V-43178 - Wijziging Instemmingsbesluit Spijkenisse Cluster 2e Fase [GELAKT]
Tekst van het document
\h' h?K7
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ti??7
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. Schepersmaat 2 9405 TA Assen
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres
2 S FE8 2024
Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk
Datum Betreft
29 februari 2024 Besluit winningsplan Spijkenisse Cluster 2e Fase
Besluit 1. Inleiding Op 5 april 2023 heeft de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag ontvangen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V., handelsregister 04008869 0000 (hierna: NAM), om in te stemmen met een wijziging van het winningsplan Spijkenisse Cluster 2e Fase. De aanvraag behoeft op grond van artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) instemming van de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de minister). De bevoegdheid tot instemmen met een winningsplan is thans belegd bij de staatssecretaris.
5.1.2.e
Ons kenmerk PDGGO-DTDO / V-43178 Uw kenmerk Bijlage(n)
De gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Flekelingen liggen in de provincie Zuid-Flolland, de gemeenten Nissewaard, Floeksche Waard en Rotterdam, in het verzorgingsgebied van het waterschap Flollandse Delta en binnen de grenzen van de winningsvergunningen Botlek III en Beijerland.
o o| 0|
w| 0)|
Sinds 2006 produceert NAM gas uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Flekelingen vanaf de locatie Spijkenisse-Oost-1 (putten SPKO-1, SPKO-2 en SPKO3). In 2021 is ingestemd met een verlenging van de productie tot en met 2023. Flet ingediende winningsplan betreft de verlenging van de productie tot en met 2028. NAM verwacht nog maximaal 125 miljoen Nm^ gas te kunnen winnen vanaf 2024 tot en met 2028. Dit is een beperkte toename van de vergunde productievolumes.
O)'
en cn -4
o>!
2. Beleid gaswinning in Nederland Flet kabinet zet in op besparing en de ontwikkeling van duurzame energie. Gas zal echter, als transitiebrandstof, de komende jaren noodzakelijk blijven. Aardgas speelt nog een belangrijke rol in de Nederlandse energiehuishouding. In 2022 was het aardgasverbruik in Nederland 31 miljard m^. Dat is circa 44% van het primaire energieverbruik in Nederland. Flet kabinet kijkt hoe de afhankelijkheid van gas zo snel mogelijk afgebouwd kan worden en hoe en wanneer de productie van gas in Nederland beëindigd kan worden. In de overgang naar duurzame energie blijft aardgas de komende decennia nog steeds nodig voor de industrie, voor het
Pagina 1 van 12
» » M
4j kj
verwarmen van een groot deel van de huizen en voor het in stand houden van Programma DG Groningen en een betrouwbare elektriciteitsvoorziening. Door het gas in Nederland te winnen Ondergrond zijn we minder afhankelijk van import van aardgas uit andere landen. Gaswinning Directie Transitie Diepe Ondergrond in Nederland draagt daarmee bij aan energieleveringszekerheid. Dit is onder andere toegelicht in de brief aan de Tweede Kamer van in de brief van 20 januari 2023 (Kamerstukken II 2023 32849, nr. 214). Zoals uit het voorgaande volgt is PDGGO-DTDO / V-43178 aardgas in de transitie naar duurzame energie nog steeds nodig en is dit een onderdeel van het klimaatbeleid (brief van 31 januari 2023, Kamerstukken II 2023 33529, nr. 1116). Indien de gaswinning ook olieproductie met zich meebrengt kan de staatssecretaris daarmee instemmen. De staatssecretaris stemt enkel in met gas- en oliewinning voor zover dat veilig kan voor mens en milieu.
3. Juridisch kader en voorbereidingsprocedure 3.1 Mijnbouw wet- en regelgeving Een verzoek tot instemming met een gewijzigd winningsplan wordt getoetst aan de Mbw en de daarop gebaseerde regelgeving. De artikelen 34, 35 en 36 van de Mbw en artikel 24 van het Mijnbouwbesluit vormen het juridisch kader waaraan de aanvraag wordt getoetst. Uit artikel 34, vierde lid, onder b, van de Mbw volgt welke procedure van toepassing is. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (de uitgebreide voorbereidingsprocedure) is niet van toepassing indien sprake is van een wijziging van ondergeschikte aard omdat die niet leidt tot een andere beoordeling van: - de effecten van de wijze van winning, alsmede daarmee verband houdende activiteiten, - de effecten van bodembeweging als gevolg van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging en - de risico's voor omwonenden, gebouwen en infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. Of de staatssecretaris kan instemmen met het gewijzigde winningsplan, toetst hij aan artikel 36, eerste lid van de Mbw.
