CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting bijlage 4

Besluitvormende raad 26 april 2022, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bijlage bij bestemmingsplan6.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ECOLOGISCHE QUICKSCAN DRIE LOCATIES DERDE KRUISWEG

M I L I E U B E H E E R

TE ’S-GRAVENDEEL EN STRIJEN

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

1

ECOLOGISCHE QUICKSCAN DRIE LOCATIES DERDE KRUISWEG TE ’S-GRAVENDEEL EN STRIJEN

Colofon

Opdrachtgever:

Van Gelder agrarisch & landelijk vastgoed 2e Barendrechtseweg 302 2992 SL Barendrecht

Adviesbureau:

VanderHelm Milieubeheer B.V. Nobelsingel 2 2652 XA Berkel en Rodenrijs 010 -249 24 60 info@vdhelm.nl www.vdhelm.nl

Projectfoto's:

Dhr. ing. A. Kolders

Wijze van citeren:

VanderHelm Milieubeheer B.V. (2020). GESG20200220 drie locaties Derde Kruisweg te ’sGravendeel en Strijen, d.d. 30 april 2020.

© VanderHelm Milieubeheer B.V.

Verantwoording

Projectcode:

GESG20200220

Status / versie

Definitief- versie 3

Datum

30-04-2020

Auteur

Dhr. ing. A. Kolders

Kwaliteitscontrole

. Mevr. ing. T. Deugd

Vrijgave

Mevr. ing. K.E. Orie-Vreugdenhil

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

2

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................................... 4 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................................ 4 1.2 DOELSTELLING ......................................................................................................................................................... 4 2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING ......................................................................................................................... 5 2.1 HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................................... 5 2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN ............................................................................................................... 7 3 TOETSING WERKZAAMHEDEN AAN WET NATUURBESCHERMING ...................................................................... 8 3.1 BESCHERMDE SOORTEN .............................................................................................................................................

8 3.2 BESCHERMDE GEBIEDEN .......................................................................................................................................... 14 4 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN ...................................................................................................................16 4.1 VERVOLGSTAP 1 : UITVOEREN VAN VERVOLGONDERZOEK ............................................................................................... 16 4.2 VERVOLGSTAP 2: AANVRAGEN ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING EN MITIGERENDE MAATREGELEN .............................. 16 4.3 VERVOLGSTAP 3: VOORKOMEN OVERTREDING OP DE WET NATUURBESCHERMING TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN ..................... 17 REFERENTIELIJST ..................................................................................................................................................18

BIJLAGEN 1. KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING 2. REGIONALE SITUATIEKAART 3. FOTO’S TER PLAATSE

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

3

1 INLEIDING VanderHelm Milieubeheer B.V. te Berkel en Rodenrijs heeft van Van Gelder agrarisch & landelijk vastgoed opdracht gekregen om een ecologische quickscan uit te voeren ter plaatse van drie locaties aan de Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel en Strijen. 1.1 AANLEIDING De voorgenomen werkzaamheden in het projectgebied vormen de aanleiding tot het uitvoeren van deze ecologische quickscan. De werkzaamheden betreffen de sloop van twee schuren en een kas. Tijdens de planvorming dient inzichtelijk te worden gemaakt of door de werkzaamheden een negatief effect kan ontstaan op beschermde flora en fauna, beschermde natuurgebieden en houtopstanden. Indien hier sprake van is dient te worden bepaald of deze negatieve effecten kunnen worden voorkomen en of er sprake is van een ontheffings- of meldingsplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.2 DOELSTELLING Het doel van een ecologische quickscan is te bepalen of rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Dit doel wordt opgesplitst in de volgende subdoelen.  Het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora- en fauna in of nabij het projectgebied en het verkrijgen van inzicht in de (mogelijke) effecten van de werkzaamheden op de eventueel aanwezige beschermde soorten.

 Het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde natuurgebieden in of nabij het projectgebied en het al dan niet uitsluiten van effecten van de werkzaamheden op eventueel aanwezige beschermde natuurgebieden.  Het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid van beschermde houtopstanden. In onderhavig project zijn geen bomen aanwezig, waardoor deze doelstelling niet van toepassing is.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

4

2 PROJECTGEBIED EN OMGEVING 2.1 HUIDIGE SITUATIE Het projectgebied (gegevens projectgebied staan weergegeven in tabel 1) bestaat uit twee schuren en een kas op drie verschillende locaties. De afstand tussen beide schuren bedraagt circa 850 meter en daartussen is de kas gelegen. De locaties worden hieronder verder toegelicht. De omgeving van het projectgebied bestaat uit graslandpercelen waar vee graast en landbouwpercelen voor aardappelen en andere groenten. De wijdere omgeving van het projectgebied bestaat uit Maasdam aan de noordkant van het projectgebied, s’-Gravendeel aan de oostkant van het projectgebied en Strijen aan de zuidkant van het projectgebied. De begrenzing van het projectgebied wordt weergegeven in Afbeelding 1 tot en met 3. Voor de regionale ligging van het projectgebied wordt verwezen naar bijlage 2. Een fotografische weergave van het projectgebied is opgenomen in bijlage 3. Tabel 1: Gegevens projectgebied Projectgebied: Straat: Plaats: Gemeente: Provincie:

Derde Kruisweg Derde Kruisweg ’s-Gravendeel Hoeksche Waard Zuid-Holland

Afbeelding 1: Begrenzing projectgebied schuur Derde Kruisweg ’s-Gravendeel met een rode lijn (Bron: Googlemaps).

