toelichting bijlage 5
Tekst van het document
SOORTGERICHT ONDERZOEK STEENUIL EN KERKUIL DERDE KRUISWEG
M I L I E U B E H E E R
TE STRIJEN
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
1
SOORTGERICHT ONDERZOEK STEENUIL EN KERKUIL DERDE KRUISWEG TE STRIJEN
Colofon
Opdrachtgever:
Van Gelder agrarisch & landelijk vastgoed 2e Barendrechtseweg 302 2992 SL Barendrecht
Adviesbureau:
VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl
Projectfoto's:
Dhr. ing. A. Kolders Dhr. H. Wieleman
Wijze van citeren:
VanderHelm Milieubeheer B.V. (2020). GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen, d.d. 31 augustus 2020.
© VanderHelm Milieubeheer B.V.
Verantwoording
Projectcode:
GESG20200405
Status / versie
Definitief, versie 1
Datum
31 augustus 2020
Auteur
Mevr. S. Hagedoorn MSc
Kwaliteitscontrole
Mevr. J.L. van de Poel MSc
Vrijgave
Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
2
INHO UDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING ..................................................................................................................................................... 4 1.2 DOELSTELLING .................................................................................................................................................. 4 2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING ......................................................................................................................... 5 2.1 HUIDIGE SITUATIE .............................................................................................................................................. 5 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN .......................................................................................................... 6 2.3 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK......................................................................................... 6 3 METHODE ...........................................................................................................................................................
7 3.1 VOGELS MET EEN NESTPLAATS OF RUSTPLAATS .......................................................................................................... 7 3.2 OVERZICHT BEZOEKEN EN WEERGEGEVENS ............................................................................................................... 8 4 TOETSING ONDERZOEKSRESULTATEN AAN WET NATUURBESCHERMING........................................................... 9 5 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN ...................................................................................................................10 5.1 CONCLUSIES....................................................................................................................................................10 5.2 VERVOLGSTAPPEN ............................................................................................................................................10 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................11
BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
Kwaliteitsborging en verantwoording Regionale situatiekaart projectgebied Tijden zonsopkomst en zonsondergang Waarnemingen tijdens veldbezoeken Soortinformatie waargenomen en onderzochte soorten
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
3
1 INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van Van Gelder agrarisch & landelijk vastgoed opdracht gekregen voor het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar de steenuil en kerkuil bij een stenen schuur langs de Derde Kruisweg te Strijen. 1.1 AANLEIDING De aanleiding tot het uitvoeren van een soortgericht onderzoek naar steenuilen en kerkuilen zijn de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied en de Wet natuurbescherming. De werkzaamheden in het projectgebied bestaan uit het slopen van de stenen schuur. Uit een eerder door VanderHelm Milieubeheer B.V. in het projectgebied uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk GESG20200220, d.d. 30-04-2020) blijkt dat in onderhavig projectgebied mogelijk nesten en rustplaatsen van steenuilen en kerkuilen aanwezig zijn. Door de werkzaamheden kunnen eventueel aanwezige nesten en/of rustplaatsen van (beschermde) soorten worden beschadigd of vernield, wat een overtreding van de Wet natuurbescherming betreft. Om te bepalen of sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming wordt in eerste aanleg bepaald of nesten, voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen van de voornoemde soorten in het projectgebied aanwezig zijn.
1.2 DOELSTELLING Doel van dit soortgericht onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van de aanwezigheid van nesten en rustplaatsen van steenuilen en kerkuilen. Vervolgens wordt bepaald welke vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk zijn.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
4
2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied (gegevens projectgebied staan weergegeven in tabel 1) bestaat uit een stenen schuur met houten uitbouw. De omgeving van het projectgebied bestaat uit graslandpercelen waar vee graast en landbouwpercelen waar aardappelen en groenten verbouwd worden. De wijdere omgeving van het projectgebied bestaat uit Maasdam aan de noordkant van het projectgebied, s’-Gravendeel aan de oostkant van het projectgebied en Strijen aan de zuidkant van het projectgebied. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in Afbeelding 1. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 2. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie:
Derde Kruisweg Derde Kruisweg Strijen Hoeksche Waard Zuid-Holland
Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied stenen schuur Derde Kruisweg Strijen met een rode lijn (Bron: Google Maps).
