toelichting erfgoedverordening (was-wordt)
Tekst van het document
Erfgoedverordening toelichting (was-wordt) Erfgoedverordening bestaand Hoofdstuk 1 - Algemeen
Erfgoedverordening nieuw Hoofdstuk 1 - Algemeen
Toelichting
In de Erfgoedverordening 2019 gemeente Hoeksche Waard zijn 29 begrippen opgenomen. Omwille van de leesbaarheid zijn deze begrippen niet in deze toelichting opgenomen.
Artikel 1. Definities
Conform modelverordening VNG aangepast. Het is overbodig extra definities op te nemen.
In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: 1. Gemeentelijk beschermd cultuurgoed: cultuurgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, eerste lid; 2.
Gemeentelijk beschermd stads –of dorpsgezicht: stads –of dorpsgezicht als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet dat als zodanig is aangewezen op grond van artikel 16;
3.
Gemeentelijk beschermde verzameling: verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3, tweede lid;
4.
Gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven in het gemeentelijk 1
erfgoedregister; 5.
Minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
6.
Omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument of een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht.
2
Hoofdstuk 2 - Erfgoedregister
--
Artikel 2 is ondergebracht bij hoofdstuk 1. Conform modelverordening VNG.
Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister
Artikel 2. Gemeentelijk erfgoedregister
1.
1. Burgemeester en wethouders houden een door een ieder te raadplegen gemeentelijk erfgoedregister bij van krachtens deze verordening aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet en instructies als bedoeld in artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functieaanduiding rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht. c. gegevens over door burgemeester en wethouders van gedeputeerde staten ontvangen instructies als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, van de Omgevingswet betreffende een locatie met de functie-aanduiding provinciaal monument, provinciaal archeologisch monument
Het artikel is tekstueel aangepast conform modelverordening VNG. Het provinciaal monument is toegevoegd. Verder zijn er geen inhoudelijke aanpassingen.
2.
Het college houdt een door eenieder te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister). Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door het college van de minister ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet.
3
of provinciaal beschermd stads- en dorpsgezicht.
4
Hoofdstuk 3 - Aanwijzing van gemeentelijke cultuurgoed en gemeentelijke verzameling
Hoofdstuk 2 - Aanwijzing gemeentelijke beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
Vernummering + titel aangepast conform modelverordening VNG
Artikel 3. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling
Artikel 3. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
1.
Het college kan, al dan niet op aanvraag van belanghebbende, ambtshalve besluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermd gemeentelijk cultuurgoed;
2.
Het college kan ambtshalve besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als beschermde gemeentelijk verzameling;
3.
Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming
1. Burgemeester en wethouders kunnenbesluiten een cultuurgoed dat van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis of uitzonderlijke schoonheid is en dat als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en dat in eigendom is van de gemeente of dat aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermd cultuurgoed. 2. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een verzameling van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis, die als geheel of door een of meer van de cultuurgoederen die een wezenlijk onderdeel van de verzameling zijn, als onvervangbaar en onmisbaar behoort te worden behouden voor het gemeentelijk cultuurbezit en die in eigendom van de gemeente is of die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd aan te wijzen als gemeentelijk beschermde verzameling. 3. Voor de aanwijzing van een cultuurgoed dat of een verzameling die aan de zorg van de gemeente is toevertrouwd is toestemming van de eigenaar vereist. 4. Over het voornemen van een aanwijzing,
Het artikel is tekstueel aangepast conform modelverordening VNG. Lid 6 is toegevoegd waardoor duidelijk is dat het aanwijzen van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling verwerkt moet worden in het erfgoedregister. Voor het overige zijn er geen inhoudelijke aanpassingen.
5
van de eigenaar vereist;
b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet.
bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een gemeentelijk beschermd cultuurgoed of een gemeentelijk beschermde verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vragen burgemeester en wethouders advies aan een commissie als bedoeld in artikel 4.18 van de Erfgoedwet. 5. Dit artikel is niet van toepassing op: a. door de minister beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en b. cultureel erfgoed dat is aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 6. Burgemeest er en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling
Artikel 4. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd cultuurgoed of gemeentelijk beschermde verzameling
1.
1.
4.
Over het voornemen van een aanwijzing, bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede over de vervreemding van een beschermd gemeentelijk cultuurgoed of een beschermde gemeentelijke verzameling of over het afstand doen van de zorg daarvoor vraagt het college advies aan de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard;
5.
