CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE Bestemmingsplan correctieve herziening Nieuw-Beijerland Zuid II (7-10-20)

Beeldvormende bijeenkomst 2 februari 2021, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan correctieve herziening Nieuw-Beijerland II26.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

AANLEIDING Achtergrond Ten zuiden van de kern Nieuw-Beijerland is de nieuwbouwwijk Nieuw-Beijerland Zuid II in ontwikkeling. Deze gebiedsontwikkeling betreft de deelprojecten Wonen aan de Kreek, Akkerdreven, Damgaarde en Dorpsgaard. Het deelproject ‘Wonen aan de Kreek’ is reeds in ontwikkeling. De deelprojecten Akkerdreven, Damgaarde en Dorpsgaard zijn de volgende deelprojecten die in ontwikkeling worden gebracht. Voor de realisatie van de deelprojecten Akkerdreven en Damgaarde is in april 2019 het bestemmingsplan “Nieuw-Beijerland Zuid II” vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor de realisatie van maximaal 100 woningen met bijbehorende (infrastructurele) voorzieningen. Voor wat betreft woningtypen gaat om vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen en rijenwoningen. De woningen zijn geschikt voor uiteenlopende doelgroepen waaronder (door)starters, gezinnen en senioren. Bestemmingsplan “Kernen Korendijk 2018” In november 2019 is door de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waarde voor een aantal kernen een geactualiseerd bestemmingsplan vastgesteld: het bestemmingsplan “Kernen Korendijk 2018”. Dit bestemmingsplan voorziet ook voor de kern Nieuw-Beijerland voor een actueel planologisch kader.

Met het vaststellen van dit plan is echter een deel van het bestemmingsplan “Nieuw-Beijerland Zuid II” bestemd met de bestemming ‘Agrarisch – 1’, waardoor het beoogde plan voor een deel planologisch niet meer uitvoerbaar is. Zo zijn een aantal woningen in het zuidelijke deel, het park Zuidrand en een tweetal verbindingswegen tussen wijken niet meer uitvoerbaar. Herstel Het is wenselijk om bovenstaande fout te herstellen. Hiertoe dient dit bestemmingsplan. De toelichting, regels en verbeelding van het bestemmingsplan “Nieuw-Beijerland Zuid II” zijn hersteld, waarbij deze onveranderd zijn gebleven. Het destijds opgestelde kader is immers nog steeds actueel en de enige wijziging betreft het planologisch herstellen van de ontstane fout. Voor de volledigheid is hierna de oorspronkelijke toelichting inclusief onderzoeken opgenomen. In onderstaande afbeelding is het één en ander visueel weergegeven.

Afbeelding: Herstelde situatie (Bron: BJZ.nu)

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

April 2019

Vastgesteld

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

Bestemmingsplan Nieuw-Beijerland Zuid II

Plannaam: IMRO-nummer: Plantype: Status: Datum:

Nieuw-Beijerland Zuid II NL.IMRO.1963.BPBG13hp1618-VG01 Bestemmingsplan Vastgesteld April 2019

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 HUIDIGE PLANOLOGISCHE REGIME ................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 9

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ........................................................................ 10 2.1 2.2

HISTORISCHE ONTWIKKELING NIEUW-BEIJERLAND ............................................................................................ 10 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 14 3.1 3.2 3.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 14 GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 14 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 16

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 19 4.1 4.2 4.3 4.4.

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 19 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 25 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 32 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 34

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 37 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 37 BODEM.................................................................................................................................................... 38 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 40 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 41 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 43 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 47 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 50 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 53

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 56 6.1 6.3

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 56 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 57

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 58 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 58 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 58 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 59

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 64 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 65 9.1. 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 65 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 65 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 66

BIJLAGEN

............................................................................................... 67

BIJLAGE 1

BEELDKWALITEITSPLAN AKKERDREVEN ................................................................................................... 68 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10 BIJLAGE 11 BIJLAGE 12 BIJLAGE 13 BIJLAGE 14 BIJLAGE 15 BIJLAGE 16 BIJLAGE 17

BEELDKWALITEITSPLAN DAMGAARDE ..................................................................................................... 69 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEER .................................................................................................. 70 VERKENNEND BODEMONDERZOEK AKKERDREVEN..................................................................................... 71 VERKENNEND BODEMONDERZOEK DAMGAARDE ...................................................................................... 72 NADER BODEMONDERZOEK DAMGAARDE ............................................................................................... 73 AERIUSBEREKENING STIKSTOFDEPOSITIE ................................................................................................. 74 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 75 BRIEFNOTITIE ECOLOGIE ...................................................................................................................... 76 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK AKKERDREVEN................................................................... 77 ARCHEOLOGISCH BUREAU- EN VELDONDERZOEK DAMGAARDE ....................................................................

78 ARCHEOLOGISCH VELDONDERZOEK DAMGAARDE ..................................................................................... 79 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK FEBRUARI 2019 ........................................................................................ 80 VORMVRIJE M.E.R. ............................................................................................................................. 81 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 82 BEREKENING WATERBALANS................................................................................................................. 83 ZIENSWIJZENNOTA ............................................................................................................................. 84

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Ten zuiden van de kern Nieuw-Beijerland is de nieuwbouwwijk Nieuw-Beijerland Zuid II in ontwikkeling. Deze gebiedsontwikkeling betreft de deelprojecten Wonen aan de Kreek, Akkerdreven, Damgaarde en Dorpsgaard. Het deelproject ‘Wonen aan de Kreek’ is reeds in ontwikkeling. De deelprojecten Akkerdreven, Damgaarde en Dorpsgaard zijn de volgende deelprojecten die in ontwikkeling worden gebracht. Onderhavig bestemmingsplan is gericht op de deelprojecten Akkerdreven en Damgaarde. Voor de ontwikkeling van Dorpsgaard wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld. In het vervolg van dit plan zal deze ontwikkeling dan ook buiten beschouwing worden gelaten. Dit plan voorziet in de realisatie van maximaal 100 woningen met bijbehorende (infrastructurele) voorzieningen. Voor wat betreft woningtypen gaat om vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen en rijenwoningen. De woningen zijn geschikt voor uiteenlopende doelgroepen waaronder (door)starters, gezinnen en senioren. In het westelijk gedeelte van het plangebied is een voormalig agrarisch erf gelegen. De agrarische functie van dit bedrijf is vervallen. Dit perceel is vanuit milieutechnische overwegingen in voorliggend bestemmingsplan meegenomen en wordt voorzien van een passende woonbestemming.

