen dag en dezen regelmatig met mitr. vuur bestookt (vermoedelijk van af O. Kiloever). De beide vorige dagen en dezen dag werd de watertoren Z. van ’s-Gravendeel van tijd tot tijd met een enkel art. projectiel beschoten. (…) Daar de eigen inf. meermalen week en daarbij opgaf, dat Duitsche inf. de Kil had overschreden, hetgeen bij onderzoek telkens – voor zoover was na te gaan – niet juist bleek, zijn door mijn gevechtsopstellingen op de toegangswegen naar mijn cp. met behulp van zandzakken opgeworpen; deze gevechtsopstellingen zijn door personeel van mijn staf bezet.’41

‘Op 13 Mei nam het wederzijdsch mitrailleur- en mortiervuur aan het Kilfront in hevigheid toe; de vijand bracht bovendien artillerie in het gevecht. Het door 4-3 G.B. bezette bruggenhoofd Wieldrecht, waaruit troepen van de Groep Kil zouden oprukken om op 13 Mei de actie van de Oostelijke gevechtsgroep der Lt. Div. op het Eiland van Dordrecht te steunen, werd in den namiddag van dien dag door pantserwagens uiteengeslagen. Deze wapens openden met hun geschut een hevig artillerievuur op ’s-Gravendeel, in het bijzonder op de voor waarnemingspost in aanmerking komende punten o.a. de Watertoren en de Protestantsche kerk. Dit artillerievuur veroorzaakte een paniek en had, ook omdat de vijand bezuiden ‘De Wacht’ – gelegen aan de Dordsche Kil, Zuid van ’sGravendeel – er in geslaagd was, de Kil over te steken, een terugvloeien van de verdedigers tengevolge. Niettemin gelukte het den toestand op het naar het

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE watertoren ten zuiden van het dorp en de Protestantse Kerk in het dorp getroffen, evenals omliggende huizen (globaal weergegeven in figuur 5). Deze locaties bevinden zich allemaal op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

’14.30 Bericht van 25 Afd. A. meldt: (…) Vervolgens beschoten pantserwagens met licht geschut ’sGravendeel. Inf. en burgerbevolking vlucht. Burgemeester vraagt mij, of hij burgerbevolking thans moet evacueeren.’42 ‘Maatregelen (…) Na terugkomst van deze 4 officieren en na mijn terugkeer in mijn cp., werd de toren ’sGravendeel onder art. vuur genomen door den vijand. Deze werd, evenals de Watertoren Z. van ’sGravendeel getroffen, terwijl enkele projectielen in de omgeving van mijn cp. (onmiddellijk tegenover de vorengenoemde kerktoren gelegen) insloegen. Het resultaat van deze beschieting was, dat de vorengenoemde pogingen de vluchtende militairen terug te sturen niet het gewenschte resultaat hadden. (…) Nadat orde en rust waren hersteld, heb ik me begeven naar cp. C.-Brig. C., teneinde hem van den toestand persoonlijk in kennis te stellen en hem in overweging te geven mijn cp. naar Puttershoek te verplaatsen; (…). (…) is door mijn cp. van Chef Staf bevel ontvangen I-23 R.A. terug te trekken op Maasdam en II-23 R.A. op Cillaarshoek. (…) Daarop is door mij bevel gegeven voor het verplaatsen van mijn cp. van ’s-Gravendeel naar Puttershoek (…).’ 43

39 W. Wüst en H. Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945 (Oud-Beijerland, 2002), 49-50. 41 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 11 42 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 12. 43 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 487002 Dagboek van de commandant van het 23e regiment artillerie luitenant-kolonel T. Ziedses des Plantes, 12-13.

209-024-VO-01

Pagina 37 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

Oosten gekeerde front te consolideeren.’40

‘Later op Maandag 13 Mei werd een stuk veldgeschut van 7 c.m. eenvoudig op den dijk geplaatst, waarmede de watertoren en de toren van ’sGravendeel werden gebombardeerd. Onze middelen ter bestrijding waren niet in staat één en ander te beletten.’44

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

‘Omstreeks 11.30 verschenen op 13 Mei voor het pontveer een aantal (waarschijnlijk zes) vijandelijke tanks. (…) De gebouwen in de omgeving van de haven zijn door de tanks bevuurd, zoomede de toren van ’sGravendeel. O.m. werd één der gashouders getroffen, doch veroorzaakte slechts een groote steekvlam.’45

14-05-1940

Duits bombardement op: ‘(…) ’s Gravendeel.’48 ‘Dezelfde dag, ’s morgens rond 11.00 uur, gooit een Duitse bommenwerper bommen op een stuk geschut dat door de Nederlandse soldaten is achtergelaten op de kade van ’s-Gravendeel. Er is wederom veel materiële schade. De bevolking rijdt het kanon de Kil in om verdere problemen te voorkomen. Dan volgt de capitulatie.’49

