Tiny Houses Zuiderrotonde Oud-Beijerland kruising Langeweg N217 ontwerp 2 Toelichting
Tekst van het document
Verharding 253,5 m2 603,5 m2 350 m2
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
27 - 39
Ten opzichte van de bestaande situatie neemt de oppervlakte aan verharding met 470 m2 toe (waarvan 120 m2 halfverharding). De oppervlakte aan verharding bedraagt minder dan 500 m2 en daarnaast bestaat een deel van de toegevoegde verharding uit halfverharding. Watercompensatie hoeft daarom niet aangelegd te worden. De parkeerplaatsen (oppervlakte 125 m2) worden aangelegd in de vorm van volledig waterpasseerbare TTE-roosters en betreffen daarom geen toevoeging van verharding. De calamiteitenroute (oppervlakte 183 m2) kan gemaakt worden met het materiaal gewapend gras en betreft daarom geen verhard oppervlak. Conclusie Het aspect water levert geen belemmeringen op voor de realisatie van het bouwplan. Een watervergunning is niet nodig.
4.5 Flora & Fauna Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet, Flora- en Faunawet en Boswet. In het kader van de Wnb dient bij een ruimtelijke ingreep onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. Voor het plan is een quick scan flora en fauna uitgevoerd. Onderzoek De rapportage is opgenomen als Bijlage 8. Er is één holte aangetroffen die mogelijk geschikt is voor vleermuizen. Hierdoor kan de aanwezigheid van een vleermuis verblijfplaats niet met voldoende zekerheid worden uitgesloten. Wanneer de boom, een es, en daarmee de mogelijke vleermuisverblijfplaats, wordt aangetast is aanvullend onderzoek nodig. Dit onderzoek dient conform het vleermuizenprotocol te worden uitgevoerd. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met aspecten die van invloed zijn op vleermuizen zoals verlichting en de hoogte van bebouwing in de directe omgeving. Ten aanzien van broedvogels, (zoals de reeds broedende Zwarte kraai, Houtduif en spreeuw) wordt aangeraden om de werkzaamheden waarbij broedplaatsen verloren kunnen gaan of broedsels verstoord kunnen worden buiten het broedseizoen van vogels (globaal van half maart t/m half juli) uit te voeren.
Indien dergelijke werkzaamheden toch binnen het broedseizoen plaatsvinden, dient voorafgaand aan de werkzaamheden door een ecologisch deskundige te worden vastgesteld of er broedende vogels binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Conclusie Binnen het plangebied is een Es aanwezig met twee spechtengaten. Eén van deze spechtengaten is mogelijk geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. De andere is momenteel in gebruik als nestplaats voor een Spreeuw. Verder broedt er op dit moment een Zwarte kraai en is het nest van een Houtduif aangetroffen. Voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) geldt de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Tijdens de bouwfase moet daarnaast rekening gehouden worden met de kans op vestiging door (beschermde) pionierssoorten. Bij het ontwerp van de tiny houses is rekening gehouden met de aanwezigheid van een mogelijke verblijfsplaats van een vleermuis in een Es. Door de woningen niet binnen 5 meter van deze Es te bouwen. Dit is juridisch geborgd doordat woningen uitsluitend binnen de bouwvlakken mogen worden gebouwd en deze zich op minimaal 5 meter van de Es bevinden.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
28 - 39
4.6 Stikstof De bescherming van de Europese Natura 2000-gebieden is opgenomen in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wnb richt zich met bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Per Natura 2000-gebied zijn (instandings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Hierbij wordt het ‘Nee, tenzij’ principe gebruikt. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000- beheerplannen. Voor de Hoeksche Waard zijn de stikstofgevoelige gebieden Volkerak, Biesbosch en Voornse Duinen. De ander natura 200 gebieden (bijvoorbeeld de Oude Maas) zijn niet stikstofgevoelig. Het plangebied ligt op een afstand van meer dan 10 kilometer van de gebieden Volkerak, Biesbosch en Voornse Duinen. De OZHZ heeft een stroomschema gemaakt die gebruikt kan worden voor de beoordeling of er wel of geen stikstofberekening nodig is voor een project. Dit beoordelingskader is zowel van toepassing op de aanleg- en gebruiksfase.