De staatssecretaris kan zijn instemming geheel of gedeeltelijk weigeren of daaraan voorschriften of beperkingen verbinden, indien dat gerechtvaardigd wordt door één van de volgende belangen: - de veiligheid van omwonenden, - het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, - het belang van planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte of andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen, - de nadelige gevolgen voor het milieu, - de nadelige gevolgen voor de natuur. 3.2 Voorbereidingsprocedure Het verzoek van NAM van 5 april 2023 betreft de verlenging van de periode van gaswinning uit de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen naar eind 2028. Dit is nodig om het totale productievolume te kunnen winnen. De productievolumes nemen beperkt toe ten opzichte van de volumes waarmee in 2021 is ingestemd. De staatssecretaris is van oordeel dat de verzochte verlenging van de productieperiode een wijziging van ondergeschikte aard is, omdat deze verlenging niet leidt tot een andere beoordeling van de effecten en risico's dan in 2013 en 2021 is beoordeeld. De staatssecretaris motiveert dit verder onder punt 6 van dit besluit. Gelet op artikel 34, vierde lid onder b, van de Mbw, is dit verzoek tot
Pagina 2 van 12
iM'
'Ö ii
M tl
!W .ii.
wijziging van het instemmingsbesiuit daarom voorbereid met toepassing van hoofdstuk 4 van de Awb. In de Mbw is opgenomen dat over een ingediend winningsplan of een gewijzigd winningsplan advies moet worden ingewonnen van: TNO-AGE (artikel 123, tweede lid van de Mbw), de inspecteur-generaal der mijnen (Staatstoezicht op de Mijnen) (hierna: SodM) (artikel 127, eerste lid, sub b van de Mbw), de Technische commissie bodembeweging (artikel 35 lid 2 van de Mbw). Vanaf 1 januari 2024 heeft TNO-AGE deze adviestaak overgenomen, de betrokken decentrale overheden (artikel 34, vijfde lid van de Mbw).
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
Belanghebbenden die het niet eens zijn met dit besluit, kunnen daartegen bezwaar maken. Hoe dat moet staat onderaan dit besluit.
4. Adviezen Op verzoek van de staatssecretaris hebben de volgende adviseurs advies uitgebracht over de aanvraag: TNO-AGE heeft op 13 juni 2023 (kenmerk: AGE 23-10.065) en op 14 februari 2024 (AGE 24-10.013) advies uitgebracht. SodM heeft op 25 juli 2023 advies uitgebracht (kenmerk: ADV-8192). De omgevingsdienst Haaglanden heeft namens het college van gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holiand op 30 januari 2024 advies uitgebracht (kenmerk: ODH930891). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam heeft op 23 januari 2024 advies uitgebracht (kenmerk: AS24/0071524/0001552). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard heeft op 31 januari 2024 advies uitgebracht (kenmerk: Z/24/228554). Naast de aanvraag van NAM hebben de betrokken decentrale overheden ook de adviezen van TNO-AGE en SodM ontvangen. De gemeente Nissewaard en het waterschap Hollandse Delta hebben per mail aangegeven van advies af te zien.