Datum luchtfoto

Sortie

Schaal

‘Later op 13 Mei werd een stuk veldgeschut van 7 c.m. eenvoudig boven den dijk geplaatst, waarmede de watertoren en de toren van ’s-Gravendeel werden gebombardeerd. Mijn middelen ter bestrijding hiervan waren niet in staat dit te beletten en artillerievuur kon ik niet meer krijgen, daar naar ik verneem de artillerie toen reeds opdracht had ontvangen terug te trekken. Dit was op 13 Mei omstreeks 18.00 uur.’46 ‘Des avonds de sectie Catharinehoeve, die op zijn flank verlaten was door de sectie van Luit. Lekkerkerker, teruggenomen naar de zuidelijke uitgangen van ’s Gravendeel, wijl bleek dat flankvuur uit de omgeving de Wacht werd ontvangen, alwaar vijandelijke patrouilles werden overgezet, zoodat deze Sectie op zijn flank en in de rug onbeveiligd was. Toen ik de oudste Officier van ’s Gravendeel was, heb ik mij op de hoogte gesteld van de toestand van het veer. Ik besloot toen ’s Gravendeel tot elke prijs te zullen houden en sloot alle toegangswegen tot ’s Gravendeel af, ’s nachts gebeurde er niets.’50 Nummers

De indicatie omschrijft de gebeurtenissen gedurende 14 mei 1940. Uit de indicatie blijkt dat de haven van ’s-Gravendeel is getroffen door een bombardement. De haven bevindt zich op geruime afstand van het onderzoeksgebied. Er zijn geen gevechtshandelingen te herleiden naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek. Luchtfotoanalyse

40 Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940, 127-128. 44 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 4. 45 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 4. 46 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486027 Verslag van de commandant van de 3e compagnie van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie kapitein L. Germeraad, 3. 48 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 81. 49 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 50. 50 Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 409 Gevechtsverslagen- en rapporten mei 1940, inv nr. 486024 Verslag van de commandant van het 3e bataljon van het 34e regiment infanterie majoor A.C. Houtman, 5.

209-024-VO-01

Pagina 38 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

20-06-1940

HAA-050

1:32.500

242

25-07-1940

H-30

1:31.000

240; 40

Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied. De zwarte vlekken op de foto zijn waarschijnlijk te wijten aan de kwaliteit van de luchtopname. Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.

30-07-1940

08-09-1941

Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: ‘(…) T 1261 Wellington Mk II Z8328 PHvan het No. 12 squadron om 05.00 uur op de 1e Kruisweg te ’s Gravendeel.’52 De SGLO meldt op deze datum: Het neerkomen van een Wellington Mk II met serienummer Z8328, onderdeel van 12 Squadron. Het vliegtuig kwam om 5 uur ’s ochtends neer op de 1e Kruisweg te ’s-Gravendeel.53 ‘Eén van de toestellen komt neer aan de Eerste Kruisweg bij ’s-Gravendeel in de Hoeksche Waard. Het is een Wellington II van No. 12 Squadron, een van de twee bommenwerpers van dit Squadron die

‘’s-Gravendeel en Mookhoek; Aantal der opgeruimde soort projectielen: 2 bg. 15 cm in vuurmonden – tot springen gebracht. 1 bg. 12 cm (Duitsche) in land nabij ‘de Wacht’ – tot springen gebracht. 1 bg 7 veld. in polder Bonaventura – tot springen gebracht. 1 vliegtuigbom in land van gebroeders Molenveld – voorlopig laten zitten. 1 bg 75 tl. in Houtkant [?] bij A. Ruitenburg. – tot springen gebracht. 1 bg 75 tl. in land van H. de Kreck [?] – tot springen gebracht.’51 ‘7.9.41 (…) Ten aircraft took off for operations against Berlin. (…) Sgt. Johnston (2nd Pilot), P/O Peat (A/Obs), Sgt. Ledgerwood (WO/AG), Sgt. Lanfear (front gunner), Sgt. Smith (Tail gunner) failed to return from this operation, but information has now been received that all members of this crew are prisoners of war in France.’56

INGEZETTE OO

RELEVANTIE Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan.

Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan. De indicatie vermeldt gevonden munitie in de omgeving van ’sGravendeel. Door afwezigheid van een adreslijst is gevonden munitie niet verifieerbaar en niet te herleiden naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

‘Durch Flak: (…) 1 Vickers-Wellington bei Puttershoek.’58

‘Missing: No. 1 Group 2 Wellington of 12 Sqn on Berlin.’57 ‘7th/8th (…) 26 aircraft from the Group were detailed to carry out Gardening operations in the areas Nectarines, Beeches and Cinnamon. (…) 1 aircraft landed at Cranfield on the outward journey, and one aircraft is missing.’

