CConstaterende datHoeksche Waard
Koppel je AI →
Document · PDF

Stikstofdepositieberekening Roerdompsingel 4 Numansdorp v1.0

Besluitvormende raad 9 juli 2024, gemeente Hoeksche WaardBij agendapunt: Voornemen voor het afgeven van een Vvgb voor het realiseren van 38 appartementen op het perceel Roerdompsingel 4 in Numansdorp3.077 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stikstofdepositieberekening Aanleg- en gebruiksfase Roerdompsingel 4, Numansdorp

Van den Heuvel Milieuadvies Adres: Postcode + plaats: Telefoon: Email: Website:

Lekdijk 44 2967 GB Langerak 0184-600240 info@vandenheuvelbv.eu www.vandenheuvelbv.eu

Titel document: Auteur: Referentie: Datum: Versie:

Stikstofdepositieberekening aanleg- en gebruiksfase Roerdompsingel 4, Numansdorp Trevor Versluis 23166 24 november 2023 1.0

AERIUS kenmerk:

RZqrZpUmLXku

Pagina 2 van 15

Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Plangebied ..................................................................................................................................... 4 1.3 Nieuwe situatie.............................................................................................................................. 5 1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats .......................................................... 5 2. Beleidskader............................................................................................................................. 7 2.1 Wet natuurbescherming ............................................................................................................... 7 2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) ................................................................................................ 7 2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering ..................................................................................

7 2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden.................................................................................... 7 3. Uitgangspunten ........................................................................................................................ 8 3.1 Aanlegfase ..................................................................................................................................... 8 3.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 11 4. Wijze van modelleren ............................................................................................................. 12 4.1 Aanlegfase ................................................................................................................................... 12 4.2 Gebruiksfase ................................................................................................................................ 12 4.3 Gebouwinvloed ........................................................................................................................... 13 5. Rekenresultaat en conclusie.................................................................................................... 14

Bijlage – AERIUS-exports ............................................................................................................ 15

Pagina 3 van 15

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op het perceel Roerdompsingel 4 te Numansdorp is een sportschool gevestigd. De initiatiefnemer heeft het perceel verworven en is voornemens om de locatie te saneren en op het vrijgekomen terrein een appartementengebouw te realiseren. Om de relevante stikstofdepositie vanwege de aanleg- en gebruiksfase van deze ontwikkeling te berekenen is Van den Heuvel Milieuadvies gevraagd om een stikstofdepositieberekening op te stellen. Met deze stikstofdepositieberekening is onderzocht of er sprake is van significante negatieve effecten op stikstofgevoelige habitats als gevolg van stikstofdepositie vanwege het plan en of er al dan niet sprake is van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming voor het onderdeel stikstofdepositie.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft het perceel Roerdompsingel 4, gelegen in de bebouwde kom van Numansdorp. Het plangebied is kadastraal bekend gemeente Numansdorp, sectie F, perceel 1827.

Afbeelding 1: Luchtfoto plangebied

Pagina 4 van 15

1.3 Nieuwe situatie In de nieuwe situatie is de sportschool gesaneerd en is daarvoor in de plaats een appartementengebouw gerealiseerd. De appartementen worden niet aangesloten op het gasnetwerk.

Afbeelding 2: Ontwerptekening nieuwe situatie

Afbeelding 3: Situatietekening nieuwe situatie

Pagina 5 van 15

1.4 Ligging plangebied in relatie tot stikstofgevoelige habitats Het plangebied is op een minimale afstand gelegen van circa 5,1 km tot een stikstofgevoelige habitat binnen een Natura 2000-gebied. Het betreft een habitattype in het Natura 2000-gebied ‘KrammerVolkerak’. Op grotere afstand zijn stikstofgevoelige habitats binnen het Natura 2000-gebied ‘Biesbosch’ aanwezig. Verder zijn in de omgeving de Natura 2000-gebieden ‘Haringvliet’, ‘Oudeland van Strijen’ en ‘Hollands Diep’, maar binnen deze gebieden zijn geen stikstofgevoelige habitats aanwezig. Tabel 1: Stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000-gebieden Gebieds- Natura 2000-gebied Afstand plangebied tot stikstofgevoelige nummer habitats (ca.) 109 Haringvliet Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 110 Oudeland van Strijen Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 111 Hollands Diep Geen stikstofgevoelige habitats aanwezig 112 Biesbosch 13,5 kilometer 144 Krammer-Volkerak 5,1 kilometer

13,5 km

5,1 km

Afbeelding 4: Afstand plangebied t.o.v. stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000

Pagina 6 van 15

2. Beleidskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in het onderdeel ‘gebiedsbescherming’. Bij significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden geldt een ontheffingsplicht. Uit een passende beoordeling dient te blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan voordat een ontheffing op basis van de Wnb verleend kan worden.

