toelichting on bp Kreekkade 1 Heinenoord september 2022
Tekst van het document
Toelichting Bestemmingsplan ‘Kreekkade 1 Heinenoord’ Gemeente Hoeksche Waard
plangebied
NL.IMRO.1963.BPKreekkade1HND22-ON01 SEPTEMBER 2022
Bestemmingsplan
‘Kreekkade 1 Heinenoord’ Gemeente Hoeksche Waard
Toelichting
Regels Verbeelding Datum September 2022
-2-
INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1.1 Situering 1.2 Aanleiding en doelstelling 1.3 Het bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer 2. Beschrijving plangebied en bouwplan 2.1 Inleiding 2.2 Omgeving plangebied 2.3 Huidige situatie 2.4 Doel bestemmingsplan 3. Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Verkeer/parkeren 4.3 Flora en fauna 4.4 Archeologische waarden en cultuurhistorie 4.5 Waterhuishouding 4.6 Milieuzonering 4.7 Geluid 4.8 Bodem 4.9 Geur 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Externe veiligheid 4.12 Kabels en leidingen 4.13 Milieueffectrapportage 5. Juridische toelichting 5.1 Juridische planopzet 5.2 Bestemmingswijzer 5.3 Plantoetsing en handhaving 6. Uitvoering 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Planschade 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Zienswijzen
PAG. 4 4 5 6 7 8 8 8 8 8 9 9 9 10 16 18 18 18 18 19 19 20 20 21 21 21 22 23 23 24 24 24 24 25 25 25 25 26 26 26
-3-
1. Inleiding 1.1 Situering Het plangebied ligt aan de Kreekkade 1 te Heinenoord, gemeente Hoeksche Waard.
plangebied
Figuur 1.1 plangebied en omgeving
De locatie ligt in het buitengebied van Hoeksche Waard, ten zuiden van de bebouwde kern van Heinenoord. Het betreft een bedrijfsperceel met bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning met bijgebouwen. Op de hierna opgenomen luchtfoto is deze bebouwing weergegeven.
Figuur 1.2 plangebied met bebouwing
-4-
1.2 Aanleiding en doelstelling Op het perceel Kreekkade 1 was in het verleden een bedrijf gevestigd. Het betrof een technisch-dienstverlenend bedrijf, gespecialiseerd in het aanbieden van diensten met behulp van onbemande luchtvaartuigen oftewel drones. De beperkte oppervlakte en de ligging maakte dat het bedrijf uit zijn jasje is gegroeid en dat het niet reëel is dat er opnieuw een bedrijf zal worden gevestigd. De eigenaar van het perceel Kreekkade 1 wil de bedrijfsbestemming van het perceel wijzigen in een woonbestemming.
Figuur 1.3 foto bedrijfswoning
Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Heinenoord, sectie G nrs. 819, 820 en 1682. De gezamenlijke oppervlakte is (154, 5.176 en 485 m² =) 5.815 m².
Figuur 1.4 kadastrale tekening
-5-
In het geldend bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ uit 2013 heeft het plangebied de bestemmingen ‘Bedrijf’ (percelen 819 en 820) en ‘Agrarisch’(percelen 1682 en 1936) gegeven. Later is een wijzigingsplan in 2015 vastgesteld, waarbij de bedrijfsbestemming is gehandhaafd, maar het primair toegestane gebruik is toen gewijzigd van ‘dierenpension’ naar ‘bedrijf lichte onbemande luchtvaart’.
Figuur 1.5 verbeelding bp Landelijk Gebied Binnenmaas
1.3 Het bestemmingsplan Het voorliggende bestemmingsplan maakt de gebruikswijziging van de bedrijfsbestemming naar een woonbestemming mogelijk. Dit bestemmingsplan is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende stukken: - Verbeelding (plankaart); - Regels. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van deze toelichting.
-6-
1.4 Leeswijzer Deze toelichting omvat een omschrijving op hoofdlijnen van het plangebied en het plan (hoofdstuk 2). Het relevante beleid voor het plangebied (hoofdstuk 3) en een omschrijving van de verschillende omgevingsaspecten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 wordt een juridische toelichting gegeven. Hoofdstuk 6 omvat de aspecten planschade en economische uitvoerbaarheid. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening beschreven, alsmede de uitkomst van de inspraaken zienswijzenprocedure.