Het betreffende plan is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan, aangezien de gronden grotendeels een agrarische bestemming hebben. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan zal worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is. Opgemerkt dient te worden dat de gemeente Korendijk per 1 januari 2019 samen met de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Oud-Beijerland en Strijen is samengevoegd tot de nieuwe gemeente Hoeksche Waard. Het plan heeft ten tijde van het zelfstandig zijn van de gemeente Korendijk als ontwerp ter inzage gelegen (december-januari 2018). Wat betreft het beleid is dan ook getoetst aan de gemeente Korendijk. Dit is bij de vastgestelde versie onveranderd gebleven, temeer gezien de gemeente Hoeksche Waard nog niet beschikt over eigen beleid.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Nieuw-Beijerland. In afbeelding 1.1 is globaal de ligging van het plangebied ten opzichte van Nieuw-Beijerland en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven. De ligging van het om te zetten agrarisch bedrijf is met een rode stippellijn weergegeven. Voor de concrete begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

Afbeelding 1.1

1.3

Ligging van het plangebied (Bron: Provincie Zuid-Holland)

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Nieuw-Beijerland Zuid II” bestaat uit de volgende stukken:  

verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1963.BPBG13hp1618-VG01) en een renvooi; regels;

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologische regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen:     

Buitengebied Korendijk (vastgesteld op 25 juni 2013); 1e herziening Buitengebied 2015 (vastgesteld op 17 maart 2015); Nieuw-Beijerland (vastgesteld op 6 juni 2013); Kernen (vastgesteld op 25 juni); Uitbreiding Nieuw-Beijerland (vastgesteld op 25 maart 2014);

Tevens is een klein deel van het plangebied gelegen binnen de begrenzing van het ontwerpbestemmingsplan ‘’Kernen Korendijk 2018’’ (ter plaatse van het bestemmingsplan ‘’Uitbreiding Nieuw-Beijerland’’). Op alle geldende bestemmingsplannen zal hierna nader worden ingegaan. Buitengebied Korendijk en 1e herziening Buitengebied 2015: Het voormalige agrarische bedrijf, een groengebied en een deel van het woongebied liggen binnen de grenzen van het bestemmingsplan “Buitengebied Korendijk”. Dit bestemmingsplan is in 2015 partieel herzien. In deze herziening is een aantal verbeteringen opgenomen en zijn tevens een aantal concrete initiatieven meegenomen (veegplan). De gronden van het plangebied hebben binnen dit bestemmingsplan een agrarische bestemming. Ter plaatse van het voormalig agrarisch bedrijf is een bouwvlak gelegen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld Nieuw-Beijerland: Een gedeelte in het noorden van het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘’NieuwBeijerland). De gronden die behoren tot het plangebied hebben hier een agrarische bestemming en een bedrijfsbestemming. Tevens is er binnen de agrarische bestemming een agrarisch bouwvlak gelegen. Tot slot is een klein deel van de gronden voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Kernen: Een groot deel van het plangebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingplan ‘’Kernen’’. Het betreft een consoliderend en actualiserend bestemmingsplan. De gronden hebben binnen dit bestemmingsplan een agrarische bestemming. Uitbreiding Nieuw-Beijerland: Een zeer klein deel van het plangebied (ter plaatse van enkele infrastructurele voorzieningen) ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan ‘’Uitbreiding Nieuw-Beijerland’’. Dit bestemmingsplan is opgesteld voor de eerste fase van de uitbreiding Nieuw-Beijerland Zuid: ‘Wonen aan de Kreek’. De gronden behorend tot het plangebied hebben op basis van dit bestemmingsplan een groenbestemming. Kernen Korendijk 2018 (ontwerp): Het ontwerpbestemmingsplan ‘’Kernen Korendijk 2018’’ betreft een actualiserend bestemmingsplan voor de verschillende kernen in de gemeente Korendijk.

Onder andere de bestemmingsplannen ‘’Nieuw-Beijerland’’ en ‘’Uitbreiding Nieuw-Beijerland’’ zijn in dit bestemmingsplan opgenomen. Met onderhavig plan zullen enkele groenstroken binnen dit ontwerpbestemmingsplan worden bestemd met een verkeersbestemming, teneinde de gewenste infrastructurele verbindingen mogelijk te maken. Tot slot is het gehele plangebied voorzien van archeologische dubbelbestemmingen (Waarde – Archeologie 2, 3 en 4). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende planologische regime weergegeven, waarbij het plangebied is voorzien van een rode contour.

Afbeelding 1.2

Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld 1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Op basis van de verschillende bestemmingsplannen hebben de gronden in het plangebied de volgende bestemmingen: Agrarisch: Het grootste gedeelte van het plangebied heeft de bestemming ‘Agrarisch’. Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bedoeld voor agrarisch gebruik, waarbij binnen de bouwvlakken tevens een agrarisch bedrijf is toegestaan. Bedrijf: Een klein deel van het plangebied, betreffende een braakliggend perceel, gelegen in het noordwesten, heeft de bestemming ‘Bedrijf’. Deze gronden zijn bedoeld voor bedrijfsactiviteiten tot maximaal categorie 2. Het perceel is voorzien van een bouwvlak. Groen: Een klein deel in het oosten van het plangebied heeft de bestemming ‘Groen’. Deze gronden zijn met name bestemd voor groenvoorzieningen, watervoorzieningen, voet- en fietspaden. Waarde-Archeologie 2, Waarde-Archeologie 3 en Waarde – Archeologie 4: Het gehele plangebied is bestemd met archeologische dubbelbestemmingen. Deze gronden zijn, naast de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de daar verwachte archeologische waarden. Waterstaat – Waterkering Een klein deel van het plangebied, gelegen bij de dijk in het westen, is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’.