2.2 Programma Aanpak Stikstof (PAS) Een toename in stikstofdepositie kan een effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen (Natura 2000-gebieden). Hierom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten waar stikstof bij vrij komt. Voorheen was toestemming hiervoor gebaseerd op het PAS, waarbij de drempelwaarde van 0,05 mol per hectare per jaar werd gehanteerd om effecten van ontwikkelingen te toetsen. De Raad van State heeft op 29 mei 2019 beoordeeld dat het PAS niet als basis voor toestemming voor activiteiten mag worden gebruikt. Op basis van het PAS werd namelijk vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermde natuurgebieden alvast toestemming gegeven voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor die gebieden. Een dergelijke toestemming ‘vooraf’ mag niet meer. Hierdoor zijn alle gemelde activiteiten alsnog vergunningplichtig en dient aangetoond te worden dat een ontwikkeling niet voorziet in stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

2.3 Wet stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De wet regelt dat er artikels worden toegevoegd aan de Wnb. In de toegevoegde artikels zijn de doelstellingen opgenomen met betrekking tot de reductie van de stikstofdepositie. Om de doelen te realiseren worden maatregelen genomen welke worden opgenomen in het programma stikstofreductie en natuurverbetering. Deze wet voorziet hierin. Daarnaast is in de wet een bouwvrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor activiteiten in de bouwsector toegevoegd. Dit betekent onder andere dat de tijdelijke gevolgen van de door de bouw veroorzaakte stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden buiten beschouwing worden gelaten. De Raad van State heeft op 2 november 2022 in een tussenuitspraak beoordeeld dat de bouwvrijstelling niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. Hoewel de bouwvrijstelling daarmee van tafel is, betekent dat niet dat er nu een algehele bouwstop geldt. Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof.

2.4 Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden Op 25 november 2022 heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd. Deze habitattypen en soorten zijn door middel van het wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. De betreffende habitattypen zijn geïntegreerd in de geactualiseerde versie van de AERIUS Calculator en zijn daarmee betrokken bij dit onderzoek. Pagina 7 van 15

3. Uitgangspunten De stikstofemissie als gevolg van het project kan opgedeeld worden in twee perioden, namelijk de aanlegfase en de gebruiksfase. Tijdens de aanlegfase wordt het project gerealiseerd, waarbij er mobiele werktuigen worden ingezet en er af- en aanrijdend verkeer plaatsvindt als gevolg van het personeel en de toevoer van materialen. Na het opleveren van het project is de aanlegfase beëindigd. De aanlegfase is daarmee tijdelijk van aard. In de gebruiksfase vinden emissies plaats vanwege de nieuwe verkeersbewegingen die plaatsvinden vanwege de nieuwe appartementen. Ook kunnen er emissies plaatsvinden als gevolg van gasverbruik of het gebruik van een sfeerhaard. In de volgende paragrafen worden de aanleg- en gebruiksfase behandeld. In de aanlegfase wordt benoemd welke en hoe lang mobiele werktuigen worden ingezet en hoeveel verkeersbewegingen tijdens de aanlegfase te verwachten zijn. In de gebruiksfase wordt beschreven of de appartementen stikstof kunnen emitteren en wordt de verkeersgeneratie berekend.

3.1 Aanlegfase De emissies van mobiele werktuigen zijn afhankelijk van de emissienormen die van toepassing zijn op het desbetreffende mobiele werktuig (stageklassen). Ten behoeve van de berekening van de emissies NOX door mobiele werktuigen dient de stageklasse, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren en eventueel het AdBlue-verbruik aangegeven te worden. Met deze gegevens kan de emissie van de mobiele werktuigen nauwkeurig berekend worden. Het aantal draaiuren kan van tevoren ingeschat worden op basis van ervaring/expert judgement. Met betrekking tot de stageklasse wordt uitgegaan dat uitsluitend Stage IV werktuigen worden ingezet, omdat dergelijke werktuigen zuiniger zijn dan oudere varianten en omdat Stage IV werktuigen makkelijk te vinden zijn. Ten aanzien van het brandstof- en AdBlue-gebruik is aangesloten bij de handreiking ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’ (BIJ12, november 2023). Het brandstofverbruik is berekend aan de hand van de formule: B = 0,095 × PMAX + 0,54, waarvan wordt uitgegaan dat 6% hiervan AdBlue betreft. Qua AdBlue-verbruik is daarmee aangesloten bij een onderzoek van de TNO (Ligterink, Dellaert & Van Mensch, 2021). Omdat de AERIUS Calculator qua brandstof- en AdBlue-gebruik met hele getallen werkt, zijn is het brandstofverbruik altijd naar boven afgerond en het AdBlue-gebruik naar beneden afgerond.

