CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

VL.2037.R01

Besluitvormende raad 5 juli 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Schouteneinde 52-54 en Zijdewinde 12 Puttershoek40.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Akoestisch Onderzoek Nieuwbouwplan Schouteneinde 54 /54a Puttershoek

Akoestisch Onderzoek Nieuwbouwplan Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Projectnummer

: VL.2037.R01

Revisie

:0

Rapportdatum

: 25 mei 2020

Auteur

: P. Kraaij

Opdrachtgever

: Schouteneinde BV

Contactpersoon

: De heer Mr. D.N.J. van Horssen (R3 Advies) De heer A. Barth

Mijlweg 2 3295 KH ‘s-Gravendeel

Kraaij Akoestisch Adviesbureau Frisodonk 5 4707 VG Roosendaal T: 0165-544833 M: 06-10078854 E: info@kraaijbv.nl

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 4

2

WETTELIJK KADER ..................................................................................................................................... 5 2.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 5 2.2 WEGVERKEERSLAWAAI.................................................................................................................................... 5 2.2.1 Nieuwe situaties ................................................................................................................................ 6 2.2.2 30 km/u wegen .................................................................................................................................. 6 2.3 REKEN- EN MEETVOORSCHRIFT GELUID 2012...................................................................................................... 7 2.4 CUMULATIE .................................................................................................................................................. 7 2.5 GOEDE RUIMTELIJKE ORDENING ........................................................................................................................ 7 2.6 GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ........................................................................................................................... 8

3

UITGANGSPUNTEN .................................................................................................................................. 10 3.1 3.2 3.3 3.4

4

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 10 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 11 REKENMETHODE .......................................................................................................................................... 13 MODELLERING ............................................................................................................................................ 13

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING .................................................................................................... 16 4.1 GELUIDBELASTING VANWEGE DE GELUIDGEZONEERDE WEG .................................................................................. 16 4.2 GELUIDBELASTING VANWEGE DE NIET GELUIDGEZONEERDE WEGEN ........................................................................ 17 4.2.1 Schouteneinde ................................................................................................................................. 17 4.2.2 Molendijk (bibeko) ........................................................................................................................... 18 4.2.3 Zijdewinde........................................................................................................................................ 18 4.3 CUMULATIE VAN GELUID ............................................................................................................................... 19

5

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................................................ 21 5.1 ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 21 5.2 TOETS AAN DE WET GELUIDHINDER ................................................................................................................. 21 5.3 BEOORDELING AKOESTISCH WOON- EN LEEFKLIMAAT .......................................................................................... 21 5.3.1 Schouteneinde ................................................................................................................................. 21 5.3.2 Molendijk ......................................................................................................................................... 22 5.3.3 Zijdewinde........................................................................................................................................ 22 5.3.4 Cumulatie van geluid ....................................................................................................................... 22

6

SAMENVATTING EN ADVIES .................................................................................................................... 23

Bijlagen

Bijlage I : Bijlage II : Bijlage III : Bijlage IV : Bijlage V :

Figuren

Figuur 1 : Figuur 2 :

VL.2037.R01

Verkeersgegevens Waterschap Hollandse Delta Modelgegevens Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de Molendijk (Bubeko, Wgh-toets) Rekenresultaten geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde 30 km/u wegen Rekenresultaten na cumulatie van geluid wegverkeerslawaai

Overzicht modellering Detailweergave ligging rekenpunten

pagina 3

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

1

INLEIDING

In opdracht van Schouteneinde BV en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in verband met een nieuwbouwplan aan de Schouteneinde 54/54a in Puttershoek, gemeente Binnenmaas. Het voornemen is om op het perceel van Schouteneinde 54/54a, direct aan de dijkweg en bekend onder kadastraal nummer 2419 en 2798, de leegstaande bedrijfsbebouwing en winkelruimte af te breken en daarvoor in de plaats een viertal nieuwe gebouwen voor appartementen op te richten, bestaand uit twee woonlagen. Bij het plan worden ook de percelen aan de achterzijde, met kadastraal nummer 511 en 1350 betrokken. Het kavel waarop de voorgenomen nieuwbouw plaats vindt heeft momenteel aan de voorzijde een bestemming ‘detailhandel’ en aan de achterzijde een groenbestemming. Om de voorgenomen nieuwbouw mogelijk te maken dient de huidige bestemming van de vier percelen omgezet te worden naar een woonbestemming middels een ruimtelijke procedure. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is het verplicht bij wijziging van een bestemmingsplan, waarbij nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, die zijn gelegen binnen een geluidzone, de geluidbelasting middels een akoestisch onderzoek vast te stellen.

Een woning of appartement wordt in de Wgh aangemerkt als een geluidgevoelig object. Het akoestisch onderzoek maakt om deze reden onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwbouw te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit bestudering van de omgeving is gebleken dat de onderzoekslocatie zich alleen bevindt binnen de geluidszone van de Molendijk, deze weg heeft alleen een geluidzone in het buiten de komgrens gelegen gedeelte. De locatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van de HSL (railverkeerslawaai) en sinds 8 november 2018 niet meer binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Puttershoek (Suikerfabriek). De bebouwde kom van Puttershoek is in de omgeving van de onderzoekslocatie ingericht met een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone en daaruit volgend ook geen onderzoeksplicht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel wenselijk de geluidbelasting vanwege 30 km/ uur wegen te beschouwen, als deze relevant worden geacht voor het woon- en leefklimaat bij de planlocatie. Dit is voor de Schouteneinde zeker en voor de Molendijk (binnen de komgrens gelegen gebied) en de Zijdewinde mogelijk het geval. Voor zover van deze wegen verkeerscijfers beschikbaar zijn, worden deze wegen beschouwd.

De geluidbelasting van deze wegen zal worden berekend op de nieuwbouw en worden getoetst aan (kwalitatieve) eisen voor een goede ruimtelijke ordening. Voor onderhavig onderzoek is gebruikt gemaakt van de volgende informatie: • Digitale ondergronden van het onderzoeksgebied, via het Nationaal Georegister en PDOK; • Google Earth/Streetview; • Knip uit het 3D-Data model van DGMR; • Situatietekening nieuwbouwplan (kenmerk 0101_2020-05-15); • Verkeersgegevens Molendijk, ontvangen van het Waterschap Hollandse Delta; • Verkeersgegevens Schouteneinde, ontleend aan het rapport van SAB uit het vigerend bestemmingsplan (kenmerk 180236 dd. 30-11-2018 ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Posthoorn locatie, Puttershoek’); • Verkeersgegevens Zijdewinde, berekend op basis van kencijfers uit de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. De genoemde geluidbelastingen in dit rapport zijn inclusief aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder, tenzij anders is vermeld. Deze aftrek is geregeld in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt het wettelijk kader beschreven. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de uitgangspunten voor het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten en de beoordeling uiteengezet en in hoofdstuk 5 de conclusies van het akoestisch onderzoek.

Hoofdstuk 6 geeft tenslotte een samenvatting met daarbij het advies.