Dit artikel is niet van toepassing op: a. beschermde cultuurgoederen en beschermde verzamelingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, en
Het college kan een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, ambtshalve wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is
Het artikel is tekstueel aangepast conform modelverordening VNG. Er zijn geen inhoudelijke aanpassingen.
Burgemeester en wethouders kunnen een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, wijzigen of intrekken. Artikel 3, vierde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde 6
tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het cultuurgoed of de verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het gemeentelijk beschermd cultuurgoed of de gemeentelijk beschermde verzameling waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. door de minister beschermd cultuurgoed of beschermde verzameling als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, of b. beschermd cultureel erfgoed op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet. 4. Burgemeest er en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Hoofdstuk 4 - Gemeentelijk monument
Hoofdstuk 3 – Aanwijzing gemeentelijk monument
Titel tekstueel aangepast conform modelverordening VNG
Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument
Artikel 5. Aanwijzing als gemeentelijk monument
Het artikel is tekstueel aangepast conform modelverordening VNG.
1. Het college kan, al dan niet op aanvraag de eigenaar, een onroerende zaak aanwijzen als gemeentelijk monument, indien dit van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of
1. Burgemeest er en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als
Lid 2 uit de bestaande verordening verwijderd. Het staat iemand altijd vrij om een aanvraag in te dienen. Het bepaalde in lid 2 heeft daarom 7
cultuurhistorische waarde; 2. Een belanghebbende kan een suggestie doen aan het college om een zaak aan te wijzen als gemeentelijk monument; 3. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard en stelt, voor zover mogelijk, de eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigde in de gelegenheid te worden gehoord. In spoedeisende gevallen kan het college hiervan afwijken; 4. In het geval zich de situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet en de cultuurhistorische waarde van de betreffende zaak in het geding is, kan het verzoek worden opgevat als een spoedeisend geval als bedoeld in het derde lid, tweede volzin, van dit artikel; 5. Het college laat van het monument een beschrijving opstellen door een deskundige. De eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde en gebruiker van het monument zijn desgevraagd verplicht mee te werken aan het opstellen van een beschrijving; 6. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten (artikel 3.1 lid 1 Erfgoedwet), en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op
gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten , en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet.
geen meerwaarde.
Lid 3 uit de bestaande verordening verwijderd. De inhoud van lid 3 komt terug in artikel 9 van de nieuwe verordening.
Lid 4 uit de bestaande verordening verwijderd. De inhoud van lid 4 komt terug in artikel 12 van de nieuwe verordening.
Lid 5 uit de bestaande verordening verwijderd. Heeft in praktijk geen meerwaarde.
8
grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet 2016.
Artikel 6. Aanwijzing als ensemble 1.
2. 3. 4.
Vervallen
Dit artikel is niet opgenomen in de modelverordening VNG. Wij laten het artikel vervallen omdat we de inhoudelijke beleidsmatige aanpak van het beschermen van ensembles via de Cultuurhistorische Waardenkaart en uiteindelijk in het Omgevingsplan borgen.
Artikel 6. Voornemen tot aanwijzing
Artikel toegevoegd conform modelverordening VNG. Hiermee wordt voldaan aan wettelijke bepalingen.
Het college kan ambtshalve besluiten een gemeentelijk monument tezamen met cultuurgoederen aan te wijzen als ensemble, indien het geheel van het monument en de cultuurgoederen in onderlinge samenhang van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is; Het college registreert het ensemble in het gemeentelijk erfgoedregister; Artikelen 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing; Dit artikel is niet van toepassing indien overeenkomstig art 3.13 Erfgoedwet een rijksmonument met cultuurgoederen reeds is aangewezen als ensemble.
Niet opgenomen in bestaande verordening.
1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet. 2. Voordat een kerkelijk monument wordt
Het bepaalde in lid 1 staat in de huidige verordening in het artikel over voorbescherming. Door dit apart op te nemen ontstaat meer
9
aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar.
Artikel 7. Voorbescherming
Artikel 7. Voorbescherming
Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een onroerende zaak de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de aanwijzing en registratie als bedoeld in artikelen 9 en 10 plaatsvindt, dan wel vaststaat dat het monument niet wordt geregistreerd, zijn de artikelen 13 tot en met 15 van overeenkomstige toepassing.