5. Feiten en berekeningen De gaswinning vindt piaats voigens een winningsplan waarmee de staatssecretaris heeft ingestemd. In een winningsplan worden onder meer gegevens opgenomen over de verwachte hoeveelheid gas die in totaal gewonnen kan worden en hoe lang de gaswinning gaat duren. Ook de bodemdaling en de bodemtriiling die veroorzaakt kan worden door gaswinning wordt berekend en beschreven in het winningsplan. Hieronder wordt op hoofdlijnen beschreven welke feiten en berekeningen NAM in het ingediende gewijzigde winningsplan heeft opgenomen. Daarna volgen de adviezen van de adviseurs over de gepresenteerde feiten en berekeningen en de beoordeling door de staatssecretaris, waarbij op basis van een integrale afweging beargumenteerd wordt of het advies of de aanbeveling wordt overgenomen. Of er sprake is van een andere beoordeling van de effecten van de gaswinning wordt in hoofdstuk 6 besproken. Adviezen ten behoeve van deze beoordeling door de staatsecretaris komen ook in hoofdstuk 6 aan de orde. 5.1 Productieduur en productievolume Winningsplan NAM NAM verwacht een totale gasproductie uit de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen van 2315 miljoen Nm^. Volgens NAM is tot en met 2022 in
Pagina 3 van 12
IW' II M II
)M
totaal 2190 miljoen gas geproduceerd. NAM geeft aan dat met de verlenging van de productieperiode tot en met 2028 een toename van ongeveer 1% van de toegestane productievolumes uit het geldende winningsplan wordt bereikt. Advies TNO-AGE TNO-AGE merkt op dat de onzekerheden in het gedrag van de put toenemen aan het einde van de verwachte productietermijn. TNO-AGE acht de wijze waarop NAM voornemens is het gasveld te produceren conform de huidige kennis en technieken. Uit het oogpunt van planmatig gebruik vindt TNO-AGE dit doelmatig en efficiënt.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO/ V-43178
Advies SodM en provincie Zuid-Holland SodM vindt dat de voorgestelde winning naar huidige kennis en techniek, planmatig en efficiënt uitgevoerd kan worden. SodM stelt dat er een toename is van 2% van het maximale productievolume en adviseert dat vast te leggen in een voorschrift. De omgevingsdienst Haaglanden adviseert dit eveneens namens de provincie Zuid-Holland. Conclusie De staatssecretaris stelt op basis van de adviezen van SodM en TNO vast, dat het door de NAM verwachte totale eindproductievolume van 2315 miljoen Nm^ gas realistisch is en dat het een beperkte toename is van het reeds toegestane productievolume uit de eerdere winningsplannen en stelt een voorschrift op met betrekking tot het maximale productievolume. 5.2 Bodembeweging Gaswinning in de diepe ondergrond kan bodembeweging tot gevolg hebben. Bodembeweging laat zich onderverdelen in bodemdaling en bodemtrilling. Een verzoek tot instemming met een (gewijzigd) winningsplan bevat altijd een onderzoek naar de bodemdaling en de kans op bodemtrilling. Voordat de effecten van de verwachte bodembeweging kunnen worden beoordeeld is het noodzakelijk om vast te stellen of de gepresenteerde berekeningen in de aanvraag reëel zijn. 5.2.1 Bodemdaling Door gas te winnen daalt de druk in het gesteente waar het gas in zit opgesloten.
Door de drukdaling zal deze gesteentelaag onder het gewicht van de erboven liggende lagen wordt samengedrukt. Dit wordt ook wel compactie genoemd. Doordat de gesteentelagen boven het gasveld mee dalen, ontstaat aan het aardoppervlak een bodemdalingskom. Hoe groot en hoe diep die kom is, wordt berekend door NAM en wordt gecontroleerd en nagerekend door TNO-AGE. Winningsplan NAM NAM heeft de bodemdaling opnieuw geanalyseerd. De verwachte bodemdaling door de toekomstige gaswinning is minder dan 2 cm. Dit is volgens NAM een zeer geringe bodemdaling die binnen de onzekerheidsmarge valt van de metingen. De verwachte totale bodemdaling door de winning blijft boven de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen onder de 4 cm, zoals in 2013 reeds vergund. Wel komt uit de berekeningen naar voren dat de cumulatieve bodemdaling bij de velden Spijkenisse West en Hekelingen ongeveer 1 cm meer is dan in het winningsplan uit 2013 voorzien. Dit komt met name door de productie van nieuwe gasvelden rondom Spijkenisse West en de nieuwe inzichten over de drukdaling in de watervoerende lagen. Desondanks blijft de berekende cumulatieve bodemdaling onder de 4 cm. Advies TNO-AGE ‘ IMm’ is Normaal kubieke meter gas, die bij een temperatuur van 0 °C en een druk van 1 atmosfeer het voiume van 1 m^ inneemt Pagina 4 van 12
#
a M tl M kf