De indicatie vermeldt het neerkomen van een vliegtuig nabij ‘s-Gravendeel, aan de Eerste Kruisweg. Uit de ooggetuigenverslagen blijkt dat het vliegtuig ten noorden van een boerderij aan de hedendaagse Maasdamseweg 18 neer is gekomen. Een aanvulling op de locatieomschrijving plaatst het vliegtuig in het bouwland tussen de Molendijk en de Maasdamseweg. Gedestilleerd kan worden dat het vliegtuig naar alle waarschijnlijkheid terecht is gekomen in de weilanden tussen de Maasdamseweg, de Molendijk en de Eerste en Tweede Kruisweg. Dit gebied ligt op minimaal circa 300 meter ten westen van het

51 Nationaal Archief, 2.13.210 Ministerie van Defensie: Commissie van Proefneming, inv. nr. 23 Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, 1940. 52 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 793. 53 SGLO crashdatabase, Verliesregister T1261 <https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=T1261&date=&location=&pn=&unit=&name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield=> [geraadpleegd op 21-07-2021]. 56 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 165 No 12 Squadron: Operations Record Book 1941 Jan.-Dec. 57 National Archives, AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files, inv. nr. 2673 Night Bomb raid sheets Vol. X. 1941 June-Dec. 58 Bundesarchiv-Militärarchiv, RL 2-II Generalstab der Luftwaffe/Luftwaffenführungsstab, inv. nr. 258 Luftlageberichte Nr.726 – Nr.730, 4. Sept. 1941 – 8.Sept. 1941.

209-024-VO-01

Pagina 39 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

niet zullen terugkeren naar het vliegveld Binbrook, vanwaar ze met nog acht andere toestellen de vorige avond tegen 22.00 uur zijn opgestegen. (…) Het toestel vliegt ten oosten van Rotterdam in een zuidwestelijke koers en maakt kort daarop en noodlanding bij ’s-Gravendeel. Een eerste poging om het vliegtuig in brand te steken mislukt. Pilot Officer Peat gaat het toestel weer binnen, grijpt al zijn navigatiekaarten en maakt in het vliegtuig een vuur. Als hij weer uit het vliegtuig klimt, blijken de eerste Duitsers op de plaats van de crash te zijn gearriveerd. (…) Krijn Kooy, toen woonachtig aan de Smidsweg 72 [nu Maasdamseweg 18], ziet de Wellington in het land ten noorden van de boerderij neerkomen. (…) Er loopt een brede sloot door het land, die Kooy van de vliegers scheidt. De bemanning staat aan de andere kant van de vaart. (…) Eén van de andere getuigen is Andries de Geus. (…) Vlak bij de ‘oude boerderij’ aan de Eerste Kruisweg ziet hij een zwarte rookwolk opstijgen. Dichterbij gekomen ziet hij in het bouwland van Adrianus Kooy tussen de Molendijk en de Maasdamseweg een vliegtuig liggen.’54

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

Overzicht van in de Hoeksche Waard neergekomen vliegtuigen en bemanningen. ‘(…) Datum: 08-09-1941 – 05.30 uur Plaats: ’s Gravendeel, Eerste Kruisweg Vliegtuig: Wellington Mk.II Registratie: PH- ? – Z8328 Eenheid: No. 12 Squadron RAF Doelwit: Berlijn.’55

54 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 97-99. 55 Ibidem, 268.

209-024-VO-01

Pagina 40 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

12-02-1942

Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: ‘(…) T 1412 Junker Ju 88 te ’s Gravendeel.’59

‘Missing: Group 92, 1 Wellington of 23 Squadron O.T.U. on Cologne.’60

31-05-1942

Op deze dag zijn de volgende vliegtuigen verongelukt: ‘(…) T 1543 Wellington Mk Ic N2851 BBvan het No. 23 O.T.U. squadron om 00.14 uur aan de Maasdamseweg te ’s Gravendeel.’61

‘30/31.5.42 Wellington IC 23 O.T.U. x 9801, on Cologne. 51° 43’N 03° 20E. 0320 hours 7/8,000 ft. (…). Bombs dropped (except 60 x 4 lbs incs. Hung up). Course 298° N. Visibility excellent with full moon on port quarter. Thin layer cloud 1,500 ft. Above and 1,000 ft. Below. Ju.88 was first observed at 600 yards approaching from above on starboard quarter. Passing Wellington, E/A then turned and approached from below on starboard bow opening fire at 100 yards and breaking away at 500 yards when R/G gave it a 4 secs burst. Tracers were seen entering fuselage of E/A from trailing edge of wing forward after which E/A dived away. E/A fire was seen from cannon in nose and M.G’s, Wellington evaded by diving and making 30° turn to starboard. Our A/C hydraulic system rendered u/s, port nacelle tank holed, petrol and brake lines severed and holed, u/c, flaps, brakes and inter-com. u/s Emergency u/c used for landing.’67

De SGLO meldt op deze datum: Het neerkomen van een Wellington Mk Ic met serienummer N2851, onderdeel van 23 OTU. Het vliegtuig kwam neer om 01.14 en was neergeschoten uit de lucht door een nachtjager. De crashlocatie is Maasdamseweg te ’s-Gravendeel.62 ‘De ene niet teruggekeerde Wellington speelt de hoofdrol in ons verhaal. Het is een Wellington bommenwerper met aan boord vier Australiërs en een Canadees. Het vliegtuig stort om 01.20 uur neer bij ’s-Gravendeel. (…) De heer N. Kooy weet nog hoe hij midden in de nacht wakker schrikt van een enorme explosie. Hij gaat de volgende morgen op onderzoek uit en ziet een volledig uitgebrand vliegtuig liggen aan de Voorste Kruisweg. Tegenover de boerderij aan de Maasdamseweg ligt een lijk met een nog gesloten parachute. Het enge is dat je gewoon tussen de wrakstukken kunt doorlopen. (…) Op de plaats van de crash

