CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting Bijlage 3 - Klaaswaal Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Besluitvormende raad 15 juni 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Oud-Cromstrijensedijk WZ naast nr.75 te Klaaswaal3.654 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan ecologie Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Datum Auteur Opdrachtgever Rapport code Wijze van citeren

29-04-2020 T.D. Breur, Msc Kuipers OG B.V. QS20028v1 Breur, T.D. 2020. Quickscan ecologie, Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77. Rapportcode: QS20028v1. Breur Ecologie & Onderzoek. Dordrecht

Breur Ecologie & Onderzoek Schipbeekstraat 74 3313AR Dordrecht Disclaimer Op alle tekst, foto’s en afbeeldingen in dit rapport berust – tenzij anders vermeld – het auteursrecht van Breur Ecologie & Onderzoek. Deze rapportage, inclusief eventuele bijlage(s), is vertrouwelijk en uitsluitend bestemd voor de geadresseerde. Verstrekking aan en gebruik door anderen dan de geadresseerde is zonder toestemming niet toegestaan. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Breur Ecologie & Onderzoek kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade als gevolg van een onjuiste of onvolledige weergave van de gegevens in dit rapport. Copyright © Breur Ecologie & Onderzoek 2020.

1

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Inhoudsopgave Samenvatting.............................................................................................................................................. 3 1 Aanleiding................................................................................................................................................ 4 2 Doel............................................................................................................................................................. 4 3 Werkwijze................................................................................................................................................. 4 4 Wettelijk kader beschermde soorten.............................................................................................. 5

4.1 Beschermde soorten...............................................................................................................................................5 4.2 Beschermde gebieden............................................................................................................................................6 4.3 Beschermde houtopstanden................................................................................................................................6 4.4 Zorgplicht....................................................................................................................................................................6

5 Plangebied & ontwikkeling................................................................................................................ 7

5.1 Huidige situatie.........................................................................................................................................................7 5.2 Geplande ontwikkeling..........................................................................................................................................8 5.3 Toekomstige situatie...............................................................................................................................................8 5.4 Planning.......................................................................................................................................................................8

6 Beschermde gebieden........................................................................................................................ 10

6.1 Wet natuurbescherming.....................................................................................................................................10 6.2 Omgevingsverordening.......................................................................................................................................10

7 Beschermde soorten.......................................................................................................................... 11

7.1 Planten.......................................................................................................................................................................11 7.2 Vogels.........................................................................................................................................................................11 7.3 Grondgebonden zoogdieren..............................................................................................................................13 7.4 Vleermuizen............................................................................................................................................................13 7.5 Overige soorten......................................................................................................................................................13

8 Conclusie & aanbevelingen.............................................................................................................. 14

8.1 Conclusies.................................................................................................................................................................14 8.2 Aanbevelingen........................................................................................................................................................14

Bronvermelding...................................................................................................................................... 15

2

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Samenvatting Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van A.J. Kuipers OG B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein aan de Oud-Cromstrijensedijk WZ te Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen bouw van een woning op dit terrein. Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld verkregen van het (potentiële) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in het plangebied. Dit onderzoek heeft tot de volgende conclusies geleid: •

De ontwikkeling leidt niet tot negatief effect op beschermde natuurgebieden.

•

Ten noorden van het plangebied bevindt zich een nest van de buizerd (jaarrond beschermd). Het plangebied is gelegen buiten de verstoringsgevoelige zone rondom dit nest, negatief effect is uitgesloten.

•

Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene boom- en struweelbroedende vogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m augustus.

•

Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied.

•

Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing ten aanzien van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

•

Voor alle soorten flora en fauna (beschermd en onbeschermd) geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit betekent dat de initiatiefnemer verplicht is om zorgvuldig te werken en dat onnodige schade aan planten of dieren altijd dient te worden voorkomen.

Als vrijblijvend advies voor dit project worden meegegeven: •

Een herinrichting van het terrein biedt kansen voor de natuur. Ten aanzien van eventueel nieuw aan te brengen plant- en boomsoorten wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten. Tevens kan overwogen worden om nestvoorzieningen voor de huismus te integreren in de nieuwbouw.

3

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

1 Aanleiding Breur Ecologie & Onderzoek heeft in opdracht van A.J. Kuipers OG B.V. een quickscan ecologie uitgevoerd op een terrein aan de Oud-Cromstrijensedijk WZ te Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard. De aanleiding voor dit onderzoek betreft de voorgenomen bouw van een woning op dit terrein. Een quickscan ecologie was noodzakelijk om te beoordelen of deze geplande ontwikkeling effect heeft op beschermde soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming.

