CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

stikstofonderzoek

Besluitvormende raad 23 april 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Bestemmingsplan Dam 1a-1c en Dam naast 1a Strijen1.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek stikstofdepositie Realisatie woning, Dam (3916) te Strijen

xx 6 oktober 2023

Onderzoek stikstofdepositie

Onderzoek stikstofdepositie Dam (perceel 3916) , Strijen Opdrachtgever

xx OG BV Wildervangseweg 1 3291 EX Strijen

Interne controle

xx BEc MBH Consult B.V. Ottostraat 116716BG Ede 06-xx xx@mbhconsult.nl

1

Onderzoek stikstofdepositie

Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 1.

Toetsingskader ................................................................................................................................ 5

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................................... 6

3.

2.1

Plangegevens ........................................................................................................................... 6

2.2

Bouwfase ................................................................................................................................. 7

2.3

Gebruiksfase ............................................................................................................................ 9

Berekeningsresultaten .................................................................................................................. 10 3.1

Bouwfase ............................................................................................................................... 10

3.2

Gebruiksfase .......................................................................................................................... 10

3.3

Conclusie ............................................................................................................................... 10

2

Onderzoek stikstofdepositie

Inleiding xx BV heeft MBH Consult B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een onderzoek stikstofdepositie ten behoeve van het realiseren van een woning aan de Dam (perceel 3916) te Strijen. In figuur 1.1 is een globale situering van het plan weergegeven.

Figuur 1.1

Situering plangebied

3

Onderzoek stikstofdepositie De realisatie van het plan kan negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Er is onderzoek verricht naar de stikstofdepositiebijdrage op de omliggende Natura 2000-gebieden (WNB-rekenpunten). Het meest nabij gelegen (stikstofgevoelige) Natura 2000-gebied is (calculator.aerius.nl): -

Biesbosch (ca. 5,5 km)

Voorgaand is zichtbaar in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Omliggende Natura 2000-gebieden

4

Onderzoek stikstofdepositie

1. Toetsingskader De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Een project dat significante gevolgen kan hebben, is natuurvergunningplichtig. Ter beoordeling daarvan is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het projecteffect van het plan op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige natuur dient bepaald te worden. De berekening zal worden verricht met behulp van de Aerius Calculator, zoals voorgeschreven in artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming. Het projecteffect wordt inzichtelijk gemaakt op twee decimalen nauwkeurig.

5

Onderzoek stikstofdepositie

2. Uitgangspunten 2.1 Plangegevens Met het plan wordt de bouw van een woning aan de Dam te Strijen mogelijk gemaakt. Dit betreft kavel 3916 volgens de kadastrale gegevens. Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd door MBH Consult B.V. en een check bij een bouwkundig aannemer (MBH Consult is een zusteronderneming van een bouwkundig aannemer). Gebruiksfase De woning wordt uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Het ontwerp bevat geen haarden / houtkachels. Derhalve zijn gebouwemissies niet relevant. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) in de beoogde gebruiksfase vinden plaats door verkeersbewegingen van en naar het plan. De verkeersgeneratie wordt bepaald op basis van kengetallen uit de CROW-publicatie ‘ Toekomstbestendig Parkeren’(2018). Rekenjaar Er is worst case gerekend met rekenjaar 2023. (bouwtijd ca. 12 maanden) AERIUS versie Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de laatste versie van AERIUS (2023).

6

Onderzoek stikstofdepositie

2.2 Bouwfase Relevante emissies tijdens de bouwfase ontstaan door de inzet van mobiele werktuigen en vervoersbewegingen van- en naar het plan. De invoergegevens worden bepaald op basis van de uit te voeren activiteiten, bouwtekeningen, vergelijkbare onderzoeken uitgevoerd door MBH Consult B.V. en een check bij een bouwkundig aannemer (MBH Consult is een zusteronderneming van een bouwkundig aannemer). De werktuigen worden als vlakbron ingegeven op de projectlocatie, omdat deze geen vast emissiepunt hebben maar over het gehele terrein zullen bewegen. De ingegeven uren betreffen uren van de totale inzet inclusief stationaire draai. Aggregaten zijn niet aan de orde, omdat gebruik gemaakt kan worden van een bouwstroomaansluiting. Het verbruik is bepaald o.b.v. TNO Rapport R110861. Het betreft de volgende tabel:

