Verkenningen uitdaagrecht en burgerberaad
Tekst van het document
Verkenningen uitdaagrecht en burgerberaad Gemeente Hoeksche Waard
Versie 22 december 2022
1. Inleiding Bij de besluitvorming over de Participatievisie in januari 2022, is besloten om verkenningen naar twee instrumenten uit te voeren. Het gaat om verkenningen naar het uitdaagrecht en het burgerberaad. In deze notitie staan de verkenningen. De opbouw is als volgt: - Wat is het en wat levert het op? - Wat zijn voorbeelden? - Waar moet je op letten? De verkenningen zijn beperkt tot de hoofdlijnen. Over het uitdaagrecht en burgerberaad is veel informatie te vinden en er wordt veel over gepubliceerd. Voor verdere verdieping wordt verwezen naar verschillende publicaties. Het uitdaagrecht en burgerberaad zijn participatie-instrumenten; het zijn geen doelen op zich. Het bevorderen en stimuleren van participatie kan op tal van manieren. Er is al een initiatievenfonds en gemeente Hoeksche Waard experimenteert geleidelijk aan steeds meer met coproductie. Dat neemt niet weg dat het uitdaagrecht nog een stap verder gaat: de feitelijke uitvoering van gemeentelijke taken wordt deels of geheel overgenomen door een maatschappelijk initiatief. En een burgerberaad kan leiden tot een advies van inwoners aan het bestuur. 2. Verkenning uitdaagrecht Het uitdaagrecht heeft betrekking op initiatieven vanuit de samenleving, bijvoorbeeld van inwoners. Hierover staat in het Hoofdlijnenakkoord het volgende: “In januari 2022 is de participatievisie vastgesteld.
Deze geeft richting en inhoud aan hoe we de betrokkenheid van de samenleving vormgeven. De participatievisie wordt de komende periode vertaald naar een uitvoeringsprogramma. Hierin worden onder meer kaders opgenomen over hoe we omgaan met inwonersinitiatieven. Ook wordt aangegeven waar ruimte zit om te experimenteren met een nieuwe aanpak. Omdat capaciteit en middelen beperkt zijn, geven we voorrang aan de initiatieven die bijdragen aan de opgaven en de ambities uit dit hoofdlijnenakkoord. We respecteren besluiten die genomen zijn in de voormalige gemeenten, maar toetsen deze opnieuw aan de actuele financiële, juridische en maatschappelijke context.” Hiermee is aangegeven dat er ruimte is voor inwonersinitiatieven. Wel wordt voorrang gegeven aan initiatieven die bijdragen aan opgaven en ambities uit het Hoofdlijnenakkoord en worden eerder genomen besluiten in de voormalige gemeenten getoetst aan de actuele context. Het maakt hierbij niet uit onder welke noemer een initiatief wordt ingediend. Ook een initiatief in het kader van het uitdaagrecht wordt getoetst aan de hiervoor genoemde uitgangspunten en wordt gekeken naar aansluiting bij het college uitvoeringsprogramma. Het uitdaagrecht zat al via een amendement in de Wmo 2015. Het krijgt als specifiek participatie-instrument wettelijke verankering in de Wet versterking participatie op decentraal niveau.
Deze wet ligt inmiddels in de Tweede Kamer en het is wachten op het debat en stemming over de wet. In de Participatieverordening staan vooruitlopend hierop kaders voor het uitdaagrecht. De inwerkingtreding van deze kaders zijn gekoppeld aan inwerkingtreding van de wet. 2.1 Wat is het uitdaagrecht en wat levert het op? ➢ Inwoners kunnen hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken (en budget) over te nemen wanneer zij denken de taken beter (en goedkoper) te kunnen uitvoeren. ➢ Het gaat om het geheel of gedeeltelijk overnemen van een huidige taak waarvoor de gemeente budget heeft op de begroting.