VL.2037.R01

pagina 4

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

2

WETTELIJK KADER 2.1

Algemeen

De regels (grenswaarden) met betrekking tot de (maximaal) toelaatbare hoeveelheid geluid afkomstig van een industrieterrein, weg of spoorweg, zijn opgenomen in de Wet geluidhinder (Wgh). Voor wegverkeerslawaai is hoofdstuk VI van de Wgh van toepassing, voor industrielawaai geldt dat hoofdstuk V van de Wgh van toepassing is en voor spoorweglawaai is hoofdstuk VII van de Wgh van toepassing. De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen een conform deze wet geldende geluidszone. De grenswaarden (voorkeursgrenswaarde en ten hoogste toelaatbare waarde) uit de Wet geluidhinder zijn van toepassing op de geluidsbelasting op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen (o.a. woonwagenstandplaatsen, ligplaatsen in het water, scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen). In artikel 1 en artikel 1b lid 4 van de Wet geluidhinder is de volgende definitie opgenomen voor het begrip gevel: de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak. In afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet en de daarop berustende bepalingen niet verstaan: a.

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in de NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

b.

Daarnaast gelden voor de verschillende geluidgevoelige ruimten in de verschillende geluidgevoelige bestemmingen, afhankelijk van het gebruik van de ruimte, afwijkende normen met betrekking tot de toelaatbare geluidbelasting binnen deze ruimten. 2.2

Wegverkeerslawaai

De regels en normen die gelden voor wegverkeerslawaai zijn opgenomen in hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder. De regels en normen uit de Wet geluidhinder (Wgh) gelden binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. De breedte van de zone van een weg is geregeld in afdeling 1 “Omvang geluidzones” van genoemd hoofdstuk. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft elke weg een geluidzone, met uitzondering van de volgende wegen: 1. 2.

wegen gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt.

De breedte van een zone is, op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder, afhankelijk van de ligging in stedelijk 1 of buitenstedelijk 2 gebied en van het aantal rijstroken. De afstanden, genoemd in artikel 74, eerste lid, worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook.

Onder stedelijk gebied wordt verstaan, het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 2 Onder buitenstedelijk gebied wordt verstaan, het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor toepassing van hoofdstuk VI (“Wegen”) van de Wet geluidhinder, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 1

VL.2037.R01

pagina 5

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

In onderstaande tabel staan de zones langs wegen weergegeven. Tabel 2.1: Zonebreedtes wegen Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken

Zone in stedelijk gebied 200 meter

Zone in buitenstedelijk gebied 250 meter

3 of 4 rijstroken

350 meter

400 meter

5 of meer rijstroken

350 meter

600 meter

Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg. De zone loopt door langs een lijn die is gelegen in het verlengde van de wegas. Zij behoudt de breedte die zij had ter hoogte van het einde van de weg. De onderzoekslocatie ligt in de nabijheid van de Molendijk. Deze weg heeft alleen in het buiten de bebouwde kom gelegen deel een geluidzone en bestaat grotendeels uit één rijstrook. De zonebreedte van deze weg is daarom 250 meter. De achterzijde van de planlocatie bevindt zich op circa 150 meter van de komgrens, de voorzijde op circa 230 meter. Het nieuwbouwplan ligt daarmee in zijn geheel binnen de geluidzone van de Molendijk. Er dient dus getoetst te worden aan de Wet geluidhinder vanwege (het buitenstedelijk deel van) de Molendijk. In de Wet geluidhinder wordt voor wegverkeerslawaai onderscheid gemaakt in nieuwe situaties, bestaande situaties en reconstructies. De grenswaarden en regels die hierbij gelden zijn opgenomen in de onderstaande afdelingen (artikelen) van hoofdstuk VI “Zones langs wegen” van de Wet geluidhinder: • • •

afdeling 2 “Maatregelen met betrekking tot nieuwe situaties in zones” (artikel 76 t/m 87i); afdeling 3 “Bestaande situaties” (artikel 87j t/m 90); afdeling 4 “Reconstructies” (artikel 98 t/m 100b).

Voor onderhavige situatie is de afdeling 2 van toepassing. 2.2.1 Nieuwe situaties Conform de Wet geluidhinder worden bij de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de waarden van de geluidbelasting van de gevel van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen binnen die zone, in acht genomen. Op grond van artikel 82 bedraagt de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg 48 dB. In afwijking hierop kan op grond van de artikelen 83 tot en met 85 een hogere waarde worden vastgesteld, met dien verstande dat deze waarde voor woningen in buitenstedelijk gebied de 53 dB niet te boven mag gaan en voor woningen in stedelijk gebied de 63 dB niet te boven mag gaan. Indien er sprake is van een agrarische woning kan, onder de voorwaarde dat deze gelegen is in buitenstedelijk gebied en ter plaatse noodzakelijk is voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, er een hogere waarde worden vastgesteld van ten hoogste 58 dB. In onderhavige situatie betreft het nieuw te bouwen appartementen in stedelijk gebied en is uitgegaan van een ontheffingswaarde van maximaal 63 dB. 2.2.2 30 km/u wegen Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat ook bij 30 km/uur wegen te worden onderbouwd.

De planlocatie is direct aan de Schouteneinde gelegen en in de nabijheid van de Zijdewinde en Molendijk, wegen met een 30 km/u regime binnen de komgrens. De geluidbelasting van deze wegen kan relevant zijn voor de planlocatie, daarom worden deze wegen meegenomen in de berekening en beschouwing.

VL.2037.R01

pagina 6

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde van 63 dB volgens de Wgh als maximaal aanvaardbare waarde. Hierbij zal, in lijn met de Wgh, eveneens een aftrek van 5 dB worden toegepast. 2.3

Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012

Met ingang van 20 mei 2014 is het Reken- en meetvoorschrift Geluid gewijzigd. Deze wijziging is tijdelijk van kracht en betreft een verruiming van de aftrek bij wegen met een snelheid van 70 km/ uur en hoger. De wijziging voorkomt tijdelijke extra belemmeringen voor woningbouwplannen. In onderhavige situatie is de maximale snelheid op de Molendijk 60 km/uur en is de verruiming dus niet van toepassing. De in artikel 3.5 geregelde aftrek voor ‘stille banden’ is eveneens alleen van toepassing voor wegen met een snelheid van 70 km/uur of hoger en is in onderhavig onderzoek dus eveneens niet van toepassing. 2.4

Cumulatie

Indien er blootstelling plaatsvindt aan meer dan één geluidbron, dient de gecumuleerde geluidbelasting te worden berekend conform bijlage I, hoofdstuk 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting, rekening houdende met verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen en geeft inzicht in het woon- en leefklimaat. De geluidbelasting van verschillende geluidbronnen wordt alleen gecumuleerd als er sprake is van een relevante blootstelling aan meerdere geluidbronnen. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die onderscheiden bronnen wordt overschreden. Hierbij wordt bij de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. 2.5

Goede ruimtelijke ordening

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient de aanvaardbaarheid van het akoestisch woon- en leefklimaat te worden onderbouwd, hierbij worden de voor de planlocatie relevante 30 km/u wegen eveneens betrokken. In onderhavige situatie betreft dit de Schouteneinde, de Zijdewinde en de Molendijk. Om te bepalen of er sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat is in onderhavige situatie de geluidbelasting vanwege zowel de omliggende geluidgezoneerde wegen als vanwege de niet geluidgezoneerde wegen berekend. De rekenresultaten daarvan zijn kwalitatief beoordeeld volgens de milieukwaliteitsmaat, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Hierbij wordt geen aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh toegepast. Tabel 2.2: Milieukwaliteitsmaat gecumuleerde geluidbelasting (bron: RIVM) Geluidbelasting Kwalificatie < 45 dB

Zeer goed

46 - 50 dB

Goed

51 – 55 dB

Redelijk

56 – 60 dB

Matig

61 – 65 dB

Slecht

> 65 dB

Zeer slecht

Bovendien kan er voor een goed akoestisch klimaat naar gestreefd worden dat bij elke woning/appartement een geluidluwe gevel aanwezig is of, indien dat niet mogelijk is, er tenminste een geluidluwe buitenruimte is.