Tabel 1.1

Brandstofverbruik mobiele werktuigen volgens TNO

Voorgenoemd leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 1.2

-

Inzet mobiele werktuigen

Conform de AERIUS invoerinstructie is voor AdBlue 6% van het dieselverbruik gerekend

1

https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/06/18/eindrapp ort-data-onderzoek-mobiele-machines-innederland/eindrapport+data+onderzoek+mobiele+machines+in+nederland.pdf

7

Onderzoek stikstofdepositie Vervoersbewegingen Gebaseerd op de omvang van de werkzaamheden en de verwachte tijdsduur zijn de volgende retourbewegingen aan de orde:

Tabel 1.3

•

Retourbewegingen bouwfase

Vervoer van bestelbusjes tot en met 1-assige vrachtwagens vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de door CROW opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer

Stationair draaien In de bouwfase is mogelijk sprake van emissie vanwege stationair draaien. Op de projectlocatie is een vlakbron ingegeven ten behoeve van de emissies van stationaire draai van het vrachtverkeer. De emissies zijn berekend op basis van een schatting van de stationaire draaiuren en gebaseerd op de door BIJ12 opgestelde rekeninstructie. Dit leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 1.4

•

Emissies stationair vrachtverkeer

Het aantal jaarlijkse bewegingen is door 2 gedeeld. Dit is gedaan, omdat de verkeersgeneratie retourbewegingen zijn. De stationaire draai vindt slechts plaats op het moment tussen aan- en afrijden

Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot aan de N491. Op deze ontsluitingsweg wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer op buitenwegen.

8

Onderzoek stikstofdepositie

2.3 Gebruiksfase Gebouwemissies gebruiksfase De woning wordt uitgerust middels een fossielvrij energieconcept. Het ontwerp bevat geen haarden / houtkachels. Derhalve zijn gebouwemissies niet relevant. Licht verkeer en zwaar verkeer In de gebruiksfase is er sprake van emissies door verkeersgeneratie. Het effect van de verwachte toename in verkeersbewegingen verkeer dient te worden berekend. De verkeersgeneratie is berekend door gebruik te maken van de CROW-publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’(2018). Voorgaand leidt tot het volgende overzicht:

Tabel 2.1

• • • •

Berekening verkeersbewegingen gebruiksfase

Licht verkeer is berekend op basis van tabel A4.2 Hoofdgroep wonen, koop, huis, vrijstaand Er is gekozen voor de maximale voertuigbewegingen per etmaal uit de betreffende tabel CROW geeft een standaard cijfer van 0,02 voertuigbewegingen per etmaal voor zwaar verkeer per woning Vervoer van bestelbusjes van bijvoorbeeld pakketdiensten vallen, conform de definitie uit de AERIUS invoerinstructie, onder licht verkeer. Derhalve wordt verondersteld dat deze vertegenwoordigd worden in de door CROW opgegeven verkeersgeneratie voor licht verkeer

Ontsluiting verkeer Het verkeer dient te worden ontsloten tot op het punt waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. Conform de AERIUS Invoerinstructie is dit het geval op het punt, waarop het verkeer zich qua snelheid, optrek en stopgedrag niet meer onderscheidt ten opzichte van het overige verkeer, aanwezig op de betrokken weg. Volgens de instructie weegt hierin ook mee dat het verkeer moet zijn verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Voor dit plan wordt ontsloten tot aan de N491. Op deze ontsluitingsweg wordt verondersteld dat de verkeersaantrekkende werking opgaat in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer wordt ingegeven als verkeer op buitenwegen.

9

Onderzoek stikstofdepositie

3. Berekeningsresultaten 3.1 Bouwfase De berekening van het projecteffect van de bouwfase is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen bij de vergunning zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bouwfase bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.

3.2 Gebruiksfase De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator. In de bijlagen bij de vergunning zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. Het projecteffect van de bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projectbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden.

3.3 Conclusie Alle vergaarde gegevens zijn in de AERIUS Calculator ingevoerd. Het projecteffect bedraagt op alle rekenpunten ten hoogste 0,00 mol/ha/j, Bij een dergelijke projectbijdrage treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. Een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is voor het plan niet noodzakelijk. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13931578/1