toelichting op verordening nadeelcompensatie
Tekst van het document
T oelichting verordening nadeelcompensatie Artikel Artikel 1. Toepassingsbereik Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.
T oelichting Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding vanwege rechtmatige overheidsdaad. Het gaat om nadeelcompensatie als bedoeld in titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en afdeling 15.1 van de Omgevingswet. Het kan voorkomen dat schade door meerdere overheden wordt veroorzaakt, bijvoorbeeld zowel de gemeente als het waterschap. De aanvrager kiest in dat geval het loket. Het gaat in deze verordening om schade waarvan door de aanvrager wordt gesteld dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente. Hierop bestaat een uitzondering. Dat betreft de situatie waarbij de aanvraag om schadevergoeding betrekking heeft op een besluit ter uitvoering van een projectbesluit. Op die situatie is de regeling van artikel 15.8 van de Omgevingswet van toepassing. Daarin is geregeld dat het bestuursorgaan dat het projectbesluit heeft vastgesteld het bestuursorgaan is dat de schadevergoeding toekent.
Artikel 2. Heffen recht Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500,-- geheven.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding wordt een recht geheven. De heffing is in artikel 4:128 van de Awb geïntroduceerd om te voorkomen dat er al te lichtvaardig wordt overgegaan tot indiening van een aanvraag om schadevergoeding. Het heffen van het recht mag niet opgenomen worden in de legesverordening. In de legesverordening heffen wij rechten voor ‘door het gemeentebestuur verstrekte diensten’. Bij nadeelcompensatie gaat het echter niet om een dienst, maar om gemeentelijke aansprakelijkheid. Het recht mag maximaal € 500,- bedragen. Onder de Wet ruimtelijke ordening bedroeg het recht voor een aanvraag om planschade € 300,-. De 1
gemeenteraad mocht dit bedrag met ten hoogste twee derde verhogen of verlagen. Het daaruit voortvloeiende maximale recht bedraagt dus ook € 500,-. Wij stellen voor dit bedrag over te nemen. Het bedrag werpt een drempel op voor het lichtvaardig indienen van aanvragen. Daarnaast bedragen de advieskosten voor het beoordelen van een aanvraag een veelvoud van dit bedrag. De advieskosten drukken op de begroting van de gemeente. Bij het toewijzen van de aanvraag wordt het toe te kennen bedrag verhoogd met het geheven recht (artikel 4:129, aanhef en onder c, van de Awb). Bij een toewijzing krijgt de aanvrager het recht dus terug. Als het recht niet wordt voldaan, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb buiten behandeling gesteld. 1. De artikelen 4:2 en 4:127 van de Awb Artikel 3. Aanvraag bevatten een grondslag voor de 1. De aanvrager van schadevergoeding maakt aanvraagvereisten voor het in behandeling gebruik van een door het bestuursorgaan nemen van een aanvraag om vastgesteld formulier. schadevergoeding. Als niet aan de 2. In aanvulling op artikel 4:127 van de aanvraagvereisten wordt voldaan kan de Algemene wet bestuursrecht bevat een aanvraag op grond van artikel 4:5 van de Awb aanvraag mede: buiten behandeling worden gesteld. a.
als het schade betreft wegens winst- of inkomstenderving: jaarrekeningen over In aanvulling hierop is in het eerste lid het jaar waarin schade is geleden en geregeld dat de aanvrager van voor zover van toepassing de drie schadevergoeding gebruik maakt van een daaraan voorafgaande jaren en de door het bestuursorgaan vastgesteld aanslagen vennootschapsbelasting of formulier. Wanneer de aanvraag niet wordt inkomstenbelasting. aangeleverd via het formulier, kan worden b. als het schade betreft wegens gederfde besloten de aanvraag niet in behandeling te huurinkomsten: een afschrift van de nemen. Dat kan betekenen dat de aanvrager huurovereenkomst of wordt verzocht de aanvraag gebruiksovereenkomst en een nadeelcompensatie alsnog via het formulier in eigendomsakte. te dienen. De gemeente moet dan aangeven bij de aanvrager dat de aanvraag niet compleet is om in behandeling te worden genomen. De gemeente kan daarbij expliciet de termijnen opschorten tot het moment dat wel de stukken zijn ingediend. Door gebruik te maken van een formulier is het voor de aanvrager beter inzichtelijk welke 2
gegevens nodig zijn voor het indienen van een aanvraag en ontvangt de gemeente de gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de aanvraag. 2. Hier zijn aanvullende eisen ten aanzien van schadeclaims wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten opgenomen. In artikel 4:2 van de Awb is vastgelegd dat een aanvraag wordt ondertekend en ten minste bevat: (a) de naam en het adres van de aanvrager, (b) de dagtekening en (c) een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd. In artikel 4:127 van de Awb is vastgelegd dat de aanvraag mede bevat: (d) een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis en (e) een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade en, (f) voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade of een specificatie daarvan. Verder verschaft de aanvrager de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. Het gaat hier om gegevens en bescheiden die ten minste worden verstrekt. Het kan wenselijk zijn om dit voor aanvragen om schadevergoeding nader te specificeren. Uiteraard worden alleen gegevens gevraagd die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Omdat de in dit lid opgenomen gegevens altijd nodig zijn, is de aanvullende regeling in de verordening opgenomen. Artikel 4. Adviescommissie 1.