Vanwege de worst case uitgangspunten is de aanlegfase echter bepalend en zijn de afstanden dus op deze fase gebaseerd. De gebruiksfase valt hier ruim binnen. Het planvoornemen betreft de realisatie van 7 tiny houses op een afstand van meer dan 10 kilometer. In geval het een woningbouwproject betreft kleiner dan of gelijk aan de aantallen woningen genoemd in het schema (voor dit plan 10 woningen) en de afstand tot een Natura 2000-gebied groter is dan de in het schema genoemde afstand (voor dit plan 3,1 kilometer) dan is geen berekening nodig van stikstofdepositie. Voor dit plan is daarom geen stikstofberekening uitgevoerd.
4.7 Verkeer en Parkeren Verkeer Het plangebied wordt ontsloten vanaf de Langeweg. Het maximale kencijfer voor een vrijstaande koopwoning bedraagt 8,6 verkeersbewegingen (kencijfers CROW, matig stedelijk, rest bebouwde kom). De verkeersgeneratie in de nieuwe situatie bedraagt 8,6 *7 = 60,2 verkeersbewegingen. Gezien het gebruik van de Langeweg en de N217 als doorgaande ontsluitingswegen worden problemen voor de verkeersafwikkeling op deze wegen niet verwacht. Parkeren De nota uit 2016 is van toepassing en deze is gebaseerd op de richtlijnen van het CROW. In deze nota is de gemeente onderverdeeld in verschillende gebieden. Het plangebied ligt het gebied ''rest bebouwde kom''. Het stedelijkheidsniveau van geheel Oud-Beijerland wordt beschouwd als matig stedelijk. Met de gemeente is afgesproken dat voor dit plan maatwerk voor de parkeernormering van toepassing is omdat de tiny houses niet onder 1 van de woningtypes te scharen zijn zoals opgenomen in de nota. Afgesproken is dat een norm van 1,4 van toepassing is. Dit betekent dat de maximale parkeerbehoefte 9,8 (1,4 x 7) parkeerplaatsen bedraagt. In het plangebied worden 15 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte en is er nog ruimte beschikbaar mochten de 10 parkeerplaatsen (conform de parkeerbehoefte) vol zijn.
4.8 Geluid Akoestisch onderzoek Voor de realisatie van het plan is een akoestisch onderzoek uitgevoerd, het rapport is als Bijlage 9 bijgevoegd. De conclusie van het onderzoek is als volgt: Uit het akoestisch onderzoek volgt dat ten gevolge van het geluid van het verkeer op de N217 en de Langeweg
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
29 - 39
normoverschrijding optreedt. Ten gevolge van de Rembrandtstraat en de Aston Martinlaan/Ferrarilaan wordt wel voldaan aan de norm. Het treffen van geluidsbeperkende maatregelen voor het geluid vanaf de N217 is noodzakelijk om het plan te kunnen realiseren. De maximale ontheffingswaarde wordt bij één woning overschreden. Door het toepassen van het reeds in het plan beoogde geluidsscherm, met een (voorkeurs)hoogte van 1,8 meter, wordt de overschrijding van de maximale ontheffingswaarde weggenomen. Realisatie van het geluidsscherm maakt de weg vrij om het plan, met ontheffing van een hogere grenswaarde, te kunnen realiseren. Het doortrekken/verlengen van het in het plan beoogde geluidsscherm aan de oostzijde van de planlocatie is niet gewenst/mogelijk. Het verlengen van het geluidsscherm aan de oostzijde van de planlocatie biedt relatief weinig (extra) geluidsreductie. Het geluidsscherm dient te worden uitgevoerd met de maximaal gewenste hoogte van 2,0 meter. Daarmee wordt de meest optimale geluidssituatie bij de woningen bewerkstelligd voor zowel het geluid vanaf de N217 als het geluid vanaf de Langeweg. Naast realisatie van het geluidsscherm van 2,0 meter is ontheffing van hogere grenswaarden nodig voor 7 woningen ten gevolge van het geluid vanaf de N217 en voor 2 woningen ten gevolge van het geluid vanaf de Langeweg.