2 Doel Het doel van dit ecologisch onderzoek is om antwoord te geven op de volgende vragen: •

Is het plangebied gelegen in/nabij beschermde natuurgebieden?

•

Zijn beschermde soorten flora en fauna (potentieel) aanwezig in het plangebied?

•

Leidt de geplande ontwikkeling tot een overtreding van de Wet natuurbescherming?

•

Dienen er vervolgstappen genomen te worden in het kader van de Wet natuurbescherming?

3 Werkwijze Door middel van een bureaustudie en een veldbezoek is een compleet beeld gekregen van het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten flora en fauna in en om het plangebied. •

Bureaustudie Door middel van een literatuur- en internetstudie is onderzocht welke beschermde soorten (potentieel) voor kunnen komen in en om het plangebied. Hierbij zijn onder andere verspreidingsatlassen en openbaar beschikbare waarnemingen bestudeerd.

•

Oriënterend veldbezoek Een verkennend veldbezoek is uitgevoerd door T.D. Breur op 21-04-2020. Het gehele plangebied is onderzocht, belangrijke elementen zijn gefotografeerd en indien nodig geïnspecteerd met behulp van verrekijker, zaklamp, inspectiespiegel en endoscoop camera.

4

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

4 Wettelijk kader beschermde soorten 4.1 Beschermde soorten De bescherming van flora en fauna is in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Deze soortbescherming onderscheidt drie categorieën: •

Vogelrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Vogelrichtlijn (1979). Dit heeft betrekking op alle in Europa natuurlijk voorkomende vogelsoorten. Nesten zijn te allen tijde beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Van enkele specifieke vogelsoorten is in Nederland de nest- of verblijfplaats jaarrond beschermd, ook wanneer hier niet gebroed wordt.

•

Habitatrichtlijnsoorten Gebaseerd op de Europese Habitatrichtlijn (1992). Onder deze categorie vallen specifieke soorten uit verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) waarvoor op Europees niveau instandhoudingsdoelstellingen zijn vastgesteld.

•

Nationaal beschermde soorten In de wet worden dit ook wel “andere soorten” genoemd. Dit betreft specifieke soorten verschillende groepen (vaatplanten, zoogdieren, vissen etc.) die op nationaal niveau beschermd zijn. Let wel: Als bevoegd gezag mogen provincies soorten uit deze derde categorie vrijstellen van een ontheffingsplicht. De bescherming van deze soorten verschilt hierdoor tussen provincies.

Per beschermingscategorie gelden verschillende verbodsbepalingen, deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. Uitgangspunt voor de soortbescherming is het “nee, tenzij” principe: handelingen met negatief effect op soorten in verboden tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming per beschermingscategorie.

5

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

4.2 Beschermde gebieden De bescherming van natuurgebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de provinciale Verordening Ruimte. •

Wet natuurbescherming De gebiedsbescherming in deze wet heeft uitsluitend betrekking op Natura 2000gebieden. Deze gebieden hebben instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld op Europees niveau. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

•

Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Dit is een nationaal netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Aanvullend op dit nationale netwerk kan de provincie ook andere gebieden een planologische bescherming toekennen, dit gebeurt bijvoorbeeld bij belangrijke provinciale landschappen of belangrijke weidevogelgebieden.

4.3 Beschermde houtopstanden De kap van houtopstanden (bos, lanen, houtwallen, hagen, struwelen etc.) is onderhevig aan de regelgeving van de Wet natuurbescherming indien: •

de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt.

•

de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m 2), of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen.

De te kappen houtopstand in het plangebied is groter dan 10 are. Er dient nagevraagd te worden bij de gemeente of er sprake is van een ligging binnen of buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' en of de houtkap vergunningsplichtig is. Mogelijk gelden er afwijkende voorwaarden aangezien dit een particulier terrein betreft. Indien een meldingsplicht en kapvergunning noodzakelijk zijn dan kan het bevoegd gezag ook eisen stellen aan een eventuele herplantplicht.

4.4 Zorgplicht Overkoepelend geldt voor alle in het wild levende planten en dieren de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat onnodige schade aan dieren en planten te allen tijde dient te worden voorkomen. Bij werkzaamheden met negatief effect op planten en dieren dienen maatregelen genomen te worden (binnen wat redelijkerwijs van de initiatiefnemer verwacht mag worden) om dit negatieve effect zoveel mogelijk te voorkomen of te verminderen.