VL.2037.R01

pagina 7

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

2.6

Gemeentelijk geluidbeleid

Door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn voor de gemeenten binnen de Hoeksche Waard (waaronder Binnenmaas) voorwaarden opgesteld voor het vaststellen van hogere waarden. Deze voorwaarden zijn vastgelegd in het rapport “Geluidbeleid Goede Ruimtelijke Ordening gemeenten Hoeksche Waard” dd. 22-8-2017. Toetsing aan het gemeentelijk geluidbeleid is noodzakelijk om te bepalen of het aanvragen van een hogere waarde mogelijk is. Tegelijkertijd willen burgemeester en wethouders, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, inspelen op jurisprudentie over de beoordeling van de geluidsbelasting ten gevolge van niet gezoneerde bronnen, zoals 30 km per uur wegen en scheepvaart over (drukke) vaarwegen. Dergelijke wegen zijn niet gezoneerd op grond van de Wet geluidhinder en zijn daardoor formeel uitgesloten van toetsing aan de grenswaarden. De gedachte hierachter was dat de combinatie van verkeersintensiteit en snelheid niet zou leiden tot overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde. In de praktijk blijkt dat vooral bij wijkontsluitingswegen met een relatief korte afstand tussen woningen en weg nog regelmatig een geluidsbelasting optreedt tot boven de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor gezoneerde wegen. Op grond van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden beoordeeld of de geluidbelasting vanwege deze niet gezoneerde bronnen toelaatbaar is.

Dit om de afweging te kunnen maken of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, buiten en binnen de woning. In de beleidsnota leggen burgemeester en wethouders vast hoe ze omgaan met de bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen en hoe ze de afweging maken of sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze worden op een zelfde wijze getoetst. Het beleid behelst het beheersen van geluidhinder bij toekomstige ontwikkelingen. Centraal in het beleid staat de beoordeling van de cumulatieve geluidsbelasting en het onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige ontwikkelingen bij onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen. Verder wordt beschreven hoe omgegaan moet worden met 30 km/uur wegen en scheepvaartlawaai. In het beleid wordt aangegeven dat in die gevallen dat er maatregelen worden beschreven ten behoeve van een hogere waarde, ook het aantonen van een goede ruimtelijke ordening bedoeld wordt. Het beleid is van toepassing op het vaststellen van een hogere waarde, conform artikel 110a van de Wgh. Tevens is het van toepassing op situaties waarbij sprake is van de voorbereiding van een ruimtelijk plan waarin nieuwe geluidgevoelige bestemmingen geprojecteerd worden aan 30 km/ uur wegen en/of vaarwegen. Het beleid dient ook als richtlijn te worden toegepast bij de realisatie van woningen, die volgens een (globaal) bestemmingsplan al wel zijn toegestaan.

In het geluidbeleid staat dat, voordat een hogere waarde kan worden vastgesteld en/of kan worden aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening, aan een aantal onderzoeksverplichtingen voldaan moet zijn. Deze betreffen allereerst het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting ten gevolge van alle relevante geluidbronnen waar sprake van is (dus zowel wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai, scheepvaartlawaai als industrielawaai). In het akoestisch onderzoek dient tevens de cumulatieve geluidbelasting te worden meegenomen in de beoordeling, conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012. Daarbij dient ook het geluid van 30 km/uur wegen meegenomen te worden boven de 53 dB (ex. Aftrek), geluid vanwege de scheepvaart (boven de 55 dB) en bij voorkeur ook industrielawaai van eventuele individuele bedrijven (indien relevant). Voor het vaststellen van de cumulatieve geluidbelasting in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt, net als bij de toetsing aan het Bouwbesluit 2012, voor wegverkeerslawaai uitgegaan van de situatie exclusief aftrek conform artikel 110g Wgh. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarden plaatsvindt, dient, afhankelijk van de situatie, ook onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen en een motivatie van de gekozen inrichting uitgevoerd te worden.

De motivatie van de gekozen inrichting is echter alleen noodzakelijk indien sprake is van grootschalige ontwikkelingen (meer dan 10 nieuwbouwwoningen).

VL.2037.R01

pagina 8

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

In kleinschalige ontwikkelingen (minder dan 10 woningen) zal het treffen van geluidreducerende maatregelen doorgaans op ernstige bezwaren stuiten van financiële of stedenbouwkundige aard. Dit betekent dat in deze gevallen onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk is. Voor rijkswegen en spoorwegen dient gebruik te worden gemaakt van de Regeling doelmatigheid geluidmaatregelen Wgh. Indien de beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting heeft plaatsgevonden en er afdoende maatregelenonderzoek is uitgevoerd, maar deze stuiten op ernstige bezwaren of niet doeltreffend zijn, stelt het college van B&W de benodigde hogere waarde(n) vast, indien zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Dit is het geval als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Er is sprake van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan: • 53 dB ex aftrek door cumulatie van wegen en 50 dB door gecumuleerde wegen met snelheid > 70 km/u; • 55 dB door railverkeer en scheepvaart; • 50 dB door industrie. Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin.

VL.2037.R01

pagina 9

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

3

UITGANGSPUNTEN 3.1

Algemeen

Het te onderzoeken plangebied betreft een aantal percelen die momenteel in gebruik zijn als bedrijfsgrond (detailhandel) of groenstrook. Kadastraal staan de percelen binnen het plangebied bekend onder nummer 2419, 2798, 511 en 1350, sectie E bij de gemeente Binnenmaas en zijn gelegen aan en achter de Schouteneinde 54. De planlocatie ligt binnen de bebouwde kom aan de zuidoostzijde van Puttershoek. De afstand van de planlocatie tot de komgrens op de Molendijk bedraagt bijna 200 meter. Het voornemen is om de bestaande bebouwing van Schouteneinde 54/54a af te breken, de vrijgekomen ruimte te vergroten door de groenstrook achter de voormalige bebouwing bij het plangebied te betrekken in het plangebied en op de ontstane ruimte een viertal gebouwen voor in totaal 14 appartementen op te richten. De gebouwen zijn allemaal voorzien van twee woonlagen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken dient de huidige bestemming van het perceel te worden omgezet van ‘detailhandel en groen’ naar ‘wonen’. Voorliggend rapport van bijbehorend akoestisch onderzoek maakt onderdeel uit van de wijzigingsprocedure. In onderstaande figuur is ingezoomd op het plangebied en is de huidige bestemming en kadastrale situatie van de planlocatie weergegeven. Tevens is de indeling van het kavel met de vier nieuwe gebouwen inzichtelijk gemaakt.

