toelichting on bp Schenkeldijk 70-70a-70b s'-Gravendeel d.d. oktober 2023
Tekst van het document
- 35 -
De nieuw te bouwen woningen aan de Schenkeldijk 70b komen in geen van de genoemde milieuzones van de genoemde bedrijven.
4.6 Externe veiligheid Op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) en latere andere veiligheidsregelingen, dient bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en/of transportroutes met gevaarlijke stoffen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Tevens moeten de risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan berekend te worden. Het GR dient in de toelichting op het besluit te worden verantwoord. Eenzelfde aanpak dient gevolgd te worden voor het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door de lucht en door buisleidingen. Gemeenten en provincies zijn in dat kader verplicht de normen uit het BEVI na te leven. Dit houdt onder meer in dat er voldoende afstand aangehouden moet worden tussen kwetsbare objecten en risicovolle bedrijven en transportroutes. Tevens houdt dat in dat rekening moet worden gehouden met het totale aantal aanwezige personen in de directe omgeving van een risicovol bedrijf of transportroute. Het aspect externe veiligheid brengt zodoende met zich mee dat afstemming tussen de drie taakvelden ruimtelijke ordening, milieu en rampenbestrijding van groot belang is.
In figuur 4.4 is een deel van de risicokaart Nederland opgenomen.
plangebied
Figuur 4.4: deel risicokaart Nederland
- 36 -
Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van Shell Moerdijk en Afvalstoffen Terminal Moerdijk (ATM). Daarnaast liggen er meerdere leidingen rondom het plangebied, namelijk: Type leiding
Naam leiding
Stof
K1-leiding
rrp-l6
Gasoline
K1-leiding
rrp-l9
Aardolie
Overige leiding
7012
Nitrogen
Aardgasleiding
A-667
Methaan
De aardgasleiding heeft de grootste effectafstand van minimaal 220 meter (100% letaal) en maximaal 980 meter (1% eerstegraads brandwonden). Het risico van een hogedruk aardgastransportleiding is het ontstaan van een fakkelbrand. De effecten van een fakkelbrand zijn warmtestraling en rook. Het plangebied ligt op circa 900 meter afstand van de aardgasleiding. Er is geen sprake van aanwezigheid van een plaatsgebonden risicocontour ten gevolge van deze leiding. Ten aanzien van het eventueel aanwezig groepsrisico, wordt opgemerkt dat het hier de toevoeging van vijf woningen in een gebied met weinig inwoners per ha betreft. Mede gelet op de afstand tot de woningen zal het groepsrisico niet in de weg staan aan de realisering van het woningbouwplan. Vanwege de genoemde risicobronnen adviseert de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid om: o de woningen te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. o toekomstige bewoners te informeren over de risico's en daarbij handelingsperspectief te bieden. o
Handelingsperspectieven: o Voor personen buiten is het handelingsperspectief vluchten (uit het zicht van de brand, onder dekking van objecten zoals muren). o Als er schuilmogelijkheden zijn, is dekking zoeken of een schuilplaats binnen gaan een goed handelingsperspectief. o Voor personen binnen, dichtbij de bron (daar waar gebouwen ontbranden ) is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten. o Voor personen binnen, op grotere afstand van de bron (daar waar gebouwen niet ontbranden) is het handelingsperspectief binnenblijven.
- 37 -
Bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen Met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moet er voldaan worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). Met dit advies van de Veiligheidsregio wordt bij de verdere uitwerking van de plannen rekening gehouden. Uit oogpunt van externe veiligheid is het plan realiseerbaar.
4.7 Geen Milieurapportageplicht Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In dit plan is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project betreft het saneren van agrarische bedrijfsbebouwing om hier vijf woningen voor in de plaats te bouwen. • Er is geen cumulatie met andere projecten. • Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater in de nabij gelegen watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt. • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. • Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.5. • Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. We verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.6. • Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid.
Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.6. 2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik betreft agrarisch. • Het gebied ligt niet in een beschermingszone, ligt buiten het bestaand stedelijk gebied maar betreft vervangende nieuwbouw van agrarische- naar woonbebouwing, hetgeen past bij het landschap ter plaatse. • Het gebied heeft geen hoge bevolkingsdichtheid en is cultureel en archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 4.10.
- 38 -
3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op basis van de bovenstaande zal het college van burgemeester en wethouders voor de vaststelling van het plan een besluit nemen dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.