1. De bescherming van hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, is bekend gemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 8. Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
Artikel 8. Advies gemeentelijke adviescommissie
1. Op de voorbereiding van het besluit over aanwijzing als gemeentelijk monument is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing;
1. Burgemeest er en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 5, eerste lid, advies aan een gemeentelijke adviescommissie zoals bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet en de Verordening gemeentelijke adviescommissie Hoeksche Waard 2022. 2. De gemeentelijke adviescommissie betrekt in ieder geval de leden die deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg bij het advies.
2. De Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek om advies van het college; 3. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard, maar in
duidelijkheid. Lid 2 volgt uit het bepaalde in artikel 3.1 Erfgoedwet en artikel 16.58 Omgevingswet.
Het artikel is tekstueel aangepast conform modelverordening VNG. Er is geen sprake van een inhoudelijke wijziging. De tekst is verduidelijkt.
Conform modelverordening VNG. Onder de Omgevingswet moet een bredere gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit ingesteld worden. Daarvoor stelden wij een apart voorstel op. De advisering over monumenten beleggen wij in de gemeentelijke adviescommissie. Dit verwerken wij in de erfgoedverordening.
Lid 1 en 3 vervallen uit de bestaande verordening. Deze komen 10
ieder geval binnen 26 weken na datum van de aanvraag tot aanwijzing.
Artikel 9. Mededeling aanwijzingsbesluit
terug in artikel 9 van de nieuwe verordening.
Vervallen
Artikel 9 uit de bestaande verordening vervalt. Lid 1 nemen wij op in artikel 11. Het bepaalde uit lid 2 volgt uit wetgeving. Het is niet nodig om dit in de verordening te regelen.
Artikel 9. Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit
Conform modelverordening VNG. Het opnemen van de beslistermijn en de inhoud van het aanwijzingsbesluit in een apart artikel geeft duidelijkheid. Het bepaalde uit lid 1 volgt uit artikel 8 van de bestaande verordening.
1. Van de aanwijzing als bedoeld in artikel 5, eerste lid, worden de aanvrager en degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigde staan vermeld, in kennis gesteld; 2. De voorbescherming als bedoeld in artikel 7, of het aanwijzingsbesluit wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijke beperkingenregister zoals bedoeld in artikel 1, onder b, onderdeel 4 en 5, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (Wkpb).
1. Op de voorbereiding van het besluit over het aanwijzen van een gemeentelijk monument is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. Op een aanvraag om aanwijzing dient te worden besloten binnen 26 weken na ontvangst van de aanvraag. 3. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving
11
van het gemeentelijke monument.
Artikel 10. Registratie in het gemeentelijk erfgoedregister 1. Het college registreert het gemeentelijk monument in het gemeentelijk erfgoedregister; 2. De registratie bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, een typering en, indien van toepassing, de naam van het gemeentelijk monument; 3. Het gemeentelijke erfgoedregister wordt gepubliceerd op de gemeentelijke website.
Artikel 10. Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en inschrijving 1.
De aanwijzing wordt schriftelijk bekend gemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.
2.
Burgemeester en wethouders verwerken de aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 11. Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument 1. In een spoedeisend geval kunnen burgemeester en wethouders een monument of archeologisch monument aanwijzen als voorlopig gemeentelijk monument. In afwijking van artikel 8 wordt in dat geval aan de gemeentelijke adviescommissie advies gevraagd over de vastgestelde aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument. 2. Een aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument vervalt na 26 weken of zoveel eerder als burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen over de aanwijzing, bedoeld in artikel 5, eerste lid. 3. Hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing vanaf het moment
Conform modelverordening VNG. Lid 1 uit de bestaande verordening is nu opgenomen in lid 2 van de nieuwe verordening. Lid 2 uit de bestaande verordening is opgenomen in artikel 10 van de nieuwe verordening. Lid 3 vervalt onder de Omgevingswet.
Conform modelverordening VNG toegevoegd aan de verordening. Het artikel ziet toe op spoedeisende gevallen. In de bestaande verordening is dit versnipperd opgenomen. Het toe te voegen artikel geeft meer duidelijkheid.
12
dat zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis worden gesteld van het besluit van burgemeester en wethouders tot aanwijzing van het monument of archeologisch monument als voorlopig gemeentelijk monument. Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing op deze aanwijzing.
Artikel 11. Wijziging van de aanwijzing 1. 2.
3.
4.
2.
Conform modelverordening VNG. Strekking van de bepalingen komt terug in nieuw artikel 13.
Vervallen
Conform modelverordening VNG. Strekking van de bepalingen komt terug in nieuw artikel 13.