Het bestuursorgaan wint slechts advies in bij een adviescommissie voor zover dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om op de aanvraag om schadevergoeding te kunnen beslissen. 2. Advies als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval niet ingewonnen als: a. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, van de
1. De gemeente mag een aanvraag om een schadevergoeding zelf beoordelen. Wanneer er binnen de gemeente niet voldoende deskundigheid aanwezig is om dergelijke aanvragen te beoordelen, kan daarvoor advies ingewonnen worden bij een adviescommissie. Bij het afhandelen van aanvragen waarbij adviseur(s) zijn aangewezen bedraagt de beslistermijn maximaal zes maanden in plaats van de reguliere termijn van acht weken. Die termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verdaagd (artikel 4:130 van 3
Algemene wet bestuursrecht; b. de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling; c. de aanvraag naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende gelijkenis vertoont met andere aanvragen waarvoor al advies is uitgebracht; d. naar het oordeel van het bestuursorgaan in de gemeentelijke organisatie voldoende deskundigheid voor de beoordeling van de aanvraag aanwezig is. 3. Een adviescommissie bestaat uit een of meer deskundigen. 4. Een adviescommissie kan worden benoemd als: a. vaste commissie, waarbij de leden door burgemeester en wethouders voor een termijn van maximaal vier jaar worden benoemd met de mogelijkheid tot herbenoeming voor maximaal vier jaar, of b. tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen, door het bestuursorgaan dat de aanvragen behandelt.
de Awb). De adviseur(s) maken geen deel uit van en zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan en zijn niet betrokken bij de schadeveroorzakende gebeurtenis waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. In dit lid is vastgelegd in welke situaties in ieder geval geen advies bij een adviescommissie wordt ingewonnen. 3. Een adviescommissie bestaat, afhankelijk van de behoefte, uit een of meer deskundige adviseur(s). Bij zaken die betrekking hebben op inkomensderving kan worden gedacht aan deskundigheid op het gebied van accountancy of financieel economische bedrijfsvoering. En bij zaken die betrekking hebben op waardevermindering van een onroerende zaak aan extra deskundigheid op het gebied van taxaties. Bij het te nemen besluit wordt de adviseur van het advies vermeld en het advies kan hierbij ter motivering worden gevoegd (artikel 3:8 van de Awb). Er kan in afwijking van het advies worden besloten. Dat moet dan wel goed worden gemotiveerd. Verder is het van belang dat het bestuursorgaan zich ervan vergewist, dat het onderzoek van de adviseur(s) op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden (artikel 3:9 van de Awb). 4. Uit artikel 4:130, eerste lid, van de Awb volgt dat een bestuursorgaan een adviescommissie kan inschakelen voor het beoordelen van aanvragen om schadevergoeding die bij dit bestuursorgaan zijn ingediend.
Voor gemeenten betekent dit dat het betreffende bestuursorgaan (burgemeester, burgemeester en wethouders of de gemeenteraad) een adviescommissie kan instellen. Er zijn twee mogelijkheden: a. het benoemen van een vaste commissie: in dat geval worden de deskundigen benoemd door burgemeester en wethouders, of b. voor advisering met betrekking tot een
4
of meer aanvragen: in dat geval worden de deskundigen benoemd door het bestuursorgaan dat de betreffende aanvragen behandelt. Artikel 5. Procedure 1. Als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie, informeert het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden. 2. Bij de toepassing van de artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht wordt naast de aanvrager voor zover van toepassing betrokken: a. degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten, en, b. als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag, zoals geregeld in artikel 13.3d van de Omgevingswet, de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht, tenzij: 1 °. De schadevergoeding redelijkerwijze voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan, of 2 °. De schadevergoeding voldoende op een andere manier is verzekerd.
1. De procedure en bijbehorende beslistermijnen voor het tot stand komen van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding zijn uitputtend geregeld in de Awb. Aanvullend hierop is vastgelegd dat het bestuursorgaan de aanvrager en belanghebbenden informeert als advies wordt ingewonnen bij een adviescommissie. De opdracht aan de adviseur(s) kan ook worden ingetrokken. In dat geval worden de aanvrager en belanghebbenden daar ook over geïnformeerd.
