VL.2037.R02
Tekst van het document
Akoestisch Onderzoek Nieuwbouwplan Schouteneinde 52, 54 en 54a Puttershoek
Akoestisch Onderzoek Nieuwbouwplan Schouteneinde 52, 54 en 54a Puttershoek
Projectnummer
: VL.2037.R02
Revisie
:0
Rapportdatum
: 15 september 2021
Auteur
: P. Kraaij
Opdrachtgever
: Schouteneinde BV
Contactpersoon
: De heer Mr. D.N.J. van Horssen (R3 Advies) De heer A. Barth
Mijlweg 2 3295 KH ‘s-Gravendeel
Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 4
2
WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 6 2.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 6 2.2 WEGVERKEERSLAWAAI.................................................................................................................................... 6 2.2.1 Nieuwe situaties ................................................................................................................................ 7 2.2.2 30 km/u wegen .................................................................................................................................. 7 2.3 REKEN- EN MEETVOORSCHRIFT GELUID 2012...................................................................................................... 8 2.4 CUMULATIE .................................................................................................................................................. 8 2.5 GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ........................................................................................................................ 8 2.6 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ........................................................................................................................... 9
3
UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................................. 11 3.1 3.2 3.3 3.4
4
ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 11 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 12 REKENMETHODE .......................................................................................................................................... 14 MODELLERING ............................................................................................................................................ 14
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING .................................................................................................... 17 4.1 GELUIDBELASTING VANWEGE DE GELUIDGEZONEERDE WEG .................................................................................. 17 4.2 GELUIDBELASTING VANWEGE DE NIET GELUIDGEZONEERDE WEGEN ........................................................................ 17 4.2.1 Schouteneinde ................................................................................................................................. 18 4.2.2 Molendijk (bibeko) ........................................................................................................................... 18 4.2.3 Zijdewinde........................................................................................................................................ 19 4.3 CUMULATIE VAN GELUID ............................................................................................................................... 20
5
CONCLUSIE .............................................................................................................................................. 22 5.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 22 5.2 TOETS AAN DE WET GELUIDHINDER ................................................................................................................. 22 5.3 BEOORDELING AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT .......................................................................................... 23 5.3.1 Schouteneinde ................................................................................................................................. 23 5.3.2 Molendijk ......................................................................................................................................... 23 5.3.3 Zijdewinde........................................................................................................................................ 23 5.3.4 Cumulatie van geluid ....................................................................................................................... 23
6
SAMENVATTING EN ADVIES .................................................................................................................... 24
Bijlagen
Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V :
Figuren
Figuur 1 : Figuur 2 :
VL.2037.R02
Verkeersgegevens Waterschap Hollandse Delta Modelgegevens Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de Molendijk (Bubeko, Wgh-toets) Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde 30 km/u wegen Rekenresultaten na cumulatie van geluid wegverkeerslawaai
Overzicht modellering Detailweergave ligging rekenpunten
pagina 3
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
1
INLEIDING
In opdracht van Schouteneinde BV en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in verband met een nieuwbouwplan aan de Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard. Voorliggend onderzoek betreft een uitbreiding en actualisatie van het akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a in Puttershoek (kenmerk VL.2037.R01 dd. 25 mei 2020). Het voornemen is om op de percelen van Schouteneinde 52, 54 en 54a, direct aan de dijkweg en kadastraal bekend onder de nummers 2419, 2797, 2798 en 2568, de bestaande bebouwing, waaronder leegstaande bedrijfsbebouwing en winkelruimte, af te breken en daarvoor in de plaats vijftien nieuwe woningen op te richten, bestaand uit twee woonlagen. Bij het plan worden ook de percelen aan de achterzijde, met kadastraal nummer 511, 1350, 1177, 2273, 2473 en 2474 betrokken. Momenteel rust op de percelen van Schouteneinde 54/54a aan de voorzijde van het plangebied een bestemming ‘detailhandel’ en op het perceel van Schouteneinde 52 een combinatie van ‘wonen’ en ‘tuin’. Aan de achterzijde van het plangebied rust een groenbestemming in combinatie met een bedrijfsbestemming.
De voorgenomen herontwikkeling van het terrein past niet binnen het vigerend bestemmingsplan, daarom dient de huidige bestemming van de betrokken percelen omgezet te worden naar een woonbestemming middels een ruimtelijke procedure om het nieuwbouwplan mogelijk te maken. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is het verplicht bij wijziging van een bestemmingsplan, waarbij nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, die zijn gelegen binnen een geluidzone, de geluidbelasting middels een akoestisch onderzoek vast te stellen. Een woning of appartement wordt in de Wgh aangemerkt als een geluidgevoelig object. Het akoestisch onderzoek maakt om deze reden onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwbouw te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit bestudering van de omgeving is gebleken dat de onderzoekslocatie zich alleen bevindt binnen de geluidszone van de Molendijk, deze weg heeft alleen een geluidzone in het buiten de komgrens gelegen gedeelte. De locatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van de HSL (railverkeerslawaai) en sinds 8 november 2018 niet meer binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Puttershoek (Suikerfabriek). De bebouwde kom van Puttershoek is in de omgeving van de onderzoekslocatie ingericht met een 30 km/u regime.
Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone en daaruit volgend ook geen onderzoeksplicht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel wenselijk de geluidbelasting vanwege 30 km/ uur wegen te beschouwen, als deze relevant worden geacht voor het woon- en leefklimaat bij de planlocatie. Dit is voor de Schouteneinde zeker en voor de Molendijk (binnen de komgrens gelegen gebied) en de Zijdewinde mogelijk het geval. Voor zover van deze wegen verkeerscijfers beschikbaar zijn, worden deze wegen beschouwd. De geluidbelasting van deze wegen zal worden berekend op de nieuwbouw en worden getoetst aan (kwalitatieve) eisen voor een goede ruimtelijke ordening. Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergronden van het onderzoeksgebied, via het Nationaal Georegister en PDOK; • Google Earth/Streetview; • Knip uit het 3D-Data model van DGMR; • Planstudie dd. 02-09-2021, uitgangspunten bouwhoogtes dd. 12-07-2021 (beiden met kenmerk 4695), verkregen van de opdrachtgever; • Situatietekening nieuwbouwplan (.dwg-bestand met kenmerk 4695 dd. 2-9-2021), verkregen van de opdrachtgever; • Verkeersgegevens Molendijk, ontvangen van het Waterschap Hollandse Delta; • Verkeersgegevens Schouteneinde, ontleend aan het rapport van SAB uit het bestemmingsplan ‘De Posthoorn, Puttershoek’ (kenmerk 180236 dd.
30-11-2018 ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Posthoorn locatie, Puttershoek’); • Verkeersgegevens Zijdewinde, berekend op basis van kencijfers uit de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’.
VL.2037.R02
pagina 4
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
De genoemde geluidbelastingen in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt het wettelijk kader beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten en de beoordeling uiteengezet en in hoofdstuk 5 de conclusies van het akoestisch onderzoek. Hoofdstuk 6 geeft tenslotte een samenvatting met daarbij het advies.
VL.2037.R02
pagina 5
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
2
WETTELIJK KADER 2.1
Algemeen
De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor industrielawaai geldt dat hoofdstuk V van de Wgh van toepassing is, voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing en voor spoorweglawaai is hoofdstuk VII van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
b.
Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2
Wegverkeerslawaai
De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.
wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.
De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.
1 Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI
(“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens.
VL.2037.R02
pagina 6
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken
Zone in stedelijk gebied 200 meter
Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter
3 of 4 rijstroken
350 meter
400 meter
5 of meer rijstroken
350 meter
600 meter
Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. De onderzoekslocatie ligt in de nabijheid van de Molendijk. Deze weg heeft alleen in het buiten de bebouwde kom gelegen deel een geluidzone en bestaat grotendeels uit één rijstrook. De zonebreedte van deze weg is daarom 250 meter. De achterzijde van de planlocatie bevindt zich op circa 150 meter van de komgrens, de voorzijde op circa 230 meter. Het nieuwbouwplan ligt daarmee in zijn geheel binnen de geluidzone van de Molendijk. Er dient dus getoetst te worden aan de Wet geluidhinder vanwege (het buitenstedelijk deel van) de Molendijk. In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •
afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).
Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1 Nieuwe situaties Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. In onderhavige situatie betreft het nieuw te bouwen woningen in stedelijk gebied en is uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 63 dB. 2.2.2 30 km/u wegen De Wet geluidhinder is niet van toepassing op wegen die liggen binnen een woonerf en voor 30 km/u-wegen, omdat er aldaar geen zones gelden. Deze wegen veroorzaken meestal geen geluidbelastingen boven de voorkeurswaarde. Dat kan wel voor komen bij een klinkerweg of een weg met relatief veel verkeer. In de jurisprudentie is om deze reden bepaald dat een akoestische afweging bij het opstellen van een ruimtelijk plan nodig is met een verwijzing naar een goede ruimtelijke ordening.
De planlocatie is direct aan de Schouteneinde gelegen en in de nabijheid van de Zijdewinde en de Molendijk, wegen met een 30 km/u regime binnen de komgrens en voorzien van een klinkerverharding. De geluidbelasting van deze wegen kan relevant zijn voor de planlocatie, daarom worden deze wegen meegenomen in de berekening en beschouwing.
VL.2037.R02
pagina 7
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. 2.3
Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012
Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de Molendijk 60 km/uur en is de verruiming dus niet van toepassing. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus eveneens niet van toepassing. 2.4
Cumulatie
Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat. De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. Hierbij wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. 2.5
Goede ruimtelijke ordening
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat te worden onderbouwd. Indien er sprake is van relevante niet gezoneerde wegen in de omgeving van de planlocatie dienen deze in een cumulatieberekening te worden meegenomen. In onderhavige situatie betreft dit mogelijk de Schouteneinde, de Zijdewinde en de Molendijk. Om te bepalen of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat is in onderhavige situatie de geluidbelasting dus vanwege zowel de omliggende geluidgezoneerde wegen als vanwege de niet geluidgezoneerde wegen berekend. De rekenresultaten daarvan zijn kwalitatief beoordeeld volgens de MilieuKwaliteitsMaat (methode ‘Miedema’), zoals weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB
VL.2037.R02
Zeer goed
46 – 50 dB
Goed
51 – 55 dB
Redelijk
56 – 60 dB
Matig
61 – 65 dB
Tamelijk slecht
66 – 70 dB
Slecht
> 70 dB
Zeer slecht
pagina 8
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Bovendien kan er voor een goed akoestisch klimaat naar gestreefd worden dat bij elke woning/appartement een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is, er tenminste een geluidluwe buitenruimte is. 2.6
Gemeentelijk geluidbeleid
Door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn voor de gemeenten binnen de Hoeksche Waard (waaronder Binnenmaas) voorwaarden opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het rapport “Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening gemeenten Hoeksche Waard” dd. 22-8-2017. Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid is noodzakelijk om te bepalen of het aanvragen van een hogere waarde mogelijk is. Tegelijkertijd willen burgemeester en wethouders, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, inspelen op jurisprudentie over de beoordeling van de geluidsbelasting ten gevolge van niet gezoneerde bronnen, zoals 30 km per uur wegen en scheepvaart over (drukke) vaarwegen. Dergelijke wegen zijn niet gezoneerd op grond van de Wet geluidhinder en zijn daardoor formeel uitgesloten van toetsing aan de grenswaarden. De gedachte hierachter was dat de combinatie van verkeersintensiteit en snelheid niet zou leiden tot overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde. In de praktijk blijkt dat vooral bij wijkontsluitingswegen met een relatief korte afstand tussen woningen en weg nog regelmatig een geluidsbelasting optreedt tot boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor gezoneerde wegen.