Daardoor wordt er een defensieve inschatting gemaakt van het te verwachte gebruik. Op basis van expert judgement wordt per fase beschreven welke mobiele werktuigen nodig zijn en hoelang deze mobiele werktuigen worden ingezet. Voor wat betreft de inzet is uitgegaan dat dit belast + stationair is.

3.1.1 Saneringsfase Ten aanzien van de duur van de saneringsfase wordt uitgegaan dat dit 1 maand (20 werkdagen) betreft. Voor het saneren van het gebouw en verharding wordt een graafmachine ingezet gedurende de gehele saneringsfase ingezet. Een wiellader ruimt 10 werkdagen lang het puin op en een puinbreker breekt 10 dagen lang het puin. Tijdens de saneringsfase betreden elke werkdag 6 bestelauto’s (licht verkeer) en 2 vrachtauto’s (zwaar vrachtverkeer) het plangebied. In de laatste week van de saneringsfase zullen elke werkdag 5 extra vrachtauto’s het puin ophalen. Resumerend worden voor de saneringsfase de volgende mobiele werktuigen (tabel 2) en voertuigen (tabel 3) ingezet. Pagina 8 van 15

Tabel 2: Inzet mobiele werktuigen tijdens de saneringsfase Type mobiele werktuig Aantal Inzet (uren) Graafmachine 1 160 Wiellader 1 80 Puinbreker 1 80 Tabel 3: Inzet voertuigen tijdens de saneringsfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 120 Zwaar vrachtverkeer 65

Totaal (uren) 160 80 80

Aantal ritten (heen en weer) 240 130

3.1.2 Realisatiefase Gedurende 11 maanden (220 werkdagen) wordt tijdens de realisatiefase het project afgerond. Voor het bouwrijp maken en het graven van de bouwput worden gedurende 15 werkdagen een graafmachine ingezet. Voor het aanstampen van de grond wordt 2 werkdagen lang een trilplaat gebruikt. Vervolgens wordt gedurende 4 dagen met 2 heistellingen ingezet voor het heien van de palen. Voor het storten van de fundering en de vloeren worden 3 betonpompen ingezet gedurende 8 dagen. Verder wordt gedurende 30 dagen een telescoopkraan ingezet voor het hijsen van vloeren, kappen, constructies en bouwmateriaal. Tijdens het inrichten van het openbaar terrein (parkeerplaatsen, verharding, groen, verlichting en dergelijke) wordt een graafmachine gedurende 5 werkdagen ingezet en gedurende 2 dagen een trilplaat. Tenslotte zal naar verwachting een elektrische hoogwerker worden ingezet om montages te kunnen verrichten. Omdat de hoogwerker wordt aangedreven op elektriciteit, zal deze niet voorzien in emissies. Derhalve is de hoogwerker verder buiten beschouwing gelaten. Verder wordt ervan uitgegaan dat bouwvakkers het terrein betreden met gemiddeld 10 bestelauto’s per werkdag. Voor het vervoeren van bouwmaterialen (zoals palen, vloeren, stenen, kozijnen, dakpannen, afval, installatie en dergelijke) zijn in totaal 400 vrachtauto’s nodig.