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de waterkering. 1.4.3

Strijdigheid

Het ontwikkelen van een woongebied is niet in overeenstemming met de geldende bestemmingen. Ter plaatse van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Bedrijf’ zal de bestemming moeten worden herzien teneinde de ontwikkeling van het woongebied mogelijk te maken. De agrarische bouwpercelen zullen worden verwijderd en voorzien van een passende bestemming. Ter plaatse van de bestemming ‘Groen’ is het noodzakelijk de bestemming ‘Verkeer’ op te nemen, teneinde de gewenste ontsluitingen naar het naastgelegen woongebied mogelijk te maken. Voorliggend plan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders om voorliggende ontwikkeling te kunnen realiseren.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de Provincie Zuid-Holland en de gemeente Korendijk beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuen omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Historische ontwikkeling Nieuw-Beijerland

2.1.1

Landschappelijke aspecten

Het gebied is gelegen in het zeekleipolderlandschap, dat wordt gekenmerkt door een opeenvolgend patroon van (ronde) opwaspolders en (langgerekte) aanwaspolders, met een kleinschalig dijkenpatroon. Kreken en beplante dijken zijn belangrijke structurerende elementen. Er is een grote mate van openheid met contrasten tussen buitendijkse natuur en strak verkavelde agrarische polders met overwegend akkerbouw. Dorpen liggen als compacte kernen in het open landschap, veelal op het kruispunt van een dijk en een kreek. 2.1.2

Nieuw-Beijerland

Nieuw–Beijerland is gesticht na de bedijking van de polder Nieuw–Beijerland (1582). Het dorp ligt ten zuiden van het Swaneblake, een brede kreek (het huidige Spui) die een verbinding vormde tussen de Oude Maas en het Haringvliet. Het dorp wordt gerekend tot de jongere zeekleidorpen. Kenmerkend voor deze dorpen is de strakkere vorm van de dorpsplattegrond en de afwezigheid van een binnenbedijkte kreek. Nieuw–Beijerland wordt gerekend tot de zogeheten voorstraatdorpen. De dorpen van dit nederzettingstype ontwikkelden zich op een korte afstand van de dijk. Loodrecht op de dijk werd een Voorstraat aangelegd in de richting van een meestal rechthoekig omgracht terrein (de kerkring). Parallel aan de Voorstraat daaraan verschenen Achterstraten. De Voorstraat vormde veelal een vestigingsplaats voor de dorpsnotabelen. Aan de Achterstraten verschenen veelal de arbeiderswoningen en de bij de Voorstraat behorende werkruimten. Het tegenover de Voorstraat gelegen deel van de dijk vormde de vestigingsplaats voor winkeliers. Rondom de haven en kaai vestigde zich vooral een vissersgemeenschap. In vergelijking met veel andere dorpen in de Hoeksche Waard, is er sprake van een meer vergaande planmatige aanleg van het dorp. Hierbij ging men uit van een stratenstramien, dat vier gelijke rechthoeken van 90 bij 175 meter omvatte.

In de dorpskern werden niet alleen woonhuizen maar ook boerderijen opgenomen. Deze werden met de kopgevel aan de straatzijde gebouwd. De schuren bij de boerderijen waren veelal van hout en hadden met riet gedekte daken. De dijkring van de polder Nieuw–Beijerland vormde lange tijd de belangrijkste landverbinding met de omgeving. Daarnaast vormde ook het Spui met de haven en het veer naar Hekelingen een belangrijke verbinding met de buitenwereld. Naast een ruime opzet zijn een groene en landschappelijke uitstraling van het dorp karakteristiek. In de 20 e eeuw lagen er verscheidene boomgaarden rondom het dorp. De meeste zijn verdwenen. Damgaarde is de enige boomgaard die nog (redelijk) intact is, maar niet meer in gebruik is. In afbeelding 2.1 zijn historische foto’s van het dorp opgenomen.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto’s van Nieuw-Beijerland in 1935 (links) en 1967 (rechts) (Bron: DSL)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

2.2

Huidige situatie plangebied

2.2.1

Voorgeschiedenis

Aan de zuidkant van de kern Nieuw-Beijerland ligt een gebied dat de komende jaren wordt ingericht als woongebied. De eerste fase betreft het gebied ‘Wonen aan de Kreek’, dat reeds in ontwikkeling is gebracht. In dit gebied is ruimte geboden voor 124 wooneenheden. Het onderhavige bestemmingsplan heeft betrekking op de volgende fasen: Akkerdreven en Damgaarde. In afbeelding 2.2 is het één en ander weergegeven.