1
➢ Bij gedeeltelijk overnemen kan men denken aan co-productie waarbij inwoners een taak oppakken met de overheid. Een voorbeeld is een nieuwe invulling van het provinciale natuurbeleid in samenwerking met agrariërs. ➢ Het initiatief komt dus van inwoners en/of maatschappelijke partijen, niet van de gemeente. ➢ Het is voor inwoners: de wijk of buurt wordt er beter van. ➢ De gemeente laat hiermee zien dat het ruimte maakt voor maatschappelijk initiatief. ➢ Het maakt maatwerk per locatie mogelijk. ➢ Het maakt het mogelijk dat inwoners samen aan de slag gaan en hun kennis van de buurt inzetten. ➢ Het maakt inwoners meer eigenaar van de leefomgeving. ➢ Het geeft inwoners de mogelijkheid om met oplossingen te komen voor problemen in hun buurt. ➢ Het kan de saamhorigheid in de buurt vergroten. 2.2 Welke voorbeelden zijn er? ➢ Het gaat meestal om kleinschalige initiatieven in de directe woon- en leefomgeving, bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van een (dieren)park, groen in de buurt, buurthuis, sportclub of bedrijventerrein. Maar ook grote projecten zoals de exploitatie van een windmolenpark kunnen inwoners indienen via het uitdaagrecht. Het wordt toegepast bij zorgtaken in het kader van de Wmo of lokale welzijnstaken. Een ander voorbeelden is het organiseren van de dorpskermis door bewoners samen met horeca-ondernemers.
➢ In de praktijk zijn veel uitdagingen samenwerkingen tussen gemeente en inwoners. Bijvoorbeeld een plan waarbij de gemeente zorgt voor vervanging van de riolering en bewoners voor de bovengrondse inrichting en groenonderhoud in een straat. Maar inwoners kunnen ook uitdagingen indienen samen met andere organisaties. Zoals een kleinschalige woonvoorziening voor mensen met dementie waarbij vrijwilligers uit het dorp samenwerken met een professionele zorginstelling. ➢ In de Inspiratiegids voor gemeenten - Samen werken aan het Right to Challenge (lokale-democratie.nl) staan veel voorbeelden. Nog meer voorbeelden staan in de inspiratiegids voor inwoners: Inspiratiegids voor inwoners - Samen werken aan het Right to Challenge (lokale-democratie.nl). 2.3 Waar moet je op letten? ➢ Zowel raad, college als ambtelijke organisatie moeten bereid zijn om taken los te laten en te accepteren dat die op een andere dan gebruikelijke manier worden uitgevoerd. ➢ Het vraagt een onderzoekende en open houding van de gemeente: bij een ingediend initiatief kijk je als gemeente met de indieners mee hoe het initiatief mogelijk te maken is. ➢ Het is belangrijk om tijdig duidelijk te zijn over wat niet kan volgens beleid, wetgeving of regels. Die zijn er niet voor niets. ➢ Het algemeen belang moet bewaakt worden, maar er zal ook variatie ontstaan tussen buurten.
➢ Bij het uitdaagrecht past Ja, tenzij en dat de tenzij zo beperkt mogelijk is. Algemene kaders kunnen worden meegenomen in de participatieverordening maar in de praktijk zal maatwerk nodig zijn. ➢ Niet alles is van tevoren te overzien of te bedenken, het vraagt om durf en leren door te doen in de praktijk. ➢ De verantwoordelijkheid voor de taken blijft in juridische zin bij de overheid liggen, het gaat om het overnemen van de feitelijke uitvoering van taken (zie de Memorie van Toelichting op de Wet versterking participatie op decentraal niveau). Dit betekent ook dat de wethouder politiek verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de taken. De feitelijke uitvoering kan ook weer teruggenomen worden. 2
➢ Het is goed en nodig om afspraken te maken over de continuïteit van een initiatief en minimale eisen te stellen aan kwaliteit, veiligheid en aansprakelijkheid. ➢ Gemeenten mogen budget niet aan natuurlijke personen overmaken. Er is een rechtsvorm zoals een stichting of vereniging nodig. Een voorbeeld waarbij dit op een andere manier opgelost wordt, is wanneer bewoners het openbaar groen in hun buurt onderhouden waarbij de gemeente via het eigen inkoopcontract voor de beplanting zorgt. Dan is er geen financiële transactie richting de bewoners nodig. ➢ Sommige publieke taken blijven wettelijk voorbehouden aan de gemeente. ➢ Het vraagt van de gemeente interne samenwerking omdat initiatieven vaak meerdere beleidsdomeinen raken. ➢ Het wordt aangeraden om een aanspreekpunt binnen de gemeente te benoemen dan wel te zorgen voor laagdrempelige ingangen bij de gemeentelijke organisatie en korte lijnen te organiseren. Hierbij hoort een procedure: hoe kan iemand een uitdaging indienen, bij wie en hoe wordt dit behandeld. ➢ Het feitelijk uitvoeren van taken door anderen kan gevolgen hebben voor medewerkers van de gemeente wanneer zij die taken nu uitvoeren: het werk wordt immers overgenomen door anderen. 3.