Het college, kan al dan niet op aanvraag van de eigenaar, de aanwijzing wijzigen; Artikel 5, derde tot en met vijfde lid, alsmede de artikelen 7, 8 en 9 eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit; Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing als bedoeld in het tweede lid, achterwege; De inhoud en de datum van de wijziging worden bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 12. Intrekken van de aanwijzing 1.
Vervallen
Het college kan een aanwijzing tot gemeentelijk monument intrekken; Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 5, derde lid, en de artikelen 7, 8 en 9 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor aanwijzing wordt gelezen: intrekking van de aanwijzing, tenzij
13
3.
4. 5.
6.
het monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan; De aanwijzing vervalt, indien de zaak wordt ingeschreven in het rijksmonumentenregister of wordt aangewezen als provinciaal monument op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet 2016; De intrekking wordt in het gemeentelijk erfgoedregister opgetekend; Het college kan bepalen dat alvorens de aanwijzing van een gemeentelijk monument wordt ingetrokken, een bouwhistorisch onderzoek moet worden verricht en het pand wordt gedocumenteerd. De eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde en gebruiker zijn desgevraagd verplicht mee te werken aan de documentatie van het monument.
Niet opgenomen in bestaande verordening
Artikel 12. Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing monument
Het artikel bevat een samenvatting van artikelen 11 en 12 uit de bestaande verordening.
1. Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister. 2. Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het
14
archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. 3. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet of een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 2.6 van de Omgevingswet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. 4. Het college kan bepalen dat voordat de aanwijzing van een gemeentelijk monument wordt ingetrokken, een bouwhistorisch onderzoek moet worden verricht en het pand wordt gedocumenteerd.
5. De eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde en gebruiker zijn desgevraagd verplicht mee te werken aan de documentatie van het monument.
Hoofdstuk 5 - vergunningverlening bij gemeentelijke monumenten
Hoofdstuk 4 – Bescherming gemeentelijk monument
Titel tekstueel aangepast conform modelverordening VNG
Niet opgenomen in bestaande verordening
Artikel 13. Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
Conform modelverordening VNG toegevoegd. Het artikel geeft een duidelijke weergave van de 15
Artikel 13. Omgevingsvergunning 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het college: a. een gemeentelijk monument geheel of gedeeltelijk te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of de monumentale waarden in gevaar worden gebracht; c. een gemeentelijk monument te beschadigen, te vernielen, of geen onderhoud aan te (laten) verrichten die voor de instandhouding en behoud daarvan noodzakelijk is.
2. Een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien deze activiteit betrekking heeft op: a. regulier onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet wijzigen, de aanleg bij een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt; b. een activiteit die uitsluitend leidt tot inpandige veranderingen van een onderdeel van
Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen, of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding daarvan noodzakelijk is.
instandhoudingsplicht van een gemeentelijk monument en biedt een goede basis voor handhaving.
Artikel 14. Omgevingsvergunning gemeentelijk monument
Conform modelverordening VNG tekstueel aangepast. Lid 1c is vervallen omdat de inhoud is opgenomen in artikel 14. Wij voegden aan lid 2 onderdeel c toe omdat wij ook begraafplaatsen aanwezen als monument.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders een gemeentelijk monument: a. Geheel of gedeeltelijk te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of; b. te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. het uitvoeren van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument , en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg niet wijzigt; b. alleen inpandige veranderingen van een onderdeel van het monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; c. het binnen een monument dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale 16
een gemeentelijk monument dat uit oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft.
waarden: 1°. plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift; 2°. doen van begravingen of asbijzettingen, of 3°. Ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument.
3. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
3.
Artikel 14. Weigeringsgronden
Artikel 15. Weigeringsgronden
Conform modelverordening VNG.
De vergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg of erfgoedbelang zich daar niet tegen verzet.
1. De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend als het belang van de monumentenzorg zich daar niet tegen verzet.
Lid 2 volgt uit het bepaalde in artikel 3.1 Erfgoedwet en artikel 16.58 Omgevingswet.
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van het verbod, bedoeld in het eerste lid, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in het tweede lid.
2. Een omgevingsvergunning voor een kerkelijk monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet wordt niet verleend onder overeenstemming met de eigenaar.
Artikel 15. Intrekken van de
Vervallen
Conform modelverordening VNG 17
vervallen. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de intrekkingsgronden uitputtend geregeld in de Omgevingswet.
omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: 1.
2.
3.
Blijkt dat de omgevingsvergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens is verleend; Blijkt dat de vergunninghouder aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet naleeft; De omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het gemeentelijk monument zwaarder dient te wegen.