In de beleidsnota leggen burgemeester en wethouders vast hoe ze omgaan met de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen en hoe ze de afweging maken of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze worden op een zelfde wijze getoetst. Het beleid behelst het beheersen van geluidhinder bij toekomstige ontwikkelingen. Centraal in het beleid staat de beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting en het onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige ontwikkelingen bij onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen. Verder wordt beschreven hoe omgegaan moet worden met 30 km/uur wegen en scheepvaartlawaai. In het beleid wordt aangegeven dat in die gevallen dat er maatregelen worden beschreven ten behoeve van een hogere waarde, ook het aantonen van een goede ruimtelijke ordening bedoeld wordt. Het beleid is van toepassing op het vaststellen van een hogere waarde, conform artikel 110a van de Wgh. Tevens is het van toepassing op situaties waarbij sprake is van de voorbereiding van een ruimtelijk plan waarin nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd worden aan 30 km/ uur wegen en/of vaarwegen. Het beleid dient ook als richtlijn te worden toegepast bij de realisatie van woningen, die volgens een (globaal) bestemmingsplan al wel zijn toegestaan.
In het geluidbeleid staat dat, voordat een hogere waarde kan worden vastgesteld en/of kan worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, aan een aantal onderzoeksverplichtingen voldaan moet zijn. Deze betreffen allereerst het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van alle relevante geluidbronnen waar sprake van is (dus zowel wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, scheepvaartlawaai als industrielawaai). In het akoestisch onderzoek dient tevens de cumulatieve geluidbelasting te worden meegenomen in de beoordeling, conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Daarbij dient ook het geluid van 30 km/uur wegen meegenomen te worden boven de 53 dB (ex. Aftrek), geluid vanwege de scheepvaart (boven de 55 dB) en bij voorkeur ook industrielawaai van eventuele individuele bedrijven (indien relevant). Voor het vaststellen van de cumulatieve geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt, net als bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012, voor wegverkeerslawaai uitgegaan van de situatie exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden plaatsvindt, dient, afhankelijk van de situatie, ook onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen en een motivatie van de gekozen inrichting uitgevoerd te worden.
De motivatie van de gekozen inrichting is echter alleen noodzakelijk indien sprake is van grootschalige ontwikkelingen (meer dan 10 nieuwbouwwoningen).
VL.2037.R02
pagina 9
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
In kleinschalige ontwikkelingen (minder dan 10 woningen) zal het treffen van geluidreducerende maatregelen doorgaans op ernstige bezwaren stuiten van financiële of stedenbouwkundige aard. Dit betekent dat in deze gevallen onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk is. Voor rijkswegen en spoorwegen dient gebruik te worden gemaakt van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wgh. Indien de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting heeft plaatsgevonden en er afdoende maatregelenonderzoek is uitgevoerd, maar deze stuiten op ernstige bezwaren of niet doeltreffend zijn, stelt het college van B&W de benodigde hogere waarde(n) vast, indien zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Dit is het geval als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Er is sprake van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan: • 53 dB ex aftrek door cumulatie van wegen en 50 dB door gecumuleerde wegen met snelheid > 70 km/u; • 55 dB door railverkeer en scheepvaart; • 50 dB door industrie. Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin.
VL.2037.R02
pagina 10
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
3
UITGANGSPUNTEN 3.1
Algemeen
Het te onderzoeken plangebied betreft een aantal percelen die momenteel in gebruik zijn als bedrijfsgrond (waaronder detailhandel), wonen, tuin of groenstrook. Kadastraal staan de percelen binnen het plangebied bekend onder nummer 2419, 2797, 2798, 2568, 1012, 1177, 2273, 2473, 2474, 511 en 1350, sectie C (PTH) bij de gemeente Hoeksche Waard en zijn gelegen aan en achter de Schouteneinde 54, 54a en 52. De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom aan de zuidoostzijde van Puttershoek. De afstand van de planlocatie tot de komgrens op de Molendijk bedraagt bijna 200 meter. Het voornemen is om de bestaande bebouwing van Schouteneinde 52, 54 en 54a af te breken, de vrijgekomen ruimte te vergroten door de groenstrook aan de achterzijde van de dijkbebouwing en de bedrijfsbestemming met garageboxen achter de bebouwing van Schouteneinde 50 bij het plangebied te betrekken. De garageboxen op dit terrein worden afgebroken. Op de ontstane ruimte binnen het hele plangebied worden in totaal vijftien woningen opgericht, bestaande uit twee bouwlagen. Direct aan de Schouteneinde wordt een vijftal woningen voorzien, waarvan een twee-onder-een kapwoning en drie vrijstaande woningen. Aan de achterzijde van het plangebied worden drie blokken van geschakelde woningen voorzien, één blok van drie woningen, één blok van twee woningen en een blok van vijf woningen.
Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de huidige bestemming van de percelen binnen het plangebied te worden omgezet naar ‘wonen’. Voorliggend rapport van bijbehorend akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van de wijzigingsprocedure. In onderstaande figuur is ingezoomd op het plangebied en is de huidige bestemming en kadastrale situatie van de planlocatie weergegeven. Tevens is de indeling van het kavel met de vijftien nieuwe woningen inzichtelijk gemaakt.
Figuur 3.1 Weergave huidige bestemming en kadastrale situatie plangebied en directe omgeving (bron: PDOK icm opdrachtgever).
