RV Aanwijzing bijzondere commissies def
Tekst van het document
Raadsvoorstel Aan: Van: Datum: Zaaknummer: Documentnummer: Portefeuillehouder: Vertrouwelijkheid:
gemeenteraad presidium 17 december 2025 Z/26/360254 DOC-261127410 voorzitter raad openbaar
Onderwerp Aanwijzing twee raadscommissies als bijzondere commissie. Beslispunt: De Agendacommissie en de Werkgeverscommissie van de gemeente Hoeksche Waard per 1 april 2026 aanwijzen als bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.4.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Inleiding Op grond van artikel 3.1.4 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (AMvB) kan de raad besluiten bepaalde commissies aan te wijzen als bijzondere commissie, waarvan de leden dan een toelage krijgen. Dat gaat om commissies die niet op grond van andere artikelen automatisch een toelage krijgen. De Nederlandse Vereniging voor Raadsleden noemt de agendacommissie en de werkgeverscommissie als voorbeeld met “… een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren.” Wij zijn van oordeel dat onze Agendacommissie en Werkgeverscommissie beiden een belangrijke bijdrage leveren aan de professionalisering van de raad en doorontwikkeling van de griffie en achten het gerechtvaardigd dat leden van de commissie maandelijks een toelage krijgen boven hun reguliere vergoeding voor de werkzaamheden als raadslid. De hoogte van de toelage is bepaald in artikel 3, tweede lid, van de Verordening rechtspositie raadsen burgerleden Hoeksche Waard 2024.
Wij geven in overweging uit te gaan van het maximumbedrag uit het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, momenteel € 153,33 per maand (jaarlijks te indexeren volgens de loonontwikkeling bij het Rijk). Momenteel is de jaarlijkse indexering nog niet opgenomen in onze verordening, maar deze zal worden meegenomen in ons verzamelvoorstel voor het aanpassen van een aantal verordeningen van de raad. Tenslotte stellen wij voor de aanwijzing met ingang van 1 januari 2026 in te laten gaan.
Communicatie Het besluit zal op de gebruikelijke wijze worden gepubliceerd. Het presidium,
M.J.E.M. van Dam griffier
M. Witte voorzitter
De raad van de gemeente Hoeksche Waard; Gelezen het voorstel van het presidium van 24 oktober 2025 tot vaststelling van een verordening voor het houden van klankbordgesprekken met de burgemeester; Overwegende dat: er periodiek klankbordgesprekken met de burgemeester worden gehouden; het wenselijk is hiervoor een commissie vanuit de raad in te stellen, Gelet op de artikelen 84 en 149 Gemeentewet; B E S L U I T: Vast te stellen de navolgende verordening voor het houden van klankbordgesprekken met de burgemeester met de daarbij behorende toelichting: Verordening op de klankbordcommissie gemeente Hoeksche Waard 2025 Artikel 1 begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Commissie: klankbordcommissie burgemeester Klankbordgesprek: het periodiek gesprek tussen de commissie en de burgemeester over het functioneren van de burgemeester. Artikel 2 Instelling commissie en taakomschrijving 1. Er is een commissie. Deze houdt jaarlijks met de burgemeester een klankbordgesprek. 2. In het klankbordgesprek vindt een tweezijdige gedachtewisseling plaats over het functioneren van de burgemeester. 3. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid houdt de commissie tussentijds een klankbordgesprek indien de commissie dan wel de burgemeester de wens daartoe kenbaar maakt.
In dat geval vindt het gesprek zo spoedig mogelijk plaats nadat de in de vorige zin genoemde wens kenbaar is gemaakt. Artikel 3 Samenstelling commissie en ambtelijke ondersteuning 1. De commissie bestaat uit maximaal vier door de raad aan te wijzen fractievoorzitters. Hierbij gaat de voorkeur uit naar raadsleden die deel uitmaakten van de vertrouwenscommissie die de aanbeveling inzake benoeming en/of herbenoeming van de zittende burgemeester heeft voorbereid. 2. Vervanging van de leden is niet mogelijk. 3. De raad kan de samenstelling van de commissie wijzigen. 4. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter fungeert als contactpersoon van de commissie. 5. Het lidmaatschap eindigt door: a. Het periodiek aftreden van de raad als bedoeld in artikel 18 Gemeentewet; b. Het ontslag van het lid als raadslid; c. Een schriftelijk bericht aan de raad waarin het lid ontslag neemt als lid van de commissie;
6.
d. Een met redenen omkleed besluit van de raad. De commissie wordt ambtelijk ondersteund door de griffier dan wel door een door de griffier aan te wijzen persoon.