-7-
2. Beschrijving plangebied en gebruiksplan 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt het plangebied en het aangepaste plan beschreven. 2.2 Omgeving plangebied Het perceel is gelegen aan de Kreekkade in het buitengebied van Heinenoord. De Kreekkade ligt ten zuiden van de bebouwde kern van Heinenoord. Aan de structuur van het gebied zal als gevolg van onderhavige bestemmingswijziging niets veranderen.
2.3 Huidige situatie Op dit moment is in planologische zin aan de Kreekkade 1 een bedrijf met bedrijfswoning aanwezig. Feitelijk wordt de bebouwing inmiddels niet meer als zodanig gebruikt.
2.4 Doel bestemmingsplan In het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ en aansluitend het wijzigingsplan ‘Kreekkade 1 Heinenoord’ is bepaald, dat gronden en gebouwen met de bestemming ‘Bedrijf’ niet voor (burger)woondoeleinden mogen worden gebruikt. Voorliggend bestemmingsplan maakt een gebruik voor woondoeleinden mogelijk. De huidige bebouwing blijft bestaan, het plan voorziet slechts in het wijzigen van de bestemming, waardoor een gebruik voor woondoeleinden mogelijk wordt gemaakt. Daarbij bestaat het plan om twee kamers te realiseren in het bij de woning aanwezige voormalige bedrijfsgebouw ten behoeve van Bed & Breakfast als ondergeschikte functie aan de woonfunctie. In dit geval gaat het om het voortzetten en uitbreiden van de bestaande B&B, welke locatie is gelegen nabij diverse fiets- en wandelroutes. Er is behoefte aan meer verblijfsrecreatie. Dit dient kwalitatief hoog en onderscheidend te zijn.
-8-
3. Beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het rijk, provincie en gemeente.
3.2 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Daarnaast beschrijft de NOVI nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten: - ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; - een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; - sterke en gezonde steden en regio’s; - een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Relatie met voorgenomen ontwikkeling Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft de NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit de NOVI. De NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling.
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro bepaalt ten aanzien van de werking van de ladder, dat de ladder toegepast moet worden bij bestemmingsplannen, die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het plan tot het aanpassen van de bestemming van het perceel Kreekkade 1 van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen – Verspreide woningen’ betreft geen nieuwe (stedelijke) ontwikkeling.
-9-
Er is sprake van bestaande bebouwing die voor woondoeleinden gaat worden gebruikt. Het voorliggende bestemmingsplan ziet derhalve toe op een herbestemming van het perceel met bestaande bebouwing. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt, dat planologische gebruikswijzigingen zonder een toename van bouwmogelijkheden niet worden gekwalificeerd als Ladderplichtige stedelijke ontwikkelingen (zie ABRvS 28 juni 2017, nr. 201608869/1/R3). Om die reden is er geen noodzaak om de behoefte aan deze ontwikkeling te toetsen aan de hand van de ladder der duurzame verstedelijking. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. De volgende onderwerpen uit de AMvB Ruimte moet worden vertaald in bestemmingsplannen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie en Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Bij besluit van 28 augustus 2012 is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Binnen het plangebied bevinden zich geen ruimtelijke belangen zoals benoemd in de Barro. Een doorvertaling is dan ook niet benodigd. 3.3 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Het provinciaal omgevingsbeleid is opgenomen in de omgevingsverordening en de omgevingsvisie Zuid-Holland Het omgevingsbeleid bestaat uit de volgende onderdelen: De introductie op het Omgevingsbeleid, waarin opgenomen de ruimtelijke hoofdstructuur, een overzicht van de samenhangende beleidskeuzes per provinciale beleidsopgave en de ontwikkelrichting die is opgenomen onder ‘Ambities en sturing’. Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven.
- 10 -
Geen stedelijke ontwikkeling Nieuwe stedelijke ontwikkelingen in het gebied buiten bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) zijn op basis van artikel 6.10 van de verordening pas mogelijk, als na toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking blijkt dat dit binnen bestaand stads- en dorpsgebied niet mogelijk is. Zoals onder 3.2 is beargumenteerd, is er in onderhavig plan geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Bestaand Stads- en dorpsgebied Uit de Omgevingsverordening vloeit voort dat er mogelijkheden zijn voor wijziging van het gebruik van bestaande bebouwing. Een bestemmingsplan voor gronden buiten BSD kan een ander gebruik mogelijk maken van bestaande bebouwing, waaronder agrarische bedrijfsbebouwing.
plangebied
Figuur 3.1: Kaart BSD
Om te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen twee uitgangspunten: -
-
Een ontwikkeling die past bij de schaal en aard van het landschap heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. Hoe hoger en kwetsbaarder de kwaliteit van een gebied is, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen.
Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkelingen (artikel 6.9 en toelichting Omgevingsverordening): Inpassing Dit betreft een gebiedseigen ontwikkeling, passend bij de schaal en aard van het landschap. Een voorbeeld hiervan is de uitbreiding van een agrarisch bedrijf in het buitengebied of een nieuwe woning in een lint. Bij inpassing veranderen bestaande structuren en kwaliteiten niet tot nauwelijks. De rol van de provincie is hier in principe beperkt, behalve in gebieden met bijzondere kwaliteit.
- 11 -
Aanpassing Dit betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang die niet past bij de aard van het landschap, of een gebiedseigen ontwikkeling die niet past bij de schaal van het landschap. Voorbeelden zijn een beperkt aantal nieuwe woningen in het buitengebied, een nieuw landgoed en de verbreding van een provinciale weg. De rol van de provincie zal zich, afhankelijk van het type gebied en het type ontwikkeling, vooral richten op het toewerken naar een kwalitatief optimaal resultaat, zo nodig inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit is aanpassing in principe uitgesloten. Transformatie Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat er een nieuw landschap ontstaat. Dit is bijvoorbeeld het geval bij uitleglocaties voor woningbouw en bedrijventerrein of de aanleg van grootschalige recreatiegebieden. Bij transformatieopgaven is bijna altijd een provinciaal doel of belang in het geding en zal de betrokkenheid van de provincie zich richten op een actieve behartiging van provinciale doelen, een kwalitatief optimaal resultaat inclusief een maatschappelijke tegenprestatie. In gebieden met bijzondere kwaliteit of een specifieke waarde is transformatie in principe uitgesloten. Conclusie De nieuwe functie past binnen de aard en schaal van het gebied.
De bestemming is ‘Bedrijf’ en deze wordt getransformeerd naar een woonbestemming. Qua bebouwing en ook qua bestaande structuren en kwaliteiten verandert er niet wezenlijk iets. Om die reden kan voorliggend plan worden gerangschikt in categorie ‘inpassing’. Het plan maakt het gebruik van de bestaande bebouwing mogelijk, uitbreiding is niet toegestaan. Het perceel is al grotendeels landschappelijk ingepast met omzomende beplanting en bomen. Ten aanzien van de integrale kwaliteitskaart wordt het volgende opgemerkt. Voor het plangebied zijn de Laag van de ondergrond en de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen van belang, nu er bij die lagen richtpunten worden genoemd voor het gebied waar Kreekkade 1 onderdeel van vormt. Het gaat om de volgende richtpunten: Bij de Laag van de ondergrond is voor het plangebied het richtpunten ‘Rivierdeltacomplex’ vermeld: Rivierdeltacomplex Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden.
- 12 -
Jonge zeeklei De gronden in het deltacomplex bestaan overwegend uit kleigronden. Dit zijn voedselrijke, draagkrachtige gronden. De deltawateren zijn onderdeel van het deltacomplex. De estuariene dynamiek is een belangrijk natuurlijk gegeven. Nauw verbonden met de deltawateren zijn de niet ingepolderde, buitendijkse kleigronden. Dit betreft de slikken, (bekade) gorzen, grienden, wilgenbossen en de uiterwaarden langs de rivieren. Het zijn natuurlijke landschappen waar ruimte is voor dynamische processen. Richtpunt: Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Bij de Laag van de cultuur- en natuurlandschappen is voor het plangebied het richtpunt ‘Zeekleipolderslandschap’ vermeld: Zeekleipolderlandschap Zeekleipolders Een zeekleipolder is qua oorsprong een ronde opwaspolder (oorspronkelijk opgeslibde en daarna ingepolderde eilandjes in getijdenwater) of langgerekte aanwaspolder (aangeslibd en ingepolderd land tegen bestaande polders) en daarna omgeven door dijken. De kreken in deze polders (herkenbaar door microreliëf en een kronkelige loop) en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders.