.h TNO-AGE kan zich vinden in de parameters die bij het kalibreren zijn bepaald en programma dg Groningen en stelt vast dat deze overeenkomen met parameters uit winningsplannen van ondergrond gasvelden met vergelijkbare reservoirs in de omgeving. TNO-AGE heeft aan de Directie Transitie Diepe hand van de gekalibreerde parameters van NAM een controleberekening ondergrond uitgevoerd en komt op dezelfde resultaten als NAM. TNO-AGE kan zich vinden in de uitleg van NAM dat de hoge mate van onzekerheid gepast is, omdat de metingen in de omgeving sterke invloed ondervinden van autonome bodemdaling, pdggo-dtdo/ v-43i78 Advies SodM Op basis van de informatie van NAM en de controle berekeningen door TNO-AGE komt SodM tot de conclusie dat de maximale samengestelde bodemdaling boven de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen minder dan 4 cm zal zijn. Hiervan is 2 cm toe te schrijven aan toekomstige winning uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen. Conclusie De staatssecretaris stelt op basis van de adviezen vast dat de verwachte totale bodemdaling minder dan 4 cm bedraagt en dat het aannemelijk is dat 2 cm daarvan is toe te schrijven aan toekomstige gaswinning uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen. 5.2.2
Bodemtrilling
Winninasplan NAM In de studie 'Deterministische Hazard Analyse voor Geïnduceerde Seismiciteit (DHAIS) is onderzocht welke eigenschappen (geologische, productietechnische en geomechanische eigenschappen) van gasvelden invloed hebben op het wel of niet optreden van aardbevingen. NAM heeft de actualisatie door TNO van de DHAISmethode meegenomen in de berekening. Er bestaat een kans op beven in de velden Spijkenisse Oost en Spijkenisse West. De realistisch sterkst mogelijk beving bedraagt 2.9 op de schaal van Richter voor Spijkenisse Oost en 2.8 op de schaal van Richter voor Spijkenisse West. De kans op beven in het veld Hekelingen is verwaarloosbaar. Boven de gas- en olievelden in Zuid-Holland, waaronder Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen, zijn nog nooit bevingen door gas- of oliewinning geregistreerd. Advies TNO-AGE TNO-AGE onderschrijft dat er geen historische bevingen zijn toegewezen aan de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen. Volgens de DHAIS methodiek is berekend dat de gasvelden Spijkenisse Oost en Spijkenisse West een kans op beven hebben. Conform de leidraad heeft NAM de magnitude van de realistisch sterkste beving (Mmax) op basis van de breukgeometrie en energiebalans berekend. TNO-AGE heeft de invoer parameters voor bovengenoemde stappen gecontroleerd en onderschrijft de conclusies van NAM.
Conclusie De staatssecretaris stelt vast dat in 2013 gebruik werd gemaakt van een minder gedetailleerde methode dan nu wordt gebruikt. Ook op basis van het winningsplan in 2013 was er een kans op beven. De realistisch sterkst mogelijke beving werd toen voor alle velden gelijk gesteld op 3.9 op de schaal van Richter. De staatssecretaris stelt op basis van het advies van TNO-AGE vast dat NAM de berekening van de kans op beven en de realistisch sterkst mogelijke beving heeft opgesteld volgens de geactualiseerde DHAIS methode. De kans op bodemtrilling door de gaswinning uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen is
Pagina 5 van 12
IM |i
M ii iWir
# kJ
.fe feitelijk niet groter dan in het geldende winningsplan is berekend. Hetzelfde geldt voor de realistisch sterkst mogelijke beving.
6. Beoordeling van de aanvraag De staatssecretaris heeft beoordeeld of de effecten van de wijze van winning en de daarmee verband houdende activiteiten, door de gevraagde wijziging van de productieperiode, anders zijn dan in het winningsplan uit 2013 zijn omschreven en in het geactualiseerde winningsplan uit 2020. Met beide plannen heeft de toenmalige minister ingestemd.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
6.1 Planmatig gebruik en beheer van delfstoffen De staatssecretaris heeft beoordeeld of de gaswinning op grond van het geactualiseerde winningsplan nog steeds als planmatig beoordeeld kan worden als bedoeld in artikel 36 van de Mbw. Bij planmatig gebruik en beheer van de ondergrond moet er sprake zijn van een efficiënte winning van de delfstof, waarbij de wijze waarop de delfstof wordt gewonnen, het tempo waarmee en de hoeveelheid te winnen delfstof van belang is. In het kader van het planmatig beheer vindt de staatssecretaris het van belang dat van de technisch winbare delfstof in een veld, mits veilig, een zo hoog mogelijk percentage ook daadwerkelijk wordt gewonnen. De productie van gas en olie kan langzamer gaan dan oorspronkelijk werd aangenomen en verwacht. De gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen betreffen een bestaand winningsgebied. Er zijn geen andere gebruiksvormen van de ondergrond voorzien. De staatssecretaris stelt vast dat door de gevraagde verlenging van de productieduur voor Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen, de wijze van winning niet wijzigt, de hoeveelheid te winnen gas beperkt meer wordt dan waarmee eerder is ingestemd en ook een andere vorm van gebruik van de ondergrond niet onmogelijk wordt gemaakt. De verlenging van de productieduur voorkomt dat winbare delfstoffen achterblijven.