Figuur 3.1 Weergave huidige bestemming en kadastrale situatie plangebied en directe omgeving (bron: PDOK icm opdrachtgever).

De onderzoekslocatie bevindt zich direct aan de Schouteneinde, tussen de aftakking naar de Molendijk (ten zuidwesten) en aftakking naar de Zijdewinde (ten noordoosten). Langs de Schouteneinde bevindt zich langs beide kanten bebouwing in een lint. De Schouteneinde is een dijkweg met erftoegangsfunctie en loopt langs de zuidoostzijde van de bebouwde kom van Puttershoek. De planlocatie bevindt zich tussen de woning aan de Schouteneinde 52 (noordoostzijde plan) en de woning Schouteneinde 56 (zuidwestzijde plan). De Schouteneinde vormt de begrenzing van het plan aan de noordwestzijde. Tegenover de planlocatie, aan de overkant van de weg, bevindt zich de woning Schouteneinde 53. Aan de zuidoostelijke achterzijde wordt het plan begrensd door het waterbekken achter de haven met groenstrook daar omheen.

VL.2037.R01

pagina 10

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

De Molendijk takt af van de Schouteneinde en loopt van daaruit in zuidoostelijke richting door het buitengebied ten oosten van Puttershoek naar de kern van ’s-Gravendeel. Ten noordoosten van de planlocatie bevindt zich de Oude Maas met aan de overkant van het water, op ruim 1 km afstand, het industrieterrein Groote-Lindt. Aan de noordwestzijde bevindt zich het industrieterrein ‘Puttershoek’. De HSL ligt ten oosten van de planlocatie op een afstand van ruim 800 meter en verdwijnt daar in de tunnelbak om onder het water door te gaan, langs Zwijndrecht richting Rotterdam. Uit het geluidregister voor spoorwegen is op te maken dat de geluidbelasting op de gpp-punten het meest nabij de planlocatie 45 - 65 dB bedraagt (van noord naar zuid). De geluidzone bedraagt daarmee maximaal 300 meter in de omgeving van de planlocatie. Aangezien de planlocatie op grotere afstand van de HSL is gelegen en dus buiten de geluidzone van de HSL, is de geluidbelasting vanwege de HSL op de planlocatie niet in onderhavig onderzoek betrokken. In de volgende figuur is het onderzoeksgebied weergegeven, met daarin (globaal) aangegeven de ligging van de onderzoekslocatie.

Puttershoek

Onderzoekslocatie

Figuur 3.2 Weergave onderzoeksgebied en globale ligging onderzoekslocatie (bron: luchtfoto PDOK)

3.2

Verkeersgegevens

Voor de berekening van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is het noodzakelijk de samenstelling van het verkeer (lichte-, middelzware- en zware motorvoertuigen) en de verdeling van het verkeer over de dag- (07.00 - 19.00 uur), de avond- (19.00-23.00 uur) en de nachtperiode (23.00 - 07.00 uur) te kennen. In het rekenmodel is uitgegaan van verkeerscijfers voor het prognosejaar 2031, minimaal 10 jaar na realisatie van de nieuwbouw. De Molendijk is een erftoegangsweg en wordt in buitenstedelijk gebied beheerd door het Waterschap Hollandse Delta. Binnen de bebouwde kom wordt de Molendijk beheerd door de gemeente Binnenmaas, evenals de Schouteneinde en de Zijdewinde, ook beiden erftoegangswegen.

VL.2037.R01

pagina 11

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Het Waterschap heeft van de Molendijk verkeersgegevens beschikbaar, afkomstig van verkeerstelling uit 2015 op een wegvak nabij de HSL. Deze informatie is aan ons verstrekt en in bijlage I van het rapport opgenomen. Ondanks dat het een wegvak betreft dat verderop ten oosten van de planlocatie is gelegen, worden de gegevens ook representatief geacht voor het te onderzoeken wegvak van de Molendijk. De samenstelling van het verkeer blijkt niet uit de informatie van de verkeerstelling. Daarom is hiervoor uitgegaan van een standaardverdeling voor buitenstedelijk erftoegangswegen type II ofwel plattelandswegen. Voor het berekenen van de etmaalintensiteit in het prognosejaar 2031 is de weekdaggemiddelde etmaalintensiteit uit de verkeerstelling opgehoogd met een autonome verkeersgroei van 1,5% per jaar. In onderstaande tabel zijn de gehanteerde uitgangspunten voor het rekenmodel van het akoestisch onderzoek weergegeven. Tabel 3.1 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2015

Molendijk 1.119 motorvoertuigen

Etmaalintensiteit 2031

1.420 motorvoertuigen

Autonome groei

1,5% per jaar

Type wegdekverharding

Klinkers in keperverband (W9a elementenverharding in keperverband)

Snelheid

60 km/uur buiten de komgrens en 30 km/u binnen de komgrens

Verdeling in %

Dagperiode 07 - 19 u

Avondperiode 19 – 23 u

Nachtperiode 23 – 07 u

Uur intensiteit

6,7

3,4

0,7

Lichte motorvoertuigen 3

91

91

91

Middelzware motorvoertuigen3

7

7

7

Zware motorvoertuigen3

2

2

2

De verkeersgegevens van de Schouteneinde zijn ontleend aan een rapport van SAB 4 (kenmerk 180236 dd. 30-11-2018 ‘Akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai Posthoorn locatie, Puttershoek’) uit het vigerend bestemmingsplan voor de nieuwbouwlocatie naast onderhavige planlocatie (Schouteneinde 56 t/m 60). Deze gegevens zijn gebaseerd op een verkeerstelling van de gemeente Binnenmaas, uitgevoerd in 2016. Tabel 3.2 Verkeersgegevens Weg: Etmaalintensiteit 2017

Schouteneinde 935 motorvoertuigen

Etmaalintensiteit 2031

1.155 motorvoertuigen

Autonome groei

1,5% per jaar

Type wegdekverharding

Klinkers in keperverband (W9a elementenverharding in keperverband)

Snelheid

30 km/u binnen de komgrens

Verdeling in %

Dagperiode 07 - 19 u

Avondperiode 19 – 23 u

Nachtperiode 23 – 07 u

Uur intensiteit

6,68

3,39

0,79

Lichte motorvoertuigen3

93,2

96,1

94,9

Middelzware motorvoertuigen3

5,5

2,4

5,1

Zware motorvoertuigen3

1,3

1,6

0

3

Met lichte motorvoertuigen worden motorvoertuigen op drie of meer wielen (zoals personenauto’s en bestelbusjes) bedoeld. Onder de middelzware motorvoertuigen worden gelede en ongelede autobussen bedoeld, alsmede andere motorvoertuigen die ongeleed zijn en voorzien van een enkele achteras waarop vier banden zijn gemonteerd. Met zware motorvoertuigen worden gelede motorvoertuigen, alsmede motorvoertuigen bedoeld die zijn voorzien van een dubbele achteras bedoeld. 4 De verkeersgegevens van de Molendijk zijn hierin eveneens opgenomen, maar betreft een aanname met een lagere verkeersintensiteit dan de telling van het Waterschap. Daarom is in voorliggend rapport voor de Molendijk gebruik gemaakt van de telcijfers van het Waterschap, zodat de situatie hiermee worst-case wordt berekend.