De benodigde ontheffing varieert per woning tussen 51 en 58 dB. Voor het verkrijgen van de benodigde ontheffing wordt in dit specifiek geval deels afgeweken van het gemeentelijke geluidsbeleid (voorwaarde geluidsluwe gevel en buitenruimte). Nader onderzoek naar de benodigde geluidwering van de gevels van de nieuwe woningen is nodig. De karakteristieke geluidwering van de gevels moet voldoende zijn om een goed woon- en leefklimaat binnen de woningen te kunnen waarborgen. Bij het onderzoek moet worden uitgegaan van de gecumuleerde geluidsbelasting van het wegverkeer zoals vermeld in tabel 4.5 van dit rapport. Met de benodigde ontheffing van hogere grenswaarden en het toepassen van voldoende geluidwerende gevels kunnen de nieuwe woningen van plan Tiny Houses in Oud-Beijerland, vanuit het aspect geluid, volgens plan worden gerealiseerd. Conclusie Met de realisatie van: het geluidsscherm van 2,0 meter hoog, de benodigde ontheffing van hogere grenswaarden ten gevolge van de N217 en de Langeweg, en het toepassen van voldoende geluidwering in de gevels van de woningen, kunnen de nieuwe woningen van plan Tiny Houses in Oud-Beijerland, vanuit het aspect geluid, volgens plan worden gerealiseerd. Het geluidsscherm en de hoogte zijn geborgd in de regels.
Besluit hogere waarden Het ontwerp-besluit hogere waarden wordt gelijktijdig met het ontwerp bestemmingsplan ter visie gelegd is als bijlage Bijlage 10. Akoestisch onderzoek geluidwering gevels De Tiny Houses ondervinden een relevante geluidbelasting vanwege het verkeer op de N217 en de Langeweg. Uit het akoestisch onderzoek wegverkeer van BuroDB volgt dat de maatgevende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op deze wegen ten hoogste 60 dB bedraagt. Bij de aanvraag omgevingsvergunning dient te worden aangetoond dat de geluidbelasting binnen in de Tiny Houses voldoet aan de wettelijke eisen. Voor de Tiny Houses dient de geluidwering van de gevels berekend te worden om deze vervolgens te toetsen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012. Dit onderzoek is uitgevoerd en als Bijlage 11 toegevoegd. Conclusie Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen wij de volgende conclusies trekken: De geluidbelasting vanwege het verkeer op de N217 en de Langeweg bedraagt ten hoogste 60 dB ter plaatse van de gevels van de Tiny Houses.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
30 - 39
Voor de Tiny Houses dient voldaan te worden aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de karakteristieke geluidwering van de gevels. De karakteristieke geluidwering van de gevel dient in dit geval ten minste (60 - 33 =) 27 dB te bedragen. Met de planopzet zoals omschreven in paragraaf 2.3 van dit rapport kan hieraan worden voldaan. Vanuit het oogpunt van geluid kunnen de woningen volgens plan worden gerealiseerd. Er zijn geen aanvullende geluidwerende voorzieningen of aanpassingen aan de woning(en) nodig.
4.9 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid richt zich op de risico’s van het vervoer en gebruik van gevaarlijke stoffen. Doel is hierin voor burgers een acceptabel veiligheidsniveau te waarborgen (dus geen nulrisico). Het risico wordt hierbij bepaald door de kans op en het effect van een incident met gevaarlijke stoffen. Bij het hanteerbaar maken en beheersen van risico’s staan binnen het externe veiligheidsbeleid twee begrippen centraal. Het betreft het zogenaamde plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het PR schetst de kans dat een enkele onbeschermde persoon komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Voor deze kans worden grens-, richt- en streefwaarden toegepast waarbij een grenswaarde een harde norm is die niet overschreden mag worden. Dit is voor nieuwe situaties de zogenaamde PR 10-6 contour waarbinnen geen kwetsbare objecten1 en bij voorkeur ook geen beperkt kwetsbare objecten1 aanwezig mogen zijn. Het GR schetst de kans dat een groep van 10, 100, 1000 enz. personen komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. Het GR wordt berekend binnen het invloedsgebied dat ligt tussen de risicobron en de lijn waar 1% sterfte optreedt.