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

De indicatie vermeldt het neerkomen van twee vliegtuigen. De indicaties zijn niet verifieerbaar aan de hand van andere bronnen en zijn niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicaties worden niet verder meegenomen in het onderzoek. De indicatie vermeldt het neerkomen van een vliegtuig nabij de Maasdamseweg en de ‘Voorste Kruisweg’, waarschijnlijk wordt hier de Eerste Kruisweg mee bedoeld. Uit naoorlogse getuigenissen blijkt dat het vliegtuig neer is gekomen tussen de Eerste en de Tweede Kruisweg. Dit gebied ligt op minimaal circa 300 meter ten westen van het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

59 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 961. 60 National Archives, AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files, inv. nr. 2674 Night Bomb raid sheets Vol. XI. 1942 Jan.- June. 61 Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945, 1094. 62 SGLO crashdatabase, Verliesregister T1543 <https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/rs.php?aircraft=&sglo=T1543&date=&location=&pn=&unit=&name=&cemetry=&airforce=&target=&area=&airfield=> [geraadpleegd op 21-07-2021]. 67 National Archives, AIR 50 Air ministry: Combat reports, Second World War, inv. nr. 483 No 23 O T U, Pershore.

209-024-VO-01

Pagina 41 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

is eigenlijk alleen een diepe krater en een hoop verwrongen metaal te zien. (…) In de resten van een koepel ziet hij twee kromgebogen mitrailleurs. Aan de overkant van de weg ligt een motor in het land. (…) De Duitsers begraven de twee gevonden bemanningsleden en de wrakstukken worden enkele dagen later op diepladers weggehaald.’63 ‘In november 1944 wordt Flying Officer Vivian Oury van No. 151 Aircraft Repair Unit door de RAF aangewezen om onderzoek te doen naar vermiste bemanningsleden. (…) Oury maakt bij zijn onderzoek van deze bommenwerper in ’sGravendeel de hieronder volgende aantekeningen: ‘1 Mile west of ’s Gravendeel at 1.14 BDS on 31/5/42 shot down by German nightfighter, a Wellington carrying incendiaries (?) a/c disintegrated. Only traces of 4 crew found. One bailed out too late: killed. Rear gunner remained in tail,. Went some distance: killed. The two others totally burnt – no trace except identity discs. (…)’ (…) Flying Officer Oury heeft aangenomen dat zij zijn neergeschoten door een Duitse nachtjager, misschien een van de Junkers Ju-88’s waarover wordt gesproken in het Operations Record Book van No. 23 OTU. De Wellington is daarna met hoge snelheid de grond ingevlogen en uiteengeslagen.’64 Overzicht van in de Hoeksche Waard neergekomen vliegtuigen en bemanningen.

‘(…) Datum: 31-05-1942 – 01.20 uur Plaats: ’s Gravendeel, Maasdamseweg Vliegtuig: Vickers Wellington Mk.Ic Registratie: ? – F3 – N2857

63 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 107-109. 64 Wüst en Onderwater, One of our aircraft is missing: De luchtoorlog boven de Hoeksche Waard 1940-1945, 110.

209-024-VO-01

Pagina 42 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

Nummers 3042; 3043; 3044; 3095

Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

Eenheid: 23 OTU RAF Doelwit: Keulen.’65 ‘Een ooggetuige uit ’s-Gravendeel ziet plots boven zijn hoofd een brandend vliegtuig naar beneden komen en dat komt fel brandend neer in de buurt van de Maasdamse weg tussen de eerste en middelste kruisweg tussen Maasdam en ’s-Gravendeel.’66 Datum luchtfoto 12-09-1944

Sortie 4-0806

16-09-1944/1709-1944

‘351 vliegtuigen werden uitgestuurd voor o.a. de volgende operaties: 59 vliegtuigen, 54 Lancasters en vijf Mosquito’s naar flakstellingen en de spoorbrug bij Moerdijk; (…) Er waren twee gevechten met vijandelijke tegenweer. Twee Lancasters keerden niet terug. (…) De twee Lancasters die verloren gingen waren van No 90 en 115 Squadron, met respectievelijk F/O. Tooley en F/O. Bickford als piloot en Captain en kwamen neer bij ’s Gravendeel en Strijen.’68 Sortie Schaal 4-1232 1:7.600

Datum luchtfoto 06-11-1944

Schaal 1:16.800

’16.9.44 - 24 aircraft were detailed and prepared to attack Moerdijk. 1 aircraft failed to return from operations. 23 aircraft attacked Moerdijk from 2255 to 2301 hours (…). 2 aircraft had combats with S/E aircraft and one was shot at by a Lancaster. 1 A/C was seen shot down.’69

Nummers 4174

Er zijn geen relevant waarnemingen gedaan. Uit de indicatie blijkt dat een vliegtuig is neergekomen te ’s-Gravendeel. Uit het bronmateriaal kan geen exacte locatie gedestilleerd worden. Hierdoor is de indicatie niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De indicatie wordt derhalve niet verder meegenomen in het onderzoek.

