Toelichting - Bijlage H Aanmeldnotitie
Tekst van het document
Bosch & van Rijn
Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs D. van den Meijdenberg A. Top
Opdrachtgever Renewable Factory
Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling Datum 27-06-2025
Versie 1.1
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & van Rijn 2025 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Inhoudsopgave OMGEVINGSPLAN BUITENZOMERLANDEN AANMELDINGSNOTITIE M.E.R.-BEOORDELING HOOFDSTUK 1 INLEIDING
1 1 4
HOOFDSTUK 2 HOOFDSTUK 3
HOOFDSTUK 4 HOOFDSTUK 5 BIJLAGE A
1.1 1.2 1.3
Voorgenomen project M.e.r.-beoordelingsplicht Leeswijzer
4 5 6
PROJECT EN LOCATIE
7
2.1 2.2
Inleiding Huidig juridisch-planologisch regime
7 8
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Inleiding Verkeer en parkeren Geluid Ecologie Bodem en water Landschap, cultuurhistorie en archeologie
MILIEUEFFECTEN
9
9 9 10 10 11 12
CONCLUSIES BIJLAGEN AERIUS-BEREKENING
14 15 16
3
3
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Voorgenomen project De gemeente Hoeksche Waard heeft een initiatief ontvangen voor het ontwikkelen van een recreatiebos en zonnepark met energieopslagsysteem (EOS) ten noordoosten van de kern Heinenoord en ten westen van de A29. De gronden liggen buitendijks en zijn op dit moment in agrarisch gebruik. Project Buitenzomerlanden zal een recreatiebos met een ingepast zonnepark en EOS bevatten. De huidige planologische situatie staat deze ontwikkeling niet toe. Het college van B en W van gemeente Hoeksche Waard is voornemens ruimtelijke medewerking te verlenen aan de bouw en het gebruik van een recreatiebos met een ingepast zonnepark en EOS. Initiatiefnemer voor deze ontwikkeling is Renewable Energy Factory en a.s.r.
Figuur 1
Ligging plangebied Buitenzomerlanden
Teneinde de beoogde ontwikkelingen juridisch planologisch mogelijk te maken wordt het omgevingsplan gewijzigd binnen de plangrens aangeduid op Figuur 1.
4
4
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
1.2
M.e.r.-beoordelingsplicht1
1.2.1
Algemene analyse Een initiatiefnemer die voornemens is een project uit te voeren, zoals gedefinieerd in artikel 16.43 van de Omgevingswet, deelt dit voornemen zo spoedig mogelijk mee aan het bevoegd gezag (artikel 16.45 Ow). Deze mededeling kan plaatsvinden door middel van een aanmeldnotitie.Het bevoegd gezag dient vervolgens te beoordelen of het project m.e.r.-(beoordelings)plichtig is of niet. In het Omgevingsbesluit staan de regels omtrent deze afweging in artikel 11.6 en 11.8. Voor deze afweging wordt in Bijlage V Omgevingsbesluit onderscheid gemaakt tussen verschillende type projecten. Bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgedeeld in verschillende type projecten. In kolom 1 zijn verschillende categorieën van projecten aangewezen, waaronder ‘eerste bebossing of ontbossing met als doel een andere ruimtelijke functie van de grond’ (A4). Voor deze categorie projecten is een m.e.r.-plicht, zoals genoemd in artikel 16.43 Omgevingswet, eerste lid, aanhef en onder a, niet van toepassing (kolom 2). Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een 'eerste bebossing’ geldt wel een m.e.r.-beoordelingsplicht (kolom 3).
Of een project, dat voorkomt in Bijlage V bij het Omgevingsbesluit, aanzienlijke milieueffecten heeft, wordt beoordeeld door het bevoegd gezag. Bij de beoordeling houdt het bevoegd gezag rekening met: a) de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn; b) voor zover relevant: de resultaten van eerder uitgevoerde controles of andere beoordelingen van milieueffecten die op grond van verordeningen, richtlijnen en besluiten als bedoeld in artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn verkregen.
1.2.2
Inhoud en procedure Het voorgenomen project is aangemerkt als mer-beoordelingsplichtig op basis van Bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). Een mer-beoordeling bestaat uit twee verplichte stappen: de mededeling van de initiatiefnemer aan het bevoegd gezag de beslissing van bevoegd gezag over wel of geen milieueffectrapportage
1
De afkorting m.e.r. wordt gehanteerd bij aanduiding van de procedure. De onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER). Wanneer wordt gesproken over MER, wordt het rapport bedoeld.