Bij de beoordeling van een berekend GR en de vraag of deze acceptabel is wordt de zogenaamde oriënterende waarde gehanteerd als ijk- en afweegpunt Een geaccepteerde toename of overschrijding van de oriënterende waarde als gevolg van een omgevingsplan dient in het betreffende plan verantwoord te worden. Onderzoek Voor het plan is voor het PR beoordeeld of de locatie ligt binnen de PR 10-6 contour van een risicobron (vervoer over weg, water, spoor en buisleidingen en inrichtingen) in de omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van het register risicosituaties gevaarlijke stoffen. Voor de beoordeling van het GR is gekeken of het plangebied binnen een veiligheidszone van een risicobron gelegen is waardoor een beoordeling van het groepsrisico noodzakelijk is. De woningen in het plangebied worden gerealiseerd in de oksel van de aansluiting tussen de Groeneweg (N217) en de Langeweg. De Groeneweg en de Kwakscheweg (beide N218) zijn aangewezen als 'route gevaarlijke stoffen' en daardoor een risicobron. Ten zuiden van het plangebied is een tweede risicobron, te weten een ruwe olieleiding gelegen. De PR 10-6 contour van beide risicobronnen heeft geen overlap met de planlocatie. Het PR vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling van het plan.
Uit onderstaande afbeelding blijkt dat het plangebied niet ligt binnen het aandachtsgebied van buisleiding, een berekening van het GR is voor deze bron daarom niet noodzakelijk. Het plangebied ligt binnen het aandachtsgebied van de N217, voor deze risicobron dient de hoogte van het groepsrisico bepaalt te worden.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
31 - 39
Afbeelding ligging plangebied ten opzichte van aandachtsgebieden Transportroute N217 In 2010 is in opdracht van de gemeente Oud-Beijerland een QRA uitgevoerd voor de realisatie van fase 3 van de nieuwbouwwijk Poortwijk en Poortvliet. Hoewel dit onderzoek 8 jaar oud is, is er geen aanleiding aan te nemen dat de situatie wat betreft het aantal transporten veranderd is. Het aantal transporten GF3 wordt daarmee gesteld op 140 per jaar. Dit is ruim onder de 270 transporten per jaar die als grenswaarde gesteld zijn voor een overschrijding van 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Gesteld kan worden dat zelfs bij een worst-case benadering het groepsrisico gelegen is onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Het beleid voor ontwikkelingen in de nabijheid van een transportroute is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In artikel 7 van het Bevt staat beschreven dat voor bestemmingsplannen of omgevingsvergunningen voor ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een transportroute ingegaan dient te worden op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b.
voor zover het plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. In artikel 8 van het Bevt staan aanvullende onderwerpen die in het bestemmingsplan of omgevingsvergunning beschouwd dienen te worden. Deze aspecten hoeven echter niet beschreven te worden wanneer het GR is gelegen onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Zoals aangetoond is het GR ter hoogte van het plangebied gelegen onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde waardoor geen invulling aan artikel 8 van het Bevt gegeven hoeft te worden. In de toelichting van het bestemmingsplan moet wel invulling gegeven worden aan artikel 7 van het Bevt. Volgens artikel 7 van het Bevt is wel een verantwoording benodigd dat ingaat op de zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Verantwoording groepsrisico De N217 maakt deel uit de gemeentelijke routering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het transport over deze weg bestaat uit brandbare vloeistoffen en gassen waaronder LPG. Met betrekking tot het vervoer van brandbare gassen zoals LPG of propaan is een incident mogelijk met een tankwagen geladen met een van deze stoffen met als gevolg het voltrekken van een BLEVE.