6

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

5 Plangebied & ontwikkeling 5.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Klaaswaal, gemeente Hoeksche Waard, provincie Zuid-Holland. Het betreft een perceel ten westen van de A29, gelegen tussen de Oud-Cromstrijensedijk en de Kreekweg. Het onderzoeksgebied betreft het zuidelijke deel van dit perceel, alleen voor deze zone bestaan bouwplannen. Het terrein is vrij van bebouwing, de vegetatie op het terrein heeft zich spontaan hier gevestigd. In 2000 was het terrein nog vrij van opgaande begroeiing, inmiddels is er in het midden van het terrein een bosschage ontstaan bestaande uit jonge wilgen, els, meidoorn, hazelaar, kornoelje, gelderse roos en es. Het overige deel van het terrein is begroeid met grassen en ruigtekruiden, hierin wordt een golvend maaipad onderhouden. Het perceel is omringd door een rij knotwilgen. Langs de randen van het perceel loopt een smalle sloot.

Afbeelding 1: Ligging van het onderzoeksgebied (rood omkaderd). De regionale ligging is aangegeven rechtsonder in de rode cirkel.

Afbeelding 2: Impressie maaipad en begroeiing in het plangebied.

7

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Afbeelding 3: Impressie maaipad en begroeiing in het plangebied.

Afbeelding 4: Knotwilgen rechts en spontaan gegroeide houtopstand links in het plangebied.

5.2 Geplande ontwikkeling Op het terrein zal één woonhuis met bijgebouw (schuur/garage) gebouwd worden. Ten behoeve hiervan wordt een deel van de beplanting in het terrein gekapt.

5.3 Toekomstige situatie In de toekomst bevindt er zich een woonhuis in het plangebied. Het terrein is omgevormd tot een landschappelijk erf gelegen in een polder. De woning staat centraal gepositioneerd op de kavel met een brede groene landschappelijke omkadering.

5.4 Planning Een exacte planning van de werkzaamheden is nog niet bekend.

8

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Afbeelding 5: Impressie toekomstige inrichting van plangebied. Bron: Wissing Ruimtelijke Denkers

9

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

6 Beschermde gebieden 6.1 Wet natuurbescherming Het plangebied is gelegen op ca. 5-6 kilometer afstand van de Natura-2000 gebieden het Oudeland van Strijen, het Haringvliet en de Oude Maas. Het plangebied maakt dus geen onderdeel uit van deze gebieden en er is geen sprake van fysieke aantasting. Vanwege de afstand is ook negatief effect ten gevolge van trilling, geluid of lichtvervuiling uitgesloten. De Natura-2000 gebieden in de regio bevatten geen stikstofgevoelige habitattypen. Negatief effect op deze gebieden ten gevolge van stikstofdepositie is hierom niet aan de orde. Stikstofgevoelige habitattypen zijn gelegen op grotere afstand in Natura-2000 gebieden de Biesbosch en Krammer-Volkerak. De geplande ontwikkeling is dusdanig kleinschalig dat drempelwaardes t.a.v. stikstofdepositie in deze gebieden niet worden overschreden. Ten aanzien van Natura-2000 is de ontwikkeling niet vergunningsplichtig.

6.2 Omgevingsverordening Het plangebied is niet gelegen in onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), noch in belangrijk weidevogelgebied. Het meest nabijgelegen onderdeel van het NNN is de OudBeijerlandsche Kreek (ca. 250 m ten noorden). Ontwikkelingen in het plangebied leiden niet tot een significant negatief effect op de wezenlijke waarden en kenmerken, de oppervlakte of de samenhang van deze groenzone. De bouw van het woonhuis conflicteert daarom niet met de provinciale Omgevingsverordening.

Afbeelding 6: Ligging van Natura-2000 gebied (met verticale lijnen gearceerd) en NNN (met kleur gearceerd) in de omgeving van het plangebied (rode cirkel).

10

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

7 Beschermde soorten 7.1 Planten Op basis van het habitat en de aanwezige plantensoorten in het plangebied was een goede inschatting te maken over het wel/niet voorkomen van beschermde flora. In het plangebied zijn enkel algemene soorten aangetroffen waaronder: fluitekruid, brandnetel, gestreepte witbol, smeerwortel, hondsdraf, gewone berenklauw, madeliefje en paardenbloem. Dit zijn overwegend soorten die duiden op voedselrijke omstandigheden (rijk aan stikstof). Op enkele plaatsen groeiden hyacinten, op kleigronden in west-Nederland mag aangenomen worden dat dit verwilderde tuinplanten zijn. Beschermde soorten vaatplanten in de omgeving van het plangebied zijn vooral gebonden aan schrale graslanden of andere zeer specifieke natuurlijke habitats. Aanwezigheid van beschermde flora wordt uitgesloten op basis van het aangetroffen habitat.

