CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bp Beneden Oostdijk 50 Oud-Beijerland d.d. februari 2025

Besluitvormende raad 18 februari 2025, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Beneden Oostdijk 50 Oud-Beijerland10.068 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 4.11: tekst paragraaf 5.4 archeologisch onderzoek

- 34 -

Figuur 4.12: afbeelding 20 uit archeologisch onderzoek

Als blijkt dat in het aangegeven westelijke deel bodemverstoringen aan de orde zullen zijn, zullen deze onder archeologische begeleiding plaatsvinden. Voor die archeologische begeleiding zal dan eerst een Programma van Eisen worden opgesteld, dat door de gemeente moet worden goedgekeurd. Cultuurhistorie De boerderij aan de Beneden Oostdijk 50 is aangewezen als gemeentelijk monument. Het pand heeft cultuurhistorische waarden, die gerespecteerd moeten worden bij de uitvoering van de bouwplannen. Over de cultuurhistorische waarde van de boerderij en bijbehorend erf is een bouwhistorische verkenning en waardestelling uitgevoerd door het Erfgoedhuis ZuidHolland. Uit dit rapport (Erfgoedhuis Zuid-Holland, november 2022) blijkt, dat het hoofdgebouw op het perceel (de oorspronkelijke boerderij) een hoge monumentwaarde heeft. Behoud van het gebouw is vanuit cultuurhistorisch oogpunt noodzakelijk. Historische elementen dienen zoveel mogelijk hersteld te worden en het historische materiaal dient behouden te worden. Als uit technisch oogpunt vervanging noodzakelijk is, dan kan dat door een vervanging door een identiek onderdeel, wat betreft materiaal en detaillering. Om deze reden zal het hoofdgebouw behouden blijven en worden gerestaureerd.

- 35 -

Het bouwplan voor de verbouwing van de boerderij wordt voorgelegd aan de gemeentelijke Erfgoedcommissie. Pas na verkregen omgevingsvergunning voor het aanpassen van dit karakteristieke gebouw zal tot uitvoering van het bouwplan worden overgegaan.

4.10 Kabels en leidingen Binnen het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en leidingen. Er zijn geen beschermingszones aanwezig in het geldende bestemmingsplan.

4.11 Milieueffectrapportage Het plan maakt ontwikkelingen mogelijk die vallen onder categorie D11.2 van het Besluit m.e.r. Een m.e.r. beoordeling is in dat geval op basis van de Wet milieubeheer verplicht. In dit plan is al ingegaan op de verschillende onderdelen. Echter hieronder motiveren wij nogmaals dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen ten gevolge van het plan optreden een en ander overeenkomstig de criteria genoemd in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • De omvang van het project betreft de realisering van 14 studio’s voor mensen met een verstandelijke beperking en 12 boven- en benedenwoningen voor starters en senioren. Daarnaast wordt een ruimte voor dagbesteding, een landwinkel, twee pensionkamers en een theehuis gerealiseerd. • Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreft het afvoeren van hemelwater in de nabij gelegen watergang, er worden geen uitlogende materialen gebruikt. • De productie van afvalstoffen is niet aanwezig. Huishoudelijk afvalwater wordt via de riolering afgevoerd. • Er is geen sprake van verontreiniging en hinder. Verwezen wordt naar onderdeel bedrijven en milieuzonering onder 4.4. • Er is geen risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering.

Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid zoals beschreven onder 4.5. • Er zijn geen risico's voor de menselijke gezondheid. Verwezen wordt naar het onderdeel externe veiligheid, zoals beschreven onder 4.5. 2. Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: • Het bestaande grondgebruik bestond uit een gebruik voor agrarische doeleinden. • Het gebied ligt niet in een beschermingszone, ligt binnen het bestaand stedelijk gebied en is een herontwikkeling passend bij het bestaande gebied ter plaatse. • Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied, te weten ‘Oude Maas’ ligt op ongeveer 1,3 km afstand van het gebied.

- 36 -

3. Kenmerken van het potentiële effect Gezien de beperkte omvang van het project zijn er geen potentiële aanzienlijke effecten te verwachten. Dit is ook beschreven in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Op basis van de bovenstaande zullen burgemeester en wethouders voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit nemen omtrent het ontbreken van de noodzaak om een milieueffectrapport op te stellen.

