CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoeringsprogramma participatie versie 14.12

Besluitvormende raad 7 februari 2023, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Verordening Participatie Hoeksche Waard 20233.705 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma Participatievisie Gemeente Hoeksche Waard Vastgesteld in het college van 20 december 2022 Versie 22 december 2022

1. Inleiding Dit compacte uitvoeringsprogramma is het vervolg op de participatievisie die door de gemeenteraad in januari 2022 is vastgesteld. We zien dat inwoners meer directe invloed wensen bij belangrijke besluiten van de overheid en bij wat er in hun leefomgeving gebeurt. Tegelijkertijd is maatschappelijke inbedding voor beleid een voorwaarde omdat beleidskeuzen grote gevolgen kunnen hebben (Adviescommissie burgerbetrokkenheid, 2021). Onze gemeente doet al veel aan participatievormen die gericht zijn op informeren, raadplegen en adviseren. We zetten in op (traditionele) inwonersparticipatie waarbij inwoners meedenken over beleid en uitvoering. Daarnaast willen we ruimte creëren voor overheidsparticipatie, waarbij de overheid initiatieven uit de samenleving faciliteert. In onze gemeente is er nog geen traditie van goed georganiseerde participatievormen voor bijvoorbeeld coproduceren en meebeslissen; daarmee zijn we nog niet vertrouwd. Er is dus genoeg uitdaging om aanvullend op de representatieve democratie instrumenten te ontwikkelen. Instrumenten waardoor de gemeente leert zich te verhouden tot de behoefte aan meer directe invloed van inwoners bij beleidsvoorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie. Daarvoor is nodig dat de gemeente weet wat er leeft in de dorpen en kernen.

Andersom kan het helpen wanneer inwoners, ondernemers en organisaties kennis hebben van ambtelijke, bestuurlijke en politieke processen. Hiermee wordt gewerkt aan begrip voor elkaars leefwereld. In onderstaande participatieladder zijn verschillende voorbeelden van participatievormen verwerkt. Het is niet nodig om altijd de ‘hogere’ vormen van participatie in te zetten; informeren of raadplegen kan voldoende zijn. Dit hangt af van de complexiteit en context van het onderwerp. Het is sowieso belangrijk om tijdig en transparant verwachtingen over proces, rollen en de mate van invloed te delen en dit regelmatig te toetsen tijdens de uitvoering van een participatieproces. Bij participatie is dit extra van belang omdat het vormvrij is. Bovendien is participatie sterk in ontwikkeling; we weten niet alles van te voren. Voor het uitdaagrecht en burgerberaad zijn separaat verkenningen uitgevoerd. In het schema hieronder dienen zij als voorbeeld van coproduceren en meebeslissen.

Uitdaagrecht Burgerberaad Jongerenraad, werkateliers

Inspraakavond Brief, aankondiging

Afbeelding 1. Voorbeelden van participatievormen

1

2. Inzet uitvoeringsprogramma De inzet van het uitvoeringsprogramma op de middellange termijn is: participatie binnen de gemeente verder borgen en ontwikkelen door het verspreiden, verdiepen en borgen van (bestaand en nieuw) handelingsrepertoire; als gemeente meer gevoeligheid ontwikkelen voor het omgaan met maatschappelijke initiatieven; kennis over hoe de gemeente werkt en rollen van de gemeente overbrengen aan inwoners, ondernemers en organisaties. Met deze inzet streven we naar het verrijken van lokale democratische processen en het versterken van de samenwerking tussen gemeente en samenleving. Kenmerkend voor de uitvoering is de gerichtheid op samen doen en leren in de praktijk, kennisdeling en kennisontwikkeling. 3. Resultaten 2023 Participatie is een domein dat sterk in ontwikkeling is. Daarom formuleren we alleen resultaten voor 2023. Er is niet één team verantwoordelijk voor participatie en dat geldt ook voor de te behalen resultaten. Meerdere teams zijn betrokken, denk aan inhoudelijke vakteams uit het sociaal en fysiek domein en bedrijfsvoeringsteams zoals Hoeksche Campus en Communicatie. Zowel in het college als in het directieteam is één lid aanspreekbaar op participatie. De organisatie wordt tijdelijk voor 2023 ondersteund door een regierol op het proces.

