CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - Bijlage E Ecologische Quickscan

Thema bijeenkomst 12 mei 2026, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: RV Wijziging omgevingsplan ‘Buitenzomerlanden (beeldvorming)8.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Buitenzomerlanden

P24-111 Auteur: L.W.J. van der Graaff Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl

Quickscan Buitenzomerlanden

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht

Quickscan Buitenzomerlanden te Heinenoord Opdrachtgever:

Renewable factory

Uitvoering:

NWC Advies

Veldwerk:

E. van der Keur, H. Bruning, G. , L.W.J. van der Graaff

Samenstelling:

L.W.J. van der Graaff

Foto’s:

NWC Advies

Quickscan flora en fauna ten behoeve van uitvoeren groencompensatie te Heinenoord [Samenstel.: van der Graaff, L.W.J. [Foto’s: NWC Advies] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.

Trefw.: Omgevingswet, Heinenoord, Natuur Netwerk Nederland, Natura 2000

P24-111/ W2273

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.

Dordrecht, December 2024

Inhoud

1

Inleiding

5

2

Gebiedsbeschrijving

7

3

Wettelijk kader

9

4

Methode

17

5

Resultaten

21

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

61

Referenties

63

Bijlagen: Bijlage 1: Beschermde soorten Omgevingswet Bijlage 2: Foto’s plangebied

64 67

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

1.

Inleiding Het bedrijf a.s.r. heeft onder ASR Dutch Farmland Custodian B.V. gronden in bezit waarin recent een vijftal windmolens is geplaatst. Voor dit project dient nog groencompensatie gedaan te worden. In het kader van de Omgevingswet dient daarom eerst een inventarisatie (en mogelijk aanvullend onderzoek) naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden plaats te vinden en moet een beoordeling van de effecten op deze natuurwaarden gemaakt worden, inclusief maatregelen om eventuele schade en verstoring te verzachten en er zorg voor te dragen dat de functionaliteit van het gebied voor aanwezige beschermde soorten gewaarborgd blijft. Renewable energy heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) gevraagd een quickscan flora en fauna uit te voeren op deze locatie en voor advisering omtrent de relevante natuurwetgeving.

5

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

6

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

2.

Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Gebiedsbeschrijving Het plangebied bevindt zich ten Noordoosten van Heinenoord (provincie Zuid-Holland) (zie figuur 1). Het plangebied bestaat uit 2 agrarische percelen met in totaal 30ha oppervlakte.

Figuur 1: Het plangebied, rood gemarkeerd.

Voorgenomen plannen a.s.r. heeft plannen om deze 2 percelen opnieuw in te richten. Deze plannen bestaan uit het realiseren van 10 ha zonneveld met daaromheen 16ha nieuw bos. Deze plannen zijn gevisualiseerd in onderstaand figuur.

Figuur 2: Het plangebied met de beoogde herinrichting.

7

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Figuur 3: Natura-2000 gebied de Oude Maas.

Figuur 4: Natuurnetwerk Nederland gebieden rondom het plangebied.

Beschermde gebieden Het plangebied ligt direct naast het Natura 2000-gebied ‘Oude Maas’ (figuur 3). Vanwege de aard van de werkzaamheden, worden er geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000gebied als gevolg van verstoring door geluid, door licht en/of andere storingsfactoren. Wel kunnen er (significant) nadelige effecten ontstaan als gevolg van stikstofemissie bij de aanleg- en gebruiksfase. Het wordt aangeraden om een AERIUS berekening uit te laten voeren. Het plangebied ligt vlak naast meerdere Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden maar het plangebied ligt er niet in (figuur 4). Vanwege de aard van de werkzaamheden worden er geen significant nadelige effecten verwacht op de Natuurnetwerk Nederland gebieden.

8

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

3.

Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2024 wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet (Ow). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden.

Onderzoek in het kader van de Omgevingswet De provincies zijn sinds 1 januari 2024 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet en dus ook voor omgevingsvergunning-aanvragen.

Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over;

-

de aanwezigheid van beschermde soorten; de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; de effecten van plannen op deze soorten; de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen.

De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden.

Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen.

9

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten is in de Ow een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral artikel 5.1 lid 2 belangrijk is. Uit de Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) zijn, in het kader van flora- en faunaonderzoek bij bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen, de volgende artikelen belangrijk: 11.37 (Europese vogelrichtlijn), 11.46 (Europese habitatrichtlijn) en 11.54 (overige soorten) (zie ook tekstvak 1). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Ow kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Ow van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Ow plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: -

-

Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren.

De Ow kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 11.46 Bal) en “overige soorten” (artikel 11.54 Bal) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1 van dit rapport. Soorten Europese Vogelrichtlijn en -Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 11.37 en/of artikel 11.46 uit de Bal overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een omgevingsvergunning aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een omgevings-vergunning voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten

10

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: -

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; Zij is nodig: - In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of - In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of - In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een omgevingsvergunning niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch omgevingsvergunning aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning in het kader van de Ow zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk.

Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in, en binnen de invloedssfeer van de activiteit, in het plangebied zo veel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden.

Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 11.54 (Bal) mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 11.54 van de Bal. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit, of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient voor overtreding van verbodsbepalingen een omgevingsvergunning aangevraagd te worden. De omgevingsvergunning kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten.

11

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de wettelijk onbeschermde soorten) de (algemene) zorgplicht uit afdeling 1.3 van de Omgevingswet. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Naast de algemene zorgplicht is er ook de specifieke zorgplicht, deze wordt beschreven in artikel 11.6 van de Bal. De specifieke zorgplicht doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer. De wetgever verwacht dat de initiatiefnemer zelf snapt wat zij/hij in bepaalde gevallen moet doen of laten.

Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Omgevingswet plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden. De Omgevingswet regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Dit betekent dat zij oordelen dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: -

-

Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Omgevingswet; Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. 12

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien?

Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Omgevingswet. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden. 13

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Omgevingswet.

Afdeling 11.2 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.2, Artikel 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. § 11.2.3, Artikel 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b.

het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. c het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. § 11.2.4, Artikel 11.54 aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder a; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder b.

14

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Houtopstanden Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are (1000 m2) of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; Er zijn uitzonderingen: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: i. wegbeplantingen; ii. beplantingen langs waterwegen, en iii. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: i. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; ii. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en iii.

zijn aangelegd na 1 januari 2013.

15

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

16

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

4.

Methode In het kader van de Omgevingswet (Ow) is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, vogels met een vaste verblijfplaats, algemene broedvogels, dagvlinders en flora. Het veldbezoek is op 20 November 2024 uitgevoerd door drie medewerkers van het NWC. De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg 3 °C, een bewolking van 8/8 en de wind had een kracht van 2Bft. Daarnaast waren er gedurende het veldbezoek hagelbuien. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. Tabel 1: Schematische weergave van omgevingsfactoren in het plangebied. Datum

starttijd

Eindtijd

Temperatuur

Wind

Bewolking

Neerslag

Werknemers

20-11-2024

09:45

12:00

3

2

8/8

Hagel

4

Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Omgevingswet. Het plangebied is daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bomen en de bebouwing binnen het plangebied geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen en spleten, kieren en een spouwgang in de bebouwing. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of er in en in de directe omgeving van het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied aanwezig zijn, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen en (kleinschalige) weilanden en andere half open gebieden. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van het plangebied.

17

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is er beoordeeld of het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Naast geschiktheid als leefgebied en de aanwezigheid van functionele leefomgeving, is er gelet op het voorkomen van sporen die op de aanwezigheid van deze soorten wijzen, zoals holen, burchten, geur-merken, vraatsporen, uitwerpselen en loopsporen.

Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Omgevingswet. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. Voorbeelden van deze soorten zijn de Huismus (Passer domesticus), de Gierzwaluw (Apus apus), de Buizerd (Buteo buteo) en de Sperwer (Accipiter nisus). Tijdens de quickscan is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). Er is onder meer gelet op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc.), nesten (o.a. oude kraaiennesten) en waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/ territorium indicerend gedrag). Tevens is bekeken of het plangebied een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats.

Broedvogels Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre broedvogels in het plangebied aanwezig zijn en of zij een nest hebben / nestindicatief gedrag vertonen. Naast vogels met een vaste verblijfplaats, gaat het hier om vogelsoorten die elk broedseizoen een nieuw nest maken of goed in staat zijn een nieuw nest te maken. Vogelnesten van algemene broedvogels vallen alleen onder de bescherming van de Ow wanneer deze in gebruik zijn (veelal tijdens het broedseizoen).

Herpetofauna Tijdens het veldonderzoek is er gezocht naar amfibieën en reptielen binnen het plangebied, en is er beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied voor deze soortgroep vormt.

18

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Ongewervelden Tijdens het veldonderzoek is een inventarisatie uitgevoerd naar de aanwezige insecten, evenals de aanwezige rupsen/ larven en poppen, in het plangebied, alsook naar de aanwezigheid van geschikte waardplanten en habitat voor beschermde insecten.

Aquatische fauna Tijdens het veldonderzoek is er beoordeeld of het plangebied geschikte leefgebied voor beschermde aquatische fauna (libellennimfen, waterkevers en/of vissen) bevat. Er is dan tevens een steekproef gedaan met een standaard net conform RAVON.

Flora Tijdens het veldonderzoek is een inventarisatie uitgevoerd naar de vegetatie die op het plangebied groeit en is er bepaald of de locatie geschikt is voor beschermde plantensoorten.

19

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

20

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

5.