Afbeelding 7: Impressie van de vegetatie in het plangebied.

7.2 Vogels Doordat er geen bebouwing aanwezig is in het plangebied vallen nesten van gebouwbroedende vogels uit te sluiten op dit terrein. In de bebouwing ten noorden van de Kreekweg bevindt zich een kolonie huismussen, deze vogels kunnen daarom sporadisch gezien in het plangebied, maar dit terrein heeft geen essentiële functie voor deze mussen. De begroeiing in het plangebied en het terrein ten noorden is uitvoerig onderzocht op boomnesten of sporen van boombroedende roofvogels of uilen (veren, braakballen, plukplaatsen, uitwerpselen). Dit heeft geresulteerd in de vondst van een buizerdnest ten noorden van het plangebied. Ten tijde van het veldbezoek werd dit nest actief bebroed door een buizerd. Als vuistregel voor de verstoringsafstand van roofvogelnesten wordt 75 meter gehanteerd1. De grens van het plangebied bevindt zich op 100 meter van dit nest, de geplande woning in het plangebied bevindt zich op ca. 130 meter afstand. Hierom valt verstoring van het buizerdnest redelijkerwijs uit te sluiten. Ter illustratie: het bewoonde huis aan de Kreekweg 7 is op kortere afstand tot dit nest gelegen dan het plangebied. 1

BIJ12. 2017. Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, juli 2017

11

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Nesten of sporen van andere boombroedende roofvogels of uilen zijn niet aangetroffen in en om het plangebied. Het terrein tussen de Kreekweg en de Oud-Cromstrijensedijk is wel geschikt als foerageergebied voor soorten zoals de sperwer, steenuil en kerkuil. Aangezien dit terrein grotendeels blijft gehouden en aangezien het plangebied een landelijk karakter krijgt met veel groen is er geen sprake van een significant verlies van essentieel functioneel leefgebied. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bovendien veel akkers, weilanden en kleinschalige groengebieden waar deze vogels ook kunnen foerageren. Het plangebied is ook geschikt als nesthabitat voor algemene vogels waarvan de nestplaatsen niet jaarrond beschermd zijn. Te denken valt aan boom- en struweelbroeders zoals zanglijster, roodborst en houtduif. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de kapwerkzaamheden wordt hierom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen. Dit broedseizoen loopt grofweg van half maart t/m augustus. Let wel: dit is geen vaste periode, afhankelijk van weersomstandigheden kunnen vroege of late broedgevallen zich voordoen. Bij twijfel over de aan- of afwezigheid van nesten dient een deskundige ingeschakeld te worden.

Afbeelding 8: Het buizerdnest ten noorden van het plangebied.

Afbeelding 9: Ligging van het buizerdnest met verstoringsgevoelige zone van 75 m rondom het nest.

een

indicatie

van

de

12

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

7.3 Grondgebonden zoogdieren In de omgeving van het plangebied komen een aantal beschermde soorten zoogdieren voor welke met name gebonden zijn aan waterrijke natuurlijke habitats (zoals de bever en noordse woelmuis). Het plangebied bevat geen geschikt habitat voor deze soorten (zoals natuurlijke watergangen met brede natuurlijke oeverzones). Wel is het plangebied geschikt voor algemene soorten zoogdieren waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt. Dit betreft soorten zoals de egel, wezel en algemene muizensoorten. Voor deze soorten is geen ontheffing of aanvullend onderzoek noodzakelijk. Wel geldt ten aanzien van deze dieren de zorgplicht, zie Hfst. 8.2.

7.4 Vleermuizen Bebouwing en/of bomen met holten zijn niet aanwezig in het plangebied, aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen is daarom uitgesloten. Het plangebied kan wel een functie hebben als foerageergebied. Het grootste deel van het groengebied tussen de Kreekweg en de OudCromstrijensedijk blijft behouden en in de omgeving van het plangebied zijn diverse alternatieve groenstructuren aanwezig zoals de oeverzones van de Oud-Beijerlandsche Kreek. Er is daarom geen sprake van een significant negatief effect op essentieel functioneel leefgebied van vleermuizen. Aanvullend vleermuisonderzoek is niet nodig.