De onderzoekslocatie bevindt zich direct aan de Schouteneinde, tussen de aftakking naar de Molendijk (ten zuidwesten) en aftakking naar de Zijdewinde (ten noordoosten). Langs de Schouteneinde bevindt zich langs beide kanten bebouwing in een
VL.2037.R02
pagina 11
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
lint. De Schouteneinde is een dijkweg met erftoegangsfunctie en loopt langs de zuidoostzijde van de bebouwde kom van Puttershoek. De planlocatie bevindt zich tussen de bedrijfsbebouwing aan de Schouteneinde 50-50B (noordzijde plan) en de voormalige woning Schouteneinde 56 (reeds gesloopt en westzijde plan). De Schouteneinde vormt daarmee de begrenzing van het plan aan de noordwestzijde. Tegenover de planlocatie, aan de overkant van de weg, bevinden zich de woningen Schouteneinde 51 en 53. Aan de zuidoostelijke achterzijde wordt het plan begrensd door het waterbekken achter de haven met groenstrook daar omheen. Aan de noordoostzijde van de planlocatie bevindt zich de Zijdewinde, een erftoegangsweg voor de aangelegen woningen. De geschakelde woningen aan de achterzijde van de planlocatie (W06 t/m W15) zullen ook via de Zijdewinde gaan ontsluiten. De Molendijk takt af van de Schouteneinde en loopt van daaruit in zuidoostelijke richting door het buitengebied ten oosten van Puttershoek naar de kern van ’s-Gravendeel. Ten noordoosten van de planlocatie bevindt zich op enige afstand de Oude Maas met aan de overkant van het water, op ruim 1 km afstand, het industrieterrein Groote-Lindt. Aan de noordwestzijde bevindt zich het industrieterrein ‘Puttershoek’.
De HSL ligt ten oosten van de planlocatie op een afstand van ruim 800 meter en gaat daar in de tunnelbak om onder het water door te gaan, langs Zwijndrecht richting Rotterdam. Uit het geluidregister voor spoorwegen is op te maken dat de geluidbelasting op de gpp-punten het meest nabij de planlocatie 45 - 65 dB bedraagt (van noord naar zuid). De geluidzone bedraagt daarmee maximaal 300 meter in de omgeving van de planlocatie. Aangezien de planlocatie op grotere afstand van de HSL is gelegen en dus buiten de geluidzone van de HSL, is de geluidbelasting vanwege de HSL op de planlocatie niet in onderhavig onderzoek betrokken. In de volgende figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin aangegeven de ligging van de planlocatie.
Puttershoek
Planlocatie
Figuur 3.2 Weergave onderzoeksgebied en ligging planlocatie (bron: luchtfoto PDOK)
3.2
Verkeersgegevens
Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen.
VL.2037.R02
pagina 12
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2032, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. De Molendijk is een erftoegangsweg en wordt in buitenstedelijk gebied beheerd door het Waterschap Hollandse Delta. Binnen de bebouwde kom wordt de Molendijk beheerd door de gemeente Hoeksche Waard, evenals de Schouteneinde en de Zijdewinde, ook beiden erftoegangswegen. Het Waterschap heeft van de Molendijk verkeersgegevens beschikbaar, afkomstig van verkeerstelling uit 2015 op een wegvak nabij de HSL. Deze informatie is aan ons verstrekt en in bijlage I van het rapport opgenomen. Ondanks dat het een wegvak betreft dat verderop ten oosten van de planlocatie is gelegen, worden de gegevens ook representatief geacht voor het te onderzoeken wegvak van de Molendijk. De samenstelling van het verkeer blijkt niet uit de informatie van de verkeerstelling. Daarom is hiervoor uitgegaan van een standaardverdeling voor buitenstedelijk erftoegangswegen type II ofwel plattelandswegen. Voor het berekenen van de etmaalintensiteit in het prognosejaar 2032 is de weekdaggemiddelde etmaalintensiteit uit de verkeerstelling opgehoogd met een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar. In onderstaande tabel zijn de gehanteerde uitgangspunten voor het rekenmodel van het akoestisch onderzoek weergegeven. Tabel 3.1 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2015
Molendijk 1.119 motorvoertuigen
Etmaalintensiteit 2032
1.441 motorvoertuigen (afgerond naar 1.440 in rekenmodel)
Autonome groei
1,5% per jaar
Type wegdekverharding
Klinkers in keperverband (W9a elementenverharding in keperverband)
Snelheid
60 km/uur buiten de komgrens en 30 km/u binnen de komgrens
Verdeling in %
Dagperiode 07 - 19 u 6,7
Avondperiode 19 – 23 u 3,4
Nachtperiode 23 – 07 u 0,7
Lichte motorvoertuigen 3
91
91
91
Middelzware motorvoertuigen3
7
7
7
Zware motorvoertuigen3
2
2
2
Uur intensiteit
De verkeersgegevens van de Schouteneinde zijn ontleend aan een rapport van SAB 4 (kenmerk 180236 dd. 30-11-2018 ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Posthoorn locatie, Puttershoek’) uit het vigerend bestemmingsplan voor de nieuwbouwlocatie naast onderhavige planlocatie (Schouteneinde 56 t/m 60). Deze gegevens zijn gebaseerd op een verkeerstelling van de gemeente Binnenmaas, uitgevoerd in 2016. Tabel 3.2 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2017
Schouteneinde 935 motorvoertuigen
Etmaalintensiteit 2032
1.169 motorvoertuigen (afgerond naar 1.170 in rekenmodel)
Autonome groei
1,5% per jaar
3
Met lichte motorvoertuigen worden motorvoertuigen op drie of meer wielen (zoals personenauto’s en bestelbusjes) bedoeld. Onder de middelzware motorvoertuigen worden gelede en ongelede autobussen bedoeld, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Met zware motorvoertuigen worden gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen bedoeld die zijn voorzien van een dubbele achteras bedoeld. 4 De verkeersgegevens van de Molendijk zijn hierin eveneens opgenomen, maar betreft een aanname met een lagere verkeersintensiteit dan de telling van het Waterschap. Daarom is in voorliggend rapport voor de Molendijk gebruik gemaakt van de telcijfers van het Waterschap, zodat de situatie hiermee worst-case wordt berekend.