Afbeelding 2.2

2.2.2

Uitbreiding van Nieuw-Beijerland (Bron: Ars Virens)

Huidige situatie plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuiden van de kern Nieuw-Beijerland. Globaal wordt het begrensd door de Kreek aan de noordzijde, het woongebied ‘’Wonen aan de Kreek’’ aan de oostzijde, agrarische gronden aan de zuidzijde en door de Oudendijk aan de westzijde. Vanuit ruimtelijk opzicht vormt de Kreek de belangrijkste structuurdrager. De omgeving kenmerkt zich vanuit functioneel opzicht door woongebied aan de noordzijde en agrarische gronden aan de overige zijden. Het plangebied zelf is nagenoeg volledig onbebouwd en ingericht als agrarische cultuurgrond. In het westelijke deel zijn enkele boomgaarden gelegen. Tevens zijn hier twee agrarische bouwvlakken gelegen. In het grote bouwvlak bevindt zich een woning met een schuur. Van een agrarische gebruik is geen sprake meer, het gebruik is puur hobbymatig. In het kleine bouwvlak, langs de Kreek, staan enkele agrarische opstallen. In afbeelding 2.3, 2.4, 2.5 en 2.6 zijn enkele luchtfoto’s en straatbeelden van de huidige situatie weergegeven. In afbeelding 2.5 is tevens het te behouden en her te bestemmen perceel weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

Afbeelding 2.3

Luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied (Bron: Provincie Zuid-Holland)

Afbeelding 2.4

Vogelvluchtimpressie van het plangebied (Bron: Damgaarde B.V.)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

Afbeelding 2.5

Straatbeeld het plangebied vanaf de oostzijde (Bron: Google streetview)

Afbeelding 2.6

Straatbeeld van het plangebied vanaf de zuidzijde (Bron: Google streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Inleiding

In hoofdstuk 2 is ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, de ruimtelijke karakteristiek van Nieuw-Beijerland en de huidige situatie in het plangebied. In dit hoofdstuk zal op de ontwikkeling zelf worden ingegaan.

3.2

Gewenste ontwikkeling

3.2.1

Algemeen

Onderhavig bestemmingsplan heeft zoals eerder genoemd betrekking op de deelgebieden: Akkerdreven en Damgaarde. In totaal worden er 100 woningen gerealiseerd. In het ontwerp voor beide gebieden is nadrukkelijk rekening gehouden met de cultuurhistorische aspecten in het plangebied. Het ontwerp gaat uit van wonen binnen een landschappelijk raamwerk van groen- en waterstructuren. Op de kavelgrenzen en langs de wegen zullen de reeds bestaande bomen worden gehandhaafd, ook de zogenaamde ‘windschermen’ (dichte rijen bomen om de wind tegen te houden) blijven intact. Hierna wordt op beide deelgebieden separaat ingegaan. 3.2.2

Akkerdreven

Algemeen De Akkerdreven vormt het oostelijke deel van het plangebied. Hier worden 70 woningen gebouwd. Voor dit deel van het plangebied is op dit moment onderstaand programma beoogd. Het bestemmingsplan biedt echter de mogelijkheid tot enige flexibiliteit qua uitwisseling woningtypen.  3 vrijstaande woningen;  30 twee-onder-één-kap woningen;  37 rijwoningen; Voor alle woningen is het label “aanpasbaar geschikt bouwen” van toepassing. Van het programma van 70 woningen wordt 30% gerealiseerd in de categorie sociale huur en /of bereikbare koop. De woningen krijgen allen een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 en 11 meter. De afstand tot de perceelgrenzen bedraagt voor de vrijstaande en twee-onder-één-kap woningen minimaal 2 meter. Voor de aaneengebouwde woningen is dit 1 meter. Beeldkwaliteit Voor de Akkerdreven is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke is opgenomen als bijlage 1 van deze toelichting. Het beeldkwaliteitplan heeft als doel een samenhangende, ruimtelijke en kwalitatief hoogwaardige inrichting de nieuwe woongebieden aan de zuidzijde van Nieuw-Beijerland te regisseren. Het beeldkwaliteitplan is richtinggevend bij de verdere uitwerking van het verkavelingsplan en geeft welstandcriteria voor de architectonische uitwerking van de gebouwen.

Het biedt een pakket van concrete aanbevelingen, ook voor de inrichting en vormgeving van de openbare ruimte, de terreinen en huiskavels. De structuur van het landschap is een belangrijke drager bij de totstandkoming van het ontwerp voor Akkerdreven. Uitgangspunt was om deze structuur zo veel als mogelijk te behouden en waar nieuwe elementen geïntroduceerd zijn, deze in lijn met het bestaande vorm te geven. Bestaande windsingels langs de randen van het plangebied zijn om deze reden behouden. Vanaf de Kreek zijn drie watergangen doorgezet het landschap in. Deze volgen de verkaveling van de akkers. Daarnaast blijft de Griend behouden als belangrijk cultuurhistorisch element voor bewoners en omwonenden van Akkerdreven. De wegenstructuur binnen Akkerdreven is zo georganiseerd dat deze zo min mogelijk de landschappelijke structuur verstoort. Daarom is gekozen ze haaks op of parallel aan de structuur te positioneren. Aan de oostkant van het plangebied sluit Akkerdreven met twee wegen en een voetgangersbrug aan op Wonen aan de Kreek. Aan de westkant van het plangebied sluit Akkerdreven met een weg en voetgangersbrug aan op BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld Damgaarde. Voor alle bebouwing, en eventuele kaprichtingen, geldt dat zij haaks op of parallel staan aan de reeds bestaande landschapsstructuur. Dit om maximale aansluiting te vinden tussen gebouw en omgeving. In schaal en typologie van de bebouwing sluit Akkerdreven aan op zowel Wonen aan de Kreek als Damgaarde. De Akkerdreven zal primair worden ontsloten op de Dorpsgaard en op de Buitenom. Deze ontsluiting vindt plaats door het woongebied aan de oostzijde (Wonen aan de Kreek). De momenteel doodlopende straten in deze wijk zullen worden doorgetrokken in Akkerdreven. Het verkeer wordt via zogenaamde lussen door de wijk geleid. Tevens wordt er aan de noordzijde voor het langzame verkeer een brug gerealiseerd. Deze brug verbindt de Akkerdreven met het bestaande ‘oude’ dorp. Tot slot wordt ten zuiden van Akkerdreven wordt een groot park ontwikkeld. 3.2.3

