Stikstofberekeing
Tekst van het document
Aeriusberekening + rapportage Hitsertse kade, 3 mei 2023 Het voornemen bestaat om de Hitsertse kade te revitaliseren, waarbij een aantal maatregelen wordt voorzien, zie onderstaande afbeelding:
Situatieschets nieuwe situatie, Road architecten In deze notitie wordt ingegaan op de mogelijke effecten van een toename van stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied, vanwege zowel de gebruiksfase als de realisatiefase. Beschouwd zijn alle Natura 2000-gebieden. De locatie ligt zeer dicht tegen het Natura 2000-gebied het Haringvliet, doch hiervan zij opgemerkt dat deze geen voor stikstof gevoelige habitatten bevat. Indien uit de AERIUS-berekeningen (al dan niet door intern te salderen met het huidig gasverbruik) blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar) dan is er voor het onderdeel stikstofdepositie geen vergunningplicht Wnb. Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is 1
van een toename van de stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), dan is er meestal wel een vergunningplicht Wnb, tenzij uit een ecologische voortoets blijkt dat significante gevolgen op grond van objectieve criteria op voorhand zijn uit te sluiten. Een Wnb-vergunning kan in de volgende situaties worden verleend: • •
uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden; na het succesvol doorlopen van de ADC-toets 1.
Indien uit de AERIUS-berekening blijkt dat er sprake is van een toename van de stikstofdepositie (> 0,00 mol N/ha/jaar) en niet aan één van bovenstaande beschreven situaties is voldaan kan geen vergunning Wnb worden verleend.
Natura 2000-gebieden in de omgeving plangebied Cumulatie stikstofdepositie Conform de Wet natuurbescherming dient beoordeeld te worden of een project zelfstandig of in combinatie met andere plannen of projecten, tot significante effecten kan leiden op instandhoudingsdoelen van een Natura 2000gebied. Met deze cumulatietoets heeft de wetgever geboogd te voorkomen dat vele plannen en projecten met een klein effect, samen tot significante gevolgen kunnen leiden. Plannen en projecten die in het geheel geen effect hebben, kunnen ook niet in combinatie tot andere plannen of projecten tot significante gevolgen leiden. Indien
1 Dit is een onderzoek waaruit naar voren komt dat er geen Alternatieven zijn voor het project, er Dwingende reden van groot openbaar
belang zijn en waarbij Compensatie van Natura 2000 plaatsvindt.
2
uit de AERIUS berekening blijkt dat het plan of project niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie, is een verdere cumulatieve beoordeling dus niet nodig. Voor de realisatiefase is uitgegaan van navolgende invoer:
Voor de bouwfase is de aanname is dat de machines gedurende 100% van de tijd vol vermogen draaien; de emissie kan dan bepaald worden aan de hand van de volgende formule 2 . Daarbij uitgegaan van de defaultwaarden v.w.b. hoogte en spreiding. In de praktijk is dit natuurlijk niet het geval, de machines zullen ook een deel van de tijd stationair draaien. De berekening is dus worst-case. Voort is gebruik gemaakt van het Emissiemodel Mobiele Machines (EMMA), TN), en het Addendum emissiemodel mobiele voertuigen obv eigen typering, TNO, 2020v9 3 en bovenstaande inzet van materieel. Volgens jurisprudentie dient het extra verkeer opgenomen te worden tot het moment dat het opgaat in het heersende verkeersbeeld 4. De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer worden niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt 5. In dit geval is daarom de verkeerstoename tot de Schenkeldijk/ Molendijk gemodelleerd. Relevant is voorts de planning: voorzien wordt dat de werkzaamheden in 2023 worden uitgevoerd.
De gebruiksfase is voor 2024 berekend. Ingevoerd is alleen de toename aan verkeer, aangezien op de referentiedatum (voor de meeste Natura 2000-gebieden is dat 7 december 2004), het huidig gebruik reeds legaal aanwezig was en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest. Om de verkeersproductie in te schatten kan
2 EMW=V*Be*G*EFW/1000 Met:
EMW V
De emissie van het ingevoerde mobiele werktuig [kg/jaar]
Het volle vermogen van dit mobiele werktuig [kW]
Be De fractie van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt tijdens belasting [-] G
Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt [uren/jaar]
EFW
Emissiefactor tijdens belast draaien [gram/kWh]
3 https://www.aerius.nl/nl/factsheets/mobiele-werktuigen-–-eigen-typering-emissiefactoren 4 O.a. ECLI:NL:RVS:2021:1969.
5 O.a. ECLI:NL:RVS:2019:1260
3
gebruik gemaakt worden van de VNG-publicatie CROW Publicatie Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen (publicatie 381, 2018). De functie die het dichts in de buurt komt in voornoemde publicatie is een openlucht zwembad. Hier wordt uitgegaan van maximaal 18,5mvt/etmaal per 100 m2 zwembassin. Het huidige zwemgedeelte (gemarkeerd door de ballenlijn) is ca. 3.200 m2 groot en wordt vergroot naar ca. 4.000 m2. De theoretische verkeersproductie stijgt daardoor van 555 naar 832 mvt/etmaal. De horecavoorziening zal zoals aangegeven ten dienste staan van het recreatieterrein en niet of nauwelijks een zelfstandige aantrekkingskracht hebben. Bij wijze van worst-case kunnen er 25 zelfstandige bezoeken per etmaal aan worden toegevoegd, oftewel 50 mvt/ etmaal. Het totaal komt dan neer op een toename van 327 mvt/etmaal. Dit betreft echter alleen het seizoen (april-oktober); gedurende de wintermaanden wordt het terrein niet als zodanig gebruikt. Op jaarbasis kan daarom worden uitgegaan van 191 mvt/etmaal. Hieraan is toegevoegd het gasverbruik van de horecavoorziening. Voor de berekening van de stikstofemissies door het gasverbruik zijn verder de volgende standaardwaarden aangehouden: 31,65 MJ/m3, rookgasfactor 8,99 Nm3 rookgas/m3 aardgas, emissienorm 70 mg NOx/Nm3.
Voor commerciële utiliteitsgebouwen zijn kengetallen voor gasverbruik vastgesteld (Sipma & Rietkerk, 2016). Voor de horecagelegenheid wordt het kengetal voor horeca – café/restaurant aangehouden. Dit is 34 m3/m2. In combinatie met een kengetal van 34 m3/m2 voor het gasverbruik, het totale oppervlak van 172 m2 en de genoemde standaardwaarden voor de berekening van stikstofemissies door gasverbruik, wordt een totale stikstofuitstoot van 3,68 kg/NOx/jaar bij volledige jaarronde openstelling berekend (worst-case). Uitgaande van voornoemde parameters, wordt geen toename aan stikstofdepositie op enig Natura 2000-gebied berekend (zie hierna); en derhalve is geen Wnb vergunning vereist.
4