Hoofdstuk 6 - vergunningverlening bij rijksmonumenten
Vervallen
Conform modelverordening VNG.
Artikel 16. Advies omgevingsvergunning rijksmonument
Vervallen
Conform modelverordening VNG. Advisering wordt geregeld in de Verordening gemeentelijke adviescommissie Hoeksche Waard 2022
1.
2.
Het college zendt direct een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor een rijksmonument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor advies aan de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard; De Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard adviseert schriftelijk over de
18
aanvraag binnen de termijn van 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Hoofdstuk 7 - gemeentelijke stads- en dorpsgezichten
Hoofdstuk 5 – Aanwijzing gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
Titel aangepast conform modelverordening VNG
Artikel 17. Aanwijzing als beschermd gemeentelijk stads- en dorpsgezicht
Artikel 16. Aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht
1.
1. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders , stads- of dorpsgezichten aanwijzen als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht. 2. Burgemeest er en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de adviescommissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing. 3. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel, bedoeld in het tweede lid. 4. Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister. 5. De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het eerste lid aangewezen gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht een omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van
Conform modelverordening VNG. De strekking van het artikel is voor een groot deel gelijk aan de bestaande verordening. Leden 3 en 4 uit de bestaande verordening zijn vervallen omdat de regels over het advies opgenomen worden in de Verordening gemeentelijke adviescommissie Hoeksche Waard 2022. Daarnaast wordt de beslistermijn uit lid 4 bestaande verordening ook geregeld in lid 5, waardoor lid 4 overbodig is. De terminologie in het artikel is aangepast van Wet ruimtelijke ordening naar Omgevingswet. Omdat het bestemmingsplan vervalt, zijn de bepalingen daarover vervallen.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht; Het college zendt het voorstel voor advies naar de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard; De Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek om advies van het college; Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard, maar in ieder geval uiterlijk binnen 26 weken na datum van de aanvraag tot aanwijzing. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van een voorstel, bedoeld in het tweede lid; Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister; De gemeenteraad stelt ter bescherming van
19
een op grond van het eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 8. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld; 9. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld; 10. Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid, opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet vaststellen; 11. Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
de Omgevingswet vast. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- en dorpsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre het tijdelijk omgevingsplan als beschermend in de zin van het vorige lid kan worden aangemerkt. 7. Dit artikel is niet van toepassing op een beschermd stads- of dorpsgezicht dat via instructies de functieaanduiding rijksbeschermd of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht heeft, of dat is aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
20
Artikel 18. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijke stads- en dorpsgezicht 1. De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 17, tweede, derde, vierde en vijfde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- en dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan; 2. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- en dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als: a. beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, of ; b. beschermd stads- en dorpsgezicht op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 3. Zodra de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing onherroepelijk is geworden wordt dat onverwijld bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister. Artikel 19. Verbodsbepaling en aanvraag
Artikel 17. Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht 1.
2.
3.
Conform modelverordening VNG. Terminologie aangepast aan Omgevingswet.
De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een besluit tot aanwijzing als bedoeld in artikel 16, eerste lid, wijzigen of intrekken. Artikel 16, tweede en derde lid, is hierop van overeenkomstige toepassing, tenzij het een aanpassing van ondergeschikte betekenis betreft of het stads- of dorpsgezicht waarop aanwijzing betrekking heeft als zodanig is tenietgegaan. Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het stads- of dorpsgezicht waarop de aanwijzing betrekking heeft wordt aangewezen als beschermd stads- of dorpsgezicht op grond van een instructie als bedoeld in artikel 2.33, eerste lid, of artikel 2.34, vierde lid, van de Omgevingswet. Burgemeester en wethouders verwerken de wijziging, intrekking of het vervallen van een aanwijzing direct in het gemeentelijk erfgoedregister.
Artikel 18. Verbodsbepaling en aanvraag
Conform modelverordening VNG. 21
vergunning
omgevingsvergunning
1.
1.
2.
3. 4.
5.
Het is in een beschermd gemeentelijk stadsof dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk te slopen; De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd; De artikelen 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing; Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet; De Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard adviseert schriftelijk over de omgevingsvergunning binnen de termijn van 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college.
Artikel 20. Karakteristieke panden verbodsbepaling Voor zaken welke in het bestemmingsplan de aanduiding waarde – Karakteristiek (of vergelijkbare definities zoals beeldbepalende, beeld-ondersteunende objecten, waardevolle
2.