Afbeelding 2: Begrenzing projectgebied schuur Derde Kruisweg ’s-Gravendeel met een rode lijn (Bron: Googlemaps).

Afbeelding 3: Begrenzing projectgebied kas Derde Kruisweg 1 ’s-Gravendeel met een rode lijn(Bron: Googlemaps).

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

5

De schuur op Afbeelding 1 is tijdens een winterstorm van 2019/2020 omgewaaid (Afbeelding 4). De schuur bestond onder andere uit muren van hout en een golfplaten dak. Rondom de omgewaaide schuur zijn geen bomen en struiken aanwezig.

Afbeelding 4: Omgewaaide schuur aan de Derde Kruisweg.

De schuur op Afbeelding 2 betreft een stenen schuur (Afbeelding 5). De muren zijn enkelwandig en bevatten geen spouwmuur. In de muren zijn diverse scheuren aanwezig. De ramen en deuren zijn, door achterstallig onderhoud, niet meer in de schuur aanwezig, waardoor veel tocht en wind ontstaat. Rondom de stenen schuur zijn geen bomen en struiken aanwezig.

Afbeelding 5: De stenenschuur aan de Derde Kruisweg.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

6

De kas op Afbeelding 3 bestaat uit glas, zonder aanwezigheid van openingen, kieren en/of een spouw (Afbeelding 6). Aan de oostkant van de kas staan twee struiken waar al enkele jaren geen onderhoud aan is uitgevoerd. In de struiken zijn geen holten, los schors en nesten aanwezig. Rondom de kas liggen verspreid op de grond diverse materialen zoals bloempotten, pallets, zandzakken en stenen.

Afbeelding 6: De kas aan de Derde Kruisweg.

2.2 TOEKOMSTIGE SITUATIE EN WERKZAAMHEDEN In het projectgebied is men voornemens om de twee schuren en de kas te slopen. Er wordt geen nieuwbouw op de locaties gerealiseerd. De gronden waar beide schuren en de kas staan zullen weer onderdeel worden van de agrarische percelen. De planning van de werkzaamheden is tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan nog niet bekend.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

7

3 TOETSING WERKZAAMHEDEN AAN WET NATUURBESCHERMING In Nederland wordt de bescherming van natuur geregeld met behulp van de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming omvat de bescherming van soorten (van nature in het wild voorkomende, inheemse, planten en dieren), de bescherming van gebieden (zoals bijvoorbeeld Natura 2000-gebied en belangrijke weidevogelgebieden) en de bescherming van houtopstanden. De volledige wettekst is te vinden op https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. In onderhavig hoofdstuk worden de werkzaamheden getoetst aan de Wet natuurbescherming, per type bescherming. 3.1 BESCHERMDE SOORTEN De bescherming van soorten is onderverdeeld in drie categorieën: vogels, Europees beschermde soorten (Habitatrichtlijn bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I) en nationaal beschermde soorten. Provincie Zuid-Holland heeft een aantal nationaal beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10, voor projecten in het kader van ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied is in eerste instantie een bureaustudie uitgevoerd. Hierbij zijn verscheidene verspreidingsatlassen, verspreidingskaarten, de NDFF en jaarverslagen geraadpleegd.

De informatie uit deze atlassen is niet altijd actueel en veelal op uurhok weergegeven (5 x 5 km). Hierdoor kunnen deze gegevens voor onderhavig projectgebied enkel als richtlijn worden toegepast en tijdens het veldbezoek worden getoetst. In de NDFF is binnen een straal van 2 kilometer gekeken naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Deze afstand is in stedelijk gebied overbrugbaar voor een groot aantal beschermde soorten. Op 18 februari 2020 is door deskundig (zie bijlage 1 voor definitie) ecoloog: Dhr. A. Kolders een veldbezoek overdag uitgevoerd, waarbij de projectlocatie nauwkeurig, en de omgeving van het projectgebied globaal, is onderzocht. In Tabel 2 zijn beschermde soorten weergegeven die op basis van het bureauonderzoek in het projectgebied kunnen worden verwacht. Op basis van het veldonderzoek zijn vervolgens de twee grijs inkleurde, rechter kolommen ingevuld.