De dorpen liggen als compacte kernen in het landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek aan de rand van een polder. Overige bebouwing ligt langs de dijken en spaarzaam in de polders zelf. Kenmerkende contrasten tussen de regelmatige patronen in de polder van wegen en verkaveling en de kronkelige kreken. Havenkanalen vormen plaatselijk bijzondere elementen, waarbij ontwikkelingen langs de kanalen de ruimtelijke en recreatieve relatie tussen dorp en open water versterken. Richtpunten: Zeekleipolders algemeen: • Ontwikkelingen dragen bij aan het versterken van de karakteristieke kenmerken van de eilanden en de verschillen daartussen. • Ontwikkelingen aan de rand van de eilanden passen bij de maat en schaal van de dijk en de deltawateren. • Herkenbaar houden van het patroon van (ronde) opwas- en (langgerekte) aanwaspolders door behouden en versterken van de (beplante) dijk als herkenbare landschappelijke structuurdrager in contrast met de grootschalig, open polder. • Versterken van de kreek als herkenbare landschappelijke structuurdrager van het zeekleilandschap.
- 13 -
• •
Bebouwing concentreert zich in of bij compacte kernen, niet in het open middengebied van de polders. Behoud van het contrast tussen de binnendijkse akkerbouwpolders en buitendijkse natuur.
Beoordeling: De ruimtelijke ontwikkeling die in dit bestemmingsplan is opgenomen betreft een herbestemming van een bestaand perceel. De waarde van het gebied wordt niet nadelig beïnvloed. Gebiedsprofiel Hoeksche Waard Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 24 mei 2013 het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard vastgesteld. Het Gebiedsprofiel Hoeksche Waard is één van de 16 gebiedsprofielen die voor Zuid-Holland worden gemaakt. Met de introductie van deze profielen wil de provincie ruimtelijke kwaliteit als belangrijke voorwaarde stellen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Het gebiedsprofiel verbeeldt en beschrijft de ruimtelijke kwaliteiten en ambities voor het landelijke gebied. Hierdoor wordt duidelijk waar rekening mee moet worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ingrepen. De Hoeksche Waard is een uniek agrarisch polderlandschap en als representant van de bedijkingsgeschiedenis van Nederland ook op internationale schaal bijzonder. De schoonheid van het landschap zit in de eenvoud: een weids en open landschap waarin dorpen, dijken, polders en kreken de ingrediënten van een leesbaar landschap zijn. De landschappelijke identiteit van de Hoeksche Waard wordt sterk bepaald door de ligging in het deltagebied. Een eiland tussen de grote wateren, waar het land is gewonnen op het water. De vruchtbare kleigronden hebben van de Hoeksche Waard een sterk landbouwgebied gemaakt.
Door de rust en de ruimte is het een aantrekkelijk gebied voor recreatie, toerisme en wonen in de nabijheid van de stad. Kwaliteiten In samenwerking met SOHW, Waterschap Hollandse Delta en maatschappelijke organisaties, heeft de provincie Zuid-Holland de kwaliteiten in de Hoeksche Waard bepaald. De ambities in het gebiedsprofiel richten zich op: • de herkenbaarheid van de structuur van dijken en kreken; • de openheid van de polders; • de ontwikkeling van hoogwaardige dorpsranden; • een zonering van het landschap; • het versterken van de verbindingen tussen dorp en landschap; • de verdere ontwikkeling van buitendijkse natuur. Nieuwe ontwikkelingen dienen met deze kwaliteiten rekening te houden. Uit het Gebiedsprofiel blijkt dat het hier gaat om de volgende karakteristieken ‘Herkenbaar open zeekleipolderlandschap’ en ‘Linten blijven Linten’. Bij hetgeen hiervoor is geschreven over de richtpunten van de kwaliteitskaart is op deze karakteristieken al ingegaan.
- 14 -
Uit het gebiedsprofiel Hoeksche Waard blijkt dat voor het perceel Kreekkade 1 met name het kenmerk ‘herkenbaar open zeepolderkleilandschap’ van toepassing is. De aspecten die hierbij relevant zijn, zijn hiervoor bij de behandeling van de provinciale kwaliteitskaart al aan de orde gesteld. De feitelijke situatie wijzigt niet, waardoor er ook geen nadelige beïnvloeding aan de orde is van enig kenmerk. Klimaatadaptie In artikel 6.50 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland is bepaald dat in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, uitgewerkt in de thema’s: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte.