In het meest geloofwaardige scenario scheurt de tankwagen waardoor het tot vloeistof verdichte gas (LPG) expandeert en een overdrukscenario veroorzaakt (BLEVE). Dit kan worden gevolgd door een wolkbrand of een explosiescenario. Het BLEVE scenario vormt het maatgevend ongevalscenario voor de verantwoording van het groepsrisico. Bij het ontstaan van een BLEVE is er sprake de effecten overdruk en hittestraling. Bij een BLEVE als gevolg externe
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
32 - 39
impact (koude BLEVE) is er nauwelijks tot geen tijd voor ontvluchting van het gebied, bij een BLEVE als gevolg van aanstraling van een externe hittebron (warme BLEVE) is meer tijd om het gebied te ontvluchten. De mate van zelfredding is afhankelijk van de situatie ter plaatse en van de gebouwen. Op het moment dat de hulpverlening ter plaatse komt kan er worden begonnen met het redden van slachtoffers. Dit scenario wordt gezien als het maatgevend scenario voor een ongeval met een LPG- tankwagen. De 100% letaliteiteffectafstand (effectafstand 80 meter gemeten vanaf de weg) reikt tot over de woningen in het plangebied. Ingegaan dient te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De mate waarin zij in staat zijn hun taken goed uit te kunnen voeren is bepalend om escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen, maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en bluswatervoorziening hanteert de regionale brandweer Zuid-Holland Zuid de richtlijnen zoals beschreven in de NVBR publicatie "Handleiding bluswatervoorziening en bereikbaarheid".
Bereikbaarheid Uit bovengenoemde handreiking volgt het advies dat het plangebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten, waardoor in geval van werkzaamheden of calamiteiten het plangebied bereikbaar is. Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten vanaf de Langeweg. Bluswatervoorziening Voor het voorkomen van een warme BLEVE dient een aangestraalde tankwagen tijdig (afhankelijk van vullingsgraad en omgevingstemperatuur binnen circa 15 minuten) te worden gekoeld en de brandhaard te worden geblust. Hiervoor is bluswater nodig. Nabij het plangebied is voldoende bluswater aanwezig om een tankwagen bij een dreigende BLEVE te kunnen koelen. Het bluswater moet echter wel bereikbaar zijn voor de brandweer. In overleg met de brandweer Oud-Beijerland moeten de voorzieningen hiervoor worden geregeld. In het plangebied moeten tevens primaire bluswatervoorzieningen worden gerealiseerd die aan de norm voldoen. Door dit in overleg met brandweer Oud-Beijerland te ontwikkelen wordt de optimale situatie bereikt. Zorgnorm De brandweerzorgnorm is een aanbevolen opkomsttijd die afhankelijk is van het soort object en de risico's voor de aanwezige personen. De opkomsttijd bestaat uit een optelsom van de uitruktijd en de aanrijdtijd. De uitruktijd betreft de tijd die men heeft vanaf het alarmeren totdat men gereed is om te vertrekken naar het plaats incident.
De uitruktijd voor een beroepskorps ligt lager dan die van een vrijwillig korps, omdat de beroepsmedewerkers zich in de directe nabijheid van de kazerne bevinden. De streefwaarde voor een beroepskorps is 1,0 minuut en voor een vrijwillige organisatie ca 3,5 minuten. De aanrijdtijd betreft de zuivere rijtijd. De brandweer kan in de meeste gevallen binnen de zorgnorm in het plangebied aanwezig zijn, er zijn geen omstandigheden die ertoe leiden dat de brandweer niet aan de zorgnorm zou kunnen voldoen. Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. De bewoners in het plangebied bestaand uit zelfredzame personen. In geval zich een incident voordoet kunnen deze personen van de N217 af vluchten (via de Langeweg richting Oud-Beijerland). In de omgeving van het plangebied zijn geschikte vluchtroutes aanwezig om van de transportroute af te vluchten. Met bovenstaande onderbouwing is invulling gegeven aan aan artikel 7 van het Bevt. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de N217. Op basis van de vuistregels uit de Handleiding risicoanalyse transport is de conclusie dat het groepsrisico onder 0,1 maal de oriëntatiewaarde ligt.