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuiz en

Vogels

Tabel 2: Verwachte beschermde flora – en faunasoorten in het projectgebied op basis van het bureau- en veldonderzoek. Aangetroffen (A), Verwachte SoortWetenschappelijke verwacht (V), gebiedsgroep Nederlandse naam naam Beschermde status Bron* uitgesloten (U). functie# Inheemse vogels

Aves

Vogelrichtlijn

1, 2, 3, 4

A

V

Steenuil

Corvus frugilegus

Vogelrichtlijn, cat. 1

1, 2, 3, 4

V^

V

Kerkuil

Falco subbuteo

Vogelrichtlijn, cat. 3

1, 2, 3, 4

V^

V

Boerenzwaluw

Certhia brachydactyla

Vogelrichtlijn, cat. 5

1, 2, 3, 4

V^

V

Ekster

Pica pica

Vogelrichtlijn, cat. 5

1, 2, 3, 4

V**

V

Huiszwaluw

Delichon urbicum

Vogelrichtlijn, cat. 5

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Bever

Castor fiber

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Noordse woelmuis

Microtus oeconomus

Europees beschermd

1, 2, 3, 4

U

N.v.t.

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Bunzing

Mustela nutorius

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Egel

Erinaceus europaeus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

8

Amfibieën

Soortgroep

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Beschermde status

Bron*

Aangetroffen (A), Verwachte verwacht (V), gebiedsuitgesloten (U). functie#

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Haas

Lepus europaeus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Hermelijn

Mustela erminea

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Veldmuis

Microtus arvalis

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Vos

Vulpes vulpes

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Wezel

Mustela nivalis

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Bruine kikker

Rana temporaria

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Gewone pad

Bufo bufo

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Vrijgesteld

1, 2, 3, 4

V

Legenda: ▪ Vogelrichtlijn: is van toepassing op alle inheemse vogels. ▪ Europees beschermd: deze soorten zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I. ▪ Vrijgesteld: deze soorten zijn opgenomen in bijlage A van de Wet natuurbescherming en vrijgesteld door provincie Zuid-Holland. ▪ Vogels, categorie 1: nesten die ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als rustplaats (voorbeeld: steenuil); ▪ Vogels, categorie 3: nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar, kerkuil en slechtvalk); ▪ Vogels, categorie 5: nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich, als de broedplaats verloren is gegaan, elders te vestigen; * Bron: 1 = verspreidingsatlas; 2 = www.telmee.nl; 3 = inschatting op basis van biotoop (m.b.v. Google Maps); 4 = NDFF # = Gebiedsfunctie: V: voortplantingsplaats, rustplaats of nest; F: foerageergebied; VL: vliegroute.

De gebiedsfunctie is alleen weergegeven voor streng beschermde soorten ^= De steenuil en de kerkuil worden alleen verwacht in de stenen schuur. **= De ekster wordt alleen in de struiken van de kas verwacht.

Als aanvulling op de tabel is per soortgroep uitgewerkt welke (zwaar)beschermde soorten op basis van de bureaustudie binnen het projectgebied worden verwacht, dan wel kunnen worden uitgesloten. Voor alle verwachte soorten zijn de gebiedsfuncties en de beschermde elementen volgens de Wet natuurbescherming beschreven. 3.1.1 VOGELS Jaarrond beschermde nesten - categorie 1 tot en met 4 Tijdens het locatiebezoek zijn geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen van vogels uit categorie 1 tot en met 4. Nest- en /of rustplaatsen van de volgende soorten kunnen op één locatie echter niet op voorhand worden uitgesloten: steenuil en kerkuil. De nesten uit categorie 1 tot en met 4 zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Box 1), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Nest- en rustplaatsen in de omgewaaide schuur en de kas kunnen op voorhand worden uitgesloten, door het ontbreken van geschikte openingen en kieren.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

9

Box 1: Artikel 3.1: Verbodsbepalingen Vogelrichtlijn. Artikel 3.1 Vogelrichtlijn 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Steenuil (Vogelrichtlijn en categorie 1) Binnen een straal van 2 kilometer van de stenen schuur zijn diverse waarnemingen bekend van de steenuil (bron: NDFF). De meeste waarnemingen van de steenuil zijn afkomstig van de oostkant van het projectgebied en het betreft hier de lintbebouwing aan de Cillaarshoek. De stenen schuur is geschikt als nest- en rustplaats voor de steenuil. Aan de kopse kanten van de schuur is in de nok (Afbeelding 7) ruimte aanwezig waar de steenuil kan nestelen. Tevens zijn in de schuur en onder de nok braakballen gevonden, die afkomstig zijn van een steenuil en/of kerkuil (Afbeelding 7). Op basis hiervan kunnen nest- en rustplaatsen van de steenuil niet worden uitgesloten. Kerkuil (Vogelrichtlijn en categorie 3) Binnen een straal van 2 kilometer van de stenen schuur zijn diverse waarnemingen bekend van de kerkuil (bron: NDFF). De meeste waarnemingen van de kerkuil zijn afkomstig aan de oostkant van het projectgebied en het betreft hier de lintbebouwing aan de Cillaarshoek. Er zijn enkele waarnemingen bekend langs de Derde Kruisweg. De stenen schuur is geschikt als rustplaats voor de kerkuil. Nestplaatsen kunnen worden uitgesloten, omdat de ruimte in de nok te klein is voor de kerkuil. Rusten kan de kerkuil op het dak van de schuur en/of in de schuur, door het ontbreken van glas en deuren.