VL.2037.R01

pagina 12

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Van de Zijdewinde zijn geen verkeersgegevens bekend. Daarom is de verkeersgeneratie op deze woonstraat berekend op basis van kencijfers van het CROW. In de publicatie 381 is aangegeven dat voor woningen in een centrum-dorps woonmilieu, waar het onderzoeksgebied toe behoort, uitgegaan kan worden van een gemiddeld aantal voertuigbewegingen van 6,3 per woning en per weekdag. De Zijdewinde heeft naast de ontsluiting op de Schouteneinde aan de westzijde ook een ontsluiting aan de oostzijde op de uiteinde van de Weverseinde. Aan de hand van de kadastrale kaart is bepaald dat maximaal 70 woningen langs de westzijde van de straat zullen ontsluiten, hetgeen een etmaalintensiteit genereert van 441 motorvoertuigen in de huidige situatie. Rekening houdend met een autonome groei van 1,5% per jaar tot aan het prognosejaar 2031 is voor de Zijdewinde in het rekenmodel een etmaalintensiteit opgenomen van 520 motorvoertuigen per weekdagetmaal (afronding op tiental). Voor de overige verkeersgegevens is deze weg gelijk gesteld aan de Schouteneinde, hetgeen de situatie in werkelijkheid zal overschatten voor wat betreft het aandeel van het vrachtverkeer. In het rekenmodel is er voor alle betrokken wegen van uitgegaan dat de snelheid en de wegdekverharding van de huidige situatie gehandhaafd blijven in het prognosejaar. 3.3

Rekenmethode

De in deze rapportage opgenomen geluidbelastingen voor het prognosejaar 2031 zijn berekend volgens standaardrekenmethode II uit het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMV 2012), als bedoeld in artikel 110 van de Wet geluidhinder. De geluidbelasting vanwege de niet gezoneerde (30 km/u) wegen is berekend volgens de CROW publicatie 965 ‘Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/h’. Bij de berekening van de geluidsbelastingen volgens standaard-rekenmethode II is gerekend met één reflectie en een sectorhoek van twee graden. 3.4

Modellering

Ten behoeve van de berekeningen is een driedimensionaal computersimulatie model opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van het door DGMR Raadgevende Ingenieurs B.V. ontwikkelde computerprogramma "GEOMILIEU”, versie 5.21. Voor het tot stand komen van het model is gebruik gemaakt van informatie uit kaartmateriaal van het Georegister, informatie van de opdrachtgever en Google-Earth/Streetview. Alle gebouwen zijn als reflecterende objecten ingevoerd (reflectiefactor = 0,8). De gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn direct geïmporteerd uit het 3D-datamodel met DGMR. Dit datamodel is gebaseerd op informatie van BAG en AHN. De huidige bebouwing van Schouteneinde 54 is vervolgens verwijderd. De indeling van de planlocatie is gebaseerd op het door de opdrachtgever verstrekt .dwg-bestand van de nieuwe situatie (kenmerk 0101_2020-05-15_Situatie). De vier nieuwe gebouwen (A t/m D genummerd) zijn hiervan ongewijzigd overgenomen met een gebouwhoogte van 6 meter. Verdeeld over de zijden van elk gebouw zijn rekenpunten ingevoerd. De eerste toetshoogte ligt op 1,5 meter boven maaiveld, overeenkomend met stahoogte op de eerste woonlaag (begane grond). Vervolgens is nog een toetshoogte ingevoerd op stahoogte vanaf de tweede woonlaag (eerste verdieping).

Met een maximale bouwhoogte van 6 meter is er bij de nieuwbouw geen sprake van een derde bouwlaag met geluidgevoelige ruimten. Zodoende is bij de vier nieuwe gebouwen gerekend met toetspunten op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. Op deze manier is het verloop in geluidbelasting op de gevels van de nieuwe appartementen inzichtelijk gemaakt, zonder rekening te houden met de aanwezigheid van geluidgevoelige ruimtes grenzend aan de gevelzijden.

VL.2037.R01

pagina 13

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Figuur 3.3 Weergave schetsontwerp nieuwe situatie dd. 15-5-2020

De bodemfactor van het onderzoeksgebied is in het rekenmodel standaard op een zachte, absorberende ondergrond (Bf=1,0) gezet. De (half) harde bodemgebieden in de omgeving van de planlocatie zijn geïmporteerd uit het 3D-datamodel van DGMR. In de omgeving van de planlocatie zijn wegen en andere verhardingen, zoals water aanwezig en in het rekenmodel ingevoerd met een bodemfactor 0 (geheel hard, reflecterend gebied). Het erf rondom woningen en de nieuwbouw is in het rekenmodel met een bodemfactor van 0,5 opgenomen vanwege de combinatie van bestrating en tuinen. Daar waar geen bodemgebied is gemodelleerd, is sprake van een zachte, absorberende ondergrond, zoals zand of gras. Het hoogteverschil van de bodemgebieden in het onderzoeksgebied is gemodelleerd met hoogtelijnen. Deze zijn geïmporteerd uit het 3D-datamodel van DGMR, welke de NAP-hoogte van bodemgebieden weergeeft. Het rekenmodel heeft standaard een maaiveldhoogte van -0,5 meter, hetgeen globaal overeenkomt met NAP-hoogte van een groot deel van het onderzoeksgebied. Uit de informatie van het AHN en het 3D-datamodel blijkt dat de planlocatie ongeveer op +2 meter NAP-hoogte ligt, gelijk aan de hoogte van de Schouteneinde. De hoogteligging van de Schouteneinde loopt iets op naar de afslag van de Molendijk toe tot circa 3 meter. Deze hoogte blijft ook gelden op de Molendijk.

Het verkeer op de Schouteneinde, de Molendijk en de Zijdewinde is als een rijlijn per weg in het rekenmodel ingevoerd. Hiermee wordt de geluidemissie als gevolg van de motorvoertuigen op de weg berekend. De bronhoogte van de weg is 0,75 meter. Het kavel voor de vier nieuwe gebouwen is door middel van een hulpvlak inzichtelijk gemaakt. De komgrens is door middel van een hulplijn inzichtelijke gemaakt. Een hulplijn of -vlak bevat verder geen informatie en is dus niet van invloed op het rekenresultaat. Figuur 1 geeft een overzicht van de modellering van de wegen, bodemgebieden, hoogtelijnen en gebouwen weer met op de achtergrond de kadastrale situatie van het onderzoeksgebied. In figuur 2 is ingezoomd op het plangebied en is een detailweergave van het model met de ligging van de rekenpunten (gridpunten) opgenomen. In bijlage I zijn alle modelgegevens in numerieke vorm opgenomen voor wat betreft wegen, objecten, hoogtelijnen, bodemgebieden, toetspunten. De volgende figuur geeft de modellering van het onderzoeksgebied in de nabijheid van de planlocatie weer in 3D perspectief vanuit het zuiden gezien.