Het bestemmingsplan kan gezien vanuit externe veiligheid worden gerealiseerd.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
33 - 39
4.10 M.e.r. In mei 2017 is een wijziging van het Besluit milieu-effectrapportage (Besluit mer) en de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wijziging is een gevolg van een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn. In dit besluit wordt onder D11.2 gesproken over de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit betekent dat in situaties waarbij onder de grens uit kolom 2 wordt gebleven er een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Dit moet resulteren in een besluit van het bevoegd gezag. Bij het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling moet het bevoegd gezag rekening houden met de relevante criteria van bijlage III van de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Indien daaruit blijkt dat er toch relevante milieueffecten optreden, dan moet alsnog een milieueffectrapport worden opgesteld De Tiny Houses krijgen een permanent karakter. Het is in dit geval aan het bevoegd gezag de gemeente, om te bepalen of hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de m.e.r.- regelgeving. Gezien de geringe milieueffecten is de conclusie dat een m.e.r.-beoordeling niet aan de orde is in dit specifieke geval. De gemeente neemt dit punt mee in de besluitvorming. Een van de beslispunten bij het collegevoorstel is dat er geen mer opgesteld hoeft te worden, hierbij vormt het bestemmingsplan de motivering.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
34 - 39
Hoofdstuk 5
Uitvoerbaarheid
5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.1.1 Participatie In het kader van de plannen voor de realisatie van tiny houses is een participatietraject doorlopen. Op 5 juli 2018 en 10 april 2019 hebben bewonersbijeenkomsten plaatsgevonden. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze avonden zijn de plannen verder uitgewerkt en is er definitief gekozen voor de planlocatie waar dit bestemmingsplan betrekking op heeft en waar de tiny houses worden gerealiseerd.
5.1.2 Inspraak en vooroverleg In deze paragraaf worden de uitkomsten van het bestuurlijke vooroverleg (conform artikel 3.1.1 Bro), met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van de provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn, behandeld. Het genoemde overleg vindt plaats aan de hand van het ontwerp bestemmingsplan. De eventuele zienswijzen worden in deze paragraaf verwoord. Daarnaast wordt voor de ontwikkeling van de tiny houses de gecoördineerde regeling toegepast. Dit betekent dat het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning activiteit bouwen gelijktijdig ter inzage worden gelegd en gelijktijdig worden vastgesteld.
5.2 Economische uitvoerbaarheid Vanwege het experimentele karakter van dit project en het feit dat de grond in gemeentelijk eigendom blijft, wordt gekozen voor een erfpachtconstructie. In die erfpacht worden de kosten voor aanleg van het openbaar gebied, plankosten, onderzoeken, eventuele planschadekosten etc. meegerekend. Hiermee is het verhaal van gemeentelijke kosten afdoende verzekerd waardoor een exploitatieplan niet nodig is.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
35 - 39
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
36 - 39
Hoofdstuk 6
Juridische planopzet
6.1 Algemeen Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. Het bestemmingsplan bestaat uit de juridische bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergeven, met daarbij de randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het voorliggende bestemmingsplan heeft de vorm van een eindplan.
Als de bouwaanvraag past binnen de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en (indien van toepassing) de specifieke inrichtings- en gebruiksregels, kan op basis van dit plan een directe bouwtitel worden verkregen.
6.2 Regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hierna volgt een korte toelichting op de in het plan opgenomen regels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 “Inleidende regels” bestaat uit twee artikelen. In het artikel “Begrippen' wordt een aantal in de regels voorkomende begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van deze begrippen beperkt waarmee de duidelijkheid van het plan en daarmee de rechtszekerheid wordt vergroot. In het artikel “Wijze van meten” wordt aangegeven hoe de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de regels voor de bestemmingen. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In het navolgende wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Artikel 3 Groen De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als groenbestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, beplantingen en overige bij deze doeleinden behorende voorzieningen.