Tevens zijn in de schuur en onder de nok braakballen gevonden, die afkomstig zijn van een steenuil en/of kerkuil (Afbeelding 7). Op basis hiervan kan een rustplaats van de kerkuil niet worden uitgesloten.

Afbeelding 7: De stenen schuur met in de nok ruimte waar een steenuil in kan broeden (links) en braakballen onder de nok, afkomstig van een steenuil en/of kerkuil (rechts).

Indien jaarrond beschermde nesten van steenuil of rustplaatsen van de kerkuil aanwezig zijn zullen deze door de sloopwerkzaamheden worden vernield wat een overtreding van artikel 3.1 betreft. Wanneer werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd bestaat de kans dat de nesten opzettelijk worden verstoord en dieren worden gedood. Om te bepalen of sprake is van een overtreding van artikel 3.1 dient in eerste aanleg te worden bepaald of nesten van steenuil en/of rustplaatsen van de kerkuil aanwezig zijn. Indien nesten van de steenuil en/of rustplaatsen van de kerkuil aanwezig zijn dient een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

10

Jaarrond beschermde nesten categorie 5 – voldoende alternatief Voor vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 biedt het projectgebied geschikt biotoop, door de aanwezigheid van gebouwen. In de stenen schuur kan de boerenzwaluw broeden. Geschikte locaties voor de boerenzwaluw zijn de dwarsbalken waarop de boerenzwaluw een nest kan maken. Oude nesten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Daarnaast is ook toegang in de schuur door het ontbreken van ramen en deuren. In de omgewaaide schuur en de kas kunnen boerenzwaluwen worden uitgesloten. Van de ekster zijn geen nesten in het projectgebied aangetroffen, wel kunnen deze, in de struiken ter plaatse van de kas, in de toekomst worden verwacht. Bij de omgewaaide schuur en de stenen schuur zijn geen bomen of struiken aanwezig. Hier kan de ekster worden uitgesloten. De huiszwaluw kan worden uitgesloten, omdat geen huiszwaluwnesten aanwezig zijn aan de gevels van de stenen schuur, omgewaaide schuur en de kas. Vogelnesten uit categorie 5 zijn jaarrond beschermd, middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (box 1), dus ook als het nest niet in gebruik is om te broeden. Voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 5 geldt echter dat als in de omgeving voldoende alternatief aanwezig is, de nesten een gelijke beschermingsstatus hebben als niet-jaarrond beschermde nesten.

In dit geval is voor alle aanwezige en te verwachten soorten voldoende alternatief in de omgeving en geldt de bescherming alleen wanneer een broedgeval aanwezig is. Voor de boerenzwaluw zijn in de omgeving voldoende alternatieven aanwezig, door de aanwezigheid van veel boerderijen en schuren. Niet jaarrond beschermde nesten (algemene broedvogels) In de struiken (Afbeelding 8) ter plaatse van de kas, de kas en stenen schuur van het projectgebied worden niet-jaarrond beschermde nesten van vogels als witte kwikstaart, winterkoning, merel, zanglijster en houtduif verwacht. De nesten en functionele leefomgeving van deze soorten zijn beschermd middels artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Box 1).

Afbeelding 8: De struiken aan de oostkant van de kas. De struiken zijn geschikt voor diverse algemene broedvogels.

Door de werkzaamheden uit te voeren tijdens het broedseizoen kunnen nesten in de watergang en de oever worden vernield en kunnen eieren en individuen worden beschadigd of gedood. Dit betreft een overtreding van artikel 3.1. Tijdens het voorjaar en de zomer is de kans op aanwezigheid van vogelnesten het grootst. Als in deze gevoelige periode wordt gewerkt dient rekening te worden gehouden met broedvogels en moeten eventueel maatregelen worden genomen om het doden van vogels en de vernieling en beschadiging van nesten en eieren te voorkomen.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

11

3.1.2 VLEERMUIZEN Op basis van het bureauonderzoek worden de volgende vleermuizen (allen Habitatrichtlijn) verwacht in de omgeving van het projectgebied: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen, hun migratieroutes, voortplantingsplaatsen en rustplaatsen, zijn beschermd middels artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Box 2). Box 2: Artikel 3.5: Habitatrichtlijn. Artikel 3.5 Habitatrichtlijn 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen in bebouwing Binnen het projectgebied zijn op drie locaties gebouwen aanwezig, bestaande uit een stenen schuur, een houten schuur en een kas. De houten schuur is omgewaaid en de kas bestaat enkel uit glas. Op basis van het ontbreken van openingen, kieren en een spouwmuur kunnen voortplantings- en rustplaatsen van vleermuizen op deze locaties worden uitgesloten. In de stenen schuur is in de kopgevel een lengte- scheur (Afbeelding 9) aanwezig en zijn door achterstallig onderhoud enkele kleine openingen ontstaan in de langsgevels en kopgevels. De stenen schuur heeft echter geen spouw en/of open stootvoegen. In de directe omgeving zijn geen bomen of struiken aanwezig die aansluiten op de stenen schuur. De dichtstbijzijnde bomen bevinden zich op 750 meter afstand. Door het ontbreken van bomen en struiken vormt de schuur een windvanger, waardoor veel tocht en wind in en rond de schuur aanwezig is (Afbeelding 9). Door het ontbreken van bomen en struiken in de omgeving, de grote hoeveelheid tocht en het ontbreken van geschikte openingen en kieren worden voortplantings- en rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de laatvlieger uitgesloten.