Gezien bovenstaande concludeert de staatssecretaris dat de door NAM aangevraagde verlenging van de productieperiode voor de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen tot en met 31 december 2028 planmatig is. De staatssecretaris volgt de adviseurs en heeft de maximale productie opgenomen in dit besluit. 6.2
Veiligheid van omwonenden en het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan
6.2.1 De effecten van bodemdaling Door gas of olie te winnen daalt de druk in het gesteente waar het gas of olie in zit opgesloten. Door de drukdaling zal deze gesteentelaag onder het gewicht van de erboven liggende lagen wordt samengedrukt. Dit wordt ook wel compactie genoemd. Doordat de gesteentelagen boven het gasveld mee dalen, ontstaat aan het aardoppervlak een bodemdaiingskom die de vorm heeft van een zeer platte schotel met een zeer geringe helling. Deze bodemdaiingskom komt zeer geleidelijk en gelijkmatig tot stand gedurende vele jaren. Hoe groot en hoe diep die bodemdaiingskom is, wordt berekend door NAM en gecontroleerd en nagerekend door TNO-AGE. Gedurende de periode van gaswinning wordt de bodemdaling gemeten volgens een vastgesteld meetplan. De gemeten bodemdaling kan worden veroorzaakt door
Pagina 6 van 12
M 4ï t Î
t%}
•Si • hi
autonome bodemdaling en door de gaswinning. Autonome bodemdaling is een natuurlijke daling door bijvoorbeeld inklinking van veen of kleilagen in de ondiepe bovenste grondlaag door droogte. TNO-AGE en SodM controleren of de metingen en verklaringen omtrent de gemeten bodemdaling kloppen. Advies SodM TNO-AGE heeft controleberekeningen uitgevoerd, en komt uit op een voorspelde nog te verwachten bodemdaling van maximaal 2 centimeter in het diepste punt. Inclusief de al gerealiseerde bodemdaling betekent dit een maximaal te verwachten bodemdaling van 4 centimeter in 2035. Gebaseerd op deze informatie oordeelt SodM dat de maximale samengestelde bodemdaling boven de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen minder dan 4 cm zal zijn. Hiervan is 2 cm toe te schrijven aan toekomstige winning in deze aanvraag. SodM is het met TNO en NAM eens dat een extra 1 cm bodemdaling ten opzichte van het vigerende winningsplan ter plaats van de gasvelden Spijkenisse West en Hekelingen geen significant veiligheidsrisico is of schade zal veroorzaken. Net als in het vigerende winningsplan blijft de cumulatieve bodemdaling minder dan 4 cm.
SodM adviseert een voorschrift op te nemen dat NAM binnen zes maanden na instemming met het voorliggende winningsplan, in samenspraak met het waterschap, provincie en gemeente, de nadere gevolgen van de totale, historische en toekomstige, bodemdaling in het gebied beschrijft, alsmede de beheersmaatregelen en financiële afspraken die daarvoor zijn overeengekomen.
Programma dg Groningen en ondergrond Directie Transitie Diepe ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
Advies TNO-AGE TNO-AGE stelt zich te kunnen vinden in de verwachte omvang van de bodemdaling als resultaat van de gasproductie van NAM. Dit geldt eveneens voor de verwachte schade als gevolg van de verwachte bodemdaling door gasproductie. TNO-AGE stelt dat het onwaarschijnlijk is dat de nog te verwachten -zeer beperkte- bodemdaling leidt tot direct schade aan gebouwen in of nabij het winningsgebied. TNO-AGE stelt dat in het winningsgebied de verwachte autonome bodemdaling door inklinking van klei en veen oxidatie van een grotere omvang is, met een te verwachte bodemdaling van lokaal tot tientallen cm in de komende 25 jaar. Toekomstige aanpassingen in het land- en waterbeheer in het winningsgebied als gevolg van de cumulatieve bodemdaling met de daarbij horende effecten zijn daarom niet uit te sluiten. Advies Gemeente Rotterdam Gemeente Rotterdam sluit zich aan bij het advies van SodM om een dergelijk voorschrift op te nemen. Beoordeling door de staatssecretaris van de effecten van bodemdaling De staatssecretaris stelt op basis van de adviezen van SodM en TNO-AGE vast dat het aannemelijk is dat de bodemdaling door de gaswinning uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen conform de prognose van het winningsplan uit 2013 verloopt en dat de bodemdaling van minder dan 2 cm door de gaswinning uit deze gasvelden zelf, niet zal worden overschreden.