Damgaarde

Algemeen De Damgaarde vormt het westelijke deel van het plangebied. Er worden 30 woningen gebouwd. In dit deel van het plangebied is op dit moment onderstaand programma beoogd. Het bestemmingsplan biedt echter de mogelijkheid tot enige flexibiliteit qua uitwisseling in woningtypen.  9 rijwoningen;  2 twee-onder-één-kap woningen;  19 vrijstaande woningen. Voor alle woningen is het label “aanpasbaar geschikt bouwen” van toepassing. Van het programma van 30 woningen wordt 30% gerealiseerd in de categorie sociale huur en /of bereikbare koop. Beeldkwaliteit Ook voor Damgaarde is een beeldkwaliteitsplan opgesteld, welke is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. De kwaliteit van de Damgaarde wordt gevormd door de kwaliteiten van de kreek en de momenteel aanwezige boomgaard. Dit is uitgewerkt in een concept van landelijk wonen, waarbij de groene en landschappelijke structuur sterk terugkomt in het woongebied. De Damgaarde heeft daardoor een meer besloten karakter. De oude fruitbomen en windschermen vormen het ruimtelijke raamwerk van de Damgaarde. De kracht van deze bomen is de lengterichting van de rijen, waar het voormalig sproeipad dwars doorheen snijdt. Op de grenzen van de kavels worden veelal perenbomen gerealiseerd, waarvoor in de regels een instandhoudingsplicht is opgenomen.

De structuur van het landschap is de drager van de totstandkoming van het ontwerp voor Damgaarde. Uitgangspunt was om deze structuur zo veel als mogelijk te behouden en waar nieuwe elementen geïntroduceerd zijn, deze in lijn met het bestaande vorm te geven. Bestaande worden om deze reden als entiteit behouden, en nieuwe zijn toegevoegd om de landschappelijke kaders door te zetten: geen uitgestrekte gezichten maar beschutting en privacy. Vanaf de Kreek zijn twee watergangen doorgezet het landschap in. Deze volgen de verkaveling van de akkers. De watergangen zijn met elkaar verbonden om zo de oude boomgaard op natuurlijke wijze te begrenzen. De wegenstructuur binnen Damgaarde is zo georganiseerd dat deze zo min mogelijk de landschappelijke structuur verstoord. Langs de jonge boomgaard volgt de weg de nieuwe windsingel en in het zuidelijk deel van het plan is hij parallel aan de watergang gesitueerd. In de oude boomgaard splitst de weg zich in een lus van eenrichtingswegen. Zo blijft de intimiteit van dit deelgebied zo veel als mogelijk behouden. Damgaarde sluit aan op de wandelroute langs de Griend met een loopbrug aan de oostzijde van de oude boomgaard. Voor alle bebouwing, en eventuele kaprichtingen, geldt dat zij haaks op of parallel staan aan de reeds bestaande landschapsstructuur. Dit om maximale aansluiting te vinden tussen gebouw en omgeving.

De Damgaarde zal primair worden ontsloten op de Oudendijk aan de westzijde. Tevens is er aan de oostzijde via een brug en een duiker een verbinding met de Akkerdreven. Ten zuiden van het voormalig agrarische bedrijfsperceel zal landschappelijke beplanting worden aangelegd, die een continuering vormt van Landschapszone Zuidrand en die het dorp vanuit het zuiden een gedifferentieerd, groen aanzicht geeft, zoals dit ook vroeger was.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

In afbeelding 3.1 is de inrichtingsschets van de beide woongebieden weergegeven. De grens tussen de Akkerdreven (oost) en de Damgaarde (west) vormt de meest westelijk gelegen verticaal lopende watergang.

Afbeelding 3.1

Inrichtingsschets van de woongebieden ‘Akkerdreven’ en ‘Damgaarde’ (Bron: Ars Virens)

Voormalige agrarische bedrijfspercelen Zoals reeds aangegeven, liggen er binnen het plangebied twee agrarische bouwpercelen. Eén van deze percelen zal worden wegbestemd, de bebouwing wordt gesloopt en het perceel wordt aangetrokken bij het woongebied. Het andere, grotere agrarische bouwvlak, gelegen aan de Oudendijk 10, krijgt een woonbestemming. Op dit erf staat een bedrijfswoning met een bijbehorende schuur. Beiden blijven gehandhaafd. De woning wordt voorzien van een reguliere woonbestemming. De vergunning die reeds bij deze woning horen, betreffende het hobbymatig houden van paarden en een vergunning voor een rijbak, worden in voorliggend plan overgenomen. 3.2.2

Stedenbouwkundig plan

Voor de gehele uitbreiding van Nieuw-Beijerland is een integraal stedenbouwkundig plan opgesteld. Het stedenbouwkundig plan is van belang om de integraliteit tussen de twee deelgebieden binnen onderhavig bestemmingsplan en de twee andere deelgebieden te waarborgen. Het stedenbouwkundig plan is opgenomen als bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan. In afbeelding 3.1 is de uitsnede van de verbeelding van het stedenbouwkundig plan opgenomen.

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317 (oktober 2012)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. In de volgende subparagraaf wordt nader op de uitgangspunten ingegaan. 3.3.2

Uitgangspunten

Qua functie, verstedelijkheidsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:   

Functie: Verstedelijkingsgraad: Stedelijke zone:

Koop, vrijstaand, koop, twee-onder-één-kap, koop tussen/hoek. niet stedelijk (bron: CBS Statline). rest bebouwde kom;

Uitgaande van deze uitgangspunten gelden op basis van de CROW-uitgave de volgende parkeernorm en verkeersgeneratie.