VL.2037.R01

pagina 14

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Figuur 3.4 3D-Weergave van de modellering nabij de planlocatie

VL.2037.R01

pagina 15

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

4

REKENRESULTATEN EN BEOORDELING 4.1

Geluidbelasting vanwege de geluidgezoneerde weg

Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de nieuwbouw, als gevolg van het geluidgezoneerde deel van de Molendijk (buitenstedelijke ligging) is opgenomen in bijlage III. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw is het hoogst bij gebouw C en bedraagt niet meer dan 33 dB. Op de overige nieuwe gebouwen (A, B en D) bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 31 dB. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Molendijk (bubeko) op de nieuwbouw weergegeven, inclusief 5 dB aftrek art. 110g Wgh.

Figuur 4.1 Geluidbelasting vanwege de Molendijk (buiten de komgrens), inclusief aftrek.

Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden opgemaakt dat de berekende geluidbelasting op het nieuwbouwplan de 48 dB nergens overschrijdt. Daarmee wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Omdat de voorkeursgrenswaarde op de nieuwbouw niet wordt overschreden, is geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze geluidgezoneerde weg en kan aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen achterwege blijven, evenals het aanvragen van een hogere waarde.

VL.2037.R01

pagina 16

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

4.2

Geluidbelasting vanwege de niet geluidgezoneerde wegen

Een compleet overzicht van de berekende geluidbelastingen op de nieuwbouw binnen de planlocatie als gevolg van de niet geluidgezoneerde wegen (stedelijke ligging en 30 km/u regime) is opgenomen in bijlage IV. In de berekening is dus de geluidbelasting vanwege de Schouteneinde, de Molendijk en de ZIjdewinde opgenomen. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en inclusief aftrek van 5 dB in navolging van artikel 110g van de Wet geluidhinder. 4.2.1 Schouteneinde De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw is vanwege de Schouteneinde het hoogst bij gebouw A en B en bedraagt ten hoogste 53 dB. Deze geluidbelasting wordt bij beide gebouwen alleen op de noordwestelijke gevelzijde berekend, deze gevelzijde is direct naar de weg gericht. Op de overige gevelzijden van gebouw A bedraagt de geluidbelasting 24 – 48 dB en bij gebouw B 26 – 48 dB. De geluidbelasting die is berekend op de gebouwen C en D bedraagt niet meer dan 36 dB. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Schouteneinde op de nieuwbouw weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.

Figuur 4.2 Geluidbelasting vanwege de Schouteneinde (30 km/u), inclusief aftrek.

Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg net niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding vindt alleen plaats aan de noordwestelijke gevelzijde van gebouw A en B en bedraagt 5 dB. Met een maximale geluidbelasting van 53 dB wordt de maximaal aanvaardbare waarde voor het akoestisch woon- en leefklimaat bij de appartementen in de beide gebouwen niet overschreden. In onderhavige situatie is dus sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg.

VL.2037.R01

pagina 17

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

Omdat de nieuwbouw binnen de bebouwde kom van Puttershoek ligt, de Schouteneinde geen geluidgezoneerde weg is en de maximaal aanvaardbare waarde niet wordt overschreden, wordt aanvullend onderzoek naar geluidreducerende maatregelen niet noodzakelijk geacht. 4.2.2 Molendijk (bibeko) De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw bedraagt vanwege het binnen de bebouwde kom gelegen deel van de Molendijk ten hoogste 39 dB. Deze geluidbelasting wordt alleen berekend op de zuidwestelijke gevelzijde van gebouw C (eerste verdieping). Op de gevelzijden van de overige gebouwen bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 37 dB. In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Molendijk op de nieuwbouw weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.

Figuur 4.3 Geluidbelasting vanwege de Molendijk (30 km/u), inclusief aftrek.

Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. In onderhavige situatie is dus geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. 4.2.3 Zijdewinde De berekende geluidbelasting op de nieuwbouw bedraagt vanwege de Zijdewinde ten hoogste 36 dB. Deze geluidbelasting wordt alleen berekend op de noordoostelijke gevelzijde van gebouw D (eerste verdieping). Op de gevelzijden van de overige gebouwen bedraagt de geluidbelasting niet meer dan 35 dB.

VL.2037.R01

pagina 18

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

In onderstaande figuur is de berekende geluidbelasting vanwege de Zijdewinde op de nieuwbouw weergegeven, inclusief 5 dB aftrek in navolging van art. 110g Wgh.

Figuur 4.4 Geluidbelasting vanwege de Zijdewinde (30 km/u), inclusief aftrek.

Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden afgeleid dat de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege deze 30 km/uweg overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. In onderhavige situatie is dus geen sprake van akoestische relevantie van geluid vanwege deze niet geluidgezoneerde weg. 4.3

Cumulatie van geluid

Aangezien bij onderhavige planlocatie de voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege een geluidgezoneerde weg niet wordt overschreden, is geen sprake van relevante blootstelling aan één of meer geluidbronnen. Op basis van de Wgh is een cumulatieberekening niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het wel wenselijk meer inzicht te krijgen in de invloed op de geluidbelasting na cumulatie van geluid. Een cumulatieberekening geeft hierin uitsluitsel en dient als uitgangspunt voor het beoordelen van de kwaliteit van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw. Een compleet overzicht van de berekende gecumuleerde geluidbelasting op de nieuwbouw aan de Schouteneinde 54/54a is opgenomen in bijlage V. De geluidbelasting is weergegeven in Lden en zonder aftrek ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt: • Op de gevels van gebouw A: • Op de gevels van gebouw B:

VL.2037.R01

42 – 58 dB 40 – 58 dB

pagina 19

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

• •

Op de gevels van gebouw C: Op de gevels van gebouw D:

40 – 45 dB 38 – 44 dB.

Behalve de naar de Schouteneinde gerichte noordwestelijke gevelzijden van gebouw A en B, kunnen alle gevels van de nieuwe gebouwen geheel als geluidluw worden beschouwd. In de onderstaande figuur wordt de berekende gecumuleerde geluidbelasting (inclusief 30 km/u wegen en zonder aftrek) weergegeven.

Figuur 4.3: Gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, exclusief aftrek.

Uit bovenstaande rekenresultaten kan worden geconcludeerd dat de cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in onderhavige situatie 38 – 58 dB bedraagt, waaruit blijkt dat conform het beleid van de gemeente bij de nieuwbouw sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, aangezien nagenoeg het hele perceel als geluidluw is te beschouwen. Enige uitzondering hierop wordt gevormd door de noordwestelijke gevelzijde, direct aan de Schouteneinde gelegen, van zowel gebouw A als B. Uit de rekenresultaten blijkt ook dat de Schouteneinde de enige maatgevende weg is in voorliggend onderzoek, omdat cumulatie van geluid niet leidt tot een hogere geluidbelasting en dus een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat.