Voor Spijkenisse West en Hekelingen is de voorspelling van de totale cumulatieve bodemdaling in het huidige winningsplan ongeveer 1 cm meer dan volgens het vigerende winningsplan uit 2020 door de omliggende gasvelden. De staatssecretaris concludeert, mede op basis van de adviezen van TNO-AGE en SodM dat de effecten van bodemdaling niet wijzigen. De bodemdaling is dermate gering dat hierdoor geen nadelige gevolgen veroorzaakt zullen worden voor de veiligheid van de omwonenden of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan, ook niet in cumulatie met de bodemdaling door omringende gasvelden.
Pagina 7 van 12
K.Ï
•È) 1
KJ M
•Sï h-J ■fe.
Omdat de effecten van de bodemdaling niet wijzigen ten op zichten van het winningsplan dat in 2021 is beoordeeld, ziet de staatssecretaris geen aanleiding om voorschriften ten aanzien van de effecten van bodemdaling voor te schrijven.
programma dg Groningen en ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
6.2.2
De effecten van bodemtrilling
Winningsplan NAM NAM heeft een seismische risicoanalyse (SRA) uitgevoerd voor de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen, de gasvelden blijven in dezelfde risicocategorie I, de laagste seismische classificatie. Er blijft een kans op een beving bestaan. Er zijn geen historische bodemtrillingen toegeschreven aan de velden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen. Het bestaande seismische meetnetwerk dat is aangesloten op het KNMI, kan trillingen detecteren vanaf 1.0 op de schaal van Richter. Om die reden is de NAM van mening dat er geen additionele maatregelen nodig zijn.
PDGGO-DTDO / V-43178
Advies TNO-AGE TNO-AGE heeft de berekening van NAM gecontroleerd. TNO-AGE classificeert de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen, net als bij de voorgaande actualisatie uit 2020, in de laagste seismische risicocategorie I, overeenkomstig de beoordeling van NAM. Dit houd in dat de kans op bevingen en hiermee gerelateerde schade klein is. TNO-AGE stelt zich te kunnen vinden in de beoordeling van NAM ten aanzien van de schadeprognose in het geval er een geïnduceerde beving voordoet. Afhankelijk van de intensiteit van de beving, locatie van het epicentrum en de kwetsbaarheid van de gebouwen verwacht TNOAGE dat er in het meest ongunstigste geval lichte schade kan optreden, met een kleine kans op matige schade. Advies SodM SodM concludeert dat het seismisch risico ongewijzigd blijft ten opzichte van het geldende winningsplan. SodM kan zich vinden in de analyse van NAM en komt net als NAM en TNO-AGE tot de conclusie dat het gasveld zich in de laagste risicocategorie I bevindt. Beoordeling staatssecretaris van de effecten van bodemtrilling Om het risico op bodemtrilling door gaswinning te bepalen is door NAM een seismisch risicoanalyse uitgevoerd op grond van de tijdelijke leidraad 'Methodiek voor risicoanalyse omtrent geïnduceerde bevingen doorgaswinning' (hierna: SRA).
Op grond van de SRA wordt een gasveld geclassificeerd in één van de drie risicocategorieën: categorie I, categorie II of categorie III. De risicocategorie wordt bepaald door de combinatie van scores op zowel ondergrondse (kans op optreden) en bovengrondse factoren (mogelijk effect van een beving) die de hoogte van het risico (kans x effect) kunnen beïnvloeden. De staatssecretaris stelt vast dat de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen nog steeds in de laagste risicocategorie I worden geclassificeerd. Een controleberekening van TNO-AGE onderschrijft deze conclusie. De staatssecretaris constateert op basis van de adviezen van SodM en TNO-AGE dat het risico op schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan als gevolg van gaswinning uit de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen beperkt is. Op basis hiervan constateert de staatssecretaris dat de veiligheid van omwonenden niet in gevaar is. De staatssecretaris stelt vast dat de gevraagde aanpassing van de verwachte productieduur niet leidt tot een andere beoordeling van de risico's voor omwonenden, gebouwen en infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan.