Resultaten

5.1

Resultaten literatuuronderzoek In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de wettelijk beschermde soorten die, volgens de verspreidingskaarten van de NDFF en waarneming.nl, in de directe omgeving van het plangebied voorkomen en daarom in het plangebied verwacht kunnen worden. Dit voorkomen wordt bepaald door te kijken of er in de afgelopen 20 jaar waarnemingen van een soort in het 5km-hok rondom het plangebied zijn gedaan. In het geval van erg mobiele soorten worden ook de aangrenzende 5km-hokken meegenomen. De landelijke verspreidingskaarten van de wettelijk beschermde soorten die uit de omgeving van het plangebied bekend zijn en waar in Zuid-Holland geen vrijstelling voor geldt, zijn terug te vinden in bijlage 3 “Verspreidingskaarten wettelijk beschermde soorten” en in paragraaf 5.2 “Resultaten veldonderzoek”. Voor deze soorten zal er verder toegelicht worden in hoeverre het plangebied mogelijk deel uitmaakt van hun functionele leefomgeving. Niet alle bestaande soortgroepen flora en fauna komen in dit hoofdstuk aan de orde. Een soortgroep komt hier niet aan de orde in het geval dat: -

er voor deze soortgroepen geen wettelijk beschermde soorten in (de omgeving van) het plangebied voorkomen, of; het aanwezige biotoop voor deze soortgroep niet geschikt is (bijvoorbeeld voor de soortgroep vissen, wanneer er geen open water in het plangebied aanwezig is).

21

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Vleermuizen In de omgeving van het plangebied komen meerdere soorten vleermuizen voor. De verschillende vleermuissoorten worden, met oog op het doel van dit rapport, in drie groepen onderverdeeld: boombewonende soorten, gebouw-bewonende soorten en soorten die zowel in bomen als in gebouwen verblijfplaatsen kunnen hebben. Per groep zijn de volgende soorten uit de omgeving van het plangebied bekend: Boombewonende soorten: Rosse vleermuis (Nyctalus noctula), Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en Watervleermuis (Myotis daubentonii).

Rosse vleermuis (Nyctalus noctula) De Rosse vleermuis is een uitgesproken boombewonende soort in Nederland en jaagt in open terrein, vaak boven natte gebieden of boven water, soms rondom straatverlichting. De soort jaagt op nachtvlinders en grotere kevers en soms ook wel op zwermen dansmuggen (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort een verblijfplaats heeft in het plangebied. Wel kan deze soort het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 5: De NDFF verspreidingskaart van Rosse vleermuis.

22

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) Deze soort heeft zijn verblijfplaatsen vaak in bomen, maar soms ook achter betimmering van gebouwen, zolders en onder dakbedekking. Ze jagen voornamelijk langs bosranden en waterpartijen, ook rondom straatlantaarns. Ze jagen vooral op dansmuggen (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort een verblijfplaats heeft in het plangebied. Deze soort kan het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 6: De NDFF verspreidingskaart van Ruige dwergvleermuis.

23

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Watervleermuis (Myotis daubentonii) Deze soort heeft als habitat half open tot gesloten, waterrijk en bosrijk landschap (Zoogdiervereniging 2024). De Watervleermuis jaagt vlak boven het wateroppervlak. Er wordt niet verwacht dat deze soort een verblijfplaats heeft in het plangebied vanwege het open karakter van het plangebied en het gebrek aan bosrijk gebied. Wel kan deze soort de randen van het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 7: De NDFF verspreidingskaart van Watervleermuis.

24

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Gebouw-bewonende soorten: Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus), Laatvlieger (Eptesicus serotinus) en Meervleermuis (Myotis dasycneme). Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Verblijft vooral in gebouwen, zoals in spouwmuren en achter betimmering en daklijsten. Deze soort jaagt in gesloten tot halfopen landschap, zoals bosranden, langs straatlantaarns en bomenrijen (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort verblijfplaatsen kan hebben in het plangebied. Wel wordt er verwacht dat deze soort het plangebied als foerageergebied gebruikt.

Figuur 8: De NDFF verspreidingskaart van Gewone dwergvleermuis.

25

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Verblijfplaatsen bestaan uit spouwmuren, ruimtes achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De Laatvlieger jaagt boven open tot halfopen landschap met beschutting van bijvoorbeeld bosranden (Zoogdiervereniging, 2024). Wel kan deze soort het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 9: De NDFF verspreidingskaart van Laatvlieger.

26

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Meervleermuis (Myotis dasycneme) Deze soort heeft kerkzolders, spouwmuren en plaatsen onder dakpannen als verblijfplaats. Ze jagen vlak boven open water en langs oevers van plassen (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort een verblijfplaats heeft in het plangebied. Wel kan deze soort het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 10: De NDFF verspreidingskaart van Meervleermuis.

27

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Boom- en gebouw-bewonende soorten: Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus).

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Deze soort kan gebruik maken van allerlei soorten verblijfplaatsen. Zomers worden ze vaak aangetroffen op zolders, spouwmuren, in holten en spleten in bomen en vleermuiskasten. In de winter woorden vooral ondergrondse ruimten gebruikt zoals grotten, kalksteengroeves, oude steenfabrieken, bunkers en kelders. Ze jagen in de directe omgeving van de verblijfplaats (maximaal 3 km afstand) (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort een verblijfplaats heeft in het plangebied. Wel kan deze soort het plangebied als foerageergebied gebruiken.

Figuur 11: De NDFF verspreidingskaart van Gewone grootoorvleermuis.