Afbeelding 9: De stenen schuur die door het ontbreken van bomen en struiken vormt als windvanger (links) en kleine lengte schuur in kopgevel (rechts).

Foerageergebied Het projectgebied functioneert mogelijk als foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende veel geschiktere alternatieve foerageergebieden aanwezig zoals de lintbebouwing van Cillaarshoek en de tuinen en groenstroken van ’s-Gravendeel en Strijen. Derhalve vormen de twee struiken in het projectgebied geen essentieel onderdeel van de functionele leefomgeving van verblijfplaatsen van vleermuizen die in de wijdere omgeving mogelijk aanwezig zijn. Het kappen van de struiken zal dan ook niet leiden tot een overtreding van artikel 3.5, lid 4, van de Wet natuurbescherming

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

12

(Box 2). Wel geldt voor de mogelijk aanwezige vleermuizen de zorgplicht zoals opgenomen in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat foeragerende en langsvliegende vleermuizen niet onnodig mogen worden verstoord door verlichting. Box 3: Artikel 1.11, Zorgplicht. Artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura-2000 gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura-2000 gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

3.1.3 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Op basis van het bureauonderzoek worden de volgende beschermde grondgebonden zoogdieren verwacht in de omgeving van het projectgebied: bever en noordse woelmuis (beide Europees beschermd). Bever Binnen een straal van 2 kilometer, van de kas, zijn enkele waarnemingen bekend van de bever (bron: NDFF). De waarnemingen zijn afkomstig uit de Rietkreek, circa 500 meter ten oosten van het projectgebied. De kas sluit aan op een watergang wat een uitloper is van de Rietkreek. Binnen het projectgebied zijn geen geschikte structuren aanwezig voor de bever. De bever maakt grote burchten en deze zijn in het projectgebied niet aangetroffen. Ook zijn aan de rand van het projectgebied geen vraatsporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van de bever. Op basis hiervan kan de bever in het projectgebied worden uitgesloten. Noordse woelmuis Binnen een straal van 2 kilometer, van de drie locaties, zijn waarnemingen bekend van Noordse woelmuizen (bron: NDFF). De waarnemingen zijn gedaan op ongeveer 2 kilometer ten zuiden van het projectgebied. Binnen het projectgebied zijn geen waarnemingen bekend. Geschikt habitat is voor deze soort (variatie in kruidenvegetatie, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van zeggensoorten en combinatie van moerassen en droge delen) niet aanwezig.

Daarnaast betreffen dit bekende populaties die geïsoleerd zijn door intensief agrarische landbouw. Op basis hiervan kunnen Noordse woelmuizen in het projectgebied worden uitgesloten. Overige soorten In het projectgebied worden enkel vrijgestelde zoogdieren zoals kleine marterachtigen, vos, egel, konijn, haas en diverse muizensoorten verwacht. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.1.4 AMFIBIEËN In het projectgebied worden enkel vrijgestelde soorten zoals bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad verwacht. Deze soorten worden beschermd middels de zorgplicht, artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming (Box 3). Dit houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht neemt voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 3.1.5 OVERIGE SOORTEN Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde (met uitzondering van de zorgplicht, zie Box 3) vaatplanten, libellen, dagvlinders, reptielen, vissen, weekdieren, spinachtigen en kreeftachtigen waargenomen. Beschermde soorten binnen deze soortgroepen worden op basis van verspreiding en biotoop niet verwacht in het projectgebied.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

13

3.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Aan de hand van gegevens van provincie Zuid-Holland en van het Ministerie van Economische Zaken is bepaald of beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en belangrijk weidevogelgebied) aanwezig zijn in of nabij het projectgebied. Indien door de ingreep mogelijk een toename van stikstofuitstoot plaats vindt, zal worden bepaald of het nabijgelegen natuurgebied gevoelig is voor een toename van stikstof (effectenindicator, Alterra, 2006 - 2014). Voorts kan worden bepaald of het nodig is om een voortoets en/of stikstofdepositieberekening uit te voeren om te bepalen of sprake is van een mogelijk significant negatief effect op het beschermde natuurgebied. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State vastgesteld dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattype en soorten in Natura 2000-gebieden. De maximaal toegestane neerslag van stikstof in gevoelig Natura 2000-gebied is op het moment van schrijven 0,00 mol N/ha/j. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een natuurgebied dat beschermd wordt door de Wet natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is het Oudeland van Strijen. Dit natuurgebied ligt op circa 1,7 kilometer ten westen van het projectgebied.