VL.2037.R02
pagina 13
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Type wegdekverharding
Klinkers in keperverband (W9a elementenverharding in keperverband)
Snelheid
30 km/u binnen de komgrens
Verdeling in %
Dagperiode 07 - 19 u 6,68
Avondperiode 19 – 23 u 3,39
Nachtperiode 23 – 07 u 0,79
Lichte motorvoertuigen3
93,2
96,1
94,9
Middelzware motorvoertuigen3
5,5
2,4
5,1
Zware motorvoertuigen3
1,3
1,6
0
Uur intensiteit
Van de Zijdewinde zijn geen verkeersgegevens bekend. Daarom is de verkeersgeneratie op deze woonstraat berekend op basis van kencijfers van het CROW. In de publicatie 381 is aangegeven dat voor woningen in een centrum-dorps woonmilieu, waar het onderzoeksgebied toe behoort, uitgegaan kan worden van een gemiddeld aantal voertuigbewegingen van 6,3 per woning en per weekdag. De Zijdewinde heeft naast de ontsluiting op de Schouteneinde aan de westzijde ook een ontsluiting aan de oostzijde op de uiteinde van de Weverseinde. Aan de hand van de kadastrale kaart is bepaald dat maximaal 70 woningen langs de westzijde van de straat zullen ontsluiten, hetgeen een etmaalintensiteit genereert van 441 motorvoertuigen in de huidige situatie. Rekening houdend met een autonome groei van 1,5% per jaar tot aan het prognosejaar 2032 is voor de Zijdewinde in het rekenmodel een etmaalintensiteit opgenomen van 530 motorvoertuigen per weekdagetmaal (afronding op tiental). Voor de overige verkeersgegevens is deze weg gelijk gesteld aan de Schouteneinde, hetgeen de situatie in werkelijkheid zal overschatten voor wat betreft het aandeel van het vrachtverkeer. In het rekenmodel is er voor alle betrokken wegen van uitgegaan dat de snelheid en de wegdekverharding van de huidige situatie gehandhaafd blijven in het prognosejaar. 3.3
Rekenmethode
De in deze rapportage opgenomen geluidbelastingen voor het prognosejaar 2032 zijn berekend volgens standaardrekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde (30 km/u) wegen is berekend volgens de CROW publicatie 965 ‘Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/h’. Bij de berekening van de geluidsbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. 3.4
Modellering
Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie 2021.1. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van informatie uit kaartmateriaal van het Georegister, het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN), informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn direct geïmporteerd uit het 3D-datamodel met DGMR/Geodan. Dit datamodel is gebaseerd op informatie van BAG en AHN. De huidige bebouwing binnen het plangebied is vervolgens verwijderd. Binnen het plangebied is de nieuwbouw handmatig ingevoerd op basis van de situatietekening die is verkregen van de opdrachtgever ( .dwg-bestand van de nieuwe situatie (kenmerk 4695_situatie pdok + ontwerp dd. 2-9-2021). De vijftien nieuwe woningen zijn genummerd van 01 t/m 15. De gebouwhoogte is bij alle woningen 6 meter.
VL.2037.R02
pagina 14
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
In onderstaande figuur is de situatietekening waarop het onderzoek is gebaseerd weergegeven.
Figuur 3.3 Weergave ontwerp nieuwe situatie dd. 2-9-2021 (bron: planstudie)
Verdeeld over de zijden van de woningen zijn rekenpunten ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte op de eerste woonlaag (begane grond). Vervolgens is nog een toetshoogte ingevoerd op stahoogte vanaf de tweede woonlaag (eerste verdieping). Met een maximale bouwhoogte van 6 meter is er bij de nieuwbouw geen sprake van een derde bouwlaag met geluidgevoelige ruimten. Zodoende is bij de nieuwbouwwoningen gerekend met toetspunten op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woningen inzichtelijk gemaakt, zonder rekening te houden met de aanwezigheid van geluidgevoelige ruimtes grenzend aan de gevelzijden. De bodemfactor van het onderzoeksgebied is in het rekenmodel standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1,0) gezet. De (half) harde bodemgebieden in de omgeving van de planlocatie zijn geïmporteerd uit het 3D-datamodel van DGMR. In de omgeving van de planlocatie zijn wegen en andere verhardingen, zoals water, aanwezig en in het rekenmodel ingevoerd met een bodemfactor 0 (geheel hard, reflecterend gebied). Het erf rondom woningen en de nieuwbouw is in het rekenmodel met een bodemfactor van 0,5 opgenomen vanwege de combinatie van bestrating en tuinen.
Daar waar geen bodemgebied is gemodelleerd, is sprake van een zachte, absorberende ondergrond, zoals zand of gras. Het hoogteverschil van de bodemgebieden in het onderzoeksgebied is gemodelleerd met hoogtelijnen. Deze zijn geïmporteerd uit het 3D-datamodel van DGMR, welke de NAP-hoogte van bodemgebieden weergeeft.