VL.2037.R01

pagina 20

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

5

CONCLUSIE 5.1

Algemeen

In opdracht van Schouteneinde BV en in samenwerking met Juridisch Planologisch Adviesbureau R3 is door Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai in verband met een nieuwbouwplan aan de Schouteneinde 54/54a in Puttershoek, gemeente Binnenmaas. Het voornemen is om op het perceel van Schouteneinde 54/54a de leegstaande bedrijfsbebouwing en winkelruimte af te breken en daarvoor in de plaats een viertal nieuwe gebouwen van twee woonlagen op te richten welke voorzien in totaal 14 appartementen. Bij het plan worden ook de percelen aan de achterzijde van de bestaande bebouwing betrokken. Het kavel waarop de voorgenomen nieuwbouw plaats vindt heeft momenteel aan de voorzijde een bestemming ‘detailhandel’ en aan de achterzijde een groenbestemming. Om de voorgenomen nieuwbouw mogelijk te maken dient de huidige bestemming omgezet te worden naar een woonbestemming middels een ruimtelijke procedure. Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) is het verplicht bij wijziging van een bestemmingsplan, waarbij nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk worden gemaakt, die zijn gelegen binnen een geluidzone, de geluidbelasting middels een akoestisch onderzoek vast te stellen. Een woning of appartement wordt in de Wgh aangemerkt als een geluidgevoelig object.

Het akoestisch onderzoek maakt om deze reden onderdeel uit van de bestemmingsplanprocedure en heeft tot doel de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de nieuwbouw te bepalen en deze te toetsen aan de normen uit de Wet geluidhinder. Uit bestudering van de omgeving is gebleken dat de onderzoekslocatie zich alleen bevindt binnen de geluidzone van de Molendijk, deze weg heeft bovendien alleen een geluidzone in het buiten de komgrens gelegen gedeelte. De locatie bevindt zich niet binnen de geluidzone van de HSL (railverkeerslawaai) en sinds 8 november 2018 niet meer binnen de geluidzone van het bedrijventerrein Puttershoek (Suikerfabriek). De bebouwde kom van Puttershoek is in de omgeving van de onderzoekslocatie ingericht met een 30 km/u regime. Dergelijke wegen hebben volgens de Wet geluidhinder geen geluidzone en daaruit volgend ook geen onderzoeksplicht. In het kader van een goede ruimtelijke zijn de Schouteneinde, de Molendijk (binnen de komgrens gelegen gebied) en de Zijdewinde in het onderzoek betrokken. De geluidbelasting van deze wegen zijn eveneens berekend op de nieuwbouw en getoetst aan (kwalitatieve) eisen voor een goede ruimtelijke ordening. 5.2

Toets aan de Wet geluidhinder

Vanwege het buiten de komgrens gelegen deel van de Molendijk is de hoogst berekende geluidbelasting op de nieuwbouw 33 dB. Voor de nieuwbouw geldt daarmee dat overal voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Voortvloeiend hieruit kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege deze weg akoestisch niet relevant is en maatregelenonderzoek achterwege kan blijven. 5.3

Beoordeling akoestisch woon- en leefklimaat

In deze paragraaf wordt de geluidbelasting vanwege de niet geluidzoneerde, 30 km/u wegen op de planlocatie uiteengezet. Het betreft in dit geval de Schouteneinde, de Molendijk en de Zijdewinde. Tevens wordt inzicht gegeven in de gecumuleerde geluidbelasting vanwege al het wegverkeer in de nabijheid van de planlocatie. 5.3.1 Schouteneinde Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 53 dB bedraagt en hiermee dus niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De

VL.2037.R01

pagina 21

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

overschrijding vindt alleen plaats aan de noordwestelijke gevelzijde van zowel gebouw A als gebouw B en bedraagt 5 dB. Beide zijden van het gebouw zijn direct aan deze weg gelegen en ernaar gericht. Op de overige zijden van gebouw A en B en op alle zijden gebouw C en D wordt geen overschrijding van de richtwaarde berekend. Voorvloeiend uit de rekenresultaten kan geconcludeerd worden dat de blootstelling aan geluid vanwege de Schouteneinde relevant is voor het woon- en leefklimaat bij het nieuwbouwplan. 5.3.2 Molendijk Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 39 dB bedraagt en hiermee dus overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Uit de rekenresultaten blijkt dat de blootstelling aan geluid van deze 30 km/u weg vanuit akoestisch oogpunt dus niet relevant is voor het woon- en leefklimaat bij het nieuwbouwplan. 5.3.3 Zijdewinde Uit de rekenresultaten blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege deze niet geluidgezoneerde weg op de nieuwbouw ten hoogste 36 dB bedraagt en hiermee dus overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. Uit de rekenresultaten blijkt dat de blootstelling aan geluid van deze 30 km/u weg vanuit akoestisch oogpunt dus niet relevant is voor het woon- en leefklimaat bij het nieuwbouwplan.

5.3.4 Cumulatie van geluid Uit de rekenresultaten blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting niet leidt tot een toename van geluid ten opzichte van de geluidbelasting vanwege alleen de maatgevende bron. Er is dus bij cumulatie geen sprake van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw. De cumulatieve geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en bijbehorende kwalificatie voor het akoestisch woon- en leefklimaat zijn: • Op de gevels van gebouw A: 42 – 58 dB zeer goed tot matig • Op de gevels van gebouw B: 40 – 58 dB zeer goed tot matig • Op de gevels van gebouw C: 40 – 45 dB zeer goed • Op de gevels van gebouw D: 38 – 44 dB zeer goed

Gelet op deze kwalificering in relatie tot de stedelijke ligging van de planlocatie, kan het akoestisch woon- en leefklimaat als aanvaardbaar worden aangemerkt. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien kunnen alle gevels van de nieuwe gebouwen geheel als geluidluw worden beschouwd, behalve de naar de Schouteneinde gerichte noordwestelijke gevelzijden van gebouw A en B. Gezien de lage geluidbelasting aan de noordoost-, zuidoost- en zuidwestzijde van het plan, zullen de aanwezige buitenruimten aan die zijden ook geluidluw zijn, waarmee voldaan wordt aan het gemeentelijke geluidbeleid voor een aanvaardbaar woonmilieu.