Resumerend wordt voor de realisatiefase de volgende mobiele werktuigen (tabel 4) en voertuigen (tabel 5) ingezet. Tabel 4: Inzet mobiele werktuigen tijdens de realisatiefase Type mobiele werktuig Aantal Inzet (uren) Graafmachine 1 160 Heistelling 2 32 Betonpomp 3 24 Telescoopkraan 1 240 Trilplaat 1 32 Tabel 5: Inzet voertuigen tijdens de realisatiefase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 2.200 Zwaar vrachtverkeer 400

Totaal (uren) 160 64 72 240 32

Aantal ritten (heen en weer) 4.400 800

Pagina 9 van 15

3.1.4 Resume Per saldo voorziet de aanlegfase in de inzet van de volgende mobiele werktuigen (tabel 6) en voertuigen (tabel 7). Tabel 6: Inzet mobiele voertuigen tijdens de aanlegfase Type mobiele werktuig Stageklasse Vermogen Inzet (kW) (uren) Graafmachine Wiellader Puinbreker Heistelling Betonpomp Telescoopkraan Trilplaat

IV IV IV IV IV IV IV

81 82 166 179 150 126 10

320 80 80 64 72 240 32

Tabel 7: Inzet voertuigen tijdens de aanlegfase Type voertuig Aantal voertuigen Licht verkeer 2.320 Zwaar vrachtverkeer 465

Dieselverbruik (liters) 2.636 667 1.305 1.123 1.065 3.003 48

AdBlueverbruik (liters) 158 40 78 67 63 180 0

Aantal ritten (heen en weer) 4.640 930

Pagina 10 van 15

3.2 Gebruiksfase 3.2.1 Appartementen De nieuwe appartementen worden niet aangesloten op het gasnetwerk en worden niet voorzien van sfeerhaarden. Hierdoor is er geen sprake van relevante stikstofemissies.

3.2.2 Af- en aanrijdend verkeer Het appartementengebouw zal verkeer aantrekken. Om de verkeersgeneratie te berekenen is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381. De publicatie gaat uit van minimale en maximale kencijfers. Voor de stikstofberekening is uitgegaan van het gemiddelde kencijfer. Het plangebied is gelegen in de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ van een ‘weinig stedelijk’ gebied. Daarmee wordt aangesloten bij de uitgangspunten uit de ‘Parkeernormering gemeente Hoeksche Waard’. Het is thans niet bekend of de appartementen worden verkocht of worden verhuurd. Wel is bekend dat de woningen in het sociale segment komen te vallen. Zodoende zullen de woningen vallen in de categorie ‘koop, appartement, goedkoop’ of ‘huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)’. Voor de berekening is in het kader van een worstcase-benadering uitgegaan van de categorie met de hoogste kencijfer voor verkeersgeneratie; de koopappartementen. Tabel 8: Verkeersgeneratie nieuwbouw Categorie Verkeersgeneratie Aantal Koop, appartement, 5,6 per woning 38 goedkoop Totale verkeersgeneratie

Totaal 212,8 verkeersbewegingen 212,8 verkeersbewegingen

Het plan voorziet in een verkeersgeneratie van 212,8 lichte verkeersbewegingen per etmaal. Daarnaast genereren woongebieden ook vrachtverkeer (bijvoorbeeld vanwege pakketdiensten). Het CROW hanteert hiervoor een gemiddelde norm van 0,02 per woning per etmaal. Per saldo voorziet het plan hiermee in een verkeersgeneratie van 77.672 lichte en 278 zware verkeersbewegingen per jaar (365 dagen).

Pagina 11 van 15

4. Wijze van modelleren De aanlegfase en de gebruiksfase vinden niet tegelijkertijd plaats. Daarnaast is de aanlegfase tijdelijk van aard en de gebruiksfase permanent. De emissies van beide fases zijn daarom separaat berekend in de AERIUS Calculator.

4.1 Aanlegfase Tijdens de aanlegfase zorgen de mobiele werktuigen en het af- en aanrijdend verkeer voor emissies.

4.1.1 Mobiele werktuigen De mobiele werktuigen hebben geen vaste plek binnen het plangebied en zijn daardoor als vlakbron op het plangebied gemodelleerd.

4.1.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer voor de ontwikkeling bestaat uit 4.640 lichte en 930 zware voertuigbewegingen. De verkeersbewegingen van de aanlegfase zijn gemodelleerd middels een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. De verkeersbewegingen ten behoeve va de aanlegfase zijn gemodelleerd als lijnbron vanaf het plangebied tot het verkeer welke is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, in dit geval tot de rotonde van de provinciale wegen N487 – N488. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

4.1.3 Manoeuvreren / stationair draaien vrachtverkeer Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer dient meegenomen te worden in de berekening. Om dit aspect mee te nemen is een lijnbron rondom het plangebied opgenomen, waarin alle 930 zware vrachtverkeerbewegingen zijn gemodelleerd. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met een filepercentage van 100%.