28

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Grondgebonden zoogdieren De volgende beschermde grondgebonden zoogdieren komen in de omgeving van het plangebied voor: Bever (Castor fiber), Bunzing (Mustela putorius), Boommarter, Steenmarter (Martes fiona), Wezel (Mustela nivalis), Hermelijn (Mustela erminea), Waterspitsmuis (Neomys fodiens), Noordse woelmuis (Alexandromys oeconomus arenicola). Bever (Castor fiber) De Bever komt voor in het overgangsgebied tussen land en water. Komen zowel in stilstaand als stromend water voor, zolang de waterdiepte minimaal 50 centimeter is (Zoogdiervereniging, 2024). Er wordt niet verwacht dat de Bever een Burcht heeft in het plangebied, al zou deze wel voor kunnen komen in de omliggende Grienden.

Figuur 12: De NDFF verspreidingskaart van Bever.

29

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Bunzing (Mustela putorius) De Bunzing heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap met houtwallen, greppels en sloten met overhangende vegetatie. Ook randen van dorpen en steden vormen geschikt gebied. Overdag gebruiken ze bestaande holen als rustplaats, maar ook takken, steenhopen en duikers (Zoogdiervereniging, 2024). Het plangebied bevat weinig structuren die geschikt zijn voor de Bunzing, maar deze soort zou alsnog wel een verblijfplaats kunnen hebben in het plangebied.

Figuur 13: De NDFF verspreidingskaart van Bunzing.

30

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Hermelijn (Mustela erminea) De Hermelijn komt in alle habitatten voor, zolang er voldoende dekking aanwezig is. Deze soort gebruikt een hol als verblijfplaats, veelal een oud mollenhol of konijnenhol. Het plangebied heeft maar weinig dekking, daardoor wordt een verblijfplaats van deze soort hier niet verwacht. Wel kan deze soort het plangebied gebruiken als jaaggebied.

Figuur 14: De NDFF verspreidingskaart van Hermelijn.

31

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Wezel (Mustela nivalis) Net als de Hermelijn komt deze soort in alle habitatten met voldoende dekking voor. Deze soort jaagt voornamelijk op muizen. De jongen worden geboren in een nest gemaakt van bladeren of gras in een hol of spleet. Het plangebied heeft maar weinig dekking, daardoor wordt een verblijfplaats van deze soort hier niet verwacht. Wel kan deze soort het plangebied gebruiken als jaaggebied.

Figuur 15: De NDFF verspreidingskaart van Rosse vleermuis.

32

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Boommarter (Martes martes) Deze soort komt hier in allerlei typen en leeftijden bos voor. Nesten van deze soort zitten vaak in oude spechten- of eekhoornholen en regelmatig in inrottingsholen. Aangezien er geen bos aanwezig is in het plangebied wordt deze soort hier niet verwacht.

Figuur 16: De NDFF verspreidingskaart van Boommarter.

33

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Steenmarter (Martes fiona) De Steenmarter houdt van structuurrijke gebieden zoals kleinschalige akkerbouw, boerderijen, heggen en bosjes (Zoogdiervereniging, 2024). Deze structuren zijn nauwelijks tot niet aanwezig in het plangebied, waardoor deze soort hier niet wordt verwacht.

Figuur 17: De NDFF verspreidingskaart van Steenmarter.

34

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Waterspitsmuis (Neomys fodiens) Deze soort komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stromend tot stilstaand water. Deze soort maakt een relatief groot nest van gras, wortels en mos in verborgen gelegen holtes. Deze soort wordt niet direct in het plangebied verwacht, maar kan wel aan de kant van de Grienden voorkomen. Figuur 4: De NDFF verspreidingskaart van Waterspitsmuis.

Figuur 18: De NDFF verspreidingskaart van Waterspitsmuis.

35

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Noordse woelmuis (Alexandromys oeconomus arenicola) Deze soort komt voor in hoge vegetaties met vooral grasachtige planten, ook vaak natte terreinen. Deze soort maakt gangen onder de grond met nest- en voorraadkamers waarbij bovengronds kleine molshopen ontstaan. De Noordse woelmuis wordt niet verwacht in het plangebied, aangezien er geen hoge vegetaties aanwezig zijn.

Figuur 19: De NDFF verspreidingskaart van Noordse woelmuis.

36

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Vogels met een vaste verblijfplaats Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vogelsoorten met vaste verblijfplaats (categorie 1 tot en met 4; nesten van soorten die jaarrond beschermd zijn) in de omgeving van het plangebied verblijfplaatsen kunnen hebben: Boomvalk (Falco subbuteo), Buizerd (Buteo buteo), Gierzwaluw (Apus apus), Grote gele kwikstaart (Motacila cinerea), Havik (Accipiter gentilis), Huismus (Passer domesticus), Kerkuil (Tyto alba), Ransuil (Asio otus), Roek (Corvus frugilegus), Slechtvalk (Falco peregrinus), Sperwer (Accipiter nisus), Steenuil (Athene noctua). Boomvalk (Falco subbuteo) Houden zich tijdens broedtijd op in agrarische landschappen. Broed in bomenrijen en soms ook in hoogspanningsmasten (Sovon, 2024). Er zijn geen masten of bomenrijen in het plangebied, waarin er geen verblijfplaatsen in het plangebied worden verwacht.