VL.2037.R02
pagina 15
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Het rekenmodel heeft standaard een maaiveldhoogte van 0 meter, hetgeen overeenkomt met NAP-hoogte en de hoogte van een groot deel van het onderzoeksgebied. Uit de informatie van het AHN en het 3D-datamodel blijkt dat de planlocatie in de huidige situatie ongeveer op +2 meter NAP-hoogte ligt, gelijk aan de hoogte van de Schouteneinde. De hoogteligging van de Schouteneinde loopt iets op naar de afslag van de Molendijk toe tot circa 3 meter. Deze hoogte blijft ook gelden op de Molendijk. Uit de plantekeningen blijkt dat de hoogte van het bodemgebied met de herontwikkeling wordt verlaagd naar een maaiveldhoogte van circa 0,9 meter aan de zuid- en westzijde van het plangebied en een maaiveldhoogte van 1,9 meter aan de oostzijde van het plan. Het verkeer op de Schouteneinde, de Molendijk en de Zijdewinde is als een rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de motorvoertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. Het plangebied voor de nieuwe woningen is door middel van een hulpvlak inzichtelijk gemaakt. De komgrens is door middel van een hulplijn inzichtelijke gemaakt. Een hulplijn of -vlak bevat verder geen informatie en is dus niet van invloed op het rekenresultaat.
Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, bodemgebieden, hoogtelijnen en gebouwen weer met op de achtergrond de luchtfoto van het onderzoeksgebied. In figuur 2 is ingezoomd op het plangebied en is een detailweergave van het model met de ligging van de rekenpunten opgenomen. In bijlage II zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, objecten, hoogtelijnen, bodemgebieden en toetspunten. De volgende figuur geeft de modellering van het onderzoeksgebied in de nabijheid van de planlocatie weer in 3D perspectief vanuit het zuiden gezien.
Figuur 3.4 3D-Weergave van de modellering nabij de planlocatie
VL.2037.R02
pagina 16
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
4
REKENRESULTATEN EN BEOORDELING 4.1
Geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde weg
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de nieuwbouw, als gevolg van het geluidgezoneerde deel van de Molendijk (buitenstedelijke ligging) is opgenomen in bijlage III. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw is het hoogst bij de geschakelde woningen en bedraagt 32 dB. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Molendijk (bubeko) op de nieuwbouw grafisch weergegeven, inclusief 5 dB aftrek art. 110g Wgh.
Figuur 4.1 Geluidbelasting vanwege de Molendijk (buiten de komgrens), inclusief aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden opgemaakt dat de berekende geluidbelasting op het nieuwbouwplan de 48 dB nergens overschrijdt. Daarmee wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde op de nieuwbouw niet wordt overschreden, is geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg en kan aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen achterwege blijven, evenals het aanvragen van een hogere waarde. 4.2
Geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde wegen
Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de nieuwbouw binnen de planlocatie als gevolg van de niet geluidgezoneerde wegen (stedelijke ligging en 30 km/u regime) is opgenomen in bijlage IV. In de berekening is dus de geluidbelasting vanwege de Schouteneinde, de Molendijk en de Zijdewinde opgenomen. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB in navolging van artikel 110g van de Wet geluidhinder.
VL.2037.R02
pagina 17
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
4.2.1 Schouteneinde De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw is vanwege de Schouteneinde het hoogst bij de woningen direct aan de weg (W01 – 05) en bedraagt ten hoogste 53 dB. Deze geluidbelasting wordt bij deze woningen alleen op de noordwestelijke voorgevelzijde berekend, deze gevelzijde is direct naar de weg gericht. Op de overige gevelzijden van deze vijf woningen bedraagt de geluidbelasting 24 – 51 dB. De geluidbelasting die is berekend op de geschakelde woningen bedraagt niet meer dan 40 dB. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Schouteneinde op de nieuwbouw grafisch weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.
Figuur 4.2 Geluidbelasting vanwege de Schouteneinde (30 km/u), inclusief aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding vindt voornamelijk plaats aan de noordwestelijke voorgevelzijde van de woningen direct aan de Schouteneinde en bedraagt 3 – 5 dB. Daarnaast vindt een overschrijding plaats van 1 – 3 dB op een enkele zijgevel die noordoostelijk is georiënteerd. Met een maximale geluidbelasting van 53 dB wordt de maximaal aanvaardbare waarde voor het akoestisch woon- en leefklimaat bij de woningen niet overschreden. In onderhavige situatie is dus sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. Omdat de nieuwbouw binnen de bebouwde kom van Puttershoek ligt, de Schouteneinde geen geluidgezoneerde weg is en de maximaal aanvaardbare waarde niet wordt overschreden, wordt aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk geacht. 4.2.2 Molendijk (bibeko) De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw bedraagt vanwege het binnen de bebouwde kom gelegen deel van de Molendijk ten hoogste 39 dB. Deze geluidbelasting wordt alleen berekend op de zuidwestelijke gevelzijde van woning 01 en woning 06, beiden gelegen aan de zuidwestelijke rand van het plangebied.
In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Molendijk op de nieuwbouw grafisch weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.
VL.2037.R02
pagina 18
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Figuur 4.3 Geluidbelasting vanwege de Molendijk (30 km/u), inclusief aftrek.
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. In onderhavige situatie is dus geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. 4.2.3 Zijdewinde De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw bedraagt vanwege de Zijdewinde ten hoogste 45 dB. Deze geluidbelasting wordt alleen berekend op de noordwestelijke voorgevelzijde van de meest oostelijke geschakelde woning (W15). In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Zijdewinde op de nieuwbouw grafisch weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.
Figuur 4.4 Geluidbelasting vanwege de Zijdewinde (30 km/u), inclusief aftrek.