Pagina 8 van 12
# II
IM U iM
■iliJ fcl
dan waarmee hij in 2021 heeft ingestemd. Het voorschrijven van aanvullende maatregelen is niet noodzakelijk. 6.3 Natuur en milieu Winningsplannen worden beoordeeld op nadelige gevolgen voor natuur en milieu. Van de onderdelen die in het winningsplan beoordeeld worden kan het onderdeel bodembeweging mogelijk gevolgen hebben voor natuur en milieu. Voor wat betreft mogelijke effecten van bodemtrillingen op natuur en milieu kan in algemene zin gesteld worden dat alleen uitzonderlijk zware trillingen gevolgen zouden kunnen hebben voor natuur en milieu. De staatssecretaris stelt in algemene zin vast dat een effect van bodemdaling zou kunnen zijn dat het grondwaterpeil in relatieve zin wordt beïnvloed, wat wil zeggen dat het water hoger kan komen te staan ten opzichte van het maaiveld. Dit kan leiden tot vernatting en daarmee tot nadelige (en voordelige) gevolgen voor natuur en milieu.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
Winningsplan NAM Het ten opzichte van de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen meest nabijgelegen Natura-2000 gebied, is Oude Maas. Dit gebied bestaat uit smalle uiterwaarden en ligt ten noorden van de gasvelden, met een kleine overlap met het gasveld Spijkenisse Oost. Mogelijke negatieve effecten op (beschermde) natuurwaarden als gevolg van bodemtrillingen worden niet verwacht door NAM. De gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen vallen op basis van de uitgevoerde SRA in risicocategorie I. Op basis van dezelfde analyse is vastgesteld dat de kans op bevingen met significante schade klein is. De kans op nadelige meetbare effecten van bodemtrilling op de Natura 2000-gebieden wordt, gezien de aard van de trillingen, verwaarloosbaar geacht door NAM. De voorspelde toekomstige bodemdaling als gevolg van gaswinning uit de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen bedraagt minder dan 2 cm volgens NAM. Deze zeer geringe bodemdaling zal niet van wezenlijk invloed zijn op de waterhuishoudingen en leidt zodoende (ook cumulatief) niet tot significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van het NNN-gebied, of van de samenhang tussen de gebieden. Er zal evenmin sprake zijn van verstoring, verlies of beschadiging van leefgebied van beschermde soorten.
Met de gasproductie wordt olie en water mee geproduceerd en per pijpleiding vervoerd naar de Barendrecht locatie, alwaar de olie en het water gescheiden wordt van de gasstroom. Het afgescheiden water voert NAM daarna per vrachtwagen af. NAM beschrijft dat er tijdens de normale productie geen aardgas afgeblazen of afgefakkeld wordt. Advies SodM Bij de beoordeling van de nadelige gevolgen voor het milieu is mede gekeken naar de mee geproduceerde stoffen, het afblazen of affakkelen van koolwaterstoffen en het gebruik van hulpstoffen. Volgens NAM worden op de locatie Spijkenisse Oost-1 het gas en de mee geproduceerde olie en water getransporteerd naar de Barendrecht locatie. Het betreft hier een vloeistofstroom bestaande uit condensaat, olie en water, die gescheiden worden van het geproduceerde gas en vervolgens per vrachtwagen naar een behandelingsinstallatie worden vervoerd, waar ze op een gereguleerde manier worden verwerkt. De waterproductie kan oplopen tot 30 mV miljoen m^ gas. SodM adviseert als voorschrift op te nemen dat NAM binnen zes maanden na instemming met het winningsplan een plan
Pagina 9 van 12
w .0 II 11
IM
0
overlegt over de wijze waarop de hoeveelheid water, dat met de productie meekomt, zo minimaal mogelijk blijft, volgens de best beschikbare techniek. De door SodM geëvalueerde risico's met betrekking tot de voorgestelde gaswinning uit het de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen zijn naar verwachting beperkt wat betreft de veiligheid en de gevolgen voor het milieu. SodM adviseert dat een voorschrift wordt opgenomen bij een eventuele instemming om de risico's die kunnen voortvloeien uit een mogelijk aanzienlijke waterproductie effectief te beheersen.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
Advies gemeente Hoeksche Waard De gemeente geeft aan dat de waardering van de effecten van bodemdaling op natuurgebieden niet is onderbouwd. Het gasveld overlapt aan een deel van het Natura-2000 gebied Oude Maas. Dat een (veronderstelde) geringe bodemdaling geen effect heeft op habitattypen en leefgebieden is niet onderbouwd door een natuurtoets. De gemeente geeft ook aan dat er is geen aandacht is besteed aan de stikstofdepositie door werkzaamheden bij de putten, o.a. het transport van condensaat per vrachtwagen naar de behandelingsinstallatie. Tevens is het aannemelijk dat in bepaalde gevallen mogelijk gas zal worden afgefakkeld. Advies provincie Zuid-Holland Op basis van de geëvalueerde risico's met betrekking tot de voorgestelde gaswinning zijn er naar verwachting geen nadelige gevolgen voor het milieu. De provincie en de gemeente sluiten zich aan bij het advies van SodM om een voorschrift op te nemen over de waterproductie. Beoordeiing staatssecretaris van de effecten op natuur en milieu De gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen zijn geclassificeerd in de seismische risicocategorie I. De staatssecretaris benadrukt dat een risico op nadelige gevolgen voor natuur en milieu bij de winning uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen niet aan de orde is bij een dergelijke classificatie van het seismisch risico.