Figuur 20: De Sovon verspreidingskaart van Boomvalk.

37

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Buizerd (Buteo buteo) Deze soort broedt veelal in bomen (Sovon, 2024). Er zijn geen bomen aanwezig in het plangebied, al staan er wel een aantal bomen direct naast het plangebied. Deze soort zou hier een vaste verblijfplaats kunnen hebben.

Figuur 21: De Sovon verspreidingskaart van Buizerd.

38

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Grote gele kwikstaart (Motacila cinerea) Nestelt langs (snelstromende) beken in natuurlijke oevers (Sovon, 2024). In het plangebied is geen snelstromende beek aanwezig, waardoor deze soort op deze locatie niet wordt verwacht.

Figuur 22: De Sovon verspreidingskaart van Grote gele kwikstaart.

39

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Gierzwaluw (Apus apus) De Gierzwaluw is afhankelijk van beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes (Vogelbescherming, 2024). Hun jaaggebied is uiteenlopend, zolang er maar veel vliegende insecten aanwezig zijn. Er worden geen verblijfplaatsen van Gierzwaluw verwacht in het plangebied. Wel kan het plangebied als foerageergebied gebruikt worden.

Figuur 23: De Sovon verspreidingskaart van Gierzwaluw.

40

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Havik (Accipiter gentilis) De Havik broedt in naald- en loofbossen en jaagt in landschappen waar zowel bos als open landschap aanwezig is. Ze maken hoog in de boom een groot nest van takken. Het gebied rondom het nest waar voedsel wordt gezocht is honderden hectares groot. Er wordt geen verblijfplaats van Havik verwacht in het plangebied.

Figuur 24: De Sovon verspreidingskaart van Havik.

41

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Huismus (Passer domesticus) Huismussen maken hun nesten vooral onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Het merendeel van de huismussen brengt zijn hele leven door binnen een straal van enkele honderden meters van de geboorteplek (Sovon, 2024). De omgeving is vaak groen en bevat rommelige elementen. Er worden geen verblijfplaatsen van Huismus in het plangebied verwacht.

Figuur 25: De Sovon verspreidingskaart van Huismus.

42

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Kerkuil (Tyto alba) Kerkuilen houden zich jaarrond op in de buurt van de broedplaats. Kerkuilen broeden vaak in open schuren en zolders in plattelandsgebieden. Deze soort houdt van (half)open landschappen, veelal agrarisch gebied. Er worden geen verblijfplaatsen van Kerkuil verwacht in het plangebied. Wel kan het plangebied als jaaggebied gebruikt worden.

Figuur 26: De Sovon verspreidingskaart van Kerkuil.

43

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Ransuil (Asio otus)

Deze soort is vaak te vinden in de overgang tussen stedelijk en agrarisch gebied. Bevinden zich zowel in akkers en bosranden waar ze jagen op muizen. De Ransuil broedt in holtes van bomen, oude nesten van kraaien en eksters of andere beschutte plekken. Er worden geen verblijfplaatsen van Ransuil verwacht in het plangebied. Wel kan het plangebied gebruikt worden als jaaggebied.

Figuur 27: De Sovon verspreidingskaart van Ransuil.

44

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Roek (Corvus frugilegus) Roeken foerageren veel in agrarisch gebied en langs wegen. Deze soort broedt in kolonies, vaak in grote Populieren. Vanwege het gebrek aan hoge populieren in het plangebied wordt er geen Roekenkolonie verwacht.

Figuur 28: De Sovon verspreidingskaart van Roek.

45

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Slechtvalk (Falco peregrinus) Slechtvalken houden zich vaak op in open boerenland en in hoogspanningsmasten, maar ook in uiterwaarden en kwelders. Deze soort broedt in hoge structuren, zoals hoge fabrieken of gebouwen. Vaak broeden ze in nestkasten. Er wordt geen verblijfplaats van Slechtvalk in het plangebied verwacht.

Figuur 29: De Sovon verspreidingskaart van Slechtvalk.

46

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Sperwer (Accipiter nisus) Deze soort verblijft in bossen, tuinen en parken. Sperwers zijn vaak aanwezig in halfopen landschappen en in jong bos met naaldbomen, waar ze vooral jagen op kleine zangvogels. Deze soort broedt in bomen, vaak naaldbomen. Er wordt geen verblijfplaats van Sperwer in het plangebied verwacht.

Figuur 30: De Sovon verspreidingskaart van Sperwer.

47

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Steenuil (Athene noctua)

Het leefgebied van de Steenuil bestaat veelal uit kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes en knoestige bomen. In grootschalige landbouwgebieden is deze soort afhankelijk van gevarieerde erven bij boerderijen. Deze soort broedt in allerlei natuurlijke holtes van bomen, vooral knotwilgen en oude fruitbomen. Broedt ook in speciale nestkasten. Er wordt geen verblijfplaats van Steenuil verwacht in het plangebied.

Figuur 31: De Sovon verspreidingskaart van Steenuil.

48

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Herpetofauna Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende wettelijk beschermde amfibieën en reptielen in de omgeving van het plangebied (wild) voorkomen: Poelkikker (Pelophylax lessonae), Heikikker (Rana arvalis) en Rugstreeppad (Epidalea calamita).