De stenen schuur (Afbeelding 2) heeft enkelwandige muren zonder spouw. In de muren zijn diverse scheuren aanwezig. Ramen en deuren zijn niet meer aanwezig door achterstallig onderhoud, waardoor de wind vrij spel heeft in de schuur en veel tocht kan ontstaan. De houten uitbouw heeft een enkele wand en het dak bestaat uit golfplaten. Rondom de schuur zijn geen bomen en struiken aanwezig.
Afbeelding 2: De schuur aan de Derde Kruisweg.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
5
2.2 T OEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN In het projectgebied is men voornemens om de schuur te slopen. Er wordt geen nieuwbouw gerealiseerd. De grond waar de schuur staat zal weer onderdeel worden van de agrarische percelen. De planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van het ecologisch soortenonderzoek niet bekend. 2.3 RESULTATEN EERDER UITGEVOERD ECOLOGISCH ONDERZOEK Op basis van de eerder uitgevoerde ecologische quickscan (VanderHelm Milieubeheer B.V., kenmerk GESG20200220, d.d. 30 april 2020) op drie locaties langs de Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel en Strijen wordt geconcludeerd dat enkel ter plaatse van de – in onderhavig onderzoek besproken – stenen schuur juridisch zwaarder beschermde soorten worden verwacht, en wel deze: steenuil en kerkuil. Voor alle aanwezige soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden (ook op de andere twee locaties die staan beschreven in de eerdergenoemde ecologische quickscan) geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
6
3 METHODE Het onderzoek naar nesten en rustplaatsen van steenuilen en kerkuilen is gebaseerd op de ethische code van het Netwerk Groene Bureaus - Branchevereniging voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging (juni 2008 en februari 2010), het Kennisdocument Steenuil (2017) en het Kennisdocument Kerkuil (2017). 3.1 VOGELS MET EEN NESTPLAATS OF RUSTPLAATS In het projectgebied worden nesten en rustplaatsen van de steenuil en rustplaatsen van de kerkuil verwacht. Op de gemelde locatie is geen kerkuilkast aanwezig, waardoor een nest van een kerkuil in de stenen schuur op basis van de quickscan al uitgesloten kan worden. De schuur kan wel door een kerkuil gebruikt worden als rustplaats. Een steenuil kan zonder kast in de nok van de schuur broeden. Correspondentie uilenwerkgroep Voorafgaand aan het soortgericht onderzoek naar steenuil en kerkuil is contact gezocht met de lokale uilenwerkgroep van het Hoekschewaards Landschap. Dergelijke werkgroepen doen vaak al jarenlang gestructureerd onderzoek naar uilen, en bezitten daarom een schat aan informatie over het voorkomen van bijvoorbeeld steenuil en kerkuil.
Uit de correspondentie met de uilenwerkgroep van het Hoekschewaards Landschap blijkt dat er geen waarnemingen van steenuilen bekend zijn in de directe omgeving van onderhavig projectgebied, maar ook dat een kerkuil de stenen schuur in het verleden af en toe gebruikte als rustplaats. In 2015/2016 hebben vrijwilligers van deze werkgroep braakballen van een kerkuil en van een torenvalk gevonden bij de schuur. Daarna hebben zij de locatie niet meer bezocht. De braakballen die gevonden zijn tijdens het veldbezoek van de quickscan zijn afkomstig van zowel een kerkuil als een torenvalk. Kerkuilen maken gebruik van een netwerk van rustplaatsen en uitkijkpunten tussen hun nestplaats en jachtgebieden. De maximaal overbrugbare afstand tussen nestplaats en jachtgebied ligt rond de 5 kilometer bij kerkuilen. Er zijn meerdere kerkuilkasten aanwezig binnen een straal van 5 kilometer rond het projectgebied (zie Tabel 2). Een aantal kasten is al jarenlang in gebruik door broedparen. Deze kasten worden ook door kerkuilen gebruikt als rustplaats. Tabel 2. Aanwezige kerkuilenkasten in de omgeving van het projectgebied. Locatie kast Broedgeval Kromme Elleboogseweg, Strijen Nee Keizersdijk, Strijen Ja, alle jaren Eerste Kruisweg, ’s-Gravendeel Nee Boendersweg, ’s-Gravendeel Ja, 2018 Oud Bonaventurasedijk, Strijen Nee Oudendijk, Strijen* Ja, alle jaren