Aangezien het hier een ontwikkeling betreft die uitsluitend de bestemming van de bestaande bebouwing betreft waarbij de feitelijke situatie gelijk blijft, heeft het project geen nadelige invloed op de risico’s van klimaatverandering. Conclusie De conclusie is dan ook dat het provinciale beleid de voorgestane ontwikkeling niet in de weg staat. De ruimtelijke kwaliteit ter plaatse van het plangebied en omgeving blijft door de hier aan de orde zijnde wijziging ten minste gelijk.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Hoeksche Waard De Omgevingsvisie is door de gemeenteraad van Hoeksche Waard op 17 december 2019 vastgesteld. In de Omgevingsvisie is er voor gekozen een uitnodiging te doen aan de samenleving om bij te dragen aan de Hoeksche Waard. Het accent is gelegd op wat de Hoeksche Waard wil; niet op wat niet mag. Of in Omgevingswet termen: ‘Ja mits’, in plaats van ‘Nee, tenzij’. Het gaat dus om een gewenste koers, niet om een alomvattend beleid. Het is niet nodig gevonden om nu al alle aspecten die in het Omgevingsplan worden uitgewerkt te benoemen. Alle beleidsaspecten opnemen zou ten koste gaan van het karakter van de visie: gericht op inspireren en uitnodigen. • De Omgevingsvisie richt zich op de gewenste koers van de gemeente. • De Programmaplannen richten zich er op hoe daar te komen. • Het Omgevingsplan geeft aan binnen welke regels dit gaat gebeuren.
- 15 -
In de Omgevingsvisie is o.a. aangegeven dat er gestreefd wordt naar een krachtige en vitale participatiesamenleving waarin inwoners zelfbewust en in samenwerking met maatschappelijke organisaties en de gemeente regie voeren op het eigen bestaan, waarin voldoende vangnetten zijn ingericht en waarin preventie een grote rol speelt. Inzet is dat er voor alle inwoners een duurzaam veilige en gezonde fysieke leefomgevingen een goede omgevingskwaliteit aanwezig is. Partijen worden uitgenodigd om vooral zelf met concrete uitwerkingen te komen. Daarbij is het van belang om de Hoeksche Werken te noemen, waaraan het initiatief een bijdrage levert. Daarnaast moet worden gekeken naar het gebied waar het initiatief aan de orde is. Daarbij dienen de Hoeksche Waarden te worden benoemd, die met het initiatief behouden of versterkt worden. Hoeksche Werken Bij de Hoeksche Werken zijn er diverse maatschappelijke opgaven die de aandacht vragen de komende jaren. De bijdrage van het initiatief aan de Kreekkade 1 te Heinenoord aan de Hoeksche Werken is als volgt te omschrijven: - Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig Het plan bestaat om zo veel mogelijk eigen energie op te wekken middels zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. De locatie zal in de toekomst daarmee een bijdrage leveren aan reductie van CO2 en andere broeikasgassen.
- Vitale dorpen en actieve samenleving De bedrijfsfunctie van het perceel is niet meer aanwezig, door de bestemmingswijziging wordt meegewerkt aan een gebruik voor alleen woondoeleinden, waarbij de bewoners de bebouwing en het erf in goede staat zullen houden. Dit heeft een positieve uitstraling voor de omgeving. Hoeksche Waarden De Hoeksche Waard is bij het maken van de Omgevingsvisie ingedeeld in vijf gebieden. Elk deelgebied bestaat uit eigen Hoeksche Waarden, bestaand en verder te ontwikkelen. Het perceel Kreekkade 1 te Heinenoord ligt in het gebied ‘Natuurlijk verbonden’. De Hoeksche Waarden waar het initiatief aan de Kreekkade 1 een bijdrage aan levert betreft met name het versterken van de landschappelijke en natuurlijke inpassing van de bedrijfsbebouwing. De bebouwing is hier al landschappelijk goed ingepast, het aanpassen van de bestemming aan de feitelijke wijze van gebruik voorkomt dat later weer minder bedrijfsmatig gewenste ontwikkelingen hier zullen plaatsvinden. Het plan tot de wijziging van het bedrijfsgebruik van Kreekkade 1 in een woongebruik is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. Omgeving en belanghebbenden Op enige afstand van het plangebied zijn enkele woningen aanwezig. De bewoners van die woningen zijn persoonlijk benaderd en hebben geen bedenkingen tegen het plan.
In paragraaf 6.3 (Maatschappelijke uitvoerbaarheid) wordt hier ook op ingegaan.