Dat wil zeggen dat alle in het participatieproces betrokkenen actoren binnen de organisatie (raad, college en teams) elk voor hun rol en product(en) de verantwoordelijkheid behouden. De resultaten voor 2023 zijn: • • • • • • • • •

• • • •

Medewerkers die substantieel met participatie te maken hebben of krijgen (te bepalen door de teammanager), volgen een training Relevant Gesprek of Waarderend Vernieuwen. De toolkit wordt geactualiseerd en via Samen@Work vindbaar en bruikbaar gemaakt. Het stappenplan voor externe initiatiefnemers en de voor de medewerkers bedoelde handreiking participatie bij de kerninstrumenten In het kader van de Omgevingswet worden vóór 1 juli 2023 aan het bestuur aangeboden. De Jongerenraad adviseert de gemeente minimaal 2 keer. Uitvoering van het participatieproces Rust en activiteiten op zondag. Er wordt verkend op welke wijze inwoners, ondernemers en organisaties kennis kunnen nemen van ambtelijke, bestuurlijke en politieke processen, werkwijze en rollen van de gemeente. Er wordt bepaald hoeveel formatie structureel nodig is voor inwoners- en overheidsparticipatie en interne organisatie zoals communicatie en de regierol en een eventuele capaciteitsvraag wordt opgevoerd voor de Perspectiefnota 2024. Een verdere uitwerking van taken en verantwoordelijkheden van medewerkers die structureel en substantieel met participatie bezig zijn en de organieke inrichting wordt meegenomen in het kader van de herijking van de organisatie.

Er is een interne kerngroep participatie ingericht, die minimaal bestaat uit de regierol participatie, (een) dorpsregisseur(s) en/of opgaveregisseur(s), (raads)communicatie, griffie, dienstverlening en (een) medewerker(s) uit de organisatie die substantieel en structureel met participatie bezig zijn. De kerngroep zorgt in 2023 in ieder geval voor een meta-analyse van -lopendeparticipatieprocessen, de onderliggende keuzen hierbij en het ingezette instrumentarium en haalt hiertoe feedback op bij in- en externe partners. Op Samen@Work wordt regelmatig bericht over participatieprocessen en de lessen. Initiatieven uit de samenleving voor bijvoorbeeld inrichting van de openbare ruimte, worden op een professionele en kundige manier door vakteams opgepakt. De tijdelijke raadswerkgroep participatie komt in 2023 minimaal 2 keer bij elkaar onder meer om aan de hand van actuele casuïstiek te reflecteren op rolneming en dilemma’s, te verkennen wanneer een participatietraject succesvol is en hoe dat getoetst kan worden en de invulling van het uitdaagrecht te bespreken.

2

4. Methodieken, instrumenten en platforms 4.1 Continueren bestaand instrumentarium Een groot deel van de bestaande inzet is reeds in de participatievisie verwerkt en komt in het uitvoeringsprogramma niet terug. Het blijft uiteraard wel deel uitmaken van het instrumentarium. Hierbij moet gedacht worden aan onder meer financiële ondersteuning voor initiatieven, ondersteuning voor en door medewerkers van het ambtelijk apparaat of partners in de samenleving bij initiatieven en de inzet van (online en schriftelijke) burger- en ondernemerspeilingen. 4.2 Relevant Gesprek en Waarderend Vernieuwen (methodieken) De afgelopen jaren heeft de gemeente meerdere medewerkers getraind in twee methodieken: Relevant gesprek en Waarderend vernieuwen. De methodiek Relevant Gesprek wordt ingezet voor het bereiken van (nieuw) publiek bij participatie en is opgebouwd rond vier sleutels: 1. Waarom in gesprek (doel)? 2. Waarover in gesprek (onderwerp)? 3. Met wie in gesprek (publiek en afzender)? 4. Hoe in gesprek (vorm)? De visie achter de methodiek is dat elk gesprek relevant moet zijn voor de deelnemer(s). Is een gesprek niet relevant, dan doet een deelnemer niet mee. De methodiek helpt om de relevantie te vinden en te behouden gedurende het participatieproces (bron: Methodiek Relevant Gesprek® I SIR communicatie & participatie).