Luchtfotoanalyse Op de luchtfoto zijn ten zuiden van het onderzoeksgebied, voornamelijk in een bomenrij, enkele kleine verstoringen in de bodem waargenomen. Omdat er geen indicaties zijn voor gevechtshandelingen in de omgeving van het onderzoeksgebied, acht ECG het onwaarschijnlijk dat deze verstoringen door oorlogshandelingen veroorzaakt zijn. De verstoringen worden daarom niet relevant geacht en niet verder in het onderzoek meegenomen.

Er zijn geen OO-gerelateerde waarnemingen gedaan.

65 Ibidem, 268. 66 Monument Luchtoorlog Hoekse Waard 1940-1945, ‘Crashlocatie ’s-Gravendeel 31 mei 1942’ < https://www.dmlohw4045.nl/qr07-sgravendeel-31-mei-1942/> [geraadpleegd op 13-09-2021]. 68 G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog Deel 2 (z.p., z.j.), 320. 69 National Archives, AIR 27 Air Ministry and Successors: Operations Record Books, Squadrons, inv. nr. 732 No 90 Squadron: Operations Record Book, 1944 Jan. Dec.

209-024-VO-01

Pagina 43 van 83

DATUM:

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR:

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON NATIONALE ARCHIEVEN

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON INTERNATIONALE ARCHIEVEN

INGEZETTE OO

RELEVANTIE

Op de luchtfoto is verder waargenomen, dat de boerderij ten zuidoosten van het onderzoeksgebied half overkapt is. Op ongeveer 200 meter ten zuiden en 300 meter ten oosten van het onderzoeksgebied zijn echter nog twee gebouwen met precies zo’n dak waargenomen. Op basis van de waarnemingen, alsmede de afwezigheid van kraters in de omgeving van alle drie de panden, acht ECG het niet aannemelijk dat dit het gevolg is van oorlogshandelingen. De indicatie zal derhalve niet verder meegenomen worden in het onderzoek. De waarnemingen zijn weergegeven in figuur 7.

14-03-1945

4-1936

1:9.400

3028

11-09-1945

16-2242

1:18.000

3139

Classificatie B: Waarschijnlijk Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied. Op de luchtfoto zijn geen relevante waarnemingen gedaan in en nabij het onderzoeksgebied.

Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan. Er zijn geen relevante waarnemingen gedaan.

Tabel 8: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

209-024-VO-01

Pagina 44 van 83

3.3

FIGUREN BEHORENDE BIJ OVERZICHTSTABEL

Meidagen 1940

Figuur 4: Gevechten in de onmiddellijke omgeving van Dordrecht op 11 mei 1940, 6.00 uur. Op de Westoever van de Kil zijn de locaties van de verschillende Nederlandse eenheden te zien. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II

209-024-VO-01

Pagina 45 van 83

Figuur 5: Overzicht van gevechtshandelingen op 12 mei 1940, 20.00 uur. Op de kaart zijn de locaties van de luchtbombardementen zichtbaar. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II

209-024-VO-01

Pagina 46 van 83

Figuur 6: Overzicht van gevechtshandelingen op 13 mei 1940, 06.00 uur. Op de kaart zijn de locaties van de luchtbombardementen zichtbaar. Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie, 492 De strijd op Nederlands Grondgebied tijdens de Wereldoorlog II

209-024-VO-01

Pagina 47 van 83

Verstoringen op luchtfoto van 06-11-1944

Figuur 7: Dit figuur toont een uitsnede van een luchtfoto van 06-11-1944 ter hoogte van het onderzoeksgebied. Met roze zijn de verstoringen aangegeven die zijn waargenomen in (de omgeving van) het onderzoeksgebied. Omdat er geen indicaties zijn voor oorlogshandelingen in de omgeving van het onderzoeksgebied, en de verstoringen in een zeker patroon lijken te liggen, acht ECG het waarschijnlijk dat het hier gaat om het kappen van bomen / grondroering in het kader van landbouw. Ten oosten en ten zuiden van het onderzoeksgebied zijn twee van de gebouwen zichtbaar die half overkapt lijken te zijn. ECG acht het aannemelijk dat het hier om een bepaald type stal gaat. Bron: TOPO, 06-11-1944, Sortienummer 4-1232, Fotonummer 4174, schaal 1:9.400.

209-024-VO-01

Pagina 48 van 83

3.4

MIJNENVELDREGISTER

Bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) zijn gegevens uit het mijnenveldregister aangevraagd over de mogelijke aanwezigheid van mijnenvelden in en nabij het onderzoeksgebied.70 Uit de door de EOD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat er mijnenvelden hebben gelegen in het onderzoeksgebied.