In het Oudeland van Strijen komen geen habitattypen voor die voor dat betreffende gebied zijn aangewezen. Het gebied is aangewezen als foerageergebied voor de kolgans, dwerggans en smient. Het Natura 2000-gebied Oudeland van Strijen en de kolgans, dwerggans en smient zijn niet gevoelig voor stikstofdepositie. Binnen een straal van 10 kilometer van het projectgebied bevindt zich daarnaast het Natura 2000-gebied Biesbosch en ligt op circa 8 kilometer ten oosten van het projectgebied. In de Biesbosch komen een groot aantal habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, Broedvogels en Niet-broedvogels voor. Gezien de voorgenomen werkzaamheden, het verwijderen en afvoeren van twee schuren en een kas, de afstand tot de beschermde natuurgebieden en de beperkte uitvoeringsduur en materieel wordt een negatief extern effect op Natura 2000-gebieden uitgesloten (Afbeelding 10). Het onderdeel gebiedenbescherming, artikel 2.7, lid 2, van de Wet natuurbescherming is dan ook niet van toepassing op het onderhavige project.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

14

Afbeelding 10: De omgewaaide schuur (blauwe stip), kas (rode stip) en stenen schuur (zwarte stip) in relatie tot Natura 2000-gebieden (gearceerd), NNN-gebieden (donkergroen) en ecologische verbindingszone (paars gekleurd).

Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van NNN is gelegen op circa 450 meter ten oosten van het projectgebied en betreft Middelvliet. Gezien de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot NNN wordt een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN uitgesloten. Daarnaast worden externe werkingen niet getoetst. Vervolgstappen met betrekking tot NNN zijn derhalve niet van toepassing. Afbeelding 10 geeft het projectgebied weer in relatie tot beschermde natuurgebieden, NNN-gebieden en ecologische verbindingszone. Het projectgebied maakt tevens geen deel uit van een belangrijk weidevogelgebied. Het dichtstbijzijnde gebied dat deel uitmaakt van een belangrijk weidevogelgebied is gelegen op 11 kilometer ten noordoosten van het projectgebied en betreft de Alblasserwaard. Gezien de aard van de voorgenomen werkzaamheden en de afstand tot het belangrijk weidevogelgebied wordt een negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het belangrijk weidevogelgebied uitgesloten. Daarnaast worden externe werkingen niet getoetst. Vervolgstappen met betrekking tot het belangrijk weidevogelgebied is derhalve niet van toepassing.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

15

4 CONCLUSIES EN VERVOLGSTAPPEN In onderhavig hoofdstuk zijn de conclusies van de ecologische quickscan opgenomen die is uitgevoerd ter plaatse van de drie locatie aan de Derde Kruisweg te ’s-Gravendeel en Strijen. Uit de ecologische quickscan blijkt dat tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening dient te worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen beschermde soorten en beschermde gebieden. Beschermde houtopstanden zijn in dit gebied niet van toepassing. Tevens zijn te nemen vervolgstappen en/of (mitigerende) maatregelen opgenomen. 4.1 VERVOLGSTAP 1 : UITVOEREN VAN VERVOLGONDERZOEK 4.1.1 BESCHERMDE SOORTEN Uit de ecologische quickscan blijkt dat ter plaatse van de omgewaaide schuur en de kas geen zwaarder beschermde soorten worden verwacht waarnaar vervolgonderzoek noodzakelijk is. Ter plaatse van de stenen schuur kan de aanwezigheid van zwaarder beschermde soorten echter niet worden uitgesloten. Voorafgaand aan het uitvoeren van de werkzaamheden ter plaatse van de stenen schuur dient te worden bepaald of zwaarder beschermde soorten (steenuil en kerkuil) binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn, middels een soortgericht onderzoek. De perioden waarin dit soortgerichte onderzoek dient te worden uitgevoerd staat beschreven in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017).

In Tabel 3 is weergegeven voor welke zwaarder beschermde soorten vervolgonderzoek noodzakelijk is, op welke locatie deze soorten zich mogelijk bevinden en in welke periode van het jaar dit onderzoek dient te worden uitgevoerd. Tabel 3: Beschermde soort(groep)en die binnen het projectgebied niet kunnen worden uitgesloten en waarnaar vervolgonderzoek gedaan moet worden. Verwacht (V) / Uitvoeringsperiode soortgericht onderzoek Soort(groep) aangetroffen (A): locatie jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Steenuil Kerkuil