5
5
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
De mededeling is vormvrij, maar er zijn wel eisen aan de inhoud. De eisen in bijlage III bij de mer-richtlijn zijn opgenomen in artikel 11.10 Ob. De mededeling bevat in ieder geval een beschrijving van: het project: de fysieke kenmerken en de locatie de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project wanneer die informatie beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke effecten door verwachte residuen, emissies en productie van afvalstoffen en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De mededeling en de aanvraag van het project kunnen tegelijkertijd gedaan worden. Het bevoegd gezag moet, conform artikel 11.11 lid 1 Ob, binnen zes weken na ontvangst van de mededeling een mer-beoordelingsbeslissing nemen. Er is niet direct bezwaar of beroep mogelijk tegen de mer-beoordelingsbeslissing dat een mer niet nodig is. Er is wel inspraak mogelijk op of bezwaar en beroep tegen het besluit waar de mer-beoordelingsbeslissing bij hoort. Op dat latere moment kan de inhoud van de mer-beoordelingsbeslissing door derden worden betwist. De initiatiefnemer kan wel meteen bezwaar maken of beroep instellen tegen de mer-beoordelingsbeslissing dat een MER wél nodig is.
1.3
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een projectbeschrijving en locatiekeuze voor de ontwikkeling van windturbines. In Hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van de huidige milieusituatie en een beoordeling van milieueffecten. Per milieuaspect worden conclusies getrokken over de gevolgen voor het milieu en de noodzaak voor het onderzoeken van alternatieven. Tot slot is in Hoofdstuk 4 een samenvatting opgenomen en wordt een eindconclusie getrokken over de noodzaak tot het uitvoeren van een MER, gelet op de kenmerken van het project, de locatie en de beoordeelde effecten.
6
6
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 2 Project en locatie 2.1
Inleiding De initiatiefnemer heeft onderzoeken laten uitvoeren naar de milieueffecten bij het realiseren van een recreatiebos met een ingepast zonnepark en EOS, zoals weergegeven op onderstaande figuur. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling bestaat uit 16 ha recreatiebos en bijna 11 ha zonnepark.
Figuur 2
Ligging van het recreatiebos en zonnepark met EOS van Buitenzomerlanden (Bron: ROM3D).
Het doel is om het gebied om te vormen naar bos en toegankelijk te maken voor recreatiedoeleinden. Bij de windturbine is het doel om duurzame energie met behulp van zonnepanelen te produceren en het plaatsen van een EOS om energie op te kunnen slaan en te verhandelen. Deze mer-aanmeldnotite heeft betrekking op de aanplanting van het recreatiebos. Deze activiteit is mer-beoordelingsplichig op basis van bijlage V van het Omgevingsbesluit onder A4 “Eerste bebossing of ontbossing met als doel een andere ruimtelijke functie van de grond”.
7
7
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
2.2
Huidig juridisch-planologisch regime Het plangebied ligt in zijn geheel in het ‘Omgevingsplan gemeente Hoeksche Waard’. In dit tijdelijke omgevingsplan zijn de daarvoor vigerende bestemmingsplannen tijdelijk opgenomen, tot er voor de gehele gemeente een omgevingsplan als bedoeld in de Omgevingswet wordt vastgesteld. Deze paragraaf verwijst daarom naar de termen en regels uit bestemmingsplannen die onder de Wro zijn vastgesteld. In het grootste gedeelte van het plangebied zijn functies toegewezen middels bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied Binnenmaas’, vastgesteld op 24 december 2013. Deze gronden hebben de bestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’. Het gebied is verdeeld in delen met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting hoog 1’ en ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’. De zuidzijde van het plangebied kent tevens de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Aan de noord- en oostzijde van het plangebied vormt bestemmingsplan ‘Windpark Oude Maas’, vastgesteld op 28 september 2017, het planologische kader. Hier hebben de gronden tevens de bestemming ‘Agrarisch’ en gelden de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologische verwachting middelhoog 1’ en ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’. Aanvullend is er een gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – windturbine’ opgenomen.
Figuur 3
Plangebied geprojecteerd op het huidige Omgevingsplan
8
8
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 3 Milieueffecten 3.1
Inleiding Dit hoofdstuk geeft een beknopte beschrijving van de bestaande milieusituatie en de te verwachten gevolgen voor het milieu. Op grond hiervan vindt een beoordeling plaats van de effecten waarbij de omstandigheden van een project (kenmerken van het project, plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect) zoals opgenomen in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden betrokken. In deze beoordeling staat de vraag centraal of er belangrijke nadelige effecten kunnen optreden, die het opstellen van een MER noodzakelijk maken.
3.1.1
Relevante milieuthema’s en overige thema’s Gelet op het karakter van het voornemen en de lokale omstandigheden wordt in de voorliggende aanmeldingsnotitie voor de m.e.r.-beoordeling ingegaan op de volgende milieuthema’s: Verkeer en parkeren Geluid Ecologie Bodem en water Landschap, cultuurhistorie en archeologie
3.1.2
Beschikbare bronnen Per milieuthema is gebruik gemaakt van de beschikbare bronnen met achtergrondinformatie. Voor enkele thema’s zijn sectorale onderzoeken uitgevoerd waarvan de resultaten in de desbetreffende paragrafen zijn opgenomen. De onderzoeksrapporten zelf zijn als bijlagen toegevoegd.