3.5

NAOORLOGSE RUIMINGEN VAN OO

In de archieven van de EOD bevinden zich gegevens van naoorlogs aangetroffen en geruimde OO vanaf de jaren ‘70. De beperkingen van deze bronnen zijn weergegeven in paragraaf 2.9 Nauwkeurigheid en herleidbaarheid. MELDING NR.

DATUM71

LOCATIE

AANGETROFFEN

19720561

22-03-1972

1x brisantgranaat van 8,8cm

19823055

15-09-1982

Dhr. de Zeeuw - Maasdamseweg 8 – ‘s-Gravendeel Molendijk

20160149

11-01-2016

Kreekstraat 28

1x mortiergranaat van 3 inch met restant schokbuis no. 161/162 zonder staartstuk 1x Schokbuis; KL AZ 40 (restant).

Tabel 9: Meldingen en ruimingen van mogelijke Ontplofbare Oorlogsresten in (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

De ruimingen betreffen (restanten van) Duitse en Geallieerde geschutmunitie. De ruimingen in de omgeving van het onderzoeksgebied die naar een exacte locatie herleidbaar zijn, worden in figuur 6 op de volgende pagina weergegeven. Er zijn geen ruimingen van Ontplofbare Oorlogsresten naar het onderzoeksgebied herleidbaar. Verder is te vermelden dat de dichtstbijzijnde ruiming een 8,8cm granaat betreft welke mogelijk afkomstig zou kunnen zijn van Duits luchtafweergeschut. De spreiding en reikwijdte van dit type geschut met een zulke functie is dermate groot dat hiervoor in de meeste gevallen geen specifieke risicogebieden zijn af te bakenen. De locaties van de EOD-ruimingen zijn te zien in figuur 8.

70 ECG: 209-024, correspondentie EOD daterende mei 2024 omtrent de eventuele aanwezigheid van mijnenvelden in

het onderzoeksgebied. 71 Meldingsdatum.

209-024-VO-01

Pagina 49 van 83

Figuur 8: Dit figuur toont de EOD-ruimingen die naar een exacte locatie herleidbaar zijn in de omgeving van het onderzoeksgebied.

209-024-VO-01

Pagina 50 van 83

4 RESULTATEN ONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE Middels het Onderzoek na-Conflictperiode wordt beoordeeld of als gevolg van bodemingrepen in de na-Conflictperiode kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van de mogelijke aanwezigheid van OO en/of de verticale ligging van het maaiveld en verschillende grondlagen dusdanig zijn gewijzigd dat dit van belang is voor de verticale afbakening van een verdacht gebied.

4.1

BEELDVERGELIJKING NAOORLOGSE LUCHTFOTO’S EN SATELLIETBEELDEN

Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog en naoorlogse luchtopnamen, is getracht globaal te bepalen waar de bodem is geroerd. Voor de naoorlogse luchtopnamen is het Kadaster geraadpleegd. Op de volgende pagina’s zijn beeldvergelijkingen weergegeven. - 209-024-TE-03: Deze beeldvergelijking toont het onderzoeksgebied in 1945 en 2006. Ten oosten van het onderzoeksgebied is op de satellietbeelden uit 2006 bebouwing gerealiseerd. Binnen de contouren van het onderzoeksgebied bevindt zich geen bebouwing. In het noordwesten van het gebied is ruilverkaveling zichtbaar. De voorheen kleinere stukjes landbouwgrond zijn samengevoegd. - 209-024-TE-04: Deze beeldvergelijking toont het onderzoeksgebied in 2006 en in het heden. In het uiterst zuidoostelijke gedeelte van het onderzoeksgebied is verharding zichtbaar. Verder zijn er binnen de contouren van het onderzoeksgebied geen veranderingen waargenomen.

209-024-VO-01

Pagina 51 van 83

4.2

OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN

ECG is via de VEO Bommenkaart nagegaan of er reeds opsporingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden in het onderzoeksgebied. Er zijn geen opsporingswerkzaamheden achterhaald in het onderzoeksgebied.

4.3

KLIC-MELDING

ECG heeft op 30-05-2024 een KLIC-melding aangevraagd om inzicht te verkrijgen in de ligging van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied.72 Resultaat van deze melding is de wetenschap dat zich binnen het onderzoeksgebied kabels en leidingen bevinden, die gezien de historische ontwikkeling van het gebied vermoedelijk naoorlogs zijn aangelegd. De ligging van de kabels en leidingen is in onderstaande figuur weergegeven.

72 Vermeld dient te worden dat de gegevens omtrent ondergrondse infrastructuur zoals deze door de uitgevoerde

oriëntatie zijn verkregen, een geldigheidsduur hebben van maximaal 20 werkdagen na aanvraag.