Door het beantwoorden van de sleutelvragen kan de uiteindelijke participatievorm bepaald worden die past bij het project of (de fase van) beleidsontwikkeling en kan de participatie-aanpak starten. Dan kunnen bijvoorbeeld concrete stappen van de toolkit ingezet worden (zie 3.2). Waarderend vernieuwen is gebaseerd op het gedachtegoed van Appreciative Inquiry. Deze methode kijkt op een positieve en onderzoekende manier naar de bestaande praktijk. Geprobeerd wordt om ideeën, wensen en dromen om te zetten in acties waarmee zij verwezenlijkt kunnen worden. De ervaring leert dat waarderen zorgt voor meer meedoen; daarom is deze methode geschikt voor participatietrajecten. Een gesprek doorloopt de volgende fasen: • Verkennen: wanneer is onlangs iets heel goeds gebeurd, wat gebeurde er toen? • Verlangen: wanneer dat vaker zou voorkomen, hoe ziet de toekomst er dan uit? • Vormgeving: wat is er nodig om dit toekomstbeeld te realiseren? • Vernieuwen: wat wordt morgen gedaan om het toekomstbeeld dichterbij te brengen? (Bron: Waarderend Vernieuwen (academievoorwaarderendvernieuwen.nl) Beide methoden zijn generiek en kunnen tijdens verschillende fasen worden ingezet, dus tijdens beleidsvoorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie.

De basismodulen van Waarderend Vernieuwen en Relevant Gesprek worden in 2023 aangeboden aan medewerkers van wie verwacht mag worden dat zij substantieel participatietrajecten (laten) uitvoeren. Medewerkers die de basis reeds onder de knie hebben, kunnen vervolg- of verdiepingsmodulen volgen. De trainingen worden ingekocht bij organisaties waarmee al eerder gewerkt is. Financiering van de trainingen is opgenomen in het budget van de Hoeksche Campus. 4.3 Toolkit voor medewerkers (instrumenten en methoden) Voor medewerkers is een interactieve digitale toolkit ontwikkeld die helpt bij het vormgeven van een participatietraject. De toolkit bestaat uit een aantal stappen, zoals het bepalen van de impact van het traject, de ruimte die er is om te participeren, het maken van een participatieplan, het organiseren van randvoorwaarden, het uitvoeren van het eigenlijke traject, verwerking van resultaten, terugkoppeling en evaluatie. Bij sommige stappen kan doorgeklikt worden naar specifiek instrumentarium (bijvoorbeeld Relevant Gesprek) of naar collega’s die hierin getraind zijn. Zij kunnen dus verder helpen bij het toepassen van stappen uit de toolkit. De toolkit wordt in 2023 geactualiseerd en onder de aandacht van medewerkers gebracht. De stappen zijn in principe ook toepasbaar door externe initiatiefnemers.

We kijken of het handelingsrepertoire voor inwoners- en overheidsparticipatie voldoende tot uiting komt zodat medewerkers zich bewust zijn van het onderscheid. Elke vorm vraagt namelijk een andere, specifieke aanpak.