3.2
Verkeer en parkeren Het plangebied ligt ten noordoosten van Heinenoord aan het Buitenbolderpad. Dit is een weg dat uitsluitend door bestemmings- en landbouwverkeer gebruikt wordt en verder als fietspad fungeert. Door de aanleg van een recreatiegebied op voorheen agrarische grond ontstaat een afname van verkeersbewegingen door landbouwvoertuigen. Recreanten kunnen het gebied enkel lopend of per fiets bereiken. Door de ligging van het gebied aan
9
9
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
een fietsroute en dicht langs de kern Heinenoord is er geen noodzaak voor parkeergelegenheid. Hierdoor is het aannemelijk dat het aantal verkeersbewegingen gelijk blijven of afnemen.
3.3
Geluid Bij de functiewijziging van het gebied naar natuur, en na realisatie van het beoogde recreatiebos, is het niet aannemelijk dat het bos negatieve milieueffecten veroorzaakt. Binnen het plangebied worden ook geen geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. In de directe omgeving staan windturbines van ‘Windpark Oude Maas’. Aan de voet van twee windturbines worden, als onderdeel van voorgenomen project, een zonnepark en EOS mogelijk gemaakt. Ten behoeve van deze onderdelen, en de cumulatieve geluidseffecten hiervan, is in een separaat document geluidsonderzoek gedaan. Het is aannemelijk dat de realisatie van het bos zorgt voor een beperkte demping van het geluid van de activiteiten in het noordoosten van het gebied.
3.4
Ecologie Gebiedsbescherming Het plangebied is geen onderdeel van beschermd natuurgebied zoals Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland. Het gebied grenst ten noorden aan Natura 2000-gebied Oude Maas. Er worden geen significant negatieve effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van verstoring door geluid, licht en/of andere factoren. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000 gebied is de Biesbosch, gelegen op circa 14 km afstand. Door deze afstand worden er geen significante gevolgen door stikstofdepositie verwacht. Een Aerius-berekening van de aanlegfase is uitgevoerd om dit te bevestigen (bijlage A). Soortenbescherming Binnen het plangebied zijn sporen aangetroffen van de bever. Er is geen burcht aangetroffen waardoor significant negatieve effecten niet worden verwacht. Wel worden er enkele maatregelen genomen in het kader van de zorgplicht, zoals de aanleg van een beverraster. Andere beschermde soorten zoals vogels, vleermuizen, overige zoogdieren en planten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Effecten worden daarom niet verwacht. Wel wordt er in het kader van de zorgplicht zoveel mogelijk overdag gewerkt, wordt er zo min mogelijk gebruik gemaakt van verlichting en wordt er buiten het broedseizoen gewerkt. Ook wordt er gefaseerd gewerkt zodat dieren tijdens de werkzaamheden de mogelijkheid hebben om te vluchten.
10
10
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Er wordt een grote ecologische meerwaarde gecreëerd met de aanleg van nieuw bos. De bodemstructuur zal voor lange termijn verbeteren, en nieuwe soorten kunnen zich vestigen door het gradient aan voedselrijkdom, vochtniveau en temperatuur.
3.5
Bodem en water Water Het plangebied is buitendijks gelegen. Met de beoogde functiewijziging van agrarisch naar natuur, wordt een eerste bebossing van het gebied mogelijk gemaakt in het omgevingsplan. Door bomen toe te voegen aan het buitendijkse gebied kan gesteld worden dat de bergingscapaciteit en stroomprofiel van de Oude Maas hierdoor beïnvloed worden. Vanuit de ‘Beleidsregels grote rivieren 2025’ is het noodzakelijk om deze effecten in het plangebied op te lossen. Het stroomprofiel van de rivier Oude Maas, bevindt zich tussen 1,06 m NAP tot 3,06 m NAP. De aan te voeren materialen (zonnepanelen, bomen, puingranulaat voor wegen in het zonnepark) op de locaties tussen deze hoogtes dient gecompenseerd te worden. Hiervoor wordt grond in het stroomprofiel weggegraven en aangebracht op een hoogte boven het stroomprofiel (3,06 m NAP). Het volume van de aan te voeren materialen op de locaties tussen de hoogtes die het stroomprofiel begrenzen dient gecompenseerd te worden, Rijkswaterstaat is hiervoor bevoegd gezag. De ontwikkelingen die op deze locaties plaatsvinden zijn de aanleg van recreatiebos, energieopslag en een zonneveld. De totale hoeveelheid te compenseren m3 is als volgt: Bos: 158 m3 Batterijveld: 837 m3 Zonneveld: 284 m3 Totaal: 1.279 m3 Rijkswaterstaat heeft reeds een vergunning afgegeven voor het plan ter compensatie van deze capaciteit.