Artikel 4 Vergaderingen en geheimhouding 1. De vergaderingen van de commissie zijn besloten. 2. De voorzitter draagt er zorg voor dat de commissie haar standpuntbepalingen en haar beslissingen formuleert respectievelijk neemt op basis van consensus. Artikel 5 Voorbereiding en inhoud klankbordgesprek 1. De commissie beschouwt het functioneren van de burgemeester in elk geval aan de hand van de profielschets en aan de wettelijke taken van de burgemeester. Tevens betrekt de commissie hierbij het verslag en de afspraken uit het vorige klankbordgesprek 2. De leden van de commissie en de burgemeester krijgen voorafgaand de gelegenheid om bespreekpunten en namen van mogelijke informanten aan te leveren. 3. Uiterlijk twee weken voor het gesprek ontvangen de leden van de commissie en de burgemeester namens de voorzitter een schriftelijke uitnodiging; die bevat in ieder geval plaats, tijdstip, agenda en bespreekpunten. Artikel 6 Bijzondere bepalingen inzake het verslag 1. De commissie stelt het verslag van het klankbordgesprek vast. Alvorens hiertoe wordt overgegaan, stelt de voorzitter van de commissie de burgemeester in de gelegenheid schriftelijk te reageren op het concept. 2. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de commissie en de burgemeester. 3. Een afschrift van het verslag wordt gezonden aan de commissaris van de Koning.
Artikel 7 Archivering en vernietiging van stukken 1. De griffier draagt zorg voor een juridisch correcte archivering van de stukken die de klankbordcommissie produceert. 2. De leden van de commissie zijn er persoonlijk voor verantwoordelijk dat stukken waarover zijzelf beschikken in het kader van de klankbordgesprekken op een deugdelijke manier worden vernietigd. Artikel 8 Onvoorziene gevallen In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist de commissie op voorstel van de voorzitter. Artikel 9 Citeertitel en Inwerkingtreding 1. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening op de klankbordcommissie gemeente Hoeksche Waard 2025’ en treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. 2. Met de inwerkingtreding van deze verordening komt de Verordening op de klankbordcommissie gemeente Hoeksche Waard te vervallen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hoeksche Waard gehouden op 9 december 2025.
M.J.E.M. van Dam Griffier a.i.
M. Witte Voorzitter
TOELICHTING VERORDENING OP DE KLANKBORDCOMMISSIE In deze verordening zijn bepalingen opgenomen over de wijze van organisatie van en gang van zaken voor, tijdens en na klankbordgesprekken met de burgemeester. Het betreft in elk geval de volgende punten die vervolgens nader worden toegelicht: 1. Samenstelling commissie 2. Aantal te voeren klankbordgesprekken 3. Periodieke terugkeer van de klankbordgesprekken 4. Verslaglegging van de klankbordgesprekken Artikel 1 Hierin staan enkele begripsomschrijvingen Artikel 2 Met dit artikel wordt de commissie ingesteld die als taak heeft het periodiek voeren van klankbordgesprekken met de burgemeester. Bedoeling is dat deze gesprekken niet eenzijdig doch tweezijdig plaatsvinden. Dit tweezijdige karakter biedt de burgemeester de gelegenheid om van zijn kant te reflecteren op de gemeenteraad. De klankbordgesprekken vinden in elk geval jaarlijks plaats. Mocht er hetzij bij de commissie hetzij bij de burgemeester tussentijds behoefte ontstaan voor het voeren van een extra klankbordgesprek dan biedt deze bepaling daartoe de benodigde ruimte. Artikel 3 Bij voorkeur wordt de commissie samengesteld uit fractievoorzitters die deel uitmaakten van de vertrouwenscommissie (her)benoeming van de zittende burgemeester. In principe ondersteunt de griffier de commissie. Het staat hem vrij om hiervoor iemand anders aan te wijzen.
Artikel 4 Hiermee wordt toepassing gegeven aan artikel 84 lid 3 Gemeentewet: de raad moet de al dan niet openbaarheid van de vergaderingen van de klankbordcommissie regelen. Gezien de aard en inhoud van de klankbordgesprekken is beslotenheid van vergadering gewenst. Dit betekent automatisch dat er geheimhouding rust op het verhandelde tijdens de vergaderingen, met inbegrip van de verslagen. Artikel 5 Een goed klankbordgesprek heeft een tweezijdig karakter en vergt een goede voorbereiding. Dit betekent dat zowel de commissie als de burgemeester bespreekpunten en namen van mogelijke informanten aan kan dragen. Uit een oogpunt van zorgvuldigheid wint de commissie informatie in over (het functioneren van) de burgemeester en maakt aan de burgemeester kenbaar bij wie dit zal gebeuren. De profielschets is in elk geval de basis voor het klankbordgesprek. Opdat alle betrokkenen zich op het gesprek zelf kunnen voorbereiden wordt de uitnodiging tijdig verstuurd, met daarin naast tijdstip en locatie ten minste de agenda en bespreekpunten. Artikel 6 Van de klankbordgesprekken wordt verslag opgemaakt. Te zijner tijd hebben de verslagen een functie in het kader van de voorbereiding voor de aanbeveling inzake herbenoeming van de zittend burgemeester. Ondertekening geschiedt door de voorzitter van de commissie en de burgemeester.
Tot ondertekening zal niet worden overgegaan dan nadat de burgemeester in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de inhoud van het verslag. Artikel 7 Op de verslagen van de vergaderingen rust geheimhouding. Archivering dient met de daarbij passende zorgvuldigheid te geschieden. Van de leden van de klankbordcommissie wordt verwacht dat zij eveneens gepaste zorgvuldigheid betrachten en zorgdragen voor vernietiging van bij hen in bezit zijnde verslagen van de klankbordcommissie. Artikel 8 Het kan zijn dat de verordening niet voorziet in een specifieke situatie. In dat geval ligt het op de weg van de voorzitter om een oplossing te formuleren waarover de commissie een beslissing neemt.