3

Waar zinvol, verwijzen we in de toolkit naar instrumentarium en informatie van andere organisaties, zoals dat van het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (https://www.lsabewoners.nl/), ProDemos (https://prodemos.nl/samenwerking/gemeenten/ en Platform31 (https://www.platform31.nl/thema-s/thema-bestuur-en-samenspel). In het kader van jongerenparticipatie onderzoeken we of het CLEAR-model een goed instrument is. Het CLEAR model kan gebruikt worden door lokale overheden bij het evalueren van de huidige praktijk om zo betere condities te scheppen voor inwonersparticipatie. CLEAR gaat uit van inwoners en staat voor Can do, Like to, Enabled to, Asked to en Responded to. Mocht het model van toegevoegde waarde zijn, dan voegen we het toe aan de toolkit. 4.4 Omgevingswet (instrumenten) Het stappenplan voor externe initiatiefnemers en de voor de medewerkers bedoelde handreiking participatie bij de kerninstrumenten In het kader van de Omgevingswet vervangen het tijdelijk participatieprotocol voor ruimtelijke initiatieven. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 juli 2023. Vóór die tijd worden beide instrumenten aan het bestuur aangeboden. 4.5 Jongerenraad (platform) en Kinderburgemeester De Jongerenraad is inmiddels opgericht en voor 2023 is een nieuwe Kinderburgemeester gestart.

De Jongerenraad vergadert één keer per maand en heeft meegepraat over de nota cultuur en de nog op te stellen beleidsnotitie sporten en bewegen. Momenteel oriënteert de Jongerenraad zich op hun positionering binnen en buiten de gemeente. We vinden het van groot belang om jongeren en kinderen invloed te geven op onderwerpen die hen aangaan, die zij belangrijk vinden en bij doorlopende vraagstukken zoals bijvoorbeeld het bouwen van nieuwe wijken en de inrichting van de buitenruimte. Hierbij zoeken we, samen met jongeren en kinderen, naar geschikte methoden om ze uit te nodigen en uit te dagen. We geven jongeren en kinderen een stem in bestuurlijke processen, zodat hun bijdrage aan maatschappelijke vraagstukken geborgd is. Participatie is immers een kinderrecht. Hierbij hebben we speciale aandacht voor kinderen met een beperking. 4.6 Overige trajecten en instrumentarium 4.6.1 Laagdrempelige participatie en inwonersforum Rust en activiteiten op zondag Om te komen tot een nota over, aanbevelingen voor en besluitvorming over Rust en activiteiten op zondag, wordt een participatieproject ingericht. Dit project bestaat uit een laagdrempelig participatietraject gericht op adviseren (via een online platform en andere participatie-activiteiten) gevolgd door een intensief traject gericht op coproduceren (met een inwonersforum).

Uit het eerste traject komen voornamelijk voorkeuren, waarden en zorgen van verschillende groepen inwoners naar voren. Dit levert veel beleidsinformatie op. Het inwonersforum gaat hierover onder begeleiding met elkaar in dialoog en werkt in verschillende sessies beargumenteerde scenario’s uit. Het inwonersforum kan hierbij gebruik maken van inhoudelijke en ambtelijke expertise. De scenario’s worden in de loop van 2023 voorgelegd aan het college en de gemeenteraad. 4.6.2 Participatieverordening Aan de gemeenteraad wordt separaat een participatieverordening ter besluitvorming aangeboden. Voor het grootste deel is de modelverordening van de VNG gevolgd. Bij bepaalde participatietrajecten zullen we het belangrijk vinden om naast participanten ook de raad in een vroegtijdig stadium te betrekken. Daarom is in de verordening opgenomen dat aan de raad startnotities aangeboden kunnen worden. In een startnotitie wordt onder meer aangegeven op welke wijze inwoners, initiatiefnemers en gemeente een plek krijgen bij beleidsvoorbereiding, besluitvorming, uitvoering en evaluatie en hoe deelnemers gefaciliteerd worden. De raad kan hierbij (extra) kaders meegeven. Een voorbeeld is de startnotitie Rust en activiteiten op zondag, waarin is aangegeven op welke wijze participatie wordt ingericht en wat de rollen zijn van diverse betrokkenen.

In de verordening is ten slotte verwerkt dat participatietrajecten standaard worden geëvalueerd via een eindverslag. Als werkafspraak wordt ingevoerd dat uitkomsten van de evaluatie teruggekoppeld worden aan deelnemers en benut worden voor andere participatietrajecten.