Artikel 6. Uitbetaling Bij geheel of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk betaald bij het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag.
In deze bepaling is de uiterste betaaltermijn vastgelegd. Als een aanvraag om schadevergoeding geheel of gedeeltelijk wordt toegekend, wordt het betreffende bedrag uiterlijk bij het onherroepelijk worden van het toekenningsbesluit uitbetaald. Dus na afronding
2. Op de voorbereiding van het besluit op een aanvraag om schadevergoeding is de Awb van toepassing, waaronder de bepalingen over de voorbereiding van besluiten (hoofdstuk 4 van de Awb). Dat betekent onder andere dat de artikelen 4:7 en 4:8 van de Awb van toepassing zijn op grond waarvan de aanvrager en eventuele belanghebbenden, binnen de daar opgenomen kaders, in de gelegenheid worden gesteld om voorafgaand aan de beslissing op de aanvraag een zienswijze naar voren te brengen. In het tweede lid is verduidelijkt welke partijen naast de aanvrager een zienswijze naar voren kunnen brengen. Dat zijn voor zover van toepassing degenen met wie een schadeovereenkomst is gesloten en, als sprake is van een schadeveroorzakend besluit naar aanleiding van een aanvraag: de aanvrager van dat besluit of degene die de toegestane activiteit verricht. Die zienswijze kan naar keuze schriftelijk of mondeling naar voren worden gebracht (artikel 4:9 van de Awb).
5
Artikel 7. Aanvraag voorschot 1. Het bestuursorgaan kan op een daartoe strekkende aanvraag beslissen een voorschot te verlenen op een uit te betalen geldsom. 2. Het voorschot bedraagt maximaal 50% van de in het conceptadvies opgenomen geldsom. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Algemene wet bestuursrecht zijn op dit voorschot van toepassing.
van eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Dit is de uiterste betalingstermijn. Het bedrag kan ook eerder uitbetaald worden. Hiermee voorkomen wij bijvoorbeeld dat een groter bedrag aan wettelijke rente uitbetaald moet worden. 1. In dit artikel is vastgelegd dat het bestuursorgaan op een daartoe strekkende aanvraag kan beslissen een voorschot te verlenen op het eventueel uit te betalen bedrag aan schadevergoeding. Dit kan worden gedaan als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een verplichting tot betaling zal worden vastgesteld. Hiertoe kan door de aanvrager een verzoek worden gedaan. Het voorschot kan ook ambtshalve worden verleend. Het verstrekken van een voorschot is een ‘kan’ bepaling. Het verstrekken van een voorschot is daarom niet verplicht. In de modelverordening van de VNG is het verstrekken van een voorschot als keuze mogelijkheid opgenomen. Wij kiezen ervoor om het artikel op te nemen. Met deze mogelijkheid kunnen wij bijvoorbeeld besluiten een voorschot te verstrekken wanneer de aanvrager in financiële problemen komt door de termijn van het behandelen van een aanvraag om schadevergoeding. 2. In het tweede lid is de maximale hoogte van het voorschot vastgelegd. Wij stellen voor om een percentage van 50% van de in het conceptadvies opgenomen geldsom op te nemen.
Door dit percentage wordt de financiële druk bij de aanvrager verminderd, maar voorkomen wij ook dat wij een bedrag moeten terugvorderen wanneer het schadebedrag onverhoopt lager blijkt te zijn. 3. De artikelen 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot onder meer van toepassing. Dat betekent onder andere dat onverschuldigde voorschotten kunnen worden teruggevorderd.
Artikel 8. Intrekking en overgangsrecht oude regeling 1. De procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Hoeksche
1. De verordening nadeelcompensatie treedt in de plaats van de procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Hoeksche Waard 2019. Deze verordening 6
Waard 2019 wordt ingetrokken per de in lid 9 lid 1 genoemde datum. 2. De procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Hoeksche Waard 2019 blijft van toepassing op het afhandelen van aanvragen om een planschadevergoeding als bedoeld in artikel 6.1 Wet ruimtelijke ordening.
Artikel 9. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag dat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet in werking treden. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie Hoeksche Waard 2022.
wordt ingetrokken. 2. De Wro blijft van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als vóór inwerkingtreding van die wet de schade is veroorzaakt door een onherroepelijk besluit omtrent een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of het van kracht worden van een bestemmingsplan, beheersverordening, wijzigingsplan of uitwerkingsplan. De procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade Hoeksche Waard 2019 is vanwege dit overgangsrecht nog relevant voor het afhandelen van planschadeverzoeken die onder de Wro zijn ingediend. Daarom blijft de procedureverordening voor het afhandelen van die verzoeken van toepassing. 1. De verordening nadeelcompensatie treedt in werking als titel 4.5 Awb en de Omgevingswet in werking treden. 2. Titel verordening.
7