4.8 Waterhuishouding Op 10 november 2021 is het nieuwe Waterbeheerprogramma unaniem door het algemeen bestuur van het waterschap Hollandse Delta vastgesteld. Dat programma geldt voor de periode 2022-2027. Het waterbeheerprogramma heeft betrekking op drie kerntaken: • veilige dijken en duinen; • voldoende en schoon water; • het schoonmaken van afvalwater. Uit het oogpunt van waterkwaliteit moet schoon hemelwater bij voorkeur worden afgekoppeld en direct worden geloosd op oppervlaktewater. Dit vermindert de vuiluitworp uit het gemengde rioolstelsel en verlaagd de hydraulische belasting van de afvalwaterzuivering. Bij een toename van aaneengesloten verhard oppervlak van 500 m² of meer in stedelijk gebied en 1.500 m² in niet-stedelijk gebied moet voor hemelwater een lozingsvergunning worden aangevraagd in het kader van de Keur. Als er sprake is van toename aan verhard oppervlak, dan moet in principe 10% van deze toename worden gecompenseerd in de vorm van open water binnen het peilgebied waarin de toename van verharding plaatsvindt. Het plan zal in het kader van het vooroverleg nog aan het Waterschap worden voorgelegd. Op de bouwlocatie verdwijnt meer dan 20.000 m2 aan bebouwing en terreinverharding. De nieuwe woningen met erfverharding zullen circa 2.000 m² aan verharding hebben, derhalve een vermindering van verharding.
Gezien het beleid van het Waterschap is in de gegeven situatie geen watercompensatie vereist. Schoon inrichten Het vuilwater zal worden afgevoerd via de bestaande persriolering. Bij de bouw zal ter bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater geen gebruik worden gemaakt van uitlogende materialen zoals zink, lood, koper en zacht pvc. Het schoon hemelwater afkomstig van de daken zal via een hemelwaterafvoerleiding direct op de aangrenzende watergang worden geloosd. Langs de watergang wordt voldoende ruimte vrij gehouden voor het kunnen uitvoeren van onderhoud aan dat water.
- 39 -
Veilig inrichten Het plangebied Schenkeldijk 70b ‘s-Gravendeel ligt niet in een beschermingszone van de waterkering. Op dat perceel wijzigt er evenwel niets in de bestaande situatie. In het plangebied ligt een rioolleiding. Bij de uitwerking van de plannen is rekening gehouden met die rioolleiding. In het bestemmingsplan is de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen, ter bescherming van de belangen van deze rioolleiding. De wateroppervlakten die in het plangebied worden aangelegd zullen niet in verbinding komen te staan met water dat in het beheerregister en de leggen van het waterschap Hollandse Delta is opgenomen. Door toepassen van een plas/dras principe wordt voorkomen dat de kwaliteit van het water onvoldoende wordt. Uit oogpunt van het aspect ‘water’ is het plan uitvoerbaar.
4.9 Flora en fauna Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming betreft de bescherming van natuur in aangewezen natuurgebieden, de zogeheten Natura – 2000 gebieden en overige gebieden in het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Activiteiten in het plangebied mogen in principe geen externe werking op de instandhoudingsdoelen van dergelijke gebieden hebben. Soortenbescherming volgt uit de Wet Natuurbescherming (verder: Wnb). Hierbij gaat het om zwaarder beschermde soorten maar ook de zorgplicht is van toepassing voor alle in het wild levende planten-en diersoorten. Er is een flora en fauna quickscan uitgevoerd (Breur Ecologie & Onderzoek, 16 januari 2023, nr. QS220247v2). Uit dit onderzoek blijkt dat: • De ontwikkeling niet tot negatief effect leidt op beschermde natuurgebieden; • Het plangebied geen potentie biedt voor aanwezigheid van beschermde soorten flora of fauna en een aanvullend onderzoek niet nodig is; • De ontwikkeling groen licht heeft vanuit de Wet natuurbescherming; • Wel moet bij kapwerkzaamheden of sloopwerkzaamheden rekening worden gehouden met het vogelbroedseizoen. Nesten van vogels zijn – ongeacht de soort – altijd beschermd wanneer zij in gebruik zijn (nestbouw, broedfase, of jongen in nest).
Het broedseizoen loopt grofweg van maart t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden; • Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.
- 40 -
Het plan is in overeenstemming met het aspect ecologie. Stikstof Eén van de problemen die voorkomt in veel beschermde natuurgebieden (Natura 2000gebieden) is de aanwezigheid van te veel stikstof, waardoor natuur en economische ontwikkeling elkaar (kunnen) tegenwerken. Om die reden dient er bij ruimtelijke ontwikkelingen te worden bezien of er een kans op bestaat dat de stikstofdepositie ten gevolge van het desbetreffende ruimtelijke plan negatief wordt beïnvloed. Er is een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd (Ad Fontem, 13 oktober 2023, nr. 22AF157). Uit deze berekening blijkt dat de meest nabijgelegen stikstofgevoelige natuurgebieden de Natura 2000-gebieden de Biesbosch en Hollands Diep zijn. De stikstofemissie vanuit de gebruiksfase zorgt niet voor stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jaar op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden staat het plan niet in de weg. Conclusie Vanuit de Wnb zijn er, behoudens de hiervoor genoemde aanbevelingen, geen belemmeringen voor de gewenste ontwikkeling.
