Terugkoppeling Kinderrechtentoets
Tekst van het document
Terugkoppeling Kinderrechtentoets De fractie GroenLinks vroeg het college tijdens de besluitvormende raad van 26 november 2024 om de inhoud van de Huisvestingsverordening naast de Kinderrechtentoets van de Kinderombudsman te leggen. Wij namen deze vraag mee bij het opstellen van de Huisvestingsverordening 2026-2030. In deze bijlage gaan wij daarop inhoudelijk in. De eerste vraag uit de Kinderrechtentoets is: “Raakt het voorstel waar je aan werkt het ontwikkelbelang of het welzijn van kinderen en daarmee de kinderrechten? Vat dit breed op. Het voorstel kan ook indirect (bijvoorbeeld via de ouders) kinderen raken of pas op de langere termijn.” Wij concludeerden bij de eerste vraag uit de Kinderrechtentoets dat de verordening zelf niet het welzijn van kinderen raakt Uit het bovenstaande volgt dat de inhoud van de verordening het welzijn van kinderen niet direct raakt. Het welzijn wordt met name geraakt door de keuze van (één van) de ouders om uit elkaar te gaan. De gemeente biedt in dat geval een vangnet, zodat er in ieder geval sprake is van een dak boven het hoofd van het kind. Gelet op de schaarste in de sociale huur en het effect dat het zou hebben op andere woningzoekenden met een al dan niet dringende woonbehoefte, is het verlenen van een urgentie voor een extra dak boven het hoofd onevenredige hap nemen uit het schaarse betaalbare huuraanbod.
Omdat de Huisvestingsverordening zelf niet het welzijn van kinderen raakt, werkten wij de vervolgstappen uit de Kinderrechtentoets niet verder uit. De huidige criteria voor urgentieverlening bij relatiebeëindiging zijn niet onwettelijk De Raad van State deed uitspraken waaruit volgt dat de uitgangspunten in het Europees Verdrag voor de Rechten van het Kind onvoldoende concreet zijn om doorwerking te hebben in nationale wetgeving. Bovendien is één van de uitgangspunten van dit verdrag dat de context t.a.v. de uitvoering per land sterk kan verschillen. De schaarste op de woningmarkt is ook onderdeel van deze context. De huidige criteria voor urgentieverlening bij relatiebeëindiging zijn gebruikelijk Meerdere gemeenten in het land passen dezelfde wijze voor urgentieverlening toe. Gemeenten in de Drechtsteden en regio Rijnmond namen in de verordening op dat: “er sprake moet zijn van acute dreiging van dakloosheid van (een) minderjarig( e) kind(eren), waarbij de woningzoekende aantoonbaar gedwongen is de woning te verlaten. Zodra één van de ouders van het kind/kinderen in woonruimte kan voorzien, komt woningzoekende niet in aanmerking voor voorrang”.
Het is belangrijk dat een kind een dak boven het hoofd heeft Met de huidige manier van urgentieverlening bij relatiebeëindiging borgen wij het belang van het kind als er een situatie dreigt te ontstaan of is ontstaan waarbij een kind geen dak boven het hoofd heeft. In dat geval is een urgentie mogelijk. Bij co-ouderschap en gedeelde zorg kennen wij geen urgentie toe als de andere coouder (dan de woningzoekende) over woonruimte blijft beschikken. De gedachte hierachter deze lijn is dat in dat geval er een dak is boven het hoofd van het kind. Het geven van een urgentie in geval van relatiebeëindiging zorgt voor meer druk op de woningmarkt Het geven van een urgentie bij relatiebeëindiging is niet evenredig gelet op de schaarste op de Hoeksche woningmarkt en de dan oplopende wachttijden voor andere woningzoekenden die ook woningzoekend zijn. 1/2
Als ervoor gekozen wordt om meer dan één urgentie per scheidingssituatie te verstrekken of een urgentie te verstrekken in het geval er al sprake is van een woning waarin het kind kan wonen, dan is de verwachting dat het aantal aanvragen voor urgentie bij relatiebeëindiging stijgt. Dit betekent: 1) meer druk op de woningmarkt door de toename van het aantal urgenten, waardoor regulier woningzoekenden minder kans maken; 2) meer urgentieaanvragen voor het uitvoerende team Wmo. In 2024 nam het uitvoeringsteam 13 aanvragen bij scheiding in behandeling. Verleende urgenties bij scheiding Afgewezen aanvragen urgenties bij scheiding 2024 7 6 We weten het aantal echtscheidingen in de Hoeksche Waard sinds 2020 waarbij kinderen betrokken waren. Het CBS publiceert jaarlijks deze cijfers. Het gaat hierbij alleen om de beëindiging van huwelijken en niet om beëindiging van andere vormen van relaties. Het CBS verwacht dat het aantal echtscheidingen daalt, omdat steeds meer mensen kiezen voor andere vormen van samenwonen dan het huwelijk. Beëindiging van andere vormen van relaties dan huwelijken worden niet geregistreerd. Het aantal relatiebeëindigingen met kinderen ligt dus hoger dan blijkt uit de cijfers van het CBS. Totaal aantal scheidingen HW met kinderen
2020
2021
2022
2023
93
58
57
61
In 2024 kreeg 11,4% van de woningzoekenden via voorrang een woning. In deze categorie vallen alle sociale, medische en mantelzorgurgenties, maar ook de mensen die in verband met renovatie of sloop moeten verhuizen. Aantal verhuurde sociale huurwoningen van HW Wonen: 2022 Verhuur totaal aantal sociale 420 huurwoningen Waarvan via bemiddeling 80 19% Waarvan via voorrang 64 15,2%
2023 548 68 74
2024 696 12,4% 13,5%
93 79
13,4% 11,4%
2/2