V: in stenenschuur V: in stenenschuur

de de

4.1.2 BESCHERMDE GEBIEDEN Uit de ecologische quickscan blijkt dat geen vervolgonderzoek nodig is naar effecten van de werkzaamheden op Natura 2000-gebieden, NNN en beschermd weidevogelgebied. 4.2 VERVOLGSTAP 2: AANVRAGEN ONTHEFFING WET NATUURBESCHERMING EN MITIGERENDE MAATREGELEN Indien uit het vervolgonderzoek vermeld onder vervolgstap 1 (paragraaf 4.1) blijkt dat zwaarder beschermde soorten worden aangetroffen binnen het projectgebied / de invloedssfeer van de werkzaamheden, dan zal voor die betreffende soorten een ontheffing op de Wet natuurbescherming moeten worden aangevraagd. Deze ontheffing dient te worden aangevraagd bij Omgevingsdienst Haaglanden. De beoordeeltermijn die Omgevingsdienst Haaglanden hanteert is 20 weken. Voor het verkrijgen van een ontheffing is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen. Indien steenuil en/of kerkuil aanwezig zijn dienen, tijdig voorafgaand aan de werkzaamheden, meerdere nestkasten in de omgeving te worden opgehangen. Daarnaast moet ook een zwaarwegend belang zijn om de schuur te kunnen slopen. Voor het verkrijgen van een ontheffing dient sprake te zijn van één of meer van de volgende belangen uit de Vogelrichtlijn:  de bescherming van flora en fauna;  de veiligheid van het luchtverkeer;  de volksgezondheid of openbare veiligheid.

Bij aanwezigheid van een steenuil en/of kerkuil dient één van de bovenstaande belangen voor dit project te kunnen worden onderbouwd, alvorens een ontheffing kan worden aangevraagd.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

16

4.3 VERVOLGSTAP 3: VOORKOMEN OVERTREDING OP DE WET NATUURBESCHERMING TIJDENS DE WERKZAAMHEDEN

Ook wat betreft soort(groep)en en/of elementen die niet zwaarder beschermd zijn, algemene broedvogels of soorten die mogelijk als gevolg van de werkzaamheden zullen worden aangetrokken, dient overtreding van de Wet natuurbescherming te worden voorkomen. Ter plaatse van de omgewaaide schuur en de kas worden geen zwaarder beschermde soorten verwacht, waarnaar vervolgonderzoek noodzakelijk is. De omgewaaide schuur en de kas kunnen worden gesloopt inachtneming van de onderstaande maatregelen. Tabel 4 geeft weer welke maatregelen tijdens de werkzaamheden genomen moeten worden teneinde overtreding op de Wet natuurbescherming te voorkomen. Tabel 4: Te nemen maatregelen teneinde overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, per soort(groep).. Soort(groep) Verwacht (V) / Mitigerende maatregelen aangetroffen (A): locatie

Categorie 5 algemene broedvogels

en

Algemene en vrijgestelde grondgebonden zoogdieren, amfibieën

A + V: omgewaaide schuur, stenen schuur en kas

Geadviseerd wordt de werkzaamheden in eerste instantie uit te voeren buiten het broedseizoen. Enkel indien tijdens een controle, uitgevoerd door een deskundig ecoloog, blijkt dat in het projectgebied en de directe omgeving geen broedende vogels of nesten aanwezig zijn, kunnen werkzaamheden binnen het broedseizoen worden uitgevoerd. Het broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus. De daadwerkelijke periode is afhankelijk van weersinvloeden en vogelsoorten die in het projectgebied worden verwacht. De duur van het broedseizoen dient te worden bepaald door een deskundig ecoloog. Indien algemene broedvogels in het projectgebied broeden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen en dient door een deskundig ecoloog te worden bepaald of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming.

A + V: omgewaaide schuur, stenen schuur en kas

Gedurende de werkzaamheden dient voldoende zorg in acht te worden genomen voor alle in het wild voorkomende flora en fauna. Aanwezige dieren moeten voldoende tijd krijgen om te kunnen vluchten. Lichtverstoring van vleermuizen in de nacht dient te worden voorkomen. Indien men onverwachts strikt beschermde soorten aantreft dient direct een deskundig ecoloog te worden geraadpleegd om af te stemmen of, op welke manier en wanneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder overtreding van de Wet natuurbescherming. Bij twijfel over de aanwezigheid van een strikt beschermde soort wordt geadviseerd altijd de hulp van een deskundige in te schakelen.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