4.10 Geur Het plangebied ligt niet binnen een geurcirkel van enig in de omgeving aanwezig bedrijf.
4.11 Archeologische waarden en cultuurhistorie Archeologie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) en de Erfgoedwet. Er dient binnen bestemmingsplannen en bij ruimtelijke onderbouwingen als de onderhavige, aandacht te worden besteed aan archeologische aspecten. Uit het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ blijkt dat het perceel de archeologische verwachting ‘Archeologische verwachting middelhoog 1’ heeft. Er is onderzoek nodig bij bouwplannen groter dan 500 m². De nieuwe woningen hebben een grotere oppervlakte, waardoor er archeologisch onderzoek is ingesteld (SOB research, september 2022, nr. 2954-2208). Uit dit onderzoek blijkt dat op basis van het uitgevoerde bureau- en booronderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen planrealisatie hoogstwaarschijnlijk niet zal leiden tot de aantasting van behoudenswaardige archeologische resten.
- 41 -
Vanwege de hiervoor bedoelde middelhoge archeologische verwachting is er in het bestemmingsplan de dubbelbestemming ‘Waarde archeologische verwachting middelhoog 1’ opgenomen en voor het westelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – archeologische verwachting laag’. Conclusie Dit betekent dat dit onderdeel de planvorming niet in de weg staat.
4.12 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen wel diverse kabels en leidingen (nutsleidingen), doch deze zijn planologisch gezien niet relevant.
- 42 -
5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het nieuwe Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Per 1 januari 2010 is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).
5.2 Bestemmingswijzer Opzet verbeelding Het plangebied omvat de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen Schenkeldijk 70, een transformatorstation Schenkeldijk 70a en het voormalige agrarische bedrijfsperceel Schenkeldijk 70b in ‘s-Gravendeel. Daar waar de nieuwe woningen met erf komen, wordt de bestemming ‘Wonen – Verspreide woningen’ gelegd. Er mag een hoofdgebouw en bijgebouwen komen tot ten hoogste 775 m3. Bij het gedeelte waar de huidige bedrijfswoning met resterende erfbebouwing staat wordt ook de bestemming ‘Wonen – Verspreide woningen’ gelegd. De voormalige agrarische bedrijfswoning Schenkeldijk 70 krijgt ook die bestemming. Voor de ontsluitingswegen in het plangebied is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Voor het gebied direct ten noorden en westen van de nieuwe woningen geldt de bestemming ‘Groen’, dit om de landschappelijke inpassing van de woningen inhoud te kunnen geven. Ten slotte is de bestemming ‘Agrarisch’ opgenomen voor het oostelijk deel van het plangebied, daar waar de kas verdwijnt maar geen woningen worden gebouwd. Op gronden met deze bestemming ‘Agrarisch’ is geen bouwvlak opgenomen. Er mag daar geen bebouwing meer worden opgericht. De nieuwe woningen mogen pas worden gebouwd als verzekerd is dat de hiervoor in aanmerking komende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op het perceel is gesloopt.
Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden, zijn de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologische verwachting middelhoog 1’ en ‘Waarde – archeologische verwachting laag’ opgenomen. Ook is voor de aanwezige persriolering de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen. 5.2.3 Opzet regels Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde. De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk twee wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan.
- 43 -
Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels. De overgangs- en slotregel maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk. 5.3 Handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan. Bij de opstelling van de bouwregels is de bestemmingsplansystematiek van het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ in acht genomen.
- 44 -
6. Uitvoerbaarheid. 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat de herinrichting van een agrarisch gebied, waarbij een agrarisch bedrijfscomplex transformeert naar een woonbestemming. Daarnaast wordt de bouw van vijf compensatiewoningen mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Hoeksche Waard. Met de initiatiefnemer is een zogenaamde anterieure exploitatieovereenkomst afgesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro te worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Met omwonden is overleg gevoerd over het plan. Alle direct omwonenden zijn persoonlijk benaderd. Er is in een brief uitleg gegeven over het plan. Daarna is een inloopbijeenkomst gehouden voor omwonenden, waarbij de mogelijkheid aanwezig is geweest om over het plan van gedachten te wisselen. In het participatieverslag dat bij deze toelichting is gevoegd, wordt nader op het participatietraject ingegaan.
- 45 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening is er met de betrokken maatschappelijke instanties vooroverleg worden gevoerd. Het bestemmingsplan is aan diverse vooroverlegpartners toegezonden. De volgende reacties zijn ontvangen: PM. 7.2 Zienswijzen Het ontwerp bestemmingsplan heeft vanaf xx 2023 gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen.
- 46 -