- 37 -

5. Juridische plantoelichting Dit bestemmingsplanplan bestaat uit: - Toelichting; - Regels; - Verbeelding. Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. Deze wet vormt het wettelijk kader voor bestemmingsplannen. Vanaf 1 januari 2010 moeten alle nieuwe ruimtelijke plannen digitaal, uitwisselbaar en vergelijkbaar worden gemaakt. Het gaat om bestemmingsplannen, provinciale verordeningen, Algemene maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en structuurvisies. Uitgangspunt hierbij is dat gemeenten, provincies en departementen verantwoordelijk zijn voor het maken en beheren van hun eigen ruimtelijke plannen en verordeningen. Tevens worden deze plannen en verordeningen digitaal beschikbaar gesteld voor burgers, bedrijven en medeoverheden. Een vergelijkbaar ruimtelijk plan is opgebouwd volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, editie 2012 (SVBP2012), die is verankerd in het Bro. De SVBP2012 is toegepast in de planregels en verbeelding. Daarnaast is in de Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van bestemmingsplannen moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, wijze van meten, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de antidubbeltelregel.

Het voorliggende plan is opgebouwd en vormgegeven conform de bindende afspraken van de SVBP2012. Opzet verbeelding. Op het renvooi wordt de betekenis aangegeven van de bestemmingen en de aanduidingen. Binnen dit plan zijn de bestemmingen ‘Gemengd’ en Wonen’ opgenomen. Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’ opgenomen ter bescherming van archeologische waarden. Opzet regels Overeenkomstig SVBP2012 kent de indeling in hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen de volgende vaste volgorde. De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de definities van begrippen, die voor het algemene begrip, de leesbaarheid en uitleg van het plan van belang zijn en de wijze van meten. In hoofdstuk twee wordt op de bestemmingen en hun gebruik ingegaan. Het derde hoofdstuk gaat in op de algemene regels. De overgangs- en slotregel maken onderdeel uit van het vierde hoofdstuk.

- 38 -

6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Het bouwplan omvat het intern verbouwen en aanpassen van de boerderij tot maatschappelijke bebouwing op het perceel en het toevoegen van 14 zorgappartementen en 12 boven- en benedenwoningen voor starters en senioren op het zijerf. Het perceel is in eigendom van de initiatiefnemer. Het plan wordt geheel door initiatiefnemer gefinancierd. Om de gemeentelijke kosten in verband met dit project te verhalen is een zogenaamde anterieure overeenkomst gesloten. Dit betekent dat het kostenverhaal is verzekerd. Er hoeft dan ook geen exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro worden vastgesteld. De realisering van het plan wordt verzorgd door initiatiefnemers. De financiële dekking voor het plan is hiermee geregeld en de economische uitvoerbaarheid is voldoende gewaarborgd.

6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 omgevingsdialoog Op diverse momenten zijn er bijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden over het voorgenomen bouwplan. Tevens is een klankbordgroep gevormd, waarin de planvorming uitvoering is besproken. Dit heeft geleid tot het doorvoeren van diverse aanpassingen in het bouwplan. In het participatieverslag is één en ander nader uiteen gezet.

6.2.2 vooroverleg ex artikel 3.1.1. Besluit op de ruimtelijke ordening Tijdens de vooroverlegfase is dit bestemmingsplan naar de diverse vooroverlegpartners gezonden. Er is één vooroverlegreacties ontvangen, te weten van de provincie ZuidHolland. Deze is behandeld in de Nota beantwoording zienswijzen, die als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. Conform verzoek van de provincie is de definitie van het begrip ‘landwinkel’ in de regels aangepast.

6.2.3. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met bijbehorende stukken vanaf 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn 29 zienswijzen ontvangen. Deze zijn behandeld in de Nota beantwoording zienswijzen. Op onderdelen hebben de zienswijzen aanleiding gegeven om het bestemmingsplan aan te passen. Daarnaast is er nog een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Kortheidshalve wordt daartoe verwezen naar de inhoud van de Nota beantwoording zienswijzen.

- 39 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15054841/1