3. 4.
Het is in een gemeentelijk beschermd stadsof dorpsgezicht verboden om zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te slopen. De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd als naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. De artikelen 14 en 15 zijn van overeenkomstige toepassing;. Het eerste lid is niet van toepassing op het slopen ingevolge een verplichting als bedoeld in de artikelen 13, 13a of 13b van de Woningwet of ingevolge een verplichting zoals gesteld in een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 3.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Vervallen
Terminologie aangepast aan Omgevingswet. Lid 5 uit de bestaande verordening vervalt omdat de regels over het advies opgenomen worden in de
Dit artikel is niet opgenomen in de modelverordening VNG. De bepalingen uit dit artikel zijn in andere artikelen, in de bestemmingsplannen/het omgevingsplan
22
elementen of gevellijnen) hebben, gelden naast de bepalingen in het bestemmingsplan de volgende bepalingen:
1.
2.
3.
4.
5.
en de Verordening gemeentelijke adviescommissie Hoeksche Waard 2022 opgenomen.
Het is verboden om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, een bouwwerk met de aanduiding ‘karakteristiek’ geheel of gedeeltelijk te slopen; Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning zoals bedoeld in lid 1 wordt een bouw- of cultuurhistorisch onderzoek gevraagd; Bij een aanvraag om omgevingsvergunning wordt de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard om advies gevraagd; De Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard adviseert schriftelijk over karakteristieke objecten of gevellijnen binnen de termijn van 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college; Artikel 14 is van overeenkomstige toepassing.
23
Hoofdstuk 8 - richtlijnen ruimtelijke plannen
Vervallen
Hoofdstuk vervalt. Dit hoofdstuk ziet toe op de inhoud van bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Omdat deze vervallen, vervalt dit hoofdstuk. Het hoofdstuk is ook niet opgenomen in de modelverordening VNG.
Vervallen
Zie toelichting bij titel
Vervallen
Zie toelichting bij titel
Artikel 21. Inhoud bestemmingsplan en beheersverordening met betrekking tot cultuurhistorie In de toelichting op een bestemmingsplan dan wel een beheersverordening wordt ten minste opgenomen: 1.
Een beschrijving van de bovengrondse cultuurhistorische waarden of monumenten in het plangebied;
2.
Een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige bovengrondse cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden;
3.
In voorkomende gevallen, een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied.
Artikel 22. Inhoud bestemmingsplan of beheersverordening met betrekking tot
24
archeologie 1.
1.
In de toelichting op een bestemmingsplan dan wel beheersverordening wordt ten minste opgenomen a. Een beschrijving van de archeologische waarden in het plangebied; b. Zo nodig een beschrijving van de wijze waarop met de binnen het gebied aanwezige archeologische monumenten rekening is gehouden; Archeologische waarden worden met behulp van een archeologisch onderzoek conform de eisen van het college en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie in het bestemmingsplan (of omgevingsplan) verwerkt.
Hoofstuk 8 - archeologie
Hoofstuk 6 – Vangnet archeologie
Titel aangepast conform modelverordening VNG.
Artikel 23. Vangnet archeologie
Artikel 19. Vangnet archeologie
Conform modelverordening VNG.
1.
1. Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht als in het daar vigerende omgevingsplan niet is voldaan aan artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, tenzij: a. Voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene
Het is verboden de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid, van het Besluit ruimtelijke ordening, tenzij: a. voor de activiteit een omgevingsvergunning als bedoeld in
De wettelijke grondslag voor dit artikel vervalt bij de Omgevingswet. Wanneer een gemeente bestemmingsplannen heeft die vastgesteld zijn voor 2007, moet de gemeente dit artikel opnemen. Voor die datum was de gemeente nog niet verplicht om iets in 25
2.
artikel 2.12, eerste of tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument of verwachtingsgebied dat is aangegeven op de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met de gemeentelijke verwachtingen -en beleidsadvieskaart op basis van het gemeentelijk vastgestelde archeologiebeleid; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
bepalingen omgevingsrecht of artikel 5.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet is verleend; b. het de verstoring betreft van een archeologisch monument, waarde of verwachting die is aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleids-, waarden- of verwachtingskaart, de provinciale archeologische monumentenkaart of de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden en het verrichten van de activiteiten geen strijd oplevert met door burgemeester en wethouders vastgestelde regels over de toegestane mate van verstoring; c. de activiteit plaatsvindt op basis van een deugdelijke beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening wordt gehouden en onevenredige schade voor archeologische waarden wordt voorkomen, of d. met een vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. 2. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek.
bestemmingsplannen op te nemen over bescherming van cultuurhistorische waarden. Om te voorkomen dat er voor de oude plannen niets meer geldt, moeten we dit artikel houden. Omdat wij bestemmingsplannen hebben die voor 2007 zijn vastgesteld, nemen wij het artikel op.