Functie

Aantal

Verkeersgeneratie (per woning)

Parkeerkencijfer (per woning)

Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-één-kap Koop, tussen/hoek (rijenwoning)

22 32 46

8,2 verkeersbewegingen per woning 7,8 verkeersbewegingen per woning 7,4 verkeersbewegingen per woning

2,3 parkeerplaatsen per woning 2,2 parkeerplaatsen per woning 2 parkeerplaatsen per woning

Parkeren Op basis van bovenstaande gegevens bestaat er de volgende parkeerbehoefte:   

Koop, vrijstaand: 22*2,3 = 51 parkeerplaatsen; Koop, twee-onder-één kap: 32*2,2 = 71 parkeerplaatsen; Koop, tussen/hoek (rijenwoning): 46*2,0 = 92 parkeerplaatsen;

Ten gevolge van de ontwikkeling bestaat er een totale parkeerbehoefte van 211 parkeerplaatsen. Ten aanzien van de vrijstaande woningen zal de parkeerbehoefte op eigen kavels worden opgevangen. Wat betreft de twee-onder-één-kap woningen geldt dat 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein kan worden gerealiseerd. Resteert een parkeerbehoefte van 92 parkeerplaatsen voor de rijwoningen en 36 parkeerplaatsen voor de twee-onder-één-kap woningen. Maakt een totale behoefte van 128 parkeerplaatsen die in het openbaar gebied zal moeten worden opgevangen. In het openbaar gebied worden in totaal 136 parkeerplaatsen en 12 garageboxen aangelegd. Er wordt dan ook in voldoende mate voorzien in de benodigde parkeerbehoefte. Verkeer Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten is de volgende verkeersgeneratie berekend:   

Koop, vrijstaand: 22*8,2 = 180,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal; Koop, twee-onder-één kap: 32*7,8 = 249,6 verkeersbewegingen per weekdagetmaal; Koop, tussen/hoek (rijenwoning): 46*7,4 = 340,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal.

Bovenstaand maakt een totale verkeersgeneratie van circa 770,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Zoals reeds in de planbeschrijving aangegeven zal de ontsluiting van Damgaarde westelijk gericht zijn en zal de ontsluiting van Akkerdreven oostelijk gericht zijn. Beide woongebieden zullen tevens met elkaar worden verbonden, zodat het verkeer zich in de praktijk in twee richtingen kan verdelen. Aan de westkant wordt het woongebied via één in- en uitrit ontsloten op de Oudendijk. De Oudendijk vormt een ontsluitingsweg van Nieuw-Beijerland in zuidelijke richting. Deze weg is van voldoende omvang op de verkeersgeneratie als gevolg van dit plan op te vangen. Aan de oostkant van het woongebied zal een groter deel van het verkeer worden ontsloten, aangezien er in dit gedeelte meer woningen worden gebouwd. Aan deze zijde zal het verkeer worden ontsloten via de (nu nog

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld doodlopende) Appelgaard en Perengaard. De wegen in deze bestaande wijk (Aan de Kreek) zijn voldoende gedimensioneerd om de extra capaciteit op te kunnen vangen. Deze straten zullen worden verlengd en uitkomen op de verkeersstructuur in het woongebied Akkerdreven. Beide genoemde straten mondden uit op de Dorpsgaard, die weer op korte afstand uitmondt op de Buitenom. De Buitenom vormt een doorgaande weg tussen die Nieuw-Beijerland verbindt met de nabijgelegen kernen. Deze weg is van een voldoende omvang om de verkeersgeneratie als gevolg van dit plan op te vangen. 3.3.3

Conclusie

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):   

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Zuidvleugel/ Zuid-Holland zijn: 

  

Het verbeteren van Den Haag internationale stad, de stad/Mainport Rotterdam en de Greenports Westland- Oostland, Boskoop en Duin- en Bollenstreek door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de bereikbaarheid, het faciliteren van de woningbouwopgave, het uitvoeren van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer en het Bereikbaarheidspakket Zuidvleugel, het oppakken van het nationale programma Rotterdam-Zuid en het opstellen van de Rijksstructuurvisies Nieuwe Westelijke Oeververbinding en Haaglanden; Vernieuwen en versterken van de Mainport Rotterdam door het ontwikkelen van een efficiënt multimodaal logistiek netwerk in samenhang met de andere Nederlandse zeehavens, de haven van Antwerpen en achterlandknopen in lijn met de MIRT-verkenning Antwerpen-Rotterdam; Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma), het behouden van het kustfundament en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Rijnmond-Drechtsteden, Kust, Rivieren en Zuidwestelijke Delta van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het aanwijzen van leidingstroken voor (toekomstige) buisleidingen van nationaal belang van en naar de Mainport Rotterdam; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380

kV);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld 

Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden (waaronder de Biesbosch en de Nieuwkoopse plassen). Daarnaast kent de regio belangrijke cultuurhistorische waarden (de Limes).

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De provincie Zuid-Holland beschikt over een eigen ladder, die op enkele punten afwijkt van de rijksladder. Onderstaand wordt de ontwikkeling getoetst aan de rijksladder. De provinciale ladder vormt een aanvulling op de landelijke ladder. De provinciale aanvullingen op de ladder zijn getoetst in paragraaf 4.2 provinciaal beleid. 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij “nieuwe stedelijke ontwikkelingen” (3.1.6 Bro). Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Er is geen ondergrens bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.  

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953).

Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld De deelgebieden Akkerdreven en Damgaarde betreffen woningbouwlocaties met gezamenlijk 100 grondgebonden woningen. Hieruit volgt de conclusie dat met dit aantal woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: a. b.

er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 100 wooneenheden. In de Hoeksche Waard worden nieuwbouwplannen op regionaal niveau met elkaar afgestemd. Deze afstemming beperkt zich tot op heden tot het verdelen van de door de provincie toegestane aantallen, waarbij op basis van de woningbehoefteraming de plannen verdeeld worden over de vijf gemeenten en hun onderliggende kernen. De kwalitatieve vertaalslag naar type woningen, prijsklassen, doelgroepen etc. wordt op lokaal niveau gemaakt en ook de realisatie is een gemeentelijke activiteit. Feitelijk is er dus sprake van vijf lokale woningbouwprogramma’s waarvan regionaal is afgestemd dat de totale productie binnen de door de provincie gestelde bandbreedte blijft. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan gezien vorenstaande worden bepaald op de regio Hoeksche Waard. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Algemeen In voorliggend geval worden er 100 woningen in de kern Nieuw-Beijerland gerealiseerd.