Poelkikker (Pelophylax lessonae) De Poelkikker heeft een voorkeur voor onbeschaduwde wateren met een goed begroeide oeverzone. Hoewel deze soort voorkomt op de hogere zandgronden in ons land, is deze soort ook te vinden in laagdynamische plekken in het rivierengebied, waardoor deze wellicht rondom (maar buiten) het plangebied kan voorkomen aan de rand van de grienden.

Figuur 32: De NDFF verspreidingskaart van Poelkikker.

49

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Heikikker (Rana arvalis) De Heikikker heeft een zeer duidelijke voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland (Ravon, 2024). De eieren worden afgezet in kleine vennen met veel beplanting. Deze soort wordt niet in het plangebied verwacht door het gebrek aan kleine vennen in het plangebied.

Figuur 33: De NDFF verspreidingskaart van Heikikker.

50

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Rugstreeppad (Epidalea calamita) De rugstreeppad komt voor op terreinen met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen met goed vergraafbare (zand)grond zijn zeer geschikte plekken voor de Rugstreeppad. Ze maken gebruik van ondiep (tijdelijk) water voor hun voortplanting (Ravon, 2024). Het plangebied is geschikt voor deze soort, zeker als er braakliggend terrein aanwezig is tijdens de werkzaamheden.

Figuur 34: De NDFF verspreidingskaart van Rugstreeppad.

51

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Ongewervelden Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende wettelijk beschermde insecten in de omgeving van het plangebied voorkomen: Beekrombout (Gomphus vulgatissimus), Grote vos (Nymphalis polychloros), Grote weerschijnvlinder (Apatura iris), Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla), Teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina).

Beekrombout (Gomphus vulgatissimus) Komt voor in langzaamst stromende beken met natuurlijke oevers (Vlinderstichting, 2024). Er wordt niet verwacht dat deze soort zich voortplant in het plangebied. Wel kan deze soort insecten vangen in het plangebied.

Figuur 35: De NDFF verspreidingskaart van Beekrombout.

52

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Grote vos (Nymphalis polychloros) Wordt aangetroffen in vochtige, open bossen, bosranden en andere plekken met veel vrijstaande, oude bomen (Vlinderstichting, 2024). Het plangebied heeft slechts enkele bomen, waardoor deze soort niet wordt verwacht in het plangebied. Wel zou deze soort in de directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen.

Figuur 36: De NDFF verspreidingskaart van Grote vos.

53

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Grote weerschijnvlinder (Apatura iris) Deze soort komt voor in oudere, vochtige loofbossen en in beekdalen met bosjes (Vlinderstichting, 2024). Dit habitat is niet in de directe omgeving van het plangebied aanwezig, waardoor deze soort niet wordt verwacht in het plangebied.

Figuur 37: De NDFF verspreidingskaart van Grote weerschijnvlinder.

54

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Kleine ijsvogelvlinder (Limenitis camilla) De Kleine ijsvogelvlinder is een soort die voorkomt in gevarieerde, vochtige bossen. Geschikte waardplanten zijn Kamperfoelie en Sneeuwbes (Vlinderstichting, 2024). Deze waardplanten worden niet verwacht in het plangebied, aangezien het halfschaduw soorten zijn in bossen. Dit habitat en komt niet in (de directe omgeving van) het plangebied voor, waardoor deze soort niet in het plangebied verwacht wordt.

Figuur 38: De NDFF verspreidingskaart van Kleine ijsvogelvlinder.

55

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Teunisbloempijlstaart (Proserpinus proserpina) Deze soort komt voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen. Waardplanten zijn Wilgenroosje, Teunisbloem, Basterdwederik en Kattenstaart (Vlinderstichting, 2024). Het plangebied is open terrein, waardoor deze soort zou kunnen voorkomen in het plangebied.

Figuur 39: De NDFF verspreidingskaart van Teunisbloempijlstaart.

56

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

5.2

Resultaten veldonderzoek Tijdens het veldonderzoek is onderzocht voor welke soorten het plangebied geschikt is om deel uit te maken van hun functionele leefomgeving. Hierbij is gelet op de aanwezigheid van geschikt habitat en functionele elementen, naast dat alle aanwezige soorten genoteerd zijn. De resultaten die in dit hoofdstuk getoond worden, zijn gebaseerd op het onderzoek dat voor deze opdracht door deskundige ecologen in het veld uitgevoerd is. Hierbij zijn de landelijke protocollen aangehouden, zoals gehanteerd door Netwerk Groene Bureaus en BIJ12. Door het volgen van deze protocollen wordt een zo hoog mogelijke kwaliteit van de resultaten gewaarborgd. Desondanks is veldonderzoek een momentopname, en het kan nooit met volledige zekerheid uitgesloten worden dat zich nieuwe soorten vestigen in de periode tussen veldwerk en de geplande werkzaamheden. In een onveranderde situatie zijn de resultaten van het veldonderzoek 2 tot 3 jaar geldig, afhankelijk van het type plan. Grondgebonden zoogdieren Aan de rand van het plangebied zijn 2 wissels van een Bever aangetroffen. De exacte locaties zijn hieronder weergegeven. Verder zijn er sporen van Haas, Vos en Ree aangetroffen.