Verkenning burgerberaad Het idee achter burgerberaden gaat terug naar de Klassieke Oudheid (7e- 4e voor Christus) toen in Athene inwoners (meer specifiek: mannen uit een bepaalde laag) werden geselecteerd om deel te nemen aan debatten over beleid. Een burgerberaad kan een oplossing bieden voor lastige beleidsdiscussies en het dalende vertrouwen in democratische instellingen. 3.1 Wat is het burgerberaad en wat levert het op? ➢ Een burgerberaad is een manier om de samenleving bij politieke besluitvorming te betrekken: een groep inwoners geeft aanbevelingen over (de uitvoering van) beleid op basis van uitgebreide en deskundige informatie en eigen ervaringen. ➢ Het idee voor een burgerberaad kan uit de overheid en vanuit de samenleving komen. ➢ Een goede vraag aan een landelijk burgerberaad is bijvoorbeeld ‘Welke besluiten moeten regering en parlement nemen om de klimaatcrisis en de bredere ecologische crisis op te lossen?’ ➢ Vaak wordt de groep door loting samengesteld. Soms gaat het om 50 en soms om 150 of 500 inwoners. Dat hangt van de grootte van de gemeente en de gekozen methode. Het is wel de bedoeling dat deelnemers een dwarsdoorsnede vormen van de samenleving. ➢ Een burgerberaad is vormvrij en komt terug onder verschillende namen, zoals burgerforum, burgertop, burgerpanels en G1000.
Ook andere deelnemers dan inwoners kunnen meedoen, bijvoorbeeld ambtenaren of specifieke werkgevers. ➢ De uitkomst van een burgerberaad is een gezamenlijk besluit of een set aanbevelingen die door de vraagsteller (de politiek bijvoorbeeld) wordt gebruikt om besluiten te nemen. Het burgerberaad komt dus niet in de plaats van gekozen politici. ➢ Een burgerberaad is niet bedoeld om draagvlak te krijgen over al besloten beleid (klassieke inspraak) of een antwoord op een ja-nee vraag (referendum). Een burgerberaad laat onderbouwd zien wat er leeft in de samenleving. ➢ Burgerberaden werken in het bijzonder goed wanneer mensen van mening verschillen (maar wel onderliggende waarden delen), wanneer een probleem ingewikkeld is (voor kleine eenvoudige vraagstukken heb je geen burgerberaad nodig) en wanneer het over vraagstukken gaat die verder reiken dan de volgende verkiezingen (het algemeen belang en de lange termijn staan centraal). ➢ De belangrijkste winst is dat politici beter besluiten kunnen nemen over onderwerpen die tot verdeeldheid leiden. 3
➢ Het is een participatievorm die, mits goed uitgevoerd, kan bijdragen aan vertrouwen in democratische instituties en haar uitvoerders. ➢ Het geeft legitimatie aan genomen besluiten. ➢ Kennis, ervaring en perspectieven van deelnemers worden ingezet voor maatschappelijk lastige vraagstukken. 3.2 Welke voorbeelden zijn er? ➢ Een G1000 in Enschede in 2017 over vuurwerk, waarbij een burgerbesluit is voorgelegd aan de gemeenteraad met als gevolg het instellen van vuurwerkvrije zones in 2017 en 2018. Meer lezen kan via Boekwerk_StadsdialoogEnschede-1.pdf (g1000.nu).
➢ Een brede online raadpleging gevolgd door een Burgerforum in Regio Foodvalley in 2021 over het opwekken van energie (waar, hoe en hoeveel). Het advies van het burgerforum is een bijlage bij de Regionale Energiestrategie. Meer lezen kan via Betrek bewoners actief en pak duurzame opwek regionaal aan | Regio Foodvalley.