VL.2037.R02
pagina 19
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. In onderhavige situatie is dus geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. 4.3
Cumulatie van geluid
Aangezien bij onderhavige planlocatie de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege een geluidgezoneerde weg niet wordt overschreden, is geen sprake van relevante blootstelling aan één of meer gezoneerde geluidbronnen. Op basis van de Wgh is een cumulatieberekening dus niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel wenselijk meer inzicht te krijgen in de invloed op de geluidbelasting na cumulatie van geluid. Een cumulatieberekening geeft hierin uitsluitsel en dient als uitgangspunt voor het beoordelen van de kwaliteit van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw. Een compleet overzicht van de berekende gecumuleerde geluidbelasting op de nieuwbouw aan de Schouteneinde 52 – 54a is opgenomen in bijlage V. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en zonder aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt: • Op de gevels van de twee-onder-een kapwoningen langs de weg (W01 – 02): • Op de gevels van de vrijstaande woningen langs de weg (W03 – 05): • Op de gevels van de drie geschakelde woningen: • Op de gevels van de twee geschakelde woningen: • Op de gevels van de vijf geschakelde woningen:
42 – 58 dB 38 – 57 dB 39 – 46 dB 37 – 45 dB 32 – 51 dB.
Behalve de naar de Schouteneinde gerichte noordwestelijke voorgevelzijden van de eerstelijns woningen (W01 – 05) en het voorste deel van de zijgevel aan de noordoostzijde van de woningen W02, 03 en 04, kunnen alle gevels van de nieuwe woningen geheel als geluidluw worden beschouwd. In de onderstaande figuur wordt de berekende geluidbelasting na cumulatie (inclusief 30 km/u wegen en zonder aftrek) grafisch weergegeven.
Figuur 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, exclusief aftrek.
VL.2037.R02
pagina 20
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat de cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in onderhavige situatie 32 – 58 dB bedraagt, waaruit blijkt dat conform het beleid van de gemeente bij de nieuwbouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, aangezien nagenoeg het hele plangebied als geluidluw is te beschouwen. Enige uitzondering hierop wordt gevormd door alle noordwestelijke en een drietal noordoostelijke gevelzijden van de direct aan de Schouteneinde gelegen woningen (W01 – 05). Uit de rekenresultaten blijkt ook dat de Schouteneinde de enige maatgevende weg is in voorliggend onderzoek, omdat cumulatie van geluid niet leidt tot een hogere geluidbelasting en dus een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat.
VL.2037.R02
pagina 21
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
5
CONCLUSIE 5.1
Algemeen
In opdracht van Schouteneinde BV en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in verband met een nieuwbouwplan aan de Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek, gemeente Hoeksche Waard. Voorliggend onderzoek betreft een uitbreiding en actualisatie van het akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a in Puttershoek (kenmerk VL.2037.R01 dd. 25 mei 2020). Het voornemen is om op de percelen van Schouteneinde 52, 54 en 54a, direct aan de dijkweg en kadastraal bekend onder de nummers 2419, 2797, 2798 en 2568, de bestaande bebouwing, waaronder leegstaande bedrijfsbebouwing en winkelruimte, af te breken en daarvoor in de plaats vijftien nieuwe woningen op te richten, bestaand uit twee woonlagen. Bij het plan worden ook de percelen aan de achterzijde, met kadastraal nummer 511, 1350, 1177, 2273, 2473 en 2474 betrokken. Momenteel rust op de percelen van Schouteneinde 54/54a aan de voorzijde van het plangebied een bestemming ‘detailhandel’ en op het perceel van Schouteneinde 52 een combinatie van ‘wonen’ en ‘tuin’. Aan de achterzijde van het plangebied rust een groenbestemming in combinatie met een bedrijfsbestemming.
De voorgenomen herontwikkeling van het terrein past niet binnen het vigerend bestemmingsplan, daarom dient de huidige bestemming van de betrokken percelen omgezet te worden naar een woonbestemming middels een ruimtelijke procedure om het nieuwbouwplan mogelijk te maken. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is het verplicht bij wijziging van een bestemmingsplan, waarbij nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, die zijn gelegen binnen een geluidzone, de geluidbelasting middels een akoestisch onderzoek vast te stellen. Een woning of appartement wordt in de Wgh aangemerkt als een geluidgevoelig object. Het akoestisch onderzoek maakt om deze reden onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwbouw te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit bestudering van de omgeving is gebleken dat de onderzoekslocatie zich alleen bevindt binnen de geluidzone van de Molendijk, deze weg heeft bovendien alleen een geluidzone in het buiten de komgrens gelegen gedeelte. De locatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van de HSL (railverkeerslawaai) en sinds 8 november 2018 niet meer binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Puttershoek (Suikerfabriek). De bebouwde kom van Puttershoek is in de omgeving van de onderzoekslocatie ingericht met een 30 km/u regime.
Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone en daaruit volgend ook geen onderzoeksplicht. In het kader van een goede ruimtelijke zijn de Schouteneinde, de Molendijk (binnen de komgrens gelegen gebied) en de Zijdewinde in het onderzoek betrokken. De geluidbelasting van deze wegen zijn eveneens berekend op de nieuwbouw en getoetst aan (kwalitatieve) eisen voor een goede ruimtelijke ordening. 5.2
Toets aan de Wet geluidhinder
Vanwege het buiten de komgrens gelegen deel van de Molendijk is de hoogst berekende geluidbelasting op de nieuwbouw 32 dB. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden vindt er op grond van de Wgh geen relevante blootstelling aan geluid vanwege deze gezoneerde weg plaats en kan maatregelenonderzoek achterwege blijven, evenals een aanvraag hogere waarde.