Figuur 40: De wissels van de Bever aan de rand van het plangebied, gemarkeerd met een ster.

57

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Foto 1, links: Een van de locaties waar de wissel van een Bever is aangetroffen. De wissel is met rood gemarkeerd. Foto 2, onder: Een

impressie

plangebied.

58

van

het

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd volgens de Ow. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Binnen het plangebied is een foeragerende buizerd waargenomen. Er zijn geen nesten aangetroffen in het plangebied.

Broedvogels Er is binnen het plangebied een groep spreeuwen waargenomen. Verder is er Cetti’s zanger, Tjiftjaf en Koolmees gehoord. Er zijn geen nesten aangetroffen of vogels met nest indicerend gedrag.

Herpetofauna Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde amfibieën of reptielen aangetroffen. De directe omgeving (binnen 500 meter) bevat geschikt habitat voor verscheidene amfibieën (o.a. bos, grienden, sloten).

Ongewervelden Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde insecten waargenomen, noch is er optimaal habitat voor beschermde insecten aangetroffen.

Flora Het plangebied bestaat uit kale landbouwgrond en grasland. Naast het plangebied is een bosje aanwezig met Populier, Eik, Es, Meidoorn en Hazelaar. In het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen strikt beschermde plantensoorten aangetroffen.

59

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

6.1. Effecten

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn wissels van Bever aangetroffen. Aangezien het geen burcht betreft zullen er geen significant negatieve effecten op de soortgroep worden verwacht.

Vogels met een vaste verblijfplaats Binnen het plangebied is er een Buizerd waargenomen. Er is geen nest van deze soort in het plangebied aangetroffen, waardoor er geen negatieve effecten worden verwacht op deze soort. Broedvogels Binnen het plangebied zijn geen (sporen van) broedvogels aangetroffen. Bij de geplande werkzaamheden worden daarom geen significant negatieve effecten op deze soortgroep verwacht.

Herpetofauna Binnen het plangebied zijn geen amfibieën of reptielen aangetroffen. Wel is er geschikt leefgebied in de nabije omgeving aanwezig. Bij aanwezigheid van herpetofauna kunnen negatieve effecten op de soortgroep worden verwacht.

Insecten Binnen het plangebied zijn geen (sporen van) wettelijk beschermde insecten/vlinders aangetroffen. Bij de geplande werkzaamheden worden daarom geen significant negatieve effecten op deze soortgroep verwacht.

Flora Het plangebied bevat, voor zover tijdens het veldbezoek gevonden, geen beschermde flora waar de geplande werkzaamheden effect op kunnen hebben. Bij de geplande werkzaamheden worden daarom geen significant negatieve effecten op deze soortgroep verwacht.

60

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

6.2. Verplichtingen Er zijn geen bijzondere verplichtingen waar aan voldaan moet worden. Het naleven van de zorgplicht is voldoende. Met extra nadruk op; - Werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitvoeren. - Zo min mogelijk gebruik van verlichting. - Werken buiten het broedseizoen. 6.3.

Aanbevelingen Naast de verplichtingen (6.2) en de zorgplicht (6.4) wordt er aangeraden het bouwterrein af te schermen met beverraster. Dit om zowel de Bever te beschermen als de toekomstige jonge bosaanplant tegen bevervraat. Dit raster bestaat uit houten palen en kleinwildgaas. Hierbij wordt het raster voor 20 centimeter ingegraven en steekt het raster 100 centimeter boven het maaiveld uit. Dit raster kan eenvoudig gecombineerd worden met een paddenscherm door dit direct aan het kleinwildgaas te bevestigen. Hierdoor wordt herpetofauna ook buiten het plangebied gehouden. Verder kan er overwintering van herpetofauna in het plangebied ontmoedigd worden door het verwijderen van zandhopen en eventuele takkenhopen, het dempen van poeltjes water en het vlak houden van het bouwterrein.

6.4.

Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: -

-

Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd; In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitgevoerd; In verband met verstoring van aanwezige dieren wordt er zo min mogelijk verlichting gebruikt, wordt er gebruik gemaakt van rode verlichting en zijn de lichtbronnen naar beneden gericht;

61

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

-

6.5

Waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het herkennen van een beschermde plant, het aanwijzen van een exacte locatie van een nest, groei-, of rustplaats, het op juiste wijze plaatsen of verwijderen van amfibieschermen, nestkasten, etc.

Conclusie Het herinrichten van het plangebied heeft geen significant negatieve effecten op de flora en fauna. Daarom geldt enkel de zorgplicht en meldingsplicht. Verder wordt het plaatsen van een Beverraster aangeraden om de Bever buiten het bouwterrein te houden, ook om bevervraat na aanplant te voorkomen. Dit kan dan gecombineerd worden met een paddenscherm. Bij het aantreffen van strikt beschermde soorten geldt de meldingsplicht. Hier zal moeten worden gemeld aan het NWC wanneer er tijdens de werkzaamheden toch soorten worden aangetroffen. Het is dan van belang de werkzaamheden stil te leggen en met een expert in overleg te gaan om de vervolgstappen te bespreken.