- 16 -
Het plan tot het herbestemmen van het perceel van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen – Verspreide woningen’ is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie. 3.4.2 Bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’ Het perceel Kreekkade 1 te Heinenoord is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’. De gemeenteraad van de voormalige gemeente Binnenmaas heeft het bestemmingsplan op 24 december 2013 vastgesteld. Uit de verbeelding blijkt dat het perceel de bestemming ‘Bedrijf’ heeft gekregen, met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – overige bedrijven’. Daarnaast is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ op het perceel van toepassing. Zoals in paragraaf 1.2 al is benoemd, is er in 2015 een wijzigingsplan vastgesteld, waarbij de bedrijfsbestemming is gehandhaafd, maar het primair toegestane gebruik is toen gewijzigd van ‘dierenpension’ naar ‘bedrijf lichte onbemande luchtvaart’.
Figuur 3.2: deel verbeelding bestemmingsplan Landelijk Gebied Binnenmaas
- 17 -
4. Omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zullen de verschillende omgevingsaspecten nader worden beschreven en toegelicht.
4.2 Verkeer/parkeren Het perceel heeft een uitrit op de Kreekkade en die situatie wijzigt niet. De in- en uitrit van het perceel sluiten aan op een weg van het Waterschap. Het aantal vervoersbewegingen neemt niet toe. Een woning in het buitengebied genereert volgens de CROW publicatie 381 tussen de 7,8 en 8,6 verkeersbewegingen per etmaal. Het voorheen aanwezige gebruik van bedrijfsmatig met bedrijfswoning leverde een grotere verkeersgeneratie op. De situatie verbetert daarvoor. Ten aanzien van het parkeeraspect het volgende. Initiatieven voor het realiseren van een ontwikkeling moeten in voldoende mate voorzien in parkeergelegenheid. De gemeente hanteert bij de beoordeling van het aspect ‘parkeren’ de uitgangspunten die zijn opgenomen in de ‘Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de parkeernormen’. Voor het buitengebied van Heinenoord, waar het plangebied in ligt, gelden de volgende parkeernormen.
De norm is derhalve dat er op eigen terrein 2,4 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Op eigen terrein is er ruimte voor het parkeren van minimaal drie auto’s, waardoor voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernorm. De conclusie is dat er bij de woning voldoende ruimte is voor parkeren van auto’s op eigen terrein.
4.3 Flora en fauna In het kader van de verscherpte natuurwetgeving (Wet natuurbescherming) dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie.
- 18 -
Er is thans sprake van een perceel dat deels verhard is met bebouwing en terreinverharding. De bestaande bebouwing wordt gehandhaafd, er vinden overigens ook geen veranderingen plaats. Daardoor worden er geen beschermde plant- of diersoorten aangetast. Wel zijn leegstaande opstallen in potentie geschikt voor beschermde soorten zoals vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. Indien de opstallen alsnog worden gesloopt zal nader onderzoek naar deze soorten moeten worden uitgevoerd. Ook vindt er geen verandering plaats in de mate van stikstofuitstoot vanwege het gebruik van de bebouwing, inclusief vervoersbewegingen. Conclusie Om die reden worden ook bestaande natuurwaarden niet negatief beïnvloed door deze planologische herziening.
4.4 Archeologische waarden en cultuurhistorie Archeologie De bescherming van het archeologische erfgoed in de bodem en de inbedding ervan in de ruimtelijke ordening is het onderwerp van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) en de Erfgoedwet. Uit het bestemmingsplan (Landelijk Gebied Binnenmaas) blijkt dat op het perceel Kreekkade 1 de dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ van toepassing is. In het kader van de gebruikswijziging van de bebouwing wordt geen nieuwbouw gepleegd en derhalve ook geen grondroerende werkzaamheden in dat kader uitgevoerd. Om deze reden worden er door het plan geen archeologische waarden verstoord. De dubbelbestemming ‘Waarde – archeologische verwachting middelhoog 1’ zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan wordt in dit nieuwe bestemmingsplan gehandhaafd. Op deze wijze worden eventueel aanwezige archeologische waarde aldaar in voldoende mate beschermd. Cultuurhistorie De bebouwing heeft geen cultuurhistorische waarde.
4.5 Waterhuishouding Op 10 november 2021 is het nieuwe Waterbeheerprogramma unaniem door het algemeen bestuur van het waterschap Hollandse Delta vastgesteld. Dat programma geldt voor de periode 2022-2027. Het waterbeheerprogramma heeft betrekking op drie kerntaken: • Veilige dijken en duinen; • Voldoende en schoon water; • Het schoonmaken van afvalwater.