De staatssecretaris constateert eveneens dat de bodemdaling die op basis van dit winningsplan wórdt verwacht geen ander effect zal hebben op natuur en milieu dan reeds is beoordeeld bij het winningsplan uit 2020. Een natuurtoets voor de verlenging van de productieperiode is dan ook niet aan de orde. Andere maatregelen ter voorkoming van schade aan natuur en milieu zijn ook niet aan de orde. Het waterschap beheert het waterpeil en kan dit wijzigen, indien nodig. De staatssecretaris concludeert dat de wijziging van de verwachte productieduur niet leidt tot een andere beoordeling van de effecten op natuur en milieu dan bij het winningsplan uit 2020 en ook niet van de maatregelen ter voorkoming van schade aan natuur of milieu door bodemdaling of bodemtrilling. De staatssecretaris merkt op dat SodM en de decentrale overheden adviseren over de reductie van mee geproduceerd water vanwege de vervoersbewegingen die dat tot gevolg heeft. De staatssecretaris stelt vast dat het water dat uit Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen wordt mee geproduceerd per pijpleiding naar de locatie Barendrecht wordt getransporteerd. Van daaruit wordt het water afgevoerd per vrachtwagen. De milieueffecten als gevolg van de mijnbouwinrichting in Barendrecht zijn geen onderdeel van de beoordeling van het winningsplan.
Voor de mijnbouwinrichting Barendrecht geldt een omgevingsvergunning waarin de bovengrondse milieueffecten aan de orde komen (beschikking van 24 november 1999, kenmerk E/EOG/MW 99072889). SodM ziet toe op naleving van deze vergunning.
Pagina 10 van 12
I.J
'« I 1..J I
h.)
7. Eindbeoordeling Gelet op artikel 36, eerste lid en artikel 34, vierde lid, onder b van de Mijnbouwwet komt de staatssecretaris samenvattend tot de volgende beoordeling van het verzoek tot aanpassing van de verwachte productieduur die in het geldende winningsplan is opgenomen.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO/ V-43178
De staatssecretaris komt tot de conclusie dat het verzoek tot wijziging van het instemmingsbesluit met een aanpassing van de verwachte duur van de winning tot en met 2028 voor de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen, niet leidt tot een andere beoordeling van: de effecten van de wijze van winning, de effecten van bodembeweging als gevolg van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging en de risico's voor omwonenden, gebouwen en infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan. De staatssecretaris is van oordeel dat het aanpassen van de verwachte productieduur aangemerkt kan worden als planmatige winning. Daarnaast verwacht de staatssecretaris geen nadelige effecten op natuur en milieu door de winning uit de gasvelden Spijkenisse Oost, Spijkenisse West en Hekelingen.
8. Besluit Gelet op de inhoud van het door Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. op 5 april 2023 ingediende verzoek tot instemming met het gewijzigde winningsplan Spijkenisse Cluster 2e Fase en de hierover ingewonnen adviezen;
gelet op artikel 34, derde lid en vierde lid onder b en artikel 36 eerste lid, van de Mijnbouwwet; wijzigt de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat het instemmingsbesluit van 15 juli 2014 (kenmerk: DGETM-EM / 14108550) als volgt: Aan artikel 1 wordt de volgende zinssnede toegevoegd: ", met dien verstande dat de instemming wordt gegeven tot en met 31 december 2028, voor een totale gasproductie van maximaal 998 miljoen Nm^ voor het veld Spijkenisse-Oost, 520 miljoen Nm^ voor het veld Spijkenisse-West en 797 miljoen Nm^ voor het veld Hekelingen." Dit besluit vervangt het voorgaande instemmingsbesluit van 13 december 2021, dat hiermee komt te vervallen. De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, namens d
5.1.2.e
5.1.2.e MT-lid Directie Transitie Diepe Ondergrond
Pagina 11 van 12
iW
# tl
fci'
fe.»'
Bezwaar maken? Tegen dit besluit kan binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit een bezwaarschrift worden ingediend, door degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken. Het bezwaarschrift moet worden ingediend bij de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag en bevat ten minste: • de naam en het adres van de indiener; • de datum van ondertekening; • het kenmerk of een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht; • de gronden van het bezwaar.
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
PDGGO-DTDO / V-43178
Pagina 12 van 12