17

REFERENTIELIJST -

-

-

Bij12 (2017) Kennisdocument Steenuil Bij12 (2017) Kennisdocument Kerkuil De Vlinderstichting. Libellennet; alles over libellen. http://www.libellennet.nl/ De Vlinderstichting. Vlindernet; alles over vlinders. http://www.vlindernet.nl/ Diepenbeek, A. van (1999). Veldgids Diersporen. Sporen van gewervelde landdieren. Uitgeverij KNNV. Gemeente Den Haag, Dienst Stadsbeheer (2008) Stedelijke Ecologische Verbindingszones in Den Haag 2008 - 2018 Koning, J. de; Broek, JW van den; Meyere, D. de & Bruens, H. (2009). Dendrologie van de lage landen. Uitgeverij KNNV. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI). Weeroverzichten Korsten, E., E.A. Jansen, M. Boonman, M.J. Schillemans en H.J.G.A. Limpens (2016) Swarm and Switch:On the trail of the hibernating common pipistrelle. Bat News. No. 110. p. 8-10. Bat Conservation Trust. London Lange, R., P. Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, Zoogdieren van West-Europa. 2e druk 2003 VZZ. Uitgeverij KNNV. Lenders, H.J.R., C.C.H. Marijnissen en R.P.W.H. Felix (1993). Waarnemen en herkennen van Amfibieën en Reptielen in het veld. 4e geheel herziene druk. RAVON. Meijden, R. van der (2004). Heukels’ Flora van Nederland. 23e druk. Uitgeverij Wolters-Noordhoff. Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (2011) Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis - Pipistrellus pipistrellus.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (1979). Vogelrichtlijn. 79/409/EEG. Nederlandse vereniging voor libellenstudie (2002). Atlas van de Nederlandse libellen – Nederlandse fauna 4. KNNV, EIS. Nationale Databank Flora en Fauna (2016), NDFF Uitvoerportaal. Nie, H.W. de (1996). Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. Provincie Zuid-Holland (2016). Besluit van Provinciale Staten van Zuid-Holland van 9 november 2016, tot vaststelling van de Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland, met nummer 6949 Provincie Zuid-Holland (2016), Interactieve atlassen en kaarten. https://www.zuidholland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. AERIUS Calculator Rijksoverheid (2012). Versie 0.4. Memorie van toelichting bij het voorstel van wet met regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming) Rijksoverheid (2016). Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. Stb-2016-34 ISSN 0920 – 2064 ’s-Gravenhage 2016. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de Natuur (Wet natuurbescherming). SOVON Vogelonderzoek Nederland. https://www.sovon.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland (2002). Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998 - 2000 Nederlandse fauna 5. KNNV & EIS. SOVON Vogelonderzoek Nederland en Vogelbescherming Nederland (2005). Rode Lijst van de Nederlandse broedvogels.

Tirion Uitgevers Stichting Reptielen Amfibieën Vissen Onderzoek Nederland (RAVON). http://www.ravon.nl/ Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF). Waarnemingen van flora en fauna. https://www.telmee.nl/?c=portal&m=telmee Zoogdiervereniging. Zoogdieratlas. http://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdieratlas

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

18

BIJLAGE 1

KWALITEITSBORGING EN VERANTWOORDING

DESKUNDIGHEID De uitvoerend ecologen voldoen aan ten minste één van de door het Ministerie van Economische Zaken genoemde voorwaarden en zijn daarmee gekwalificeerd als deskundige. Deze voorwaarden zijn vermeld in Box 4. Box 4: Voorwaarden voor deskundigheid, Ministerie van Economische Zaken. Het Ministerie verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaring en kennis dienen te zijn opgedaan doordat de deskundige: ▪ op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of ▪ op MBO niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of ▪ als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals de Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer,

Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied); en/of ▪ zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of soortenbescherming.

VOLLEDIGHEID ONDERZOEK De ecologische quickscan betreft een onderzoek naar onder andere de (mogelijk) aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij het projectgebied. Het onderzoek is gebaseerd op een bureaustudie en een éénmalig veldbezoek. Voor een volledige inventarisatie van alle aanwezige flora en fauna ter plaatse van het projectgebied dient een soortgericht onderzoekt te worden uitgevoerd wat veelal gebonden is aan bepaalde perioden in het jaar. Uit een soortgericht onderzoek kan naar voren komen dat beschermde soorten aanwezig zijn en dat daarop een negatief effect ontstaat. Mitigerende en/of compenserende maatregelen zijn dan nodig en mogelijk dient een ontheffing te worden aangevraagd om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Deze vervolgstappen zijn geen onderdeel van de ecologische quickscan. KWALITEITSBORGING VanderHelm Milieubeheer B.V. is lid van het ‘Netwerk Groene Bureaus (NGB) - Brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging’. De werkzaamheden die door VanderHelm Milieubeheer B.V. worden uitgevoerd, zijn gebaseerd op de door de NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). VanderHelm Milieubeheer B.V. is VCA** (versie 2008/05) gecertificeerd. Onderhavig project is uitgevoerd in overeenstemming met het kwaliteitssysteem van VanderHelm Milieubeheer B.V. VERANTWOORDING VanderHelm Milieubeheer B.V.

is een onafhankelijk adviesbureau en verklaart hierbij geen financiële of juridische belangen te hebben bij de uitkomst van het gevoerde onderzoek.

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

Bijlage

BIJLAGE 2

REGIONALE SITUATIEKAART PROJECTGEBIED

= Projectgebied Bron: google maps

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

Bijlage

BIJLAGE 3

FOTO’S TER PLAATSE

Foto 1: Binnenzijde schuur

Foto 2: Binnenzijde schuur

Foto 3: Braakbal met muntje

GESG20200220 EQS drie locaties Derde Kruisweg te 's-Gravendeel en Strijen

Bijlage

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11431276/2