De gemeenten in de regio Hoeksche Waard (gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen) beschikken over een eigen actuele woonvisie. Deze regionale woonvisie is opgesteld voor de periode tot 2030. In de visie wordt op zowel de kwalitatieve als de kwantitatieve woningbehoefte ingegaan. Ten aanzien van de behoefte is er een woningbouwprogramma opgesteld. Onderstaand wordt achtereenvolgens op de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte ingegaan. Kwantitatieve behoefte In de regio Hoeksche Waard is er de komende jaren sprake van een toenemende vergrijzing van de bevolking. Op de middellange termijn betekent dit dat het aantal huishoudens eerst zal toenemen als gevolg van gezinsverdunning, die gepaard gaat met de vergrijzing. Om in deze volkshuisvesting te kunnen voorzien ligt er en opgave van circa 3.000 woningen tot 2025. Dit is echter niet voldoende om een vitale regio te kunnen blijven. Op langere termijn (vanaf 2030) neemt het aantal inwoners en huishoudens langzaam maar zeker af omdat er onvoldoende geboorten zijn om de demografische opbouw in balans te houden. Naast deze absolute daling van het aantal huishoudens is er tevens sprake van een relatieve daling van het aantal huishoudens onder de 55 jaar: de vergrijzing gaat gepaard met ontgroening. Om toekomstige krimp tegen te gaan is instroom van jonge huishoudens noodzakelijk.

De laatste jaren is deze instroom al op gang gekomen. Om deze instroom verder te faciliteren is extra inspanning op het gebied van woningbouw nodig. In afbeelding 4.1 en 4.2 is de ontwikkeling van de huishoudens en de bevolking in de Hoeksche Waard weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld

Afbeelding 4.1

Ontwikkeling bevolking Hoeksche Waard (Bron: Regionale Woonvisie Hoeksche waard)

Afbeelding 4.2

Ontwikkeling aantal huishoudens Hoeksche Waard (Bron: Regionale Woonvisie Hoeksche waard)

Zoals reeds aangegeven bedraagt de behoefte tot 2025 circa 3.000 woningen. Daarnaast is er sprake van een vestigingsoverschot. In het verleden werd er in de Hoeksche Waard uitsluitend voor de eigen behoefte gebouwd. Hierdoor kreeg de Hoeksche waard het imago van een gesloten regio. Deze gesloten cultuur droeg bij aan het trendmatig vertrekoverschot in de afgelopen decennia. Bewust van de noodzaak van meer dynamiek is het beleid omtrent huisvesting aangepast. De beperkingen op mogelijkheid tot vestiging van buiten de regio werd opgeheven. Vanaf dat moment is een trendbreuk in de migratiecijfers zichtbaar. Sindsdien heerst er een vestigingsoverschot. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld De behoefte is uitgewerkt in een woningbouwprogramma, waarin de woningen evenredig over de gemeenten en kernen binnen deze gemeenten zijn verdeeld. Dit woningbouwprogramma is regionaal afgestemd. Onderhavig project staat op de lijst van woningbouwprojecten. Toetsing kwantitatieve behoefte Zoals uit afbeelding 4.3 blijkt, is er in de gemeente Korendijk behoefte aan 472 woningen tot 2024. Het onderhavige plan is specifiek opgenomen voor de kern Nieuw-Beijerland. Voor het plan zijn de 100 woningbouwcontingenten gereserveerd. Geconcludeerd wordt dat er sprake van een actuele kwantitatieve behoefte en dat het plan past binnen het geldende woningbouwprogramma van de gemeente Korendijk. Kwalitatieve behoefte Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte is het belangrijk om inzicht te krijgen in de leeftijdsopbouw van de huishoudens. In de Hoeksche Waard is de verwachting dat het aandeel huishoudens van 75+ de komende jaren zal verdubbelen. Daarnaast zal naar verwachting in 2035 ruim 60% van de woningen in de Hoeksche Waard worden bewoond door een huishouden van 55+. Een deel van deze groep gaat andere eisen stellen aan de woning in verband met afnemende mobiliteit/toenemende vraag naar zorg (aanpasbaar geschikt bouwen). Verder is de verwachting dat het aantal huishoudens tot 55 jaar af zal nemen.

Deze groep is cruciaal voor de instandhouding van de (onderwijs)voorzieningen. In afbeelding 4.3 is de ontwikkeling van de huishoudens naar leeftijd weergegeven.

Afbeelding 4.3

Ontwikkeling huishoudens in de Hoeksche Waard naar leeftijd (Bron: Regionale Woonvisie Hoeksche waard)

De cijfers zijn gebaseerd op geboorte- en sterfteverwachtingen en een licht negatieve migratie. Wat betreft de invloed van migratie (vestiging min vertrek) werkt vooral het langdurige vertrekoverschot uit het verleden door in de verwachte aantallen zoals in de grafieken weergegeven. In de Hoeksche Waard wordt een beleid gevoerd dat zich richt op het omgaan met de gevolgen van de vergrijzing en de ontgroening. Specifiek in relatie tot de demografische ontwikkelingen liggen er de volgende opgaven:   

Het realiseren van voldoende nieuwbouw om te kunnen voorzien in de toename (als gevolg van gezinsverdunning) van de reguliere woningbehoefte van de eigen inwoners; Het realiseren van nieuwbouw om extra instroom van gezinnen te kunnen faciliteren; Een vergroting van het aantal woningen die aanpasbaar geschikt zijn gebouwd;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld In afbeelding 4.4 is zowel de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in de Hoeksche Waard in tabelvorm weergegeven.