209-024-VO-01

Pagina 54 van 83

Figuur 9: Kabels en leidingen in en nabij het onderzoeksgebied. Bron: Kabels- en Leidingeninformatiecentrum

Uit de KLIC-melding valt op te maken dat er in het zuidelijke gedeelte van het onderzoeksgebied grondroerende activiteiten hebben plaatsgevonden ten behoeve van de aanleg van kabels en leidingen.

209-024-VO-01

Pagina 55 van 83

4.4

OVERZICHTSTABEL NA-CONFLICTPERIODE

De onderstaande tabel vormt een chronologisch overzicht van de informatie over naoorlogse bodemroerende activiteiten die met behulp van diverse bronnen is achterhaald. De tabel dient horizontaal te worden gelezen, te beginnen bij de datum, gevolgd door eventuele secundaire en primaire bronnen. Waar mogelijk worden contra-indicaties geduid met behulp van luchtfoto’s en kaartmateriaal, aangeduid met een blauwe kleur. Tot slot wordt bepaald of de contraindicatie relevant is voor het onderzoek. Contra-indicaties die als relevant zijn bestempeld, worden in Hoofdstuk 5 afgewogen tegen eventuele indicaties om te bepalen of er sprake is van verdacht gebied. DATUM

SECUNDAIRE SCHRIFTELIJKE BRON LITERATUUR, INTERNET

PRIMAIRE SCHRIFTELIJKE BRON ARCHIEVEN

GEO-INFORMATIEBRON

Datum luchtfoto 2006

Sortie Satellietbeelden 2006

Nummers -

2024

Satellietbeelden 2024

-

Luchtfotoanalyse Op de satellietbeelden uit 2006 is te zien dat ten oosten van het onderzoeksgebied huizen zijn gebouwd. Het onderzoeksgebied zelf bestaat, net zoals tijdens de oorlog, uit landbouwgrond. Er heeft ruilverkaveling plaatsgevonden, wat duidelijk zichtbaar is in het noordwestelijke deel van het onderzoeksgebied. Ten opzichte van de satellietbeelden uit 2006 zijn in het onderzoeksgebied geen veranderingen waargenomen.

Heden

-

-

VECTOR GIS-DATASETS

ECG heeft een Klic-melding aangevraagd. De ontvangen gegevens zijn weergegeven in paragraaf 4.3.

DIEPTE TOV NAP OF M-MV

RELEVANTIE

Niet bekend

Relevant. Binnen de contouren van het onderzoeksgebied heeft ruilverkaveling plaatsgevonden, wat duidt op (oppervlakkige) grondroering. Niet relevant. Vergeleken met de satellietbeelden uit 2006 hebben er geen veranderingen in het landschap plaatsgevonden. Relevant. Hoewel informatie omtrent de diepteligging van de kabels en leidingen ontbreekt, acht ECG het waarschijnlijk dat de grond ter plaatse van de kabels en leidingen dusdanig is geroerd dat niet langer sprake is van een verhoogde kans op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten.

Niet bekend

Niet bekend

Tabel 10: Overzichtstabel contra-indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.

209-024-VO-01

Pagina 56 van 83

5 AFBAKENING VERDACHT GEBIED Uitgaande van het Onderzoek Conflictperiode en Onderzoek na-Conflictperiode vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT. De conclusie ‘verdacht gebied’ wordt getrokken indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er, volgens een onderbouwde inschatting, voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten. Indien dit niet het geval is, wordt er geen verdacht gebied vastgesteld en afgebakend.

5.1

SAMENVATTING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES

Het vooronderzoek conflictperiode heeft op basis van de geraadpleegde bronnen geen eenduidige aanwijzingen opgeleverd die aantonen dat het onderzoeksgebied betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Uit het onderzoek na-conflictperiode is gebleken, dat het onderzoeksgebied door de jaren heen als agrarisch gebied heeft dienstgedaan. Oostelijk van het onderzoeksgebied is veel bebouwing gerealiseerd. In deze periode hebben er ook in het zuidelijke gedeelte van het onderzoeksgebied grondroerende werkzaamheden plaatsgevonden in het kader van het leggen van kabels en leidingen. Omdat er geen aanwijzingen zijn gevonden die aantonen dat het onderzoeksgebied bij oorlogshandelingen betrokken is geweest, is een horizontale en verticale afbakening van verdachte gebieden en een inventarisatie van te verwachten aan te treffen OO niet van toepassing. Het onderzoeksgebied ‘’s-Gravendeel West’ is onverdacht op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie bijlage 1 voor de bodembelastingkaart Ontplofbare oorlogsresten).

5.2

RESULTATEN TEN OPZICHTE VAN EERDERE ONDERZOEKEN

In paragraaf 1.8 is een inventarisatie van reeds uitgevoerde rapportages uitgewerkt. Hieruit blijkt dat voor het onderzoeksgebied eerder al onderzoeken zijn uitgevoerd. De conclusie van het huidige onderzoek komt overeen met de conclusie van het onderzoek dat ECG in 2021 in het onderzoeksgebied heeft uitgevoerd. Destijds werd het gehele onderzoeksgebied, waar het huidige onderzoeksgebied een uitbreiding van is, eveneens ‘onverdacht’ verklaard.

