CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting on bp Hoekseweg 14 Strijen maart 2021

Besluitvormende raad 13 juli 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Hoekseweg 14 te Strijen11.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

- 33 -

4.8 Bodem Het bestemmingsplan ziet toe op het toevoegen van een woning aan het perceel, alsmede het ombouwen van de achterliggende schuur van de al bestaande woning in een yogaschool. Er is bodemonderzoek verricht (DS Milieu-Consult, 25 november 2019, nr. 19.09.138). Uit het onderzoek blijkt, dat de locatie geschikt wordt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Het rapport is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.9 Geur. Het perceel bevindt zich niet binnen een geur- en/of stankcirkel, waardoor het aspect geur/stank geen belemmeringen oplevert voor de realisering van het bouwplan.

4.10 Luchtkwaliteit In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan of het nemen van een projectbesluit, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: a. b.

Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. c. Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. d. De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Een nadere uitwerking van de regelgeving met betrekking tot het begrip ‘niet in betekende mate’ is vastgelegd in het ‘Besluit niet in betekende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ en de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’. Voor ontwikkelingen die ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden. In de Regeling zijn categorieën van gevallen benoemd die in ieder geval als ‘niet in betekenende mate’ worden aangemerkt en waarvoor toetsing aan de grenswaarden dus zonder meer achterwege kan blijven. Het bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een extra woning en een verbreed gebruik van de woonfunctie (yogaschool). Het aantal verkeersbewegingen per etmaal neemt hierdoor toe met circa 56 vervoersbewegingen (op basis van eigen berekening) dan wel 136 vervoersbewegingen (op basis van CROW-normen).

- 34 -

Uit de toegepaste NIBM-tool blijkt dat deze toename niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

Figuur 4.4 NIBM-tool

Er bestaat vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.11 Externe veiligheid Op 27 oktober 2004 is het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (BEVI) van kracht geworden. In overeenstemming met artikel 5 van dit BEVI dient bij een besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) onderzocht te worden in hoeverre er sprake is van aanwezigheid van risicovolle inrichtingen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft. Tevens dienen de risicocontour voor het plaatsgebonden risico (PR 10-6 contour) en het groepsrisico (GR) met de eventuele toename hiervan berekend te worden. Het GR dient in de toelichting op het besluit te worden verantwoord. Daarnaast is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang. Dat besluit (Bevb) regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten. Het besluit (en bijbehorende regeling) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Op 28 juni 2016 is de “Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid" in de Staatscourant gepubliceerd. Uit de circulaire blijkt dat er wijzigingen zijn opgetreden voor de verantwoording van het plaatsgebonden risico en niet voor het groepsrisico. De circulaire is niet van toepassing op besluiten die geen of uitsluitend positieve veiligheidsconsequenties hebben in relatie tot effecten van ongevalsscenario´s.

Uit de Risicokaart van de provincie Zuid-Holland blijkt dat er zich tegenover het plangebied buisleidingen bevinden.

- 35 -

Figuur 4.5 deel risicokaart Nederland.

Er is om die reden onderzoek uitgevoerd naar de eventuele invloed van deze buisleidingen op de nieuwe woning (AVIV, 23 november 2020, nr. 204327). In dit onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 1. Het perceel Hoekseweg 14 te Strijen ligt in het invloedsgebied van drie buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Door de buisleidingen vindt transport plaats van buteen, etheen en waterstof. 2. Het perceel Hoekseweg 14 te Strijen ligt buiten de 10-6-contour voor het plaatsgebonden risico van alle drie buisleidingen. Aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico wordt derhalve voldaan. 3. Het groepsrisico van alle drie buisleidingen is kleiner dan 1% van de oriëntatiewaarde. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen invloed op het groepsrisico. In aansluiting daarop is er een verantwoording van het groepsrisico opgesteld (Adromi, 25 november 2020, nr. M202063). Daarin wordt het volgende geconcludeerd. De beoogde ontwikkeling van de yogaschool en de extra wooneenheid ligt binnen het invloedsgebied van een drietal buisleidingen. De beoogde ontwikkeling zal zorgen voor een toename van de gemiddelde bezetting. Er is vastgesteld dat deze toename van personen geen invloed heeft op het groepsrisico van de buisleidingen. Vanwege de ligging binnen het invloedsgebied is evenwel het groepsrisico verantwoord.

Deelnemers aan yogalessen en bewoners van de extra wooneenheid zullen worden blootgesteld aan externe veiligheidsrisico’s vanwege de ligging binnen het invloedsgebied van de drie buisleidingen. In het geval van calamiteiten kunnen hulpdiensten snel ter plaatsen zijn vanwege de goede bereikbaarheid. Tevens zal in de yogaschool slechts één les tegelijk worden gegeven om het aantal personen binnen het invloedsgebied zo laag mogelijk te houden. De bebouwing van het plangebied dient zelf ter bescherming van hittestraling. Tevens kan, indien noodzakelijk, van een calamiteit af gevlucht worden.

- 36 -

Gelet op de verantwoording in deze rapportage kan er geconcludeerd worden dat de ontwikkeling van de extra wooneenheid en de yogaschool aan de Hoekseweg met betrekking tot externe veiligheid als planologisch verantwoord kan worden beschouwd. Op advies van de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid worden de woningen voorzien van uitschakelbare mechanische ventilatie conform artikel 4.124 lid 4 van het toekomstige Besluit bouwwerken leefomgeving: Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld bij een externe calamiteit die kan leiden tot een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht. Daarnaast zal er met betrekking tot de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen binnen het plangebied worden voldaan aan de Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland, 2020). Er zijn van uit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen voor de beoogde bestemmingswijziging, het bestemmingsplan kan derhalve als aanvaardbaar worden bestempeld.