Vanwege de landschappelijke inpassing dienen de grond zo groen mogelijk te worden ingericht en zijn derhalve uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Dit is geborgd door de gronden uit te sluiten als erf in de zin
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
37 - 39
van artikel 1 bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin is bepaald dat het gebruik van de gronden binnen de bestemming 'Groen' en 'Wonen - Tiny houses' uitsluitend is toegestaan nadat de benodigde landschappelijke inpassing is gerealiseerd. Verder zijn binnen deze bestemming zaanduidingen opgenomen en bestemd voor het volgende: 1. aanduiding 'pad' voor de aanleg van uitsluitend een halfverhard pad voor een ontsluiting van de woningen; 2. aanduiding 'specifieke vorm van verkeer - calamiteitenroute': voor een ontsluiting voor onderhoud en calamiteiten; 3. aanduiding 'geluidscherm': voor de aanleg van geluidoverdrachtbeperkende voorziening;
Artikel 4 Verkeer - Verblijf De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als 'Verkeer - Verblijf' zijn bestemd voor verkeer en verblijfsgebied en heeft de functie voor woonstraten en paden van de aangrenzende bestemmingen. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals, voet- en rijwielpaden, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen. Op deze gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Artikel 5 Wonen - Tiny houses De gronden die op de plankaart zijn aangewezen als 'Wonen - Tiny houses' zijn bestemd voor woningen, uitsluitend in de vorm van tiny houses. Bouwen van het hoofdgebouw is alleen toegestaan binnen het bouwvlak, met een maximale bouwhoogte van 4 meter en woonoppervlakte van 50 m2. Er zijn maximaal 7 tiny houses toegestaan. Buiten het bouwvlak is uitsluitend erfbebouwing in de vorm van een overkapping toegestaan. Ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - overkapping' is een gebouw toegestaan voor de stalling van fietsen en kliko's.
Tot slot is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarin is bepaald dat de woningen pas mogen worden gebruikt dan nadat is aangetoond dat een geluidoverdrachtsbeperkende voorziening wordt aangelegd en in stand wordt gehouden, waarbij wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de Wet geluidhinder, dan wel aan de verleende hogere grenswaarde. Artikel Waarde - Archeologie 4 Ter bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' opgenomen. De dubbelbestemming is onverkort overgenomen uit het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (vastgesteld 2017-05-09), dat door de vaststelling van dit bestemmingsplan zal worden herzien voor zover de gronden zijn gelegen binnen de plancontour van dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Artikel 7 Anti-dubbeltelregel In het artikel “Anti-dubbeltelregel” is bepaald dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen.
Artikel 8 Algemene bouwregels In het artikel “Algemene bouwregels” zijn de criteria opgenomen indien burgemeester en wethouders nadere eisen willen stellen aan de plaats en afmetingen van bouwwerken. Tevens zijn de regels met betrekking tot parkeren en antenne-installaties opgenomen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In het artikel ‘Algemene gebruiksregels’ is een gebruiksverbod opgenomen. Het gebruiksverbod betreft het verbod op
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
38 - 39
een gebruik van gronden en/of bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting en/of coffeeshop. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Het artikel “Algemene afwijkingsregels” is een aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen waarin nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden is opgenomen die in alle gevallen gelden. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Bijvoorbeeld een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van schakelkastjes (nutsgebouwtje) in het openbare gebied. Aan de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid dient een belangenafweging ten grondslag te liggen. Artikel 11 Algemene wijzigingsregels In het artikel “Algemene wijzigingsregels” is een aantal algemene wijzigingsregels opgenomen. In het algemeen gesteld bieden de algemene wijzigingsregels in aanvulling op de ontheffingsregels mogelijkheden voor bestemmingswijzigingen, verschuivingen van bestemmingsgrenzen en bebouwingsmogelijkheden voor nutsvoorzieningen. In dit geval hebben de algemene wijzigingsregels betrekking op de mogelijkheid aanduidingen te schrappen die over meerdere bestemmingen liggen.
Artikel 12 Algemene procedureregels In de “Algemene procedureregels” worden de procedures geregeld die burgemeester en wethouders dienen te volgen indien toepassing wordt gegeven aan de in dit plan opgenomen ontheffingsregels en nadere eisen. De procedure voor wijziging van een bestemming is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening en behoeft om die reden niet te worden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4, tot slot, zijn de laatste twee artikelen van het bestemmingsplan opgenomen. In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Tot slot is in de slotregel de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald.
(ontwerp) Tiny Houses, Zuiderrotonde Oud-Beijerland, kruising Langeweg/N217 NL.IMRO.1963.BPZuiderrtndeOBL20-ON01
39 - 39