- 19 -
Om deze taken ook in de toekomst goed te kunnen blijven uitvoeren, wordt door het waterschap rekening gehouden met klimaatverandering, duurzaamheid, energietransitie en biodiversiteit. Het plan tast geen waterkeringen aan, daarnaast worden er feitelijk geen werkzaamheden op het perceel uitgevoerd. Ruimtelijk gezien is er vanuit het Waterschap geen bezwaar tegen het bestemmingsplan. De werkzaamheden vinden niet plaats in de nabijheid van een waterkering of weg van het waterschap. Ook vinden er geen werkzaamheden plaats in de beschermingszone van de hoofdwatergang. Daarnaast blijft de toename van verhard oppervlak ver onder de compensatie eis. Conclusie is dat het plan voldoet aan de uitgangspunten van het Waterschap voor waterkwantiteit en waterkwaliteit.
4.6 Milieuzonering Om te voorkomen dat bedrijven milieubelastend zijn ten opzichte van gevoelige functies en daarmee de leefbaarheid en woonkwaliteit verslechteren, wordt gebruik gemaakt van een milieuzonering. Door het hanteren van afstandsnormen wordt de overlast ten opzichte van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten hanteren de normen die zijn gepubliceerd in de publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in type bedrijvigheid en soort overlast. In de omgeving van de planlocatie zijn geen bedrijfsfuncties aanwezig met een milieuzone die zich uitstrekt tot het perceel Kreekkade 1 te Heinenoord. Uit oogpunt van milieuzonering is de omzetting van de bedrijfsbestemming naar de woonbestemming derhalve mogelijk.
4.7 Geluid Wat betreft wegverkeerslawaai dient op grond van het bepaalde in artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder te worden bezien of er sprake is van een geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai binnen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB Lden. Voor buitenstedelijk gebied is een hogere grenswaarde toegestaan tot 53 dB Lden. In onderhavige situatie is sprake van omzetting van een bedrijfswoning naar burgerwoning. Op grond van artikel 76, lid 3 hoeft de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Het plangebied valt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn dan wel een industrieterrein. Het aspect geluid staat niet in de weg aan vaststelling van dit bestemmingsplan.
- 20 -
4.8 Bodem Het bestemmingsplan ziet toe op een bestemmingswijziging van bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. Het gaat hier echter om een bestaande (bedrijfs)woning, de gronden worden geschikt geacht voor woondoeleinden en hier komt geen verandering in. Het plan is in overeenstemming met het aspect bodem.
4.9 Geur Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan.
4.10 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. b. De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven.
Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de bedrijfsbestemming in een woonbestemming. Het aantal verkeersbewegingen per etmaal neemt in ieder geval niet toe. Het plan draagt daarom niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort.
- 21 -
Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof op het dichtstbijzijnde rekenpunt (langs de OudHeinenoordseweg ruimschoots onder de grenswaarden van 40 μg/m³ (NO2 en PM10) en 25 μg/m³ (PM2,5) liggen, zie figuur 4.1.
Plangebied
Rekenpunt 691862
Figuur 4.1: NSL-monitoringstool
Er bestaat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.
4.11 Externe veiligheid Op grond van het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) moet er bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Tevens dienen de risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan berekend te worden. Uit de Risicokaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er in de directe omgeving (in een straal van 500 m) van het projectgebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. De locatie bevindt zich niet binnen de invloedssfeer van een route voor gevaarlijke stoffen.
- 22 -
4.2 Risicokaart Nederland
Er zijn van uit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen voor de beoogde bestemmingswijziging, het bestemmingsplan kan als aanvaardbaar worden bestempeld. Daarnaast heeft de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) aangegeven akkoord te zijn met de voorgenomen functiewijziging. De VRZHZ adviseert de woning te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moet er voldaan worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). Deze adviezen worden daar waar mogelijk/nodig opgevolgd.