➢ Een uitgebreid participatietraject in Heerenveen in 2019 over wat inwoners belangrijk vinden voor het stadscentrum. Het begon met een burgertop (1 dag met 400 inwoners) en daarna volgde een burgerforum met 160 burgertop-deelnemers om ideeën uit te werken in voorstellen (gedurende 3 maanden). Daarna volgde een burgerraad (de 400 deelnemers aan de burgertop waren hiervoor uitgenodigd) voor de presentatie van de voorstellen van het burgerforum (1 middag). De burgerraad heeft 47 voorstellen gekozen die het burgerbesluit vormen. Daarna is een monitorgroep ingesteld van 50 burgerraad-deelnemers. De monitorgroep volgt hoe de gemeente verder gaat met het burgerbesluit. In mei 2019 heeft de gemeenteraad de 47 voorstellen aangenomen en die zijn gebruikt voor het opstellen van de centrumvisie die in het najaar van 2019 is vastgesteld. Meer lezen kan via Bijeenkomsten inwoners (G1000) en ondernemers (G20) | Programma Centrum Heerenveen.
➢ In Zeist zijn in 2021 inwoners betrokken geweest bij het sluitend maken van de begroting: Sluitende begroting Zeist met de hulp van burgerberaad | Nederlandse Vereniging voor Raadsleden
➢ Ook in het buitenland wordt flink geëxperimenteerd met democratische vernieuwing. In Ostbelgien (een Duitstalig deel van België) is een permanente burgerraad als aanvulling op het gekozen parlement geïnstalleerd. Niet alleen verkiezingen, maar ook loting: zo vernieuwen 76.000 Belgen de democratie - De Correspondent.
3.3 Waar moet je op letten ➢ Een burgerberaad kost veel tijd (een doorlooptijd van minimaal een half jaar) en energie. Kijk dus goed naar waarvoor je het wel en niet inzet. Oftewel het moet duidelijk zijn waarom een burgerberaad voor een bepaald vraagstuk van toegevoegde waarde is. ➢ De relatieve lange doorlooptijd zorgt voor gecommitteerde deelnemers. De verwachtingen over wat met de uitkomsten gebeurt, nemen evenredig toe. Daarom en om ervoor te zorgen dat er ook echt iets gedaan wordt met de uitkomst van een burgerberaad, geeft de politiek van tevoren aan hoe en wanneer zij de aanbevelingen opvolgt. Een voorwaarde kan bijvoorbeeld zijn dat meer dan de helft van de bevolking een maatregel moet steunen. Na het burgerberaad kan bijvoorbeeld nog een preferendum of een meerkeuze-referendum volgen, waarbij iedereen een voorkeur uit kan spreken over de voorstellen of projecten. ➢ Het kost relatief veel geld: er zijn voorbeelden in Nederland tussen €50K en €250K. ➢ Er is onafhankelijke, onpartijdige en professionele procesbegeleiding nodig die zorgt voor goede beraadslaging en verslaglegging. Hier gaat een deel van de kosten naar toe. ➢ Deelnemers moeten goed geïnformeerd worden. Daarvoor zijn experts nodig die alle gezichtspunten laten zien. De uitkomsten moeten echter wel van het burgerberaad zijn; er wordt niet om een expert-mening gevraagd. Een alternatief kan zijn om aan 4
➢
➢ ➢ ➢
experts een analyse te vragen die de deelnemers kunnen gebruiken, en niet zozeer ideeën over oplossingen. Iedereen moet een gelijke kans hebben om deel te nemen. Loting is hierbij een optie. Maar loting voorkomt niet altijd dat er over-representatie is van bepaalde groepen. Loting kent een bepaalde mate van zelfselectie; niet iedereen die geloot is, doet ook daadwerkelijk mee. Het kan nodig zijn om een na-selectie te doen en om doelgroepen te benaderen die zich niet hebben opgegeven. Het is belangrijk goed te communiceren met inwoners die niet in het burgerberaad zitten (en dat zullen de meeste inwoners zijn). Iedereen moet zich kunnen herkennen in de uitkomsten. Het is zaak een balans te vinden tussen de representatieve democratie en het direct betrekken van inwoners: er moet gewaakt worden voor participatie-moeheid en het overvragen van inwoners. Niet iedereen houdt van dialoog of is hier goed in. Ook andere vormen van participatie blijven nodig.
5