4

Participatietrajecten zijn maatwerk. Heel in het algemeen zijn de stappen als volgt: 1. Bepaal het niveau en de vorm van participatie op basis van de impact en de ruimte voor inbreng. 2. Leg afspraken vooraf vast in een participatieplan. 3. Voer het participatietraject uit en rapporteer de uitkomsten. 4. Evalueer het participatietraject met de betrokkenen, maak een verslag en deel de uitkomsten. In de verordening is geen limitatief afwegingskader opgenomen wanneer welke participatievorm wordt toegepast. Participatie is vormvrij en vraagt om maatwerk. Verschillende instrumenten, zoals de training Relevant Gesprek, de toolkit en het goed te gebruiken Afwegingskader burgerparticipatie bij beleid (prodemos.nl) bieden handvatten om een goede vorm te bepalen. Bij het inrichten van het participatieproces moet opgenomen worden hoe de uitkomsten landen in de ambtelijke organisatie en/of politieke besluitvorming. Als organisatie zullen we ervaring moeten opbouwen met verschillende participatievormen en moeten we, samen met partners in de samenleving, steeds doordacht een participatieproces inrichten. 4.6.3 Burgerberaad en uitdaagrecht Voor deze instrumenten zijn separaat verkenningen uitgevoerd.

Voor het uitdaagrecht zijn bepalingen in de verordening opgenomen, waarmee geanticipeerd wordt op de wettelijke verankering van het uitdaagrecht in de Wet versterking participatie op decentraal niveau. De betreffende bepalingen treden in werking bij de inwerkingtreding van de wet. 4.6.4 Optioneel ter verdere verkenning: inwonersacademie Duurzame participatie impliceert wederkerigheid: de gemeente weet wat er leeft en speelt in de samenleving. Andersom leren inwoners en initiatiefnemers omgaan met ambtelijke, bestuurlijke en politieke processen. Kennis van die processen is dan een eerste vereiste. In de Verenigde Staten zijn inwoners door een andere, kleinere rol van de overheid meestal actiever dan in Nederland. Veel regio’s hebben dan ook een zogenaamde citizens academy. De meeste academies bieden een kosteloos, interactief, uitnodigend en hands-on programma van enkele weken voor inwoners aan. Hiermee krijgen inwoners inzicht in wat de overheid doet en hoe zij dit doet. Ambtenaren geven presentaties over verschillende thema’s en bieden een kijkje in de keuken.

Met de academie wordt beoogd om: de kennis van inwoners over de rollen en werkwijze van de gemeente te verhogen inzicht te bieden in wat het vraagt om een gemeente te besturen en publieke taken uit te voeren inwoners inzicht te geven in wat zij kunnen doen om te participeren inwoners de kans te bieden om te netwerken met andere inwoners van de gemeente. Het programma wordt feestelijk afgesloten met het uitreiken van een certificaat.

5

Een belangrijke voorwaarde voor dit instrument is dat de instituties van de gemeente (ambtelijk apparaat, college en raad) op een professionele manier met elkaar samenwerken en dat rollen verder uitgekristalliseerd zijn; zonder te vervallen in starheid. Hier ligt een link met de aanbevelingen uit het onderzoek naar Samenwerking en cultuur. Geadviseerd wordt om in een afgebakende setting bijvoorbeeld vanuit een opgave, samen op te trekken en te leren hoe ieders rol zo goed mogelijk geborgd kan worden. Randvoorwaarden 5.1 Regierol participatie en overige formatie voor participatie (vakteams) Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma zijn voor 2023 tijdelijk extra middelen nodig voor een regierol voor coördinatie, advies aan TM/DT/bestuur, analyse, doorontwikkeling en innovatie. De regierol kan ook aanhaken bij participatienetwerken van medewerkers van gemeenten, om ervaringen en kennis uit te wisselen. De ervaringen van andere gemeenten kunnen helpen om participatie binnen onze gemeente verder te professionaliseren. Middelen voor deze rol zijn meegenomen in het college uitvoeringsprogramma 2023. In 2023 wordt bepaald op welke wijze de organisatie structureel gefaciliteerd wordt en wordt minimaal voor de regierol een eventuele -structurele- capaciteitsvraag opgevoerd voor de Perspectiefnota 2024.