Afstand tot projectgebied 1,1 km 1,7 km 2 km 2,4 km 2,5 km 4,4 km
* Meerdere kasten aanwezig, 2 broedgevallen op geringe afstand van elkaar. Algemeen Tijdens het eerste bezoek is gezocht naar individuen en sporen van deze uilen zoals braakballen, veren en krijtstrepen (poepsporen langs wanden). Alle bezoeken zijn uitgevoerd met 1 persoon, die het hele projectgebied kon overzien. Door de veldbezoeken met 1 persoon uit te voeren zijn geen nest- of rustlocaties van steenuilen of kerkuilen gemist. De onderzoeker heeft de omgeving van het projectgebied (ongeveer 2 kilometer rondom) geïnspecteerd op de aanwezigheid van verblijfplaatsen door langzaam rond te rijden met de auto en te letten op rustende, roepende of jagende individuen. Dit is afgewisseld met posten bij het projectgebied. Ten tijde van de bezoeken is gelet op één of meer van de volgende waarnemingen: Het aantreffen van een individu Het aantreffen van een nest (met of zonder individu en met of zonder eieren/jongen); Het horen van een reactie op het afspelen of nabootsen van de roep. Indien nestindicatieve waarnemingen zijn gedaan is de (globale) locatie van het nest vastgesteld en is bepaald of de omgeving van het projectgebied essentieel leefgebied (foerageergebied en/of migratieroute) van de steenuil of kerkuil betreft.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
7
3.1.1 STEENUIL Het soortgericht onderzoek naar steenuilen is uitgevoerd conform het Kennisdocument Steenuil (Bij12, 2017). Er zijn drie bezoeken tussen 1 februari en 30 april uitgevoerd, waarbij er minimaal 1 maand tussen het eerste en het laatste bezoek zit. De bezoeken zijn bij goede weersomstandigheden (droog en windkracht <4 Bft) in de avondschemer uitgevoerd, tussen een halfuur na zonsondergang en middernacht. Tijdens het eerste bezoek is gezocht naar sporen en individuen van de steenuil. Tijdens de overige bezoeken werd de baltsroep van de steenuil afgespeeld of nagebootst om een reactie uit te lokken. Bij een reactie is het afspelen of nabootsen meteen gestopt om verdere verstoring te voorkomen. Het eerste bezoek van het soortgericht onderzoek naar de steenuil heeft, conform protocol, plaatsgevonden tijdens het veldbezoek van de quickscan op 18 februari 2020. 3.1.2 KERKUIL Het soortgericht onderzoek naar kerkuilen is uitgevoerd conform het Kennisdocument Kerkuil (Bij12, 2017). Er zijn drie bezoeken tussen 1 februari en 15 oktober uitgevoerd, waarbij er minimaal 1 maand tussen het eerste en het laatste bezoek zit. Eén van deze bezoeken (op 16 april 2020) is gecombineerd uitgevoerd met een veldbezoek voor de steenuil. De bezoeken zijn in de avond na zonsondergang en bij goede weersomstandigheden uitgevoerd.
Tevens is in de omgeving gezocht naar de aanwezigheid van rustende, roepende en jagende kerkuilen om een beeld te krijgen van de lokale populatie. Bij het uitvoeren van de ecologische quickscan op 18 februari 2020 is overdag gezocht naar sporen en individuen van de kerkuil. 3.2 OVERZICHT BEZOEKEN EN WEERGEGEVENS Tabel 3 geeft een overzicht van de in totaal vier uitgevoerde veldbezoeken. Tabel 4 geeft de weersomstandigheden op de dag van uitvoering weer. Voor de tijden van zonsopkomst- en zonsondergang wordt verwezen naar 0. Tabel 3: Uitgevoerde veldbezoeken. Datum 18-02-2020 24-03-2020 16-04-2020 06-08-2020
Moment v.h. veldbezoek Overdag Avond Avond Avond
Tabel 4: Weersomstandigheden* Temperatuur (°C) Datum
Soort(en) Steenuil en kerkuil Steenuil Steenuil en kerkuil Kerkuil
Tijdstip (begin - einde) In de middag 20:00 – 22:00 20:00 – 23:00 21:20 – 23:20
Overheersende windrichting –kracht (Bft)
Uitvoerende(n) Dhr. ing. A. Kolders Dhr. ing. A. Kolders Dhr. ing. A. Kolders Dhr. H. Wieleman
Bewolking
Neerslag (mm)
Min.
Max.