VL.2037.R02
pagina 22
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
5.3
Beoordeling akoestisch woon- en leefklimaat
In deze paragraaf wordt de geluidbelasting vanwege de niet geluidzoneerde, 30 km/u wegen op de planlocatie uiteengezet. Het betreft in dit geval de Schouteneinde, de Molendijk en de Zijdewinde. Tevens wordt inzicht gegeven in de gecumuleerde geluidbelasting vanwege al het wegverkeer in de nabijheid van de planlocatie. 5.3.1 Schouteneinde Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 53 dB bedraagt en hiermee dus niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding vindt voornamelijk plaats aan de noordwestelijke gevelzijde van de eerstelijns nieuwbouw langs deze weg (W01 – 05) en bedraagt 3 – 5 dB. Bovendien vindt in mindere mate een overschrijding plaats bij de noordoostelijke zijgevel van de woningen W02, 03 en 04 en bedraagt 1 – 3 dB. Op de overige zijden van de eerstelijns nieuwbouw en op alle zijden van de overige nieuwbouw (geschakelde woningen) wordt geen overschrijding van de richtwaarde berekend. Voorvloeiend uit de rekenresultaten kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege de Schouteneinde relevant is voor het akoestisch woon- en leefklimaat bij het nieuwbouwplan.
5.3.2 Molendijk Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 39 dB bedraagt en hiermee dus overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Omdat de richtwaarde niet wordt overschreden, vindt dus geen relevante blootstelling aan geluid van deze 30 km/u weg bij het nieuwbouwplan plaats. 5.3.3 Zijdewinde Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 45 dB bedraagt en hiermee dus overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Omdat de richtwaarde niet wordt overschreden, vindt dus geen relevante blootstelling aan geluid van deze 30 km/u weg bij het nieuwbouwplan plaats. 5.3.4 Cumulatie van geluid Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting niet of nauwelijks leidt tot een toename van geluid ten opzichte van de geluidbelasting vanwege alleen de maatgevende bron. Er is dus bij cumulatie geen sprake van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw.
De cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en bijbehorende kwalificatie voor het akoestisch woon- en leefklimaat zijn: • Op de gevels van de twee-onder-een kapwoningen (W01 – 02): 42 – 58 dB zeer goed tot matig • Op de gevels van de vrijstaande woningen (W03 – 05): 38 – 57 dB zeer goed tot matig • Op de gevels van de drie geschakelde woningen: 39 – 46 dB zeer goed tot goed • Op de gevels van de twee geschakelde woningen: 37 – 45 dB zeer goed • Op de gevels van de vijf geschakelde woningen: 32 – 51 dB. zeer goed tot redelijk Gelet op deze kwalificering in relatie tot de stedelijke ligging van de planlocatie, kan het akoestisch woon- en leefklimaat als aanvaardbaar worden aangemerkt. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien kunnen alle gevels van de nieuwe gebouwen geheel als geluidluw worden beschouwd, behalve de naar de Schouteneinde gerichte noordwestelijke gevelzijden en enkele noordoostelijke gerichte zijgevels van de eerstelijns nieuwbouw (W01 – 05). Gezien de lage geluidbelasting aan de zuidoost- en zuidwestzijde van het plan, zullen de aanwezige buitenruimten aan die zijden ook geluidluw zijn, waarmee voldaan wordt aan het gemeentelijke geluidbeleid voor een aanvaardbaar woonmilieu.
VL.2037.R02
pagina 23
15-09-2021
Akoestisch onderzoek Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek
6
SAMENVATTING EN ADVIES
Na uitvoering van het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevels van de nieuwbouw aan de Schouteneinde 52, 54 en 54a in Puttershoek kan gesteld worden dat: • • • • • •
• •
•
de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege het geluidgezoneerde deel van de Molendijk (buitenstedelijk) ten hoogste 32 dB bedraagt en daarmee overal voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw vanwege de niet geluidgezoneerde, 30 km/u wegen ten hoogste 53 dB bedraagt en daarmee niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding alleen door het geluid van de Schouteneinde veroorzaakt wordt en 1 – 5 dB bedraagt, berekend op de noordwestelijke en een enkele noordoostelijke gevelzijde van de eerstelijns nieuwbouw (W01 – 05). de maximaal aanvaardbare geluidbelasting voor het akoestisch woonmilieu (63 dB) bij de nieuwbouw niet wordt overschreden. geen maatregelenonderzoek noodzakelijk wordt geacht. cumulatie van geluid vanwege alle betrokken bronnen van het wegverkeerslawaai ten hoogste 58 dB bedraagt (ex aftrek) en niet leidt tot een relevante toename van geluid, waarmee geen sprake is van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat. Alle gevelzijden als geluidluw zijn te beschouwen, behalve de noordwestelijke voorgevelzijde van de eerstelijns nieuwbouw (W01 – 05) en een drietal noordoostelijke zijgevels (W02, 03 en 04).
het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw aan de noordwestelijke voorgevelzijde van de eerstelijns nieuwbouw als ‘matig’ dient te worden beoordeeld en bij de overige gevelzijden van deze woningen als overwegend ‘redelijk tot zeer goed’. het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwe geschakelde woningen (W06 – 15) als overwegend ‘zeer goed tot goed’ dient te worden beoordeeld.
Gelet op de kwalificering van het woonmilieu in relatie tot de binnenstedelijke ligging van de planlocatie, kan het akoestisch woon- en leefklimaat als aanvaardbaar worden aangemerkt en vanwege het feit dat er bij iedere woning meerdere geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte aanwezig zijn, is dit ook op basis van het gemeentelijk geluidbeleid het geval. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden en er dus geen hogere waarde vastgesteld hoeft te worden, dient de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de nieuwbouw formeel alleen te voldoen aan de minimale eis van 20 dB uit het Bouwbesluit. De hoogste geluidbelasting op de gevels van de eerstelijns nieuwbouw (W01 – 05) wordt echter door een niet geluidgezoneerde weg berekend (58 dB, ex aftrek vanwege de Schouteneinde). Met de minimale eis uit het Bouwbesluit wordt in dit geval niet zonder meer een goed woon- en leefklimaat in de woningen, grenzend aan deze gevels bereikt.