VL.2037.R01

pagina 22

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

6

SAMENVATTING EN ADVIES

Na uitvoering van het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai op de gevels van de nieuwbouw aan de Schouteneinde 54/54a in Puttershoek kan gesteld worden dat: • • • • • •

• • •

de geluidbelasting op de nieuwbouw vanwege het geluidgezoneerde deel van de Molendijk (buitenstedelijk) ten hoogste 33 dB bedraagt en daarmee overal voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. de geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw vanwege de niet geluidgezoneerde, 30 km/u wegen ten hoogste 53 dB bedraagt en daarmee niet overal voldoet aan de richtwaarde van 48 dB in navolging van de Wgh. De overschrijding alleen door het geluid van de Schouteneinde veroorzaakt wordt en 5 dB bedraagt, berekend op de noordwestelijke gevelzijde van gebouw A en B. de maximaal aanvaardbare geluidbelasting voor het akoestisch woonmilieu bij de appartementen (63 dB) niet wordt overschreden. geen maatregelenonderzoek noodzakelijk wordt geacht. cumulatie van geluid vanwege alle betrokken bronnen van het wegverkeerslawaai ten hoogste 58 dB bedraagt (ex aftrek) en niet leidt tot een relevante toename van geluid, waarmee geen sprake is van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat. Alle gevelzijden als geluidluw zijn te beschouwen, behalve de noordwestelijke gevelzijde van gebouw A en B. het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwbouw aan de noordwestelijke gevelzijde van gebouw A en B als ‘matig’ dient te worden beoordeeld en bij de overige gevelzijden van deze gebouwen als ‘redelijk tot zeer goed’.

het akoestisch woon- en leefklimaat bij de nieuwe gebouwen C en D als ‘zeer goed’ dienen te worden beoordeeld.

Gelet op de kwalificering van het woonmilieu in relatie tot de stedelijke ligging van de planlocatie, kan het akoestisch woonen leefklimaat als aanvaardbaar worden aangemerkt en vanwege het feit dat er meerdere geluidluwe gevels en buitenruimten aanwezig zijn is dit ook op basis van het gemeentelijk geluidbeleid het geval. Er is in onderhavige situatie dus sprake van een goede ruimtelijke ordening. Omdat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden en er dus geen hogere waarde vastgesteld hoeft te worden, dient de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de nieuwbouw formeel alleen te voldoen aan de minimale eis van 20 dB uit het Bouwbesluit. De hoogste geluidbelasting op de gevels van gebouw A en B wordt echter door een niet geluidgezoneerde weg berekend (58 dB, ex aftrek vanwege de Schouteneinde). Met de minimale eis uit het Bouwbesluit wordt in dit geval niet zonder meer een goed woon- en leefklimaat in de appartementen, grenzend aan deze gevels bereikt. Daarom wordt in onderhavige situatie geadviseerd om de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de appartementen binnen gebouw A en B die grenzen aan de noordwestgevel, te dimensioneren op de maximaal berekende geluidbelasting na cumulatie van geluid van het wegverkeer en dus uit te gaan van 58 dB (zonder aftrek) op de westelijke gevelzijde van de appartementen.

In dit geval dient de geluidwering dan minimaal 25 dB (58 – 33 dB) te bedragen voor verblijfsgebieden en 23 dB (58 – 35 dB) voor verblijfsruimten. Indien bij de nieuwbouw gebruik gemaakt wordt van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische luchttoe- en afvoer, zal de benodigde geluidwering vrij eenvoudig worden behaald. Of te zijner tijd nader (bouwakoestisch) onderzoek naar de karakteristieke geluidwering van de uitwendige gevelconstructie van de nieuwbouwwoning uitgevoerd dient te worden, is ter beoordeling aan de vergunningverlenende instantie.

VL.2037.R01

pagina 23

25-05-2020

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

BIJLAGEN

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

BIJLAGE I Verkeersgegevens WSHD

Telpunt: H044020 Locatie: Molendijk, PUTTERSHOEK Type apparaat: TWR Van: 30 okt 2015 t/m 17 nov 2015 Uitgesloten dagen: Begin- en Einddag Alle uren, Kanaal1 plus 2, Alle voertuigklassen Gem. Wknd

Gem. Werk

Gem. Week

Zaterdag

Vrijdag

Donderdag

Woensdag

Dinsdag

Maandag

Zondag

Tijd 00:00 - 01:00

18

5

10

13

14

13

17

13

11

18

01:00 - 02:00

12

1

1

4

3

4

15

6

3

14

02:00 - 03:00

8

0

2

4

0

2

4

3

2

6

03:00 - 04:00

7

0

0

2

0

1

3

2

1

5

04:00 - 05:00

3

0

2

1

1

0

4

2

1

4

05:00 - 06:00

2

2

2

2

2

2

1

2

2

2

06:00 - 07:00

2

17

20

22

20

22

7

16

20

4

07:00 - 08:00

3

43

46

62

50

42

10

37

49

6

08:00 - 09:00

3

83

80

87

80

60

14

58

78

8

09:00 - 10:00

5

85

90

100

107

104

37

75

97

21

10:00 - 11:00

25

51

55

71

66

77

61

58

64

43

11:00 - 12:00

34

60

52

85

64

65

80

63

65

57

12:00 - 13:00

41

65

69

88

72

89

110

76

77

76

13:00 - 14:00

40

66

69

109

74

98

114

81

83

77

14:00 - 15:00

46

73

78

98

92

91

108

84

86

77

15:00 - 16:00

56

83

80

95

88

110

123

91

91

90

16:00 - 17:00

64

98

102

94

102

108

107

96

101

86

17:00 - 18:00

61

133

130

147

132

112

90

115

131

76

18:00 - 19:00

49

102

118

105

145

109

71

100

116

60

19:00 - 20:00

34

56

66

51

78

88

44

60

68

39

20:00 - 21:00

28

53

48

54

52

64

35

48

54

32

21:00 - 22:00

19

29

22

36

32

38

24

29

31

22

22:00 - 23:00

12

30

20

24

23

22

19

21

24

16

23:00 - 24:00

10

27

17

25

25

22

16

20

23

13

Etmaal

583 1162 1180 1378 1321 1344 1113 1119 1266 848

Overdag (07-19u)

428

941

970 1142 1070 1064

926

904 1029 677

Avond (19-23u)

93

168

156

165

185

212

121

152

176 107

Nacht (23-07u)

62

53

52

72

66

68

66

62

61

1

64

pagina 1 van 1

Akoestisch onderzoek Schouteneinde 54/54a Puttershoek

BIJLAGE II Modelgegevens

Bijlage II Modelgegevens Model: Groep:

basismodel, prognosejaar 2031 versie van Schouteneinde 54 - Puttershoek (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Naam

Omschr.

Molendijk Schouten Molendijk Zijdewinde

bubeko Schouteneinde bibeko

Geomilieu V5.21

ISO_H

ISO M.

0,00 0,00 0,00 0,00

-----

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief

Type

Cpl

Cpl_W

Helling

Hbron

Verdeling Verdeling Verdeling Verdeling

False False False False

1,5 1,5 1,5 1,5

0 0 0 0

0,75 0,75 0,75 0,75

Wegdek W9a W9a W9a W9a

V(LV(D))

V(LV(A))

V(LV(N))

V(MV(D))

V(MV(A))

V(MV(N))

V(ZV(D))

V(ZV(A))

V(ZV(N))

Totaal aantal

%Int(D)

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

60 30 30 30

1420,00 1155,00 1420,00 520,00

6,70 6,68 6,70 6,68

25-5-2020 12:46:05

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11560711/1