209-024-VO-01

Pagina 57 van 83

AANNEMELIJKE OORZAKEN VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ACHTERGEBLEVEN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN

LUCHTAANVALLEN

Bombardement

Beschieting met boordwapens

Beschieting met raketten

Vliegtuigcrash/ Inslag V-wapen

GRONDGEVECHTEN (SECUNDAIRE GEVOLGEN)

Blindgangers (bijv. artillerie beschieting)

In stellingen achtergelaten, gedumpt of bedolven

MUNITIE VERNIETIGING

MILITAIR GEBRUIK

MUNITIE OPSLAG

Springputten en dergelijke

Militair oefenterrein

Munitie fabricage en/of opslag

Munitiedump of stort

Stationering militairen

Munitie inrichtingen

Munitiedump in water

Vliegveld

(afzinking)

Mijnenveld(en)

Vernielingsactiviteiten

Figuur 10: Schema met achterhaalde oorzaken/scenario’s voor indicaties betreffende de vermoedelijke aanwezigheid van OO op basis van de geraadpleegde bronnen.

209-024-VO-01

Pagina 58 van 83

6 LEEMTEN IN KENNIS ▪

Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD en het SSA.

▪

Er heeft beperkte controle plaatsgevonden of de ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen.

▪

Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie.

▪

Het archief van ’s-Gravendeel heeft een zeer magere hoeveelheid archiefmateriaal wat betreft de Tweede Wereldoorlog. Er zijn bijvoorbeeld geen archieven van de luchtbeschermingsdienst en de politie aangetroffen.

▪

Blindgangers van luchtdoelartillerie worden conform het gestelde in het CS-VROO-02 niet in de resultaten van het onderzoek meegenomen, tenzij de exacte locatie van een blindganger kan worden vastgesteld.

▪

Niet alle in archieven beschikbare luchtfoto’s zijn geraadpleegd. Hierdoor zijn leemten in kennis niet uit te sluiten.

▪

Het onderzoeksgebied bevond zich ten tijde van de Tweede Wereldoorlog in een vrij dunbevolkt en landelijk gebied. Hierdoor is niet vast te stellen of alle waarnemingen van de plaatselijke bevolking omtrent oorlogshandelingen zijn gedocumenteerd.

▪

ECG beschikt niet over de Kriegstagebücher van de Duitse eenheden die in de omgeving van het onderzoeksgebied actief waren.

▪

ECG beschikt niet over kwalitatief goede luchtopnames van de periode na mei 1940. Leemten in kennis met betrekking tot deze gevechtshandelingen zijn derhalve niet uit te sluiten.

209-024-VO-01

Pagina 59 van 83

7 CONCLUSIE EN ADVIES ECG heeft een Vooronderzoek Compleet uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten in het onderzoeksgebied ‘’s-Gravendeel West’.73 Het doel van deze studie is het verkrijgen van een gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1.

Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen en potentieel verdacht (aanwijzingen/indicaties voor de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten)?

Op basis van literatuur, archiefmateriaal, het Ruimingenregister van de Explosieven Opruimingsdienst, kaartmateriaal en luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen voldoende concrete en/of eenduidige indicaties/aanwijzingen achterhaald van oorlogshandelingen die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten. Het onderzoeksgebied ‘’s-Gravendeel West’ is derhalve onverdacht op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten (zie bijlage 1 voor de Bodembelastingkaart Ontplofbare Oorlogsresten). 2.

Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt (aanwijzingen contraindicaties)?

Binnen de contouren van het onderzoeksgebied zijn in het zuidelijke gedeelte kabels en leidingen gelegd, waarbij bodemroering heeft plaatsgevonden. Maatvoering omtrent deze bodemroerende werkzaamheden ontbreekt. 3.

Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten (en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichting en het verwachte aantal)?

Niet van toepassing. ECG adviseert u om geplande werkzaamheden in het onderzoeksgebied op reguliere wijze uit te voeren. Daarbij wordt u aangeraden om uitvoerende partijen op de hoogte te stellen van het Protocol Toevalsvondst dat in Bijlage 4 van deze rapportage is opgenomen. Mochten er onverhoopt munitie(gelijkende) objecten worden aangetroffen in de als ‘onverdacht’ geclassificeerde gebieden, dan wordt u geadviseerd om de werkzaamheden direct te staken en de lokale politie van deze vondst op de hoogte te stellen. Tevens wordt u geadviseerd om in een dergelijke situatie contact op te nemen met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau en gezamenlijk vast te stellen of opschaling

73 ECG raadt de opdrachtgever aan om de bevindingen van deze bureaustudie te delen met de betreffende gemeente

waarin het onderzoeksgebied zich bevindt.

209-024-VO-01

Pagina 60 van 83

noodzakelijk is. ECG is in bezit van het CS-OOO certificaat en kan meedenken in een vervolgtraject en eventueel diensten verzorgen bij opsporingswerkzaamheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14401013/1