Deze grond wordt verwerkt onder de trep van het energieopslagsysteem. Dit is weergegeven in Figuur 4 met het roze vlak.
Figuur 4
Locatie weg te graven (oranje) en aan te brengen grond in terp (groen) en onder EOS (roze).
11
11
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Bodem Het plangebied heeft voor langere periode een agrarische functie gehad. Op basis van bodemonderzoek ten behoeve van ontwikkelingen in de directe omgeving is gebleken dat deze gronden deels ernstig verontreinigd zijn. De teelt van consumptiegewassen is daardoor niet meer gewenst. Het Besluit activiteit leefomgeving biedt met artikel 4.1240 twee standaard saneringsaanpakken, of een combinatie daarvan. Met het oog op het benodigde grondverzet ten behoeve van Ruimte aan de Rivier is gekozen voor een combinatie van de twee saneringsaanpakken. Een deel van de verontreinigde bodem wordt ontgraven en binnen het plangebied geconcentreerd op een locatie in de vorm van een terp. Vervolgens wordt een afdeklaag aangebracht die blootstelling van mensen aan de verontreiniging in de bodem voorkomt. Met het grondverzet wordt geen verontreinigde grond verwijderd uit het plangebied. Met het voorgenomen project wordt een bodemsaneringsactiviteit gefaciliteerd. Door de bestaande saneringsopgave op te nemen in een mitigerende maatregel wordt doelmatig gewerkt aan een positief effect op de leefomgeving.
3.6
Landschap, cultuurhistorie en archeologie Het plangebied wordt in het kader van ruimtelijke kwaliteit aangeduid als “Beschermingscategorie 3 buitengebied”. Dit houdt in dat de openheid en structuur van het landschap, de relatie tussen stad en buitengebied, het groene karakter met bijbehorende type functies en de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap moet worden betrokken bij eventuele plannen. Landschappelijk is het passend om een bos aan te leggen in het plangebied. Tussen het plangebied en de rivier zijn griendenbossen gelegen. Door de aanleg van nieuw bos worden de versnipperde bosjes verbonden. Daarnaast vormt het een gradiënt
12
12
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
van nieuwe bostypen waarin veel verschillende soorten flora en fauna een plek kunnen vinden. De werkzaamheden hebben een verstoringsdiepte van 0,5-2m -Mv. Hiermee worden eventuele archeologische niveaus niet bereikt. De werkzaamheden vormen daarom geen bedreiging voor eventuele archeologische resten.
13
13
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 4 Conclusies Zoals weergegeven in Hoofdstuk 1 moeten bij een milieueffectbeoordeling, op grond van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, drie criteria worden betrokken: kenmerk van de activiteit; plaats van de activiteit; kenmerken van het potentiële effect (in samenhang met bovenstaande omstandigheden). Kenmerk van de activiteit De aanleg van nieuw bos ten noordoosten van Heinenoord en bijbehorende milieueffecten leidt niet tot de noodzaak voor een m.e.r.-procedure. De milieueffecten zijn overwegend positief voor het plangebied en de omringende gebieden. Vooral voor ecologie en landschap heeft het voornemen positieve effecten. Plaats van de activiteit Het plangebied is gelegen in agrarisch gebied. De ontwikkeling draagt bij aan het ontsnipperen van lokale bossages. Er is geen sprake van belangrijke negatieve milieueffecten. Kenmerken van het potentiele effect De verwachtte effecten zijn in het algemeen positief. De aanleg van nieuw bos biedt geschikt leefgebied voor een verscheidenheid aan flora en fauna, als ook een nieuw recreatiegebied voor lokale bewoners. In het kader bodem en water bevat het voorgenomen project een gecombineerde aanpak. Het negative effect van o.a. bebossing op de waterbergingscapaciteit in het plangebied wordt wordt opgelost met een terp. Met de terp wordt tegelijkertijd een bodemsaneringsopgave aangepakt.
Waarbij ernstig verontreinigde grond wordt geconcentreerd en afgedekt. Conclusie Concluderend blijkt uit de analyse van de potentiele milieueffecten voortvloeiend uit het voorgenomen project, dat significante negatieve effecten zijn uitgesloten en dat daarmee het doorlopen van een m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is.
14
14
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Hoofdstuk 5 Bijlagen
15
15
Aanmeldingsnotitie Omgevingsplan Buitenzomerlanden Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
Bijlage A
Aerius-berekening
Zie apart bijlagedocument.
16
16