Om het artikel te behouden, moet het artikel 1 dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking treden.
De gewijzigde verordening, met uitzondering van artikel 19 treedt dan in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.
26
Artikel 24. Instandhoudingbepaling 1.
2.
Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder lid 1 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder lid 6, de bodem dieper dan 0 cm onder de oppervlakte te verstoren. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; a. De regels van de archeologische verwachtingen- en beleidsadvieskaart andere normen hanteren ten aanzien van oppervlakteverstoring en diepteverstoringen. b. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. c. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en waarbij in de ruimtelijke onderbouwing voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg die gebaseerd zijn op een deugdelijk archeologisch vooronderzoek conform eisen van de KNA. d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op gemeentelijke archeologische
Artikel 20. Particulier verbod gebruik metaaldetectoren Voor het grondgebied van de gemeente Hoeksche Waard inclusief de (buiten)wateren geldt een particulier verbod op het gebruik van metaaldetectoren tenzij: a. Er door het college van burgemeester en wethouders toestemming is gegeven; b. Het college van burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden verbinden aan het gebruik van metaaldetectoren. c. Gebieden met (zeer) hoge verwachtingswaarden zijn uitgesloten voor het verkrijgen van toestemming.
Dit artikel is niet opgenomen in de modelverordening VNG. Leden 1 en 2 regelen wij in het bestemmingsplan en/of omgevingsplan. Voor het behoud van waarden is het gewenst een verbod op het particulier gebruik van metaaldetectoren te behouden (lid3 bestaande verordening). Omwille van de leesbaarheid is de tekst aangepast.
27
waardenkaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart, dan wel bij het ontbreken daarvan, de provinciale Archeologische Monumentenkaart van de Cultuur Historische Hoofdstructuur (CHS) van de Provincie Zuid-Holland of de landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden; e. op basis van een deugdelijk archeologisch vooronderzoek een rapport van een deskundig archeologisch bureau is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: - het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of - de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of - in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. 3.
Voor het gehele grondgebied van de gemeente Hoeksche Waard inclusief de (buiten)wateren geldt een particulier verbod op het gebruik van metaaldetectoren of powermagneten. Dit om te voorkomen dat archeologische waarden of cultuurgoederen in de ondergrond worden geroerd (of in water worden opgespoord) waarin mogelijke 28
metaalvondsten bevinden. Tenzij dit bij ruimtelijke activiteiten ex situ verwijderd moet worden is ontheffing mogelijk door een gecertificeerd archeologisch adviesbureau om op basis van een deugdelijk archeologisch (voor)onderzoek conform de eisen van de KNA en het onderdeel is van de onderzoeksopgave en onder hun geldende regie dit mag worden uitgevoerd.
Artikel 25. Eisen die het college stelt aan archeologisch onderzoek 1. 2. 3.
4.
Het college neemt het selectiebesluit; Het college kan nadere eisen stellen ten aanzien van archeologisch onderzoek; Indien archeologisch veldonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 van de Monumentenwet 1988 /Erfgoedwet 2016 stelt het college een programma van eisen vast, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van de kwaliteit van het archeologisch onderzoek; In het programma van eisen neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het archeologisch veldonderzoek. Tijdens het archeologisch veldonderzoek worden aanwijzingen van het college in acht genomen.
Vervallen
In artikel 19, lid 3 (verordening nieuw) is opgenomen dat burgemeester en wethouders nadere regels kunnen stellen over het verrichten van archeologisch onderzoek. In de bestaande verordening zijn de eigen die het college stelt aan archeologisch onderzoek opgenomen. Hierdoor besluit de raad over het stellen van eisen. Dit komt niet overeen met artikel 19, lid 3 waarin staat dat het college dit besluit moet nemen. Om die reden nemen wij artikel 25 uit de bestaande verordening niet op in de nieuwe verordening.
29
Hoofdstuk 9 - toezicht en handhaving
Hoofdstuk 7 - toezicht en handhaving
Nummering aangepast
Artikel 26. Binnentreden
Vervallen
Conform modelverordening VNG. De bepalingen over het binnentreden zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet.