Ook in de vakteams is voldoende formatie nodig om participatieprocessen te kunnen uitvoeren. Hierbij kan gedacht worden aan het behandelen van initiatieven uit de samenleving, bijvoorbeeld initiatieven voor de openbare ruimte. Zonder de regierol en zonder voldoende professionele, getrainde formatie in de organisatie die zich substantieel met participatie bezighoudt, kunnen niet alle resultaten gerealiseerd worden. 5.2 Rollen, verantwoordelijkheden en organieke borging De verdere uitwerking van taken en verantwoordelijkheden van medewerkers die structureel en substantieel met participatie bezig zijn en de organieke inrichting nemen we in 2023 mee bij de herijking van de organisatie. De functiebeschrijvingen en ervaringen van medewerkers die al substantieel en structureel met participatie bezig zijn, betrekken we hierbij. Vooralsnog is er een onderscheid tussen de rollen bij team strategie en medewerkers in de vakteams. De rollen zijn gelijkwaardig maar verschillen qua focus. Rollen bij strategie overstijgen een direct functioneel belang en zijn gericht op het creëren van randvoorwaarden en ruimte voor overheidsparticipatie. Rollen bij de vakteams pakken participatietrajecten binnen een bepaald beleidsdomein op en zijn meer gericht op inwonersparticipatie. Dat wil niet zeggen dat vakteams nooit iets doen met overheidsparticipatie; er is sprake van een zekere rolfluïditeit.

Dat is belangrijk bij een thema en organisatie in ontwikkeling. Voor de organieke borging en sturing kunnen verschillende opties verkend worden, zoals het behouden van de huidige situatie (medewerkers die zich met participatie bezig houden zijn verspreid over de teams) of het inrichten van een participatieteam (centreren van medewerkers participatie in één team). Iedere vorm kent voor- en nadelen. 5.3 Interne kerngroep participatie Aanvullend op al bestaande functies zoals de dorpsregisseurs bij team strategie, voegen we een regierol participatie toe. Daarnaast zitten verspreid in de organisatie medewerkers die zich bezig houden met participatie. Door hen wordt een interne kerngroep gevormd die periodiek bij elkaar komt. De kerngroep houdt zich bezig met: reflecteren op en analyseren van lopende participatietrajecten op meta-niveau en ontwikkelingen op het gebied van participatie en kijkt hierbij ook vanuit inwonersperspectief (worden inwoners bijvoorbeeld overvraagd); delen van ervaringen en kennis over bijvoorbeeld innovatief of digitaal participatieinstrumentarium zoals de Gemeentepeiler of CitizenLab; adviseren aan directie, management en collega’s over ontwikkelingen op het gebied van participatie en specifiek participatie-instrumentarium. De regierol initieert de kerngroep.

Medewerkers die ad hoc met een participatietraject bezig zijn, kunnen uiteraard ook aansluiten zolang dit meerwaarde heeft. Het is niet de bedoeling dat de kerngroep zich buigt over aanvragen voor initiatieven. Die worden door vakteams opgepakt. De kerngroep kan wel een advies geven aan collega’s over participatietrajecten, maar neemt het uitvoerende werk niet over. De kerngroep kan bovendien een toegevoegde waarde hebben bij het ontwikkelen van een teamsoverstijgende mindset. De betrokken medewerkers zijn vooral extern georiënteerd; zij kunnen daarom ook behoeften uit de samenleving intern laten landen.