4.12 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen diverse kabels en leidingen, zoals elektriciteit, telefoon en kabeltelevisie. Er zijn geen kabels of leidingen aanwezig die een specifieke bescherming hebben in het bestemmingsplan, het gaat om ‘gewone’ leidingen waar bij de uitvoering van een eventueel bouwplan rekening mee wordt gehouden. 4.13 Milieueffectrapportage Door een wijziging in 2017 van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) en de Wet milieubeheer moet bij projecten worden bezien of een milieueffectrapportage voor die ontwikkeling moet worden gemaakt. De wijziging van het gebruik van bestaande bebouwing, zonder dat een woning wordt toegevoegd, is geen activiteit die valt onder het Besluit m.e.r.
- 23 -
5. Juridische toetsing 5.1 Juridische planopzet Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn qua opzet en inhoud, uiteraard voor zover relevant, gelijk aan de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied.
5.2 Bestemmingswijzer 5.2.1 Inleidende bepalingen De artikelen 1 en 2 bevatten de algemene regels zoals de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2. Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Op het perceel Kreekkade 1 Heinenoord wordt de bestemming ‘Wonen – Verspreide woningen’ gelegd. In de regels bij die bestemming worden de bouwregels en de gebruiksmogelijkheden geregeld. Er is een bed&breakfast toegestaan van maximaal 2 kamers en maximaal 7 personen. Daarnaast is de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ van toepassing ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden. 5.2.3 Algemene bepalingen. De Anti-dubbeltelregel en de overgangsregels zijn overgenomen uit het Bro. Daarnaast is een artikel opgenomen voor de titel van het plan, voor toegelaten overschrijdingen en algemene afwijkingsbepalingen.
5.3 Plantoetsing en handhaving De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan.
- 24 -
6. Uitvoering 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan omvat de aanpassing van de bestemmingen van gronden, waarbij de mogelijkheid wordt geopend de bestaande bebouwing voor andere doeleinden te gebruiken. Het perceel Kreekkade 1 te Heinenoord is in eigendom bij de initiatiefnemer. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemer. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening is op grond van artikel 6.12, lid 2 van die wet niet vereist, aangezien er geen nieuwe voorzieningen worden gerealiseerd. De gemeentelijke kosten worden via legesheffing vergoed.
6.2 Planschade Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt ter afdekking van eventuele planschadeclaims een planschadeovereenkomst ex artikel 6.4a Wro afgesloten. De kosten van eventueel noodzakelijke externe adviezen worden in rekening gebracht bij initiatiefnemer.
6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Er is bezien op welke wijze het aspect ‘participatie’ bij dit plan invulling kan worden gegeven. In de directe omgeving is weinig bebouwing aanwezig. Daarnaast heeft het plan feitelijk geen invloed op de omgeving, nu de bestaande bebouwing wordt gehandhaafd. Ter wille van de zorgvuldigheid zijn de bewoners van de dichtstbijzijnde woningen (Reedijk 27 Heinenoord en Reedijk 100A en 100B Mijnsheerenland), aanwezig op circa 350 m van het plangebied aan de Kreekkade 1, persoonlijk benaderd door initiatiefnemer. De bewoners hebben aangegeven geen probleem te hebben met de bestemmingswijziging.
- 25 -
7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Vooroverleg
Het plan is toegezonden aan de wettelijke vooroverlegpartners. Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid: De Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid (VRZHZ) kan zich vinden in paragraaf 4.11 'Externe veiligheid' van hoofdstuk 4 'Omgevingsaspecten' van de toelichting bestemmingsplan Kreekkade 1 Heinenoord (feb 2022). De VRZHZ adviseert de woning(en) te voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied moet er voldaan worden aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid: OZHZ heeft aangegeven akkoord te zijn met de aspecten Externe Veiligheid, Ecologie, Geluid, Lucht, Geur, Milieuzonering en bodem. Wel dient er in de paragraaf met betrekking tot ‘ecologie’ een opmerking met betrekking tot het slopen van de opstallen te worden opgenomen. Deze opmerking is in overeenstemming met het advies van OZHZ opgenomen in het plan. Waterschap: Ruimtelijk gezien is er vanuit het waterschap geen bezwaar tegen het bestemmingsplan.
De werkzaamheden vinden niet plaats nabij een waterkering of weg van het waterschap, er worden geen werkzaamheden in de beschermingszone van de hoofdwatergang (5 meter vanuit de insteek) en overige watergang uitgevoerd. De toename verhard oppervlak blijft ver onder de compensatie eis. Provincie: De provincie heeft geen opmerkingen gemaakt op het concept bestemminsgplan.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van xx xx 2022 gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen. Pm uitkomst zienswijze procedure.
- 26 -