62

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Referenties Database NWC

Websites: www.pdok.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.zoogdiervereniging.nl

63

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Bijlage 1: Beschermde soorten Omgevingswet

In het kader van de Omgevingswet worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen: Amfibieën Alpenwatersalamander Bastaardkikker1 Boomkikker Bruine kikker1 Geelbuikvuurpad Gewone pad1

Heikikker Kamsalamander Kleine watersalamander1 Knoflookpad Meerkikker1 Middelste groene kikker

Poelkikker Rugstreeppad Vinpootsalamander Vroedmeesterpad Vuursalamander

Grote vos Grote weerschijnvlinder Iepenpage Kleine heivlinder Kleine ijsvogelvlinder Kommavlinder Moerasparelmoervlinder Pimpernelblauwtje Sleedoornpage

Spiegeldikkopje Tijmblauwtje Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder Veenhooibeestje Veldparelmoervlinder Zilveren maan Zilverstreephooibeestje

Dagvlinders Aardbeivlinder Apollovlinder Bosparelmoervlinder Boszandoog Bruin dikkopje Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje Grote parelmoervlinder Haften Oeveraas Kevers Brede geelrandwaterroofkever Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever

Vermiljoenkever Vliegend hert

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft Landzoogdieren Aardmuis1 Bever Boommarter Bosmuis1 Bunzing2 Damhert Das Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1 Edelhert Eekhoorn Egel9 Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1

Gewone zeehond Grote bosmuis Haas6 Hamster Hazelmuis Hermelijn2 Huisspitsmuis1 Konijn7 Lynx Molmuis Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis7 Otter Ree1

64

Rosse woelmuis1 Steenmarter4 Tweekleurige bosspitsmuis3 Veldmuis1 Veldspitsmuis Vos1 Waterspitsmuis Wezel10 Wilde kat Wild zwijn5 Woelrat8 Wolf

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Libellen Beekrombout Bosbeekjuffer Bronslibel Donkere waterjuffer Gaffellibel Gevlekte glanslibel

Gevlekte Witsnuitlibel Gewone Bronlibel Groene glazenmaker Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer Hoogveenglanslibel

Noordse winterjuffer Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer

Kemp’s zeeschildpad Lederschildpad Levendbarende hagedis Muurhagedis

Ringslang Soepschildpad Zandhagedis

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart Reptielen Adder Dikkopschildpad Gladde slang Hazelworm Sporenplanten Varens Kleine vlotvaren Blaasvaren Groensteel Schubvaren

Bladmossen Geel schorpioenmos Tonghaarmuts

Vissen Beekdonderpad Beekprik Elrits

Gestippelde alver Grote modderkruiper Noordzeehouting

Kwabaal Europese steur

Weekdieren Bataafse stroommossel

Platte schijfhoren

Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost Berggamander Bergnachtorchis Blauw guichelheil Bokkenorchis Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik Brede wolfsmelk Breed wollegras Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps Drijvende waterweegbree Echte gamander Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid

Groenknolorchis Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw Honingorchis Kalkboterbloem Kalketrip Kartuizer anjer Karwijselie Kleine ereprijs Kleine schorseneer Kleine wolfsmelk Kluwenklokje Knollathyrus Knolspirea Korensla Kranskarwij Kruipend moerasscherm Kruiptijm Lange zonnedauw 65

Pijlscheefkelk Roggelelie Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad Scherpkruid Schubzegge Smalle raai Spits Havikskruid Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad Tengere distel Tengere veldmuur Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Gladde zegge Groene nachtorchis

Liggende raket Naaldenkervel

Wilde weit Zomerschroeforchis

Grote hoefijzerneus Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus Laatvlieger Meervleermuis

Mopsvleermuis Noordse vleermuis Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis Vale vleermuis Watervleermuis

Gewone vinvis Griend Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis Narwal Noordse vinvis Orka Potvis

Spitsdolfijn van gray Tuimelaar Walrus Witflankdolfijn Witsnuitdolfijn Witte dolfijn

Vleermuizen Baardvleermuis Bechsteins vleermuis Bosvleermuis Brandts vleermuis Franjestaart Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Zeezoogdieren Bruinvis Bultrug Butskop Dwergpotvis Dwergvinvis Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn Gewone spitsdolfijn

1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Limburg, Utrecht en Zuid-Holland 3 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 4 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 5 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling. 6 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Groningen en Zeeland 7 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Friesland, Overijssel en Zuid-

Holland. 8 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland. 9 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Overijssel. 10 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Groningen, Limburg, Utrecht en Zuid-Holland

66

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

Bijlage 2: Foto’s van het plangebied Foto’s 3, 4, 5, 6: Een impressie van het plangebied.

67

QuickScan flora en fauna Buitenzomerlanden te Heinenoord

68

Foto 7, linksboven: Uitwerpselen van een Vos. Foto 8, rechtsboven: Uitwerpselen van een Haas. Foto 9, linksonder: Prent van een Ree.

69

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16798421/1