6

5.4 Participatie is geen doel op zich: het gaat om de behoefte van de samenleving, vakteams en opgaven Participatie is een belangrijk middel om de lokale democratie democratischer te ‘maken’. Het blijft wel een middel dat vormvrij is; het instrumentarium in dit programma is dan ook niet limitatief. Bovendien is er op het gebied van participatie veel in beweging en is er regelmatig sprake van voortschrijdend inzicht. Per situatie en afhankelijk van de behoeften wordt bepaald welke participatievorm geschikt is. Om een goede analyse te kunnen maken, is daarom van belang dat de kerngroep de verbinding maakt met de strategische opgaven (levendige dorpen, duurzaamheid, externe oriëntatie en inclusieve samenleving) en de reguliere taken in de vakteams. Dit kan bijvoorbeeld door de opgaveregisseurs aan te laten sluiten bij de kerngroep en andersom kan de kerngroep zich laten inspireren door participatie-activiteiten van de vakteams en de opgaven. 5.5 Vertrouwen en gezag: relatie tussen overheid en inwoners Hoewel het tij lijkt te keren, is bij grote delen van de overheid nog steeds een beeld van de geïndividualiseerde, calculerende en zelfs frauderende inwoner dominant (Van den Brink, 2020). Andersom vertrouwen de meeste Nederlanders het democratisch systeem, maar de uitvoerders van het systeem aanmerkelijk minder (Rovers, 2022). Het gevolg is wantrouwen over en weer.

Het gezag van de overheid is noodzakelijk voor de aanpak van dringende vraagstukken en langlopende beleidsopgaven. Dit gezag staat onder druk, zo stelt de Raad voor het Openbaar Bestuur (2022) in de publicatie Gezag herwinnen. Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur. De Raad adviseert te investeren in de bekwaamheid, betrouwbaarheid en betrokkenheid van de overheid. Het is goed om deze uitgangspunten voor ogen te houden bij de inrichting van participatietrajecten. Door het inrichten en uitvoeren van zorgvuldige, transparante en vooral oprechte participatietrajecten, wordt hieraan tegemoet gekomen. Het moet mogelijk zijn om op termijn het wantrouwen over en weer om te buigen naar vertrouwen en gezag te herwinnen. Hoewel het onderzoek naar Samenwerking en cultuur binnen de gemeente de interne dimensie van vertrouwen raakt, kan de relatie tussen overheid en inwoners wel meegenomen worden bij organisatieontwikkeling omdat een gezonde relatie tussen overheid en inwoners gebaat is bij een sterke interne organisatie. 5.6 Lerende houding en rolneming gemeente, college en raad Toewerken naar wederzijds vertrouwen en herwonnen gezag van de overheid vraagt om leren door samen te doen, een niet-oordelende en vooral nieuwsgierige houding van alle betrokkenen.

Zij moeten open staan voor feedback van elkaar, waarbij niet alleen gekeken wordt naar de (participatie)vorm maar vooral naar de interactie tussen betrokkenen. De maatschappelijke en bestuurlijke omgeving moet ruimte bieden om samen te leren en ervaringen op te doen. Hierdoor wordt op een natuurlijke manier toegewerkt naar nieuwe tradities en rituelen. Rolneming komt terug in de trainingen Waarderend Vernieuwen en Relevant Gesprek. Daarnaast is het een mooi gespreksonderwerp voor de kerngroep. Met raadsleden wordt een tijdelijke raadswerkgroep gevormd om het met name over rolneming, dilemma’s en ambitie op het gebied van participatie te hebben. De werkgroep wordt begeleid door intern opgeleide moderatoren. Een expert is aanwezig om ervaring en kennis uit andere gemeenten te delen. Bronnen: Adviescommissie burgerbetrokkenheid. (2021). Betrokken bij klimaat. Burgerfora aanbevolen. Raad voor het Openbaar Bestuur. (2022). Gezag herwinnen. Over de gezagswaardigheid van het openbaar bestuur. Den Haag. Rovers, E. (2022). Nu is het aan ons. Oproep tot echte democratie. De Correspondent. Van den Brink, G. (2020). Ruw ontwaken uit een neoliberale droom en de eigenheid van het Europese continent. Amsterdam: Prometheus.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12275334/1