7.5 Overige soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor andere beschermde diersoorten (amfibieën, reptielen, insecten, weekdieren). Habitat voor deze soorten is afwezig (zoals natuurvriendelijke oevers, schrale graslanden) en het plangebied is gelegen buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten. Bovendien is open water afwezig in het plangebied, en de sloten rondom het plangebied blijven behouden. Er bestaat enkel in het vroege voorjaar of zomer een kleine kans op incidentele aanwezigheid van de grote vos in het plangebied. Deze zeldzame dagvlinder wordt de laatste jaren in toenemende mate in Nederland waargenomen, dit betreffen met name zwervende exemplaren vanuit buitenlandse populaties, sporadisch kunnen zij overwinteren in Nederland (in bunkers of bebouwing). Voortplanting van de grote vos is in de afgelopen jaren nooit waargenomen in Nederland en de laatst bekende voortplantingslocaties bevonden zich in Zuid-Limburg. Op basis hiervan wordt redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie vervult voor de grote vos. Wel bestaat er kans op aanwezigheid van algemene vrijgestelde amfibieën zoals de gewone pad en bruine kikker. Ten aanzien van deze soorten hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden, er geldt enkel de zorgplicht, zie Hfst 8.2.

13

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

8 Conclusie & aanbevelingen 8.1 Conclusies •

De geplande ontwikkeling heeft geen negatief effect op beschermde natuurgebieden (zowel op provinciaal als op Europees niveau).

•

Ten noorden van het plangebied bevindt zich een nest van de buizerd (jaarrond beschermd). Het plangebied is gelegen buiten de verstoringsgevoelige zone rondom dit nest. Aanvullend onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing is niet nodig.

•

Het plangebied is geschikt als nesthabitat van algemene boom- en struweelbroedende vogels. Nesten van deze vogels zijn alleen beschermd wanneer zij in gebruik zijn. Bij het plannen van de kapwerkzaamheden wordt daarom aangeraden om rekening te houden met het vogel broedseizoen: grofweg van half maart t/m augustus.

•

Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied.

•

Aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing ten aanzien van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

•

Het plangebied is geschikt voor onbeschermde dan wel vrijgestelde soorten (zoals algemene muizensoorten, egel, gewone pad). Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht (zie aanbevelingen).

8.2 Aanbevelingen •

In het kader van de zorgplicht dient men zorg te dragen voor alle in het wild levende planten en dieren. Onnodige schade dient te allen tijde te worden voorkomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat wanneer er zich een egel of een pad in het werkveld bevindt dat deze verplaatst wordt, dan wel de gelegenheid dient te krijgen om het werkgebied op eigen kracht te verlaten. In dit geval wordt aangeraden om vanuit het zuiden richting het noorden te werken bij de kapwerkzaamheden en het bouwrijp maken van het terrein, op deze manier krijgen dieren de gelegenheid om zich richting het natuurlijke terrein ten noorden van het het plangebied te verplaatsen.

•

Een herinrichting van het terrein biedt ook kansen voor de natuur. Ten aanzien van eventueel nieuw aan te brengen plant- en boomsoorten wordt aanbevolen om te kiezen voor inheemse soorten (zoals wilg, els, es, meidoorn, sleedoorn, liguster, hazelaar). Inheemse beplanting is van een veel grotere waarde voor inheemse dieren (insecten en hiermee indirect ook vogels) dan exotische beplanting. Het bouwen van de woning en schuur biedt tevens kansen voor het treffen van natuurinclusieve maatregelen, zoals het plaatsen van inbouwstenen voor vogels of vleermuizen. In dit geval liggen er met name kansen voor het creëren van nestgelegenheid voor de huismus. Dit is een soort die de afgelopen jaren erg achteruit is gegaan (halvering van populatie in de afgelopen 30 jaar), onder andere door gebrek aan nestgelegenheid. Aangezien de huismus reeds in de omgeving voorkomt en relatief makkelijk nestvoorzieningen accepteert is de kans op succesvolle maatregelen ten gunste van deze soort relatief groot. Inheemse beplanting en de aanwezigheid van huismussen kunnen tevens worden gezien als elementen die bijdragen aan het cultuurhistorische landschappelijke karakter waar naar gestreefd wordt bij deze ontwikkeling. Breur Ecologie & Onderzoek kan u desgewenst verder adviseren in het benutten van kansen voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit.

14

Quickscan ecologie – Klaaswaal, Oud-Cromstrijensedijk WZ 77

Bronvermelding Ministerie van Economische zaken. 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. BIJ12. 2017. Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, juli 2017

Kaartmateriaal: http://pdokviewer.pdok.nl

Beschermde gebieden: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://www.zuid-holland.nl/overons/feiten-cijfers/interactieve/ https://calculator.aerius.nl/calculator/#

Overig: https://bagviewer.kadaster.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.verspreidingsatlas.nl https://waarneming.nl/ https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/grote-vos

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10171397/1