4.12 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen diverse kabels en leidingen, zoals elektriciteit, telefoon en kabeltelevisie, deze zijn voor dit plan uit planologisch oogpunt niet relevant. De aanwezige buisleidingstraat is al behandeld in paragraaf 4.11.

4.13 Duurzaamheid en klimaatadaptatie Alle objecten zullen worden voorzien van dak- wand- en vloerisolatie zodat de energiebehoefte naar een minimum teruggebracht wordt. Hierbij wordt zo veel mogelijk gekozen voor natuurlijke bouwmaterialen met een hoog duurzaamheidsniveau. Het perceel Reinestyn zal “all-electric” worden zonder gasaansluiting en met zo veel mogelijk eigen energieopwekking middels zonnepanelen voor elektriciteit en zonnecollectoren voor warm water. De locatie zal daarmee een bijdrage leveren aan reductie van CO2 en andere broeikasgassen. Deze systemen zullen niet op de boerderijwoning, grote of koetshuis geplaatst worden, maar op de bijschuur, stallen en grondopstelling (buiten zicht). Om de aarde vruchtbaar te houden is er aandacht voor de bodem nodig. Het huidige braakliggende terrein zal beplant worden met fruitbomen en moestuinbedden zonder dat gebruik gemaakt wordt van zonder kunstmest of chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen. De grond zal vóór het aanbrengen van beplanting worden verbeterd door te ploegen, te kilveren en weer ‘ademend’ te maken. Dit biedt een goede basis voor nieuwe beplanting en verbetert de buffercapaciteit voor regen. Door klimaatverandering zullen er de komende jaren periodes zijn met aanzienlijke droogte maar ook met aanzienlijke regenval.

Door het terrein een buffercapaciteit te geven wordt afhankelijkheid van oppervlaktewater of drinkwater geminimaliseerd.

- 37 -

Regenwater zal zo veel mogelijk opgevangen en hergebruikt worden om onnodig drinkwatergebruik te voorkomen en lozing te minimaliseren. Met deze aanpassingen zal Reinestyn volledig duurzaam en vrijwel autonoom kunnen functioneren en dient het als een rolmodel voor duurzaamheid en klimaatadaptatie.

4.14 Vormvrije mer-beoordeling Het plan maakt een ontwikkeling mogelijk die valt onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In dit plan is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project is beperkt en betreft de gebruiksverbreding van bestaande bebouwing aan de Hoekseweg. • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. • Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Wij verwijzen naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.6. • Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.11 • Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Wij verwijzen naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.11. 2.

Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik betreft wonen, dit wordt gehandhaafd met een verbreding tot medegebruik voor yogaschool. • Het gebied is archeologisch gezien niet waardevol. Wij verwijzen naar paragraaf 4.4. • Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten ‘Oudeland van Strijen’ ligt direct naast het plangebied, de ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op dit Natura2000 gebied. 3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de kleinschaligheid van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op basis van de bovenstaande wordt geconcludeerd dat dat er geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.

- 38 -

5. Juridische toetsing. 5.1 Juridische planopzet. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht bestemmingsplannen geheel digitaal op te stellen en vast te stellen. Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). De regels zijn qua opzet en inhoud, uiteraard voor zover relevant, gelijk aan de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied. 5.2 Bestemmingswijzer. 5.2.1 Inleidende bepalingen. De artikelen 1 en 2 bevatten de algemene regels zoals de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2. Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) Op het perceel Hoekseweg 14 wordt de bestemming ‘Wonen’ gelegd, met daarbij middels een aanduiding geregeld dat er twee woningen zijn toegestaan. Daarnaast wordt de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voormalig bedrijfscomplex’ opgenomen, dit conform de systematiek in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Daarnaast is de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - yogaschool’ opgenomen, dit om aan te geven dat de activiteit ‘yogaschool’ alleen binnen die aanduiding zal plaatsvinden. In de regels bij die bestemming worden de bouwregels en de gebruiksmogelijkheden geregeld.

Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ van toepassing op het plangebied ter bescherming van de aanwezige archeologische waarden van toepassing, 5.2.3 Algemene bepalingen. De Anti-dubbeltelregel en de overgangsregels zijn overgenomen uit het Bro. Daarnaast is een artikel opgenomen voor de titel van het plan, voor toegelaten overschrijdingen, algemene afwijkingsbepalingen en aanvullende werking van de bouwverordening. Tevens zijn wat gebiedsaanduidingen opgenomen, te weten:

5.3 Plantoetsing en handhaving. De gemeente Hoeksche Waard is belast met het toezicht op de uitvoering van de bouwwerkzaamheden overeenkomstig het bepaalde in dit bestemmingsplan.

- 39 -

6. Uitvoering. 6.1 Economische uitvoerbaarheid. Het plan omvat de aanpassing van de bestemmingen van gronden, waarbij de mogelijkheid wordt geopend de bestaande bebouwing voor andere doeleinden te gebruiken. Het perceel Hoekseweg 14 is in eigendom bij de initiatiefnemer. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemer. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd. Het vaststellen van een exploitatieplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening is op grond van artikel 6.12, lid 2 van die wet niet vereist, aangezien er een anterieure overeenkomst met de gemeente wordt gesloten waarin het gemeentelijk kostenverhaal is opgenomen. Daarbij worden ook bepalingen opgenomen over het door initiatiefnemer vergoeden van eventuele planschade.

- 40 -

7. Overleg ex artikel 3.1.1. Bro/zienswijzen 7.1 Overleg wettelijke partners

Het plan is voor overleg toegezonden aan de wettelijke overlegpartners.

7.2 Overleg omwonenden De plannen zijn door de initiatiefnemers afgestemd met de directe buren van het perceel Hoekseweg 14.

7.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.

- 41 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10286102/1