18-02-2020
6,0
9,4
ZW – 5**
Vrijwel geheel bewolkt
0,8
24-03-2020
-2,8
11,9
OZO – 3
Licht bewolkt
0,0
16-04-2020
3,7
21,0
ONO – 2
Zwaar bewolkt
0,0
Half bewolkt
0,0
06-08-2020 15,3 29,2 ZZW – 2 * Weersomstandigheden dichtstbijzijnde weerstation (Rotterdam). ** Op het moment van het veldbezoek was de windkracht < 4 Bft
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
8
4 TOETSING ONDERZOEKSRESULTATEN AAN WET NATUURBESCHERMING In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. In onderhavig hoofdstuk worden de resultaten van de soortgerichte onderzoeken toegelicht en getoetst aan deze wet. De kaart met waarnemingen van het bezoek op 6 augustus is opgenomen in bijlage 4. Van de overige veldbezoeken zijn geen kaarten opgenomen, omdat ten tijde van deze bezoeken geen relevante waarnemingen gedaan zijn. 4.1.1 STEENUIL Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat er in het projectgebied geen nesten of rustplaatsen van steenuilen aanwezig zijn. Er zijn geen individuen of sporen waargenomen in of nabij het projectgebied. Met betrekking tot steenuilen zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.1.2 KERKUIL Uit het soortgericht onderzoek blijkt dat de schuur niet fungeert als essentiële rustplaats van een kerkuil. Tijdens de veldbezoeken zijn geen kerkuilen waargenomen dichtbij het projectgebied. Wel zijn tijdens het eerste bezoek braakballen van een kerkuil gevonden en tijdens het laatste bezoek is op ruim 300 meter van het projectgebied een jagende kerkuil waargenomen. Kerkuilen laten regelmatig braakballen achter bij hun uitkijkposten en rustplaatsen.
In de periode van het onderzoek (bijna 6 maanden tussen het veldbezoek van de quickscan en het laatste veldbezoek van het soortgerichte onderzoek) zijn geen nieuwe braakballen aangetroffen bij de schuur. Dit wijst erop dat in die periode geen gebruik is gemaakt van de schuur door kerkuilen. De schuur is daarom geen essentieel onderdeel van het netwerk van de kerkuil. Daarnaast zijn er voldoende uilenkasten in de omgeving waar niet in gebroed wordt. Deze kasten zijn geschikt als rustplaats en bieden een goed alternatief voor een eventuele rustplaats op de schuur. Met betrekking tot kerkuilen zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wet natuurbescherming. 4.1.3 OVERIGE WAARNEMINGEN Tijdens het laatste veldbezoek is een roepende boomvalk waargenomen in een elektriciteitsmast dicht bij het projectgebied. Later op de avond heeft de boomvalk de mast als rustplaats gebruikt om de nacht door te komen. Daarnaast is een jagende ransuil waargenomen tijdens het laatste veldbezoek. Het jagen gebeurde vooral boven het perceel aan de overkant van de weg (zie bijlage 4).
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
9
5 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN Ter plaatse van de schuur langs de Derde Kruisweg te Strijen is een soortgericht onderzoek naar steenuilen en kerkuilen uitgevoerd. Ter plaatse van het projectgebied is men voornemens in de toekomst de schuur te slopen en het gebied weer in te zetten voor agrarisch gebruik. Het doel van het onderzoek is het uitsluiten dan wel aantonen van nesten, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van alle onderzochte soorten in het projectgebied. Vervolgens is bepaald of door de werkzaamheden sprake kan zijn van het overtreden van de Wet natuurbescherming en welke vervolgstappen mogelijk noodzakelijk zijn. 5.1 CONCLUSIES Op basis van het soortgericht onderzoek is het volgende geconcludeerd: Tabel 5: Conclusies soortgericht onderzoek. Soort(groep)
Conclusie
Steenuil
-
In de omgeving van het projectgebied zijn geen steenuilen waargenomen. In het projectgebied zijn geen nesten, rustplaatsen of essentieel leefgebied van de steenuil vastgesteld.
-
In de omgeving van het projectgebied is een jagende kerkuil waargenomen. In het projectgebied zijn geen nesten of essentieel leefgebied van de kerkuil vastgesteld.
Kerkuil
5.2 VERVOLGSTAPPEN Er zijn geen vervolgstappen nodig anders dan reeds beschreven in het rapport van de ecologische quickscan. Deze vervolgstappen zijn hier nogmaals weergegeven in Tabel 6. Tabel 6: Aanbevelingen soortgericht onderzoek. Vervolgstappen
Uitvoering
Periode
Algemene broedvogels
Geadviseerd wordt de werkzaamheden in eerste instantie uit te voeren buiten het broedseizoen. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Indien algemene broedvogels in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.
Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus. De daadwerkelijke periode is afhankelijk van weersinvloeden en vogelsoorten die in het projectgebied worden verwacht. De duur van het broedseizoen dient te worden bepaald door een deskundig ecoloog.