Artikel 27. Toezichthouders
Artikel 21.Toezichthouders
Tekstuele aanpassing.
1.
1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
1.
Het college kan bepalen dat een pand of terrein wordt betreden in het belang van het handhaven van de bepalingen uit deze verordening. De rechthebbende, bewoner of gebruiker moet desgevraagd dulden dat dit pand of terrein wordt betreden, door krachtens deze verordening aangewezen toezichthouders.
2.
Het college kan bepalen dat een terrein in het belang van archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel daarin opgravingen worden gedaan, voor zover dat onderzoek dient ter voorbereiding of ter uitvoering van een besluit als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening en artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De rechthebbende ten aanzien van dit terrein moet desgevraagd dulden dat dit terrein in het belang van archeologisch onderzoek wordt betreden, dat daarop metingen worden verricht, dan wel opgravingen worden gedaan.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening
30
2.
zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen personen; Het college kan daarnaast andere personen met dit toezicht en handhaving belasten zoals een aangesteld senior archeoloog of provinciaal archeoloog.
krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. 2. Burgemeest er en wethouders kunnen daarnaast andere personen met dit toezicht en handhaving belasten. zoals een aangesteld senior archeoloog of provinciaal archeoloog.
Artikel 28. Strafbepaling
Artikel 22. Strafbepaling
Degene die handelt in strijd met artikel 13, 19, 20, 23 of 24 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Degene die handelt in strijd met artikel 13, 14, 18, 19 of 20 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Hoofdstuk 10 - Slotbepalingen
Hoofdstuk 8 - Slotbepalingen
Nummering aangepast
Artikel 29. Intrekken oude verordeningen
Artikel 23. Intrekken oude verordening
Tekstuele aanpassing
Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening worden de volgende verordeningen ingetrokken:
De Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard wordt ingetrokken.
Erfgoedverordening 2011 gemeente Binnenmaas (vastgesteld 23-04-2011), Erfgoedverordening 2014 gemeente Cromstrijen (vastgesteld 28-08-2014), Erfgoedverordening 2010 gemeente Korendijk (vastgesteld 01-10-2010),
Monumentenverordening 2014 gemeente 31
Oud-Beijerland (vastgesteld 01-02-2014), Erfgoedverordening 2010 gemeente Strijen (vastgesteld 01-10-2010).
Artikel 30. Overgangsrecht 1.
Een krachtens de Erfgoedverordening 2011 gemeente Binnenmaas (vastgesteld 23-04-2011), Erfgoedverordening 2014 gemeente Cromstrijen (vastgesteld 28-08-2014), Erfgoedverordening 2010 gemeente Korendijk (vastgesteld 01-10-2010), Monumentenverordening 2014 gemeente Oud-Beijerland (vastgesteld 01-02-2014), Erfgoedverordening 2010 gemeente Strijen (vastgesteld 01-10-2010)
Artikel 24. Overgangsrecht
Tekstuele aanpassing
1. Een krachtens de Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard aangewezen en geregistreerd gemeentelijk monument, wordt geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2. Aanvragen en bezwaren die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard.
aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 2.
Aanvragen om vergunning die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de Erfgoedverordening 2011 gemeente Binnenmaas (vastgesteld 23-04-2011), Erfgoedverordening 2014 gemeente Cromstrijen (vastgesteld 28-08-2014), 32
Erfgoedverordening 2010 gemeente Korendijk (vastgesteld 01-10-2010), Monumentenverordening 2014 gemeente Oud-Beijerland (vastgesteld 01-02-2014), Erfgoedverordening 2010 gemeente Strijen (vastgesteld 01-10-2010).
Artikel 31. Inwerkingtreding
Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel
Deze verordening treedt in werking de dag na de publicatie in de gemeenterubriek in het Kompas, de website en via de digitale bekendmaking op officielebekendmakingen.nl;
1. Deze verordening treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel 19 van deze verordening in werking op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. 3. Deze verordening wordt aangehaald als: Erfgoedverordening gemeente Hoeksche Waard 2022
Artikel 32. Citeertitel
Vervallen
Deze verordening wordt aangehaald als:
De gewijzigde verordening, met uitzondering van artikel 19 treedt dan in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Om artikel 19 (verordening nieuw) te behouden, moet het artikel 1 dag voor inwerkingtreding van de Omgevingswet in werking treden.
Conform modelverordening VNG. Opgenomen in artikel 25.
‘Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard’.
33