4.2 Gebruiksfase 4.2.1 Appartementen De nieuwe appartementen worden niet aangesloten op het gasnetwerk en worden niet voorzien van sfeerhaarden. De appartementen voorziet derhalve niet in emissies en zijn derhalve niet gemodelleerd in de Calculator.

4.2.2 Af- en aanrijdend verkeer Het af- en aanrijdend verkeer vanwege de woning bestaat uit 77.672 lichte en 278 zware verkeersbewegingen per jaar. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met lijnbronnen vanaf het plangebied tot het punt waarbij het verkeer is opgenomen in het heersend verkeersbeeld, in dit geval tot de rotonde N487 – N488. De verkeersbewegingen van de gebruiksfase zijn gemodelleerd met een lijnbron met actuele emissiefactoren voor wegverkeer die in het rekenprogramma AERIUS Calculator zijn opgenomen. Om het remmen en optrekken mee te nemen is gerekend met een filepercentage van 10%.

4.1.3 Manoeuvreren / stationair draaien vrachtverkeer Het manoeuvreren en stationair draaien van het vrachtverkeer dient meegenomen te worden in de berekening. Om dit aspect mee te nemen is een lijnbron rondom het plangebied opgenomen, waarin Pagina 12 van 15

alle 278 zware vrachtverkeerbewegingen zijn gemodelleerd. De verkeersbewegingen zijn gemodelleerd met een filepercentage van 100%.

4.3 Gebouwinvloed Naast de emissie van mobiele werktuigen, voertuigen en gebouwen wordt de hoeveelheid stikstofdepositie deels bepaald door de invloed van gebouwen. Gebouwinvloed is relevant om mee te nemen in situaties waarin de verspreiding van emissies wordt beïnvloed door een dominant gebouw in de directe omgeving van de bron. Veelal is de emissiebron gelegen op of aan de zijkant van het gebouw zelf, zoals bij een fabriek met een schoorsteen of bij stallen. Het meenemen van gebouwinvloed heeft tot gevolg dat in veel gevallen een hogere (maximale) concentratie en depositie wordt berekend dan wanneer gebouwinvloed niet wordt meegenomen. In de ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023’ van BIJ12 is opgenomen dat gebouwinvloed in de berekening moet zijn meegenomen als al de vier criteria van toepassing zijn: 1. De bron wordt gemodelleerd als een stationaire puntbron, zoals het geval is bij stallen (stalemissies) en (industriële) schoorstenen. Gebouwinvloed wordt niet meegenomen in de berekeningen bij niet-stationaire bronnen zoals wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en mobiele werktuigen. Ook bij oppervlaktebronnen (terreinen van waaruit diffuse emissies plaatsvinden, bijvoorbeeld bij bemesten en beweiden) wordt gebouwinvloed niet meegenomen. 2. De puntbron staat op een dominant gebouw of dichtbij een of meerdere dominante gebouwen; 3.

De hoogte van het emissiepunt is minder dan 2,5 maal de hoogte van het gebouw; 4. De afstand van de emissiebron tot de meest nabije stikstofgevoelige natuur is minder dan 3 kilometer. Het gaat hier dus om de afstand tussen de bron met gebouwinvloed en het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitat of leefgebied van soorten in Natura 2000-gebieden. Zijn al deze 4 criteria van toepassing, dan dient gebouwinvloed meegenomen te worden in de berekening. Is 1 of meerdere criteria niet van toepassing, dan hoeft hier geen rekening te worden gehouden met gebouwinvloed. Het plangebied is gelegen op meer dan 3 kilometer afstand tot een stikstofgevoelige habitat binnen een Natura 2000-gebied. Hiermee wordt niet voldaan aan de voorwaarden en kan worden geconcludeerd dat het aspect gebouwinvloed niet relevant is voor dit onderzoek en is derhalve niet meegenomen in de berekening.

Pagina 13 van 15

5. Rekenresultaat en conclusie In voorliggende stikstofdepositieberekening is de stikstofdepositie van de aanleg- en gebruiksfase berekend met behulp van de AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wnb, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof. Uit de berekening blijkt dat de ontwikkeling niet voorziet in rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. De invoergegevens en het rekenresultaat zijn opgenomen in de bijlage van dit rapport. Ten aanzien van stikstofdepositie ondervinden stikstofgevoelige habitats binnen Natura 2000gebieden geen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling. Er is geen sprake van vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van stikstofdepositie.

Pagina 14 van 15

Bijlage – AERIUS-exports

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14247206/1