Gedurende de uitvoering van de werkzaamheden.
Zorgplicht
Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft dient direct een deskundig ecoloog te worden geraadpleegd om af te stemmen of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij twijfel over de aanwezigheid van een strikt beschermde soort wordt geadviseerd altijd de hulp van een deskundige in te schakelen.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
10
REFERENTIELIJST -
-
BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument Kerkuil. BIJ12 (juli 2017, versie 1.0). Kennisdocument Steenuil. Diepenbeek, A. van (1999). Veldgids Diersporen. Sporen van gewervelde landdieren. Uitgeverij KNNV. Hoekschewaards Landschap: www.hwl.nl/#!workgroupspage/i2951/werkgroep-uilen.html (geraadpleegd op 28 juli 2020) Kerkuilenwerkgroep Nederland: www.kerkuil.com (geraadpleegd op 17 augustus 2020) Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Netwerk Groene Bureaus: www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol Rijksoverheid (2012). Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). STONE Steenuilenoverleg Nederland: www.steenuil.nl (geraadpleegd op 29 juli 2020) VanderHelm Milieubeheer B.V. (2020). GESG20200220 drie locaties Derde Kruisweg te ‘s- Gravendeel en Strijen, d.d. 30 april 2020.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
11
BIJLAGE 1
KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING
DESKUNDIGHEID
De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in Box 1. Box 1: Voorwaarden voor deskundigheid, Ministerie van Economische Zaken. Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten,
De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.
VOLLEDIGHEID ONDERZOEK
De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar. Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. KWALITEITSBORGING
VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op de door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. VERANTWOORDING
VanderHelm Milieubeheer B.V. is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage
BIJLAGE 2
REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED
= Projectgebied Bron: Google Maps
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage
BIJLAGE 3
TIJDEN ZONSOPKOMST EN ZONSONDERGANG
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage
BIJLAGE 4
WAARNEMINGEN TIJDENS VELDBEZOEKEN
De kaarten van de bezoeken op 24 maart en 16 april zijn achterwege gelaten omdat (relevante) waarnemingen ontbreken.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage
Bijlag e:Steenu ilen kerku ilveldb ezoek 2432020( avond)
Legenda
P rojec tb eg renzing
VANDERHELM MI LI EUBEHEERB. V. Nob elsing el2 2652XABerkelen Rodenrijs
1: 1, 500 0
100M
Aan deweerg eg ev en m aten en afs tanden ku nnen g een rec h ten en/ of plic h ten worden ontleend.
Tel:0102492460 Em ail:h m b @vdh elm . nl Fax:0102492470 www. vdh elm . nl P rojec tc ode:GESG20200405 Form aat:A4
s ere la nd , Crom mwue nit y Ma C ont ib ue te or Soortg eric h tonderzoekE s crih uNue rdD rd e K u is g t e ’ spGr a vernd ls
Bijlag e:St eenuilenkerkuilv eld bezoek 1642020( av ond )
1
Legenda
Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren) T apuit ,t er plaat se Projec t beg renz ing
VANDER HELM MI LI EUBEHEER B. V. Nobelsing el2 2652XABerkelenR od enrijs
1: 1, 500 0
100M
Aand eweerg eg ev enm at enenaf st and enkunneng eenrec h t enen/ ofplic h t enword enont leend .
Tel:0102492460 Em ail:h m b@v d h elm . nl Fax:0102492470 www. v d h elm . nl :A4 Projec t c od e:GESG20200405 Form aat
Ned D ere la , Crom m un y Ma C on t r ib or Soort g eric h tond erzoekE scsrih uur rdnde K uisw egit t e ’ s pGr a ve n d ut ee ls
Bijlag e:Steenu ilen kerku ilveldb ezoek 682020( avond)
1
1
Legenda
Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren)
Boomvalk,nestindic erend( in elec tric iteitsmast) Kerku il,ter plaatse
1
Ransu il,foerag erend P rojec tb eg renzing
VANDERHELM MI LI EUBEHEERB. V. Nob elsing el2 2652XABerkelen Rodenrijs
1: 4, 000 0
240M
Aan deweerg eg ev en maten en afstanden ku nnen g een rec h ten en/ of plic h ten worden ontleend.