Afbeelding 4.4

Ontwikkeling kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte Hoeksche Waard (Bron: Regionale Woonvisie Hoeksche waard)

De grootste behoefte is er in de periode 2015 - 2025 aan rijwoningen in de koopsector. Dit hangt samen met het aantal ouderen dat in toenemende mate langer in deze woningen blijft wonen, wat voor de hele regio aan de orde is en een verschuiving van de vraag oproept. De vraag die er is naar deze woningen vanuit andere inwonersgroepen moet daardoor immers ingevuld worden door het toevoegen van woningen. Ook de behoefte aan vrijstaande koopwoningen en twee-onder-één-kap woningen neemt de komende jaren nog aanzienlijk toe. Dit heeft een relatie met jongere huishoudens die de regio eerder verlaten hebben, voor studie en werk bijvoorbeeld, maar nu in de meer kapitaalkrachtige gezinsfase weer terug willen keren naar de groene en ruimtelijke woonomgeving waar zij vandaan zijn gekomen. In de vrije huursector is er sprake van een additionele behoefte die zich vooral in de eerste vijf jaar concentreert, zowel voor eengezinswoningen als appartementen. In de hele regio valt op dat (bij een gematigd positief economisch scenario) de behoefte aan sociale huurwoningen afneemt de komende 10 jaar. Er bestaat dan een potentieel overschot aan sociale huurwoningen, terwijl er een additionele vraag is naar vrije sector huurwoningen. Dit geldt echter niet voor de kern Nieuw-Beijerland. Uit het woningbehoefteonderzoek blijkt dat er in Nieuw-Beijerland juist een tekort aan sociale huurwoningen is.

Er ligt dan ook een volkshuisvestelijke taak in Nieuw-Beijerland. Toetsing kwalitatieve behoefte De woningmarkt is momenteel grillig. Daardoor is op dit moment elk type woning gewild. In de woonvisie is aangegeven van de doelstelling is om jonge gezinnen naar de Hoeksche Waard te trekken. In het middeldure koopsegment is de vraag het grootst. Dit is de markt voor gezinnen (€200.000-350.000). In de Akkerdreven en Damgaarde wordt op vorenstaande ingespeeld. Het woningaanbod bestaat uit rijwoningen (vrije sector koop en sociale huur en/of bereikbare koop), twee-onder-één-kap woningen en vrijstaande woningen. Wanneer het programma wordt vergeleken met de behoefte zoals in afbeelding 4.5 weergegeven, wordt gesteld dat er sprake is van een kwalitatieve behoefte. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stads- en dorpsgebied Het plangebied ligt net buiten het stedelijk gebied van Nieuw-Beijerland. Binnen het bestaande stedelijk gebied van Nieuw-Beijerland zijn geen geschikte locaties aanwezig om de woningbouwbehoefte te kunnen opvangen. Ook zijn er geen gronden binnen Nieuw-Beijerland beschikbaar die door herstructurering of transformatie als zodanig geschikt te maken zijn.

Alle gronden binnen de kern worden in de huidige situatie benut ten behoeve van een bepaalde functie en het is niet te verwachten dat op korte termijn een functie wordt beëindigd waardoor voldoende ruimte beschikbaar komt voor de gewenste woningbouw. Daarnaast is meervoudig ruimtegebruik, gezien de functie, geen optie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Bestemmingsplan “Nieuw Beijerland Zuid II’’ Vastgesteld Voldoende aannemelijk is gemaakt dat binnen het bestaand stedelijk gebied redelijkerwijs geen locaties aanwezig zijn of geschikt te maken zijn voor de ontwikkeling van 100 woningen. Het uitbreiden van de bestaande kern is dan ook noodzakelijk, teneinde te kunnen voorzien in de lokale behoefte. Het plangebied grenst aan een bestaande woonwijk, die tevens recent in ontwikkeling is gebracht, en vormt hierdoor een logische uitbreidingslocatie. Conclusie ladder Gebaseerd op het bovenstaande, de prognoses en het woningbouwprogramma kan worden gesteld dat er sprake is van een kwantitatieve en een kwalitatieve behoefte aan onderhavig plan. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd kan worden dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Visie Ruimte en Mobiliteit

4.2.1.1 Algemeen Op 9 juli 2014 heeft Provinciale Staten van de Provincie Zuid-Holland de Visie Ruimte en Mobiliteit, het Programma Ruimte, het Programma Mobiliteit en de Verordening Ruimte vastgesteld. Deze visie is in de loop van de tijd een aantal keer partieel gewijzigd. In juni 2018 is een geconsolideerde versie vastgesteld. De provincie stelt de behoefte van de gebruiker centraal; het aanbod moet afgestemd zijn op de vraag. Daarbij zet de provincie in op een efficiënte benutting van de ruimte en de netwerken, met aandacht voor de (ruimtelijke) kwaliteit. De provincie heeft vier rode draden benoemd om richting te geven aan de gewenste ontwikkeling: 1. 2. 3. 4.

beter benutten en opwaarderen van wat er is; vergroten van de agglomeratiekracht; verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; bevorderen van de transitie naar een water- en energie-efficiënte samenleving.

De vier rode draden zijn uitgewerkt in regelgeving, door het toepassen van: A. de ladder voor duurzame verstedelijking; B. de integrale kwaliteitskaart; C. het categoriseren van alle gebieden naar kwaliteiten gekoppeld met de aard en schaal van ontwikkelingen. 4.2.1.2 Beter benutten van bebouwde ruimte, maar ook nieuwe woon- en werklocaties daarbuiten Beter benutten van de bebouwde ruimte krijgt ruimtelijke invulling door verdichting, herstructurering en binnenstedelijke transformatie. De provincie wil op verschillende manieren bijdragen aan het beter benutten van de bebouwde ruimte. Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening hanteren gemeenten de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ om de keuze voor een situering van nieuwe woon- en werklocaties te verantwoorden. De provincie draagt bij aan het beter benutten van de bebouwde ruimte door samen te werken met andere overheden en marktpartijen, en via regelgeving. Dat gebeurt op de volgende manieren: 

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9642158/1