Tel:0102492460 Email:h mb @vdh elm. nl Fax:0102492470 www. vdh elm. nl P rojec tc ode:GESG20200405 Formaat:A4
ere la nd , Crommu nit y Ma C ont ib ue te or Soortg eric h tonderzoekE scsrih uNue rdD rd e K u iswe g t e ’ s pGr a vernd ls
Bijlag e:Steenu ilen kerku ilveldb ezoek 682020( avond)
1
1
Legenda
Waarnemingen: soort, gedrag (aantal dieren)
Boomvalk,nestindic erend( in elec tric iteitsmast) Kerku il,foerag erend
1
Ransu il,foerag erend P rojec tb eg renzing
VANDERHELM MI LI EUBEHEERB. V. Nob elsing el2 2652XABerkelen Rodenrijs
1: 4, 000 0
240M
Aan deweerg eg ev en maten en afstanden ku nnen g een rec h ten en/ of plic h ten worden ontleend.
Tel:0102492460 Email:h mb @vdh elm. nl Fax:0102492470 www. vdh elm. nl P rojec tc ode:GESG20200405 Formaat:A4
ere la nd , Crommu nit y Ma C ont ib ue te or Soortg eric h tonderzoekE scsrih uNue rdD rd e K u iswe g t e ’ s pGr a vernd ls
BIJLAGE 5
SOORTINFORMATIE WAARGENOMEN EN ONDERZOCHTE SOORTEN
Kerkuil – Tyto alba De kerkuil is ongeveer 33 tot 39 cm lang. De bovenzijde is goudbruin gevlekt, de onderzijde van de vleugels is vrijwel wit en de buik is vaak beige met kleine donkere stipjes. De kerkuil heeft een kenmerkend hartvormig gezicht met donkere ogen. In Nederland komt de kerkuil voornamelijk voor in (half)open landschappen zoals boerenland. De kerkuil is nachtactief en zit overdag vaak in rustige, donkere schuilhoekjes. De kerkuil is plaatstrouw en broedt meestal in gebouwen zoals schuren en kerktorens en in speciale nestkasten. De broedperiode loopt van eind maart tot ver in het najaar. Het aantal broedsels (maximaal drie per jaar) en het aantal eieren per nest is sterk afhankelijk van de veldmuizenstand. Steenuil – Athene noctua De steenuil is een klein uiltje van ongeveer 21 tot 27 cm lang. De bovenzijde is bruingrijs met witte strepen en vlekken. De onderzijde is lichtgrijs met donkere brede strepen. De steenuil heeft een streng gezicht en een afgeplatte, brede kop met gele ogen. In Nederland komt de steenuil voornamelijk voor rondom woningen, erven en boerderijen. De steenuil is dagactief en zit vaak op paaltjes of andere opvallende uitkijkposten. De steenuil broedt vaak in nestkasten of ruimtes in bebouwing. De broedperiode loopt van eind maart tot begin juni en bestaat uit een broedsel per jaar.
Ransuil – Asio otus De ransuil is een slanke uil van ongeveer 36 cm lang. De bovenzijde is geelbruin en gemarmerd en lijkt op boomschors. De onderzijde is licht roestgeel met donkere lengtestrepen. De ransuil heeft oranjegele ogen en opvallende lange en vaak omhooggerichte oorpluimen. Het leefgebied van de ransuil omvat onder andere agrarische gebieden, open bos, bosranden, parken, duinen, heiden, hoogvenen en moerasgebieden. Hij ontbreekt alleen in groot, aaneengesloten bos. De ransuil jaagt bij voorkeur in open veld, langs wegbermen en op plekken met kaalslag. Broeden en roesten doet hij bij voorkeur in naaldbomen, die hem de beste dekking bieden. Tussen eind maart en half april legt de ransuil gemiddeld 4-6 eieren in een enkel broedsel.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage
Boomvalk – Falco subbuteo De boomvalk is een kleine valk met lange, spitse vleugels en een korte staart. Volwassen vogels hebben een blauwgrijze bovenzijde en kenmerkende roodbruine ‘broek’. De opvallend witte wangen contrasteren met de zwarte kopkap. Deze zomervogel overwintert in tropisch Afrika. De boomvalk broedt van mei tot juni in oude kraaien- of eksternesten, liefst in halfopen bos of aan de randen ervan. Soms ook in stadsparken, solitaire bomen, populierensingels en in hoogspanningsmasten. Het legsel bestaat uit 2-4 eieren. De boomvalk is gespecialiseerd in het vangen van vliegende prooien zoals vogels en libellen. Jaagt graag in open land en kan zelfs zwaluwen en gierzwaluwen slaan.
GESG20200405 ESO steenuil en kerkuil Derde Kruisweg te Strijen
Bijlage